Het raakt me meer dan ik dacht. Ik slaap in mijn trekkerstentje in de tuin sinds mijn zus terug is, zodat ik alvast kan testen welke spullen ik nodig heb en zij lekker kan gaan inrichten. Dan loop ik niet zo in de weg en kan ik alvast van het buitenleven genieten terwijl ik nog het één en ander opruim en inpak.

Dat opruimen en inpakken is tot nu toe niet zonder horten of stoten verlopen. Twee maanden geleden wist ik al dat ik in de tent ging wonen, en binnen no time had ik een prachtige tipi gescoord. En toen kon ik eigenlijk niet meer wachten dus pakte ik de spullen die ik mee wilde nemen al in in kleine plastic bakken. Drie weken geleden begon ik écht met opruimen: al mijn kleren sorteren, boeken uitzoeken, maar eerst ruimte maken omdat allemaal te kunnen doen. Ik ben namelijk niet de meest georganiseerde persoon. Mijn huisje is snel een teringzooi en ik heb geen constant ritme in opruimen, behalve als je de maandelijkse cyclus ook een ritme noemt. In premenstruele buien was het huis opeens in een oogwenk schoon ;) Maar je kunt je dus voorstellen wat een troep eerst moest wijken voordat ik aan het daadwerkelijk sorteren van spullen toekwam.
Vorige week was ik nog even op een – zeer vermoeiende maar fantastische – wandelvakantie dus lag alles stil. Twee dagen na mijn thuiskomst reed ik al naar Schiphol voor mijn lieve Margot, Jeremiah en poes Flint. Ik kreeg het gewoon niet voor elkaar om alles strak opgeruimd te hebben. Mijn opruiminspiratie was voorbij. Het meeste was wel gesorteerd maar wat overbleef was Eén.Grote.Teringbende.

Margot en Jer zijn als een wervelwind door de stacaravan gegaan samen. Respect! Een prachtig nieuw en knus plekje is wat eruit tevoorschijn is gekomen. Ik herken mijn huisje er haast niet meer in en het is nu echt van hen. Op het slaapkamertje na, die staat nu vol met mijn bezittingen. Wat fijn is, maar ook wel als een last voelt. Ik zou toch minimaliseren, en nu zit ik alsnog met zoveel spul? Maar mijn moeder herinnerde me eraan dat minimaliseren niet alleen weinig spullen bezitten is, maar ook het doen met wat je al hebt. En dat betekent dus ook je spullen koesteren en niet zomaar wegflikkeren. Wie weet hoelang ik het tentleven leuk vind! Misschien woon ik op korte termijn wel weer wat groter en heb ik al die knutselspullen, kleren en boeken alsnog nodig!
En dat ben ik met haar eens. Vandaag brachten we grofvuil naar de stort en het maakte me verdrietig. Verdrietig dat we zoveel consumeren als mensen en de luxe hebben om al het ‘teveel’ wat in de weg ligt weg te flikkeren terwijl het (in ieder geval érgens voor) nog bruikbaar is. Het herinnert me er meteen aan waarom ik in een tent ga wonen: omdat ik helemaal niet zoveel nodig heb. Ik hoef geen 20 stuks borden en bestek. Ik hoef niet allerlei kwetsbare elektrische apparaten. Ik hoef geen fancy keukengerei. Ik hoef geen twintig soorten lippenstift. Ik krijg stress van al dat teveel dat we hebben omdat ik er altijd weer iets mee móet. Het opbergen en bewaren (wat ruimte en dus geld kost), het onderhouden (wat ik nooit doe waardoor het vergaat), en het gebruiken (wat bij veel dingen niet vaak het geval is). Ik voel me schuldig als ik het weggooi, en goed onderhouden doe ik het niet, dus kan ik het beter niet consumeren. Dat is mijn visie nu.
Maar dat was niet het enige verdriet van dit verhuisproces. Want terwijl ik hier nog slaap – welliswaar in een tentje – zie ik de plek transformeren. En ik besef daardoor nu pas: ik ga hier weg. Ik sluit een fase af. En wat voor één! Een periode van twee jaar waarin ik de duisternis heb leren kennen; heb mogen profiteren van de voordelen van het buitenleven; intensief heb samengeleefd en leren samen leven met poezen, muggen, poepvliegen, koeien, een pony, teken, dode en levende muizen, hazen, en noem het nog maar op; en voor het eerst helemaal alleen een huishouden heb gedraaid. Ik heb mijn gewoontes kunnen ontwikkelen, ritueeltjes ontdekt en mezelf onwijs goed leren kennen. Waar ben ik goed in? Wat heb ik nodig? Wat kan ik van mezelf vragen? Waar word ik blij van? Wat is mijn tempo? Deze plek was echt bevrijdend om in mijn eentje te bewonen. Rust, ruimte, natuur, en vrijheid. Wauw!!!

En nu zelf opnieuw starten. In een tent. In het bos. Op een plek waarvan ik helemaal niet weet hoelang ik er mag staan. Ver weg van Achterveld, het dorp waar ik opeens gehecht aan ben geraakt. Het is eng maar daardoor ook kicken. Een nieuw groot avontuur staat voor de deur! Ik keek net nog even de kamer met spulletjes door die ik hier laat, en mijn twee lieve poezen kwamen bij me zitten. Toen kwamen de tranen echt. Deze twee meiden waren echt mijn bakens, mijn thuis, mijn warmte, mijn veiligheid. En ook hen laat ik achter. Dag lieve Puk en Guus, ik zie jullie volgende week weer als ik m’n lievelingszus bezoek :).

Plaats een reactie