-
Daar waar de rivierkreeften sterven

Als ik avonturen onderneem heb ik een – weliswaar vage – regel. Niet teveel uitdagingen tegelijk, want dan wordt het te heftig. Wat teveel dan precies is weet alleen ik, in het moment. En uitdaging, dat zou ik krijgen..
De uitdagingen op deze tocht waren de omgeving vol met grote roofdieren (zwarte beer, cougar, wolf); voor vijf dagen voedsel mee; in mijn eentje wildkamperen; en dit allemaal al menstruerende. Daarom besloot ik niet óók nog een hele zware route te doen qua hoogtemeters, niet te lang weg te gaan en ook niet een route in the middle of nowhere, waar ik niet halverwege zou kunnen besluiten ermee te kappen. Gelukkig was het ook moeilijk goed weer, dus had ik ook niet de uitdaging van regen en kou. Sterker nog, ik nam niet eens een trui mee!
Ik had ook even heel veel zin in een avontuur in mijn eentje. Hoewel wandelen met Ted fantastisch is, geeft een solotocht een heel ander soort kick. Je moet het dan écht zelf doen, maar het voordeel is dat je ook zelf alles bepaalt. Wanneer je stopt, wat je eet en hoe laat je slaapt. We hadden allebei ook nog niet helemaal het gevoel geland te zijn op het eiland, zelfs na vier weken voelde het voor ons beide nog surreëel aan. Ted zei al: “als je in je eentje bent beleef je alles veel intenser”. True story. Dus deden we dat.

Ik had al een week van tevoren een paklijst gemaakt, want ik had er veel zin in. Voor de route koos ik het eerste en meest zuidelijke deel (80km) van een tocht die over het hele eiland loopt, 800km lang. Hoe meer je naar het Noorden gaat, hoe afgelegener het wordt. Dat leek Ted juist weer fantastisch, dus die pakte allerlei bussen om de ruige wildernis te bereiken. Ik werd gewoon afgezet door mijn zus nadat we nog uitgebreid lunchten in een veel te chique café. Hebben we van onze moeder, die houdt ook zo van cafeetjes, vooral tijdens wandeltochten!
ZondagHet werd al snel duidelijk dat ik het pad deelde met fietsers en dat mijn hele route eigenlijk ook een fietspad was, hoewel er maar weinig volk was. De eerste fietser die mij tegemoet kwam schreeuwde waarschuwend: “bear in ten kilometers!” en nadat hij me al gepasseerd was: “or maybe five!”. Of het nou vijf of tien was, eer ik daar zou zijn was die beer daar echt niet meer. Maar het zette me wel op scherp en ik begon hard te zingen.

Toen mijn inspiratie op was pakte ik het Lord of the Rings boekje erbij die ik die week ervoor nog gescoord had in een lokale kringloop en ging hardop de gedichten voorlezen. Het was wel toepasselijk, want ik voelde me constant zo gelukszalig van de onbekendheid van wat er ging komen. Wat ligt er achter die bocht? Waar slaap ik vanavond? Wat ga ik allemaal zien? Hoe gaat het pad zijn?
A Walking Song
Upon the hearth the fire is red
Beneath the roof there is a bed
But not yet weary are our feet
Still round the corner we may meet
A sudden tree or standing stone
That none have seen but we alone
Tree and flower and leaf and grass,
Let them pass, let them pass!
Hill and water under sky
Pass them by, pass them by!
Still round the corner there may wait
A new road or a secret gate
And though we pass them by today
Tomorrow we make come this way
And take the hidden paths that run
Towards the moon and to the sun
Apple, thorn and nut and sloe
Let them go, let them go!
Sand and stone and pool and dell
Fare you well, fare you well!
Home is behind, the world ahead
And there are many paths to tread
Through shadows to the edge of night
Until the stars are all alight
Then world behind and home ahead
We’ll wander back to home and bed
Mist and twilight, cloud and shade
Away shall fade, away shall fade!
Fire and lamp, and meat and bread
And then to bed, and then to bed!-Tolkien

Het was gloeiend heet en er waren toch wat heuveltjes. Ik boos, de route zou toch plat zijn?! (De dagen erna geen heuvel meer gezien, wees gerust). Ik vond gelukkig een goede stok in de berm om een beetje op te kunnen leunen. Steeds keek ik om me heen op zoek naar beren. Zou hij hier dan hebben gezeten? Zit ‘ie er nog?
Het was al kilometers lang een dorre bende, en beekjes die op de kaart aangegeven stonden waren allemaal opgedroogd. Ik zette in op nog een laatste zes kilometer doorbeuken tot het volgende riviertje op de kaart en dat was de hemel. Een groot donker bos met een frisse, snelstromende rivier met een mooi bruggetje. Het was al zeven uur toen ik aankwam en ik was erg moe, maar er moet nog zoveel gebeuren voordat je naar bed kan. Me wassen in de rivier, avondeten maken en eten, tentplek zoeken en tent opzetten, douglas theetje drinken, en een belangrijke hier: je eten in de boom hangen tegen de beren. Dat is nogal een vak apart (moet echt aan een tak niet te dicht bij de stam en hoog genoeg, beren zijn goeie klimmers), maar warempel ging het die eerste avond goed.Ik was hondsmoe toen ik in de tent lag – alleen de binnentent wel te verstaan. Het is zo’n mooi koepeltje van muggengaas en het bos was zo prachtig en het weer zo goed, dus leek me dat een prima idee. Maar toen ik in de tent lag voelde ik me kwetsbaar. Drie fietsende Amerikaanse mannen kampeerden ook vlakbij in hun hangmatten, dat stelde me gerust. Maar ik Googelde toch even. Op Reddit had iemand het erover dat je zelfs prima zonder tent kan slapen, die dieren laten je wel met rust. En als je toch paranoïde wordt, moet je gewoon wiet roken of een podcast opzetten. Het idee dat het irreële angst was stelde me gerust. Toch sliep ik slecht, want ik had opeens last van enorme kiespijn (random?!)

Maandag
Ik werd brak wakker, maar was meteen ontzettend blij met het leven nu ik zo omgeven was door prachtig bos. Fluitend vervolgde ik de route. Het werd alleen maar platter en platter en ik zou een heel lang stuk rechtdoor af moeten leggen helemaal langs een meer. Dat meer daar zag je niks van, maar ik week even af van de route en nam een duik. Zalig! Wat een leven!
’s Avonds kon ik maar geen mooi plekje vinden langs dit lange fietspad dus ik liep maar door en door, en kampeerde uiteindelijk dichtbij de bewoonde wereld. Slapen in alleen de binnentent voelde al vertrouwder, het is zo fijn de wereld om je heen te kunnen zien en naar de sterren te kunnen kijken! Maar toch voelt het ook als een veilig huisje doordat er nog een doek tussen jou en de buitenwereld zit. Ik kreeg alsnog wel een hartaanval bij elk geluidje, maar ik heb geleerd daarmee te leven. En er vloog ook nog een drone over, waardoor ik allerlei visioenen kreeg over mannen die me gingen pakken, maar het leek me ook onwaarschijnlijk dus liet ik ook die angst weer varen.
De kiespijn was echter geëscaleerd tot niveau ‘niet-te-harden’ en ik was wanhopig. Ik zat 8 kilometer van een stadje af, toch maar langs de tandarts? Moest ik het avontuur dan nu al afbreken? Het ging net zo lekker! Gelukkig had ik bereik en kon ik appen en insta’en ter afleiding.

Dinsdag
Ik liep over de hete, geasfalteerde weg en stak mijn duim op bij de enkele auto die voorbijreed. Een oud exemplaar stopte, achter het stuur zat een wiet-rokende man en op de passagiersstoel een chihuahua. Hij wees me onderweg de First Nations (oorspronkelijke bewoners van Amerika) settlements aan, de tribe in dit gebied (of eigenlijk meerdere tribes) is de grootste eenheid van heel Brits-Columbia! In het stadje zag ik inderdaad ook veel First Nations, en ik merkte bij mezelf dat ik ze bijna als een soort beroemdheden zag. Dé First Nations, wow, cool, ik wil ‘ze’ zien. Het is en blijft wel een aparte situatie (zacht uitgedrukt). De settlements zien er armoedig uit en er is een enorm hoog gehalte aan verslaving onder First Nations. Ze lijden nog steeds hard onder de uitroeiing onder hen, maar langzaam krijgen ze weer meer rechten en erkenning, en ook hun stukken grond terug. Langzaam. Het gedeelte waar ik liep – en nog veel groter dan dat, behoort ook tot hun traditionele territorium:
“Our traditional territory is the geographic area occupied by our ancestors for community, social, economic, and spiritual purposes. We have never given up title on this land, nor have we ever been compensated for it”.
– cowichantribes.comDe tandarts zei dat ik thuis mijn kies moest laten trekken en nu aan de antibiotica kon zodat de pijn van de infectie zou zakken. Dus ik weer terug de route op, ik was allang blij dat ik geen acute wortelkanaalbehandeling hoefde en de rest van de tijd bij mijn zus op de bank zou moeten liggen.
Parallel aan het fietspad liep nu een wandelpad door een prachtig jungle-achtig bos, die helemaal meeboog met de bochten van de rivier. Er was geen mens te zien en ik gokte zo dat er een hoop wildlife was. Ik nam een duik in de rivier vanaf een mooi strandje en voelde me de koningin des levens, hier, omgeven door bos en wild en rivier en zon.

In mijn blote borsten lag ik te zonnebaden toen een vrouw op het pad naar me riep. “A cougar in the river, less than a kilometer from here! I got scared and turned around!”. Shit. De adrenaline gierde door me heen. De cougar, ook wel ‘mountain lion’ genoemd en basically gewoon een puma, is een sterk en groot wild dier. Een reuzenkat. Ze vallen nauwelijks mensen aan, maar er zijn hele specifieke richtlijnen voor wat je moet doen als je ze tegenkomt. Niét wegrennen of -lopen. Wachten tot de cougar weggaat, je groot maken en roepen.
Ik droogde me traag af en bleef om me heen kijken. Kwam hij hier naartoe zwemmen? Liep hij nu boven me op het pad? Ging ik ook terug? Terug was 1,5 kilometer tot het fietspad. Verder was drie kilometer tot het fietspad. Het leek me dom, maar ook slim. Ik moest hier ergens vanavond ook wildkamperen. Als ik nu besloot bang te zijn voor de cougar, hoe ging ik dan in ’s hemelsnaam hier in de tent liggen? Nee, bedacht ik. Die cougar is hier, dat wist ik. Hij ontwijkt mensen graag. Ik ga door. En als ik sterf, was het op een mooie manier (en ja, ik heb toen een filmpje voor nabestaanden opgenomen HAHA). Ik stopte twee stenen in mijn zak en liep luidkeels zingend (ik herhaal: luidkeels) door. In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight.

Ruim een kilometer verder liep een ouder echtpaar me tegemoet. Ik was inmiddels kapot moe van de adrenaline en het harde zingen en blij met de vertrouwde vertoning van mijn eigen soort. Ze hadden de cougar niet gezien, maar, zeiden ze, ik moest me geen zorgen maken omdat die beesten zich gewoon met zichzelf bemoeien en ons mensen niet zo boeiend vinden. Dat ik maar heel veel wilde dieren zou mogen zien en of ik, net als mijn zus, niet ook op het eiland kwam wonen. Ze waren zo lief en rustig, dat ik spijt had van mijn luide gezang en daarmee een kans op het zien van de cougar gemist had.
Ontzettend moe van de dag vond ik aan het einde van een zijpaadje een beschutte zijloper van de rivier. Het was er een beetje donker, maar wel uit het zicht van de grote rivier en het hoofdpad en toch ook wat opener dan in het wilde bos zelf. En kamperen bij water is toch wel echt bijzonder handig. Ik waadde op mijn nep-crocs door de rivier op zoek naar een overhangende tak om mijn zakken met eten aan op te hangen, en zag op een plekje waar het water minder hard stroomde allemaal rivierkreefjes om m’n voeten lopen. Ik vond het een beetje griezelig maar ook wel lief; het is gewoon weer iets waar ik aan moet wennen. Aan de kant zag ik allemaal kreeftenpootjes liggen met daarachter een soort wild paadje. Brrr, vast een geliefd plekje van de beer of wie dan ook voor een hapje.

Zie tasje met eten ver weg rechts Het stromende water was een kalmerend geluid, maar ik hoorde er ’s avonds ook van alles in. Mensenstemmen en plonzende beren bijvoorbeeld, maar dan kalmeerde ik mezelf weer met dat áls die er inderdaad waren ze mij wel met rust zouden laten (dat er mensen zouden zijn in de schemer leek me onwaarschijnlijk). Ik sliep desalniettemin slecht door de stekende pijn in mijn gebit en keek om het uur op de klok.
Wildkamperen is prachtig en ik ga het alleen maar prachtiger vinden. Maar ik ben ook altijd blij als het weer ochtend is, de zon weer op is en er niks engs meer kan gebeuren. Ik denk dat dat met de ervaring wel minder zal worden, omdat het vooral in mijn hoofd zit. De natuur, met nieuwe geluiden en nieuwe dieren, is gewoon wennen en de risico-inschatting is door gebrek aan ervaring dan een beetje overdreven. Ik denk dat veel van ons de wilde natuur eng vinden, omdat we het gewoon niet kennen, of te weinig zien.

Exposure kan een goede therapie zijn voor angst (als die angst niet té erg is, denk ik) en dat is hier in Canada net zo. Maar ook met wildkamperen over het algemeen. Het vaak doen en leren dat het veilig is, maakt het steeds makkelijker. En onvergetelijk, want hoe machtig is het om wakker te worden in een groot bos naast een stromende rivier, met het bewustzijn dat er ieder moment een beer of cougar kan verschijnen?! Het is een geheel nieuw niveau aan natuurbeleving voor mij, en ik merk dat het nu al verslavend is. Ik wil meer: hier de hele tijd zijn, nog meer spannende bijna-ontmoetingen of helemaal-ontmoetingen met dieren hebben, nog meer bange avonden die overgaan in blije ochtenden.
Woensdag
De volgende dag deed ik rustig aan, de moeheid stapelde zich nu een beetje op. Ik nam vele pauzes op prachtige plekjes: in een zacht mosbed; op een klif boven de rivier; en op een strandje bij de rivier om te kunnen zwemmen. Het leek me slim om daar alvast eten te koken en af te wassen, zodat ik voor mijn kampeerplek niet afhankelijk was van water. Ik vond ’s avonds een prima plek, niet zo boeiend, en zette ook eens de buitentent op. Het voelde wat beschutter en in combinatie met een zware ibuprofen hoopte ik op een goede nachtrust.

De volgende dag zou ik al snel het eindpunt halen en daar keek ik ook wel naar uit (en naar de koffie die ik daar zou gaan drinken). De verslaving van het wildkamperen en het méér willen werd nu een beetje overruled door moeheid. Steeds die tas ophangen tegen beren, steeds bang dat er een voor je neus staat, steeds bij elk geluidje opschrikken. Ik had ook wel weer zin in kamperen in de tuin van mijn zus (waar ook beren lopen, maar dat voelt toch anders).
Heel in de verte hoorde ik de snelweg al, en dat irriteerde me. Niet omdat het nou zo’n hard geluid was, maar ten teken dat hier mensen waren. Maar de aanwezigheid van volk was juist waarom ik de route had uitgekozen en ik besefte: mensen zijn óók onderdeel van het landschap. In een museum las ik hoe we vaak een romantisch beeld hebben van hoe de First Nations leefden met de natuur, maar dat ook zij grote dorpen bouwden, aan akkerbouw deden, stukken bos afbrandden om meerdere redenen en een infrastructuur hadden. Maar ze dachten aan de duurzaamheid ervan zodat toekomstige generaties ook verzekerd waren van een goed leven. Ze respecteerden andere levende wezens omdat ze wisten dat ze er afhankelijk van waren. Maar als ik nu geluid van menselijke beschaving hoor, denk ik alleen maar aan destructie. Aan dat het tegenover natuur, wildernis en leven staat, en daarmee haat ik mensen altijd een beetje (soms zo erg dat ik mezelf haat en wat ik de aarde ‘kost’). Maar het is niet per se mens eigen om zo te zijn, en met die positieve gedachte viel ik in een diepe slaap.

Donderdag
Afscheid nemen van het bos, ik wilde het nog niet. Maar ik was ook slap van de ibuprofen tegen mijn menstruatiekrampen en keek uit naar de koffie in het dorp. Ik sleepte mezelf erheen en werd niet teleurgesteld: heerlijke koffie en een diepe bank om mijn LOTR boek in verder te lezen.
Ik overwoog om de halve route weer terug te lopen, maar was ook bang dat ik het daarmee zou verpesten. Nog genoeg mooie wandelingen te maken op dit eiland en ik zou er echt nog wel tijd voor hebben. In afwachting van de bus bestelde ik nog een bakkie en vroeg voor de zekerheid aan de koffiedame of de bus ging. Surprise: it didn’t. Mijn zus zou me in de volgende stad op komen halen, en die was al vertrokken, dus ik moest er toch echt heen!
Gelukkig bedacht ze zich ineens dat haar man die middag erheen zou rijden en regelde ze een lift voor me. In de auto had ik het met die man over cougars en hij vertelde me dat boswerkers soms ogen op de achterkant van hun helm schilderden, omdat cougars vaak van achter aanvallen. Hij zei dat er wel degelijk mensen zijn aangevallen door die beesten en je niet voorzichtig genoeg kan zijn. Misschien was het dus toch niet verkeerd dat ik me luidruchtig door het bos had verplaatst? In ieder geval leefde ik nog en zou ik snel weer herenigd zijn met zus en nichtje <3
xxxxxxx

-
Alleen tussen de beren

Gister zagen we een beer. We waren nietsvermoedend door het bos aan het fietsen toen een wielrenner die ons vijf minuten daarvoor ingehaald had, ons weer tegemoet fietste. Hij stak zijn hand op ten teken dat we moesten stoppen. ‘Een enorme zwarte beer op het fietspad verderop, hij loopt deze kant op’. We keken elkaar aan: gaan we erheen fietsen om hem te zien of is dat heel dom? We besloten dat het dom was en het tóch te doen.
De volgende vraag die we onszelf stelden was of we geluid zouden maken zodat de beer ons aan zou horen komen – met het risico dat hij de bosjes in zou vluchten voor we hem te zien zouden krijgen. Beren, en met name zwarte beren, zijn niet echt agressief. Ze zijn vooral schuw en zullen je altijd proberen te ontwijken. Meestal, als een beer jou opmerkt, maakt ‘ie dat ie wegkomt. Maar als hij geen vluchtroute ziet of zich bedreigd voelt, is er een kans dat hij je te grazen neemt. Of je dat overleeft is de vraag. Dus we besloten liedjes te zingen zodat we hem niet zouden verrassen. Toen zag ik hem, daar, vijftig meter verderop. Hij zag mij ook en schoot de bosjes in, nog voordat Ted hem te zien kreeg.

Nog geen kilometer hiervandaan zagen we ‘m Het is nu de tweede keer dat ik een zwarte beer hier in Canada zie en je wordt een stuk geruster als je hem een keer ziet. Ze zijn heel fluffy, niet heel groot, en de gedachte dat ze vooral bramen en blaadjes eten draagt bij aan het cute-gehalte. Dus dat ik volgende week in mijn eentje door de Canadese wildernis ga backpacken, vind ik wat dat betreft niet zo spannend. Maar ‘s nachts, als ik met Ted in de tent lig en geluiden hoor, wordt het opeens veel spannender. Want er zijn ook nog de cougars (puma’s) en zowel die als een zwarte beer hoef ik niet in het donker tegen te komen, bedankt. Hoewel Ted me waarschijnlijk niet kan redden uit de armen van zo’n beest, voelt het toch een stukje fijner samen.
Maar ik wil ook weer even alleen op pad. We zijn twee maanden op Vancouver Island, een eiland aan de westkust van Canada, om mijn zus te bezoeken die hier woont. We doen veel samen, maar Ted wil een heftige hike doen in de bergen ver in het Noorden van het eiland, en ik vind dat net even te veel. Dus ik ga een gemoedelijke tocht doen in het Zuiden, dichter bij de bewoonde wereld en véél platter. En een solo-tocht voorbereiden, daar word ik altijd zo blij van!

Het begint met de paklijst. Zeven dagen geen voedselvoorzieningen, wat gaat er dan allemaal mee zonder dat het tonnen geld kost en kilo’s weegt? Havermout, noten, snickers, oploskoffie, boter voor de vetten, beef jerky voor de eiwitten, gedroogde aardappelpureepoeder, blikjes vette vis, misschien van die gore gedroogde pasta’s uit de supermarkt. Je wilt vooral veel calorieën, eiwitten en vetten binnenkrijgen, gezond is niet echt een prioriteit. Het valt me altijd weer op hoeveel een mens eet op een dag. Zeven dagen aan eten is zó veel!
Qua kleding wil ik ook minimaal gaan, maar ga ik slapen in mijn wandelbroek of neem ik toch een extra pyjamabroek mee? En mijn dikke fleecevest die zwaar is, of ga ik gewoon in mijn slaapzak liggen als het koud is? Ik zal ook weinig bereik hebben, dus ik neem een klein boekje mee en mijn breiwerk. Wat ik waarschijnlijk beide niet ga gebruiken, want als ik me verveel heb ik nergens zin in. Omdat mijn wandeltocht vooral in het bos gaat zijn, laat ik tenslotte met pijn in mijn hart mijn verrekijker bij mijn zus liggen. Scheelt een hoop gewicht.

Er is zo ontzettend veel te doen op Vancouver Island, maar wij houden van natuur en hebben dus gekozen om vooral hikes te doen. Daarnaast hebben we net twee weken op een boerderij afgerond, waar we woonden en aten in ruil voor onze arbeid. Dat was supertof, maar we waren ook blij toen we weer vrije vogeltjes waren!
We hebben een toffe hike in het bos gedaan van vier dagen langs allemaal hutten, waar we al die dagen maar één mens tegenkwamen (en dus die andere beer). En nadat we allebei onze hike van zeven á tien dagen erop hebben zitten, ben ik jarig en gaan we dat vieren met een boottocht om walvissen te spotten. Het leven valt hier niet tegen. Maar na deze tocht moeten we allebei weer naar ons eigen landje om geld te verdienen en onze lieve vrienden en familie weer te zien, en weten we niet wanneer we weer samen zullen komen. Daar proberen we nog even niet over na te denken (of moeten we dat juist wel doen? lol) en te genieten van alles hier!

Bosmaaieren op de boerderij Liefs!!
-
Óns einde van de Pennine Way

Ik ben alles zat. Ik ben de oploskoffie zat, ik ben mijn gore kleding zat, ik ben het zat dat ik elke dag hetzelfde linzenprutje eet, ik ben het zat dat mijn tent een grote teringbende is en het ook niet echt anders kan, en ik ben het elke dag weer boodschappen doen zat. Maar helaas, dat laatste zal ik een leven lang moeten blijven doen (tenzij ik mijn eigen eten produceer natuurlijk).
We zijn nu vijf dagen geleden al gestopt met wandelen. Zora heeft interne voetproblemen die regelmatig tijdens wandelingen opspelen; een teken dat we het weer iets te heftig hadden gemaakt allemaal. Hoewel we op een nieuw plekje zitten waar nog van alles te ontdekken is, is dat ook een beetje opvulling tot ik dinsdag het vliegtuig naar huis neem (de boot was moeilijk duur). Maar is niet alles in het leven opvulling? 😜 Het helpt ook niet dat ik slecht sliep vannacht door pratende campinggasten en dat ik pas net mijn eerste slok koffie achter de kiezen heb. Maarja, oploskoffie. En die ben ik zat.

Lekker met onze meuk in het gras Daarvóór
We waren halverwege de Pennine Way gekomen en dat was ook het einde van de kaart die ik had gekocht. En aangezien mijn knie tijdens de wandeling opspeelde, had ik van tevoren bedacht dat ik daar zou stoppen. De laatste week zou ik dan wel opvullen met op leuke campinkjes hangen ofzo, ik zou het wel zien. Maar na twee relaxte dagen op de prachtige camping langs de rivier had ik ook wel zin om gewoon door te wandelen. De route leek niet bijster heftig te worden de komende twee dagen en vanaf daar was ook weer een openbaar vervoer optie om in Newcastle te geraken.
Ik had geen spijt, want het was denk ik wel het mooiste stuk van de route tot nu toe. We volgden twee dagen lang een snel stromende rivier tegen de stroom op die ons langs meerdere watervallen bracht. Het zag er zo wild en prachtig uit allemaal! Een betweterige man kwam ons nog even vertellen hoe we moesten lopen terwijl we gewoon de route volgden, en hij voegde er nog aan toe: “nou, jullie zijn dapperder dan ik!”. Toen wilden we eigenlijk zeggen “ja, maarja, wij zijn ook vrouwen”, maar dat deden we niet want hij was ook eng en we wilden eigenlijk überhaupt niet met hem praten.

Zeldzame vondst
We moesten wildkamperen of 35 kilometer lopen, maar dat laatste is geen optie voor ons. Dus pleurden we onze tassen op een plat stukje nadat we een waterspreeuw zagen duiken in de rivier, bijzonder beestje! We hadden een stukje niet-weiland gevonden en dat leek ons wel netjes, maar daar kwam toch de schapenboer aan toen ik de heuvel zonder tas opgeklommen was op zoek naar 4G. “Mag ik vragen wat je hier doet?”.
Hij kwam vriendelijk over en ik gaf maar eerlijk toe dat ik bereik zocht, hoewel ik er niet trots op was. Altijd dat internet weer als prioriteit, maarja, ik wilde even wat van mijn vriendje horen en een update van de dag sturen. “Ik wil je op het hart drukken op de paden te blijven hier”, antwoordde hij begrijpend. “Er groeit hier een bijzonder paars bloemetje, de voorjaarsgentiaan, en daar zijn we zuinig op. Je vindt hier een paar unieke planten voor Brits territorium!”. Ik verontschuldigde me, ik dacht gewoon het paarse viooltje te hebben gezien, en dacht meteen dat kamperen in het gras hier dan vast ook niet gewaardeerd zou worden, dus ik speelde maar open kaart. Konden we daar ons tentje opzetten?
Nee, echt niet. “Zet hem liever in mijn veldje op, daar”. Hij wees vijftig meter verder en ik vond het allang best. Een plekje met toestemming is nog beter. Hij bood nog aan water langs te brengen, maar wij vonden de rivier prima (bepaalde ik ook even voor Zora) dus schouderophalend reed hij weg op zijn quad die alle schapenboeren hier lijken te hebben. Na een ijskoude nacht – hadden we niet verwacht – kwam ’s ochtends ook de boerin nog even langscrossen (hier: the farmers‘ wife, maar wij willen dat omdraaien naar the farmer & the farmers’ husband, wie doet er mee?) om te vragen of we het overleefd hadden. Hele lieve mensen allemaal.

Maar één ding bleef knagen. Wij mochten wel vijftig meter verderop kamperen in een schapenweiland, maar niet op het stukje gras achter het hek. Want o wee, misschien zouden wij het gentiaantje wel pletten. Maar de miljarden schapen die alles wat los en vastzit weggrazen, die zijn geen probleem? Zijn zo’n boer en haar man niet een beetje hypocriet bezig als ze zeggen zich zo te bekommeren om een paar unieke bloemetjes? Later lazen we op een infobord dat de natuurorganisatie samenwerkte met boeren die door middel van ‘traditional farming’ bijdroegen aan het behoud van dat plantje. Goed, ben wel benieuwd dan. Haha, altijd weer wat te zeiken.
Menselijke wegwijzers
Na weer een prachtige wandeldag kwamen we vermoeid aan in een schattig dorpje. Eenmaal neergestreken op de groene camping besloten we eigenlijk al een beetje: we kappen er hier mee. De etappes erna zouden heftig zijn en we konden zo de kale bergen opkijken. We hadden totaal geen zin in dat open, winderige, hoge landschap en weer dágen zonder supermarkt. Ons eten was nu al op en er was hier ook geen winkel. En elke keer als we dan weer inslaan is die tas zo belachelijk zwaar. Het waren twee etappes, maar voor ons vier dagen, naar de beroemde Hadrian’s Wall (een oud romeins muurtje). En op zich hadden we wel zin in die plek, er gebeurde weer wat. Een informatiecentrum, een beetje toerisme, leuke pubs. En er ging ook een trein en bus naartoe vanaf waar we nu waren. Dus deden we dat.

Een beetje hoog en kaal mag best, zo mooi hier! We waren een beetje gestresst waar we uit moesten stappen, maar een vrouw hielp ons en zou ons wel de weg wijzen, zei ze. Het was nog een uur lopen naar de camping die we op het oog hadden en ze kon ons de minst heuvelachtige route laten zien, ook al wilden wij eigenlijk de andere kant op. Maar iedere keer twijfelde ze weer. Eerst vroeg ze de buschauffeur of ze het wel goed had. Later liep ze de supermarkt binnen en kwam naar buiten met een medewerker die ons uitlegde waar we heen moesten. Naja, wij kunnen ook wel op de kaart kijken, maar ze wilde per se dat we haar volgden, kom daar maar eens vanaf! Eindelijk waren we bij haar huis, die op de route lag en ze legde nog eens tien keer uit wat wij al vóór de eerste uitleg doorhadden. Snel liepen we weg en werden meteen ingehaald door een man die ons ook weer de weg leek uit te willen leggen. “Waar moeten jullie heen?” werd echter al snel gevolgd door een “Lift nodig?”.
We keken achter ons of de vrouw ons nog zag (was niet zo) en stapten in een poepsjieke Tesla. Het was een leuke vent die vrijwilliger was bij het wandelfestival dat blijkbaar nu gaande was. We kletsen wat en toen we tien minuten later de oprijlaan van de camping opreden waren we even stil, tot Zora vanaf de achterbank een reeks vloeken uitkraamde. Het héle grasveld stond rij aan rij vol met identieke tenten en in het midden zat een kring jonge kerels – beetje militair sfeertje. Geen sprietje gras over voor twee jonge meiden. De bestuurder moest bijna huilen van het lachen toen hij de auto keerde en ons bij een andere camping afzette. We waren blij dat we niet het uur naar die camping hadden gelopen! Zo hadden we toch dankzij die opdringerige vrouw deze lift gevonden. HeT mOeSt Zo ZijN.

Uren bezig met het goede plekje vinden en dan alsnog schuin staan Herinneringen ophalen
Vorig jaar fietste ik in maart de boot af, Newcastle door, om een half jaar door Schotland rond te gaan trekken met mijn tent. De route leidde eerst langs deze Hadrian’s Wall en nu zitten we in hetzelfde informatiecentrum waar ik op de tweede dag van mijn tocht koud en verkleumd mezelf heb opgewarmd. We consumeren nu wat in het café, terwijl ik toen mijn eigen bakkie op de picknickbank buiten zette.
Als ik daaraan terugdenk, ben ik blij dat ik hier nu met Zora ben. Als ik iéts heb geleerd die tocht, is het dat ik blij word van gezelschap en solo-tochten in het vervolg gewoon voor kortere tijd ga doen (want ik geniet ook zeker nog steeds van avontuur in mijn eentje). En iets anders dat ik heb geleerd is dat het gewoon leuk mag zijn en geld mag kosten. Dat ik me warm mag voelen, mag genieten van een kopje koffie ergens binnen, van lokale cultuur ook al kost dat geld, van onder de mensen zijn, van een duur bedje op een koude dag. De heftige avonturen, daar geniet ik onwijs van, maar voor een kortere tijd. Gewoon, een weekje de wildernis in. Of een fietsvakantie van drie weken.

Lady Zora Ik mis Schotland
En nu ben ik het dus ook een beetje zat. Zonder dat doel van wandelen is het een beetje wachten – hoewel erg gezellig met Zoortje. We wandelen wat, drinken koffie en loeren naar de andere campinggasten en raden wie Nederlands is. Dat kan weer, want hier zitten ze! Deze maand kwamen we er nul tegen, dus wij lekker hardop Nederlands commentaar geven op iedereen. Internationale woorden spellen we dan, zodat niemand door heeft dat het over hen gaat. Soms zeggen we dan tegen elkaar “wat zijn we toch héftig” en dan moeten we weer lachen omdat het zo leuk is om een heftige vrouw te zijn. Maar nu zijn we omringd door landgenoten en moeten we maar weer zachtjes praten en aardige dingen zeggen ;)
Zora gaat wandelen in Schotland en nu ik me zo nostalgisch voel over mijn fietsreis en de doedelzakmuziek door de speakers klinkt, heb ik zoveel zin om mee te gaan! Maar gelukkig komt Schotland naar mij (lees: Ted) en staat ons een bizar vet avontuur te wachten, want na een weekje thuis gaan we mijn zus en haar gezin opzoeken.
In… fucking Canada!! Bears and coyotes and whales, here we come! 🐻🐈🐋🦅
P.s. ik kom zéker een keer terug om de PW af te maken, echt zo’n ontiegelijk mooie route!
-
Pennine Way week 3

Nou, de meiden zitten weer in een café. Bovenop mijn warme chocolademelk prijkt een heuveltje marshmallows en Zora heeft een broodje zalm besteld. Het leven valt ons niet zwaar, ook al zijn we op hike met al onze spullen in een rugzak die aan onze schouders trekt. We hebben het er wel eens over hoe anders we dit tien, of misschien zelfs vijf jaar geleden nog deden. Zelfs in de winter nog met je zomerslaapzakje, altijd kilometers doorjenken, weinig eten mee want gewicht. Maar we hebben genoeg afgezien om te weten dat we er ook gewoon van houden om het leuk te hebben.
Als je
haar maar goed zitmaar wifi hebtNou, leuk hadden we het. We namen twee dagen de bus vanwege mijn knie en het regende en waaide ook nog eens. Dus Zora ging gewoon gezellig mee, want de route zou door kale heuvelbergen leiden en we hadden het al koud op zonnige dagen, dus laat staan. Ik was wel chagerijnig, omdat ik niet goed wist hoe het nou verder moest. Deed ik er goed aan door te lopen, of zou ik daarmee mijn knie verpesten? De eerste camping was meteen top, want goedkoop en rustig én een picknickbank. Meer hebben we niet nodig. Zora deed geen oog dicht door de rukwinden, maar ik sliep daar heerlijk doorheen. Wel weer apart, aangezien auto’s me wel de hele nacht wakker houden! Des te meer reden voor Zora om nog een dag mee te gaan met een prachtige treinroute door de Yorkshire Dales. Niet gek zo, die afwisseling! We keken naar buiten en waren zo blij dat we daar niet liepen. Poi. Wat zijn we toch verstandig.

Uitzicht vanuit treintje die tussen Leeds en Carlisle toeft met de enige blauwe lucht van die dag We streken neer op een campinkje twee etappes verder sinds onze laatste loopdag en brachten de dag door in een beroemde kaasfabriek met een leuk café. Overal prijkten Wallace & Grommit, blijkbaar komt Wenchester kaas veel voor in die films en heeft het van een bijna-faillissement gered.
Wij propten wat kaas van de gratis proeverij in onze mond en gingen toen naast een stopcontact zitten met onze bakkies, en al gauw werd het hondsdruk. Naar ons weten was er weinig te beleven in dit gehucht, maar het bleek een trekpleister. Terwijl we in de meeste dorpjes tot nu toe meer armoede zagen (althans, zo interpreteerden wij het, maar misschien is het ook deels cultuur/mode die in NL geassocieerd wordt met lagere economische klasse, maargoed, naar ons weten ook wel veel zichtbaar alcoholisme en drugsgebruik en dat is misschien ook wel een teken van armoede/arbeidersleven, Zora zegt nu: oja Simone de Antropoloog) – was dit dorp één en al elite. Zora voelde zich er meteen thuis, want die gedijt wel in een ‘oud geld’ sfeertje. Zo loopt ze erbij als een zwerver, maar wel met een zijden sjaaltje om haar nek, pareltjes in haar oren en roodgelakte nageltjes. Ik vind het altijd ook opvallend om te merken dat ik me veel ontspannender voel onder de kakkers dan onder de tjappies, wat me des te meer laat zien dat ik ook gewoon een rijke snob ben. Daar schaam ik me dan weer voor. Ongelijkheid is kut. Waarom heeft niet iedereen gewoon dezelfde middelen, dezelfde welvaart?
’s Middags al lagen we in bed en waren niet zo moe, we hadden immers weinig anders gedaan dan koffie drinken en mensen loeren. Hoewel mijn knie na twee dagen rustiger was, deed ik nu weer geen oog dicht. Ik had zin om naar huis te gaan, maar dat doe je niet, en de volgende ochtend pakten we gewoon weer braaf in en gingen lopen. Dat deed me goed, en dat had ik kunnen weten. De lucht trok open en we zouden iets van 18 kilometer lopen. Een goede afstand, maar niet overdreven. De camping waar we op uitkwamen was een paradijsje met prachtige douches, een winkeltje en.. wifi! Ik heb mijn bundel al drie keer opgemaakt, waarschijnlijk aan een beetje stom scrollen op Instagram. Dat is jammer, want ik wil ook breitutorials kijken op YouTube en fotootjes sturen naar mijn familie. Hoewel de zon scheen was het koud, dus in onze bedjes lagen we lekker filmpjes te kijken en we waren gelukkig.

Romantiseren kun je afleren
We hadden zin in het volgende stuk, want de Peruaan van de eerste dag had al kwijlend verteld over de hoogste pub van Engeland die daar zou zijn, waar je ook je tentje op kon zetten. Wij hadden er vanaf die dag naar uitgekeken, maar inmiddels hebben we ook geleerd dat wij een iets te romantisch beeld van de wereld hebben en daarom niet zelden teleurgesteld zijn. ‘Oh misschien hebben ze wel een winkeltje op de camping, wat ga jij dan kopen?’. ‘Ja goeie, lekker een reep chocola en een biertje, zo wat heb ik daar zin in’. En dan is er natuurlijk geen winkeltje, of niet eens een camping. We verwachten wifi, douches waar je de douchkop vanaf kan halen zodat je haar droog blijft, kneuterige campings met loslopende kippen en langs kabbelende beekjes en biologische supermarkten op afgelegen plekken.
Zo keken we ook uit naar dit paradijsje, dat maar 11 kilometer lopen zou zijn. Het was bikkelen door harde wind en op steile paadjes, toen we in de verte een horde aan campervans zagen met in het midden dat wat waarschijnlijk die pub zou zijn. Het was omringd met kale moorlands, a.k.a. heide en moeras, en het kampeerveldje bleek bij aankomst een schuine helling vol met pitrus met een keiharde wind die eroverheen loeide. Het stonk er naar riool en de pub was ramvol. We hadden de dag ervoor een tafeltje proberen te boeken – want van de yoghurt uit de campingshop alleen konden we niet leven – maar die was via de mail afgewezen met een: “thank you, we cancelled you’re booking”. Terwijl we in het halletje onze plannen stonden te overdenken kwam er ook nog eens een hoosbui overwaaien en het was ook al vier uur. Kut.

Hier wisten we al dat het niet goed zou komen We overwogen wildkamperen, dan hadden we ten minste nog kans op een iets windstiller plekje. Maar Zora was ook nog ongesteld dus agressief en ik had honger dus agressief en we vonden alle opties even heftig. Dit was nou echt bij uitstek een dag om een inn te boeken. Het dichtstbijzijnde ‘iets’ op de route was een klein dorp aan de andere kant van het uitgestrekte heuvelmoeras met nog één hotel met een kamer, en 160 euro later hadden we het vooruitzicht naar een warm bedje. Maar eerst: 13 kilometer afklappen in de regen en wind, met voeten die wegzakten in het moeras. Drieënhalf uur later zakten we uitgeput op onze bedjes en lukte het ons nog net om de trap af te strompelen naar de pub. We vraten burgers en friet en dronken bier en cider en het leven was mooier dan het ooit geweest was. Zo werkt het wel, creëer wat misère voor jezelf en je gaat comfort weer tien keer zoveel waarderen. Het was het geld dubbel en dwars waard.
Wie zijn billen brandt..
Het chille was dat we daardoor weer een stuk vooruit liepen op onze planning, tot we erachter kwamen dat we een alternatief hadden gelopen om in dit dorp te komen en dus weer tien kilometer extra moesten lopen terug naar de route, dus uiteindelijk scheelde het vrij weinig. Na een heftige dag is een rust- of rustige dag essentieel, maarja, als er niks is, dan moet je soms door. Dus weer 20 kilometer, met een audioboek in onze oren om het vol te houden.

In weer en wind op sandalen, dat kan alleen als je Vikingbloed hebt Vorige week had ik een telefonisch interview met een tijdschrift over mijn fietsreis in Schotland en ze vroeg me om advies tegen zadelpijn. Ik had daar eigenlijk helemaal geen last van gehad, maar of ik dan tóch iets van advies had. “Naja, ik denk dat het hielp dat ik niet zoveel fietste op een dag”. Later grapten Zora en ik: “Heb je tips voor minder moeheid? Ja gewoon meer slapen”. “Heb je tips voor honger? Ja, meer eten”. Het is wél waar. We zagen in een jeugdherberg een vrouw haar voeten helemaal intapen vanwege blaren en ik dacht, hoe kan het nou dat wij dat niet hebben, op één blaartje na? Het is vrij simpel: de lange afstanden afgewisseld met korte; de rustdagen als we moe zijn; de vele pauzes. Hoewel we soms weinig keuze hebben over de etappes, hebben we toch een beetje keuze, en vragen we ons af waarom mensen zo graag helemaal naar de tering gaan (zo ook in het boek Het Zoutpad, die vele mensen heeft afgeschrikt om te wandelen vanwege de horrorverhalen over blaren). Máár, we zijn er ook van overtuigd dat onze barefootschoenen heel wat leed voorkomen. Naja goed, alsof wij het allemaal weten.
Alle eendjes zwemmen in het water
Dus hoewel we heerlijk hadden geslapen in het hotel, waren we wel van plan een rustdag te nemen na deze etappe. Het wandelen ging met mijn knie opzich prima dankzij wandelstokken die ik bij de gevonden voorwerpen op een camping vond (!!!), maar ik wilde ook rustig aan doen voor de zekerheid. We hadden geleerd van onze fouten en verwachtten een skeere camping helemaal volgepakt vanwege Pasen, maar het was onzettend rustig en ’s avonds doodstil. We vonden een hoekje helemaal voor onszelf aan de rivier en konden vanuit onze tent zaagbekken, baby-wilde-eendjes, reigers en fitissen zien. Ook hier was weer wifi en op onze rustdag zette ik een hele vingerloze handschoen in elkaar onder begeleiding van YouTube en wildplukte mijn avondmaal bij elkaar langs de rivier (zie hier op insta voor alle planten die ik plukte).

Nonchalant met mijn vingerloze handschoen pronken in het plantenwalhalla naast de camping We zetten onze tenten zó dat we uitkeken op elkaar, en ik zei tegen Zora dat ik dat fijn vond, want op de vorige camping keek ik op de achterkant van haar tentje. We barstten in lachen uit, we zijn letterlijk 24/7 samen. We gaan samen naar de wc om te poepen, we douchen in hokjes naast elkaar en we lopen de hele dag achter elkaars reet aan, maar oh wee als we elkaar niet kunnen zien vanuit de tent. Gezellig hoor.
We hebben het hier zo heerlijk, dat we maar nog een dagje zijn gebleven. Hoe langer je blijft, hoe moeilijker je weer op gang komt, maar dat is een zorg voor morgen. Op naar nog een week!

-
Week twee op de Pennine Way

We lagen ’s avonds in bed te analyseren hoe onze tassen lichter zouden kunnen. Ja ik weet het, wij zijn vóór leuke spulletjes mee en lekker langzaam zwerven, maar soms vragen de etappes echt om een lange dag met steile klimmetjes en die vinden we toch wel heftig met onze boeken en grote gasblikken. Nu is het bijvoorbeeld weer een grijze dag en zouden we twee rotsige kale pieken over moeten én 23 kilometer. De keuze is dan: óf weinig eten mee zodat de tassen lichter zijn en die kilometers afklappen, óf onderweg ergens wildkamperen maar dan heb je weer meer eten nodig. Onze gasblikjes waren ook bijna leeg, dus ik was van mijn a propos qua eten en moest opeens weer over op de wraps. Vond ik moeilijk. En het was kouder dus wildkamperen op de berg leek ons ook gedoe. Toch maar erover heen dan? Zora had achteraf toch haar outdoorbroek liever thuisgelaten en ik mijn wildpluk boek, maar heel veel meer dan dat ook niet. Hiken over een berg met tent en alles in een nog best koude maand is gewoon pittig. Klaar.

Quasimodo We overwogen een route óm de berg te nemen die ons dan al na tien kilometer in een dorpje bracht. Vanaf daar zouden we de ruiter route van de Pennine Way verder op kunnen pakken naar het Noorden. De hele avond zaten we – in de jeugdherberg die we voor een nachtje geboekt hadden, gewoon leuk – te wikken en te wegen. “Oké, nee, we klappen gewoon die hele etappe af, dan zijn we maar moe”. “Ja maar shit, na die vorige lange dag zeiden we juist dat we dat niet meer zouden doen!”. “Oké we gaan wildkamperen op de berg”. “Ja nee, het wordt pleuresweer en dan zijn we daar al zo vroeg” (we wilden dan natuurlijk vóór de piek kamperen, anders sta je vol in de wind). “Nou oké, dan maar gewoon de ruiterroute?”. “Ja maarja, ook weer zo saai om van de route af te wijken, zijn we niet gewoon bang om niks?”. We besloten de avond, tot vermaak van de Franse fietser die onze discussie aanschouwde, met de ruiter optie. Tien kilometer naar een stadje, daar boodschapje doen en op de camping staan. Gemoedelijk zoals wij dat doen.
De hele nacht lag ik daarna bovenin het stapelbed te woelen. Mijn knie deed in elke houding pijn. In februari ging ik in Frankrijk voor de tweede keer ooit skiën en maakte na een lange dag een val. De blessure leek door het wandelen beter te worden, maar vannacht was de pijn echt heftig. Ik lag vanaf 5 uur ’s ochtends al wakker en dacht: ik moet even kappen met dat lopen met die tas. Dus het plan veranderde weer. Zora had in het grauwe weer ook niet zo’n zin alleen door de heuvels te lopen, dus samen namen we gezellig het lokale busje. Onze tassen pasten er nauwelijks bij en we stootten iedereen omver; het koste ons bijna meer moeite dan een wandeldag van acht uur. Nu staan we weer op een campinkje, met uitzicht op die berg, Pen-y-ghent genaamd, die we niet over zijn gegaan, en we hebben geen spijt!

We hoefden niet wild te kamperen sinds onze chillsessie in het huis vorige week, want we waren in een soort ‘tussengebied’. Eerst waren we in het Peak District, en nu zijn we aangekomen in Yorkshire Dales. Daartussen was wat meer boerenland met weitjes en schapen en eigenlijk genoten we daar wel van! De eerste dag na het huisje waren we eigenlijk van plan weer wild te gaan, maar we gingen tóch even loeren bij een klein terreintje aan een beekje. Dat bleek een prachtig plekje en we lieten ons ook nog verleiden tot een biertje en appelcider in de lokale pub, genaamd Wuthering Heights. Ik weet niets van literatuur, maar we liepen daar dus door de woeste hoogtes die Emily Brönte inspireerde dat boek te schrijven. Enfin, de eigenaren van de camping waren een beetje vreemd en liepen ’s avonds een uur lang dronken hun katten te roepen en op eetbakjes te slaan met een lepel. Heel bijzonder allemaal, maar wij genoten er weer van.
De dag erna zouden we dan wel weer wat verder kunnen lopen en dan toch wildkamperen, maarja, er zat op tien kilometer óók een camping. Dat gewoon doen? We kwamen al zo weinig toe aan ‘ons boekje’. Voor Zora is dat haar 21e boek dat ze dit jaar al leest, respect, voor mij is dat mijn breiwerk. Als we dan naar een pub gaan of ff het dorp in en we zeggen “boekje mee?” dan is dat dus code voor onze eigen hobby’s. Omdat we die meesjouwen, willen we er ook wel tijd voor hebben. Dus streken we rond 13 uur al weer neer en ik werd meteen agressief. De wind stond hard en de auto’s raasden langs de camping op een 80-weg. Ik word daar gewoon boos van, maar volgens Zora was ik ‘gewoon moe’. IK BEN NIET MOE, zei ik dan terug, waarop Zora dan met haar ogen rolde want die wist wel beter. Maar ik kan oprecht niet tegen dingen die snel gaan, daar raak ik opgefokt van. Net zoals een harde straal in een douche, dan word ik helemaal onrustig, terwijl Zora dat dan weer ‘de lekkerste douche die ze ooit gehad heeft’ noemt. Zij had dus een geweldige nacht, ik sliep hooguit vier uurtjes en overdacht in de wakkere uurtjes mijn leven.

“Nog ff één rijtje” Dag drie na het huisje zetten we ook weer in op een camping, met gewon een goede 18 kilometer die dag. We kwamen in een pittoresk Engels dorpje en liepen naar het caravanpark dat aan het kanaal lag. De oude eigenaar was een beetje warrig. Het was twaalf pond per persoon, maar toen ik hem het geld gaf zei hij: “huh, nee, twaalf pond in totaal, zes pond per persoon!”. Dat vond ik chill, dus ik nam het geld terug en gaf hem twaalf, waarop hij me vertelde dat als ik voor twee personen betaalde er nog twaalf bij moest. Heel verwarrend en grappig allemaal, maar we hadden een schattig veldje en ik sliep als een roosje.
Er was ook nog een fietser, maar die zei niks en wij ook niet. Verder komen we weinig Penniners tegen, en als we ze al zien zijn het wat oudere mensen met dagrugzakjes. Die slapen dan in b&b’s enzo, wat ons eigenlijk ook wel chill lijkt ooit. Met deze tocht merken we namelijk ook dat het wat minder een zwerfroute is en meer een stevige hike. Daar vinden we wel een tussenmodus in, maar een keer lange etappes lopen met een klein tasje en dan ’s avonds in een vooraf geboekt bedje liggen lijkt ons ook wel wat. Ach ja, wE zijN oOk De JoNgSteN niEt MeEr.

Oefenen voor leesbril met gehaakte touwtjes Goed, dat merk ik nu dus ook aan mijn knie, hoewel dat een probleem was dat niet door het wandelen komt (maar dat gelooft natuurlijk niemand als ze onze tassen zien). Gelukkig hoefden we gister maar tien kilometer en hadden we de jeugdherberg geboekt als treat, en plat dat het was! We genoten volop. Nét het Pieterpad, zeiden we dan, of de Vaalse Berg. Och, dan houden we toch van ons landje. Maar hier heb je dan de prachtige heuvels waarin geen mens te zien is, een paar machtige grijze rotsbergen en vooral die heerlijk stromende riviertjes met oude bruggetjes, oja en die stenen muurtjes overal. Ik pluk me de gekte aan daslook die ik dan door mijn avondprutje gooi – dat kan nu weer, want vandaag hebben we gas gescoord – en we wildplukken elke dag ons theetje. Dat boek had alleen niet meegehoeven, dat is wel duidelijk.
Komende dagen ga ik gewoon lekker met de bus en Zora gaat lopen. Ik vind het wel jammer, maar ook wel even chill. Ooit woon ik toch in de VK en pak ik gewoon even een treintje naar de Yorkshire Dales en beklim ik die Pen-y-ghent toch nog effetjes. Nog een leven lang de tijd.

-
Eerste week Pennine Way

Een dikke blaar onder mijn voet en mijn knie zeurt bij elke draai. Ik voel me misselijk en wil eigenlijk mijn bedje niet uit, we kunnen eindelijk eens lummelen in bed en rustig aan doen na bijna een week elke dag de wekker om zes uur, en ik geniet er nog even van. Maar Zora is al aan het rommelen aan de picknicktafel en de geluiden van gasbrandertje en lepel in een kopje lokken me. Tijd voor koffie!
We wandelen nu bijna een week in Engeland op de Pennine Way. Deze begint ter hoogte van Manchester in het Peak District en loopt dan recht omhoog tot de grens met Schotland. Pennines zijn bergen – wij noemen ze heuvelbergen want “het zijn niet de Pyreneeën”, of “het is hier geen Italië”. Toch, als wandelaars met zware rugzakken voelen het als bergen, met als toppunt de laatste klim gister. Drie kilometer lang stijl omhoog nadat we er al 25 kilometer op hadden zitten. Wij zijn juist meer van het kaliber ‘zwerven’ dan van keihard kilometers afklappen, maar gister maakten we een uitzondering. Het was de vierde wandeldag en we wilden op die leuke camping aankomen zodat we daar een rustdag konden houden, dus daar hadden we een langere wandeldag wel voor over. Maargoed, het was een beetje té. Blaren, kapotte knieën, schurende dijen, verbrande koppen. WeEr VaN gELeErD.

Blij dat het niet regent
Het weer is fantastisch en dat maakt deze tocht verder wel ultiem zwerver. Het is echt weer een nieuw level nadat we in 2022 samen een stukje van de Roots wandeling door Nederland deden, later de Dutch Mountain Trail in Limburg en twee jaar geleden een maand in Wales wandelden. Meestal staan we namelijk gewoon op campings en zijn we verzekerd van water, elektriciteit en een mooi plat tentplekje. Maar nu was wel duidelijk dat we vanaf de start ruim 60 kilometer geen camping tegen zouden komen. We hebben allebei wel wildgekampeerd, maar toch voelde het weer spannend. Zouden we genoeg water tegenkomen met deze droogte? En vonden we wel een geschikte plek? Maar de zon maakte alles makkelijker. Je kunt gewoon buiten zijn, languit liggend op een sprietje gras kauwen en wachten tot het donker wordt voor je je tent opzet. Ook al was de route tot nu toe één en al moeras, er was altijd wel weer een plat veldje te vinden speciaal voor ons.
De eerste wandeldag zonk de moed ons alleen al in de schoenen. We hadden een dag uitstel gehad omdat Zora’s matje lek bleek en we met de trein naar een outdoor winkel moesten voor een reparatiesetje. Toen we eenmaal vertrokken vanaf de drukke camping op het startpunt was het ijskoud en winderig en veel te vroeg voor ons. Maarja, je gaat gewoon maar, want wat anders? Het was een gezellige boel op de trail, met dagjeswandelaars en de Zuid-Amerikaanse George die we de rest van de dag regelmatig tegen zouden komen. Hij deed ook de Pennine Way, opnieuw, na een afgebroken poging vorig jaar vanwege een te zware rugzak. Later vertelde een vrouw ons een vergelijkbaar verhaal en wij vroegen ons af: was de rugzak te zwaar of wilden ze te snel? Wij worden juist blij van onze gezellige spulletjes en proberen gewoon wat langzamer te gaan zodat die zware tas minder een obstakel is. Maargoed, we moeten ook maar uitvinden hoe dat gaat werken, en ook al hebben we vier weken is de kans nog groot dat we de trail niet afmaken (het boekje splitst hem op in 20 pittige dagen). We kwamen ook nog een man tegen die vol trots vertelde hem in tien dagen te hebben gedaan, maar daar waren we niet zo van onder de indruk. Opzich kan ik de charme van zo’n sportieve uitdaging wel inzien, maar het lijkt me ook een beetje zonde. Hoeveel zie je dan van het landschap? Maargoed, als je hier woont ken je dat wellicht al goed genoeg.

De wind bleef aanhouden en de route leidde ons naar de toppen van de heuvelbergen. Niet alleen moesten we onze balans vinden op de rotsblokken, onze zware tassen zeurden ook aan onze schouders en door de wind van opzij moesten we ons steeds schrap zetten niet om te vallen. We dachten etappe 1 wel te halen, 28 kilometer naar een camping (die later dicht bleek), maar na 18 kilometer was ik echt helemaal op. Het uitzicht was mooi, maar ook eentonig. Heide, droog gras, rotsblokken en heel veel niets. Geen enkele boom. Alleen maar kale vlakte en keiharde wind. We konden het nog even niet zo waarderen en misten het hobbitniveau. Zou de hele tocht zo zijn, vier weken lang? We fantaseerden al over andere tochten die we dan zouden kunnen doen, maar concludeerden ook dat we het wellicht nog een paar dagen de kans moesten geven. In de berm van een N-weg (het enige plekje uit de wind) aten we onze lunch en besloten dat we misschien maar moesten wildkamperen. Ook wel goed, we werden er eindelijk toe gedwongen. Als een camping een optie is kiezen we toch steeds daarvoor, maar nu hadden we geen keus.
Gelukkig was het gebied na de N-weg wat charmanter. De wind was iets rustiger nu het einde van de middag naderde en er was meer reliëf in het landschap. We kwamen langs een helder stromend beekje en zeiden beiden meteen: hier gaan we kamperen. Beetje uit de wind, vers water bij de hand en met de zon kunnen we hier gewoon lekker chillen tot het schemert en we de tent op kunnen zetten. We waren zo blij! Eindelijk die tassen af en bijkomen. Het leek ons wel slim iets van het pad af te kamperen want wildkamperen is illegaal in Engeland, hoewel wel gedoogd langs zulke trails. De enige platte plek was wel een stukje boven de beek en wat meer in de wind, maar die leek niet zo sterk meer. Little did we know.

Nachtelijke verhuizing
Om half 12 lag ik ijskoud in mijn tent die keihard heen en weer klapperde. Zora stond in het donker haar scheerlijnen strakker te zetten en schreeuwde door het lawaai heen: “BEN JE NOG WAKKER?”. Hoewel ik een dikke slaapzak heb waaide de koude wind er recht doorheen dus ja, ik was nog wakker. Wat een klotewind! We hadden die middag beneden bij de beek op een windstil plekje naast het pad gelegen en fantaseerden daar nu over. “WIL JE VERPLAATSEN?” schreeuwde ik terug. Even waren we stil. Tuurlijk wilden we verplaatsen, dit was echt niet te doen. Maar de tent was ondanks de wind zeiknat van de condens in deze vriesnacht en alles inpakken in deze kou klonk ook niet echt verleidelijk. We besloten het te doen.
Ik moest bij het inpakken bijna huilen van de pijn van mijn natte, bevroren vingers, maar toen mijn tent stond naast het pad, met nul wind, wisten we dat het de beste beslissing was die we ooit hebben gemaakt. We vielen in een diepe slaap die pas onderbroken werd van de wekker om zes uur. Want ja, we stonden naast het pad, dus vroeg inpakken geblazen. We zagen de uren daarna echter geen levende ziel, dus hadden best wat langer kunnen blijven liggen ;) Na een bakkie koffie in onze donsjassen – godzijdank hadden we die mee – liepen we door een prachtig landschap. Nog steeds kaal en open, maar met mooie uitzichten en dieper liggende paden. We genoten van het zonnetje en daalden af naar het eindpunt van etappe 1. De camping bleek dus dicht en de winkel waar we op hadden gerekend ook. Maar eigenlijk hadden we nog best veel eten, dus gingen deze zwervers gewoon door en besloten nog een keer te wildkamperen! Juist nu was er alleen geen plek te vinden, dus moesten we doorlopen tot half acht, maar hadden we wel een fijn plekje. Een ijskoude nacht volgde, onze tenten waren zelfs wit van het ijs ’s ochtends. Poi! Doen we toch maar even!
Goed eten houdt het moraal hoog
De afgelopen maanden heb ik veel met Ted gekampeerd die ook niet zoveel geeft om een zware rugzak, en juist wel om goede voeding. Ik vind eten altijd een dingetje op trektochten. Je wilt dat het licht is, maar ook voedzaam, niet te duur en makkelijk te bereiden zodat je gas bespaart. Vaak komt het neer op wraps met kaas en komkommer en van alles erop, wat op den duur mijn keel uitkomt vanwege de eentonigheid. Ted kookt linzen, stoofpotjes, aardappelpuree (van poeder) en ik was geïnspireerd. Nog nooit nam ik ui en knoflook mee en Zora zout, maar dit keer geloofden we eraan en we hadden geen spijt! Zora’s aanwezigheid motiveert me ook om na een vermoeiende dag het toch nog op te brengen te koken en zo eten we elke avond een warme, gezonde, en lekkere maaltijd. Zo goed voor het moraal en voor onze lijven natuurlijk! Ontbijt en lunch komt vaak neer op wat random snacks zoals kaas, snoep, gedroogde worst en oatcakes. Zo sjouwen we vanwege het gebrek aan winkels op de trail best veel eten mee, maar we vinden het niet overdreven.
Toch was nu na drie dagen geen boodschappen ons eten wel een beetje op, dus weken we van de route af naar een schattig dorpje. In de Coop stouwden we onze tassen weer vol met eten en streken toen neer in een hippie café om onze telefoons op te laden en een bakkie te drinken. We ontspanden helemaal terwijl we daar zaten en merkten al: shit, dit was niet handig. We kakten in. Ik kreeg een beetje keelpijn, Zora slappe spieren en toen we weer op pad gingen moest de motivatie echt uit onze ténen komen. De zon scheen fel in onze gezichten en de klimmetjes waren weer fors – dit ging hem niet worden. We waren misselijk en moe. Gelukkig zegenden de goden ons met een windstil plekje, hoewel in best een ‘druk’ gebied. Maar het boeide ons niet meer en zetten in de schemer de tent vlak naast het pad op. Dutch women do as they wish.

Doorbeukdag voor de zwevers
Die nacht hadden we het gewoon heet. Uit voorzorg hadden we extra kleren aangedaan en ik had weer een kruik gemaakt van mijn drinkfles. Maar we stonden beschut en ons hoekje hield – denken we – wat warmte vast. Toch zagen onze tenten ’s ochtends weer wit. We sjouwden ze naar de top van de heuvel om te drogen in de zon en namen weer uitgebreid de tijd voor ons ochtendritueel. Vandaag zou pittig worden, bijna 30 kilometer tot de camping, maar dat konden we wel. Maar eerder weggaan ho maar, want er moet koffie gedronken worden en we moeten weer ouwehoeren over dezelfde dingen waar we elke dag over ouwehoeren en een beetje chillen in de zon en loeren naar honden en hun baasjes. Opschieten doen we niet aan, want, vertellen we elkaar steeds weer: dit is wel ons leven. Dus moeten we het onszelf maar gemakkelijk maken.

Hoewel de route plat was, duurde hij maar en duurde hij maar. We waren het halverwege al zat, maar hadden ook niet genoeg water om wild te kamperen. Als ik er geen zin in had nam Zora het voortouw, en als Zora en klaar mee was sleepte ik ons voort. We hadden weer zon en liepen langs waterresevoirs, wat een beetje een industrieel gevoel gaf. Nog steeds was het landschap vooral open ‘moors’, een soort moeras meets heide meets grasland. Er zitten fazanten, grutto’s, veldleeuweriken en andere bruine vogeltjes die voor ons beginnende vogelaars frustratie opwekken (“is het nou een graspieper of een leeuwerik?!”), maar bos is er niet. Ja, wel beneden in de vallei. Toen we daar aankwamen was het niet ver meer, maar toen kwam die lange klim van vier kilometer. En toen kwamen we aan op die superleuke camping, helemaal kapot.
Maar de camping was niet superleuk. Het was naast de weg, het veld liep schuin af, er was niemand, de pub waar we wilden eten was dicht, de wc was sjebbie. Maar we konden niet meer. Het was wat het was (we waren ook gewoon moe en chagerijnig dus leek alles stommer).
Toeval? Dacht het niet.
Daar ging onze rustdag, want we wilden hier niet twee nachtjes slapen, maar we hadden hem echt nodig. Tijdens het skiën in de Alpen heeft mijn knie een rare draai gemaakt en de pijn speelt weer op na de lange dag en ik heb een dikke blaar. Zora’s kuiten branden de pan uit en we hadden zin het dorpje op een uur lopen van de route nog te bezoeken, maar no way dat we dat vandaag nog gingen doen. Ted, die Schots is, had eerder al aangeboden dat een vriend van zijn vader langs de route woonde. Na informeren bleek: het was 1 kilometer van onze camping vandaan, dat geloof je toch niet!
We kregen een cryptische omschrijving van de locatie en waar de sleutel lag, want hij was zelf twee dagen op stap. We kwamen binnen in een ontiegelijk mooi hobbit huisje. We blijven hier twee nachten, bezoeken morgen toch dat dorpje nog, laden al onze spullen op, slapen een keer lekker warm en gaan gewoon keihard chillen. Om vervolgens weer de heuvelbergen in te trekken, waar avontuur ons opwacht.

-
Tien dagen geiten melken

We kwamen aan in de mist en we vertrokken in de mist. We hadden op iedere denkbare plek kunnen zijn, aangezien we maar zo’n twintig meter vooruit konden kijken. Alleen de scherpe bochten in de weg verrieden het berglandschap waar we doorheen reden.
De tien dagen die we hier in de Franse Alpen hadden doorgebracht waren daarentegen gehuld in blauwe lucht en een stralende zon. De laatste hordes mensen maakten gebruik van dit optimale tussenweer: nog koud genoeg voor de sneeuw, en warm genoeg om lekker de hele dag buiten te zijn. Het skiresort waar we waren geweest was drukbezet. Wij kwamen echter niet voor het skieën, maar voor de geitenboerderij waar we tien dagen zouden werken (hoewel we ook een middagje geskied hebben natuurlijk, haha).

We waren zenuwachtig toen we aankwamen, want als je gaat Wwoofen (wwoof staat voor world wide organisation of organic farming) woon je bij de boerenfamilie in huis, werk je op de door hun aangewezen tijden en eet je mee met hun maaltijden. Op iedere boerderij kan dat er weer anders uit zien en meestal is het heel flexibel. Het gaat vooral om de uitwisseling en de leuke ervaring, en het is niet de bedoeling dat je uitgebuit wordt en veel arbeid moet leveren.
Dit zou mijn derde ervaring zijn, na een Wwoof in Portugal in 2018 en een in Schotland vorig jaar. Maar spannend is het altijd, want je verliest toch vrijheid en moet je aanpassen aan het ritme van iemand anders. Maar dat konden we wel aan voor tien dagen.

We hadden geen winterbanden of sneeuwkettingen en overal langs de weg stond dat je die wel moest hebben, dus we waren ook zenuwachtig over de weg omhoog. De mist maakte ons niet geruster, maar de boerin had geappt dat de wegen sneeuwvrij waren. De boerin was aan het werk, dus we zouden eerst even op de boerderij langshoppen. We werden verwelkomd door een enorme en hypere waakhond en een horde mekkerende geitjes. Daarna doken we meteen met de boerin het ‘kaashok’ in om kaasjes te draaien – dat moet dagelijks met de verse kazen zodat ze aan alle kanten drogen en niet aan de mat vastplakken – en we moesten de schimmel van de ene kaas op de andere smeren. Yum!
Terwijl de boerin alles ging schoonmaken reden wij door naar het huis waar haar man en zoon waren. Een fijn kamertje werd ons aangewezen in hun zelfbouwde chalet met uitzicht op de bekende pieken van de regio Savoie, met de meest linker genaamd ‘tête du chat’, omdat het op een kattenhoofd lijkt. Later vertelde iemand ons dat sommige mensen het meer een kikker vonden, en daar resoneerde ik persoonlijk mee, haha.

De rest van de week was het schema als volgt: 7:30 naar de boerderij, geiten voeren en dan melken met de hand, en dan het kaashok in om kaas te maken en te draaien. Tussendoor veel rookpauzes voor de boerin en voor ons een lekker bakkie koffie en dan om 11:45 weer terug om de zoon van school op te halen. De rest van de dag konden we chillen en dat terwijl zij ook nog alle maaltijden voor ons kookte plús we altijd de lekkere chocola uit de kast mochten kanen!
Ik voelde me bijna bezwaard met maar vier uurtjes werk per dag, maar omgerekend naar een uurtarief klopte het misschien wel. Vier uur per dag á €13 zou €52 per dag loon kunnen zijn. Een kamer in een huis zou wat, €300 ofzo moeten kosten? Oftewel een tientje per dag. Dus €42 voor voedsel, dat is nog aan de hoge kant. Aan de andere kant, de eerste dagen moesten we vooral veel leren en waren we maakten we haar werk niet eens per se veel lichter.

Toch uitte ze elke dag haar dankbaarheid naar ons. Ze kon haar zoon eindelijk op tijd uit school ophalen en elke dag waren we weer tien minuten eerder dan de volgende dag klaar. Melken met de hand vereist een soort techniek en na een paar dagen hadden we die wel onder de knie (en werden onze handen sterker, wellicht?).
Het leek een stressvol geheel om in je eentje te draaien: 35 geiten, iets van tien babygeitjes en met niet zelden problemen. Helaas was er ook sterfte, en een hele zieke moedergeit. Besluiten wat je daarmee doet én ook gewoon de dag moeten draaien met twee keer per dag melken en kazen maken en dergelijke, ga er maar aan staan! Op vrijdag stond ze bovendien de hele dag op de markt met haar kazen en daarnaast moest ze ook nog alle administratie bijhouden. In de zomer brengt ze ook nog dagelijks de geiten naar buiten en weer naar binnen, maar dan krijgt ze veel hulp van vrienden uit het dorp die vooral druk zijn met hun banen in het skiseizoen.
Twee extra paar handen waren dus meer dan welkom, en wij vonden het fantastisch. Elke dag keken we weer uit naar het melken en ’s avonds aten we kaas, kaas, en nog eens kaas. Ik drink zelden wijn, maar hier deed ik mee met de gewoonte elke avond een rood wijntje te drinken onder het genot van een lekker oud geitenkaasje en ik vond het geen straf! Het is zo bevredigend om met je eigen handen een geit te melken en de kaas die daar direct uit voortkomt te eten.

Het leuke was ook hoe de boerin het in het dorp inzette: we wilden ski’s huren? Oh je hoeft niet te betalen, ik geef ze wel kaas. De kapper betaalde ze met kaas, de kruiden theetjes van de boer verderop ruilde ze voor kaas, en de pestomevrouw uit het dorp vond wilde ook graag kaas in ruil voor haar creaties. Het was geen actieve poging het economische systeem te omzeilen of een soort verborgen verzet, maar gewoon een hele natuurlijke manier van een community zijn. Ieder met diens vak en product.
Nu wil ik ooit geiten. De boerin zei dat als we nog twee weken in de zomer zouden komen, we klaar zouden zijn zelf geiten te houden. Ik denk dat het wel iets complexer is dan dat, maar ik droom er zeker over als een plan voor de toekomst. Iets minder geitjes en misschien ook nog een paar andere dieren, och wat lijkt me dat heerlijk. Maar voor nu is het nog te beperkend, want je moet er écht iedere dag voor ze zijn (natuurlijk).
Geiten zijn cute!!!! En stout!!!!!!

“Sorry, mag ik even de aandacht?” -
Ramadan Mubarak

Vanochtend werden we wakker in de tent en we voelden de koude, vochtige lucht onaangenaam onze grote slaapzak binnendringen. Op de wollen haartjes van de bovenste deken prijkten overal waterdruppeltjes. De binnentent plakte tegen de buitentent aan en we hadden het koud. Maar de wekker was gegaan, we moesten vandaag vroeg opstaan omdat we om tien uur met een vriend van Ted hadden afgesproken.
Ted ritste de tent open en riep een luid ‘no way’! Ik keek ook naar buiten en zag alleen maar wit. We waren helemaal omringd met sneeuw, dat verklaarde de ijzige kou! Het sneeuwde nog steeds heel hard, maar dat hoor je niet op de tent. En wij maar denken dat we weer een lekker droge ochtend voor de boeg hadden.

De dag ervoor had het de hele dag geregend. Aan het begin zaten daar ook wat sneeuwvlokken tussen, maar die hadden het niet overleefd tussen de dikke waterdruppels. De avond dáárvoor hadden we gelukkig de tarp opgehangen om uit de wind te kunnen koken, dus konden we die regenachtige dag lekker droog – maar wel koud – onder de tarp ons boekje lezen en bakkie koffie zetten.
We staan bij iemand in de tuin, of eigenlijk op een grote walnotenboomgaard, geregeld via Campspace (omdat alle campings dicht zijn). We mogen hun toilet binnen gebruiken en er is een kraan, maar zover reiken de faciliteiten wel weer. We betalen 8 euro per persoon per nacht, dus dat is goed te doen.
Het klinkt heel romantisch, maar dat is het niet echt in de winter. Het gras rijkt bijna tot onze knieën, dus al onze schoenen en sokken zijn nat. We houden trouw één paar sokken droog in de tent voor in bed, maar het is verleidelijk die niet ook te gebruiken. Ik loop nog steeds steevast op mijn nep-Crocs, wat ook niet echt een lekkere combi is met nat gras. Maar anders worden mijn wandelschoenen zo zeiknat, en liever natte sokken dan natte leren schoenen. Snappie?

Zeiknatte en bevroren voeten op weg naar de wc Ted had een slim systeem bedacht die natte ochtend. We maakten een kruik en wikkelden die in mijn donzen jas. Terwijl we tegenover elkaar onder de tarp zaten konden we onze voeten in dit warme holletje steken en zo een beetje opwarmen. Maar ik had het alsnog koud. Om 15:00 besloten we dan maar ons uitje van de dag te doen: boodschappen. In de warme auto onze jassen drogen en algeheel opwarmen, dan heel traag boodschappen doen omdat het daar lekker droog is, dan weer in de auto.
Toen we terugkwamen van de winkel hadden we het goed gepland: we zouden eerst koken zodat het eten al klaar zou staan, en dan lekker in bed een filmpje kijken die ik op mijn telefoon had gedownload. Als het dan etenstijd was hoefden we de boel alleen maar op te warmen in plaats van in het donker met zaklampen en kouwe klauwen wortels te hoeven snijden. Maar toen het eten net klaar was en we klaar waren om de tent in te duiken, stopte er een auto op de weg langs ons grote grasveld.
We zitten daar vrij zichtbaar, en eerlijk, het lijkt inderdaad nogal een treurig geheel. Midden in een weiland vol onkruid, langs de weg, met uitzicht op de begraafplaats, in dit koude zeikweer. Twee mensen verkleumd in hun donsjackies onder een tarp tussen een shitload aan spullen: pannen, borden, eten, afval. En terwijl we daar zaten kwamen vanuit die auto een man, een vrouw met een boodschappentas en een kind kwamen op ons afgelopen. Ik werd zenuwachtig. Wat had dit te betekenen? Kwamen ze voor ons?

Ze waren wat Arabisch-ogend en ik vermoedde al wat de reden was voor ons bezoek. De man vertaalde in gebrekkig Engels wat de vrouw in het Frans zei: ze was eerder die dag langs gereden en had met pijn in haar hart ons tafereel aanschouwd. Ze kwamen nu warm eten brengen. Een boodschappentas vol met gevulde wraps uit de oven, en een andere tas met een grote fles sap en een rol keukenpapier. We mochten het allemaal houden.
Ik stond met mijn bek vol tanden. Ik weet dat men in Ramadan extra zorg draagt voor de armen en ik wist dat het vastenmaand was, dus ik had een extra vermoeden waarom ze juist nu het idee hadden gehad ons te komen helpen. Het was ontzettend lief, maar ook zo ongemakkelijk. Om ons heen stonden namelijk onze kratten vol ons net-gekochte eten en op de grote brander van Ted stond onze chili te pruttelen.
Het leek opeens tot de man door te dringen: ‘oh, zijn jullie aan het reizen? We dachten dat jullie dakloos waren!’. Ik vertelde hem dat we in feite een soort van dakloos waren, want we hebben hier op deze plek geen huis, maar inderdaad aan het rondreizen waren. Wilden ze hun eten liever terug? We mochten het houden, en zelfs ook de tas met sap. Ik denk dat ze, ondanks dat we hier zelf voor kozen, toch medelijden met ons hadden.
Ted was verontwaardigd dat ik een soort van had gezegd dat we dakloos zijn, haha, maar ergens voelde het ook wel goed. Hopelijk voelden zij zich nu namelijk iéts minder ongemakkelijk dan wij. Ze waren inderdaad aan het vasten, dus we wensten ze een ‘Ramadan Mubarak’ toe en ze vertrokken. Ik moest janken van het lachen.
Hoewel Ted geen granen eet besloten we toch maar een hapje te nemen, maar de wraps bleken gevuld met kipnuggets en friet, wat we ons lichaam niet aan wilden doen. Met heel veel pijn in ons hart deden we er afstand van. Maar het gebaar was zó warm, het gaf me zo’n goed gevoel. Mensen kijken om naar elkaar, en een extra beetje tijdens Ramadan. Wat een prachtige traditie.

Hoewel het er allemaal pauper uit ziet, genieten we ervan! Vorige week hadden we een prachtig luxe huisje in de bergen en nu hadden we weer zin in wat avontuur. We hebben hele fijne spullen, warme slaapzakken, uitgebreid kookgerei, heel veel eten.
Morgen vertrekken we weer de bergen in naar een geitenboerderij om daar tien dagen te werken, en dus slapen we weer in een huis. Het leek ons leuk juist in dit pokkeweer toch het tentleven voort te zetten. Het doet je ook inzien hoe geniaal tenten zijn. Het sneeuwt, en hard ook, en wij liggen gewoon warm en droog tussen een paar polyester doeken. Goud.
Je bent een Noorderling of je bent het niet.
xx
-
Vallei van de wolven

Daar stonden we dan, kwetsbaar met ons tentje in de open vallei. Het had zo Yellowstone Park kunnen zijn, of ergens in de Poolse bergen, of in Oost-Rusland ofzo. De sterren fonkelden helder aan de hemel en ik zei tegen Ted dat ik uitkeek naar de volgende ochtend, waarin deze koude nacht voorbij zou zijn en ik mijn familie kon appen dat we weer een koude nacht hadden overleefd. “How do you know you’ll survive, though?” reageerde Ted grappend. Hij was nog niet uitgepraat of een luid gehuil steeg op uit de bergen. Wolven.
Uit voorzorg hingen we het eten in de boom met als offer dat we dan geen snacks konden eten in de tent. Ted en ik zijn verslaafd aan snacks en eten de hele dag door toetjes, snoep en ook gezonde dingen zoals olijven en fruit. Verder eten we eigenlijk best gezond hoor, maar de snacks zijn meer het benoemen waard, en het is goed voor je om veel te eten als je een koude nacht tegemoet gaat. Maar we hadden onze prioriteiten: warm of zelf een snack worden? (Overdreven natuurlijk, die wolven doen geen hond kwaad).

We vroegen ons af of er eigenlijk ook beren in deze regio van de Alpen zitten en lachten om onze onvoorbereidheid. Een Franse vriend van Ted bij wie we de vorige nacht hadden gelogeerd had ons op deze wandeling gewezen omdat het zo’n prachtig wild gebied was en wij hadden eigenlijk helemaal geen idee wat ons te wachten stond. Ik op mijn barefootschoenen en Ted in zijn korte broek banjerden we vervolgens de hele dag door de sneeuw om in deze prachtige vallei onze tent op te zetten. Het zou een goede oefening voor Canada zijn, bedachten we, waar we vanaf mei acht weken door zullen brengen (zwaar leven).
Ik had het best koud en vervolgens lag Ted de halve nacht wakker omdat hij het zielig vond dat ik het koud had (of omdat ik daarover lag te zeiken?). We lagen nu niet in onze aanelkaargeritste slaapzakken, maar in onze mummiegevallen, omdat die van dons zijn en veel warmer. En lichter om in backpack mee te nemen. Nadeel is dat je dan maar minimaal kan profiteren van elkaars lichaamswarmte. Ik sliep eigenlijk best prima (sorry Ted) en de volgende ochtend wachtte een stralend zonnetje ons op en kon ik iedereen weer appen dat alles goed ging. Ik dronk een oploskoffietje met de melk die ik in mijn thermoskan had bewaard en genoot van de pracht en praal en wildernis.

Vallei van de wolven Het plan was vier dagen lopen en drie nachten slapen in de Alpen bij Grenoble (parc du Vercors) halverwege onze random roadtrip door Frankrijk. Daarna zou het weer omslaan. Nu was er steeds een prachtig, stralend zonnetje met in de loop van de middag wolkjes (haha, klinkt als een weerbericht). We weken wat van de route af zodat we eerder in een dorpje zouden zijn, uit angst te diep in de bergen te raken en een onverwachte sneeuwbui over ons heen te krijgen en daar dan vast te zitten. We kwamen andere wandelaars tegen die allemaal op sneeuwschoenen liepen of ski’s en met wandelstokken, dus we waren niet echt gekleed op zo’n situatie. Bovendien vinden we dorpjes ook gewoon gezellig (en: nieuwe snackvoorraad).
Voordat we echter afdaalden sliepen we nog op een prachtige sneeuwplek met uitzicht op hoge bergtoppen. We voelden ons net een Neolitisch stel zo trekkend door de bergen en in complete wildernis kamperen. Het voelde ook anders dan wat we allebei eerder hadden ervaren. De natuur was hier veel diverser en door de winter voelde het nog wat rauwer, en natuurlijk door alle wolvensporen onderweg. Ons water was inmiddels op en alle waterpunten bevroren, maar gelukkig was het een waterparadijs om ons heen: sneeuw. ’s Ochtends was deze bevroren dus toen ik mijn kopje koffie wilde moest ik moeite doen! Een half uur lang hakte ik met mijn mes sneeuw los en met een lepel schepte ik die in mijn pannetje. Dat leverde me 500ml water op, precies genoeg voor een bakkie voor ons allebei. Les: ’s middags als de zon even heeft geschenen de zachte sneeuw verzamelen voor de volgende ochtend. Ach ja, wat weet een Nederlander daar nou van.

Oerman in merino Bij de supermarkt die we de volgende dag aandeden deden we alsof we een soort paradijselijke oase hadden aangetroffen middenin de natuur vol met bosbessen, kantarellen, een vers geschoten hert en een stromend beekje. Vertaald naar de moderne tijd aten we selderie salade, ratatouille uit blik, heel veel chocoladevla en dronken we Orangina. Een koud diner, zodat we wat langer door konden lopen om een tentplek te vinden (en dan niet nog helemaal hoefden te koken). We vonden een mooi plekje in een laag dal in een beukenbos. Hele andere koek dan hoog in de bergen, en de wandeling er naartoe was zo idyllisch! Wildernis is prachtig, maar na twee dagen weer een supermarkt en leuke boerenpaadjes en een warm bos is ook wel echt de droom.
Ik moest de volgende dag wat werkdingen doen, dus het was zaak dat we niet al te laat terug bij de auto zouden zijn. Obstakeltje: we moesten nog 15 kilometer en stijgen van 800 naar 1400 meter hoogte in vrij korte tijd. Het eerste stuk omhoog hadden we er al geen zin meer in. De tijdsdruk was a-relaxt en we waren een beetje moe van de koude nachten. We zouden ergens de asfaltweg die omhoog liep over moeten steken en besloten daar te liften; we konden dan 300 meter stijging skippen. Vlak voordat we op de weg kwamen reden er twee auto’s die we dus misten en toen we eenmaal op de weg waren waren er twee auto’s in een half uur in totaal die ons negeerden. We doodden de tijd met keihard liedjes fluiten en steentjes gooien en toen we inpakten om dan toch maar te gaan lopen stelde ik dat enorm uit. Toen Ted mij dan eindelijk zover had, kwam er nog één autootje aangekard en jahoor, we mochten mee. GELUK!

De vallei van de mensen Steeds als iemand vraagt waar we vandaan komen en we Nederland & Schotland zeggen, is de reactie: Schotland, wat leuk! Ook deze man die ons oppikte negeerde mijn afkomst totaal. Waarschijnlijk terecht, toch een beetje pijnlijk (grapje hoor, kan er goed mee leven).
Bij de skipiste waar we afgezet werden deed iedereen panisch over dat we de bergtop nog over moesten en er sneeuw lag en we het echt niet zouden redden nog vandaag (het was 16 uur), maar nog geen anderhalf uur later waren we bij de auto. Mensen doen altijd zo overdreven. We zochten een cafeetje op waar we tot acht uur ’s avonds hingen (ik werkte) en wijn dronken. Toen moesten we nog een slaapplek vinden en reden we in het donker over kronkelweggetjes en zette in een random vallei naast de weg onze tent op. Eindelijk weer in de dubbele slaapzak tegen elkaar aankruipen.
Nu zitten we in een vet mooie Airbnb met uitzicht op de bergen. Ted is morgen jarig en heeft allemaal lekker eten gekocht en de palletkachel staat aan. Zo heerlijk! Volgende week gaan we op een geitenboerderij werken. Stay tuned.
P.s. Weet iemand een vogel in de Alpen die gaat zingen in de schemer t/m het donker en klinkt als een soort kalkoen meets zwarte specht? En maar doorgaat en doorgaat en doorgaat en doorgaat?

Parc du Vercors -
Such a random roadtrip

Ted kwam twee weken geleden aan en we chillden hard in het Nivonhuis aan de kust. We lazen onze boeken, slenterden wat door de duinen, aten bananenpannekoekjes en speelde spelletjes. Het was er druk, want het was al voorjaarsvakantie ergens in het land. De kinderen vlogen ons om de oren en terwijl ik rustig een boekje zat te lezen klom er opeens een wildvreemd jongetje bij me op schoot om te knuffelen. Ik was er lichtelijk overprikkeld van, maar verder was het een ontzettend fijn verblijf en zo chill om eindelijk weer met Tedje te zijn!

Ted kijkt even waar we heen moeten Daarna begon onze nomadische trektocht. Echt concrete plannen hadden we niet. We wilden even een weekje Nederland, gewoon voor de lol. Dan door naar Fontainebleau, een gebied onder Parijs waar je goed kunt boulderen en dat is Teds passie. Dan door naar Grenoble, leuke dingen doen in de Alpen en eind maart werken we tien dagen op een geitenboerderij.
Ted heeft de auto mee uit Schotland en die volgestouwd met chille voorwerpen: een grote gasbrander met gasfles, dikke dekens en een tweepersoonsmat, een wat ruimere tent en zijn gietijzeren pan die we helaas bij mijn ouders hebben laten liggen. Dat was voor Ted geen probleem want hij wilde al een tijdje een roestvrijstalen pan kopen wat we meteen deden bij een mega Carrefour onderweg. Hij is er nu helemaal verliefd op: elke ochtend pakt hij hem even uit de auto, gewoon om te bekijken. Ik kom op nummer 2.

We kampeerden ook nog een paar nachtjes op het terrein waar ik vele maanden gekampeerd heb! Ik haat lang autorijden dus na onze familiebezoekjes in Nederland splitsten we de reis naar het boulderwalhalla op in twee dagen. De eerste dag vertrokken we laat, omdat we altijd sloom zijn. Vlak voordat we Frankrijk binnenreden zou er in België een Nivonhuis zijn – ja die bestaan ook internationaal! We hadden al gebeld en gemaild en besloten er maar gewoon heen te rijden, maar het bleek een dooie boel. Alle stoelen stonden op tafel, de lichten uit. Na beter onderzoek bleek het louter een groepsaccomodatie, maar de tuin was zo groot dat het ons wel een chill plekje leek voor de tent! We boekten eerst een Airbnb en keken nog naar plekken op Campspace (alle campings zijn nog dicht in België en Frankrijk, anders hadden we dat natuurlijk gewoon gedaan mensen), maar toen cancelden we dat weer WANT WE ZIJN TOCH NIET ZWAK (grapje hoor, maar wildkamperen is een leuke uitdaging). We verstopten de tent in de bosjes en hadden echt een vet mooie plek en een heerlijk warm bedje. Ik kotste nog wel al mijn eten uit onder de donkere maan; haken in de auto bleek toch niet zo’n goed idee te zijn geweest.
Na een relaxte nacht kwamen we om 10:00 een keer ons bed uitkakken, nog steeds geen mens te zien. We klapten onze stoeltjes uit bij de achterbak van de auto en dronken ons bakkie op in de zon onder het genot van luid vogelgekwetter. Wat een leven! Vandaag zou ik rijden, wat nogal een crime is in een Britse auto. Ik heb echt het gevoel dat ik opnieuw moet leren rijden! Steeds als ik wil schakelen zet ik de richtingaanwijzer aan of klap ik met mijn rechterhand tegen de deur. Ik rij veel te ver naar links dus heb al menig stoeprand aangedaan, maar Ted blijft geduldig ookal is zijn auto best belangrijk voor hem. Hij klust er veel aan, dus als ik het zou mollen zou het wel zielig zijn. En onhandig. Maar tot dusver gaat het goed.

In Fontainebleau hadden we hetzelfde probleem. Alle campings waren dicht en het Natuurvriendenhuis konden we niet eens bereiken met onze veel te zwaar beladen auto die bij elke kuil in het zandweggetje de grond raakte. Ook dit huis had geen gehoor gegeven dus we hadden al weinig hoop. We gingen naar een parkeerplaats in het bos met het idee daar dan de tent ergens op te zetten, maar vanwege de populariteit van het gebied stond overal heel duidelijk dat het verboden was te kamperen en dat vonden we toch te riskant. Via Campspace vonden we om zes uur ’s avonds toch nog een tuin waar we mochten kamperen. Het was zo chill! Een prachtig Franse binnenplaats met een oude kerktoren ernaast en we mochten de open garage gebruiken als zitplek. Het was ijskoud, maar we zaten droog en de kruik warmde onze slaapzak al op terwijl Ted ons avondmaaltje kookte in zijn nieuwe pan.
De omstandigheden voor klimmen waren top, buiten dan. Zonnetje, droog, en redelijk koud. Mijn persoonlijke omstandigheden waren wat minder. Ik was ontzettend ongesteld en de koude nachten hadden daar niet echt een goede invloed op. We gingen klimmen, maar ik vond de schoenen kut zitten (je tenen zitten een beetje dubbel geklapt) en de kalk op mijn handen vind ik ook een heel vervelend gevoel. Na de eerste poging waarin ik een heel licht schrammetje op mijn elleboog opliep moest ik al huilen. “IK HAAT FUCKING KLIMMEN!”. Uiteindelijk ging Ted klimmen en ik op blote voeten over stenen springen en klauteren en was ik weer blij. Misschien is dat vrije dan meer mijn ding. ’s Middags moest ik weer huilen omdat Ted even met iemand moest bellen en ’s avonds ook omdat we een spelletje speelden dat ik niet snapte.

De volgende dag had ik buikpijn en ging Ted klimmen en ik hangen in de auto. Normaal moet ik op zo’n dag eigenlijk gewoon in bed liggen en de wc en waterkoker binnen handbereik hebben. De kou en beweging trok ik slecht en ik was nog depressiever dan de dag ervoor. Een belletje met mijn zus leerde me dat ik misschien toch even wat fysiek gemak op moest zoeken. Ted was het er helemaal mee eens dat we een airbnb’tje zouden boeken. We hadden ook al drie dagen niet gedoucht en poepen moest op een openbaar toilet bij die mensen in de tuin (zonder muren enzo haha) en het zou de komende nachten nog kouder worden. Ook al liep mijn menstruatie nu ten einde, het zou alsnog wel lekker zijn!
We pakten na de laatste nacht in de Franse tuin onze spullen en reden naar de Airbnb aan de andere kant van het grote bosgebied. We maakten nog een prachtige wandeling in de zon en gingen toen keihard chillen! We aten al onze etensrestjes op omdat we geen zin hadden om boodschappen te doen, namen lange warme douches en keken Scrubs op de laptop.
Nu mijn menstruatie ten einde was wilde ik boulderen nog een goede kans geven – daarvoor waren we immers hier. Dus we zochten we na een comfortabele nacht in een bed een mooi gebiedje op in de buurt en ik nam mijn teenschoenen mee. En het ging heel goed én ik vond het vet leuk! Als ik die stomme schoenen maar niet aanhoef. Deze boulders waren ook wat toegankelijker, dus dat was ook goed voor de motivatie. Een heerlijke dag in het bos met de zon, wat een geluk!

Vandaag rijden we naar het Zuiden. Ted zou de eerste helft rijden, ik de tweede. Ik vroeg Ted hoe ik hem om zou kunnen kopen de hele tocht de rijden, want ik heb een hekel aan autorijden, haha, misschien ook door deze ‘nieuwe’ auto met het stuur rechts. Het was snel gefixt, hij vond het prima. We pakken wel lekker de duurdere tolwegen omdat we daarmee vijf uur in plaats zeven onderweg zijn. We slapen weer in een Airbnb en gaan morgen naar een vriend van Ted die met zijn familie in een vakantiehuisje in de natuur zit.
Kamperen met een auto is echt een nieuw niveau. Enerzijds is het fantastisch met altijd een plekje om te schuilen en heel veel chille spullen mee. Maar het maakt het ook een beetje random. Fietsen en wandelen is op zichzelf al een doel, maar autorijden doe je meestal alleen om van A naar B te komen en is dus best gek om de hele tijd te doen. Verder hangen we een beetje, bedenken we elke dag weer wat we die avond gaan eten, en vermaken we ons met boeken, handwerk (ik), wildplukken, klimmen, enzovoorts. “This is such a random trip”, zei Ted net toen we in een mega shoppingmall aan een tafeltje chips als lunch zaten te eten. Maar eigenlijk is het niet echt een trip, gewoon een leefstijl. Alsnog random. Joejoe.
