De derde dag dat ik bij de bus sta te wachten. In the middle of nowhere. Beneden me loopt de bulderende River Garry, waar ik de eerste dag langs wandelde om de wachttijd te doden. Langs de bushalte is een dichtbegroeid struikgewas, waar ik gister rustig zat te plassen toen de bus opeens al opdook. En ja, de buschauffeur zag me uit de bosjes komen.
Het is – naast misselijkmakend – heerlijk om elke dag de bus van drie kwartier te nemen. Ted is lekker invasieve bomen aan het omkappen en het terrein waar we kamperen mogen we overdag niet zijn. Dus ik neem deze drie dagen de bus van 8:36 naar Fort William, het dichtsbijzijnde stadje.

De vorige keer dat ik meeging naar Teds werk had ik mijn autootje mee, nu zijn we met de zijne. Ik had ook niet echt zin in hardcore bergen te beklimmen, maar eerder in een beetje keuvelen, leuke kleren kopen in charity shops (kleine kringloopwinkeltjes die je overal in het VK vindt), en werken. Ik doe nu wat online klussen voor mijn zus die vroedvrouw is en een website heeft, en transcribeer nu masterclasses. Ik heb dus ook een beetje stilte nodig en wil het liefst een paar uur kunnen werken zonder steeds koffie te hoeven bestellen. Dus ik zocht een bieb, en Fort William had de dichtsbijzijnde.
Deze stad associeer ik compleet met actie. De hoogste berg van het VK zie je vanuit de bus al opdoemen, vergezeld door een hele rits aan andere bergtoppen. Een indrukwekkend gezicht en tot nu toe meestal de enige reden dat ik naar deze stad kwam. Na mijn fietstocht in 2024 ging ik eens met de bus een paar dagen hier naartoe om lekker te hiken, maar het probleem met deze stad is dat het aan de westkust ligt. De wind komt in Groot Brittannië voornamelijk uit westelijke richting en dus blijven alle buien vaak hier in de bergen hangen, oftewel: het is hier heel vaak slecht weer. (Wat weer fijn is voor ons oosterlingen, omdat vanaf Inverness het weer juist vaak bijzonder goed is!). Een erg succesvolle ervaring was die trip toen dus niet haha, je leest er hier mijn blog over.

Let’s go
Brak stonden we de eerste dag op, de wekker ging om 5.30 en om 6 moesten we in de auto zitten. Het is dan nog twee uur rijden naar Teds werk, waar we pas ’s middags terecht konden met onze tent. Dus Ted dropte me bij de bus wat eerder op de route, waar ik 40 minuten de tijd doodde met die mooie rivierwandeling. Eenmaal in de stad was de bieb nog dicht, dus haalde ik een bakkie. Het is mijn nieuwe ‘iets’ waar ik even heel gelukkig van word: de dag beginnen in een café met een bakkie en een broodje, haakwerk mee, geen gedoe. Lekker een beetje reuring en zelf geen moeite hoeven doen voor je ontbijt, haha. Ik gun mezelf deze luxe even, ik ga er goed op. HiEr WeRk iK ToCh VoOr?!
Er zit een vegan cafeetje in Fortje Willy waar ik laatst met mijn moeder de West Highland Way had beklonken, dus dat werd ‘m weer. Ik zat nog niet of er hoopte zich een rij op voor de deur met alle hipsters en toeristen die een cappuccino met kokosmelk to go wilden. Doordat de populaire West Highland Way wandelroute hier eindigt, zie je constant wandelaars met zware backpacks langslopen. En Europese toeristen houden van hip en vegan enzo, denk ik? Bovendien wonen door de ligging ook wel veel outdoor liefhebbers; boulderers, klimmers, fietsers, etc, in deze stad en daaronder is vegan enzo natuurlijk ook wel hip. Plus, zoveel koffietentjes zijn er niet.

Na een productieve werkdag zette Ted de tent op en ik kookte. We waren de helft van alle pannen vergeten dus de dingen brandden aan terwijl ik een lekker maaltje in gedachten had, dus ik werd al bloedchagerijnig. Tegelijkertijd werden we semi belaagd door kleine knoetjes (midges): het seizoen is begonnen! We vonden die avond de bevestiging daarvan; de zwermen hoopten zich op voor ons tentdoek. Dus even rustig naar buiten om te plassen zat er niet in, of de ander moest razendsnel de rits weer dichtdoen achter je. Uiteindelijk waren we twintig minuten bezig met de paar die wél binnengekomen waren te pletten op het tentdoek, want ze maken lelijk jeukende bultjes! We sliepen kort, want de wekker stond weer vroeg.
Toen de bus de stad weer binnenreed werd ik zo gelukkig van het aangezicht van de bergen, dat ik helemaal zin had om lekker de natuur in te gaan. Dus na mijn bakkie besloot ik dat dan ook gewoon te doen. Geen dikke berg beklimmen, want ik sjouwde mijn laptop mee en nog een tas in mijn hand met eten en spul, maar een mooie wandeling van 8 kilometer rondom een heuvel met mooie uitzichten. Het was warm (gelukkig niet zo erg als in Nederland) en ik hoorde veel mooie vogels. Echt een prachtige wandeling. Daarna werkte ik nog twee uurtjes om daarna het avondritueel van bus terug, eten koken en midges bevechten weer te voltooien.

Vandaag is de derde dag dat ik de stad in ga, en dan ben ik dr ook wel weer klaar mee. Het is heerlijk weer, dus ik heb eigenlijk zin in een frisse duik. Maar ik moet werken, en dat is gewoon wat ik ga doen en dan is dat gewoon wat je gaat doen (maar eerst koffie).
Terug in de tijd
Het is even uitvogelen zo samen. We zijn vaak vooral óf maandenlang niet bij elkaar geweest, óf maandenlang op reis en 24/7 samen. Dus een ‘gewoon’ leven waarin je elkaar regelmatig ziet, maar ook je eigen ding doet, kennen we nog niet zo. Bovendien heeft Ted hier meer eigen dingen dan ik en is dat soms scheef. Mijn uitdaging is dus om hier ook echt dingen voor mezelf op te bouwen.
Vorige week had ik dan ook zin om weer even met mijn autohuisje op stap te gaan. Ik had wat afspraken in de buurt dus wilde niet te ver weg – ook omdat ik juist in Teds omgeving mensen wil leren kennen en dingen wil ontdekken om te doen. Er zit een zogenaamde ecovillage naast Teds dorp, met allemaal toffe ecohuizen, een biowinkel, een leuk café en dat allemaal vlakbij het strand en het bos. Er zit een camping die me nooit zo leuk leek, maar ik ging er nu toch gewoon heen, voor de locatie. In een busje is het sowieso beter vertoeven op een lelijke camping, omdat je je lekker af kan sluiten in je eigen space.

Ik begon de dagen met uit mijn bed rollen, lenzen in, verlengstuk van mijn bed inklappen, gordijntjes open, en gaan met die banaan naar het café met mijn mandje met wol. In het café raakte ik steeds aan de praat met grappige figuren, zowel spirituele bezoekers van het park (er wordt van alles georganiseerd aan meditaties, healingen, taizé gezang, hot tub clubs etc) als bewoners. Vaak oudere mensen, want ik durf nooit met mensen van mijn eigen leeftijd te praten 🤣
Naast een beetje werken (weinig, daarom moet ik nu veel inhalen) en koffieleuten was ik veel bezig met mijn wol. Ik experimenteer nu met wol verven – ik kocht vorig jaar 1kg Nederlandse ecowol zodat ik verschillende projectjes kan maken en die dan kan verven met natuurlijk materiaal. Ik wilde graag roze, en dan schijnt de enige (?) echt goede optie eigenlijk cochenille te zijn: oftewel, geplette luizen uit Zuid-Amerika ofzo. Niet helemaal romantisch, maar ook weer beter dan chemische meuk. Het werd paars, maar ik doe ook maar wat en het komt allemaal heel nauw qua hoe lang je de wol erin laat, hoe heet je het opwarmt, et cetera! Superleuk project wel, zo blij met het resultaat!


Debuutjes
Het park leek me ook de uitgelezen plek om eens een wildplukwandeling te organiseren. Iedereen die er woont of verblijft kan er lopend naar toe en het is er een prachtig groene oase, genoeg te zien en plukken! Ik wil dit al heel lang doen maar vind het een beetje eng. Maar ik dwong mezelf: “nu is het genoeg met dat uitgestel Simone van Dijk!”. Angsten overwinnen is belangrijk anders blijft het leven maar saai.
Er meldden zich 5 mensen aan en vervolgens ook weer 3 mensen af, maar ik liet me er niet door ontmoedigen. Alle aandacht hebben voor twee mensen is alleen maar leuk! Ik had een leuk rondje voorbereid met de paar planten die ik wilde behandelen, en de extra context die ik over wildplukken wilde geven. Ik wilde laten proeven (thee maken), laten ruiken, laten maken (wilg armbandje) en een paar giftige look-a-likes laten zien. Uiteindelijk werd het een beetje een chaotische wandeling, omdat de ene vrouw al heel veel wist dus we de wandeling eigenlijk samen gaven haha. Maar misschien alleen maar leuker, meer een soort uitwisseling. Gewoon samen wildplukken! Deze week organiseer ik er weer een, benieuwd of er iemand komt (ik plaats het op de FB pagina van het ecodorp).

De andere vrouw die meeliep herkende ik als de banjospeler van één van de sessies waar ik af en toe met Teds vader heen ga. Lekker Schotse folk tunes spelen in een groepje in een café, heerlijk. Deze vrouw speelt ontzettend goed en ze vertelde me dat ze eigenlijk een vioolspeler zocht voor een lied dat ze had geschreven. Die middag nog zaten we in haar voortuin te spelen en binnenkort wil ze het samen opnemen in haar studio. Ik vergeet soms hoe goddelijk muziek maken is. Een uur lang denk je aan niks anders dan muziek en daarna voelde ik me helemaal chill. Ik wil echt MEER muziek maken!
Verder liep ik nog naar de oceaan en zag Ted ook nog twee keer voor een wandeling en de verjaardag van zijn zus. We maakten ook nog ruzie, dat zeg ik er even bij want anders lijkt mijn leven alleen maar rozengeur en maneschijn en dat is niet representatief, hahaha. In het weekend gingen we nog met de hele fam naar de film, dat was erg gezellig. Komende weken worden ook leuk: ik ga ergens in de bossen een cursus manden vlechten van hazelaar volgen (inclusief het zelf ‘oogsten’ en verder verwerken van de takken) en daarna een weekje naar Nederland om mijn allercuteste neefjes even te zien.

Okeeeey doehoeeeeeei.

Plaats een reactie