Forres, het dorpje waar Ted vandaan komt en waar ik graag ben.
Het leek me een goed idee bij aankomst in Schotland meteen lekker mijn eigen plan te trekken. Ted zou ook veel werken en ik word er ook gelukkiger van om mijn eigen ding te doen. Stap één was een plekje voor mezelf, gewoon even wat ruimte. Ik appte de Nederlandse Marja weer, waar ik vorig jaar ook in november een maand verbleef. Zij heeft een heel kneuterig huisje met zoutlampen en schapenvachtjes overal en ik mocht daar toen in een kamer trekken. En ik was weer welkom, hoe fijn!

Ik was helemaal enthousiast voor de dingen die ik wilde doen. Eén van de dingen is dat ik mijn angsten wat meer wil doorbreken, dingen doen die ik eigenlijk eng vind. Bijvoorbeeld straatmuziek maken. Ik zeg al jaren dat ik dat eens wil doen, dus ik vond het tijd worden. Ik pakte de bus naar Inverness en beloofde een vriendin: als ik maar een plekje vind en één liedje speel, heb ik het ijs al gebroken en mijn doel behaald. In een zijstraat van de hoofdstraat met een paar telefoonwinkeltjes met Indische mannen achter de balie zag ik een verlaten pand. Dat leek me een prima plek, zo viel ik geen winkelier direct lastig. Er liepen wel wat mensen, maar niet echt veel, dus dat leek me ook goed. Ik liep nog drie rondjes door het centrum voordat ik er weer terug kwam. De hoofdstraat ging ik écht niet doen, zo druk! Dus toch maar hier.
Ik vroeg aan één van de Indische mannen – die de deur open had staan – of hij het oké vond. Het leek hem heel leuk, zei hij, en voegde eraan toe dat ik er ‘absolutely beautiful’ uitzag. Normaal zou ik dat irritant vinden, maar nu deed het me even goed. Want ik dacht, als ik dan lelijk speel, zie ik er ten minste nog goed uit. Haha. Eenmaal uitgepakt durfde ik de eerste noot écht niet te spelen. Die stilte doorbreken met het harde geluid van mijn viool: NEVERNOOITNIET. Maar ik was hier alleen maar om deze reden en ik moest en zou één liedje spelen, dus ik deed het toch maar. Ietwat ielig speelde ik een langzame Schotse melodie die ik mooi vind (The gentle light that wakes me van Phil Cunningham). En toen was het ijs gebroken.

Ik speelde nog wat Schotse losse liedjes, vet random. Maar ik zat er wel lekker in. Eigenlijk was mijn doel om een klassiek stuk te spelen, de eerste cello suite van Bach. Maar klassiek is gewoon een stuk moeilijker en dus enger. Maar ik schroefde mijn doel op naar dat ik ten minste dat stuk moest spelen. Niemand had echt opgekeken van de Schotse deuntjes, wat ook wel fijn was. Ik keek zelf gewoon naar de blauwe lucht zodat ik niet hoefde na te denken over al die mensen die er liepen. En eigenlijk was het daardoor veel beter te doen dan op een podium staan, waar alle ogen op je gericht zijn en je het eigenlijk veel perfecter wil doen. Maar toen ik de eerste tonen in zette van de cello suite, ging gelijk een man met een hond zitten om te luisteren (ENG). Na een tijdje liep hij naar me toen en gooide wat munten in mijn koffer. Later kwam nog een man met wat muntjes. Zo bizar, een kwartier muziek maken en niemand toont interesse, en dan doe je iets klassieks en vinden mensen het allemaal interessant en speciaal. Ik las dat online ook al, dat als je geld wil verdienen met straatmuziek, klassiek echt the way to go is. Alleen ik vind mezelf daar echt niet goed genoeg voor en ik ken niet zoveel stukken uit mijn hoofd. Maar wellicht ga ik het nog eens doen. In Nederland? NEE DAT DURF IK ECHT NIET. Of toch wel?
De Indische man stak me achteraf nog even een hart onder de riem: dat het echt heel mooi was en hij onder de indruk was. Misschien flirtte hij gewoon, maar ik vond het wel even een chille peptalk. Tevreden met mezelf nam ik weer de bus naar huis.
Ik was helemaal op dreef met mijn plannen en had ook een lekker ritme gevonden (van twee dagen, haha) met ’s ochtends ergens naartoe rijden en lekker wandelen en dan ’s middags in de bieb werken. Maar na een paar dagen werd ik teruggefloten: ik werd ziek. Ik hoestte mezelf de hele nacht wakker en had nergens puf voor. Toch probeerde ik wel naar buiten te gaan, want frisse lucht is lekker voor je longen, maar zelfs een wandelingetje naar de supermarkt was bijna niet te doen. Wel vond ik nog de energie om vlierbessen te plukken, er zijn er hier nog zoveel! En daar lekker sap van te maken, want dat is ontzettend gezond (en fucking lekker). Mijn kruidenopleiding begon ook deze maand: een Schotse online cursus, echt zó vet, want: het gaat niet alleen over welke kruiden waar goed voor zijn maar ook over natuurverbinding, sociale ongelijkheid en kruiden kweken. Zo divers en tof, de eerste online bijeenkomst werd ik ontzettend blij van de hoeveelheid gelijkgestemde mensen en de thema’s die aan bod kwamen.

Gelukkig was ik in het weekend weer wat opgeknapt en verhuisde ik weer naar het huis van Ted’s ouders, om ook Marja een beetje te ontzien. Ted werkte voor de verandering eens in de buurt die week erop en zijn ouders waren op vakantie, dus we hadden het huis ’s voor onszelf. Zo konden we eens goed proberen hoe we het zouden vinden om als een burgerlijk gezin te functioneren, haha. Overdag werkte ik wat online, kwam nog bij van het ziek zijn, en maakte een lange wandeling met de hond. Als Ted thuis kwam stond het eten klaar en na het eten gingen we lekker een serietje kijken. Voor bedtijd nog even samen de hond uitlaten, en de volgende dag herhaalde alles zich. Heel kneuterig en we genoten er wel van, alleen van dat elke dag het eten op tafel zetten kreeg ik na twee dagen wel de feministische kriebels (gelukkig kookte Ted ook een paar keer, hoor, haha).
We hadden echt een ontzettend lekker romantisch herfstweekend met een zalige wandeling met uitzicht op bergen, koffietjes drinken in cafés en nog meer tv kijken. In de keuken staat een houtkachel en in de woonkamer is een open haard, dus het vuurtje stond ook altijd aan. Zo gezellig! Maar daarna kwam de rauwe werkelijkheid weer op ons dak: Ted moest weer werken, en ik ook, want: ik ging weer Wwoofen!

Er zitten in deze omgeving opvallend veel Wwoof’s: biologische boerderijen of groentetuinen waar je kan werken in ruil voor kost en inwoning. Ik vind het een leuke manier om mensen te leren kennen in deze omgeving en mijn handen ook eens uit de mouwen te steken. En ook een beetje geld te besparen, want ik mag hier dan wel niet werken voor geld, ik werk zo wel voor een plekje voor mezelf en lekker bio eten. Dus best nice.
Ik kwam terecht op een ontzettend leuke mini-community. Twee oudere stellen die allebei een huis op het terrein hebben met een enorme groentetuin en überhaupt veel tuin eromheen. Op een prachtige landelijke plek. Middenin de moestuin staat een caravan voor de Wwoofers, hij ziet er wat afgeragd uit, maar van binnen is het heel kleurrijk en ruim en wordt het verwarmd door een kneuterig kacheltje. Normaal hebben ze maar één Wwoofer, maar vooruit, een tweede kon er voor deze keer wel bij. Dus ik werd in een andere caravan geplaatst, net naast de moestuin, die er wat moderner uitzag maar net zo heerlijk was. Elektrisch kacheltje, lekker space voor mezelf, mini keukentje en een wc. Geweldig!

De andere Wwoofer was ook een Nederlandse vrouw. Het was meteen heel gezellig met iedereen. De twee stellen eten samen met de Wwoofer(s) op maandagen en donderdagen, dus ik kon de maandag meteen aanschuiven. Er was heerlijk gekookt met allerlei groentes en bio producten en een lekkere appeltaart toe, want: appel overload dit seizoen. Aan tafel hadden we interessante gesprekken over van alles en daarna ging iedereen weer haar eigen weg. Er was ook een gemeenschappelijke keuken voor de Wwoofers, waar ook nog 4 andere mannen gebruik van maakten die op het terrein wonen. Twee huren een kamer, elk in het andere huis, een woont in nog weer een andere caravan, en de vierde woont in een tuinhuisje. Zij doen niet echt mee aan de community, maar huren gewoon. Wel gezellig, want vervolgens kom je ze weer tegen in de keuken en ouwehoer je wat. Ik hou er wel van.
We begonnen elke dag om 9 uur met werken, voor mij aan de vroege kant. Ik voel me daar altijd een beetje sullig over, dat ik productief zijn in de ochtend haat. Op de een of andere manier wordt er toch een beetje superieur gedaan over vroeg opstaan en meteen productief zijn. Maar ik trek het oprecht fysiek gewoon slecht. Misschien nu ook omdat het niet echt mijn ritme is, maar ik heb er altijd moeite mee gehad. Ik had daarom ook dag 3, 4 én 5 de hele dag een soort sluimerende koppijn waarvan ik zeker weet dat het gewoon door het vroege opstaan en meteen aan de bak komt. Op deze Wwoof zijn ze heel flexibel met tijden, maar omdat ik er maar een week zou zijn wilde ik gewoon even met hun ritme meedoen in plaats van meteen allerlei eisen te gaan stellen. Dus ja, soit.

Ik zag al meteen dat de tuin vol stond met calendula bloemen, en ik wil al tijden graag calendula-olie en -zalf maken. Maar ik weet nooit zo goed hoe ik aan die bloemen kom, behalve ze te kopen in de biowinkel maar dat vind ik saai. Dus ik vroeg het maar meteen toen één van de eigenaren me een rondleiding gaf: mag ik er daar een paar van plukken? Zij hadden ze er alleen staan voor de sier en omdat het goede plant was in combinatie met wat gewassen, dus ik mocht zoveel plukken als ik wilde. Het was de volgende dag zonnig, dus ik plukte meteen een mandje vol na werk en legde het in een warme kast te drogen. Inmiddels zijn ze goed droog, dus ik moet nog even een goede olijfolie kopen om ze mee te overgieten. Dat laat ik dan een paar weken staan en verwarm het dan met wat bijenwas om een zalf te maken. Vet leuk, goed voor blauwe plekken en schaafwondjes enzo!
Er was nog van alles in de moestuin te doen. Onkruid wieden, planten eruit trekken die geen vrucht meer gaven, de kas schoonmaken. En we zijn de hele week bezig geweest met een grindpad schoonmaken. Vrij letterlijk, we groeven al het grind in kruiwagens en spoelden het dan schoon met water. Door al het zand dat ertussen komt groeit er veel onkruid. In plaats van dat steeds te wieden, schonen zijn eens in de 10 jaar het pad op deze manier op. Interessant, en best een lekker klusje. Ik deed dat samen met de andere Wwoofer en ondertussen kletsten we lekker over van alles en nog wat.
Zo kwamen we erachter dat we een gemeenschappelijke hobby hadden: breien. Op dinsdagen wist ik dat er een breiclub in een stadje verderop was, maar ik ben er nog nooit geweest en het stond nog steeds op mijn lijstje. Toen ik haar dat vertelde was ze meteen enthousiast. We hadden allebei al een project op de naalden staan, dus die dinsdag reden we met mijn autootje naar de breiclub in de wolwinkel. Het was precies wat je erbij verwacht: een zaal vol met kwakelende omaatjes, een kopje thee met cake halverwege, en al je vragen kunnen stellen aan experts. Tijdens de breiclub kreeg je ook nog eens 10% korting op alle spullen uit de winkel. HEMEL.

De week vloog om. We deden ook nog allerlei klusjes rondom huis: ramen wassen, auto’s wassen, kozijnen dichtkitten en koken voor de groep. We stopten steeds rond een uur of 2 en hadden dan tijd voor onszelf. Een hele middag nog gewoon! Op vrijdag zat het er alweer op voor mij. Ted had die week een cursus in de buurt van Perth en ik zou hem in het weekend vergezellen in de belltent waar hij in kampeerde. Ik kreeg nog allerlei verse groentes in mijn hand gedrukt en nam toen de trein naar het zuiden.
Er was storm voorspeld, dus ik hield mijn hart vast. De eerste nacht was het vooral heel koud, en de volgende dag regenachtig. Maar Ted was helemaal verliefd geworden op het gebied, al helemaal nu in de herstpracht, dus hij stond erop dat we een herfstwandeling gingen maken. Ik wilde alleen mee als we daarna ergens koffie gingen drinken, dus daar stemde hij mee in. De wandeling was inderdaad echt prachtig, diepe kliffen met herfstige kleuren en een bulderende rivier. En de koffie was ook genieten, in een caféetje in een boekenzaak in het dorpje Aberfeldy. Daarna gingen we naar de bioscoop naar de film Ghosts, een leuke comedy. Het was echt een ultieme dag. Die nacht zette de storm in, en Ted was bang dat we zouden sterven onder een omgevallen boom, maar we werden toch weer levend wakker. Die dag was alleen niet zo geschikt voor een wandeling, dus nestelden we ons weer in een café met boekje en breiwerk en hingen de rest van de dag in de tent met de houtkachel aan. Zwaar leven.

Nu is het de laatste week voor ik weer naar Nederland vertrek. Tot april heb ik nog een maand die ik in de UK mag besteden, en ik denk dat ik het opgesplitst ga doen in weekendjes enzo. Deze week is verder rustig, een beetje werken, wasjes doen, chillen met Ted en dan maandag richting de boot rijden. Dat is een rit van zo’n 5 uur en vind ik spannend, want ik moet langs Edinburgh met allemaal moeilijke rotondes en afritten enzo. Dus ik ga dat even zes keer oefenen met Google Street View. Dan dit najaar heb ik leuke familiedingen op de planning en focus ik me gewoon een beetje op de feestdagen. Uiteindelijk ben ik een beetje zoekende naar een wat vastere manier om geld te verdienen (ik verdien online niet genoeg). Dus met dat denkproces ben ik ook veel bezig: wat vind ik leuk? Hoeveel tijd wil ik eraan besteden? Hoe overleef ik het normale leven weer? Etc.
LIEFS!!


Geef een reactie