Eindelijk even lang in bed liggen, hoewel we om zes uur alweer wakker waren. Dat is het lastige met ons: mijn moeder is een ontzettend ochtendmens en ik ben dat ontzettend niét. Ik blijf het liefst tot laat op en word ’s ochtends heel chagerijnig als ik in actie moet komen. Maar ik ben ook een lichte slaper en word wakker als iemand anders dat ook is, dus afgelopen week waren we steeds om zes uur op en vaak rond half negen al op pad, ik vaak met een donkere wolk boven mijn hoofd. Maar vandaag mag rustig aan, want: we zijn er!

Dag 9

Vanaf het bunkhouse waar ik een verschrikkelijke nacht had gehad omdat de vader zo snurkte (mijn moeder was er gelukkig lekker doorheen geslapen) begonnen we de ochtend met een fors ontbijt. Een man die we al een paar keer tegen waren gekomen onderweg zagen we ook in het restaurant zitten en we probeerden hem te ontwijken door heel druk tegen elkaar te praten, maar helaas: hij kwam even bij ons tafeltje staan voor een praatje. Vaak houdt dat in dat hij een of andere zogenaamd grappige ervaring vertelt en wij knikken, maar volgens mij voelde hij al aan dat we er geen zin in hadden en hield hij het kort. Elke keer als we hem denken te zien onderweg is het een ‘neeeeeee hè’. Niet dat we zo anti-mens zijn, maar deze had een beetje een dominante vibe, brr.

De zon stond weer stralend aan de hemel en we wisten dat er een pittige klim aan zat te komen: the devils stairs. Al snel gingen onze laagjes uit, want het was bloedheet! We zagen steeds mensen die we al eerder waren tegengekomen, want de laatste drie etappes van de route kan je eigenlijk niet echt meer opsplitsen. Dus iedereen doet dezelfde dagen. Een verlegen jongen met een groot fototoestel die elke keer weer heel beleef gedag zegde; twee Nederlandse vrouwen die ons steeds weer inhaalden en wij hen; een Nederlands koppel van in de 60 die alles kamperend deed; en een Britse moeder en dochter. Althans, ik dacht dat ze moeder en dochter waren, mijn moeder dacht vriendinnen. Ze leken op elkaar en bij de balie van het hotel was de dochter heel geïrriteerd aan het doen tegen de moeder over dat ze zo sloom was en dat er nog niet betaald was. ‘Zo doe je niet tegen vriendinnen, alleen tegen je moeder’ beargumenteerde ik. Dat gaf m’n moeder toe, uit haar ervaringen van de afgelopen week.

Het pad erna was erg gemoedelijk en we keken hier en daar weer naar de schaarse vogel (Roodborsttapuit; Graspieper) of namen een chocolade-pauze. Door mijn brakke nacht had ik een hoofdpijn die steeds erger werd. Toen we in onze b&b aankwamen kakte ik dan ook helemaal in, ik voelde me echt verrot! De felle zon had daar zeker niet aan bijgedragen, ik ben echt een grijze-wolken-mens haha. Gelukkig sliep ik heerlijk en werd vol frisse moed wakker. De accommodatie was ontzettend lief ingericht door een stel, met veel aandacht voor detail. Ze kookten een ontbijt met ei en zalm en porridge én yoghurt. Dus helemaal propvol begonnen we aan de dag.

Dag 10

De láátste dag. De LANGSTE dag! De dag die de hele trip al als het zwaard van Damocles boven ons hoofd hing. Van een vriendin hoorde ik al dat, na al een week gelopen te hebben, die dag echt terror is. Veel gruis (pijnlijke voor je voeten), en een lange weg voordat je de heuvels over bent. En als je dan eenmaal in het dal bent beland, moet je nog een pokke-eind tot de stad, terwijl je er dan eigenlijk wel klaar mee bent. 25 kilometer, het valt op zich mee, en onze voeten waren nog blarenvrij, dus we begonnen vol goede moed. Het was meteen om half negen al heet (waar zijn we, Spanje in juni?) en we moesten een pittige klim maken. Maar daarna was het best ontspannen lopen, wel lang, dat wel! De omgeving was kaal en we waren omringd door andere wandelaars. Plassen was moeilijk, waar doe je dat in zo’n open veld waar voor je en achter je mensen lopen?

Op een gegeven moment zagen we een bordje aan een hek ‘Dit bos wordt beheerd door organisatie x’. Bos?! We zagen letterlijk alleen maar heidestruikjes en gras. Even verderop zagen we wel steeds meer kleine denneboompjes en het gebied waar we door liepen was helemaal omringd door een hek. We begrepen: dit is een bos to be. Dag 8 was ook al zo kaal en ik heb me door Ted laten vertellen dat het vroeger (lang geleden) allemaal bos was. Door een combinatie van factoren is dat allemaal weg. Ontbossing door de mens, oorlogen, overbegrazing door schapen, en de jacht waarvoor stukken land open worden gehouden (voor fazanten) en de voortplanting van herten wordt aangemoedigd (wat resulteert in overbegrazing door herten). Een nieuw bos móet dus omheind worden, anders heeft het geen kans bij herten en schapen.

Het dennebos

We waren blij wat boompjes te zien, het geeft hoop! Later zagen we zelfs iets dat echt op bos leek. Het bestaat hier dan vaak vooral uit Sitka spar en Lariks, en volgens mij zijn beide niet erg gewenst (invasief en wordt vooral geplant voor de houtkap). Maar hé, voor ons is een boom een boom en we hoorden ook weer meer vogels. Nou, vooral heel veel meer Fitisen, haha. Opeens zagen we Ben Nevis opdoemen, wauw! En naarmate de tocht konden we beter zien hoe het pad naar deze hoogste berg van de UK liep. We hadden overwogen om deze vandaag, op onze rustdag, nog te doen. Maar ik heb hem al eens beklommen en mijn moeder zag watvoor kale bende het was. Dus we ontzien onze benen even en genieten gewoon van het aangezicht van de berg.

Hoewel we de Koekoek al een paar dagen hoorden en eerder deze week ook in de verte in een boom hadden zien zitten, kregen we haar nu maar steeds niet te zien. Opeens vloog er een grijze vogel voor onze neus langs. We volgden haar route en warempel: ze landde naast een andere koekoek in het veld naast ons. Ze bleven ook koekoeken dus we konden ze goed koekeloeren. Echt bijzonder, zo’n maf beest.

Ben Nevis!

We keken op tegen de afdaling. Afdalen is altijd erger dan klimmen, en mijn moeder vindt het specifiek ook niet zo jofel. Maar de goden waren haar goed gezind: het ging allemaal heel geleidelijk en door een lekker koel bos. Ik slik de pil vanwege menstruatiepijn, maar had nu opeens ook pijn en bloed door de pil heen, wat ook niet zo’n pretje was. Maar vooruit, de laatste dag, wat kan het ook schelen. Eindelijk kwamen we bij het eindpunt aan waar ook een lekkere pizzeria/brouwerij zit en we beseften: we hebben deze tocht zonder brokken te maken overleefd! Woooohoo!

Nog een laatste stijle klim naar het bunkhouse en toen: pitten. Om half negen ging het licht uit. Vandaag hangen we een dagje un Fort William en de komende dagen gaan we naar het Oosten waar Ted woont en daar nog wat leuke dingen doen. Donderdag vliegt moeders weer naar huis en blijf ik nog een paar maanden.

Leuk dat je meelas ❤️ Het was weer een avontuur!!

Ontvang een mailtje van me bij een nieuwe blog! 🍂🍃

Voeg je bij 183 andere abonnees

Geef een reactie op Pelgrim Zora Reactie annuleren

3 reacties op “WHW 9 & 10: het zwaard van Damocles”

  1. baloe6ccd7b3661 Avatar
    baloe6ccd7b3661

    wauw, geweldig! Veel liefde en plezier.

    Like

  2. Pelgrim Zora Avatar

    ‘Ei en zalm en porridge én yoghurt’, klinkt als een goddelijk ontbijt. Wel met koffie en melk neem ik aan?

    Like

  3. baloe6ccd7b3661 Avatar
    baloe6ccd7b3661

    Schrijf vooral over wat je doet die paar maanden in Schotland!

    Like