We fietsen of wandelen eigenlijk allemaal voor de koffiepauzes toch? Toen Ted en ik de rustpunten eenmaal hadden ontdekt, werd het een beetje het doel van onze dagen. Op de app van fietsknooppunten zagen we steeds wanneer er eentje aankwam en keken we er verlekkerd naar uit.
Na de paardencamping hoefden we maar een half uurtje tot er weer zo’n klein houten huisje op een boerenerf in de middle of nowhere verscheen. We namen koude chocomelk en ze hadden een leuk gastenboekje waarin de postbode regelmatig de stand van zaken bijhield: ‘slecht weer vandaag’, ‘gelukkig nieuwjaar iedereen’, ‘de koffie is op’. We namen weer een uur pauze, want daar hadden we zin in.
De route vervolgde door polderlandschap. Ik vond het zielig voor Ted, een beetje oninspirerend, maar hij genoot ervan. Het was precies wat hij zich had voorgesteld. We namen een grote brug de Noordoostpolder op en mijn vader appte ‘besef je wel dat je nu op de bodem van de Zuiderzee fietst?!’. Hij is opgegroeid in het dorpje Bant in de Noordoostpolder. Het was een grauwe dag met allemaal enge fruittelers die heel boos keken en een stevig windje.

Ik wilde tot het Kuinderbos raken, waar een mooie Staatsbosbeheercamping zit die ik ken, dus we klapten eens een keer 40 kilometer af. Gelukkig was het laatste stuk door mooi bos. We hadden het hele trekkersveldje met een grote picknickbank voor onszelf. ‘Doe eens gek’, dachten we, terwijl we besloten dat we hier ook lekker een rustdag gingen nemen. De stand: 4 dagen fietsen, 130km. Lekker rustig an.
Er zit een groot meer aan de camping waar ik watermunt plukte voor thee en brandnetel voor door de maaltijd. Er was bijna niemand, behalve een man in een belltent die de hele dag een kampvuurtje aanhad, hout hakte en Jessie J luisterde. De tweede nacht vergezelde iemand ons op het trekkersveldje, wat vervelender voor hem was dan voor ons wat ik heb al een week een flinke verkoudheid te pakken dus hoest wat af. #sorry

Eindelijk zouden we de volgende dag de grens oversteken naar Friesland. Maar het leek er eerst nog op dat het niet ging gebeuren, omdat Ted koortsig was. Uiteindelijk besloten we toch laagdrempelig gewoon op de fiets te stappen, met als eerste stop meteen een rustpunt na 2 kilometer. Stap voor stap, genoeg campings onderweg om te besluiten dat we er mee zouden kappen die dag.
Tijdens onze rustdag de vorige dag had Ted iets gezegd en ik dacht dat hij zei dat hij zin had in een Big Mac (het was iets anders), en sinds ik dat woord had uitgesproken hadden we een craving, hoewel we allebei nog nooit een Big Mac hadden gegeten. Maar om nou op een koortsige dag bij de Macdonalds te gaan zitten leek ons niet zo’n top plan.
Maar toen we na de koffie op het rustpunt de route bekeken zagen we het: over 10 kilometer kwamen we létterlijk langs een Macdonalds. We keken elkaar aan. “Yolo, je bent toch al ziek”. Daar was Ted het mee eens. Een half uur later zaten we aan glutenvrije cheeseburgers, friet en grote bekers sinas. Zo fout, maar zo lekker als je flinke trek hebt.

Ik heb weer eens een nieuw idee opgevat door een tweedehands boekje dat ik een paar weken geleden tegenkwam: je zicht verbeteren op een natuurlijke wijze. Ik heb -3,5 (kan dus veraf niet goed zien) en irriteer me altijd verschrikkelijk aan mijn bril of lenzen. Les 1 van deze methode is zoveel mogelijk je bril afzetten, dus ik deed dat én kocht een marktplaats brilletje die half zo sterk was. Het leek genoeg te zijn, maar als je fietst door polderlandschap met eindeloos uitzicht voel je je praktisch een blinde met maar half zicht. Ook de routebordjes zag ik steeds pas op het laatste moment en als Ted naar een roofvogel in de lucht wees, zag ik niets dan blauw. Ik had mijn oorspronkelijke bril niet meegenomen, want daar krijg ik koppijn van. Ik vermoed dat die iets té sterk is. Ik heb het een week volgehouden, maar vond het echt heel vervelend! Dus toen we door Lemmer fietste, besloot ik: fuck dit, ik ga lenzen kopen.
We kampeerden die avond op een heerlijke boscamping en de volgende ochtend deed ik mijn lenzen in. WAT EEN GENOT. Ik liep vanaf het toiletgebouw terug naar de tent, en wat denk je: voor me vliegt een luid schreeuwende groene specht de bomen in. No way dat ik die had kunnen zien zonder lenzen. Het is een teken. (Grapje, maar wel toeval, grapje, toeval bestaat niet, of toch wel?). Anyway, ik heb een tof boek bestelt over deze hele theorie, dus ik ga het echt wel een goede kans geven. Maar op de fiets doe ik toch maar even lenzen in, het maakt de wereld zoveel mooier!

We zijn dus eindelijk op de elfstedenroute beland, maar hebben helemaal niet genoeg tijd om hem helemaal te doen op ons tempo, dus we doen gewoon een half rondje, besloten we. Veel meer dan 30 kilometer per dag krijgen we er niet uit, en Ted heeft een paar drukke werkweken achter de rug dus ook zin in rustig aan. Op de boscamping maakten we het wel heel bont: om 15 uur zaten we op de fiets na een ochtend lekker onze boekjes lezen en snacks eten. De zon scheen, we waren blij, maar al snel waren we weer tussen de polders beland. En die polders beginnen ons inmiddels wel lichtelijk te vervelen. De dorpjes zijn schattig en er is heel af en toe een klein stukje bos, maar de hele tijd die godganse weilanden. Toen we net in Friesland waren, waren de grote rode daken nog leuk, maar daar zijn we inmiddels ook aan gewend. En vaak rijden we op wegen waar de auto’s ons steeds inhalen, wat ook irritant is.
Na een uur zagen we al iets wat onze interesse wekte: een klein kaal huisje, aan het water van het Ijsselmeer, tussen de dijken en weilanden, met daarvoor een vlag: VIS. Ik vond eigenlijk dat we nog wat harder moesten werken voor onze pauze, maar een kibbelingetje ging er bij mij ook wel in! Ietsje verderop in Stavoren, maakten we nog een duik in het meer en toen we na 20 minuten een camping op een groot park zagen, vonden we het ook wel weer mooi geweest.

De volgende dag zaten we maar liefst vóór 12 uur al op de fiets, want nu wilden we een keer doorpakken. Ik had een natuurkampeerterrein op 50 kilometer gezien en was een beetje klaar met de boerencampings of grote parken, dus ik wilde die graag halen. Maar de motivatie moest uit onze tenen komen. De hele dag weer polders! Wel een paar leuke stadjes: Hindeloopen, Workum en Bolsward. We namen overal een pauze met respectievelijk een ijsje, lunch uit de super, en patat. Na de patat was het al half zeven, oeps, en we moesten nog boodschappen doen en 15 kilometer fietsen. Maar het frietje was wel echt nodig voor het moraal.
Gelukje bij een ongelukje, want het was zo heerlijk om met de ondergaande zon te fietsen! Alles was oranje, de volle maan kwam voor ons op, ganzen vlogen overal rond, het was net alsof we op een soort immense Afrikaanse steppe waren. Overal aan de horizon staken kerktorens boven de weides uit en we genoten intens. In het donker kwamen we op de camping aan, waar we zo blij mee waren dat we zelfs nog energie hadden voor een kampvuurtje bij de tent.

Vandaag chillen we hier lekker. Het is een hipsterterreintje met yogalessen en een theetuin, yurten en kleine caravantjes en kittens die overal rondlopen. Straks lekker bakkie en boekie op het terras. Daarna fietsen we nog naar 2 natuurkampeerterreintjes, als we het redden, en nemen dan de trein weer naar ‘huis’.


Geef een reactie