Ted kwam twee weken geleden aan en we chillden hard in het Nivonhuis aan de kust. We lazen onze boeken, slenterden wat door de duinen, aten bananenpannekoekjes en speelde spelletjes. Het was er druk, want het was al voorjaarsvakantie ergens in het land. De kinderen vlogen ons om de oren en terwijl ik rustig een boekje zat te lezen klom er opeens een wildvreemd jongetje bij me op schoot om te knuffelen. Ik was er lichtelijk overprikkeld van, maar verder was het een ontzettend fijn verblijf en zo chill om eindelijk weer met Tedje te zijn!

Daarna begon onze nomadische trektocht. Echt concrete plannen hadden we niet. We wilden even een weekje Nederland, gewoon voor de lol. Dan door naar Fontainebleau, een gebied onder Parijs waar je goed kunt boulderen en dat is Teds passie. Dan door naar Grenoble, leuke dingen doen in de Alpen en eind maart werken we tien dagen op een geitenboerderij.
Ted heeft de auto mee uit Schotland en die volgestouwd met chille voorwerpen: een grote gasbrander met gasfles, dikke dekens en een tweepersoonsmat, een wat ruimere tent en zijn gietijzeren pan die we helaas bij mijn ouders hebben laten liggen. Dat was voor Ted geen probleem want hij wilde al een tijdje een roestvrijstalen pan kopen wat we meteen deden bij een mega Carrefour onderweg. Hij is er nu helemaal verliefd op: elke ochtend pakt hij hem even uit de auto, gewoon om te bekijken. Ik kom op nummer 2.

Ik haat lang autorijden dus na onze familiebezoekjes in Nederland splitsten we de reis naar het boulderwalhalla op in twee dagen. De eerste dag vertrokken we laat, omdat we altijd sloom zijn. Vlak voordat we Frankrijk binnenreden zou er in België een Nivonhuis zijn – ja die bestaan ook internationaal! We hadden al gebeld en gemaild en besloten er maar gewoon heen te rijden, maar het bleek een dooie boel. Alle stoelen stonden op tafel, de lichten uit. Na beter onderzoek bleek het louter een groepsaccomodatie, maar de tuin was zo groot dat het ons wel een chill plekje leek voor de tent! We boekten eerst een Airbnb en keken nog naar plekken op Campspace (alle campings zijn nog dicht in België en Frankrijk, anders hadden we dat natuurlijk gewoon gedaan mensen), maar toen cancelden we dat weer WANT WE ZIJN TOCH NIET ZWAK (grapje hoor, maar wildkamperen is een leuke uitdaging). We verstopten de tent in de bosjes en hadden echt een vet mooie plek en een heerlijk warm bedje. Ik kotste nog wel al mijn eten uit onder de donkere maan; haken in de auto bleek toch niet zo’n goed idee te zijn geweest.
Na een relaxte nacht kwamen we om 10:00 een keer ons bed uitkakken, nog steeds geen mens te zien. We klapten onze stoeltjes uit bij de achterbak van de auto en dronken ons bakkie op in de zon onder het genot van luid vogelgekwetter. Wat een leven! Vandaag zou ik rijden, wat nogal een crime is in een Britse auto. Ik heb echt het gevoel dat ik opnieuw moet leren rijden! Steeds als ik wil schakelen zet ik de richtingaanwijzer aan of klap ik met mijn rechterhand tegen de deur. Ik rij veel te ver naar links dus heb al menig stoeprand aangedaan, maar Ted blijft geduldig ookal is zijn auto best belangrijk voor hem. Hij klust er veel aan, dus als ik het zou mollen zou het wel zielig zijn. En onhandig. Maar tot dusver gaat het goed.

In Fontainebleau hadden we hetzelfde probleem. Alle campings waren dicht en het Natuurvriendenhuis konden we niet eens bereiken met onze veel te zwaar beladen auto die bij elke kuil in het zandweggetje de grond raakte. Ook dit huis had geen gehoor gegeven dus we hadden al weinig hoop. We gingen naar een parkeerplaats in het bos met het idee daar dan de tent ergens op te zetten, maar vanwege de populariteit van het gebied stond overal heel duidelijk dat het verboden was te kamperen en dat vonden we toch te riskant. Via Campspace vonden we om zes uur ’s avonds toch nog een tuin waar we mochten kamperen. Het was zo chill! Een prachtig Franse binnenplaats met een oude kerktoren ernaast en we mochten de open garage gebruiken als zitplek. Het was ijskoud, maar we zaten droog en de kruik warmde onze slaapzak al op terwijl Ted ons avondmaaltje kookte in zijn nieuwe pan.
De omstandigheden voor klimmen waren top, buiten dan. Zonnetje, droog, en redelijk koud. Mijn persoonlijke omstandigheden waren wat minder. Ik was ontzettend ongesteld en de koude nachten hadden daar niet echt een goede invloed op. We gingen klimmen, maar ik vond de schoenen kut zitten (je tenen zitten een beetje dubbel geklapt) en de kalk op mijn handen vind ik ook een heel vervelend gevoel. Na de eerste poging waarin ik een heel licht schrammetje op mijn elleboog opliep moest ik al huilen. “IK HAAT FUCKING KLIMMEN!”. Uiteindelijk ging Ted klimmen en ik op blote voeten over stenen springen en klauteren en was ik weer blij. Misschien is dat vrije dan meer mijn ding. ’s Middags moest ik weer huilen omdat Ted even met iemand moest bellen en ’s avonds ook omdat we een spelletje speelden dat ik niet snapte.

De volgende dag had ik buikpijn en ging Ted klimmen en ik hangen in de auto. Normaal moet ik op zo’n dag eigenlijk gewoon in bed liggen en de wc en waterkoker binnen handbereik hebben. De kou en beweging trok ik slecht en ik was nog depressiever dan de dag ervoor. Een belletje met mijn zus leerde me dat ik misschien toch even wat fysiek gemak op moest zoeken. Ted was het er helemaal mee eens dat we een airbnb’tje zouden boeken. We hadden ook al drie dagen niet gedoucht en poepen moest op een openbaar toilet bij die mensen in de tuin (zonder muren enzo haha) en het zou de komende nachten nog kouder worden. Ook al liep mijn menstruatie nu ten einde, het zou alsnog wel lekker zijn!
We pakten na de laatste nacht in de Franse tuin onze spullen en reden naar de Airbnb aan de andere kant van het grote bosgebied. We maakten nog een prachtige wandeling in de zon en gingen toen keihard chillen! We aten al onze etensrestjes op omdat we geen zin hadden om boodschappen te doen, namen lange warme douches en keken Scrubs op de laptop.
Nu mijn menstruatie ten einde was wilde ik boulderen nog een goede kans geven – daarvoor waren we immers hier. Dus we zochten we na een comfortabele nacht in een bed een mooi gebiedje op in de buurt en ik nam mijn teenschoenen mee. En het ging heel goed én ik vond het vet leuk! Als ik die stomme schoenen maar niet aanhoef. Deze boulders waren ook wat toegankelijker, dus dat was ook goed voor de motivatie. Een heerlijke dag in het bos met de zon, wat een geluk!

Vandaag rijden we naar het Zuiden. Ted zou de eerste helft rijden, ik de tweede. Ik vroeg Ted hoe ik hem om zou kunnen kopen de hele tocht de rijden, want ik heb een hekel aan autorijden, haha, misschien ook door deze ‘nieuwe’ auto met het stuur rechts. Het was snel gefixt, hij vond het prima. We pakken wel lekker de duurdere tolwegen omdat we daarmee vijf uur in plaats zeven onderweg zijn. We slapen weer in een Airbnb en gaan morgen naar een vriend van Ted die met zijn familie in een vakantiehuisje in de natuur zit.
Kamperen met een auto is echt een nieuw niveau. Enerzijds is het fantastisch met altijd een plekje om te schuilen en heel veel chille spullen mee. Maar het maakt het ook een beetje random. Fietsen en wandelen is op zichzelf al een doel, maar autorijden doe je meestal alleen om van A naar B te komen en is dus best gek om de hele tijd te doen. Verder hangen we een beetje, bedenken we elke dag weer wat we die avond gaan eten, en vermaken we ons met boeken, handwerk (ik), wildplukken, klimmen, enzovoorts. “This is such a random trip”, zei Ted net toen we in een mega shoppingmall aan een tafeltje chips als lunch zaten te eten. Maar eigenlijk is het niet echt een trip, gewoon een leefstijl. Alsnog random. Joejoe.


Geef een reactie op Hems Zwier Reactie annuleren