Met brandende blaren onder beide voeten sjouw ik mezelf het stenige paadje op. Mijn schoenen zijn zeiknat, ik word belaagd door midges (steekvliegjes) en zelfs mijn rug vertoont inmiddels pijntjes. Maar in de verte zie ik in de groene vallei die wordt omringd door torenhoge, in mist gehulde bergen, de hut. Een klein stenen huisje met een oranje dak, midden in het niets. Achter me hoor ik het getik van wandelstokken en komt de Spaanse Wen naast me lopen. Als we een half uur later bij het huisje zijn duwen we de deur open en worden we verwelkomd door een luide mannenstem: “you made it!”. Even turen onze ogen in niets dan duisternis, maar als ze gewend zijn zitten daar de Yorkse Jess en John aan hun theetje. We zijn er, veilig en droog, in de bothy.
The Affric Kintail Way
Ik was het fietsen zat, pakte een trein terug vanuit Edinburgh naar Inverness en bereidde mezelf voor op een wandeltocht. Verslaafd als ik ben aan fietsen vind ik wandelen altijd heel moeilijk klinken, maar ik had toch wel zin in off-road paadjes en lekkere bergen zonder het gezeik van asfalt met auto’s. Er zijn ontzettend veel opties vanuit Inverness, maar ik besloot laagdrempelig te beginnen. Een route van vijf dagen met wel klimmetjes, maar voornamelijk door de vallei. Ik leende een backpack van een local, kocht droogmaaltijden en vertrok. Wat een heerlijk vrij gevoel met alleen zo’n rugzakkie!

Rood: Great Glen Way (overlap met lichtblauw)
Geel: Affric Kintail Way (overlap met lichtblauw)
Blauw: Cape Wrath Trail
Oranje: verbindingsstuk
Eigenlijk was ik best wel bang van tevoren. “Waarvoor dan?”, vroeg een vriendin. “Want inmiddels ken je het kampeerleven toch wel?”. Ik denk dat de angst vooral was voor de ontberingen alleen aan moeten gaan. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten – van de route, maar vooral van mijn eigen krachten. Het zou best afgelegen zijn met twee dagen geen telefonisch bereik en het weer zou ook nog wel eens kunnen tegenvallen in de bergen. Kon ik dit wel aan? De enige manier om daarachter te komen is natuurlijk, wederom, om het gewoon te gaan doen. Maar wel met een portie zenuwen.
De eerste dag vond ik meteen confronterend. Ik voelde me gewoon alleen, chagerijnig en niet op mijn plek. Het lopen ging prima, de rugzak zat top en ik vond een mooie sparrenstok om me te ondersteunen en voor het hobbitgevoel. De bermen zaten vol vers fruit: kersen, frambozen, blauwe bessen en bosaardbeien. Ik keek uit over Lochness en vond een prachtige rustige kampeerplek na 25 kilometer in de benen. Maar het onbestemde gevoel bleef, misschien gewoon even wennen, misschien een gebrek aan koffie, haha. De afgelopen maanden had ik dit gevoel vaker en het is denk ik ook een soort angst die de kop op steekt en me chagerijnig maakt. Maar ik heb ook geleerd dat die momentjes voorbijgaan (en weer terugkomen) en ik realiseerde me: misschien is het ook gewoon part of the deal dat je er af en toe geen zin in hebt en het kut vindt? De deal van het leven, maar ik bedoel vooral van en trektocht maken.
Het is soms zwaar, maar daarom doe ik het ook. Vorige week had ik ergens een saaie dag en energie teveel en had ik zin in iets heftigs doen, iets zwaars, om te strijden op een berg ofzo. Het is juist misschien dat zware en het tóch doen en er ook weer overheen komen wat zo’n tocht zo episch maakt!

Dag twee was ik een stuk vrolijker, maar ik had dan ook een koffietje op. In het café had ik mijn telefoon nog wat procentjes opgeladen, want de komende vier dagen zou ik geen faciliteiten hebben. Best spannend (ben ook niks gewend hè)! Rond het middaguur vertrok ik en begon nu officieel de Affric Kintail Way. Deze loopt langs het meer Affric tot aan het Kintail gebied, klinkt logisch, en zou waanzinnige uitzichten bieden. De eerste etappe was echter oersaai. Brede stenige paden liepen door stoppelvelden van omgehakte naaldbomen. Machines, vrachtwagens en hout, weinig charmants. Er zaten wat stevige klimmetjes bij en ik voelde een steeds pijnlijker wordende plek onder mijn voet. Toen het écht niet meer ging verbond ik die met een pluk schapenwol en wat weegbree (ik gebruik voor elk kwaaltje weegbree en duizendblad, geen idee of het voor blaren helpt) en liep mank verder. Het hielp geen zier en ik was moe. Mezelf ritmisch toesprekend stapte ik door: “Keep on going forward, step by step, step by step”. Als ik maar vooruit kom. De snelheid boeit niet.
Ik zou een dorpje met de laatste supermarkt op de trail bereiken en het leek me slim daar vlak voor te kamperen. Ik haalde Wen in, die hetzelfde had bedacht. Hij stond op een stukje vlak gras – de eerste sinds lange tijd – en werd omringd door een wolk midges. Zijn hoofdnetje beschermde hem gelukkig, ik dacht vooral: in dit bos ga ik niet staan! Een stuk verder hield het bos op en zag ik een prachtplek met uitzicht. Ik vond mezelf geniaal en vooral genialer dan hem, maar ik werd snel gecorrigeerd. Terwijl ik mijn tent opzette zag ik dat ik onder een half omgevallen spar was gaan staan en de rest van dat sparrenbos was überhaupt half omgewaaid. Hoewel er geen wind stond vond ik het risico op een boom op m’n bek toch even te zwaar wegen dan mooi uitzicht en geen midges.
Het was inmiddels al acht uur en ik was op, met weer ruim 25 kilometer in de benen. Ik sleepte mijn spullen naar het pad en zette mijn tent in de berm op. De bomen verhinderden mijn uitzicht, mijn haringen wilden nauwelijks in de stenige grond en ik werd tóch ook belaagd door midges. Ik dook de tent in en kon nauwelijks een kopje thee zetten zonder een wolk van die beesten in mijn binnentent te laten. Bezweet en moe ging ik liggen en toen besefte ik ook nog eens dat een generator-achtig geluid op de achtergrond bromde, alles zat tegen! Ik at wraps en een yoghurtje en lag vervolgens tot drie uur ’s nachts klaarwakker van het late eten en stijve spieren. Ik bedacht een prioriteitenlijstje voor kamperen: 1. Veilig (✅) 2. Plat (✅) 3. Zachte grond (❌) 4. Stil (❌). En ik zou eerder moeten avondeten en überhaupt eerder moeten stoppen.

Uiteindelijk sliep ik toch nog in en pakte de volgende ochtend in turbo tempo alles nat in. Ik ging naar het dorp en zou lekker boodschappies doen en een bakkie halen, wat dacht je daarvan! Ik jatte nog een boek mee uit een minibieb – Twilight, haha – want ik had mijne de avond ervoor uitgelezen. En de lokale Spar was gewoon de hemel. Ze hadden vet goeie koffie, picknicktafels, een stroompunt en verse broodjes. Ik was weer helemaal blij met het leven! Alles komt weer goed mensen! Op de trail haalde ik een Belgisch koppel in, ik kwam Wen weer tegen en de uitzichten werden beter. Bij toeristische watervallen zonk ik neer en genoot van het leven en mijn boek.
John en Jess zaten daar ook en de rest van de dag haalden wij en de andere wandelaars elkaar steeds omstebeurt weer in. Het voelde een beetje als samen de trail doen, wat erg gezellig was. ’s Avonds was Wen opeens kwijt en hadden we allemaal problemen met een kampeerplek vinden, dus mijn voornemen van de vorige dag moest ik alweer schenden. Om zeven uur had ik een plek met awesome uitzicht, stromend water en… shit, midges en een stenige grond. De haringen gingen er met geen mogelijkheid in. Terwijl ik proestte en mezelf sloeg om midges weg te jagen trachtte ik de elastieken van mijn tent om stenen te binden en hoopte ik dat het niet hard ging waaien. Shit, prioriteit 3 vergeten, zachte grond! En wat boeide dat uitzicht nou weer als ik tóch in de tent opgesloten zat? Ik was boos op mezelf, dat ben je dan makkelijker als je moe bent. De hele nacht regende het, maar mijn steenconstructie bleek gelukkig sterk genoeg. Ik at wat minder en sliep beter, dus dat was een win.

Wen bleek die dag ergens helemaal verkeerd te zijn gelopen, maar de volgende ochtend liep hij met met Jess en John voorbij terwijl ik mijn tent aan het inpakken was. Ontbijten was weer een onmogelijkheid door de midges, later op de dag zouden ze minder worden. De wandelaars wachtten op mij en zo liepen we af en toe samen, maar meestal apart van elkaar, op weg naar de gezamenlijke bestemming: de bothy. Vrijwilligers onderhouden een heleboel van deze hutten in de wildernis van Schotland en je mag daar je matje uitrollen en als je wilt een vuurtje stoken. Echt een fantastisch concept en een fijn vooruitzicht met mijn inmiddels groter geworden blaren! De route was nu echt waanzinnig geworden. De dramatische wolken maakten de hoge bergtoppen extra imponerend en ik voelde me ultiem hobbit. Wel was mijn hoofd weer een beetje chagerijnig en was ik erg moe, gelukkig zou het maar een korte wandeling zijn. In de bothy, waar we om drie uur al aankwamen, vermaakten we ons met saaie verhalen en spinnen bekijken en las ik in Twilight.
Het regende buiten dus we bleven lekker binnen en aan het eind van de middag arriveerden er nog twee gasten die daarna nog ‘even’ een ridge gingen beklimmen. De moeder in mij maakte zich wel een beetje zorgen toen ze om half tien nog niet terug waren, maar kort daarna strompelden ze doorweekt binnen en rolden hun matjes uit. Ik sliep licht maar lang met op de achtergrond het rustgevende geluid van zacht gesnurk en krakende matjes.

Als ik in bed lig doen al mijn spieren pijn, maar wonderbaarlijk genoeg is dat de volgende ochtend helemaal weg. Mijn schoenen waren vanochtend wel zeiknat, maar vanavond was mijn bestemming een camping en zonder spierpijn en na een halve rustdag had ik weer goede moed voor het lopen. En na vannacht zou ik weer naar de stad vluchten, lekker chillen en buiten zijn zonder kapot gestoken te worden, dat was een motiverend vooruitzicht.
Mijn hoofd is een soort pokdalig geheel van alle bulten en ik snap niet dat er überhaupt mensen aan het kamperen zijn op dit moment, mezelf geïncludeerd. En de midges worden vanaf nu alleen maar erger, dus wat wordt mijn volgende plan? Een indoor iets? Vijf weken lang een stads moppie zijn? Huilen? Of toch de midges maar trotseren en me niet gewonnen geven? Ik vond het wandelen wel echt tóf. Zwaar, maar tof. En ik zie het mezelf wel nog een keer doen.
Ooit maakte ik op een fietsreis een gedicht over de voordelen van wind. Ik had er toen namelijk zo’n godsgruwelijke hekel aan dat ik het om probeerde te denken om niet té agressief te worden. Na deze trip kan ik een zeer belangrijk voordeel van de wind toevoegen hieraan, want de wind was mijn held deze trip:
Dat is het voordeel van de wind
Het geeft een duwtje in de rug
Meer glinsteringen in het water
Het laat kleding drogen
Molens draaien
Zaden waaien
Dat is het voordeel van de wind
Het brengt verkoeling met zich mee
De boten over meren
Het laat bladeren ruisen
Vuren laaien
Vlaggen zwaaien
Dat is het voordeel van de wind
Het blaast de herfst uit elke boom
De muggen (midges) ver van tenten
Het laat vogels zweven
Gezichten aaien
Niemand maaien
Xx


Plaats een reactie