Categorieën:

Toen ik in een tent woonde, deelde ik mijn favoriete kampeerterreintje eens met een Friesche boer. Hij hield van schaken, en was verder eigenlijk ook gewoon zwerver. Op zijn fietsje en met zijn tentje genoot hij van het vrije leven. Ik vroeg hem hoe hij dat in de winter deed, en hij antwoordde: ‘oh, dan slaap ik vaak in Nivonhuizen’. Daar had ik nog nooit van gehoord. Het was een relatief goedkope optie voor een bedje, vertelde hij me.

Na wat uitzoeken was ik verbaasd dat ik hier nooit eerder van had gehoord. Of eigenlijk: dat ik er nooit verder in was gedoken. Want ooit was ik eens langs een Nivonhuis gepasseerd met een vriend en besloten we dat het saaie boel was. Niks voor ons. Maar toen ik het ging onderzoeken, vond ik het een fantastisch concept. Je wordt lid, betaald iets meer dan twee tientjes per nacht en krijgt dan een privékamertje en deelt de faciliteiten zoals een grote keuken en de badkamers. Maar het belangrijkst: al de huizen staan middenin, of heel dichtbij, natuur! Hoe perfect!

Inmiddels is door belastingstijging de prijs wat gestegen, maar nog steeds is het een heel betaalbaar en superleuk. Je komt lekker gekke mensen tegen, hoort soms de kinderen aan het einde van de gang ’s nachts huilen, en hebt dan weer bijna het hele huis voor jezelf alleen. Het is van socialistische oorsprong en neigt soms naar wat niet-Christelijke Calvinistische vibes (lichten uit, grauwe muren, simpele meubels), maar dat kan ik wel waarderen.

Naar de Bosbies
Er zijn dertien huizen, en in de afgelopen 3 jaar heb ik er maar liefst 11 aangedaan. Tijd om de laatste paar af te klappen. Inmiddels heb ik mijn ouders ook enthousiast gemaakt voor dit concept en boeken mijn moeder en ik zo nu en dan een wandelweekendje in één van de huizen. Nu stond nummer 12 (voor mij) op de lijst: Huis De Kleine Rug, bij Dordrecht.

Uitzicht vanuit het huis

We gingen met mijn autootje, want ik moet meters maken. Ik rij nu alleen maar naar het buurdorp voor werk en naar de supermarkt als ik lui ben, maar dat gaspedaal mag ook wel eens wat dieper ingedrukt. Straks in Schotland moet ik links gaan rijden, dus dan is het fijn als het rijden zelf al vertrouwd voelt.

Natuurlijk had mijn moeder alles supergoed voorbereid en had ze vrij weinig aan mij. Van de zes dingen die ik moest regelen was ik er alsnog twee vergeten, dus ik ’s ochtends naar de appie voor rijstewafels. Boter had m’n moeder nog, maar die zijn we uiteindelijk alsnog vergeten omdat hij niet op haar lijstje stond. My bad.

Meteen een lege portemonnee
Gelukkig wilde ook mijn moeder niet per se vroeg vertrekken, want ik hou van trage ochtenden (zij ook, maar die van haar beginnen een paar uurtjes eerder, haha). Dus tegen de middag tuften we weg in mijn wagentje. We waren allebei verbáásd hoe snel je in de Biesbosch bent. Binnen het uur waren we bij een bezoekerscentrum; waarom gaan we hier nooit heen? Ik heb de Biesbosch letterlijk al heel lang op mijn lijstje staan om eens te wandelen, kanoën, of gewoon te verkennen. Dat had makkelijk gewoon als dagactiviteit gekund, maar voor mijn gevoel ligt het úren verder naar het Zuiden. Goh, die Nederlandse mentaliteit ook. Alles wat meer dan een uur fietsen is, is ver.

We consumeerden weer een hoop in het centrum: alle kinderboeken moesten bijna mee en nog meer cadeautjes voor de kleinkinderen; we dronken nog thee uit de thermoskan met kaneelbroodjes en gingen toen op pad. Het was een stralende winterdag en de zwarte specht galde al door het bos. Hoewel ik dit rakkertje goed ken uit mijn tentleventijd, bracht mijn moeder me opeens aan het twijfelen. Een groene specht klinkt eigenlijk best wel vergelijkbaar. Hoe onderscheidt je die? Ik denk toch dat het de zwarte was, want dat is gewoon een luidruchtige knaap en ook deze liet heel Dordrecht weten wie de baas was.

Na 500 meter was er al een ontzettend schattig café. Daar móesten we naar binnen. Het lag aan een rivier die omringd was met geel riet, en daaromheen het typische Biesbosch landschap van vlaktes met geknotte wilgen, afgestorven bomen door aalscholverpoep (echt zo, die verzuren de hele boel blijkbaar) en watertjes. Als ik in mijn eentje wandel vind ik een café altijd overbodig, maar met mijn moeder doen we het gewoon. Het hoort bij de ervaring, vinden we. En eigenlijk vind ik dat ook als ik alleen ben, maar heb ik niet mijn moeder bij me om te zeggen, boeie, we doen het gewoon, alles voor de koffie. dAarVoOr wErkeN We ToCh?!

We waren allebei helemaal hyper van het knusse boerderijcafé en het landschap, dus klokten onze koffie achterover, ouwehoerden wat met de zoon van de eigenaar en liepen toen ons rondje van een paar kilometer af. Want, we wilden ook vóór het donker bij het Nivonhuis aankomen, zodat we dat nog een beetje goed konden zien.

De verwachtingen voor het weekend werden alvast neergezet, want elke drie meter keek ik naar diersporen of tuurde ik door mijn verrekijker naar weer een reiger of kolgans. Mijn moeders geduld is eindeloos, en dat is maar goed ook. Soms loopt ze gewoon door, zoals al mijn wandelmaatjes, en dan voel ik me wel afgewezen, maar het is ook wel begrijpelijk. Haha, grapje.

Brakke nacht
Dit Nivonhuis bij Dordrecht is heel speciaal. Je moet namelijk de huiswacht bellen (vrijwilligers die het huis een week beheren) om opgehaald te worden met een klein sloepje. Helaas betekende dat ook dat we onze tassen efficiënt moesten inpakken, terwijl ik al mijn zooi los in de auto had gesmeten. Natuurlijk was mijn moeder iets beter georganiseerd, dus met haar hulp stapten we het wankele bootje in en brachten alles droog over.

Omdat je dus alles mee moet sjouwen houden we onze maaltijden heel simpel en hadden we zó mijn lievelingsmaaltje in elkaar geknald: rijst met kip, sperziebonen en zoetzure saus (sorry Baloe). Terwijl iedereen in de gemeenschappelijke ruimte chillde, trokken wij ons daarna meteen terug op ons knusse kamertje. Want we hadden zin om plat te liggen en onze chips te vreten zonder die te hoeven delen. Ik was bekaf, waarvan precies weet ik niet, ik had ook best veel gewerkt die week (voor mijn doen dan, haha) dus moest echt even bijkomen.

Ik slaap heel slecht met andere mensen op een kamer, en ook dit keer werd die angst weer werkelijkheid. Ik sliep heel licht, werd van elk geluidje wakker en lag vanaf 4 uur gewoon klaarwakker me te frustreren over allerlei dilemma’s die bij daglicht allemaal niet zo zwaar zijn. ’s Ochtends, toen mijn moeder eindelijk haar lampje aan deed, moest ik meteen huilen van alle stress. Maar ik had wel mijn eigen tweepersoons koffiezetapparaatje meegenomen en we hadden de koffie er de avond ervoor al ingedaan. Dus toen mijn moeder op de aan-knop drukte en de geur van koffie mijn neusvleugels binnendrong, waren alle problemen weggevaagd.

Eendenhemel
We hadden helemaal zin in ons plan. Het langeafstandspad van de Biesbosch willen we allebei graag nog een keer doen en mijn moeder had het boekje meegenomen voor wat wandelinspiratie. Daar stonden ook losse wandelingen in die juist niet op de route liggen, en we besloten daarvan eentje in de buurt te doen, op de Sint Jansplaat. Eerst in de boot, dan een stukje rijden, dan met de auto de pont op, dan weer een stukje rijden, en dan waren we er. Uiteindelijk was het een rit van 15 minuten ofzo, ook al klinkt het langer.

De zon scheen prachtig en op de parkeerplaats genoten we al. Enorme kale bomen tekenden het landschap en er liepen wat mensen af en aan met joekels van camera’s. Maar verder was het ontzettend rustig, zo op een vrijdagmorgen. De wind gierde wel door onze jassen, maar we zetten stevig de pas erin. Hoewel, na honderd meter liep het pad over een brug en daaronder zag ik dé perfecte modderlaag voor diersporen. Het water was brak dus lichtelijk onder invloed van eb en vloed, en bij eb heb je zo’n hele stevige klei-achtige ondergrond. Ik moet eigenlijk nog alle foto’s goed bekijken met mijn boekje ernaast, maar ik vond in ieder geval reiger- en vosprinten. Ik had er wel úren kunnen kijken! (overdreven, maar wel lang).

Reiger, te zien door formaat en dat middelvinger en duim (onderste teen) niet in een rechte lijn staan

Nog eens honderd meter verder zagen we al omgeknaagde bomen en dook ik de bosjes in, weer naar het water toe om beverprenten te zoeken. Behalve rat (muskus?) vond ik alleen maar uitgezakte printen, de bever is toch een iets te zwaar dier voor die zachte ondergrond denk ik.

Maar wát een wandeling verder. En zoveel vogels. We wisten eigenlijk al snel dat we een veel te ambitieuze afstand hadden gepland, maar we gingen toch door, want we moesten en zouden die andere uithoek ook zien. Ik gilde het een paar keer uit, want ik ben eenden tegengekomen die ik nog nooit heb gezien! Op de één of andere manier ben ik gewoon fan van eenden, het is zo’n leuke groep vogels. Zo divers en zo goed te zien in de winter. We zagen: smient, wilde eend, krakeend, wintertaling (hónderden), pijlstaart (3 stuks, wauw wat een pracht!), kuifeend, grote zaagbek, BRILDUIKER ÉN NONNETJE!

Overal waar we liepen waren bomen omgeknaagd en zagen we glijbaantjes van het ene watertje naar het andere, van familie bever. We hoorden dat er zo’n 350 bevers in de Biesbosch zitten! Heel speciaal, maar behalve wat vage afdrukken konden we niet echt een goede prent vinden. Later zagen we een heel wandelspoor van een bever het water in, maar de modder was te zacht voor mij om dichtbij te komen en goed te bekijken. Wel kreeg ik wat beverkeutels in zicht en kon ik met mijn verrekijker zien dat er houtsnippers in zaten (daarom denk ik bever). Wel bijzonder, want bevers poepen eigenlijk in het water en je kunt hun poep alleen soms zien bij eb!

Beaver at work

Kleurenparadijs
’s Avonds trokken we ons weer terug op het kamertje, vooral om een lieve, maar wel erg spraakzame dame te ontwijken. Ik sliep wat beter door een ontiegelijke saai podcast met de rustgevende stem van een Vlaamse dame in mijn oren en ’s ochtends begon de dag meteen al weer goed met luisteren naar het gepruttel van koffie vanuit mijn warme bedje.

Voor mijn verjaardag in juni had mijn moeder me een workshop cadeau gedaan, maar we konden steeds maar niks vinden waar we allebei blij van werden. Mijn moeder wilde heel graag nog eens leren bandweven, maar ik snapte niet zo goed wat daar nou speciaal aan was. We vonden toevallig wel een cursus op een half uurtje rijden van dit Nivonhuis en precies ook in het weekend dat wij er zaten, dus boekten we dat gewoon. We kwamen nog bijna te laat, omdat de huiswacht zich had verslapen voor onze overtocht naar de auto. Wat een stress, want er stond in de cursusbeschrijving dat je iets lekkers kreeg als je er een kwartier eerder was. Gelukkig kregen we dat alsnog. Haha.

In de binnenstad van Gorinchem vind je de weverij van Jolanda, waar allerlei grote weefgetouwen staan, mooie sjaals hangen, gequilte tasjes liggen en wanden vol met bollen garen te zien zijn. De hele ochtend besteedden we aan het ontwerpen van ons bandje, want dat is nog best ingewikkeld. Je hebt beperkingen in de hoevelheid opties, maar toch nog best veel mogelijkheden, en daarna moet je schematisch inkleuren hoe je dan je weefgetouw(tje) moet bedraden. Na de lunch zetten we die draden (schering) op en het laatste uur gingen we eigenlijk pas weven!

Het was zo heerlijk bezig te zijn met die kleuren en het is zo’n specifieke skill eigenlijk. Dit draagbare weefgetouw is speciaal gemaakt voor bandweven en mijn moeder en ik waren meteen verslaafd. ’s Avonds in het Nivonhuis bleven we eindelijk eens in de woonkamer hangen, om maar door te kunnen weven, en ook ’s avonds en ’s ochtends in bed werd er gewoven. De avond dat we thuiskwamen de volgende dag, had mijn moeder haar bandje al af, en ik de dag erna ook. 2,5 meter! Eerst denk je: wat heb je nou aan een bandje? Maar terwijl je bezig bent heb je al honderd bestemmingen bedacht en wil je nog 100 bandjes weven. En dat gaan we ook doen, want mijn moeder heeft meteen allerlei garen aangeschaft zodat we bezig kunnen blijven (scheelt weer lekker in mijn eigen portemonnee, haha!).

Een minivakantie
‘Het lijkt wel een soort minivakantie!’, zei mijn moeder de volgende dag. Wat ik grappig vond, want dat wás het toch ook? De volgende dag moesten we opruimen en gelukkig waren onze tassen nu wat lichter voor op het bootje; alle chocola en chips was er sowieso al uit ten minste. De nieuwe huiswacht die ons overvoer, zag onze bandjes en zei nog gekscherend dat we wel veters konden gaan weven. Daar had ik nog niet eens aan gedacht, hoe leuk!

We wilden nog lange niet naar huis en hadden op de kaart gezien dat er nog een leuk museum in de buurt was: Museumeiland Biesbosch. Daar kon je ook nog een fluisterboottocht boeken, maar eerst wilden we koffie met taart en toen hingen we nog een uur in het museum. Heel interessant allemaal, over de vroegere wilgen-, riet-, en biezenoogst uit dit gebied. Zwaar werk, en het zette me weer aan het denken over hoe hard sommige mensen werk(t)en en hoe onmenselijk dat is. Zou het echt nodig zijn, hoort het echt bij het leven? Of is het gewoon een uiting van ongelijkheid? Altijd wel weer leerzaam om je te verdiepen in hele andere soorten levens.

Na het prachtige boottochtje was het wel weer welletjes. Tijd voor huis. Een heerlijke minivakantie met ma <3

Zie hier voor andere blogs over Nivonhuizen.

xxx

Ontvang een mailtje van me bij een nieuwe blog! 🍂🍃

Voeg je bij 189 andere abonnees

Geef een reactie op sheeppurple7104cfaddb Reactie annuleren

4 reacties op “Op beverjacht”

  1. Marleen Avatar
    Marleen

    Jaaa de Biesbosch, zooo heeerlijk! En liefde voor Nivonhuizen altijd… Wil je geweefde band heeeeul graag zien!

    Like

  2. Pelgrim Zora Avatar

    Tante Tent en Nonkel Nivon gingen de hort op. Beppe Bivakzak en Pake Pipowagen gingen ook mee.
    Het was een heerlijke dag en de rest is geschiedenis.

    Like

  3. sheeppurple7104cfaddb Avatar
    sheeppurple7104cfaddb

    Wat een mooi verslag . Ik heb weer genoten van je avonturen.

    Lieve groet van Mariet van Gemert

    Like

  4. baloe6ccd7b3661 Avatar
    baloe6ccd7b3661

    wat een leuk verhaal, fijn dat jr even sorry zei en wat ga je met het bandje doen? Ik heet overigens Loes 🙃

    Like