De Grote Vriendelijke Reus (GVR). Wie kent dat boek nog? Toen ik kind was ging ik eens naar de tekenfilm ervan met mijn vader en vriendinnetje Gabriëlla, dat heeft toen veel indruk op me gemaakt. Nu, misschien wel twintig jaar later, kijk ik de gespeelde versie op een levensgroot beeldscherm. In een kamer, in de stad Aberdeen.
Hoewel het appartement waar ik verblijf nogal simpel is (om niet te zeggen ‘beetje pauper’) moet ik ze toch wel punten meegeven dat elke kamer een eigen Netflix- en Prime account heeft. Ik blijf hier twee nachten en ben niet van plan de gevaren van de stad te riskeren. Nee, deze kluizenaar gaat chips eten en Netflix kijken tot haar ogen vierkantjes zijn geworden. Lekker!!

Dag 1
Om 17:00 verliet ik Inverness pas, omdat ik nog van alles wilde regelen. Ik twijfelde even om dan maar te blijven, maar ik móest echt weg. “En aangezien het toch lang licht is, kan ik nog best een eindje op weg komen”, dacht ik. Het duurde nog een poos voordat ik de stad en tegenaanliggende dorpen uit was en het platteland in fietste. Ik herkende het meteen, want de vorige dag was ik hier nog met de auto geweest om een rivier tegen de stroming in te beklimmen. We waren daarna nog even bij een steencirkel gaan kijken, wat we toen niet zo boeiend vonden maar waar ik meteen een kampeermogelijkheid zag. Daar, bij die picknickbankjes, chille tentplek!
Ik zag de bordjes naar die Clava Cairns stenen om half acht en herinnerde me meteen die picknickplek. Ik dacht: “Top! De vogeltjes fluiten hier, er is gras, en nergens een bordje ‘verboden te kamperen’. Dan zal het wel mogen”. Het nadeel was dat het wel aan een weg lag, maar die was zo rustig dat ik me maar een paar keer aan een auto irriteerde. Rond een uur of tien kwam er alleen opeens een auto op de parkeerplaats staan met zijn lampen vol op mijn tent en de motor aan, en bleef zo wel twintig minuten staan. Ik vond het eng en een beetje intimiderend. Zo’n grote parkeerplaats en dan precies hier staan en met je lampen op mijn tent? Zat daar iemand te wachten tot ik de tent uit kwam ofzo? Ik besloot dat ik maar moest kijken, anders deed ik geen oog dicht. Op Krav Maga (vechtsport) heb ik geleerd dat alles een wapen kan zijn, dus vulde ik mijn thermoskan met water en nam die mee, om eventueel tegen een hoofd aan te smijten. Ik appte mijn zus mijn live locatie en dat als ik over tien minuten niet antwoordde ze maar even iemand moest bellen (er niet bij noemende wie, want dat wist ik zelf ook even niet, haha, lekker dan).

Er zaten een vrouw en man in de auto en de vrouw reikte een paar keer naar de achterbank. Ik gebaarde of alles oké was en ze schudde heel blij van ja. Ik interpreteerde een beetje dat ze misschien een baby in slaap probeerden te brengen ofzo, want verder weet ik het ook niet. Veilig terug in mijn tent bleven ze nog een half uur staan, en vertrokken toen. Rust in de tent!
Dag 2
Met de wind in de rug vloog ik de volgende dag door vissersdorpen, over fietspaden en langs tarwevelden met veel bomen en: ontiegelijk veel geelgorzen! Met mijn moeder en mijn verrekijker zag ik een paar weken terug mijn eerste officiële geelgors (wist daarvoor niet echt dat ze bestonden) toen we een opvallend geluidje probeerden te traceren. Nu hoor ik dat geluidje echt de hele freaking dag door en zie ik de geel gekopte vogeltjes overal zitten. Men vergelijkt hun gefluit met de vijfde symfonie van Beethoven: ta ta ta – TUU. Soms is de TUU omlaag, zoals bij Beethoven, maar inmiddels heb ik ze ook al vaak genoeg omhoog horen gaan. Heerlijk beestje.

In een soort half bosgebied duwde ik mijn fiets door hoog gras op zoek naar een plek voor mijn tent. Het leek hier een verlaten oord en dat leek me perfect met mijn voornemen om verder weg van autowegen te staan. Toen ik mijn fiets even neerzette en een bosje in liep om te zien of daarachter een passend veldje lag, zag ik in mijn ooghoek iets bewegen. Abrupt stond ik stil. Daar, op tien meter afstand, zag ik grijze billen heen en weer wiebelen. “Nee nee nee nee. Zie ik nou een das?!”, dacht ik. Ik zeg al heel lang tegen mensen dat ik graag een das zou willen zien in het wild, maar dat ik het niet wil forceren en het misschien wel nooit gebeurt omdat ze best verlegen zijn. Maar deze was óf niet verlegen, óf gewoon erg doof, want ik kwam nogal luidruchtig aanbanjeren.
Alsof er niets aan de hand was woelde hij met zijn neusje gewoon alle aarde om, op zoek naar lekkere hapjes. Kleine zwijntjes zijn het eigenlijk en hun sporen lijken daar ook wel op. Zie je stukjes omgewoelde aarde maar niet zo heftig als die van een wild zwijn? Dan is het misschien wel de das. Ze maken vooral putjes, die vallen altijd erg op in het bos.
Mijn lenzen waren nogal droog en ik kon hem niet goed scherpstellen. Shit, maar mijn verrekijker lag nog op mijn fiets! Maar aangezien mijn lawaai hem eerder ook niet boeide, deed ik gewoon een poging. Bij terugkeer was hij nog steeds lekker aan het wroeten en kon ik hem beter bekijken. Wat een prachtbeest en zo CUTE dat hoofdje met die zwart witte strepen en kleine oortjes! Mijn tent zette ik ergens anders op want ik wilde hem niet storen. Ik viel midden in het bos heerlijk in slaap met alleen het geluid van de wind en wat vogels. Dít is wildkamperen. Geen auto’s, geen parkeerplaatsen, geen mensen. Gewoon natuur en stilte.

Dag 3
Mijn telefoon begon wel een probleem te worden. Die moet eigenlijk echt wel minstens een paar uur aan de lader. Maar het wildkamperen ging zo lekker en ik had absoluut geen zin in een camping. Bij een benzinestation vroeg ik maar of het daar even mocht, en de lieve vrouw achter de balie was heel behulpzaam. Na een uur buiten te hebben gewacht ging ik terug, wat bleek: lader deed het niet goed. Ze had hem net in een andere gedaan en hij was nog maar 5%. Zo schoot mijn dag totaal niet op en ik baalde! Na nog een uur wachten was hij 25% en ik vond het wel goed. Ik wilde door. Mijn tassen volgestouwd met boodschappen ging ik weer verder.

Tijdens het fietsen kan ik me heel blij en in de flow voelen, maar als de omgeving niet lekker is kan mijn bui zo omdraaien. Industrieel gebied, drukke stad, grote supermarkten, monocultuur, op dat soort plekken voel ik me altijd echt een beetje verloren. Ik probeer steeds meer te beseffen dat dat een tijdelijk gevoel is en altijd weer weggaat, maar het is altijd vrij intens – helemaal omdat ik in mijn eentje ben. Dan voel ik me gewoon erg kwetsbaar.
Hoewel ik door het opladen een paar uur gemist had, is het hier lang licht en vind ik het lekker wat langer door te fietsen ’s avonds. Als rond een uur of acht mijn tent staat heb ik nog genoeg tijd om wat te eten en te chillen en dan kan ik ook naar bed. Als ik al eerder aankom is de avond zo lang, ga ik me vervelen en val ik daardoor juist niet in slaap. Dus dit werkt perfect! Op de valreep vond ik een mooi plekje aan de rivier waar ik genoot van de avondzon. Ook hier was het weer magisch stil ’s nachts en sliep ik fantastisch. Maar, wel best koud! Mijn mummieslaapzak had ik helemaal dichtgeritst en ik had zelfs mijn merino thermoshirt aan.

Dag 4
Ik had al eerder een kamer in Aberdeen geboekt, want maandag heb ik een online therapiesessie en dus goeie wifi en privacy nodig. En het kwam perfect uit qua planning. Ik moest deze dag daardoor wel verplicht wat rustiger aan doen, anders zou ik vandaag al in Aberdeen aankomen. Dat is irritant, want wat anders heb ik te doen dan fietsen, helemaal nu het zo koud is? Gelukkig reed ik een heel lang stuk verkeerd dus sjoemelde ik er nog wat kilometers bij. Ik had mijn hoop gevestigd op een stuk bos, maar die was afgesloten. Mijn enige optie in dit boerengebied leek daarom een groot landgoed. Ik voelde me ontzettend illegaal toen ik om acht uur ’s avonds over de decadente paadjes fietste, maar ging wel erg goed op het idee van een openbaar toiletgebouw met stromend water en elektra.
Na zes rondjes gefietst te hebben maar me super oncomfortabel te voelen bij alle plekken (denk even aan picknickbanken bij vijvertjes, maar dan ook nog met een kasteel op de achtergrond) en niet wetende of het hier überhaupt wel mocht (waarschijnlijk niet, het was immers geen openbaar gebied) sprak ik een vrouw aan – de enige persoon die ik die avond had gezien. Wat zij ervan dacht? Ze wees naar een groot grasveld bij het toiletgebouw. Hier zag ze wel eens scoutinggroepen kamperen, dus het zou vast geen kwaad kunnen, dacht zij. Ze deed er zo relaxt over dat ik ook wat ontspande. Ik had gezocht naar een verstopplek, maar soms is heel openbaar gewoon beter! En hier zo vlakbij de toiletten was eigenlijk heel chill!

Het was er zó stil ’s nachts, ik hoorde gewoon niks. Geen wind, geen vogels, geen auto’s. En weer sliep ik super diep en goed. Een inhaalslag van alle gebroken nachten de afgelopen maand.
Dag 5
Gedver, de grote stad. Dan is je opsluiten in een appartement alleen maar beter. Bij de Marks & Spencer sloeg ik weer lekker eten in. Dat is hier niet alleen een kledingwinkel, maar ook een supermarkt! Hoewel ze wat decadenter en duurder zijn hebben ze vet lekkere salades, wraps, en andere verse maaltijden. Echt perfect voor de luie fietser, ghehe. Nu eet ik chips en drink warme choco in het skeere appartement, hangen mijn schone onderbroekies te drogen en zit alles in de oplader.
Vanavond gaan de ramen dicht zodat ik de wereld buiten kan sluiten, overmorgen wil ik zo snel mogelijk de stad uit. Ik zag al wel dat de route tot Edinburgh veel dichtbij grote wegen loopt, ik hoop dat de overlast daarvan meevalt. Ik wil in ieder geval Edinburgh halen, maar het liefst Newcastle. Dan heb ik de hele cirkel rond! Inmiddels zit ik op zo’n 1600 kilometer, geen idee nog hoeveel te gaan, dat staat nergens. Ik denk 800 ofzo? Maar als het echt veel auto en stress is, kap ik ermee hoor. Dan ga ik ergens naar een bos en kampeer daar een maand, ofzo.
Ik dOe DiT vOoR dE LoL! 😝
Kus!!


Plaats een reactie