Ik was de hangerigheid een beetje zat. Dus op onze rustdag op de hipster camping wilde ik toch wat ondernemen. Omdat we iets van de route af zaten, zouden we Sneek overslaan. Dus ik besloot lekker met de trein een middagje Sneek aan te doen. Dat klonk Ted toch ook wel leuk in de oren, dus die ging mee. Het stadje was niet zo boeiend, de stadswandeling liep gewoon door random saaie straatjes en de winkelstraat, maar we hadden ten minste weer iets om over te klagen haha. We deden een bakkie bij de Bagel en Beans, keken naar een vrouw die met een schroevendraaier kauwgum uit de voegen wipte en weggooide (respect), en keerden toen weer huiswaarts.
Wij zijn écht erg, want na een dag Macdonalds; fish and chips; en een snackbar, hadden we wéér zin in patat. En vooral geen zin om te koken. Ons trein kwam aan in een klein dorpje vlakbij de camping en toen we op de fiets stapten keek ik toch even: en ja hoor, er zat een snackbar. In dit überkleine dorpje, op het plein tegenover de kerk.
Er was niemand, maar het bordje flikkerde ‘open’. Ik keek door het raampje naar binnen en een blij hoofd keek op en schoof een luikje open. ‘Wat mag het zijn? Gaan jullie lekker op het terras zitten?’. Ja, dat gingen we zeker doen. Op dit doodstille plekje in de avondzon, onder genot van een biertje, aten we nog eens een portie friet en een frikandel speciaal. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n patatmens, maar ik geniet er zo met die lichaamsbeweging wel van. En als je het samen doet, voel je je ook minder schuldig over ‘slecht’ eten (wat ook een valkuil is). Ted was verbaasd dat we dit nog nooit eerder in Nederland hadden gedaan, nu hij erachter kwam dat op elke hoek van elke straat wel patat te vinden is. Maargoed, ik hou het bij deze vakantie.

De volgende dag was ik alweer bijtijds wakker en had een beetje stress. We moesten om 11 uur van de camping zijn en er moest nog een hoop gebeuren. Ons gas was op en hier was een keukentje, dus ik wilde alvast het avondeten voor die dag bereiden. Ook om te voorkomen dat we wéér voor gemak zouden kiezen. Een fietstas was helemaal opengescheurd op de naad en het zou voor het eerst deze trip een regenachtige dag worden, dus die wilde ik nog met de hand dichtnaaien. We moesten de vuurkorf wegbrengen en het overgebleven hout, en ook nog gewoon ontbijten en inpakken. En ik kwam erachter dat de camping waar we vandaag heen wilden al dicht was. Ik baalde, want volgens m’n ouders was dat een superleuke! En we moesten de planning weer omgooien en een andere route verzinnen.
Ik was daardoor chagerijnig en maakte ruzie met Ted. Die duurde de hele dag. We fietsten steeds op zo’n 100 meter afstand van elkaar en op de twee pontjes die we moesten nemen wisselden we geen woord uit. Ze zullen de spanning vast gevoeld hebben. We namen maar één pauze en zaten zo ver mogelijk uit elkaar op het bankje. Op een gegeven moment waren we het zat en legden we het, langs een grote N-weg, bij. Precies op dat moment begon het keihard te regenen. Lekker treurig.

Een stukje verderop lag het plaatsje Joure, en ik had zin in chocola voor m’n emo-toestand, dus daar reden we naar binnen. Er was een soort grote paardenrace gaande en het rook overal naar koffie op straat. Ted vond het naar drop ruiken. Later zag ik stickers op ramen met ‘Joure koffie’ en las ik dat Douwe Egberts er ontstaan is, dus ik denk toch dat ik gelijk heb. Maar ik heb ook niet gezocht naar Joure en drop, haha.
Ik vond het een heel leuk dorpje, ondanks de regen. Iedereen leek opgewekt en ouwehoerde met elkaar. We reden meteen langs een winkeltje waar ik gasblikken bij de kassa zag staan, nou, toeval! Een hard ritmisch getik trok onze aandacht naar een traditionele klokkenmaker. Er gebeurde hier van alles op een regenachtige maandag. Bij de Plus kochten we chocola en fruit en toen klapten we nog even de laatste kilometers af naar het volgende natuurkampeerterrein.
Die was ook dicht, bleek, maar gelukkig zat er een groot park aan vast met ook een kampeerveldje, dus daar mochten we staan. In de regen zetten we snel de tent op onder een paar eikenbomen. De Duitse buurman was een vriendelijke oude man, die steeds naar ons glimlachte. Even later kwam hij op ons aflopen. In het Duits legde hij uit dat zij zo in het restaurant gingen eten en wij gerust onder hun luifel aan hun tafel mochten zitten. Zo lief. Uiteindelijk was ik ons prutje al aan het opwarmen voordat zij weg waren en doken we daarna de tent in, dus het was niet nodig. Maar wel HEEL LIEF.

De hele nacht regende het, maar wij lagen veilig in ons tentje, heerlijk. De volgende dag was ik alweer vrij vroeg op, en Ted en ik hadden bedacht dat we een dagje apart gingen fietsen zodat we wat meer ons eigen ritme konden aanhouden, dus ik zat al bijtijds op de fiets. We gingen nu helemaal van de route af, richting Steenwijk, voor nog een laatste nachtje op een natuurkampeerterrein. Maar halverwege zag ik een rustpunt van de route af, en daar had ik zin in. Die was helaas dicht en ik had eigenlijk helemaal geen zin meer in de route en in kamperen. Ik was me door deze omweg al in de richting Heerenveen aan begeven, dus ik appte Ted ‘zullen we gewoon vandaag naar huis gaan, boeie?’. Hoewel Ted pas 2 uur na mij vertrok, haalde hij mij in Heerenveen in. We deden nog een bakkie op het terras en stapten toen de directe trein naar Amersfoort in, die tot ons genoegen verrassend leeg was.
Het fietsritje vanaf het station naar huis was heerlijk door de Soester bossen en duinen en we zeiden allebei ‘dit is het mooiste deel van de route’. 🤣
Vrijdag vertrekken we samen weer naar Schotland. De laatste keer voor mij voorlopig, want mijn maanden zijn ‘op’. Maar eerst nog even genieten van de herfst daar!
Liefs 💕

Geef een reactie