Het nadeel aan je vervelen is niet dat je niks te doen hebt, maar dat je plots motivatie verliest voor alles in het heden en in de toekomst. Je krijgt een soort onverschillige blik op het leven. Ik, althans. Misschien is het de zee van tijd waardoor niets urgent lijkt en er nergens druk achter zit. Ik kan alles doen en daardoor doe ik niks. Apárt.
Aan de andere kant, zoveel kan ik nu niet doen. Dat is juist het probleem. In de zomer verveel ik me ook wel eens, maar de oplossing is dan altijd een rondje door het bos wandelen. Nu is het donker en het regent. Het is de hele maand al donker en het regent al weken. Zo voelt het, althans.

Ik probeer het meta te zien. De grootste uitdaging van het tentleven zijn juist dit soort worstelingen. Het niets kunnen doen en het grote contrast daarin met het leven van leeftijdsgenoten. In plaats van dealen met stress moet ik dealen met verveling. Ik weet niet welke erger is, maar tegen het laatste kan ik beter dan tegen haast, druk en continue hartkloppingen.
Verveling is ook een kans. Een ruimte om dingen te doen of te bedenken die diep van binnen borrelen. Opeens maak ik uit wanhoop tijd voor een boek, voor een armbandje maken van gedroogde bladeren, voor koken op kampvuur (als het niet regent dan). Maar nu zijn mijn opties op. Op-ties. Ik heb al gedoucht en dat heel lang gerekt. Mijn boek is uit. Ik heb al mijn appjes beantwoord.
En morgen begint hetzelfde riedeltje van voor af aan. Wakker worden op dezelfde camping; op dezelfde manier koffie zetten; naar dezelfde bushalte om achter dezelfde laptop te gaan werken in dezelfde stad als waar ik als baby al kwam. Niet zo gek dat ik uitvluchten bedenk in mijn hoofd. Opeens wil ik een vriendje (ik lijk wel gek) en bedenk ik het ene na het andere gestoorde plan voor mijn leven post-werk (post als in ‘na’, niet als in brievenpost).
Ook daarin lijkt niets goed genoeg. Naar het Midden-Oosten om Arabisch te leren: saai. Fietsen door Schotland: saai én eenzaam. Mijn zus opzoeken die dan in Canada zit: kan. Werken op een boerderij is Nederland: hm. Of ik mezelf té vrij heb gemaakt, of dat dit een onvermijdelijke reactie is op een leven in de natuur waar ik doorheen moet, ik weet het niet.
Misschien is dit een fractie van wat mensen voelen als ze wetenschappelijk werk moeten doen op de Noordpool, in de winter, waarin het dan de hele dag donker blijft. Ik weet niet waarom ik daar aan denk, maar de vergelijking dient zich aan in mijn hoofd. Mensen die het achteraf een prachtige verstillende ervaring vonden, maar die niet makkelijk was. Dat ze het prachtig vonden verzin ik er even bij, maar dat lijkt me wel.

Het leven in de tent is niet makkelijk. Ik denk dan aan kou, aan nattigheid, aan spierballen nodig hebben. De grootste uitdaging is misschien wel het mentale proces. Ik moet hiermee leren omgaan – of beter – ik wíl hiermee leren omgaan. Vanochtend zag ik weer heel duidelijk voor me waarom ik dit doe. Het is een oefening, een geleidelijke opbouw naar iets groters. Plassen regenwater in de voortent, eenzaamheid, verveling, existentiële vragen, koude nachten, ik wil ze aankunnen. Ik weet niet precies waarom, maar ik wil het*.
Shit, nu ben ik ook alweer klaar met schrijven. Gelukkig is het tien uur, tijd om te gaan slapen.
Liefs! Si
* Waarom is me een raadsel
* Niet dat ik die motivatie nu zo sterk voel met dat allesoverheersende vervelingsgevoel
* Betekent nog niet dat het leuk is

Geef een reactie op Christel Groothuis-Jansen Reactie annuleren