Categorieën:

Het elfstedenpad. Mijn ouders deden hem vorig jaar en waren helemaal fan van de kneuterige fietspaadjes, leuke stadjes en boerencampinkjes. Dat vonden Ted en ik wel goed klinken dus het werd een plan: in september twee weken op de fiets rondtouren door oerhollands landschap.

Ik wilde al zes keer afhaken. Niet van het fietsen, maar van deze route. Juist in de herfst leek me de Veluwe ook leuk; we zouden zo ver moeten met de trein; alle campings zijn duur. Ik stippelde al een route uit langs alle NTKC-, Nivon-, en scoutingterreintjes om niet een godsvermogen kwijt te zijn elke dag. Want ik was inmiddels ook aardig blut: ik werk wel wat voor mijn zus, maar dat levert niet veel meer op dan de kosten van het dagelijks leven (en tickets heen en weer naar Schotland voor oktober). Ted zei dat hij alles wel zou betalen en we gewoon naar Friesland moesten. Hij hield voet bij stuk, en ook wel fijn, want als je plannen maakt is het ook wel leuk het een keer écht uit te voeren in plaats van steeds af te haken. Want dan is dat gewoon wat je gaat doen en dan is dat gewoon wat je gaat doen.

We beten het spits af met twee nachtjes in het Nivonhuis in Lage Vuursche. Even weer wennen aan elkaar na vijf weken afstand. We aten glutenvrije pannenkoeken, die 22 euro per stuk kostten, en een mini warme chocolademelk die 6,25 was?! Gekkenhuis. Maar Ted betaalde, dus boeie ;). Daarna pakten we onze fietsspullen in. Ongeveer alles werd gedoneerd door pa en ma, want mijn kampeerspullen liggen in de auto in Schotland en Ted had geen bagage mee in het vliegtuig om kosten te besparen.

Ik had bedacht dat we de trein naar Leeuwarden zouden nemen en had al bij voorbaat stress. Ted wilde liever fietsen, dus ik nam die optie gretig aan. Om 15 uur zaten we een keer op de fiets met als doel het Staatsbosbeheer terreintje in Zeewolde. Het ging zo traag als twee schildpadjes kunnen zijn. We vonden de sfeer in het Flevopolder bos grimmig. Waarom, konden we niet goed zeggen. Misschien toch dat het door mensen echt aangelegd is, en dan nu een beetje verlaten voelt. Om 19u kwamen we een keer aan en ploften meteen in de tent, het werd al schemerig dus we knalden een linzenprutje in elkaar en doken daarna ons bed in.

Ik had een dikke fleecedeken ingepakt voor over onze slaapzakken, maar we hadden het bloedheet en benauwd in de tent. We konden ‘m ook niet opendoen, want dan was Ted de hele nacht in de weer met muggen doodslaan. Ik probeerde het wel een paar keer, maar dat kwam me duur te staan met wakker worden van zaklamplicht en scheldwoorden.

Sloompie en sloompie rolden tegen elven hun bed uit en maakten nog geen aanstalten om te gaan. In het gras maakte ik mijn Zweedse puzzels en Ted kookte een havermoutje. Een bakkie koffie kon ook niet ontbreken, maar ik ben mijn filterhouder vergeten (expres, dacht dat t ook wel met de filter direct in ’t bakkie kon) en het zijn slappe bakkies. Maar dan kan ik er weer wat meer kopjes nemen, chill.

We waren trots op onszelf dat we om 13 uur op de fiets zaten en zagen onderweg futen en een slobeend. Al snel moesten we weer het pontje naar de Harderwijk-kant hebben, en in Harderwijk mochten we weer een bakkie doen, vonden we. Nog nauwelijks 15 kilometer in de benen en we zaten alweer uitgebreid op een terras in de zon, waar we voorlopig nog wel even zouden blijven zitten!

We stapten pas rond 16 uur weer op de fiets, zonder nog geluncht te hebben. Dus na een half uur alweer een pauze, waar het krioelde van de verse brandnetel. Ik plukte een zakje voor wat ijzer in ons linzenprutje ’s avonds. We moesten nog 30 kilometer naar het NTKC-terreintje bij Dronten, gedverderrie. Ik had er echt geen zin in, zo ver nog. Dus ik belde een camping boven Nunspeet, maar die namen niet op en toen zag ik dat je daar niet op zondag mocht aankomen of vertrekken. We hadden meer geluk bij een boerencamping bij Elburg. Nog 15 kilometer fietsen, vooruit met die geit!

Het waaide hard, zijwind gelukkig, en we waren continu in open landschap, maar rond 18 uur kwamen we aan op het boerencampinkje. Via de telefoon kregen we instructies om ons kampje ‘aan de bosrand’ op te slaan, wat een enkele rij bomen betrof dus het duurde even voordat ik het snapte. Het was helderder deze nacht, maar samen in de tent is goed warm. Ik sliep slecht, want er was allerlei lawaai en ik had opeens stress over de toekomst, maar gelukkig kon ik toen tegen Ted aan kruipen en was alles weer goed.

We werden weggebrand uit de tent, en dat was maar goed ook want anders kwam het er nooit van. We fietsen door Elburg (héél schattig) en door naar Kampen. Inmiddels beseften we dat 30 kilometer per dag meer dan zat is, want ik wil nog Zweedse puzzels maken en koffietjes drinken en Ted wil in zijn boek lezen. Hij leest Brief voor de Koning, om Nederlands te leren.

We hadden net pauze gehad, toen we langs allerlei Rustpunten kwamen. Ted wilde het dolgraag eens proberen, maar dat kwam dan later wel. Toch konden we op een schattig dijkje met een klein theehuisje op een boerenerf de verleiding niet weerstaan. Bakkie koffie, bakkie chocomelk en twee zakjes snoep voor 5 euro. Kijk, dat zijn nog eens prijzen.

Er waren alleen twee grote tuintafels, dus algauw werden we aan tafel vergezeld door een oudere man. Een Kampenaar van oorsprong, of eigenlijk een Brunneper. Brunnepe is een dorp dat is opgeslokt door Kampen. Hij praatte over zijn opa, die hout leverde aan Schoklandse vissers in ruil voor een emmer spieringen (kleine visjes). En over de Schoklanders die geëvacueerd moesten worden en in Brunnepe terecht kwamen. (Schokland was een eiland in de Zuiderzee die dreigde te verzuipen in een storm). En over dat hij nog zwemles had gehad in de Zuiderzee, die liep tot de dijk waar we nu op zaten (nu keken we uit op weilanden). Later kwam Piet nog in zijn scootmobiel, en toen nog een man en toen nog één. Ze vonden het allemaal heel bijzonder dat Ted Nederlands leerde en Ted kon een beetje oefenen omdat ze allemaal geen woord Engels konden. Boekje lezen zat er voor mij niet in, maar het was zo wel gezellig!

We zaten lekker in de chillmodus, maar moesten wel weer een keer op pad. Ik had op de kaart een minicamping gezien bij een paardenboerderij. Ted dacht dat het een minipaarden-boerderij was, dus hij was teleurgesteld toen het gewone paarden bleken te zijn. Grapje, want de kuddes paarden waren indrukwekkend. ’s Avonds galoppeerden ze wat af en het was een machtig geluid om te horen bij een machtige zonsondergang. De kieviten maakten ook hun buitenaardse geluiden en een vrijerig katje vlijmde zich tegen ons aan bij de tent. Ik dacht dat het een paupercamping zou zijn, maar het was echt een prachtige plek!

Ik probeer nu, met het katje om me heen die we Aandacht genoemd hebben, een nieuwe koffiemethode uit: de cowboykoffie. Gewoon de gemalen bonen met heet water in een kopje doen en het dan laten bezinken. Dan gooi ik de koffie over in een ander kopje zodat het meeste prut in die ene achterblijft. Werkt prima.

Vandaag op weg naar de Noordoostpolder en dan daarna eindelijk Friesland!

Xx

Ontvang een mailtje van me bij een nieuwe blog! 🍂🍃

Voeg je bij 182 andere abonnees

Geef een reactie

3 reacties op “Op ’t fietsje naar het Noorden”

  1. Pelgrim Zora avatar

    Gebruik gewoon een katoenen zakdoek duh!

    1. Simone avatar

      Heb ik niet mee. Kikadom, wat moet een mens zonder zakdoek 😭

  2. Loes Meijer avatar
    Loes Meijer

    Veel plezier, leuk!!!!! Steek even over naar Vlieland 🙂

Ontdek meer van Tante Tent

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder