• Het wildplukken is begonnen!

    Het wildplukken is begonnen!

    Het wildplukseizoen is begonnen! En zit meteen in haar hoogtepunt, want het stikt van de wilde blaadjes overal. En juist nu zijn ze mals; als de plant eenmaal gaat bloeien worden veel blaadjes te taai en niet meer eetbaar. Als je juist weer van de geneeskrachtige werking van een plant gebruik wilt maken, schijn je juist vlak voor de bloei de blaadjes te moeten plukken (uit boek: Heilzame Thee van Michaela Girsch). Maar ik leerde van Marry ook niet te panikeren als het om plukmoment gaat, want ‘half goed is óók goed’. Alleen taaie groenten zit je waarschijnlijk niet op te wachten, en bij sommige planten zoals speenkruid is het ook slecht voor je om ze te eten na de bloei!

    Wilde ui en knoflook

    Het vroege voorjaar is hét seizoen voor daslook: een groen blad dat ontzettend lekker naar ui meets knoflook smaakt. In het VK overvloedig, letterlijk overal waar je gaat zie of ruik je daslook. Er is geen ontkomen aan! In Nederland is ze moeilijker te vinden, en heeft zij zelfs een tijd op de rode lijst gestaan (= verboden te plukken vanwege schaarste). Inmiddels niet meer, maar ik had nog nooit daslook in de buurt gevonden.

    Kraailook, daarentegen, zie ik overal. Ik laat twee keer per week een hondje uit in de polder als bijbaantje en tot mijn verrassing zag ik haar daar opeens! Ik ken de plant eigenlijk niet zo goed en toch wist ik het meteen. Het lijkt op bieslook en groeit tussen gras, dus je moet het net even weten. Maar de tint groen is nét wat blauwer dan gewoon gras, die wat meer geelgroener is. En daarom valt ze op. Lange holle sprieten, ruikt naar ui. Er zijn ook wel wat narcisachtige plantjes die erop lijken, dus check je business. Ruikt de plant echt naar ui of heb je al aan een andere plant geroken en ruiken je vingers ernaar?

    Ik plukte een flinke bos en legde het te drogen boven mijn bed. Want, drogen moet in een donkere en droge ruimte en ik heb maar een klein kamertje waar het hoekje met mijn bed de enige geschikte ruimte is. Gevolg: ’s nachts lekker genieten van een uienlucht, hahaha. Alleen, toen de plantjes droog waren rook het totaal niet meer naar ui, maar gewoon naar hooi. In boeken lees ik wel dat het een prima plant is om te drogen. Wellicht te traag gegaan en daardoor een en ander aan smaak verloren?

    Kraailook in de polder

    Ondertussen liep ik op een dag een rondje met mijn zus’ half jaar oude baby in de draagzaak door de wijk van mijn ouders. Het was zonnig de afgelopen weken en ik wilde hem juist een beetje uit de zon houden, dus koos voor schaduwrijke paadjes. Een paadje langs een sloot, waar ik al eeuwen niet had gelopen, bleek daar ideaal voor. En wat zie ik daar? Daslook, en véél! De dag erop ben ik met mijn peuternichtje gaan plukken. Waarschijnlijk lopen hier heel wat hondjes te piesen, maar een beetje water en azijn en het probleem is verholpen. Sowieso moeten we dat gevaar maar ‘relativeren’. Als je wel eens niet-biologische groenten koopt zit het waarschijnlijk vol met pesticiden en zo niet lopen daar ook dieren rond. Of wordt het met koeienpoep bemest. Dus ik maak me niet zoveel zorgen over hondenkak. Vorig jaar reed ik met mijn moeder naar Groningen en zagen we onderweg enorme aardappelvelden langs de snelweg. Nou, ik denk dat ik nog 10x liever een aardappel met hondenpies eet dan die langs een snelweg groeit, haha.

    Maar, hoe kun je nou optimaal gebruik maken van het relatief korte seizoen dat we gezegend zijn met daslook? Op insta kreeg ik leuke tips doorgestuurd. In een video van Foraged.by.Fern laat ze zien hoe je daslook inmaakt (beetje mengen met zout, even laten staan, kneden, en dan in eigen vocht in een potje met een gewichtje erop, 2 weken later ongeveer klaar). Of ze deed fijngesneden daslook in een ijsblokjesmal en goot daar gesmolten boter bij en vroor het dan in: ready to go knoflookboter om je groentes – of wat dan ook – in te bakken! Omdat ik even niet bij mijn ouders in de buurt was en wel weer kraailook tegen was gekomen, probeerde ik beide experimenten uit met kraailook. Het resultaat moet zich nog laten zien!

    Look-zonder-look is overigens ook een erg lekker knoflookachtig plantje, maar iets milder. Lekker in een salade of op mozzarella-tomaat-spiesjes, wat ik vandaag maakte!

    Daslook. Als het ergens groeit, groeit er meestal een heeeeleboel

    Kruidenzout

    Vorig jaar ben ik voor het eerst begonnen met planten drogen. Ik heb geen idee hoe het moest en vond het zó interessant! Uiteindelijk sloot ik het seizoen af met potjes brandnetel, frambozenblad, duizendblad, moerasspirea, klein hoefblad bloem, heermoes, bijvoet, en nog meer. Het plan: er theetjes van zetten in de winter, als er weinig te wildplukken valt. Ik heb veel thee gezet, maar de voorraad bleek te groot voor mij alleen. Toen hoorde ik in een podcast over iemand die kruidenzout maakte als gemakkelijke verwerking van wildpluk en ook om het wat meer aan je dagelijkse voeding toe te voegen. Toevallig had ik nog een grote zak keltisch zeezout staan en dus flikkerde ik daar van alles bij: heermoes, brandnetelzaad, bijvoet, en de gedroogde kraailook ook al rook hij nu naar hooi, haha! Ik heb een enorme hoeveelheid, dus het plan is om het weg te geven. Maar ik vind dat nog een beetje eng. Ik vertrouw mezelf wel als het om plukken gaat, maar wat als ik tóch per ongeluk een foutje heb gemaakt?! Die verantwoordelijkheid naar anderen toe vind ik doodeng.

    Daarentegen pluk ik wel continu plantjes met mijn nichtje en neefjes. Ze vinden het razend interessant. Ik probeer ze ook goed te wijzen op de giftige soorten, maar het is allemaal nog wat abstract voor ze. ‘Men’ zegt dat kinderen beter luisteren dan je denkt en ik was ook apetrots toen mijn broer me vertelde dat mijn neefje van 4 keihard op de remmen van zijn fiets was gaan staan toen ze kraailook tegenkwamen onderweg: ‘wist je dat dat plantje naar ui smaakt?!’.

    Het is nog wel spannend, want ze stoppen nu ook steeds van alles in hun mond. Het schijnt wel dat de smaak van kinderen vrij goed aangeeft als het giftig is en ze het dan vaak zullen uitspugen. In de wildplukwereld lijkt men er vrij relaxed over en educatie over planten kan je er ook niet vroeg genoeg in gieten, toch?!

    Zevenblad

    Als je iéts nu moet plukken, is het zevenblad. De meeste mensen haten het, maar het is een bijzondere bladgroente. Weet wel: aan wilde smaken moet je vaak wennen. Het is niet doorgeselecteerd of gemodificeerd op beste smaak, maar soms juist erg bitter of wrang. Ik vind dat nu juist lekker en associeer het echt met voedzaamheid, avontuur, wildernis. Maar geef jezelf een paar kansen en knap niet meteen af op de eerste keer dat je een plantje eet. Bouw het ook op: ga geen salade eten van puur zevenblad, maar mix het met een frisse sla en komkommer en een zoete dressing bijvoorbeeld.

    Zevenblad heeft nu super fris groen blad, probeer eens verschillende stadia uit om te knabbelen, dan merk je het verschil. De mini blaadjes die nog niet helemaal uitgevouwen zijn, zijn het ‘makkelijkst’ qua smaak. Mijn nichtje van 2 riep op de fiets ‘mag ik nog een zevenblad?!’.

    Een man waar ik schoonmaak vertelde me dat hij de moestuin er weer van ging ontdoen, dus elke keer dat ik daar kom pak in mijn kans en pluk hondenplasvrij zevenblad. Wat de katten ermee hebben gedaan weet ik alleen niet, haha! Zevenblad is ook lekker om op te bakken. Of door de stamppot te roeren, samen met het bittere paardenbloemblad (geeft beetje hetzelfde effect als andijvie). Knip of snij hem dan wel wat fijner, want hij wordt wat taaier bij warm maken!

    Wilde zaden

    Ik ben zo superblij met de podcast van Lieve Galle, over wildplukken en kruidengeneeskunde. Echt ontzettend inspirerend en perfect vermaak tijdens mijn schoonmaakwerk. Ondertussen word ik er wel arm van, want van elke gast wil ik het boek wel hebben. Zo heb ik nu twee boeken van Laurette van Slobbe gekocht, en ze zijn zo fantastisch! Die over wilde bladgroentes kan ik echt aanraden, uniek in zijn soort. Deze gaat dieper in op allerlei wilde bladeren en hoe ze te verwerken.

    In de bieb vond ik een boek over zaden telen, want dat is ook iets helemaal nieuws voor mij. Vorig jaar oogste ik voor het eerst zaden van de gewone berenklauw (ontiegelijk lekkere sinaasappelsmaak) maar had geen idee wanneer ze te oogsten. Als ze groen zijn? Bruin? Of is dat dan te laat? In dit boek las ik over hoe je zo laat mogelijk zaden wilt oogsten om opnieuw te planten, omdat ze dan zo lang mogelijk voedingstoffen op hebben kunnen nemen uit de plant. Ik trok daaruit zelf de conclusie dat als je ze wilt eten, je dus het beste langer kunt wachten om dezelfde reden. Maar, hé, nogmaals, half goed is ook goed ;)

    Wilde-bladgroentemix. Welke herken je? Het zijn er 5.

    Het is echt mijn droom om zaden te telen van wilde planten. Vorig jaar heb ik wat lupine, look-zonder-look en duizendblad geoogst, maar ik wist niet precies wat ik deed. Ik heb ze bewaard op mijn kamer, maar uit het boek bleek dat koele omstandigheden beter zijn omdat ze dan minder reservestoffen verbruiken. Waardoor ze weer meer kiemkracht behouden. Ik ga binnenkort ook weer voor een paar maanden weg, dus ik weet niet of ik ze gewoon uit zal strooien of dat het dan verloren zaak is.. Ik zal het dan in ieder geval nooit weten.

    In dezelfde podcastserie is ook een aflevering met Veerle de Vos, die in België wilde zaden teelt en ook een open tuin heeft. Ik zou daar zoooo graag eens naar toe en van haar leren!

    Geneeskrachtige planten

    Ik word zo achterlijk blij van plantjes. En ik wil nog veel meer over ze leren en over hun bruikbaarheid. Mijn specifieke interesse heeft ook de geneeskrachtige werking. Want: hoezo proberen we eerst allerlei synthetische middelen en grijpen we pas naar kruiden als we het écht niet meer weten? Lieve Galle zegt in haar podcasts ook terecht: het zou andersom moeten zijn. Veel mensen stappen ook niet meteen naar de dokter met klachten en juist dat is de periode waarin milde geneesmiddelen al een rol kunnen spelen. Planten zijn geen wondermiddelen, maar hebben wel degelijk invloed. Koffie, die invloed voel je toch ook? En als je dood kan gaan van planten, kan je er toch ook heus wel van genezen? Planten doen iets met je lijf, dat is duidelijk.

    Paardenbloemblad. Boven ook wat vogelmuur en rechtsonder veldkers.

    Het is een ontzettend complex vakgebied en ik weet eigenlijk niet waar te beginnen, maar ik neem gewoon kleine stapjes. Zoals ik ook altijd met wildplukken heb gedaan. Toen ik begon, in 2019 ofzo, wist ik echt bar weinig. En ik heb gewoon heel natuurlijk en op een rustig tempo mijn kennis uitgebreid en weet nu behoorlijk wat. Eerst wat boeken, dan zelf proberen, dan eens een cursus. Zo gaat dat. Wat ik al wel boeiend vond om te horen is dat medicijnen vaak ook gewoon als voedsel ingenomen kunnen worden. Brandnetelsoep kan ook medicinaal zijn, natuurlijk. Of als interventie worden gebruikt bij een ijzertekort, of iets dergelijks (geen idee hoor). Het hoeven niet alleen maar tincturen, zalven of theetjes te zijn. En dat vind ik ook een razend interessante gedachte.

    Voor de beginners

    Wat ik een hele mooie tip vind die ik laatst hoorde, voor beginnende wildplukkers, is: verdiep je relatie met de planten die je al kent. Brandnetel is hartstikke makkelijk te identificeren en veel mensen kennen ook de paardenbloem wel. Er is recentelijk een heel boek over de paardenbloem uitgebracht, kun je nagaan! Deze twee plantjes vind je overal en zijn zo voedzaam en divers! Al zou je de rest van je leven alleen die twee wildplukken, heb je al een prachtige toevoeging aan je dagelijkse kost. Brandnetelsoep, brandnetelthee, paardenbloemsiroop, paardenbloemblad-salade, koffie van paardenbloemwortel, brandnetelzaad door brooddeeg, en ga zo maar door. Van beide planten kun je zelfs touw maken, en is helemaal niet zo moeilijk.

    Lang leve planten. Mijn besties 🌱

    P.s. Aan de plantjes die ik niet genoemd heb, sorry. Vogelmuur, kleefkruid, veldkers, dovenetel, look-zonder-look, en vast nog een hoop. Allemaal nu te plukken en te eten.

  • Recente wolprojecten + patronen

    Recente wolprojecten + patronen
    1. Bonnet spinnen & breien
    2. Eerste trui breien & blocken
    3. Plantaardig verven met meekrap
    4. Simpele balaclava haken
    5. Op de planning

    Bonnet spinnen & breien

    Ik was deze maand ruim een week ziek. Dan denk je: top! Tijd voor breien! Maar na vijf minuten breien ben werd ik weer kotsmisselijk. Zelfde gold voor tv kijken.

    Wel kreeg ik het de die dagen voor elkaar om eindelijk een bol wol af te spinnen. Ik had eerder al twee draden gesponnen (o.a. in het atelier van Verloren Wol) en die was ik ook alweer in elkaar aan het spinnen (twijnen), voor lekker stevig draad. Maar het touwtje van het voetpedaal van het spinnewiel brak en alle andere touwtjes die ik vastbond daarna ook, dus ik had het opgegeven.

    Tot vorige week, toen ik me iets beter leek te voelen. Met goede moed knoopte ik er weer een stevig touwtje aan en warempel, het ging! Na het spinnen wikkelde ik de draad om de haspel (of niddy noddy) en knoopte er touwtjes omheen zodat de draad niet in de knoop raakt. Een heet badje om de draad wat uit te balanceren en daarna uitgeknepen en in de badkamer gehangen om te drogen.

    Tips voor het leren spinnen: leer eerst met de trapper omgaan. Vooral bij het wat stroevere oude wiel van mijn oma maakt het echt een verschil als ik niet alleen met mijn tenen druk, maar ook met mijn hiel echt naar beneden afzet. Deze videoreeks van Louët vond ik ook erg behulpzaam! (Er zijn 4 hoofdstukken/video’s).

    Ik wilde er graag iets functioneels van breien wat ik ook nodig had (dus niet de zoveelste sjaal). Nu heb ik wel wat mutsen, maar ik vind mutsen vrij irritant omdat ze altijd omhoog glijden, vooral als je een dikke sjaal om hebt. Mijn lievelings is van die mutsjes die je onder je kin dichtknoopt, of een balaclava, waar het gewoon je hele gezicht omsluit. Ik had geen zin in een ingewikkeld patroon met deze oneffen draad en ik vond een voorbeeldje waar ik zelf het patroon een beetje bij bedacht (originele patroon vind je via de link).

    Mijn variant, zonder de nekmindering. En over de naad gevouwen, dus ziet er wel even anders uit.

    Patroon. Als je wel eens een sok vanaf de teen heb gebreid, is het precies dat: ik zette met naald 5,5mm 2×14 steken op met Judy’s Magic Cast On methode. Daarna steeds om en om: een rij breien, en dan een rij twee meerderen. Ik leerde dit via deze video, wat echt een vet duidelijke uitleg is! Gaat wel vaak een paar keer mis voordat ik verder kan, haha, zo ook nu.

    Het aantal steken bedacht ik zelf, ik wilde een beginbreedte van ongeveer de twee punten van mijn achterhoofd. Ik meerderde tot 44 steken (dus 16 steken gemeerderd, is 8×2 steken gemeerderd, 16 rijen gebreid in totaal). Daarna deed ik nog 4 rijen in ribbelsteek. Ik haakte met haaknaald 5 iets achter de hoeken van de muts (dat zat beter) touwtjes door eerst aan te hechten met drie vasten, keerlosse, twee vasten, keerlosse, 1 vaste, een rijtje lossen te haken zolang als je je touwtje wilt en dan terug met in de achterste lusjes steeds een halve vaste.

    De wol kocht ik als lontwol, dus gekaard en al (kaarden is het kammen van de wol, zodat het uit de klit is en je het makkelijker uit elkaar kunt trekken. Je trekt wol uit elkaar als je aan het spinnen bent, zodat je dunne stukjes en daardoor fijner draad krijgt). Fijn voor een beginner. Het wit is van Texelaar en de bruine ben ik vergeten, haha. Ik heb ook nog een grijze streng voor het volgende project: de spintol! Een kleine houten tol waarmee je wol kunt spinnen. Handig voor op reis!

    Eerste trui breien & blocken

    Rond Kerst breide ik mijn eerste trui af en ik kan nog steeds niet geloven dat ik die zelf heb gemaakt. Ik deed het met een patroon van Drops studio, waar veel fijne gratis patronen opstaan met ook goede NLe vertalingen. En voor verschillende technieken staan uitleg video’s, super chill.

    Zo moeilijk was het eigenlijk niet eens! Maargoed, dat lijkt altijd zo als je iets eenmaal kunt. Ik probeerde het extra te waarderen, want een jaar geleden was het echt mijn droom dit te kunnen. Als extraatje maakte ik de mouwen extra lang en met duimgaten, ultiem! Ik breide de trui van boven naar beneden met raglan meerderingen, voor wie weten wat dat is. Op een rondbreinaald, met wol van Shetland (eilandengroep boven Schotland), die ik kocht op Skye (eiland aan de westkust van Schotland)😍.

    Ik maakte maat M, maar een proeflapje maakte ik niet en ik kwam er al achter dat mijn breiwerk wat kleiner uitpakte dan in het patroon. Maar ik paste hem regelmatig en het ging goed. Hij zat wel vrij omsluitend, wat me uiteindelijk toch tegenviel, want door de elastische boord kroop de trui steeds omhoog als ik hem droeg. Dus na een paar weken dragen besloot ik de enge stap te wagen: de trui te gaan blocken.

    Je laat je breiproject dan in lauw water weken, drukt daarna het water eruit, en speldt hem dan op een oppervlakte in de vorm die jij wilt. Wol is vrij vormbaar namelijk. Vooral groter maken is een goede optie bij blocken. Een ander effect van blocken is dat de steken zich wat gelijker gaan verdelen en je trui dus wat effener wordt, wat netter. En dat hij wat soepeler gaat vallen. Ik rekte hem flink op in de breedte en speldde hem op een vloerkleed, who needs blocking mats?! Je krijgt wel wat puntjes in de stof waar je hem vastspeldt, omdat hij daar uitrekt.

    Het resultaat was echt perféct. De trui valt nu wijdt om mijn heupen en blijft dus gewoon hangen in plaats van dat het wordt uitgerekt door mijn heupen en door het strakke dan omhoog kruipt. Zo blij mee! Het drogen ging ook relatief snel, de trui kwam al relatief droog uit de handdoek waarin ik hem oprolde om het water eruit te persen. Ik liet hem drie dagen liggen.

    Vóór, niet heel goed te zien, maar de ribbels in de onderste band zitten vrij dicht op elkaar
    Na, de ribbels in de onderste band zijn permanent opgerekt!

    Je kunt dit dus trouwens ook doen met je wollen kleding die te klein is geworden, of nét iets te heet is gewassen (echt vervilte kleding wordt lastig). Ik was bang dat door het warme water en uitknijpen van de trui ook iets van vervilting op zou treden. Maar daarom moet je dus niet wringen. Het schijnt ook dat niet per se heet water wol vervilt, maar grote plotselinge temperatuurverschillen. Je wolwas spoelt dan ook niet koud na ofzo en een normaal programma wel, zoiets.

    Volgende keer dat ik een dikke trui ga breien ga ik wel voor een oversized formaatje, dat past meer bij dikke truien vind ik.

    Plantaardig verven met meekrap

    Van de zomer kocht ik een kilo witte schapenwol. Nederlandse schapen en verder verwerkt in België en Duitsland. Redelijk lokaal dus. De website zei breinaald 4, maar voor een mooi resultaat moet ik echt 2,5 of maximaal 3 doen, dus dat viel een beetje tegen. Ik ga echt geen grote projecten met naald 2,5 doen joejoe! Wel maakte ik mooie handwarmers (link naar youtube uitleg). Het idee was met een kilo witte wol, dat ik van alles kan maken en het dan zelf een toffe kleur kan verven met planten. Dus ik kocht er meteen ook aluin bij en meekrap.

    Aluin is een soort zout, waar je je wol mee behandelt zodat het de verfstoffen goed vasthoudt. Anders vervaagt je kleur heel snel, of kleurt hij niet eens zo mooi. Meekrap is een plantje waarvan de wortels een rode kleurstof afgeeft. Deze was verbouwd in Zeeland dus dat vond ik ook tof!

    Kilo Nederlandse wol!!

    Het leek me dat een aluminium pan de kleuren zouden beïnvloeden dus ik deed dit project in een rvs campingpan. Die nog steeds rood is sindsdien, haha. Ik verfde de handwarmers twee keer, om nog wat lichte vlekjes weg te werken, en ik vond het resultaat prachtig! In de boordsteek pakte hij de onderste lagen wat minder goed, beter is natuurlijk om wol eerst te verven en dan pas te breien, haha. Maar dat vond ik gedoe met die grote kilobol die ik heb!

    Ik draag de handwarmers veel en de kleur begint nu wel al te slijten. Maar ik moet ook eerlijk zeggen, ik had geen weegschaal of iets dergelijks, dus de hoeveelheden aluin en meekrap waren een beetje natte-vingerwerk. Ik heb het verbad 45 minuten op 70 graden gedaan (2x dus).

    Simpele balaclava haken

    Na m’n trui was ik even brei-zat. Eerst kreeg ik juist zin in grotere projecten, kabels breien enzo, maar toen eigenlijk ook weer niet. Ik had m’n neefje beloofd een trui te breien, maar die moest ik ook al 6 keer uit elkaar halen, dus ik besloot tot een wat kleiner project met een andere techniek. Een balaclava haken.

    Ik vond zo’n heerlijk simpel patroon, dat ik die hier nu even met je ga delen! Het is wel altijd even puzzelen met die patronen, dus stel vooral je vraag hieronder als je hem niet snapt.

    Samenvatting: Je haakt eerst de nek (overdwars) en maakt die aan elkaar met halve vasten. Dan begin je aan de voorkant van de nek, en haakt helemaal rondom vasten in de nekband (patroon doet halve vasten, vond ik beetje onhandig). Let op, je begint wel eerst met een paar lossen en eindigt ook met een paar lossen. Daarmee maak je een extra rand die je later dubbelklapt en naait, dat is de koordtunnel. Dan gewoon continu heen en weer in halve stokjes in de achterste lus. Dan maak je de bovenkant aan elkaar vast met halve vasten, naait de tunnel, en haakt een koordje die je door de tunnel haalt! Superleuk! De afmetingen moet je zelf even bedenken. Voor mijn 2-jaar oude neefje was 22 cm breedte goed en 14 rijen hoog met haaknaald 5. Het is lekkerder voor het kind of jezelf als het een beetje ruim zit.

    Op de planning

    De spintol, een balaclava voor mijn andere neefje, en nog een hoop dingen van mijn kilo witte wol staan op de planning en ik wil graag verven met wildpluk. Ik vind het vaak moeilijk om dingen te maken die ik al kan en vind vooral de uitdaging van een nieuw project leuk. Dat is mijn valkuil, haha, want ik zou graag voor iedereen sokken breien, maar daar kan ik mezelf echt niet toe zetten!

    Ik ben niet supersnel met dingen maken, en dat vind ik prima. Sowieso lukt breien me alleen maar goed met een ander erbij, anders vind ik het al vrij snel saai. Mijn hele trui is tot stand gekomen bij mijn ouders op de bank, terwijl zij zaten te lezen of mijn moeder ook zat te handwerken!

    Verder wil ik nog wel echt een paar technieken leren zoals kabels breien, een trui op rechte naalden, en weven. Met mijn moeder deed ik een cursus bandweven (zie vorige blog) en er was toen ook een dame die een tafelweefgetouw van de kringloop weg wilde doen, dus aan mij gaf. Daar wil ik ook mee gaan experimenteren, ooit, haha!

    Stel je vragen hieronder, of deel jouw leuke ideeën/patronen/projecten zodat ik weer geïnspireerd kan worden :)

  • Op beverjacht

    Op beverjacht

    Toen ik in een tent woonde, deelde ik mijn favoriete kampeerterreintje eens met een Friesche boer. Hij hield van schaken, en was verder eigenlijk ook gewoon zwerver. Op zijn fietsje en met zijn tentje genoot hij van het vrije leven. Ik vroeg hem hoe hij dat in de winter deed, en hij antwoordde: ‘oh, dan slaap ik vaak in Nivonhuizen’. Daar had ik nog nooit van gehoord. Het was een relatief goedkope optie voor een bedje, vertelde hij me.

    Na wat uitzoeken was ik verbaasd dat ik hier nooit eerder van had gehoord. Of eigenlijk: dat ik er nooit verder in was gedoken. Want ooit was ik eens langs een Nivonhuis gepasseerd met een vriend en besloten we dat het saaie boel was. Niks voor ons. Maar toen ik het ging onderzoeken, vond ik het een fantastisch concept. Je wordt lid, betaald iets meer dan twee tientjes per nacht en krijgt dan een privékamertje en deelt de faciliteiten zoals een grote keuken en de badkamers. Maar het belangrijkst: al de huizen staan middenin, of heel dichtbij, natuur! Hoe perfect!

    Inmiddels is door belastingstijging de prijs wat gestegen, maar nog steeds is het een heel betaalbaar en superleuk. Je komt lekker gekke mensen tegen, hoort soms de kinderen aan het einde van de gang ’s nachts huilen, en hebt dan weer bijna het hele huis voor jezelf alleen. Het is van socialistische oorsprong en neigt soms naar wat niet-Christelijke Calvinistische vibes (lichten uit, grauwe muren, simpele meubels), maar dat kan ik wel waarderen.

    Naar de Bosbies
    Er zijn dertien huizen, en in de afgelopen 3 jaar heb ik er maar liefst 11 aangedaan. Tijd om de laatste paar af te klappen. Inmiddels heb ik mijn ouders ook enthousiast gemaakt voor dit concept en boeken mijn moeder en ik zo nu en dan een wandelweekendje in één van de huizen. Nu stond nummer 12 (voor mij) op de lijst: Huis De Kleine Rug, bij Dordrecht.

    Uitzicht vanuit het huis

    We gingen met mijn autootje, want ik moet meters maken. Ik rij nu alleen maar naar het buurdorp voor werk en naar de supermarkt als ik lui ben, maar dat gaspedaal mag ook wel eens wat dieper ingedrukt. Straks in Schotland moet ik links gaan rijden, dus dan is het fijn als het rijden zelf al vertrouwd voelt.

    Natuurlijk had mijn moeder alles supergoed voorbereid en had ze vrij weinig aan mij. Van de zes dingen die ik moest regelen was ik er alsnog twee vergeten, dus ik ’s ochtends naar de appie voor rijstewafels. Boter had m’n moeder nog, maar die zijn we uiteindelijk alsnog vergeten omdat hij niet op haar lijstje stond. My bad.

    Meteen een lege portemonnee
    Gelukkig wilde ook mijn moeder niet per se vroeg vertrekken, want ik hou van trage ochtenden (zij ook, maar die van haar beginnen een paar uurtjes eerder, haha). Dus tegen de middag tuften we weg in mijn wagentje. We waren allebei verbáásd hoe snel je in de Biesbosch bent. Binnen het uur waren we bij een bezoekerscentrum; waarom gaan we hier nooit heen? Ik heb de Biesbosch letterlijk al heel lang op mijn lijstje staan om eens te wandelen, kanoën, of gewoon te verkennen. Dat had makkelijk gewoon als dagactiviteit gekund, maar voor mijn gevoel ligt het úren verder naar het Zuiden. Goh, die Nederlandse mentaliteit ook. Alles wat meer dan een uur fietsen is, is ver.

    We consumeerden weer een hoop in het centrum: alle kinderboeken moesten bijna mee en nog meer cadeautjes voor de kleinkinderen; we dronken nog thee uit de thermoskan met kaneelbroodjes en gingen toen op pad. Het was een stralende winterdag en de zwarte specht galde al door het bos. Hoewel ik dit rakkertje goed ken uit mijn tentleventijd, bracht mijn moeder me opeens aan het twijfelen. Een groene specht klinkt eigenlijk best wel vergelijkbaar. Hoe onderscheidt je die? Ik denk toch dat het de zwarte was, want dat is gewoon een luidruchtige knaap en ook deze liet heel Dordrecht weten wie de baas was.

    Na 500 meter was er al een ontzettend schattig café. Daar móesten we naar binnen. Het lag aan een rivier die omringd was met geel riet, en daaromheen het typische Biesbosch landschap van vlaktes met geknotte wilgen, afgestorven bomen door aalscholverpoep (echt zo, die verzuren de hele boel blijkbaar) en watertjes. Als ik in mijn eentje wandel vind ik een café altijd overbodig, maar met mijn moeder doen we het gewoon. Het hoort bij de ervaring, vinden we. En eigenlijk vind ik dat ook als ik alleen ben, maar heb ik niet mijn moeder bij me om te zeggen, boeie, we doen het gewoon, alles voor de koffie. dAarVoOr wErkeN We ToCh?!

    We waren allebei helemaal hyper van het knusse boerderijcafé en het landschap, dus klokten onze koffie achterover, ouwehoerden wat met de zoon van de eigenaar en liepen toen ons rondje van een paar kilometer af. Want, we wilden ook vóór het donker bij het Nivonhuis aankomen, zodat we dat nog een beetje goed konden zien.

    De verwachtingen voor het weekend werden alvast neergezet, want elke drie meter keek ik naar diersporen of tuurde ik door mijn verrekijker naar weer een reiger of kolgans. Mijn moeders geduld is eindeloos, en dat is maar goed ook. Soms loopt ze gewoon door, zoals al mijn wandelmaatjes, en dan voel ik me wel afgewezen, maar het is ook wel begrijpelijk. Haha, grapje.

    Brakke nacht
    Dit Nivonhuis bij Dordrecht is heel speciaal. Je moet namelijk de huiswacht bellen (vrijwilligers die het huis een week beheren) om opgehaald te worden met een klein sloepje. Helaas betekende dat ook dat we onze tassen efficiënt moesten inpakken, terwijl ik al mijn zooi los in de auto had gesmeten. Natuurlijk was mijn moeder iets beter georganiseerd, dus met haar hulp stapten we het wankele bootje in en brachten alles droog over.

    Omdat je dus alles mee moet sjouwen houden we onze maaltijden heel simpel en hadden we zó mijn lievelingsmaaltje in elkaar geknald: rijst met kip, sperziebonen en zoetzure saus (sorry Baloe). Terwijl iedereen in de gemeenschappelijke ruimte chillde, trokken wij ons daarna meteen terug op ons knusse kamertje. Want we hadden zin om plat te liggen en onze chips te vreten zonder die te hoeven delen. Ik was bekaf, waarvan precies weet ik niet, ik had ook best veel gewerkt die week (voor mijn doen dan, haha) dus moest echt even bijkomen.

    Ik slaap heel slecht met andere mensen op een kamer, en ook dit keer werd die angst weer werkelijkheid. Ik sliep heel licht, werd van elk geluidje wakker en lag vanaf 4 uur gewoon klaarwakker me te frustreren over allerlei dilemma’s die bij daglicht allemaal niet zo zwaar zijn. ’s Ochtends, toen mijn moeder eindelijk haar lampje aan deed, moest ik meteen huilen van alle stress. Maar ik had wel mijn eigen tweepersoons koffiezetapparaatje meegenomen en we hadden de koffie er de avond ervoor al ingedaan. Dus toen mijn moeder op de aan-knop drukte en de geur van koffie mijn neusvleugels binnendrong, waren alle problemen weggevaagd.

    Eendenhemel
    We hadden helemaal zin in ons plan. Het langeafstandspad van de Biesbosch willen we allebei graag nog een keer doen en mijn moeder had het boekje meegenomen voor wat wandelinspiratie. Daar stonden ook losse wandelingen in die juist niet op de route liggen, en we besloten daarvan eentje in de buurt te doen, op de Sint Jansplaat. Eerst in de boot, dan een stukje rijden, dan met de auto de pont op, dan weer een stukje rijden, en dan waren we er. Uiteindelijk was het een rit van 15 minuten ofzo, ook al klinkt het langer.

    De zon scheen prachtig en op de parkeerplaats genoten we al. Enorme kale bomen tekenden het landschap en er liepen wat mensen af en aan met joekels van camera’s. Maar verder was het ontzettend rustig, zo op een vrijdagmorgen. De wind gierde wel door onze jassen, maar we zetten stevig de pas erin. Hoewel, na honderd meter liep het pad over een brug en daaronder zag ik dé perfecte modderlaag voor diersporen. Het water was brak dus lichtelijk onder invloed van eb en vloed, en bij eb heb je zo’n hele stevige klei-achtige ondergrond. Ik moet eigenlijk nog alle foto’s goed bekijken met mijn boekje ernaast, maar ik vond in ieder geval reiger- en vosprinten. Ik had er wel úren kunnen kijken! (overdreven, maar wel lang).

    Reiger, te zien door formaat en dat middelvinger en duim (onderste teen) niet in een rechte lijn staan

    Nog eens honderd meter verder zagen we al omgeknaagde bomen en dook ik de bosjes in, weer naar het water toe om beverprenten te zoeken. Behalve rat (muskus?) vond ik alleen maar uitgezakte printen, de bever is toch een iets te zwaar dier voor die zachte ondergrond denk ik.

    Maar wát een wandeling verder. En zoveel vogels. We wisten eigenlijk al snel dat we een veel te ambitieuze afstand hadden gepland, maar we gingen toch door, want we moesten en zouden die andere uithoek ook zien. Ik gilde het een paar keer uit, want ik ben eenden tegengekomen die ik nog nooit heb gezien! Op de één of andere manier ben ik gewoon fan van eenden, het is zo’n leuke groep vogels. Zo divers en zo goed te zien in de winter. We zagen: smient, wilde eend, krakeend, wintertaling (hónderden), pijlstaart (3 stuks, wauw wat een pracht!), kuifeend, grote zaagbek, BRILDUIKER ÉN NONNETJE!

    Overal waar we liepen waren bomen omgeknaagd en zagen we glijbaantjes van het ene watertje naar het andere, van familie bever. We hoorden dat er zo’n 350 bevers in de Biesbosch zitten! Heel speciaal, maar behalve wat vage afdrukken konden we niet echt een goede prent vinden. Later zagen we een heel wandelspoor van een bever het water in, maar de modder was te zacht voor mij om dichtbij te komen en goed te bekijken. Wel kreeg ik wat beverkeutels in zicht en kon ik met mijn verrekijker zien dat er houtsnippers in zaten (daarom denk ik bever). Wel bijzonder, want bevers poepen eigenlijk in het water en je kunt hun poep alleen soms zien bij eb!

    Beaver at work

    Kleurenparadijs
    ’s Avonds trokken we ons weer terug op het kamertje, vooral om een lieve, maar wel erg spraakzame dame te ontwijken. Ik sliep wat beter door een ontiegelijke saai podcast met de rustgevende stem van een Vlaamse dame in mijn oren en ’s ochtends begon de dag meteen al weer goed met luisteren naar het gepruttel van koffie vanuit mijn warme bedje.

    Voor mijn verjaardag in juni had mijn moeder me een workshop cadeau gedaan, maar we konden steeds maar niks vinden waar we allebei blij van werden. Mijn moeder wilde heel graag nog eens leren bandweven, maar ik snapte niet zo goed wat daar nou speciaal aan was. We vonden toevallig wel een cursus op een half uurtje rijden van dit Nivonhuis en precies ook in het weekend dat wij er zaten, dus boekten we dat gewoon. We kwamen nog bijna te laat, omdat de huiswacht zich had verslapen voor onze overtocht naar de auto. Wat een stress, want er stond in de cursusbeschrijving dat je iets lekkers kreeg als je er een kwartier eerder was. Gelukkig kregen we dat alsnog. Haha.

    In de binnenstad van Gorinchem vind je de weverij van Jolanda, waar allerlei grote weefgetouwen staan, mooie sjaals hangen, gequilte tasjes liggen en wanden vol met bollen garen te zien zijn. De hele ochtend besteedden we aan het ontwerpen van ons bandje, want dat is nog best ingewikkeld. Je hebt beperkingen in de hoevelheid opties, maar toch nog best veel mogelijkheden, en daarna moet je schematisch inkleuren hoe je dan je weefgetouw(tje) moet bedraden. Na de lunch zetten we die draden (schering) op en het laatste uur gingen we eigenlijk pas weven!

    Het was zo heerlijk bezig te zijn met die kleuren en het is zo’n specifieke skill eigenlijk. Dit draagbare weefgetouw is speciaal gemaakt voor bandweven en mijn moeder en ik waren meteen verslaafd. ’s Avonds in het Nivonhuis bleven we eindelijk eens in de woonkamer hangen, om maar door te kunnen weven, en ook ’s avonds en ’s ochtends in bed werd er gewoven. De avond dat we thuiskwamen de volgende dag, had mijn moeder haar bandje al af, en ik de dag erna ook. 2,5 meter! Eerst denk je: wat heb je nou aan een bandje? Maar terwijl je bezig bent heb je al honderd bestemmingen bedacht en wil je nog 100 bandjes weven. En dat gaan we ook doen, want mijn moeder heeft meteen allerlei garen aangeschaft zodat we bezig kunnen blijven (scheelt weer lekker in mijn eigen portemonnee, haha!).

    Een minivakantie
    ‘Het lijkt wel een soort minivakantie!’, zei mijn moeder de volgende dag. Wat ik grappig vond, want dat wás het toch ook? De volgende dag moesten we opruimen en gelukkig waren onze tassen nu wat lichter voor op het bootje; alle chocola en chips was er sowieso al uit ten minste. De nieuwe huiswacht die ons overvoer, zag onze bandjes en zei nog gekscherend dat we wel veters konden gaan weven. Daar had ik nog niet eens aan gedacht, hoe leuk!

    We wilden nog lange niet naar huis en hadden op de kaart gezien dat er nog een leuk museum in de buurt was: Museumeiland Biesbosch. Daar kon je ook nog een fluisterboottocht boeken, maar eerst wilden we koffie met taart en toen hingen we nog een uur in het museum. Heel interessant allemaal, over de vroegere wilgen-, riet-, en biezenoogst uit dit gebied. Zwaar werk, en het zette me weer aan het denken over hoe hard sommige mensen werk(t)en en hoe onmenselijk dat is. Zou het echt nodig zijn, hoort het echt bij het leven? Of is het gewoon een uiting van ongelijkheid? Altijd wel weer leerzaam om je te verdiepen in hele andere soorten levens.

    Na het prachtige boottochtje was het wel weer welletjes. Tijd voor huis. Een heerlijke minivakantie met ma <3

    Zie hier voor andere blogs over Nivonhuizen.

    xxx

  • De Natuurverbinding wordt….

    De Natuurverbinding wordt….

    Vanaf nu ga ik verder als Tante Tent :) Hoewel ik al een tijdje niet in een tent heb geslapen is het toch wel symbolisch voor mijn bestaan: het chaotische zwerversleven, het rondtrekken, het avontuur en de natuur. Inmiddels natuurlijk een minicampertje erbij en zit ik ’s winters gewoon lekker onder een verwarmd dak, maar hopelijk komt kamperen er snel weer aan. Dit is nu even het seizoen van werken en routines en verder rustig aan doen.

    Dus, binnenkort vind je me via tantetent.nl!

    Want, ik ben trotse tante, ik hou van tentlife, en ‘een tante’ vind ik ook gewoon iemand die lekker gek is. En een Renault Kangoo is bij uitstek een tante-busje, nietwaar?

    ‘De natuurverbinding’ vind ik een beetje te gezapig geworden. Het begon als mijn naam toen ik een eigen onderneming opstartte, met het idee/de droom om mensen te inspireren wat dichter bij de natuur te leven. Inmiddels heb ik wel besloten dat ik daarbij geen winst of iets dergelijks hoef te maken, en ik wil ik meer gewoon inspireren en vermaken door te schrijven. Als Tante Tent.

    Liefs!

  • Kan je niet willen werken?

    Kan je niet willen werken?

    ‘Tsja, kan je niet willen poepen of plassen?’ reageert mijn vader sarcastisch als ik bij hem aankom met deze vraag. ‘Maar werken is een sociaal construct, poepen en plassen niet, pap’, reageer ik defensief. Hij is niet de enige: we denken allemaal dat werken er gewoon bij hoort, het nou eenmaal moet, het leven niet alleen maar leuk kan zijn. Maar is dat echt zo? 

    Het hangt er natuurlijk vanaf wat je onder ‘werken’ verstaat. Als je werken ziet als iets productiefs doen, ja, dan hoort dat bij het leven. Het menselijk lichaam wil bewegen, groeien, voortplanten, overleven, en ga zo maar door. Maar als je werk ziet als iets productiefs doen voor géld, dan wordt het opeens een heel ander verhaal. 

    Geld is door mensen bedacht en niet inherent aan het bestaan zelf. Wel inherent aan de Nederlandse maatschappij, de Westerse maatschappij, en inmiddels aan bijna de hele wereld, maar het is een menselijk ding. Bij de oerknal, of de Schepping, was geld echt nog niet aan de orde. Dus als geld een construct is, is werken voor geld dat ook. 

    Sokken stoppen

    Als iets een sociaal construct is, dan betekent dit dat er alternatieven zijn. Het is dan geen vastgelegd gegeven, wat vaak zichtbaar wordt als je naar verschillende soorten leefgemeenschappen kijkt – in het nu of terug in de tijd. Er zijn vast nog stammen die niet werken voor geld, en volkeren waarbij geld een hele onbelangrijke rol speelt. Dat kan dus ook. Als je je afvraagt of werken ‘nou eenmaal moet’, van wie moet dat dan eigenlijk? Je kunt je afvragen of het antwoord hierop je bevalt of niet. Moet het van jezelf? Van je ouders? Van je dorpsgenoten? Van je cultuur? Van het leven? Van je God? 

    Als je al gelooft in een God, dan geeft die denk ik niet zoveel om geld. Als je net als ik gewoon gelooft in het leven en de dood zonder een hogere intelligentie erachter, dan is geld ook niet meer zo relevant. In het eerste geval kan je het belangrijker vinden dat je aardig bent voor je naasten en wellicht nog iets heldhaftigs doet. In het tweede geval ben je misschien meer bezig met een vervullend leven leiden, dingen doen waar je zelf blij van wordt en je potentie vervullen. In beide gevallen kan geld verdienen een uitkomst zijn, maar het is geen must. 

    Lange-afstands-wandeling met tent

    Een goede reden om te geloven in de verplichting van werk, is omdat je de mens ziet als functioneel voor haar groep. Ik doe mee, dus ik besta. En aangezien onze maatschappij is gebouwd op werkende mensen, kan je de overtuiging bezitten dat het ieders plicht is dat ook te doen. Of dat zo is valt natuurlijk te betwisten, want mensen zijn op allerlei manieren nuttig. Bovendien is dan de vraag of het doel van het leven is om nuttig te zijn voor anderen.

    De vraag ‘kan je niet willen werken?’ kun je dus bekijken vanuit verschillende invalshoeken. Kan het, financieel gezien? Kun je overleven zonder te werken voor geld? Kijk naar mensen die helemaal off the grid gaan bijvoorbeeld, of die leven van een erfenis, of teren op andermans geld. Maar dat is maar voor een paar mensen weggelegd. Dan zijn er nog mensen die weinig werken en veel verdienen, een zogenaamd passief inkomen, wat vinden we daarvan? En kan het, maatschappelijk gezien? Kan de samenleving het zich veroorloven dat mensen niet werken? Wat is de rol van een uitkering hierin, of gebruik maken van publieke faciliteiten? Is het eerlijk tegenover mensen die wél werken? En ten slotte: kan het, spiritueel gezien? Ben je ‘het leven’ verplicht te werken? Ben je wel goed genoeg als je niet werkt? Doe je ertoe als mens als je niet werkt, voor geld? 

    Wildplukken

    Mijn zoektocht
    Ik worstel met werk. Ik vind werkdagen vaak te lang, fysiek vaak te zwaar, of het doel gewoon irrelevant. Ik wil niet bijdragen aan het vermeerderen van het vermogen van mensen die helemaal niks geven om het welzijn van anderen, of aan iets wat de aarde uitput. Ik wil geen verklaring aan iemand af hoeven leggen als ik in bed blijf met zware menstruatiepijnen. Ik wil mijn tijd gewoon nuttig besteden aan dingen waar ik blij van word, zoals natuur, creativiteit, vrienden en familie, en mijn basisbehoeften zoals eten koken en genoeg slapen. Al die uren die ik voor een ander werk, waar doe ik dat voor?

    Natuurlijk kan ik weer aankomen met het verhaal dat we inmiddels allemaal wel kennen: kapitalisme gedijt bij werkende (en consumerende) mensen en daarom is alles in de maatschappij gericht op jou een goede arbeider maken. Je moet precies om half 9 op school zijn, om over allerlei onderwerpen te leren die je niet helpen te overleven, maar die jou trainen een goede werknemer te zijn. Prestatie staat altijd bovenaan, met een zo hoog mogelijke opleiding en zo goed mogelijk betaalde baan als doel, met als gevolg een groeiende hoeveelheid mensen die er helemaal klaar mee is (lees: dikke burn-out of depressie). Uiteindelijk profiteert maar een heel kleine groep superrijken hier écht van.

    Winterkamperen

    Er zijn een hoop mensen die het gewoon fijn vinden om te werken en het als hun missie zien een zo leuk mogelijke baan te vinden, of van hun hobby hun beroep te maken. Genoeg mensen gedijen goed op dit systeem en dat is natuurlijk prima. Maar er is een hele grote groep mensen die keihard werkt en nooit genoeg geld heeft voor eten en onderdak. De hoeveelheid daklozen groeit. Er is een hoop ongelijkheid. Dus je kunt jezelf terecht afvragen of dat hele systeem van ‘men dient te werken’ wel klopt. 

    De vraag is natuurlijk wat de alternatieven zijn. Weer een soort ruilhandel, eigen productie, lokale consumptie, zorg dragen voor elkaar? Maar hoe groot zijn de stappen naar een wereld die draait op dergelijke beginselen? Als jij net als ik worstelt met het probleem dat je heel veel beroepen gewoon onzin vindt en er je tijd en welzijn niet aan wilt verspillen, heb je daar nu niks aan. Want als je nú niet werkt, mag je er dan zijn? En redt je het dan, qua voorzien in je behoeften?

    In Nederland zie je ook een toegenomen hoeveelheid mensen die een eigen onderneming starten. Hoewel dat zeker een stuk beter is dan werken voor een baas – lekker je eigen indeling bepalen en iets doen wat je écht leuk vindt – vind ik het soms ook een gevaarlijke ontwikkeling. Want mensen proberen óveral geld mee te verdienen, ook met dingen die we gewoon voor elkaar zouden moeten doen. Als ik kijk bij mijn eigen interessegebied, zie ik mensen die geld vragen voor groepswandelingen; voor breipatronen; voor plantenkennis; voor zorg leveren. Aan de ene kant volkomen logisch, zij verdienen dit geld want ze hebben er zelf ook tijd en geld in geïnvesteerd. Aan de andere kant houdt dit het systeem enorm in stand en blijven veel faciliteiten alleen maar toegankelijk voor de elite. Want wie daar geld voor heeft wordt niet alleen bepaald door hoe hard zij werken, maar vaak ook gewoon door geluk. 

    Bomen herkennen, ook in de winter

    We moeten wat minder willen bereiken in dit leven
    Ik ben 30 en ik klooi maar wat aan qua banen, terwijl ik nog teer op een spaarpot die erfenis heet. Binnenkort is dat op en kan ik niet meer rondkomen van bijbaantjes alleen – wat ga ik dan doen? Ik wil juist meer in het moment leven, dus ergens denk ik: dat zie ik dan wel weer. Maar: verzekeringen, auto, biologisch eten, en reizen kost ook niet niks. Ik heb een tijdje geprobeerd zo minimalistisch mogelijk te leven in een tent, maar dat was ook niet alles. Wat meer warmte en deelnemen aan de maatschappij, dat doet me ook goed. Ik weet in ieder geval dat ik geen vaste baan wil, of het grootste deel van de week wil werken. Een beetje bij elkaar scharrelen, dat bevalt me wel.

    Als we minder willen werken, is de eerste stap oké te zijn met minder bereiken. Dat is voor veel mensen, Nederlanders, moeilijk. We willen vet uniek zijn en alles uit het leven halen. Maar misschien is het soms ook wel even prima dat niet te doen. Dat idee dat in je hoofd speelt hoef je niet per se uit te voeren, of misschien nog niet nu. Je hoeft niet allemaal nieuwe dingen te leren. Je hoeft niet te bewijzen dat je capabel bent door 40 uur op kantuur te zitten. Soms is het ook gewoon even goed genoeg om gewoon te bestaan. En alleen maar een beetje te breien en je eten te koken. We moeten wat mij betreft af van dat productiviteitsidee, dan kunnen we ook minder gaan werken.

    Haken & breien

    De tweede stap is minder kosten maken. Hoe meer mensen kiezen voor een systeem zonder geld, hoe meer we dat ook kunnen bereiken. We kunnen dan producten en ervaringen uitwisselen, zonder dat dat van alles hoeft te kosten. Jij moet net als ik wel wat nummertjes op je bankrekening hebben staan, maar als jij geen geld hoeft te betalen voor je sporttraining, aardappelen, muziekles, wol, therapie, kapper, ben je ook weer meer bereid jouw diensten en vaardigheden kosteloos aan te bieden. En als we minder geld nodig hebben, hoeven we ook weer minder te werken waardoor we meer tijd hebben om dit soort dingen – zonder de tussenkomst van geld – voor elkaar te doen. Dan kunnen grote bedrijven centjes eisen, maar dan hebben wij, mensen onder elkaar, het samen geregeld.

    Misschien is het de plicht van geprivilegieerde mensen, om die cirkel te doorbreken. Mensen die geen geld hóeven te verdienen aan hun tijdsinvesteringen. (Zoals ikzelf, haha).

    Dus, kan je niet willen werken? Ik vind van wel, maar het systeem waarin we leven maakt het ons bijzonder moeilijk. Voel je niet schuldig als je een hekel hebt aan werk. Je bent niet waardeloos, of lui. Het is een raar systeem, dat jouw welzijn zeker niet als prioriteit heeft. Just saying. 

    Door Schotland reizen

    P.S. De foto’s zijn skills die ik beheers en waar ik jou graag in meeneem! Je hoeft maar een berichtje te sturen en we regelen ’t :)

  • Nieuwe dromen ontvouwen zich

    Nieuwe dromen ontvouwen zich

    Als je wilt dat er iets verandert, verander dan iets’. (If you want something to change, change something). Die uitspraak, die ik ergens in een boek las afgelopen maanden, was de extra motivatie om het dan maar zonder al te veel nadenken te doen. Een auto kopen.

    Begrijp me niet verkeerd hoor, ik heb een prima leventje. Maar het voelt een beetje alsof het op pauze staat. Initieel was dat ook een beetje het idee: even een paar maanden overwinteren en dan weer naar Schotland. Dat is leuk als je dat van tevoren plant, maar als je in dat overwinterplan zit, is het minder leuk. Ik wil geld verdienen, en hoopte dat te doen met freelance klusjes via verschillende platforms. Maar eerlijk is eerlijk: ik vind het geen fuck aan en heel vaak kan ik ook geen werk vinden. Ik moet mezelf elke keer weer over die drempel trekken, terwijl: ‘ik kan het ook gewoon niét doen’. Ik heb een financiële buffer vanwege een erfenis van twee jaar geleden, dus het is niet zo dat het nu móet. Maar ik wil wel graag werken zodat ik dat spaargeld aan blijf vullen en ook blijf nadenken over wat ik wil, qua werk. Want op een dag is dat geld opeens op, en moet ik ook wat verzinnen. (En die dag zit er al snel aan te komen).

    Hoewel in Nederland zijn initieel altijd fijn is – oud en vertrouwd boodschappen doen bij de appie en lekker met mijn ouders chillen – heeft het onbewust ook een negatieve impact. Ik ben gevoelig voor de sfeer en voor wat mensen om me heen doen. Iedereen werkt veel, heeft huizen en kinderen, en maakt zich nuttig. Ik ga daardoor altijd weer een beetje aan mezelf twijfelen. Ben ik lui? Ben ik dom dat ik niet iets van een goed betaalde baan kies? Moet ik gewoon toegeven dat het leven bestaat uit werken en ingewikkelde financiële dingen zoals verzekeringen en hypotheken? Kortom: moet ik eens volwassen worden?

    Lekker veel wandelen in de bossen bij huis met mijn ouders

    Daarnaast had ik me voorgenomen in Nederland ook te doen wat ik in Schotland deed: mensen opzoeken. De afgelopen jaren had ik de neiging mezelf wat terug te trekken en die fase was ook nodig. Maar het leukste aan het leven vind ik toch wel gezelschap. Gelukkig heb ik twee hele gezellige ouders waarmee ik de feestdagen al etend, serie-kijkend, breiend en uitziekend heb doorgebracht, maar iets van meer gelijkgestemden zou me ook goed doen. Maar aangezien ik in het voorjaar ook weer vertrek, vind ik het moeilijk dat echt in gang te zetten. En hoe doe je dat dan? Tips?

    Ook qua Schotland is alles nog onduidelijk en dat deed me twijfelen aan mijn droom daar (veel) heen te gaan. Ik kan er niet werken, ik kan er dus ook niet echt iets opbouwen, ik heb geen idee waar ik straks weer ga verblijven en of ik dat allemaal wel wil. Misschien beter toch naar Frankrijk, waar ik het ook heerlijk vind? Wie weet, maar ik had gelukkig al als verjaardagscadeautje de West Highland Way geboekt met mijn moeder, die gaan we in april doen!! Dus, ik ga sowieso dit jaar nog naar Schotland.

    Ik kwam er eigenlijk achter dat ik wel behoefte heb aan iets stabiels, maar nog niet tevreden ben over de fase in mijn leven om me er nu in te settelen. Ik dacht na over landelijk wonen in Nederland, antikraak, of een klein stukje land in Frankrijk kopen, vet random. Aan de andere kant zie ik het ook weer niet zitten om in the middle of nowhere in mijn eentje te zitten, en maakt mijn sociale netwerk ook uit. Maargoed, die kun je overal wel weer opbouwen, hoewel dat in Frankrijk wel wat stroef schijnt te gaan.

    Ziek op de bank bij pa & ma is geen straf

    Eén ding wat steeds terugkwam was een autootje. Want met een auto gaat er opeens weer een nieuwe wereld open, een wereld die ik nu waarschijnlijk nog niet eens overzie. Ik zou in Nederland makkelijker de randstad kunnen verlaten, en ik zou me in Schotland veel vrijer rond kunnen bewegen met meer comfort-spulletjes. Al een paar maanden had ik het er met mensen over, maar het was een besluit dat ik uitstelde tot de winter, omdat ik in november nog een maand in Schotje was.

    Ik had daarvoor al wel bij een autootje gekeken, maar dat bleek een wrak. Achteraf had ik bijna spijt dat ik hem niet had gekocht, want ‘dan had ik nu een autootje gehad’. Dus blijkbaar wilde ik dit écht, hoewel ik ook niet zeker was van mijn besluit. Oké, een auto, en dan? Geen idee. Geen idee wat er zich dan weer aandient, maar ik weet sowieso mijn richting niet zo goed op het moment. Ik wil niet blijven waar ik nu zit, er moet iets veranderen. Dus moet ik iets veranderen.

    Het tweede autootje waar ik keek leek er meer op. Een oud ding, uit 2001, maar niet al teveel kilometers en goed onderhouden. De verkoper was ook aardig en zorgzaam en had zelf een bedje en kastje in de auto getimmerd. Ik dacht nog even aan een gewone auto, want ik heb toch tenten waar ik in kan slapen? Maar deze Renault Kangoo, een soort gehandicaptenwagentje, is eigenlijk een gewone auto, maar dan met bijzonder veel laadruimte én dus de mogelijkheid tot een bedje. Chill toch?

    Ik deed een sporencursus (online) bij René Nauta en vond hier mijn eerste dassenharen (denk ik)!

    Ik twijfelde, hij vroeg er €5000 euro voor. Eigenlijk vond ik het teveel voor zo’n oude auto. Maar hij reed goed en zag er redelijk goed uit. Verder kijken, naar de andere opties? Kan, maar misschien was dit het moment om niet te prefectionistisch te zijn. Tuurlijk, een auto die drie eigenaren heeft gehad ziet er gebruikt uit. Ik zal er vast iets teveel voor betalen. Er zullen wel weer allerlei dingen tegenvallen of misgaan. Er zal vast een beter exemplaar zijn. Maar het is een begin, dan is mijn zoektocht klaar en kan een nieuwe fase beginnen. Een fase van een leven met een auto. BRUUT!

    Dus deed ik het na twee dagen wikken en wegen. En zo haalde ik hem vandaag nog op, en heb ik vóór de jaarwisseling nog een auto in mijn bezit! Een minicampertje, eigenlijk. HOE VET! Ik vind het doodeng en het zal wel weer allemaal problemen opleveren, maar soms moet je maar gewoon in het diepe springen, toch? Ook als je geen idee hebt of het de juiste beslissing is. En ik mag ook niet klagen, want ik betaal het van geld waar ik niet voor heb hoeven werken. Maar grote bedragen uitgeven is altijd spannend.

    Jaaaaaaaaaa

    En nu? Ga ik mijn kamer opzeggen, waar laat ik mijn spullen? Het plan is in ieder geval om begin april naar Schotland terug te keren met de auto op de boot, dan naar het Noorden te rijden en met mijn moeder de West Highland Way dus te doen. Voor juli heb ik al een zeekayak cursus geboekt aan de westkust (omg) en ik overweeg een hele vette mandenvlechtcursus te doen die veel te duur is. Ik moet gewoon dingen plannen, want anders is zo’n grote open leegte waarin alles kan te overweldigend en verlammend en eindig ik in the middle of nowhere in mijn uppie, vet ongelukkig. Verdere plannen zijn nog een wandeltocht te doen, veel munro’s (bergtoppen) te beklimmen, en twee keer ofzo te Wwoofen (op een boerderij werken). Ik denk dat ik een half jaar aan één stuk blijf, zodat ik niet in het hoogseizoen met de hondsdure boot terug hoef.

    Qua werk is het nog even de vraag. Het is moeilijk om hier iets vasts te vinden voor maar een paar maanden. Ik denk veel na over hoe ik dit in de toekomst moet doen, maar dat is lastig want ik ben nogal veeleisend. Ik háát commercie. Ik wil niet op mijn laptop werken, want dat vind ik ook stom. Iets met sociale media enzo ook niet, want dat is verslavend. Ik wil de vrijheid om naar mijn lijf te kunnen luisteren als ik niet lekker ben of meer slaap nodig heb. Ik wil geen geld verdienen met hobby’s (plus, ik ben dus tegen commercie = tegen verkopen). En ik wil eigenlijk geen diensten langer dan 5 á 6 uur, want dan ben ik daarna gewoon kapot.

    Mijn droom is en was minder financieel afhankelijk te zijn (= niet passief inkomen, maar minder geld nodig te hebben), maar dat is moeilijk als je nomadisch leeft. Want als ik op één plek ben, kan ik investeren in een moestuin, in voorraden aanleggen, in vrijwilligerswerk doen voor de gemeenschap, in creatieve creaties maken, en in een netwerk van mensen die elkaar kunnen helpen. Nu ben ik toch afhankelijker van supermarkten, betaalde accommodaties en andere moderne faciliteiten.

    Dus, een nieuwe droom ontvouwt zich en wellicht brengt de Kangoo me er iets dichterbij. Een stabiel, landelijk plekje, dichtbij geweldige natuur voor kampeeravonturen, dichtbij mensen maar ver van de menigte, met een tuin. Het moet wel in Schotland zijn, maar dat kan niet, dus leuke uitdaging. Genoeg manifesteren, dan maar?

    Wat wil ik:
    – Huisje met keuken
    – Eigen voedsel kunnen verbouwen (of met een groep)
    – In of bij een dorp/gemeenschap
    – Landelijk, veel natuur
    – Geld kunnen verdienen
    – Plek die ik kan inrichten en waar ik het hele jaar kan verblijven
    – Dichtbij bergen
    – Ruimte voor wol en knutsel

    De les: als je iets verandert, veranderen er heel veel andere dingen mee. Dus je hoeft niet meteen je doel te bereiken.

    Stay tuned voor coole foto’s van de inrichting van mijn nieuwe minicampertje. Ik denk dat ik volgende week al op stap ga!

    Liefs en als je niks boeiends hebt bereikt dit jaar ben je nog steeds cool,
    Simone

    Mijn knusse kamertje, maar voor hoe lang nog?
  • In een Schots dorp

    In een Schots dorp

    Natuurlijk gaat altijd alles weer anders dan gedacht of gehoopt. Ik hoopte dat ik in het Schotse dorp Forres wat op kon bouwen, omdat ik me daar thuis voelde en de locatie prachtig is. Bossen, strand, de bergen dichtbij, een grote bulderende rivier, biologische winkeltjes en dichtbij een vliegveld en kleine stad. Niet te ver rijden van de Westkust, waar de echte Schotse bergen zijn, en lekker ver van ‘the belt’, een soort equivalent van de Randstad met Glasgow, Edinburgh en nog een paar grote steden op een kluitje.

    Het kamertje dat ik huur bij Marja is fantastisch. Haar huis staat vol zoutlampen, alles is van hout en de muren zijn roze en oranje. Toen ik appte hoelaat ik met de trein aan zou komen antwoordde ze ‘je bedje is al opgemaakt!’. Een warmer welkom kon ik me niet wensen.

    Herfst in Forres, vanaf de weg naar Califer Viewpoint

    Het was natuurlijk spannend hoe het zou uitpakken, want alles wat we van elkaar wisten was gebaseerd op twee ontmoetingen die zo’n tien minuten hadden geduurd en waarop we vrienden op Facebook waren geworden (eerlijk: ik had er speciaal weer een account voor aangemaakt, want netwerk is alles als je naar een vreemde plek gaat!). Toen ik haar een berichtje stuurde of ze iemand kende bij wie ik eventueel in een kamertje kon, kon ik vrijwel gelijk bij haar terecht. Maar elkaar echt kennen deden we niet, dus dat vergde een hoop vertrouwen van haar kant!

    Toch voelde het gelijk goed, van beide kanten. Ik ben wel goed in lekker m’n gang gaan en zij natuurlijk ook. Het huis is knus en ik gebruik dezelfde keuken en badkamer als zij, en dat is juist heel gezellig. Elkaar even spreken ‘in de wandelgangen’ en dan weer door met ons eigen leven. Soms krijg ik een lekker bakkie soep van haar of speel ik even met een kleinkind dat op bezoek is, en dan ga ik weer naar boven om in m’n bedje te breien en een filmpje te kijken. ’s Avonds val ik elke keer in een diepe slaap en word flink uitgerust wakker. Dit was precies wat ik nodig had in deze tijd van het jaar, in deze turbulente tijden! #dankbaar

    Uitzicht voorbij Moray Firth, wellicht zelfs Ben Wyvis in de horzion?

    Al vrij snel kwamen Ted en ik erachter dat uit elkaar zijn, maar wel in elkaars buurt, nogal verwarrend is. Dus hoewel ik initieel nog dacht dat ik wel een leven zonder hem op kon bouwen in het dorp, besloten we toch dat het niet echt werkt om contact te houden. Dat hakte er even flink in, maar het gaf ook een duidelijke doorslag. Oké, Forres is fucking geweldig, maar het is Teds dorp en alles hier doet me aan hem denken, dus beter mijn pijlen ergens anders op richten. En tot die tijd mezelf gewoon lekker vermaken!

    De eerste week was ik nog obsessed met nieuwe dingen doen en nieuwe mensen ontmoeten en contacten leggen voor de toekomst. Zo stond ik op een grijze zondagmorgen in de regen in een park te luisteren naar een praatje over hoe je motten kunt registreren in een app, omdat ik naar elk evenement wilde gaan dat een béétje in mijn interessegebied viel. Er waren zoals verwacht vooral gepensioneerden en het voelde als tijdverspilling, maar diezelfde mensen werkten in de community garden wat de drempel weer wat lager maakte om daar vrijwilligerswerk te gaan doen. Op woensdagochtend een paar uurtjes m’n handen in de aarde en vervolgens naar huis met een tas vol groenten. Geniaal!!

    Overvloed aan groentjes uit de “Community Garden”. Van iedereen, voor iedereen!

    Je gelooft het niet, maar ik begin ook een beetje een interesse in hardlopen te ontwikkelen. Het is aanstekelijk; ik heb het idee dat elke Schot die ik ontmoet wel eens een halve marathon of meer heeft gelopen. Thuis ken ik niemand die dat doet?! Ted inspireerde me eerder al om het op te pakken door het heel laagdrempelig te maken: ga gewoon rennen, en als je ’t zat bent ga je gewoon lopen. Zo ben je ten minste in beweging, en iets meer dan bij een gewone wandeling! Ik ga het steeds leuker vinden, maar ben niet zo gedisciplineerd. En onder het mom van mensen ontmoeten, sloot ik me aan bij het hardloopgroepje op maandagavond. Ik moest een héle hoge drempel over, maar het was supertof! Nu zoek ik naar iets vergelijkbaars in NL, maar álles is betaald en lidmaatschap en blabla. Kapitalistisch VVD’landje, overal moeten we een slagje uitslaan. BAH.

    Ted’s vader speelt penny whistle in Schotse samenstellingen, oftewel: een groepje muzikanten in de kroeg die Ierse en Schotse riedeltjes speelt. Echt mijn absolute droom als violist, en ik deed eerder ook al een keer mee mee met een geleende viool. Ik wil dat heel graag nog honderdduizend keer doen om alle deuntjes uit m’n koppie te leren kennen en omdat het gewoon vet gezellig is, maar na één keer besloot ik toch te kappen omdat het gek voelde geen contact te hebben met Ted (en proberen over m’n gebroken hart heen te komen) en ondertussen wel met z’n pa te chillen, haha. Een pijnlijk besluit, maar er komt vast iets anders op m’n pad. De viool heb ik nog in bruikleen, dus nu speel ik de deuntjes in m’n uppie op mijn kamertje en daar word ik ook heel blij van! (Zij het ietsje minder, want samen is altijd leuker, toch Zora?). Check hier mijn Spotify playlist met chille Schotse/Ierse folk, of hier op YouTube.

    Tussendoor maak ik lange wandelingen langs de Findhorn River, of naar prachtige uitkijkpunten, kook lekkere maaltjes en brei verder aan mijn eerste trui. Ik geniet belachelijk veel van de prachtige herfst hier, de ruimte en de stilte door gebrek aan vliegtuigen. In de weekenden maak ik uitstapjes, toevallig twee keer naar Aviemore. Een paar uur met OV en dan ben je in Nationaal Park The Cairngorms, een groot berggebied. Daar ging een keer met twee meiden die ik via Instagram kende (Grounded Connections) naar een sauna aan een meer en tussendoor in datzelfde ijskoude meer dippen. Zo idyllisch! Ik wil wat meer gelijkgestemden ontmoeten hier – buitenvrouwen -, maar op de één of andere manier zijn alle vrouwen die ik spreek die bijvoorbeeld helemaal into wildzwemmen of hiken zijn, totaal geen fan van kamperen. Elke keer als ik een man spreek die dat wel is, vertelt ‘ie ook altijd dat z’n vriendin of vrouw dat niet is. HOE KAN DAT, KAMPEREN= LEVEN. Misschien is het ietwat traumatischer op te groeien met kamperen in Schotland met óf kutweer óf midges, dan in gemoedelijk Nederland met boomgaardcampings en altijd een café op fietsafstand.

    Anyway, aangezien ik kampeeravonturen in Schotland voortaan zonder mijn vertrouwde gids moet doen, werd het tijd dat ik wat meer skills ontwikkelde. Ted was altijd degene die navigeerde in de bergen en de route bepaalde en ik had geen idee van de risico’s of waar je op moet letten. Ik volgde gewoon, ben ik goed in. Het voelde daarom ook extra kLoTe voortaan avonturen zonder hem te moeten doen, want ik heb hem eigenlijk ook een beetje nodig 😝 Hij weet alles van Schotland, heeft altijd goede ideeën voor weer een avontuur of een berg die we kunnen beklimmen. Dus, het werd hoog tijd dat ik dat zélf ging leren. Zo heb ik al een gedetailleerde kaart van Schotland om eens te snappen welke plaats ook alweer waar ligt, en boekte ik iets cools voor mezelf: een cursus Hill & Mountain skills!!!

    Nou, het is het vetste wat ik in lange tijd heb gedaan. Het was zó interessant en uitdagend! Twee dagen vol oefenen met navigeren, met de groep de bergen in in kutweer voor een goeie leercurve, kaarten leren lezen, leren hoe je een route kunt plannen van het pad af, en het weer leren lezen. Zo zaten we op een bergtop met harde wind, allemaal helemaal doorweekt, in een ‘groupshelter’ te lunchen. Dat is een soort tentdoek zonder palen die je over de groep heentrekt waarna je allemaal tegelijk gaat zitten. Op een kluitje, maar uit de wind en regen. Schotser gaat m’n trip niet worden!

    En nu voel ik me weer flink geïnspireerd. Langzaam verschuift het gevoel van ‘alles wat ik van plan was valt in duigen’ naar nieuwe plannen en ideeën waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Ik zou best in Schotland willen wonen, ik hou gewoon van alles hier. In elk gesprek dat ik weer met een andere Schot heb leer ik weer nieuwe woorden, nieuwe routes, hoe dingen werken, wat mooie plekken zijn, en ik vind het allemaal gewoon zo leuk. Ik hou van de taal, de natuur, de buitensportcultuur en de appelcider.

    Emergency group shelter, oftewel: Bothy Bag. Foto van Lomo, niet van mij/deze trip.

    Maar als ik denk aan wat nodig is om te kunnen emigreren, word ik gewoon benauwd. Dan moet ik óf een hoogopgeleide baan vinden voor 5 dagen per week, of een peperdure master gaan doen, en beide is gewoon niet wie ik ben. Bovendien wil ik niet 5 dagen per week werken in een land waarvan ik elke uithoek wil ontdekken! Dus mijn meest recente inzicht is dat ik gewoon verdeeld over het jaar 6 maanden in Schotland en 6 maanden in Nederland verblijf. Zo kan ik mijn freelancewerk in NL voortzetten en lekker chillen met mijn vrienden en familie, en als ik in Schotje ben lekker focussen op avontuur.

    Dus mijn voorlopige planning is de winter lekker werken en geld verdienen in Nederland, hier terugkeren in maart en dan Wwoofen, hikes doen, en misschien met een autootje rondtoeren. Ik heb wel ontdekt dat ik mensen nodig heb en óók dat het relatief makkelijk is mensen te ontmoeten! In twee weken Forres heb ik al zoveel nieuwe gezichten leren kennen en dingen samen met mensen gedaan! Dat geeft me hoop dat ik niet per se op 1 plek iets op hoef te bouwen om een sociaal leven te hebben. Echt een lange solo hike of fietstocht ga ik binnenkort dus denk ik niet doen, want ik wil focussen op samen. Muziek maken, bergwandelen, vrijwilligerswerk. Et cetera.

    Best moeilijk te genieten van het nu met steeds al die plannen maken, maar ach, een beetje van beide dan maar. Moet wát te doen hebben in m’n vrije tijd ;)

    Leuk dat je weer mee hebt gereisd 💞🏴󠁧󠁢󠁳󠁣󠁴󠁿

  • Bogs and birds

    Bogs and birds

    Voor de verandering reis ik eens niet met pelgrim Zora of moeder Annette, maar met mijn lieve vriendin Laura die ik nog van mijn studie antropologie in Leiden ken. Dat was helemaal toevallig zo gelopen, want ik had de boot naar Schotland in augustus al geboekt en je boekt altijd minimaal een tweepersoonscabine. Later ging ik eens rondvragen of er niet iemand mee wilde, want dan kun je de kosten weer splitten! Laura is ook dol op Schotland met haar kale bergen en rotsige kliffen en zei meteen ‘ja’. Toevallig stopte haar baan de week ervoor en had ze een ruimte tussen twee jobs om op te vullen.

    Volgende keer met het vliegtuig

    Zo deelde ik niet alleen de boot met Laura, maar besloten we ook samen een weekje door het land te touren nu we er toch samen zouden arriveren. Laura heeft al eens de West Highland Way gelopen dus is geen onbekende in het land, maar wilde graag het eiland Skye aan de westkust nog eens zien. Ik had Skye al twee keer aangedaan, maar eigenlijk nauwelijks. Ik was het eiland op geweest, had kutweer gehad en drukke wegen, en was er snel weer afgefietst. Three times’ a charm, hoopte ik?

    Laura + Simone = te laat komen. Denk je dat ik slecht ben in de tijd in de gaten houden, dan ken je Laura nog niet. Terwijl ik op station Utrecht op haar wachtte appte ze al dat ze de trein niet zou redden. We hadden een uurtje speling ingecalculeerd, maar de bus naar de boot ging óók nog eens niet en de volgende zat vol. Vier minuten voordat de gates sloten stonden wij in de vertrekhal. Living on the edge.

    Mijn theorie is nu dat hoe later je incheckt, hoe lager je op de boot een cabine krijgt. We waren blij verrast toen we zagen dat we een vierpersoon kamer mét raam hadden, in plaats van een gangkast ergens in het midden van een boot waarin het voelt alsof je geen adem kunt halen. De pret werd echter snel gedrukt toen de boot vertrok. Een keihard ronkende motor die de hele tijd aanzwelde en dat zou de hele nacht zo doorgaan.

    Normaal slaap ik wel okay-ish op de boot, maar nu niet hoor. Ik sliep steeds licht in en werd dan weer wakker van het woeste gebrom. Ik dwong mezelf om wel gewoon in het donker te blijven liggen in plaats van op mijn telefoon te scrollen, dan zou ik nog brakker zijn! Laura had gelukkig wel oké geslapen en gewekt door de intercom haalden we samen een bakkie bij de coffeeshop op de boot, loerden een beetje naar Franse scholieren en Duitse toeristen en hingen toen nog een beetje op ons kamertje. Natuurlijk kwam de schoonmaker al twee keer aankloppen of we al weg waren, de meeste mensen staan namelijk al een uur voor aankomst te wachten in de hal van de boot, maar niet wij. Wij sloten natuurlijk op het allerlaatste moment achterin de rij aan.

    Huilen van binnen

    Met de trein naar Edinburgh en dan de bus naar Inverness. Dat was de goedkoopste plus meest praktische manier om in het Noorden te komen. We hadden een kamer in een hostel boven een biologische pizzeria geboekt die ik toevallig goed ken, want ik ging daar vaak zitten met mijn boek toen ik twee maanden in de stad rondhing. De kamer was superbasic, maar zo perfect gewoon! Lekker zachte bedjes, een waterkoker, een fijne douche en als je de trap af rolt pizza. Wat een genot. We waren verrast hoe smooth alles eigenlijk was gegaan. Alle overstappen gehaald en naar planning zaten we netjes waar we moesten zitten na een reis van ruim 31 uur! Volgende keer weer vliegen hoor 😂

    Ik sliep weer slecht, opgewonden over de volgende dag en ook wat stresserig over alle tijdsschema’s. En wellicht ook weer wennen aan een nieuw bedje en slapen met iemand op een kamer. We ontbeten een góddelijk ontbijt bij een vega tentje en reden toen een góddelijke treinrit door de Schotse Hooglanden. Laura ‘huilde van binnen’ en ik was megabrak maar huilde ook van binnen. Zo’n genot die herfstige kleuren overal, kale heuvelbergen, woeste rivieren, mini-dorpjes met mini-begraafplaatsjes waar Laura graag zou willen liggen en als kers op de taart hadden we ook nog heet water en oploskoffiepoeder. Na de rit sloegen we eten in voor drie dagen bij de Coop en namen toen de bus het eiland op, rechtstreeks naar ons bunkhouse in the middle of nowhere.

    “Kijk die berg ken ik! Alleen ik weet niet meer hoe hij heet”

    Niet-zo-onschuldige bergen

    Omdat Laura en ik last-minute-people zijn, hadden we pas vorige week naar accomodatie gezocht. Skye is waarschijnlijk wel het meest toeristische plekje van Schotland én het was hier herfstvakantie, dus tel dat maar op. We waren niet te zuunig om wat geld uit te geven (slaapzalen ging ons namelijk ook te ver, hallo wij zijn ook 30), maar probeerden het wel onder de honderd euro per persoon per nacht te houden. Bizarre prijzen alsnog, maargoed, moet kunnen voor een weekje. Gelukkig vonden we een optie die maar de helft van dit maximum was én een keuken had zodat je lekker zelf kan koken. Scheelt ook weer.

    We gilden zowat toen de bus ons voor de deur van het bunkhouse afzette. WAT. EEN. UITZICHT. Als je ff snelsnel boekt kijk je ook niet heel goed naar waar je eigenlijk heen gaat en dat maakt de verrassing alleen maar leuker. Het huisje stond op een groot stuk gras aan een loch met uitzicht op Bla Bheinn, een van de hogere bergen op het eiland (929 meter). Het leek mij wel tof die te gaan beklimmen, maar we moesten het allemaal maar even zien. Misschien eerst de heuvel van 570 meter die we vanaf het hostel konden bereiken, als opstartertje voor onze spieren.

    Het weggetje vanaf ons hostel

    Later besloten we helemaal af te zien van Bla Bheinn. We hadden de lagere heuvel beklommen en prachtige uitzichten gehad op een stralende dag. We waren ontzettend klim-voldaan. De dag erna was het wat bewolkter en hing de top van de berg in een wolk. Bovendien hoorden we van de hostess dat een week geleden een Duitse man vermist is geraakt in diezelfde berg en, tot op de dag van vandaag, nog niet gevonden is.

    Terwijl ik steeds met mijn verrekijker de berg in loerde, zoekend naar een blauwe jas (alsof ik hem wel kon vinden en mountain rescue na drie dagen zoeken met helikopters en hikers niet), vonden we het toch een beetje intimiderend. Als je je goed voorbereidt is zo’n berg niet zo spannend, maar ik vind het als laaglander moeilijk in te schatten en met zo’n verhaal is het ook wel prima het even te laten.

    Bla Bheinn gehuld in de mist

    Maar wat dan doen? We zaten een beetje vast in een niemandsdorp en kwamen er – natuurlijk – pas ter plekke achter dat de bus niet ging in het weekend. We wilden eigenlijk naar Elgol, een dorp op een half uur rijden waar je zicht hebt op de brute Cuillin Ridge, een prachtige bergketen. Liften proberen? Een klein autootje stopte met voorin Sue van een jaar of 70 en Janet van in de 50.

    In de auto haatte het stel lekker op het patriarchaat, noemden een man die hun nauwelijks ruimte gaf op de weg een ‘fucking dick’ en dachten dat wij studenten waren. In Elgol boekten we een boottochtje naar die mountainrange en Sue en Janet gingen ook mee. Na de boottocht boden ze ook weer aan ons naar huis te brengen. Het zat ons flink mee en Elgol was WAANZINNIG mooi met gestippelde zeehonden, zwarte pieken en een stralend zonnetje op ons gezicht.

    Het hoort ook wel een beetje te regenen

    Na drie nachten in het bunkhouse, waar we ’s avonds Zweedse puzzels maakten onder TL-licht en één nacht zelfs de enigen in het hele hostel waren, hadden we wel weer zin in het avontuur van een nieuwe plek. Die was op 20 minuten rijden en gelukkig kregen we een lift van andere gasten, want de bus ging nog steeds niet en de regen was niet echt een fijne uitnodiging om langs te weg te gaan staan liften.

    In het dorp vonden we de ‘coffee bothy’ om de hele dag te gaan zitten breien en boekje lezen totdat we konden inchecken in ons hotel. Het was een fantastische plek, gerund door echtpaar Rich & Andrew die echt de liefste mensen van de wereld zijn. Overal hingen Palestina stickers, Rich maakte met iedereen een praatje en had appelwangetjes. Op de weinige negatieve Google Reviews (die vooral over het palestina-gebeuren gingen) zagen we later dat ze daar heel fel reageerden en afsloten met ‘hope you have the day you deserve’. Wij houden wel van lieve mensen met een beetje pit! (En de koffie en taart was goddelijk dus fair play).

    Ik begon inmiddels een beetje ziekig te worden, hoewel mijn nachten nu wel oké waren. Thuis zou ik een stuk meer slapen, dus misschien dat ik toch achterliep op mijn normale uren-aantal. Een hoestje kwam op, ik had het continu bloedheet, en werd wakker met hoofdpijn. Balen, want ik had wel weer zin in een bergje! Ik besloot het alsnog te doen, boeie, dan later maar uitzieken. Laura wilde met de bus naar het Noorden van het eiland, dus gingen we ons eigen ding doen. We namen wel dezelfde (vroege!) bus waar ik halverwege uit zou stappen om aan een corbett te beginnen – een berg van tussen de 760 en 914 meter. In het halfdonker zag ik vanuit de bus Galmaig opdoemen, gehuld in wolken, terwijl de regendruppels op het raam van de bus spatten. Shit.

    Hier was er nog een pad

    De buschauffeur vond het niet erg me aan de andere kant van de berg af te zetten (was gewoon de volgende halte, hoor), waar een andere route de berg op liep. Maar daar was ten minste ook een cafeetje, dus als het niets werd kon ik altijd daar nog zitten. Dit scheen wel de moeilijkere route te zijn, maar dat was dan maar zo. Met goede moed en paracetamol in m’n mik, begon ik aan de tocht. Na vijf minuten waren mijn schoenen al doorweekt. Het was één en al moeras en het pad verdween ook al vrij snel.

    Me schuldig voelend omdat ik net nog op een bordje had gelezen dat je op de paden moest blijven vanwege unieke plantjes enzo, waadde ik door het hoge gras. Maar, dit was wel een ‘officiële route’ dus ik hoopte een beetje dat dit dan wel geoorloofd was. Na een uur ploeteren en één keer tot half mijn scheenbeen in de modder gezakt te zijn keek ik naar de berg en zag nog een enorme lengte aan moeras tussen mij en de voet van de berg. Het begon ook nog eens te regenen. Het was toen dat ik me realiseerde dat het ‘m niet ging worden en ik rechtsomkeert maakte.

    Dit hoorde erbij, besefte ik. Hoewel ik erg baalde, want ik had écht zin in een berg, moest ik me afstemmen op deze omstandigheden en niet koste wat kost naar boven. Dat hoort er juist ook een beetje bij, dat je soms overgeleverd bent aan wat de dag en het weer doen. Dus ik slenterde nog wat rond in de regen tot het café open was. De volgende bus ging pas over 2,5 uur, hoopte ik, want Google Maps zei van niet. Gelukkig had ik mijn breiwerk mee en was er wifi en bestelde ik ook nog falafelballetjes dus was het goed vertoeven.

    Bij de bushalte hoopte ik dat de bus zou komen en overwoog gewoon maar alvast te gaan liften. Maar tot mijn verrassing kwam er opeens een Citylink bus aan, zo’n grote die het hele land doorcrosst. Ik stapte in, betaalde het bedrag, zag een vent die ik in the coffee bothy had gezien en vroeg hoe het met hem ging en liep toen door, toen daar iemand naar mij zat te loeren.

    Glamaig and me

    Het was Laura. Ik schreeuwde het uit ‘what the fack!’. Laura zou het waarschijnlijk laat maken, want die ging nog best ver weg en zou ook een lange wandeling maken. Dat had ze allemaal alsnog binnen die paar uurtjes gedaan, maar was ook verkleumd geraakt door de regen en toch wat eerder teruggekomen. Haar telefoon was verregent dus deed het niet meer, dus we wisten niet van elkaar hoe of wat. We omhelsden elkaar innig want we waren zo lang van elkaar gescheiden geweest! Grapje hoor.

    Next stop

    Onze tassen staan alweer ingepakt, dat is iets wat we blijkbaar niet last-minute doen?! Gemotiveerd door Laura, want die houdt niet van haastige ochtenden. Mijn tas is twee keer zo groot als de hare, want zit vol met 7 bollen wol, drie paar schoenen, een paar dikke truien, een dik boek en wat al niet. We hebben allebei nog een rugtas op onze buik en een tasje met boodschappen in onze hand. We sjouwen wat af.

    De volgende stop is Fort William, een bekende plaats in Schotland. Daar blijven we één nachtje alvorens onze wegen zich scheiden. Laura gaat naar Edinburgh en vanuit daar met een andere vriendin verder reizen (waarom heb jij andere vrienden, Laura?) en ik ga naar Inverness en van daaruit naar het dorp waar ik drie weken in een kamertje ga zitten. Zo benieuwd wat ik daar allemaal weer ga doen en meemaken! Hopelijk in ieder geval nog een berg beklimmen, want die heb ik nog tegoed :)

    Tabee makkers!

  • Alles op z’n kop

    Alles op z’n kop

    In een paar weken herfst heb ik het gevoel al een hele winter doorgemaakt te hebben. Ted en ik besloten tijdens mijn bezoek aan hem in augustus om uit elkaar te gaan en daarmee viel én mijn maatje weg én een droom in duigen. Een droom om naar Schotland te gaan, voor langere tijd, voor altijd?, en daar met hem te zijn en een avontuurlijk leven te leiden vol natuur. Nu zei ik altijd al tegen vriendinnen dat ik hoe dan ook naar Schotland zou willen, maar de plannen die we daarvoor afgelopen jaar maakten, die zouden niet meer uitkomen. Ik moest met iets nieuws komen.

    Maar eerst even flink janken, een paar weken lang. En ik ben nog lang niet uitgejankt. Lekker vol die emotie door, haha. Het is best lastig, want plannen vormen zich altijd gaandeweg. Dus de plannen voor komende maanden waren het resultaat van een langer gedachteproces. En opeens valt dat dan weg en moet je iets compleet nieuws gaan bedenken in een hele korte tijd. Het is ook niet zo dat ik een lekkere routine heb die zich doorzet en avontuurlijke dingen even naar de lange baan kan schuiven, maar juist het tegenovergestelde daarvan. Ik heb geen fuck te doen en vanuit verdriet is het moeilijk te bedenken wat je dan wél wilt doen. Alles voelde stom en ik had (heb) nergens zin in.

    De boot naar Schotland was al geboekt voor half oktober, dus ik heb besloten gewoon te gaan. Gelukkig was een goede vriendin ook wel te porren en gaan we de eerste tien dagen samen de hort op. Daar heb ik heel veel zin in, want we gaan weer een nieuwe plek voor mij in Schotland leren kennen: Skye! Een beroemde plek en erg toeristisch, maar ook om een reden. Waanzinnige oude rotsstructuren zijn me beloofd en die had ik overgeslagen op mijn fietstocht door Schotland. Ik ben wel even over het eiland gefietst, maar omdat de enige weg verder het eiland in een grote autoweg was vol met voorbijrazende campers en busjes had ik geen zin me daar op mijn fiets op te begeven en besloot ik door te karren naar het Noorden. En nu krijg ik een tweede kans!

    Mensen zeggen me wel eens: waarom ga je niet gewoon naar Noorwegen, of naar Frankrijk? Daar mag ik namelijk gewoon werken en is het makkelijker een bestaan op te bouwen. In Schotland is dat door Brexit extreem moeilijk, maar goed, wanneer heb ik ooit een gemakkelijke keuze gemaakt in mijn leven? Haha. Ik voel me gewoon goed in Schotland en heb het verlangen daar meer tijd door te brengen. Dan hoef ik daar echt niet per se te wonen voor altijd, maar ik wil het in ieder geval geprobeerd hebben. Gewoon, kijken of het werkt met afwisselend daar zijn om te leven en hier om te werken. Kijken of ik daar van wat minder rond kan komen, leuke mensen kan ontmoeten, toffe reizen kan maken. En ondertussen gewoon heel erg te genieten van de hoeveelheid ruimte en natuur en kneuterige culturele intitiatieven.

    Om mezelf wat op te vrolijken boekte ik een cursus ‘hiken in de bergen’ in een prachtig berggebied in Schotland. Lekker duur, maar iets wat ik graag wil doen om me ook onafhankelijker te voelen. Ted weet veel van bergen en de gevaren, van kaartlezen, van risico’s inschatten, en daarin leunde ik een beetje op hem. Maar ik wil nog steeds graag veel in de bergen doorbrengen en heb heel veel zin daar wat meer zelfverzekerd in te worden en wat concrete skills te leren! Een duur grapje, maar het was een break-upcadeautje voor mezelf (zeg ik tegen mezelf bij alles waar ik geld aan heb uitgegeven de afgelopen maand, lekker kapitalistische self-care smoes lol).

    Terwijl ik de overige drie weken aan het uitdenken was (ik blijf een maand in Schotland) zag ik de reis helemaal niet meer zitten. Er zijn genoeg leuke dingen te doen daar, maar ik heb nu even helemaal geen zin in avontuurlijke dingen en rondtrekken en hikes doen en kamperen in de wildernis. En al helemaal niet in mijn eentje, in een land en een tijd waarin ik eigenlijk met Ted zou zijn. Dat wordt dan extra confronterend en ik weet nu al dat ik daar erg ongelukkig van ga worden. Wat ik dan zou gaan doen? Ik liep echt even vast, steeds in hostels of hotels slapen wordt ook een duur grapje!

    Ik jankte nog even een paar keer, omdat het me zo leuk had geleken in het dorp te verblijven waar Ted woont en ik baalde dat dat niet door zou gaan. Ik voelde me daar gewoon thuis, ken het daar een beetje, maar heb ook nog allerlei dingen die ik daar wil ontdekken. Het idee dat ik dan op één plekje zou zitten en van daaruit dus ook kan investeren in wat sociale contacten en breiclubjes, of in weet ik veel wat, sprak me ook aan. Maar dat kon dus allemaal niet meer, waar ging ik dan heen? En toen bedacht ik me dat ik daar natuurlijk gewoon alsnog wel heen kon! Het voelt een beetje raar en ik hoop dat het mijn emotionele proces niet in de weg gaat zitten of zwaarder gaat maken, maar Ted was er helemaal oké mee en het idee daar te verblijven geeft me zoveel rust!

    En toen was ik een enorme geluksvogel. Ik appte de enige vrouw die ik daar heb ontmoet en waarvan ik de contactgegevens had of ze iemand kende die misschien een kamertje wilde verhuren voor een paar weekjes. En dat wilde ze zelf wel! Nu kijk ik met smart uit naar een paar weekjes op een fijn plekje in een dorp dat ik ken, waar prachtige natuur is, waar ik koffie kan drinken in cafeetjes en waar ik mensen kan ontmoeten. En dan? Geen flauw idee, dus dat zwarte gat is er nog steeds. Weer even terug naar Nederland, en dan weer daarheen? Op een leuke boerderij werken? Ga ik mijn kamer in Soest opzeggen? Een busje kopen zodat ik wat spullen mee kan nemen en in een busje kan wonen? Of allemaal niet? Of toch naar Noorwegen, of Ierland? Beslissingen maken in het leven is zo moeilijk, potjandorie. Had ik maar gewoon een huisje-boompje-beestje ;) (Grapje natuurlijk, moet er nu even niet aan denken).

    Het is ook goed hier nu weer even voor te staan. Een leven zonder concreet doel – een carrièrepad, vooral, of inderdaad een gezin – kan soms overweldigend voelen. En misschien kon ik met een relatie daarin wat gezamenlijkheid en afleiding vinden, máár, begon ik de relatie bijna als het doel of de opvulling te zien. En ik denk niet dat dat per se een goede ontwikkeling was. Tuurlijk, een partner is ook fijn zodat je niet overal alleen voor staat en samen een leven op kunt bouwen. Maar het is óók goed tegelijkertijd je eigen leven vorm te geven en betekenis te geven en dat niet allemaal aan je partner te hangen. Hoewel het wel verleidelijk is en even lekker een quick fix. Dat ik het nu weer even ‘alleen’ moet doen (je bent natuurlijk nooit echt alleen, of ben je eigenlijk juist altijd alleen?) betekent ook dat ik weer moet experimenteren en onderzoeken wat me blij maakt en hoe ik mijn leven in wil richten. Ga ik daar ooit antwoord op hebben of blijft dit een zoektocht tot het graf? Pffffff… ;)

    Ik heb in ieder geval hoop op betere tijden, en door alle onzekere buien heen weet ik ook dat als ik weer veel in natuur ben, een nieuwe plek heb om te ontdekken, en iets betekenisvols kan doen voor mensen om me heen, dat ik dan weer kan zweven op het leven. Komt goed en daarna zal het weer slecht gaan, maar dáárna ook weer goed. Golven.

    P.s. alle foto’s zijn van landschappen in de omgeving van de plek waar ik heen ga! Zo divers!

  • Het begint weer te kriebelen

    Het begint weer te kriebelen

    Oh, wat is het heerlijk in Nederlandje. Ik ben zo blij met mijn kamertje, met hangen met mijn familie, met werken.

    Ja, met werken, ik word daar blijkbaar best blij van. Als freelancer kun je via platforms als Temper of Youngones extra klussen aannemen, en zo kwam ik bij een schoonmaakbedrijf in de thuiszorg terecht. Ik maakte schoon bij oudjes met vieze huizen of met schone huizen en ik genoot ervan. Lekker op de fiets naar werk, beetje poetsen, beetje ouwehoeren en ’s avonds extra genieten van mijn vrije avond. Ik werd erdoor in een routine gedwongen – ’s avonds al de afwas want ’s ochtends vroeg weg, op tijd opstaan, en een doel met m’n dag.

    Gewone Berenklauw zaden oogsten

    Vier weken kon ik aan de slag, de ene week wat meer dan de andere, en nu is mijn agenda weer leeg. Op zich geen ramp, ik weet me meestal te vermaken, maar toch verveel ik me. Het geeft echt voldoening om ergens naar toe te moeten en iets nuttigs te doen, en het is ook gewoon een leuke dagbesteding. Haha, soms denk ik: Simone, heel Nederland weet dit al, waarom doe je alsof dit nieuws is? Maar voor mij is het dat, want ik geloof dingen pas als ik ze zelf heb ervaren, haha.

    Het voordeel is dat je als freelancer ook beter verdient. Ik verdien nu twintig euro per uur; dat verdien je normaal als schoonmaker niet hoor, geloof mij. (Gaat nog wel inkomstenbelasting vanaf en zou ook pensioen en dat soort geneuzel vanaf moeten). Dus in die maand heb ik ook nog even bijna duizend euro verdiend. Toch lekker! Ik heb nog een beetje een spaarbuffer (naast een groot bedrag uit een erfenis die ik opzij heb gezet voor als ik ooit wil investeren in een camperbusje, of een chaletje ergens ofzo). Maar die spaarbuffer – een paar duizend euro – is fijn. Ik voel wel dat ik weer moet werken, anders red ik het einde van het jaar niet financieel. Maar ik hoef niet vet veel te verdienen, als er maar ook steeds een beetje in blijft stromen, zodat het wat minder hard gaat allemaal.

    Op pad met de fam

    Ik wil ook het schrijven wat meer op gaan pakken. Voor hetkanwel.nl schreef ik een paar leuke artikelen, en dat is een mooie ingang. Ik moet nog een beetje wennen aan het interviews doen, omdat wat je schrijft dan opeens ook een ander aangaat. Zijn ze er dan wel blij mee? Ik werk ook nog steeds online voor mijn zus, en doe er zo nu en dan een online opdracht bij. En zo scharrel ik mijn geld een beetje bij elkaar. Precies hoe ik het altijd voor me zag: als een soort landloper zien wat er te werken valt en daarop inspelen. Dat ik het dan ook nog leuk vind, is extra chill.

    Toen ik thuis kwam was ik zo blij alles weer te kennen hier, en met name de planten. Ik hou natuurlijk erg van wildplukken, maar in Canada kende ik niet zoveel, plus weet ik ook niet wat de hotspots zijn. De eerste weken weer hier was ik helemaal hyper van alles wat er groeide. Het was begin juli en ik heb zoveel geplukt! Allerlei bloemen om te drogen, de eerste kersenpruimen van een random boom in mijn wijk, bosbessen om jam mee te maken (gewoon inkoken zonder iets aan toe te voegen), en op een digitale kaart de plekken gepind waar planten groeien die ik in een ander seizoen wil oogsten. Ik zit nu te wachten op de meidoorn, waar de bessen al flink rood van worden, ik wil daar eens ketchup van maken. De sleedoorn zie ik ook al hangen, maar ik moet wachten tot het gaat vriezen eer ik die kan plukken. Ik wil deze herfst dolgraag eikeltjesmeel maken en meel van tamme kastanje, dus goeie plekken om die te oogsten pin ik ook.

    Bosbessen oogsten – met mate! (Moet ook wel anders duurt het eeuwen, haha)

    Van biologische appels bewaarde ik de schillen en klokhuizen in de diepvries en zette die op een pot met water met een katoenen doek eroverheen. Dat zou binnen een paar weken appelazijn moeten worden, hartstikke leuk. Zie hier de video met uitleg van ‘Uit Ninons Tuin’. Ik sjouw hem trouw uit mijn kamer mee naar andere plekken waar ik slaap, zodat ik hem regelmatig kan roeren. Nu pas ik tien dagen op het huis van mijn broer en ook hier pronkt hij weer op het aanrecht. Het stelt niet veel voor, een flinke-jamppotformaat, maar ik vind het gewoon zo cool om te begrijpen waar de dingen vandaan komen die we consumeren in het alledaagse leven!

    Zo ben ik ook ooit geïnteresseerd geraakt in textiel: hoe wordt kleding in vredesnaam allemaal gemaakt? Ik las laatst ‘ergens’ (dus geen idee hoe onderbouwd het is) dat heel veel kleding helemaal niet machinaal gemaakt kan worden en dus echt door mensen wordt gemaakt. Een simpel t-shirt: de stof is misschien machinaal gewoven/gebreid, maar het t-shirt in elkaar zetten moet echt iemand met de hand achter een naaimachine doen. Haken: daar bestaat ook nog geen machine voor. Pailletten moeten er blijkbaar allemaal met de hand op genaaid worden. Jemig. Ik deed al aan sokken stoppen en sokken breien, maar het was tijd voor een nieuwe stap: een trui leren breien. Ik deed onderzoek naar ethische wol, want wol spinnen dat gaat me nog net effe een stap te ver, haha. Komt nog. Ik kocht Nederlandse bol wol van een kilo die in België gewassen en in Duitsland gesponnen is en ben nu een ‘proeftrui’ aan het breien voor mijn neefje die in de winter 2 zal zijn. Hier is het patroon, het is eigenlijk heel simpel als je kunt breien!

    Een kilo wol

    Nu ik op mijn broers huis pas, kak ik wel weer een beetje in. Een prachtig groot huis naast een groen park, maar geen werk op de planning en nog ruim twee weken tot Schotland. Ik kan inmiddels niet meer wachten. Ik heb zin om Ted te zien, en ook ontzettend veel zin in Schotse vibes. Regen, wind, kliffen, haardvuur: count me in (dat begint dus te kriebelen, voor wie zich afvroeg waar de titel op sloeg). Ik ben echt geen zomermens, haha! Ik ga eind deze maand lekker tien dagen naar hem toe, dit keer met het vliegtuig. Het is echt ongelofelijk hoe gemakkelijk die reis zal zijn, eind van de ochtend vertrek ik uit huis, eind van de middag zit ik bij hem op de bank. Terwijl dat met de boot zo’n… anderhalve dag zou duren.

    Ik ben er niet trots op, want ik heb al best vaak gevlogen de afgelopen tijd (Canada, Frankrijk), maar het is wel een bewuste keuze. Ik denk namelijk dat er wel grotere vooruitgang geboekt kan worden dan individuen verbieden te vliegen om hun familie/geliefden te zien, of om een fijne reis te maken. En ik vind het ook stom dat heel veel mensen veel vliegen zonder erbij na te denken en dat ik dat dan niet zou kunnen doen om mijn vriend te bezoeken (flauwe reden, maar toch). In oktober ga ik een maand naar Ted en de boot is al geboekt, voor de langere tijden is dat echt een goede optie, maar ik ben de boot ook wel zat hahaha. Vooral de reis met trein en bus erna. En ik wil ook nog een keer helemaal met de trein, wellicht in de winter.

    En zo kabbelt het leven lekker voort, ik vind het heerlijk. Hoewel ik het eigenlijk bloedheet vind in Nederland, is de zomer wel echt het moment dat ik hier wil zijn. Een visum in het Verenigd Koninkrijk zit er voorlopig nog niet in, dus ik kan daar niet werken en maar zes maanden per jaar verblijven. Maar ik heb al veel leuke ideeën voor daar: leuke wandeltochten, kamperen, vrijwilligerswerk doen, online werken, et cetera. Ik hou erg van thuis, hier zijn, en mijn fijne kamer blijf ik voorlopig ook nog wel huren. Maar ik hou ook van Schotland en heb zin daar een leven op te bouwen: een netwerk, activiteiten, een plekje voor mezelf. Dat gaat nog wel een uitdaging worden, denk ik.

    ZO EXCITING. Ik hou erg van mijn leven. Lekker rommelig, lekker random. Met zo nu en dan een breakdown om het allemaal te verwerken, dat wel, haha.

    Natuurlijk werd er ook nog gekampeerd met medezwerverheks,