Categorieën:

Bergen zijn zo waanzinnig, overweldigend mooi, dat ik me er soms even van terug moet trekken om het te verwerken.

Dat ging er door me heen toen ik eergister met de ferry het eiland Arran achter me liet. Besneeuwde toppen zwaaiden me uit, maar ik zwaaide niet terug maar keerde me om naar het vasteland. Daar waar de heuvels laag waren en het landschap rustig. De afgelopen vijf nachten op het eiland had ik de schoonheid van de bergen ten volste in me opgenomen en nu was het tijd voor rust.

Gaspeldoorn

Na een anderhalve dag fietsen vanaf mijn oom en tante in een klein pittoresk dorpje in het Zuiden van Schotland, pakte ik doodmoe de ferry naar het eiland. Ik had die nacht in een duinpan gekampeerd in een vrij bevolkt gebied, en hoewel ik me er veilig voelde en het een mooie plek was deed ik geen oog dicht. Een soort alertheid bleef ik behouden, waardoor ik niet écht weg kon zakken. Misschien door de wind, of toch door het idee zo zichtbaar te zijn. Ach, een keer een nachtje skippen is geen grote ramp. De boot was twintig kilometer verderop en vanaf de ferry had ik al een leuk kampeerterreintje gezien op twintig minuutjes fietsen. Dus lekker rustig aan vandaag. Dat terrein zou wel primitief zijn met alleen een toilet en dus geen elektra of douche, dus op de boot deed ik nog een wanhopige poging mijn telefoon op te laden zodat ik niet in een café hoefde te zitten. Op dat moment wilde ik namelijk vooral zo snel mogelijk in mijn tent liggen.

De overtocht duurde een uur en we voeren op een bergachtig eiland af. Ik vond het allemaal niet zo boeiend en ging daarmee twijfelen aan mezelf. Ik kan namelijk ook enorm onder de indruk zijn van natuur en het uitschreeuwen van genot, dus als ik iets opeens niet zo boeiend vind word ik altijd een beetje bang. Me vlak voelen, daar kan ik niet zo goed tegen. Maar de afgelopen jaren in de natuur heb ik dit vaker gehad en weet ik daardoor dat je niet altijd actief hoeft te genieten van de schoonheid of uniekheid van je omgeving. Ik hoef niet altijd actief te waarderen dat ik buiten ben, of me altijd dankbaar te voelen als ik op mooie plekken kom. Ik weet dat de natuur een goede invloed op mij heeft, gewoon op mijn algehele staat van zijn. Soms voel ik heel actief bewondering, en soms voel ik me gewoon goed. En soms voel ik me belabberd, ondánks de plek waar ik ben. Ook prima.

Het eiland was gehuld in wolken terwijl de kust waar ik vandaan kwam zonnig was. Je kon gewoon zien dat de wolken een poging deden weg te drijven, maar tegen de bergen op botsten. Ik en mijn fiets werden dan ook met een flinke regenbui ontvangen, maar het kon me niet schelen geloof ik. Ik wipte nog even naar binnen bij de toeristeninformatie voor een wandelkaartje en bij de Coop voor Kitkat, wraps en melk om warm in de koffie te kunnen doen. In de stromende regen trapte ik staand tegen de helling op tot ik om de bocht een prachtig grasdal zag liggen met een stromende beek erdoorheen. Dit was dus de camping! Twee kleine tentjes ver uit elkaar verwijderd bevestigden mijn vermoeden. Terwijl ik ging verkennen wat de beste plek zou zijn dreven de wolken verder en onthulden daarmee een besneeuwde bergtop in het verre landschap. Wauw wauw wauw, en of ik nu extase voelde! Die regen kon me geen zak meer boeien, dit was de mooiste kampeerplek OOIT! (Denk ik altijd bij een mooi plekje).

Naast de geel bloeiende gaspeldoorn zette ik mijn tent met z’n kontje in de wind en de opening naar de bergtoppen. Terwijl de regen afnam installeerde ik me binnen met mijn chocola en decafé bakkie, de voortent open en mijn warme slaapzak over me heen gedrapeerd. Kijkend naar bergen, het geluid van de stromende rivier, warmte en lekker eten. Puur geluk, puur genot. Meer hoeft het leven van mij niet te bieden. Dit is alles, en dan te bedenken dat op dat moment (woensdag) er mensen in Amsterdam Zuid op kantoor zitten. Zij liever dan ik!

Ik wist nog niet precies hoeveel dagen ik hier ging blijven, maar er leken wel wat toffe hikes in de omgeving te zijn. De hoogste top was vlakbij, 870 meter ofzo maar dat was volgens het boekje een A+ wandeling waarvoor je fully equipped met kompas en kaart enzo moest zijn. Ik wilde mezelf niet overschatten dus ging maar voor de B wandeling, waarvoor je ‘wel echt fit moet zijn en een goede uitrusting nodig hebt’. Na de volgende dag uitgebreid gebruncht te hebben bij het startpunt (want ja ik moest toch een keer dingen opladen en het was toch prutweer) begon ik aan de uitdaging die al een stuk toegankelijker was geworden door de heldere lucht die verscheen. Ik kwam door een prachtig maanlandschap met weer die bergen op de achtergrond en heb een uur bij een waterval gezeten genietend van de grootsheid van de dingen en de nietigheid van mezelf. Maar eerlijk gezegd: een wandeling in het Amsterdamse bos zou zwaarder zijn geweest.

Ik was dan ook aan het begin van de middag alweer terug bij de tent en hoewel het heerlijk vertoeven was begon ik me toch een beetje te vervelen. Alles was al gefixt: eten, een slaapplek. Ik had al bewogen en de omgeving verkend en ook al in een café gezeten. Uit verveling had ik eigenlijk ook weer geen zin om actie te ondernemen en bleef ik in een cirkel hangen. Een stukje moeite met overgave aan het niets doen denk ik. Op zulke momenten kan ik me best alleen voelen en een beetje in een negatieve spiraal raken. Dan ga ik piekeren over of ik wel de juiste keuze heb gemaakt door alleen te gaan reizen, hoe ik dit allemaal vol ga houden in de toekomst, of er ooit iemand zal zijn waarmee ik dit samen zou kunnen doen, of ik dat überhaupt wel zou trekken omdat ik juist zo graag mijn eigen flow volg en me dan weer aan moet passen, dat ik dus moet kappen met zeiken omdat ik echt een droomleven leid, et cetera. Meestal is de oplossing breien, gewoon net zo lang breien tot het tijd is om te eten en daarna weer breien tot het tijd is om te slapen. Een beetje gezelligheid was welkom geweest: moest ik dan naar de andere tenten gaan en een gesprekje aanknopen? Nee dat voelde te geforceerd. Wat ik vooral nodig had was vertrouwen. Vertrouwen op de toekomst en gewoon even accepteren dat het vooral verveling was dat ik voelde en geen signaal dat ik alles verkeerd aanpak.

De geit is gevallen

Het universum zond mij de volgende dag een leuke compensatie. Terwijl ik me gewaagd had aan die A+ wandeling (lekker lange dagbesteding leek me, en een flinke uitdaging) haalde ik een man in die even pauzeerde op een rotsblok. We waren al aardig de hoogtemeters in geklommen en niet de enigen op het pad. Hoewel het niet echt druk was, zag je toch voor je en achter je wel andere klimmers, wat eigenlijk wel een fijn gevoel gaf. Al helemaal toen het pad overging in sneeuw en rotsblokken en vervolgens nog diepere sneeuw waar ik eens tot mijn kruis aan toe in zakte! Ik kon mezelf er goed uit hijsen, maar het idee was fijn dat er altijd hulp dichtbij was.

We knikten elkaar kort toe, hij in zijn t-shirt en ik in mijn hemdje want van klimmen in de zon krijg je het warm. Ja, de zon scheen precies op de dag dat ik een top ging beklimmen, wat een geluk toch weer! Anders had ik het ook wel gedaan en ook leuk gevonden, maar dit was leuker! Terwijl ik hem voorbij liep realiseerde ik me dat die man me nogal bekend voorkwam en voordat ik er erg in had sprak ik het naar hem uit: ‘Hey, weren’t we in the same plane together?’. Vorige week vloog ik op en neer naar Nederland voor de begrafenis van mijn oma en op de weg terug naar Glasgow zat er een beetje een gothic achtige dude in het vliegtuig die me opviel vanwege zijn vette legerboots. Hij herinnerde het zich ook en we vonden het nogal bizar dat we elkaar hier, opweg naar de top van de berg Goatfell, tegenkwamen. What are the odds? We zouden elkaar wel weer zien op de top zeiden we, en terwijl ik daar een hele tijd later zat uit te puffen van de intensiteit van het ploeteren door sneeuw en over rotsen en het tegelijkertijd proberen niet uit te glijden en 870 meter naar beneden te donderen, zag ik geen gothic. Saai, maar oké. Met trillende benen waagde ik me aan de afdaling en doodmoe stond ik anderhalf uur later bij mijn fiets aan de voet van de berg. Daar zat meneer een biertje te zuipen. Hij was vlak voor de top teruggegaan omdat het hem iets te gevaarlijk werd (kun je nagaan hoe baddass – of dom – ik ben :p). Nou, verder is dit verhaal niet heel spannend, behalve dat ik even met hem heb staan ouwehoeren wat gewoon gezellig was, haha. Hij woonde in Amsterdam , was Engels, en zijn ouders woonden op dit eiland. Hij miste de bergen en de sneeuw intens (duhh, waarom ga je ook in Amsterdam wonen gék) en was daarom voor het Paasweekend teruggekeerd. Lachen!

Gezeik en geluk

Na drie dagen op het kampeerterreintje te hebben vertoefd had ik zin in actie! Lekker fietsen en nieuwe plekken ontdekken. Het was een pittige tocht langs de kust van het eiland met veel heuvel en veel auto’s die langsraasden. Maar het was wárm! De zon scheen, ik fietste in mijn t-shirtje, en steeds kwam de weg weer uit bij de stralend blauwe zee. Wauw! Ik fietste rustig aan zoals ik altijd doe en stapte bij elk mooi plekje af. Steeds achter me of voor me zag ik de besneeuwde toppen en ik was diep onder de indruk. Aan het eind van de dag was ik echter doodmoe en hongerig. De heuvels waren er veel en ik kon weer mijn eerste versnelling niet gebruiken – dan vloog de ketting eraf. Ik had ook niet echt de tijd genomen voor lunch en was dus ontzettend hangry. De camping waar ik op had geaasd viel in deze bui dan ook erg tegen, maar de eigenaresse was precies hoe je je een Schotse vrouw zou inbeelden: klein, lang rood haar, een heftig accent, en gewoon megalief. Ze gaf me het mooiste plekje en ik douchte uitgebreider dan ik ooit had gedaan. Ze zei me dat ik zeker in het dorpje verderop een biertje moest gaan drinken bij zonsondergang, dus na snel wat wraps naar binnen gepropt te hebben en me weer helemaal blij te voelen racete ik de heuvel af en genoot van een groot glas appelcider en een inderdaad waanzinnige avondlucht.

En toen begon het gezeik. Misschien was ik brak de volgende ochtend en daarom chagerijnig, of misschien was het om mijn buren die vanwege een lege accu besloten om 8:00 de motor van de auto een half uur te laten ronken. Op nog geen vijf meter van mijn hoofd. Ik word liever wakker van vogelgezang, eerlijk gezegd. De zon scheen, maar ik vond het vooral irritant en intens. De chocolaatjes die de eigenaren uitdeelde vanwege Eerste Paasdag verbeterden mijn humeur ook niet en ik had totaal geen zin in inpakken of fietsen, maar ik had al helemaal geen zin hier te blijven. Aangezien de zon scheen waagde ik het  aan mijn fiets te gaan sleutelen die opeens ook een lekke band bleek te hebben. Twee uur later waren mijn versnellingen alleen maar slechter afgesteld maar besloot ik toch maar te gaan fietsen. Fietsen of überhaupt beweging is vaak de oplossing voor zo’n bui, maar in de eerste vijf kilometer al vier keer je ketting eraf niet, kan ik je vertellen.

De fietsenmakers van het eiland was ik blijkbaar de vorige dag al gepasseerd, dus mijn oplossing was gewoon de laagste versnellingen niet meer gebruiken en dan maar veel lopen. Ik heb toch geen haast. Maar de drama was weer allemaal voor niks. Het grootste deel van de route bleek vandaag plat en wederom voelde ik me de grootste geluksvogel op aarde. Toen ik vervolgens een zeehond op een rots in de zee zag liggen barstte ik in huilen uit van ontlading, geluk en genot. Wat een grootsheid dit leven, wat een avontuur, wat een wonderschone natuur! Mijn tentje zette ik die avond op bij een bankje langs de weg met uitzicht op zee en ik sliep heerlijk. Alles kwam gewoon weer goed en fuck die versnellingen. Komt wel joh. Lopen is altijd een optie.

Heksje in het bos

En zo nam ik afscheid van het eiland, totaal overweldigd van alle ervaringen. Ik was voornemens nog meer wandelingen te maken, maar het was genoeg zo. Misschien kom ik ooit nog wel terug. Wat me nu nog restte was een tocht over het vasteland naar een Wwoof-plek waar ik twee weken zou werken in ruil voor kost en inwoning. Ik had pas de volgende dag daar afgesproken, dus in een bos vlak ervoor duwde ik mijn fiets door de modder en over rotsige paadjes op zoek naar de perfecte kampeerplek. Bos was lang geleden! Omdat het nog middag was had ik alle tijd om kritisch te zijn naar een plek en ik besefte me dat dat voor mij een waardevol onderdeel van dit fietsleven is. Het doel is niet fietsen, het doel is buitenleven. Het fietsen is een middel daartoe, net als het kamperen. Ik vind het dus heerlijk als ik op een dag lekker de tijd heb om te genieten van de ochtend, van de omgeving onderweg, en goed de tijd neem voor een leuke kampeerplek als dat even mogelijk is. Daardoor fiets ik vaak maar 30/40 kilometer per dag, maar dat is helemaal prima want ik hoef nergens heen, heb geen einddoel. Ik wil gewoon genieten van de dag (en soms kan dat juist ff doorbeuken zijn, maar daarvoor is het wel relaxt als je fiets het een beetje goed doet haha).

Vlak voor ik op een magische open plek in het bos kwam (een neolitisch graf) stond ik oog in oog met een grote rode vos. Daardoor werd ik me nog bewuster van het onzichtbare leven in het bos, de dieren die zich voortbewegen in de schaduw van de sparren. De open plek was bezaaid met mos en oude stenen en met lichte voettreden begaf ik me naar het midden. Het voelde gewoon heilig, zo stil en prachtig was het. Ik zette mijn fiets neer en ging te voet verder verkennen waardoor ik me een half uur later op een uitzichtpunt begaf met een oude ruïne. Geen mens te zien, alleen vogels en krakende lariksen. Ergens vond ik het ook een spannende plek, maar kon ik me er ook volledig in mengen. Het voelde alsof ik heel goed één kon worden met deze prachtige duisternis hier en alles wat potentieel angstig kan zijn kon zien als een fijne vriend. Dieren, geluiden, oude graven. In het bos ben ik een heks. Mijn tent kreeg een waardig plekje aan de rand van de open plek en de rest van de middag breide ik aan mijn eerste sok terwijl het licht miezerde. Ik sliep laat in, op mijn matje die trouwens ook al een week lek is maar gelukkig nog een beetje isoleert.

Een tijdje hier

En daar zit ik dan, op de schommelstoel in een kamer voor mezelf. Over een paar dagen deel ik die met een Franse vrouw – misschien ga ik dan wel over naar mijn tent maar misschien ook niet. Ik zit in een ‘passive house’ dat zichzelf goed warm houdt, bij Ed en Carina, die 40 ha land bezitten met veel eikenbos en twee grote moestuinen. Aan de kust staat ook nog een klein hutje waar een stelletje in slaapt dat hier ook werkt, en vlakbij het huis staat een camperbusje met weer een ander stel erin. ’s Avonds aan tafel is het een drukke, gezellige boel en overdag doet iedereen diens klusjes, samen of alleen. De man van het camperbusje bouwt een sauna, het vogelaarstelletje schildert vandaag naambordjes en ik stond agressief pitrus uit te moestuin te verwijderen en wat liefdevoller wilgen te planten. Vanochtend bakten we nog brood en apple crumble, gister woelden we grond om en verwijderden we niet-gewenste planten. Elke maaltijd is heerlijk en aangevuld met wilde daslook, gedroogd zeewier, en zelfgebakken zuurdesembrood. De kasten hier staan vol natuurboeken en van Carina leer ik de Engelse namen van alle plantjes die we tegenkomen. Een klein paradijsje, zegmaar.

Gister zaten we na het spitten even thee te drinken aan zee en te kletsen over van alles met de hostess en de andere vrijwilligers. Het vogelaarstelletje gaat meerdere Wwoof-projecten achter elkaar doen en zijn daarom met de auto. De man vertelde zelfs zijn trombone mee te hebben genomen, omdat hij op Arran mee wilde spelen met de lokale brassband. ‘Ja’, zei hij lachend, ‘we konden niet veel meenemen in de auto, maar wat wel mee moest waren the trombone and the mostrap!’. Er vanuit gaande dat dat het instrument van zijn vriendin was, vroeg ik aan haar wat dat was. ‘Het is net zo groot als deze bak’, zei ze wijzend op een grote emmer (ik dacht, oh, een tuba misschien?), ‘en er zit een doek overheen’ (ah, een pauk?!, raar om mee te nemen), ‘en de motten komen er dan in en gaan erop zitten’.

Een moth-trap. Joe. Om te observeren. Die twee zijn natuurgekkies net als iedereen hier en de hele dag kakelen we over vogels en planten. Ik zit hier twee weken, en volgens mij gaat het heel fijn zijn. En hopelijk wil de man van het camperbusje mijn fiets fixen ;).

Xxx! ❤️

Ontvang een mailtje van me bij een nieuwe blog! 🍂🍃

Voeg je bij 183 andere abonnees

Geef een reactie op Vera Reactie annuleren

4 reacties op “A trombone and a mostrap”

  1. Vera Avatar
    Vera

    Wat leuk om te lezen en zo wat mee te beleven van je reis. Wat prachtig die bergen. Love it! En het plekje waar je nu zit klinkt ook tof, veel plezier!!

    Like

  2. Annemarie Pol Avatar
    Annemarie Pol

    Klinkt goed daar!😍

    Have fun!

    Like

  3. Pelgrim Zora Avatar

    Wat was ik graag die nacht op het neolitisch graf bij je, om in het licht van Het Laatste Kwartier te dansen en vuur aan te wakkeren.
    🦆✨

    Like

  4. Koen Vandenberghe Avatar
    Koen Vandenberghe

    fantastische verhalen

    Like