Gewoon weer even een blog over hoe alles gaat. De dingen worden al vanzelfsprekender, dus dan denk ik er ook minder aan om het te uiten. Het voelt alsof er minder te vertellen is, maar eigenlijk is er heel veel te vertellen.
Regen
Allereerst is het erg nat. Het regent véél. Ik sta op een aardeplek (dus niet op gras) en alle modder spat op tegen mijn tent en tegen de spullen die buiten staan. Dat geeft een heel rommelig gevoel en als ik ook maar iéts van mijn bezittingen aanraak zit er modder op mijn handen, wat arelaxt is. Het ziet er ook gewoon onverzorgd uit, een beetje verwaarloosd. Dat vind ik vervelend, want schone spullen geven een knusse sfeer en daar ga ik goed op. Maar ik besef ook dat het even accepteren is. Dingen zijn gewoon even goor, alles is gewoon even nat. Het is even onbeholpen, maar het hoort erbij.
De tarp is een ander probleem. Die is juist voor de regen opgezet, zodat ik buiten kan koken en buiten kan zitten. In mijn tent koken is veel te gevaarlijk, al helemaal met een bezinebrander. Risico’s zijn: compleet in de hens vliegen, koolstofmonoxidevergiftiging, of gewoon gore longen van de benzinerook. Bovendien geeft binnen koken ook veel vocht en veel zooi met groen afval en dergelijke. Dus de tarp is perfect, ik kan dan ook lekker naar het bos kijken terwijl het om me heen regent en ik het hoor klateren op het doek. In de tent kan ik met regen alleen met de luifel dicht zitten, anders regent het naar binnen. Dus dat is ook een beetje saai, omdat ik het bos wil zien!
Het waait nu alleen zo ongelofelijk hard, dat mijn tarp steeds loswaait. En als hij niet loswaait, omdat ik zware spullen erop heb gezet, dan wappert hij als een gek tekeer wat ik ’s nachts steeds blijf horen. Misschien moet ik een andere opstelling bedenken, maar ik weet niet zo goed wat. Ik sta bovendien ook op een hoge plek en vol in de wind, dus misschien moet ik gewoon binnenkort weer een ander plekje opzoeken en dat een nieuwe kans geven. Een paar dagen had ik mijn tarp gewoon afgebroken, de spullen die buiten staan mogelijk eigenlijk wel nat worden! Alleen dan had ik weer geen lekker zitplekje om onder te schuilen bij weer en wind.

Het tentdoek waait steeds droog door de harde wind, dat is wel echt fijn! Het voelt gewoon goed dat hij niet continu zeiknat is. Binnen blijf ik ook lekker droog, superfijn. Het grondzeil is alleen wel nat en de lagen die daar overheen liggen inmiddels ook al. Eén dag heb ik alles eruit gesleept en de kachel aangezet, maar het deed niet zoveel voor de grond. Bovendien blijft het nog wel even regenen, dus dat is dweilen met de kraan open – bijna letterlijk! Veel van de regen is dus echt weer een stukje overgave. Ja, ik ben beperkt. Ja, de tarp wappert. Ja, alle spullen buiten zijn nat en goor. Ja ik moet de hele dag een regenpak aan. Maar is dat allemaal echt zo erg? Is het echt zo erg om nat te zijn? Het belangrijkste is ’s nachts droog en warm te zijn, maar een beetje natte spullen zijn geen ramp.
En dan komt ook altijd weer mijn eeuwige troost: ooit wordt het weer droog (of: ooit wordt het weer warm. of: ooit gaat het weer regenen. of: ooit gaat de zon weer schijnen). Niets is voor altijd en dat herinnert mij eraan dat ik er juist van moet genieten. Ik was me aan het inlezen over de Cape Wrath Trail die ik in de zomer met Zora ga doen, het schijnt dat natte voeten daar onvermijdelijk zijn. Een man schreef allerlei opties om natte voeten te voorkomen (schoensoort, extra lagen, etc), maar uiteindelijk concludeerde hij dat de beste optie was: don’t bother. Wat is er precies zo erg aan natte voeten? Iets blaargevoeliger misschien, plak je een extra pleistertje. ’s Nachts droge sokken aan, en het komt allemaal goed. Veel is mindset.
En die mindset ontwikkelt zich ook langzaam bij mij, want ik hou ook erg van regen. Ik hou van een nat bos, het voelt vruchtbaar, gezond. Ik hou van ons waterland, met volle rivieren waar we in kunnen zwemmen of op kunnen schaatsen. Ik hou van de kleur van donkere natte boomstammen, met hun prachtige kronkelende wintertakken. Ik hou van de geur van natte bladeren gemengd met natte aarde.

Stadsleven
Sowieso heb ik niet veel te klagen. Ik ben bijna iedere dag wel onder de pannen, letterlijk. Ik werk bij een collega, of in een café, of ik ga chillen in de bieb. Op bezoek bij mijn ouders, eten bij mijn broer, er is genoeg in de buurt waar het droog en warm is. Dat is tegelijkertijd ook een nadeel. Ik merk dat ik de laatste weken steeds een beetje ‘vlucht’. Dan denk ik: och, het regent, snel een droge plek opzoeken. Maar als je niet lang met de regen geconfronteerd wordt, bedenk je ook geen handige oplossingen. Als ik een hele dag bij de tent zit terwijl het regent moet ik creatieve oplossingen bedenken om de dag door te komen. Om de tent droog te houden. Om me te vermaken. Om te koken en eten. Alleen als ik er dóórheen ga, kan het leven op die manier comfortabeler worden.
Bovendien merk ik dat het leven in de stad een beetje botst met het leven in de tent. Het tempo in de stad is snel, in het bos is traag. En soms neem ik dat snelle tempo mee naar het bos en raffel ik de dingen af. Het is juist zo fijn aan het eenvoudige leven dat je de tijd mag nemen (en de tijd hebt want: minder uitgaven, dus minder werken, etc) en daar voldoening uit haalt. Dat een kopje koffie zetten (zie vorige blog) moeite kost, is juist fijn. Maar nu ontwijk ik het soms en denk ik: ik haal wel ff koffie in de stad.
Misschien zou het ook wel eens goed zijn om wat meer afstand op te zoeken. Ik zit al te denken om in de zomer een maandje in Drenthe in het bos te staan, gewoon even wat verder weg van alles dat ik ken. Nu moet ik het met discipline doen en mezelf genoeg ‘lege’ dagen bij de tent gunnen. Want ik plan mijn agenda nog steeds vol, ben vaak laat thuis, en dat helpt allemaal niet met een traag tempo aannemen. En dan gaat de tent en haar uitdagingen soms irriteren.

Altijd in het bos
Ondanks dat ik veel in de stad te vinden ben, ben ik ’s ochtends meestal tot 11:00 nog wel bij de tent en ’s avond niet veel later dan 21:00 thuis. En die momenten zijn al zo ontzettend fijn! De afgelopen weken kwam ik regelmatig thuis met een prachtige sterrenhemel boven me, en met behulp van een app en boekjes uit de bieb ben ik sterrenbeelden aan het herkennen en meer aan het leren over ons zonnestelsel (komt vast nog een keer een blog over). Gister heb ik ’s nachts een uur door het bos gewandeld, om een plekje waar veel dassensporen zijn te bekijken. Niks gezien, maar het was een heerlijke wandeling. De afgelopen dagen stonden er ook wat meer mensen die lekker kampvuurtjes maakten (als het droog was) en soms sloot ik daarbij aan en had ik fijne gesprekken. Hoe graag ik ook nóg meer het leven bij de tent zou willen omarmen, het brengt me nu al zo ongelofelijk veel. Het bos is mijn basis geworden. Mijn thuis. Ben ik overprikkeld van werk, een uur later sta ik me zo te concentreren op de stand van de maan dat ik alles vergeet.
Volgende week pak ik mijn spullen in en ga ik een week bij mijn ouders in huis chillen. Even alle spullen drogen, even afstand nemen van het tentleven. Misschien blijf ik drie weken (ze zijn op vakantie), misschien verlang ik na één week alweer naar het bos. Het kan allemaal. Ik ben nu al aan het bedenken wat ik anders wil. Ik vind mijn tent te vol en te rommelig. Ik wil nóg minder spullen. Ik wil misschien de spullen die buiten staan ook minimaliseren en de spullen die daaruit overblijven toch binnen zetten. Overzichtelijk en netjes: alles in de tent. Ik kook op benzinebrander, maar eigenlijk zou een gasbrander nu prima kunnen, het is hartstikke warm. En die is iets gebruiksvriendelijker, één knop en aan (wel kostbaarder). Maar ik wil niet allebei mee, dus nog even over nadenken.
Ik slaap al een paar dagen niet meer op mijn matje maar op het schapenvelletje (met nog wat dekens eronder) wat ik heerlijk vind. Misschien laat ik mijn matje dus ook wel thuis, maar dat moet ik eerst even uitproberen met vrieskou. Ik twijfel zelfs of ik niet gewoon de zomerstok in de tent doe in plaats van de kachelbuis met kachel, maar dat is wel een risico denk ik. Het vuurtje geeft me af en toe nog erg veel comfort, maar het is zo’n lomp ding! Ik verlang soms ook wel naar mijn trekkerstentje, maar volgens mij moet ik dat niet willen nu. Ik vind mijn tent best opvallend en groot en je verplaatst hem niet zomaar als je ontevreden bent over de plek. Een trekkerstentje is daarin veel handiger, maar als je een dag regen hebt dan kun je daar je kont niet in keren.

Vrij en blij
Al met al is het tot nu toe en groot succes, eerlijk gezegd. Ik was erg bang dat de regen en kou het ondragelijk zouden maken, maar het valt allemaal wel mee. Een mens kan veel aan. Dat maakt het meteen duidelijk waarom het tentleven zo leuk is: je leert je eigen krachten kennen. Je leert dat je ook prima buiten kunt zijn in de regen. Je leert dat het bos in het donker niet eens echt eng is. Je leert welke spullen je nodig hebt om warm te blijven.
Daarover gesproken: een andere slaapzak zou fijn zijn. Maar die zijn erg duur en ik weet niet zo goed welke te kiezen. Tegelijkertijd vind ik het ook iets charmants hebben om het te doen met wat ik al heb. Juist een levensstijl waarin je creatief omgaat met wat er al is, is aantrekkelijk. Het kost meer tijd, maar die tijd heb je, omdat je geen geld hoeft te verdienen om efficiënte spullen mee te kopen. En dus combineer ik dekens, slaapzakken die ik al had, haak ik mijn eigen hoofdband (primeurtje!), leen ik spullen van mensen. Dat voelt heerlijk avontuurlijk en vrij! (De vraag is wel hoe ik dat zou doen als ik weer ga wandelen met rugtas, dan maakt gewicht veel uit. Ik heb nog veel te leren, dat blijkt. Twee maandjes in een tent in de winter vertellen je niet meteen hoe je in elke omstandigheid warm kan blijven).
Heel veel zin in alles wat ik nog ga leren in mijn leven.
Dankjewel voor het lezen, en laat gerust hieronder achter wat je ervan vindt! Vind ik leuk. Liefs, Simone

Plaats een reactie