• Weekendje tarpen

    Weekendje tarpen

    Elke keer als ik de drie dagen per week in mijn kamer zit geniet ik intens. Ik rommel wat aan, kook lekker voor mezelf, slaap lang uit, doe wasjes en werk aan mijn creatieve projectjes. Maar na een paar dagen ben ik het ook altijd wel weer zat. Ik zit op een zolder en naar buiten gaan is een hoge drempel, ook al is het bos dichtbij. Omdat ik woensdag weer de hort op moet is dat ook geen probleem. Ik ben even een paar dagen kluizenaar om vervolgens weer wat avontuur tegemoet te gaan. De tegenstellingen vullen elkaar aan en ik ben dan ook tot nu toe heel tevreden met dit construct zo!

    Na twee jaar voornamelijk in mijn tent geslapen te hebben had ik de afgelopen maanden even hélemaal geen zin in de tent. Ik wilde warmte, een keuken, een koelkast en mijn was kunnen drogen. In december ging ik al wel een keertje met de tarp in het bos staan, omdat dat dichterbij het treinstation was waar ik de volgende ochtend vroeg de trein naar Brussel zou nemen. Ik had nog nooit onder alléén mijn tarp geslapen en al vaak gefantaseerd over dat doen, maar ik vond het toch wat spannend. Vooral om de kou, want ik heb het al zo moeilijk warm ’s nachts. Maar in een tent voelt toch alsnog afgesloten van het bos terwijl ik juist het ‘buiten’ wil voelen! En een tarp is leuk omdat je hem op allerlei manieren op kan zetten met verschillende soorten knopen en dat is een leuk spelletje.

    Nu ging ik na weer een paar dagen ultiem huiselijk te zijn geweest, de hort op met mijn backpack. Ik wilde gewoon weer even helemaal buiten zijn, en dan ook de hele dag. Maar het feit dat die tent zo groot leek ten opzichte van mijn tas frustreerde me. Die tarp was zo verleidelijk veel kleiner en lichter! Boeie, gewoon die mee, en een extra kruik. Twee nachtjes kou lijden overleef ik wel.

    Eerst wilde ik het Utrechtpad aflopen. Ik was namelijk geïnspireerd door mijn eigen blog van twee jaar geleden hahaha, toen ik daar een stukje van in maart liep. Dat werd toen onderbroken omdat mijn zus ging bevallen en ik daar bij zou zijn! 😻 Maar nu ik die blog teruglas had ik er weer zin in. Gewoon het avontuur van ‘waar nou weer je tent opzetten’ en random mensen tegenkomen met grappige gesprekjes. En gewoon lekker met je thermos op een bankje zitten, uitkijkend over een oer-Hollands natuurgebiedje. Het leven.

    Zoveel paden in mijn omgeving! Blauw: trekvogelpad. Rood: utrechtpad. Geel: marskramerpad.

    Terwijl ik mijn route bepaalde merkte ik wel dat ik stress kreeg van het idee wild te kamperen. En kou, én tarp, én hele dag wandelen, én wildkamperen in Nederland wat ik sowieso al arelaxt vind, vond ik een beetje teveel van het goede. Ik woon in de buurt van twee leuke NTKC-terreintjes dus ik besloot gewoon die aan te doen. Het Trekvogelpad loopt achter mijn ouders’ huis langs en langs één van die terreintjes dus top! En ik kon een stukje Utrechtpad of Marskramerpad later oppaken. Uiteindelijk liep ik drie dagen tussen de 10/15 kilometer. Lekker rustig aan, heerlijk.

    Dag één liep ik een route die ik voor 90% al kende, maar wat ik tot mijn verbazing helemaal niet saai vond. Gewoon mooi bos en lekker met mijn tas op mijn rug gaf een goed gevoel. Ik had met mezelf afgesproken dat ik ook lekker overdag een bakkie in een leuk café zou drinken. Ik heb daar altijd enorme keuzestress over want vind het ergens beetje onzin (kan toch zelf koffie meenemen), maar het is wel goed voor het moraal. Even ergens opwarmen en jezelf op wat lekkers trakteren. Met het van tevoren besluiten hoefde ik ook niet meer de hele dag te wikken en te wegen, hoewel ik dat dan wel alsnog deed. Steeds die gedachte, ‘is het écht nodig Simone?’. Haha, zo calvinistisch weer.

    Maar een bakkie hoort er wel bij, bij wandelen in Nederland vind ik. Het heerlijke is gewoon die kneuterige vibe hier. Natuurgebiedje, boscafeetje, leuk bankje, grappig dorpje, schattig campinkje (alles verkleind, dat is cool). Dus na een warme chocomelk en een uurtje sokken breien, liep ik opgewekt door. Tegen de schemer kwam ik pas aan op het NTKC-terreintje – ik had ’s morgens uitgebreid de tijd genomen, voor 12 uur zie je mij echt niet vertrekken – en wilde er eerst even mijn tas neerdumpen en dan naar het dorp lopen voor een boodschapje. Heerlijk ook, dat je dat eten gewoon ter plekke kan bedenken als er een supermarkt in de buurt is.

    Een man was zijn hangmat aan het ophangen en een grappig hondje kwam me tegemoet lopen. ‘Hij heet Kwibus!’ riep de man me toe. Een vrouw stond naast hem advies te geven over hoe en wat met die hangmat en ze bleken vrienden die samen een weekendje gingen kamperen. Voordat ik ook maar iets kon zeggen vertelde de man me al van welke clubs hij allemaal lid was en dit en dat en ik wist het al wel: heb je d’r weer één. Zo’n man die alleen maar zendt en totaal niks van interactie snapt. Ik liep weg en ging naar de winkel.

    Terwijl ik aan het koken was kwam hij naar m’n tent, om ff te loeren. Hij vond mijn tarp leuk, ‘die had hij ook’. Of ik bij het kampvuur kwam zitten? Ik had er geen zin in, maar mijn gasflesje of mijn brandertje was kapot dus ik had hun hulp wel nodig. Met z’n drieën testen we mijn brandertje en flesje en uiteindelijk bleek gewoon dat ik hem strakker moest draaien. Of ik ook een wijntje wilde? Of een chippie? Nee, eerst even koken.

    Toen ik mijn tweede bordje had opgeschept had ik het toch best fris en klonk een vuur wel verleidelijk. De twee zaten lekker te kletsen en ik kon me goed mengen in het gesprek. Ze waren eigenlijk ontzettend aardig, die man was gewoon een beetje hyper. Maar zeker niet alleen maar een zender. Na een koude nacht zette hij met een blij hoofd zelfs een vers bakkie koffie voor me, tot twee keer toe, want: ‘oploskoffie is geen koffie, Simone!’. We zaten die ochtend nog anderhalf uur te kletsen op de stoeltjes uit het hok en wisselden verhalen uit over kamperen, handige spullen en de liefde voor Schotland die ieder buitenmens lijkt te hebben. Zo gezellig! Er waren ook nog twee broers die ’s avonds ook bij het vuur aansloten. Hoewel Austerlitz niet het meest favoriete NTCK-terreintje is in de winter van veel leden, was het toch nog een gezellige boel.

    De nacht was koud, maar ik had het eerst té heet. Ik viel snel in slaap met mijn hete kruik bij mijn voeten maar werd middernacht zwetend wakker. Shit, als je eenmaal zweet, koel je ontzettend af. Trui uit, maar toen had ik het weer te koud. Trui weer aan, maar toen had ik het nog steeds te koud. Op het randje van té koud sliep ik heel licht door, tot een uur of acht. Best brak, best koud, maar in ieder geval niet klaarwakker gelegen. En steeds weer die geruststelling ‘straks lig ik weer in een bedje, dan maar twee brakke nachten’. Echt een verschil met permanent in de tent slapen, waar een brakke nacht erg frustrerend is!

    Ik zat die dag minder lekker in mijn vel. Gewoon zo’n overdenkmodus. Wel of niet in een café zitten? Wel of niet nieuwe spullen kopen? Wel of niet op instagram zitten? Wel of niet je benen scheren als vrouw? Wel of niet studeren? Wel of niet een goed betaalde baan? Wel of niet biologisch eten? Wel of niet wel of niet wel of niet wel of niet. Soms ben ik heel overtuigd van mijn levensstijl en -keuzes en soms ben ik me heel bewust van de subjectiviteit ervan en zie ik van álle opvattingen ter wereld het punt wel in. En weet ik totaal mijn richting niet meer. Gelukkig was de richting van vandaag wel duidelijk: café, dan NTKC Den Treek. En steeds als ik weer wandelde was het weer goed. Bos, een schemerig zonnetje, en een zware rugzak die me weer met mijn voeten op de aarde zette.

    Op Den Treek zette ik mijn tarpje weer net zo op als de avond ervoor, maar dan met twee stokken tegen elkaar zodat er geen stok in het midden in de weg zat. Het was niet helemaal een lekkere constructie, maar het werd al donker dus ik liet het er maar bij, want ‘morgen slaap ik toch weer in een bedje’. Ook afraffelgevaar, maar het was wel goed. Ik zou dwars slapen, dus met mijn hele lijf parallel aan de opening, dus er zou meer kou binnenkomen. Maar het zou ook betekenen dat ik uitzicht had op het bos, woohoo! Leuk experiment. Eigenlijk was ik meteen al wel gewend aan het slapen onder een tarp. Vooral nu het droog was, was het heel toegankelijk en niet heel anders dan in de tent met de voortent open. Het voelt nu alweer heel normaal, wat fijn is.

    Het was semi-druk op het terrein en het kampvuur was al aangemaakt. Het was een gezellige avond waar ik met een kampeerder sprak die ik al vaker was tegengekomen. Het is een prachtig figuur – beetje heftig wel, maar ik ook, dus dat scheelt – en hij leeft van twaalf euro per dag. Hij woont dus ook in zijn tent een meestal gewoon in het wild en heeft daar een heel systeem voor. Spullen op een andere plek dan tent, fiets ook weer op een andere plek. En dan ’s ochtends goed luisteren voordat hij uit de bosjes tevoorschijn zou komen. Een paar verschillende biebs als dagbesteding en in de prullenbakken van de kringloop duiken voor gratis spullen. En het grappige is, hij ziet er heel verzorgd uit. Hij doet wasjes bij de wasserette en heeft totaal geen zwervervibe. Het is ook een intelligente vent en ik vermoed dat hij gewoon echt niet goed meekan met het ‘normale’ reilen en zeilen van de maatschappij. Maar hij lijkt me soms ook wat eenzaam en geïsoleerd, wat soms misschien een onvermijdelijk gevolg is van de keuze voor zo’n leven (of het heeft beide dezelfde grondoorzaak, haha).

    Ik sliep zowaar warm genoeg en na ’s ochtends een uitgebreide koffiesessie – ditmaal gewoon oploskoffie, prima – liep ik dwars door Amersfoort weer naar huis. Máár, eerst nog een cafeetje. Er was er een op de route die ik al een tijdje wilde uitproberen, dus dat leek me een leuke gelegenheid. Wel twijfelde ik weer, want vanavond zou ik gewoon thuis slapen dus was een cafeetje niet echt nodig. Maar ik zei dat ik mijn bek moest houden en het gewoon een leuke toevoeging aan de dag zou zijn en toen vond ik mezelf opeens al kipsaté-etend in een semi-chique restaurant. Het was heerlijk en ik genoot er oprecht van en liep het laatste uurtje fluitend naar huis. Wat een leuk weekend zo! Ode aan de cafeetjes, tarp, kampeerterreinen, en prachtige bossen van de Utrechtse Heuvelrug.

    Waarom kijkt iedereen zo? Oh wacht.

  • Hardlopend wandelen

    Hardlopend wandelen

    Met mijn nomadische reet zit ik weer eens in een Nivonhuis, degene waar ik een maand geleden met mijn moeder ook was. Het staat midden op de Drenthse hei en met dit stralende weer is het niet te doen zo mooi. Terwijl ik net hardlopend wandelde – daarover zo meer – scheen de zon op mijn gezicht, zag ik in de verte de schapenkudde grazen en hoorde ik de koolmeesjes fluiten. Ik liep op een prachtig paadje met oude eiken en het pelgrimsgevoel overviel me opeens compleet en dus moest ik huilen. Het was de perfecte dag om je rugzak op te doen, een pijpje in je mond te steken en fluitend de wereld in te trekken.

    Eentonig wandelen
    Toen Ted in september in Nederland was maakte we een wandeling van vijftien kilometer door het bos en na een uur waren we al moe. Onze ledematen voelden stijf en we werden een beetje lamlendig van het monotone wandelen, hoewel de bosachtige omgeving prachtig was. Ik was net een halfjaar in Schotland geweest en Ted is Schot en we concludeerden dat het gebrek aan hoogteverschillen ronduit saai is in Nederland. De omgeving is echt wel mooi, maar onze lichamen verveelden zich. We hadden zin een beetje actie.

    Een paar weken later stonden we samen op een hoge bergtop in de Pyreneeën. Ted was de GR10 aan het doen en ik vergezelde hem twee weken. Met een zware rugzak op was het ontzettend ploeteren op de steile bergpaadjes, maar dat was precies wat we wilden. Lekker je hele lijf gebruiken en daardoor ook mentaal beziggehouden worden. Je moet steeds letten op waar je je voet neerzet en kan de omgeving bewonderen tijdens de vele keren dat je uit staat te hijgen.

    Tijdens één van die dagen zat ik weer eens te klagen tegen Ted over Nederland, dat als ik een keer een weekendje zou gaan wandelen ik dit fitheid niveau niet op peil zou kunnen houden. Ik zou mijn beenspieren niet kunnen trainen, mijn uithoudingsvermogen niet, dat zou ik dan allemaal weer in de sportschool moeten doen waar ik een hekel aan heb. Er zijn wel wat heuvelachtige wandelingen in Nederland – die had ik allemaal opgezocht toen ik wilde trainen voor deze weken in de bergen – maar dat bleken bijna onzichtbare hoogtemeters te zijn. Het duin in Schoorl, dat zou er misschien nog wel aan tippen. En die dan twintig keer op en af lopen door het mulle zand.

    Hardlopen is voor strebers
    Ted wist me te overtuigen dat ik misschien hardlopen eens moest overwegen. Hoewel ik daar een grondige hekel aan heb, gaf ik hem wel een punt. In Schotland is het zogenaamde ‘trailrunnen’ populair, lekker rennen door de bergen. Zo kun je langere afstanden op één dag afleggen en dus routes doen waar je normaal je tent voor zou mee moeten nemen. Je bent lekker buiten en hebt een goede fysieke uitdaging, dus een win win.

    Ik vond hardlopen altijd een beetje streberig. Ik had het als tiener wel gedaan, omdat ik vond dat ik teveel buikvet had, dus dat was ook niet helemaal een lekkere motivatie. Maar ik vind het altijd moeilijk om als ik buiten adem ben toch door te beuken, daar heb ik gewoon geen zin in. Kijk, als je wandelt heeft het een functie, je wilt van A naar B. Dan stop je gewoon als je zin hebt en eet je je bammetje. Of ik doe het omdat ik zin heb lekker buiten te zijn. Maar met hardlopen gaat het altijd zo erg om ‘fit worden’ en ‘zo snel mogelijk’, en daar ben ik allergisch voor. Mijn moeder zei laatst dat ik vroeger laag scoorde op prestatiemotivatie, dat zal de reden dan wel zijn haha.

    Maar Ted had wel een punt. Want ik hou erg van wandelen en buiten zijn, dus als dat het doel is kan hardlopen gewoon een middel zijn om dat te volbrengen. En dus kreeg hij me zover en vond ik het nog best lekker ook toen ik de eerste keer sinds jaren weer door het bos achter mijn ouders rende. Zijn tips: ga gewoon lopen als je buiten adem bent en al ren je vijf minuten kan het al lekker zijn. Niet het hardlopen óm het hardlopen, maar gewoon omdat je energie hebt, lekker buiten wil zijn, en langere afstanden af wilt leggen.

    Barefootschoenen
    Het mooie is dat je ook helemaal geen sportkleren nodig hebt om hard te lopen. Ik draag gewoon een katoenen legging en een t-shirt, en soms ook gewoon mijn merinowollen colshirt. Daarna hang ik die gewoon uit. Bovendien zweet je wel wat minder als je ook tussendoor wandelt, dus ik houd mijn kleren achteraf soms ook wel gewoon aan. Ik zag laatst een filmpje van een man die aan het hardlopen was in spijkerbroek en je kunt ook gewoon hardlopen op je wandelschoenen als je zin hebt om een eentonige weg wat sneller af te leggen.

    Ik probeer wel altijd mijn fivingers bij me te hebben, want daarop rennen is echt een genot. Ik ren als het ware op mijn tenen en ik voel me net een hinde in het bos. Mijn hielen raken de grond helemaal niet (spierpijn in je kuiten gegarandeerd) maar ik kan echt sprinten als een gek. Effetjes maar he, want daarna moet ik weer uithijgen. Het is heerlijk, omdat ik zo de paadjes die ik al zo goed ken wat sneller af kan leggen en daardoor meer afwisseling heb in gebieden die ik al goed ken.

    En zo is het hier ook. Er is een enorm groot heidegebied waar je helemaal van de ene naar de andere kant kan kijken. Me daar wandelend overheen bewegen vond ik een beetje saai, want je hebt de hele tijd hetzelfde uitzicht en het duurt zó een uur voordat je het bos aan de overkant bereikt hebt. Maar hardlopend zou ik én de heide én het bos én het vogelmeertje kunnen aandoen! Hoe lekker!

    Menstruatie
    Twee weken geleden ging ik eindelijk eens naar de huisarts om over mijn pijnlijke menstruaties te praten. Bij de gynaecoloog bleek ik gelukkig geen endometriose te hebben (daar was ik namelijk bang voor), dat was een opluchting, maar heel veel verder kwamen we ook niet. Mijn bloedwaardes waren ook allemaal prima en ze zei: ‘tsja, we weten gewoon niet zoveel over menstruatiepijnen’. Natuurlijk werd er weer over hormoonoplossingen gepraat, maar dat wil ik niet. Ik wil de oorzaak oplossen; de symptomen bestrijd ik wel gewoon met pijnstillers.

    Tijdens het rennen voelde ik weer een heftige buikpijn opkomen. Ik had hem nog niet verwacht, anders was ik zeker niet gaan rennen. Ik lig namelijk te kronkelen op de grond en te huilen om mijn moeder als ik die buikpijn krijg en beweging maakt het altijd erger. Ik had de overkant van het heideveld al bereikt en sprak mezelf toe dat ik gewoon door moest lopen (niet rennen). Ik probeerde mezelf af te leiden in de hoop dat dat de pijn wat zou verminderen. Want als ik er eenmaal aan toegeef is dat het begin van het einde. Maar terwijl ik door bleef lopen voelde ik dat weeïge gevoel van endorfines opkomen en werd de pijn in vlagen steeds wat verlicht.

    Na twintig minuten lopen was de pijn helemaal weg. Ik ging nog een half uur rennen met ook hele stukken lopen en toen ik terug kwam in het huis was er niks aan de hand. Ik ben dus heel benieuwd of de beweging een soort pijnstillend effect heeft gehad, of dat het nu alsnog de komende dagen terugkomt (meestal heb ik maar 1 dag last van de buikpijn). Afin, ik had een heerlijke wandeling gemaakt en lange stukken gerend in de stralende zon en ik voelde me voldaan.

    Imbolc
    Vandaag voelde echt als lente. En de Kelten vierden deze dag, 1 februari, dan ook met het lentefeest Imbolc. Wij zeggen pas dat het lente is in april ofzo, maar ik vind dat het nu ook echt al lente is. Het zijn eigenlijk twee hele verschillende seizoenen. Het wildplukken maakt me daar heel bewust van, omdat er al een paar weken zoveel jong groen blad overal te vinden is! De hazelaar bloeit ook al prachtig.

    Hier op het terrein staat een berk die vol hangt met chaga, een medicinale paddenstoel waar je een sterke thee van kunt zetten. Ik heb wat geoogst en dat ligt nu te drogen op de kachel, de rest laat ik denk ik lekker aan de boom hangen. En zo vermaak ik me hier wel. Lezend, hakend, werkend, schrijvend, etend, hardlopend wandelend, tv-kijkend en slapend. Morgen weer verder na vier nachtjes tussen de magie van de heide en hunebedden.

    Liefs! xx

  • Wildplukexperimenten in januari

    Wildplukexperimenten in januari

    Vandaag was ik helemaal in mijn nopjes. De zon scheen en ik slaap al een paar dagen bij vriendin Marleen, die vlakbij een open poldergebied woont. Op vijf minuutjes lopen ben je in een groot park (direct naast de snelweg weliswaar) met allerlei soorten bomen, struiken, plantjes, en meertjes met vogels. Ik nam mijn verrekijker mee, mijn mes en mijn bewaarzakjes en ging op pad.

    Wildplukken is een beetje mijn religie. Wandelen in de natuur is leuk, maar ermee bezig zijn, engaging, maakt de ervaring zoveel intenser. Ik kan zo úren buiten doorbrengen met complete focus en een enorm geluksgevoel. Ik bekijk boomknoppen, vraag me af welke bomen het zijn en zet mijn oren op scherp. Oh, dat geluidje ken ik niet! Blijken twee staartmezen te zijn. Terwijl ik de (inmiddels gedroogde) stengel van de reuzenberenklauw af wil hakken als mooie plant voor Marleen, stap ik op heel veel veldkers. Ik pluk bosjes van dit heerlijke pittige plantje.

    Ik lees nu een boek over een vrouw die een jaar lang alleen wildpluk en wild vlees eet als experiment. Ze deelt zo door de week heen haar menu en naar welke natuurgebieden ze gaat om wat te verzamelen. Veel dingen heb ik al eerder gehoord, maar sommigen nog niet. Zo maakt ze bijvoorbeeld meel van de zaden van ridderzuring, superleuk! Het inspireert me om weer wat meer te gaan experimenteren met wildplukken. Er zijn nog veel dingen die ik nooit heb gedaan maar wel wil doen, zoals hazelaarkatjes verwerken en paardenbloemwortelkoffie maken. Ook op mijn lijstje – maar dat is meer voor het herfstseizoen – is eikeltjesmeel maken!

    Thee van hazelaarkatjes

    Ik kende al het frituurrecept van de hazelaarkatjes, dat zou je ze in meel moeten rollen en dan frituren, maar ik háát gefrituurde dingen dus dat wilde ik niet. Mensen maakten er ook vaak thee van, en ik zag één recept waar de persoon de katjes eerst roosterde in de oven. Dat zou het iets minder bitter maken, zei ze. Dat sprak me wel aan, dus dat deed ik. Half uurtje op 150 graden en toen overgoot ik het in een potje met heet water. Even tien minuutjes laten staan en wow, wat een sterke smaak! Heel bloemerig, je zag het stuifmeel er ook doorheen dwarrelen. Schijnt beetje anti-histamine effect te hebben en weet ik ’t wat voor gezondheidsvoordelen. Maar dus ook best lekker! Marleen beschreef het als witlofachtige smaak, waar ik het opzich wel mee eens was maar er was ook een sterk zoetje aanwezig. En zo felgeel! Kon van deze hoeveelheid heel veel thee zetten met een blijvende sterke smaak.

    Paardenbloemkoffie

    Eeeh, beetje mislukt. Ik heb ze in kleine stukjes geroosterd, later las ik dat mensen ze eerst blenderden alvorens te roosteren. Ik had een koffiekleur verwacht, maar het was doorschijnend geel. Misschien toch te kort geroosterd?

    Maar het aftreksel met heet water was stérk! Mijn hele bek vertrok er gewoon van. Echt súperbitter met een aangebrande smaak haha. Dus misschien zelfs te lang geroosterd. Heel apart drankje, lijkt in de verte niet op koffie, maar ik snap wel het vervanggehalte. Het is gewoon heel bitter en misschien daarmee ook opwekkend? Misschien heb ik hem dus zelfs wel te sterk gemaakt, hoewel ik dacht dat ik nauwelijks 1 kopje van de geringe hoeveelheid kon zetten. De wortel slonk enorm in de oven en ik had maar een paar kleine gevallen.

    Met meer water aangelegd en een beetje honing was het nog wel te hachelen, maar nog steeds intens. Witlofsmaak keer honderd.

    Wilde pesto

    Toen ik vijf jaar geleden met wildplukken begon was wildpesto het eerste wat ik maakte. Ik begon namelijk ook in de winter en dan is wat bladgroen het enige wat je kan vinden, of althans met mijn kennis van toen. En de soms heftige smaak van wilde planten wordt lekker gedempt door de knoflook en zaden! Nu roosterde ik pompoen- en zonnebloempitten, deed er rauwe knoflook bij, olijfolie, scheutje water, peper en zout en stukjes geitenkaas (yum!).

    De bladgroenten: paardenbloemblad (die van de wortels), veldkers, vogelmuur, speenkruid, madelief blad. Zoooo lekker.

    Oke doei, dat was het <3 Ik deel deze dingen trouwens sinds kort weer op Instagram, via @denatuurverbinding mocht je het leuk vinden :)

    xx Simone

  • Veel geld, maar toch werken

    Veel geld, maar toch werken

    In februari ga ik weer de hort op, dus een vaste baan zou nu niet meer kunnen. Ik had wel wat biologische winkels benaderd toen ik nog dacht dat ik pas in april weg zou gaan en daar mocht ik op gesprek komen, maar toen veranderden de plannen. Ted komt hier half februari, en dan gaan we een paar weken met de auto naar Frankrijk, beetje klimmen in de Alpen en misschien werken op een boerderij.

    Ik heb genoeg geld om de komende maanden mee door te komen, omdat ik van mijn grootouders vorig jaar een behoorlijke schenking heb gehad toen ze hun huis verkochten. Dat is een enorme luxe en in principe hóef ik dus niet te werken, maar het voelt ook gek gewoon te leven van zo’n groot bedrag. Moet ik het niet bewaren voor als ik ooit een busje wil kopen, of zelfs een huis? Of als er iets onvoorziens gebeurd? Aan de andere kant sta ik niet zo achter het principe om je steeds maar tegen alles te verzekeren in de toekomst. Letterlijk, met verzekeringen, maar ook figuurlijk, door heel veel geld apart te houden voor ‘het geval dat’. In plaats van het te bewaren, geeft het geld me juist ook de mogelijkheid nú te genieten van het leven en de dingen te doen die me blij maken zonder geldstress. Wat daarna komt, zie ik dan wel weer.

    Het avontuur van weinig geld hebben
    Het is ook raar. De jaren ervoor leefde ik steeds van salaris naar salaris en dat beviel me wel. Ik kwam altijd wel rond en vind het juist ook een leuk spel om te ontdekken hoeveel ik minimaal nodig heb en hoe ik precies genoeg kon verdienen om van te leven op een fijne manier. Ik werd blij van het idee van steeds een paar maandjes werken, dan weer lekker rondzwerven, dan weer wat werken. Of juist om eens te proberen met géén inkomen te leven, of een heel minimaal inkomen. Ik werkte tot de eerste lockdown in een kroeg onder een nul-uren contract en die sloot toen. Ik kreeg wel wát doorbetaald, maar het voelde ook niet helemaal lekker. Toen nam ik een krantenwijk: superterror vroeg opstaan (3 uur ’s ochtends ofzo, in maart) en je verdient er geen hol aan. Overdag kon ik dan niet meer slapen en zo verslechterde mijn gezondheid en had ik binnen twee maanden twee blaasontstekingen terwijl ik die nog nooit had gehad, haha.

    Maar ik vond het wel avontuurlijk en het gaf me het gevoel dat er altijd wel werk zou zijn. Ik heb geen verantwoordelijkheid voor kinderen of zoiets, of voor een koophuis, een dure auto, of wat dan ook, en heb ook ervaren dat even platzak zijn niet het ergste van de wereld is. Als je altijd geld hebt, is een rode bankrekening een hele enge gedachte, maar als je vaker je rekening op €0,20 ziet staan merk je dat je ook gewoon nog steeds leeft en mensen je nog aardig vinden, haha. Nu kon ik dan wel altijd leunen op mijn netwerk. Dan at ik een avondje extra in de week bij mijn ouders of leende ik wat geld van mijn zus wat ik dan weer een week later terugbetaalde. Of maakte ik alle voedselrestjes op 😂 Het kwam altijd wel weer goed en ik kon altijd – zij het soms verlaat – mijn vaste lasten betalen.

    Terug naar de moderniteit
    Ergens wil ik aan mezelf en aan de wereld bewijzen dat het leven op die manier kan. Dat was één van de redenen dat ik in een tent ging wonen. Ik wilde de vraag onderzoeken of ik echt een huis nodig had met een dure energierekening. En of ik minder uit zou hoeven geven als ik minder hoefde te werken, want: meer tijd om zelf je voorzieningen te fixen. Kleding kan je zelf naaien in plaats van nieuwe te kopen; warmte krijg je door beweging, een vuurtje, of door publieke faciliteiten op te zoeken; voeding kan je zelf verzamelen (aanvullend dan, dat helemaal zelf doen is wel echt voor de gevorderden en dan heb je eigenlijk ook een opslagmogelijkheid en diepvriezer enzo nodig); je hebt tijd om naar plekken te lopen in plaats van OV of een auto; en als je in een groep van mensen zit die op deze manier leven kun je vaardigheden ook verdelen en elkaar op die manier ondersteunen.

    Maar het is ook best lastig in een moderne wereld waarin er weinig land en natuur is om deze dingen ook echt goed te doen. Je kunt niet eeuwig hout verzamelen voor vuur in de beperkte bossen die we hebben en voeding groeit ook niet zo uitgebreid meer in het wild. Veel land is geprivatiseerd, jagen mag alleen met vergunning, je kan alleen kamperen op kampeerterreinen. Dat moet wel, want anders zou het een grote chaos worden in dit dichtbevolkte landje, maar dat maakt de uitdaging wel moeilijk. De moderne wereld houdt zichzelf in stand, omdat je er afhankelijk van wordt door al die beperkingen. Echt helemaal daaruit stappen en aan de rand van de samenleving bestaan wil ik niet. Ik hou van mensen en cultuur en zo merkte ik op mijn fietsreis door Schotland dat die betaalde faciliteiten wel echt het broodnodige comfort gaven zo nu en dan.

    Voor nu is dat prima. Ik heb geleerd dat ik op reis graag af en toe onder een dak slaap als afwisseling op de tent. Het doet me goed om genoeg en het liefst biologisch te eten, en dat kost ook wat. Ik word blij van leuke cursussen doen, een abonnement op de bieb, dure barefootschoenen. Dus ik zit in een fase waarin ik even blij ben met al die dingen en oké ben met mijn duurdere levensstijl.

    Luxe leven
    En in principe is er dus geen probleem, want ik héb geld. Als ik zo doorleef, met een uitgavepatroon van zo’n €1200 per maand, kan ik daar nu nog zo’n 3 jaar mee uit de voeten. Dat is echt een enorme luxe, en ik ben mijn grootouders daar erg dankbaar voor. Máár, en dit is gek om te zeggen, het voelt soms ook als een last. Soms valt het doel een beetje weg. Ik hoef niet te werken, kan doen waar ik zin in heb, terwijl soms een beetje een beperking ook richting geeft. En ik voel ook een soort schuldgevoel: waar verdien ik dit geld aan terwijl anderen zich helemaal naar de tering werken om hun kinderen niet meer dan een droge boterham te kunnen geven? Wat is mijn verantwoordelijkheid met zoveel geld? Het voelt niet echt van mij en tegelijkertijd voel ik me er wel bezitterig over; ik ga het niet gewoon allemaal lukraak aan een stichting schenken ofzo.

    Ook als ik zwervers of bedelaars zie borrelt dit op; ik voel me verplicht te geven. En misschien ben ik dat ook wel? Ik zou graag mijn geld op een goede manier delen, maar er zit ook een duiveltje in mijn hoofd dat het wel héél lekker vind dat ik gewoon kan doen waar ik zin in heb nu. Ik werk overigens wel, haha, want het voelt niet goed dat ik alleen maar uitgeef. Ik wil toch wel een groot bedrag bewaren om ooit in een vaste plek voor mezelf te kunnen investeren ofzo. Dus al dat geld helemaal opmaken is niet mijn intentie. En ik vind ergens dat ik leuke dingen doen moet verdienen, in de letterlijke zin dus. En dat geeft ook voldoening, als je ergens hard voor hebt gewerkt en dan de vruchten plukt.

    Freelancen op de vroege ochtend
    Ik werkte vóór ik ging fietsen in maart 2024 voor mijn zus die vroedvrouw is en een online kennisplatform heeft. Nu werk ik daar weer wat uurtjes voor in de week en dat is ook superchill. Maar ik merkte dat ik zin had om me echt even productief te maken. Online werken voelt soms als te makkelijk verdienen en ik wilde ergens ook fysieke voldoening. Ik ben ZZP’er en dus leek Temper me een goede tussenoplossing. Dat is een platform waar je je aan kan melden voor losse klussen in de horeca, retail, en logistiek. Je reageert gewoon op een dienst, wordt aangenomen of niet, en werkt dan gewoon die dienst. En dat is de commitment. Geen lange termijn of wat dan ook.

    Het is wel lastig om er tussen te komen, omdat bedrijven graag kiezen uit een vaste flexpool. Dus na ongeveer voor alles afgewezen te zijn was ik verbaasd mail te krijgen dat ik opeens voor 7 diensten bij DHL aangenomen was! De diensten: van 6 tot 10 uur ’s ochtends pakketjes sorteren in het magazijn. Van mijn zwager wist ik dat het een prima baantje was en het was letterlijk om de hoek bij mijn ouders, dus het klonk goed! Het was dubbel: ik was blij want ik had werk! Maar als je werk hebt, moet je ook werken, dat was minder leuk 😂

    Temper is een flexibel platform: bij de meeste bedrijven kun je zelf tot 48 uur van tevoren cancellen, maar het bedrijf kan dat dus ook bij jou doen. Na drie diensten kéihard gewerkt te hebben – echt drie tot vier uur lang non stop lopen en pakketjes op tillen en in karren smijten – waren de andere diensten gecancelled. Niet omdat ze ontevreden waren, maar gewoon omdat iemand anders uit de vaste pool ze had overgenomen, of omdat het minder druk was ofzo. En eigenlijk vond ik het wel prima. Het was een grappige ervaring en ik voelde me ontzettend productief, maar ik vond het ook wel weer intens. De TL-buizen om 6 uur ’s ochtends, mijn hele ritme dat omgegooid werd en de rest van de dag brak zijn. En dan ook nog eerder naar huis gestuurd worden omdat je al klaar bent en dan dus maar drie in plaats van vier uurtjes uitbetaald krijgen. Het voelde voor mij de moeite niet waard, maar het was fijn te weten dat er altijd wel wat is om wat bij te verdienen.

    Avonturieren
    Ik vind het niet súperchill om de hele wereld te vertellen dat ik wel even snor zit, financieel. Maar ik wil ook transparant zijn. Soms zie ik op insta mensen die in een busje wonen en dan met oordelen van volgers te maken krijgen die ze dan tegenspreken. Regelmatig zie ik voorbij komen dat sommige avonturiers dan bewijzen dat ze heus niet door pappie en mammie gesponsord worden. Dan voel ik me stom, want ik word dus basically wel door opi en omi gesponsord. Ergens voelt het dan nepper, alsof dit vrije avontuurlijk leven alleen maar kan omdat ik geld heb.

    Misschien is het ook wel zo, ergens durf ik misschien ook die radicalere stappen te zetten omdat ik gewoon uit een rijke context kom. Niet superrijk, maar gewoon goed, altijd genoeg eten, onderdak en geld voor opleidingen. Die veiligheid geeft de ruimte om te experimenteren. Maar waarom is dat eigenlijk iets om je voor te schamen? Omdat het hardcore is als je alles helemaal zelf weet te fixen, super independent bent? Is dat wat we nu idealiseren? Want eigenlijk is het juist super goed en fijn als je ondersteund wordt door je familie en daardoor kan doen waar je blij van wordt. Toch?

    Ik gun dat eigenlijk iedereen. Dat vrije gevoel, dat je kan doen waar je nieuwsgierig naar bent. Dat je je dromen kan ontdekken, kan zien of het echt is wat je wil of een geromantiseerd idee was. Dat je kan ontdekken of alles wat je hebt meegekregen uit de maatschappij wel is wat je echt nodig hebt. Dat je kan uitproberen of je zónder de dingen kan die je ongelukkig maken. Dat je kan kiezen voor geluk. Ik wou dat welvaart gelijker verdeeld was zodat dit vanzelfsprekender was, maar dat is het niet. Dus ik hoop dat ik mijn welvaart op een goede manier kan en zal delen.

    Liefs <3

  • Feestdag in je eentje

    Feestdag in je eentje

    Mijn conclusie: alleen zijn is een groot genot als je veel te doen hebt. Dat kan werk zijn, kinderen, een huishouden, maar ook gewoon persoonlijke doelen.

    Nu zit ik lekker in mijn bedje op oudejaarsavond en ik geniet er intens van. Naast me een lekker kaasje, wat chocola en warme vlierbessenpunch. Mijn bed staat in een donkere hoek op de zolderkamer die ik huur en ik hoor het vuurwerk wel, maar redelijk gedempt. Ik zit helemaal in mijn holletje.

    Maar ik geniet er ook zo van omdat ik net nog van een fijn familiediner vandaan kwam. En ik heb wat te doen, er zijn series die ik graag wil zien en interessante boeken die ik wil lezen. Ik wil op mijn laptopje nog wat dingen uitzoeken voor mijn reizen van volgend jaar en ik moet wat extra werk vinden. Gewoon lekker een chille avond met mezelf (zoals iedere avond op mijn kamer, maargoed), omringd door mijn fijne spulletjes.

    Toen ik fietste in Schotland, voelde ik me best vaak eenzaam. Een goede les, want ik romantiseerde het alleen zijn in de natuur toch wel. Hoewel ik voor vertrek al anderhalf jaar in Nederland in een tent woonde, wilde ik toch een beetje weg uit ‘de beschaving’. Mensen en de moderniteit trokken aan me, vereisten een planning, verhinderden dat ik kon wakker worden en doen waar ik zin in had. Door de reis besefte ik: vrijheid is niet alles. Het is soms ook lekker om vast te zitten aan dingen; het is niet altijd vanzelfsprekend dat er mensen zijn waarmee je kunt delen; het geeft een goed gevoel om te presteren met een deadline.

    Deze maanden in Nederland doe ik ontzettend veel fijne dingen. Ik doe weer een cursus Arabisch, doe een beetje laagdrempelig hardlopen, was een paar nachtjes naar een Nivon-huis met mijn moeder, vierde kerst met mijn ouders, en elke keer die halve weken slaap ik in mijn kamertje. Dat wissel ik dan weer af met andere Nivon-huizen of slapen bij mijn ouders; morgen vertrek ik naar het huis van vriendin Marleen die de hort op is. Ik werk wat uurtjes online voor Vraag de Vroedvrouw (maar wil echt graag nog wat meer werken voor een paar maandjes, weet je wat leuks in omgeving Amersfoort let me know ;)) en kijk een beetje serietjes.

    Nivonhuis in Drenthe, fantastische plek!

    Zo keek ik de serie Alone, waar deelnemers overleven in de natuur, en werd ik weer helemaal geprikkeld en geïnspireerd in alle vaardigheden die ik nog wil leren in mijn leven. Wat een heerlijk gevoel is dat zeg, het gevoel dat je nieuwe dingen wilt leren! Vissen en alles wat daarmee te maken heeft staat daarin hoog op mijn lijstje. Lijkt me gewoon vet. Ergens zou ik ook willen leren jagen, maar schieten voelt echt niet als mijn ding. Toch lijkt het me mooi om natuurbeheer te kunnen combineren met voedselvoorziening.

    Dus ik naar de visboer om te vragen of hij nog vishuiden had liggen, hij zou ze invriezen als hij ze had en me dan bellen. Ik wil gaan oefenen met die huiden te looien, daar kan je dan weer leuke tasjes of kleding van naaien. Een visnet breien lijkt me ook vet, en überhaupt begrijpen hoe je vist met zo’n net. Maar dat is misschien meer iets om in Schotland te gaan oefenen, lekker vissen in de zee (en ik ga heus geen hordes vis vangen, gewoon een paar om mezelf mee te voeden).

    Een onwijs vet boek is het ‘Buiten Leven’ boek van René Nauta en Beke Olbers. Echt bizár hoe veel info daar in staat. Het is een soort encyclopedie aan vaardigheden die je nodig hebt in de survival/bushcraft wereld. Een paar voorbeelden: vissenhuid looien dus, gereedschap maken van botten, wildplukken, een lepel snijden, een mand vlechten, een tarp ophangen, een hut bouwen, sporen herkennen, een rivier oversteken – zeg het maar en het staat erin. Gelukkig had ik dat boek al in huis en kan ik mezelf daar nu weer úren mee vermaken (grapje, zolang kan ik me helemaal niet focussen, max 5 minuten aaneensluitend 😂).

    Hoewel er al een paar plannen vast staan voor volgend jaar, is nog veel onduidelijk. Ted en ik puzzelen wat af, hoe kunnen we allebei geld verdienen en toch ook veel bij elkaar zijn (we mogen niet in elkaars land werken)? Hoeveel geld hebben we überhaupt nodig? Op de planning staat in ieder geval vanaf mei twee maanden Canada samen, waar mijn zus woont, en daar een lange-afstandswandeling maken. In april loop ik dan eerst nog vier weken met zwerverheksje Zora door Engelse bergen. En in februari komt Ted als het goed is deze kant op.

    Het werkt ontzettend goed voor mij. Nu weer even toegeven aan het Nederlandse leventje met huisje en mensen en afspraken en straks weer de vrije natuur in, met Zora en met Ted. Afwisseling is key, motto forever, die mag op m’n graf. Want te lang van het één, daar word ik niet goed van.

    Fijn nieuwjaar allemaal. Hoewel het gewoon weer een dag als alle andere is. Ergens haat ik januari, ergens hou ik ervan. De grijsheid, de stilte. Gewoon niet teveel van jezelf willen en het ultiem knus en kneuterig maken. Kaarsjes aan, filmpjes kijken, je hoeft niet te presteren. Je hoeft niet van alles te leren. Je hoeft niet cool te zijn. Je hoeft niet alles uit jezelf te halen. Je hoeft niet al je to-do’s af te klappen. Niet nu in ieder geval. Een mooie quote ter ondersteuning van die boodschap:

    Liefs!

    Simone

  • Natuurverbinding adventkalender

    Natuurverbinding adventkalender

    Voor het bedrijf van mijn zus en tevens vroedvrouw Vraag de Vroedvrouw schreef ik 24 kleine opdrachtjes om je te verbinden met de natuur. Deze werden in de Magische Mailkalender – een adventkalender waarbij je dagelijks een mailtje kreeg met een cadeautje – opgenomen. Zo kreeg iedereen naast een hele hoop gratis verloskundige informatie, ook een beetje natuur in hun inbox. Het had verder niks het bedrijf te maken, hoewel, misschien toch wel? Margot (mijn zus) vindt natuur belangrijk en is van mening dat het gezond is als iedereen wat vaker buiten zou komen. Daarom vroeg ze mij deze bijdrage te leveren.

    Het is té leuk geworden om niet met een groter publiek te delen, en voor degenen die de kalender ontvingen en blij werden van het natuurhoekje is het een handig om een overzicht te hebben, dus hier zijn alle opdrachtjes op een rijtje! Deel ze vooral met anderen, ik sta genoemd op elke afbeelding. En het is niet alleen geschikt voor de Kersttijd, maar voor de hele winter (en zomer grotendeels ook wel!).

    Je kunt hem hieronder ook als pdf downloaden:

  • Heksen en wolven

    Heksen en wolven

    De sleutel van kamer 13 werd door de oudere, glimlachende man in mijn handen gedrukt. Daar werd ik al heel blij van, want 13 is een vrouwengetal. Is er niet een theorie dat vrijdag de 13e oorspronkelijk een dag was waarop vrouwen samenkwamen, en dat mannen dat intimiderend vonden en toen besloten dat dat ongeluk bracht? Of het bracht ook daadwerkelijk ongeluk voor hén, omdat door die samenkomsten vrouwen hun krachten bundelden en dat misschien niet altijd even positief uitpakte voor de miezerige gevallen onder het mannelijke geslacht? En als dit allemaal een fabel blijkt te zijn, dan kies ik bij deze alsnog voor vrijdag de 13e als dag van de vrouw, gewoon als antigif tegen het bijgeloof en om lekker te schoppen tegen heersende overtuiging. Ik ga mijn best doen om, als ik ooit ga trouwen, dat op vrijdag de 13e te doen en me dan ultiem heks te voelen (hoewel dat trouwen dan weer beetje anti-heks is, maar ook dat narratief kan ik omvormen naar hoe ik het wil, haha).

    Ik betaalde maar twee tientjes per nacht en op dag één leek dat de ultieme deal. Tot elf uur sliep ik uit waarna ik in alle rust mijn kopje koffie op het overdekte terras opdronk. De dag erna wist ik weer waarom Nivonhuizen zo goedkoop zijn. Door de kerstvakantie hadden gezinnen hetzelfde idee gehad als ik en dan merk je dat de muren net zo goed gordijnen hadden kunnen zijn; zo goed hoor je alles. Om zes uur rende de kids al door de gangen (chapeau ouders, maargoed, heb je ook niet altijd in de hand hè) en om acht uur vonden ook de ouders dat ‘nu iedereen waarschijnlijk wel wakker was’. Ik moest een beetje huilen, maar accepteerde mijn lot en glimlachte lief naar alle kleintjes. Het is niet jullie fout, rakkers.

    Mijn plan was om met midwinter, 21 december, vroeg op te staan en een zonsopkomstwandeling te doen. Gewoon als een soort ritueel om stil te staan bij het licht dat er wél is in de winter. Maar ik had geen zin om mijn bed uit te komen, dus ik verschoof het een dag. Vanochtend liep ik door de halfschemer – het was eigenlijk al bijna volledig licht – door het bos en zette voorzichtige stappen in de modderplassen. In Lage Vuursche wordt regelmatig de wolf gespot, misschien zou ik hem nu ook zien? In mijn fantasieën zou ik mezelf terug naar het huis moeten slepen met een gapende bijtwond en een goed verhaal voor de rest van mijn leven, of zou ik een soort spirituele bond met de wolf voor me hebben en hem mogen aaien, maar niets daarvan gebeurde. Toch was het wel een fijne wandeling en ik nam me voor om dit gedurende de heilige nachten iedere ochtend te gaan doen – gaat toch niet gebeuren. Hier had ik kinderen om me wakker te maken, maar mijn wekker heeft écht niet hetzelfde effect!

    Hier zitten is, ondanks de drukte, echt een soort retraite. Ik doe de hele dag niet veel meer dan lezen, schrijven, haken, eten, wandelen, Modern Family kijken. Dat vind ik zo fijn aan Nivonhuizen, het voelt echt even als een minivakantie. De dag begin ik met een ontbijtje buiten, dat vind ik ook een fijn winterritueel. Maar bij mijn kamer heb ik niet echt een plek om buiten te zitten dus zou ik echt het bos in moeten, en bij mijn ouders is dat ook een beetje ongezellig. Hier staan picknicktafels onder afdakjes en vormen dus de perfecte buitenplek om je dag te beginnen. Heerlijk.

    En elke dag schrijven in mijn dagboek. In de zomer verwatert dat altijd, en vanaf midwinter bedenk ik opeens weer hoe goed dat me doet. Soms hou ik me aan de regel ‘drie pagina’s volschrijven’, zodat je het écht even een goede kans geeft. Ook al is het bullshit wat je opschrijft, je krijgt daardoor een soort routine van schrijven en leert als het ware je gedachtes op papier te zetten. Of ik doe ‘Future Self Journaling’ van de Holistic Psychologist, een rijtje vragen die je elke dag beantwoordt om je bewust te maken van hoe je je wilt voelen, waar je dankbaar voor bent en hoe je jezelf wilt ontwikkelen. Heel nuttig en ik wil dat minstens de 12 heilige nachten volhouden.

    Een paar daagjes Nivonhuis – ik kan het aanraden. Voor mij een perfecte afwisseling met de dagen dat ik in mijn kamer zit (ik huur die maar voor halve weken) en om niet steeds alleen maar op mijn ouders lippen te zitten. En het is gewoon een leuke minivakantie. En voor mij een midwinterritueel, want precies 1 jaar geleden zat ik hier ook. Volgend jaar weer?

    xx

  • Midwinter & de Heilige Nachten inspiratie

    Midwinter & de Heilige Nachten inspiratie

    Nu bijna alle blaadjes écht van de bomen zijn begin ik het te beseffen: het wordt winter. Mijn kamertje is nog ingericht op de herfst, met paddenstoelenkaarsjes en felle kleurtjes, maar het wordt tijd voor versiering in de vorm van lampjes en wintergroen. Dat hoeft natuurlijk helemaal niet, maar ik vind het ergens wel fijn om me een beetje af te stemmen met wat er buiten gebeurt nu ik veel (meer) binnen zitten. Maar eerst slaap ik vannacht in een Nivonhuis op mijn eigen kamertje, eet ik mijn zoete-aardappelsoep (nog best herfstig) en neem ik morgen de boot de Noordzee over. Naar mijn liefje. Dat past ook wel in de categorie ‘lichtjes en wintergroen’ toch?

    Toen ik in de stacaravan op de boerderij woonde was ik erg actief bezig met de paganistische jaarfeesten vieren. Dus niet de Christelijke, maar de vóór-Christelijke. Paganistische jaarfeesten zijn gebaseerd op de cyclus van het jaar, van de natuur. De laatste jaren heb ik dat wat laten verwateren, had ik er niet zo’n behoefte aan. Misschien juist wel omdat ik altijd al in de natuur was en geen ‘ritueel’ nodig had om me ermee te verbinden. Maar nu ik weer een huizenmeisje ben is die behoefte er weer meer, om stil te staan bij wat er buiten gebeurt. En niet alleen met lampjes ;)

    Van 20 op 21 december is de nacht het langst en daarna blijft zonsopkomst en zonsondergang tot begin januari een beetje rond dezelfde tijd hangen, het gaat gewoon traag. Hier een schemaatje van december en januari:

    Omdat het dus die weken donkerste tijd van het jaar is werd het in paganistische tradities een beetje gezien als ‘de tijd tussen de jaren’ en dat vierden ze met 12 zogenaamde heilige nachten vanaf Midwinter (wie ‘ze’ zijn laten we ff in het midden). De cyclus kun je als volgt zien: je hebt geboorte, je hebt vol in het leven staan, je hebt de dood én je hebt de periode van de ziel – na de dood en voor de wedergeboorte. Je hoeft hiervoor niet in reïncarnatie te geloven, het gaat ook om het grotere proces. In de natuur sterven dingen (herfst), dan is er even een soort pauze (winter), en dan gaat alles weer opnieuw groeien (lente) en dan is alles in volle bloei (zomer). Niet iedereen ziet het op deze manier, sommigen zeggen dat de vierde fase de dood is en de herfst meer een fase van wijsheid. Hoe het ook zij, de winterperiode is die van de dood, van rust, van pauze. Ik denk dat we het daar allemaal wel over eens zijn.

    Nu is natuurlijk de grootste uitdaging ons daar als mens ook een beetje aan over te geven. Jezelf forceren rust te pakken rondom Kerst is misschien wat veel gevraagd, maar je kunt natuurlijk helemaal je eigen ‘heilige nachten’ creëren. Bijvoorbeeld door je telefoon niet mee naar bed te nemen. Door elke dag een ommetje buiten te maken. Door je to do lijsten weg te leggen en je gewoon lekker over te geven aan je natuurlijke ritme. Door lekker veel te slapen.

    In 2021 vierde ik Midwinter, en daarmee het begin van de Heilige Nachten, met een kampvuur ritueel. Met een paar vrouwen zagen we rondom het kampvuur de zon opkomen, we zongen een lied, we lazen een verhaal voor, we deden een donkermeditatie, en iedereen schreef voor zichzelf op wat ze af wilde ronden en hoe ze rust zou kunnen bewaren de komende weken. Daarna gingen we lekker samen ontbijten, omdat het nogal vroeg was ;)

    Vandaag besefte ik dat ik dus weer verlangde naar zo’n ritueel en bedacht ik om misschien iets te organiseren. Maar dat vind ik eigenlijk heel stressvol en eng – al helemaal met onbekenden. En dat draagt dan eigenlijk juist niet meer zo bij aan het tot rust komen en verstillen. Daarom deel ik hier met jullie het document van die ene viering in 2021, zodat je misschien zelf, in je eentje of met anderen, een Midwinterritueel kunt houden.

    Midwinterviering 2021 PDF

    In deze blog lees je ook hoe ik de Heilige Nachten in 2022 vierde.

    Wat ik de 21e ga doen dit jaar:
    * Een ochtendwandeling door het bos van 8:00 – 9:00. Vanaf ongeveer 6:40 begint het al langzaam licht te worden, dus wellicht start ik dan al als ik kracht heb.
    * Daarna lekker met versgeplukte sparrennaalden thee zetten en met een ontbijtje erbij in mijn dagboek schrijven met de volgende vragen in mijn hoofd: wat wil ik afronden? Hoe creëer ik rust? Hoe houd ik het licht brandend deze winter?
    * En dan ga ik de hele dag breien en lezen xP
    * De Heilige Nachten ga ik niets bijzonders doen, vooral proberen veel uit te slapen en weinig te plannen

    Zin om mee te doen in Lage Vuursche? Let me know (alleen vrouwen): denatuurverbinding at gmail.com. Lijkt me vet gezellig! Ik zou max 5 personen doen, mochten meerdere mensen zich melden.

    Hoe vier jij de winter? Vier je Midwinter? En de Heilige Nachten?

    Liefs xx Simone

  • DIY: kleding repareren voor beginners

    DIY: kleding repareren voor beginners

    Toen ik in de tent ging wonen, kon er maar weinig mee en was het belangrijk dat mijn kleding functioneel was. In de winter moest ik warm blijven en was omkleden een crime, dus had ik vaak zelfs dag en nacht hetzelfde aan – op een schone onderbroek iedere dag na. Ik droeg veel wol dat nauwelijks gaat stinken en snel droogt en hing dat af en toe uit in de kou. Ik zal vast wel wat naar zweet hebben geroken, maar in de winter wordt je nauwelijks vies en voelde ik me prima in mijn outfit. Hoewel ik wel de afwisseling van leuke kleren miste, hoorde mijn setje kleren echt bij mij. 

    Het was prijzig geweest: over de jaren aangeschaft een gewoven broek van wol van €160, een merino thermosetje van €90, en leren barefoot schoenen van €180. Ik droeg een dik fleecevest dat ik ooit als vrijwilliger had gekregen en daaronder een trui van alpacawol die ik al jaren meenam op vakantie. Dat was zo’n beetje mijn outfit. Ik zwoor bij die items en omdat ik ze intensief gebruikte sleten ze snel. Ik wilde er daarom goed voor zorgen en ze onderhouden.

    Via Pinterest ontdekte ik toen de schoonheid van visible mending. Het is een manier van je kleding repareren zodat iedereen kan zien dat het gerepareerd is. Daarmee wordt het niet alleen toegankelijker om het zelf te doen (het mag er amateuristisch uitzien), maar draag je ook een statement uit: hier worden dingen gedragen tot ze echt niet meer kunnen. Een statement tegen de fast fashion industrie. En het ziet er ook gewoon vrolijk uit, vind ik persoonlijk, een beetje een Pippi Langkous-vibe. 

    Repareren uit armoe
    Mijn vader stuurde een foto door van een museumstuk uit Workum: een 133-keer-verstelde onderbroek van een arme vrouw. Eerst met dezelfde kleur als de originele stof, maar, zo bleek uit een interview met een schilder die het kledingstuk had geschilderd, nadat haar man overleed met welke kleur dan ook voorhanden was. Niemand zou haar er toch meer in zien, moet ze gedacht hebben. Meuke Albertje, zo heette de eigenaresse van de onderbroek, was de voorloper van de visible mending beweging! En met haar waarschijnlijk iedereen die zeer op de centen moest letten. 

    Te zien in het Jopie Huisman museum te Workum

    Steeds weer nieuwe kleren
    Inmiddels is het juist onder de welvarenden populair om duurzaam te leven. Niet per se om de centen, maar vooral om het klimaat en misschien ook omdat mensen verlangen naar meer eenvoud. Ook ethiek rondom kledingproductie speelt een grote rol: we kunnen niet meer negeren dat er veel mensen, vaak te jong ook, lijden onder ons consumentisme. Tweedehands kopen is een oplossing, maar ook dat voedt het continue verlangen naar meer en nieuwe spullen. We willen elke dag weer een ander setje kleren aan, naar elk feestje een nieuwe jurk, er leuk en origineel uitzien. 

    Steeds maar weer nieuwe kleding kopen als iets ook maar een beetje kapot is, is niet alleen schadelijk voor de aarde maar misschien ook wel onrespectvol voor mensen die niet eens de basisfaciliteiten kunnen betalen. Stel dat we allemaal wat minder ‘extra’ zouden kopen en dat geld met anderen zouden delen? Het is mijn theorie voor een sterkere community. Maar we willen graag quick fix en je kleding (laten) repareren kost tijd en moeite. Bestellen is sneller, en hoe duur is een nieuw paar sokken nou? 

    Basisoutfitje (het logo van de fleece ook ‘gevisible mend’ door er stukjes stof overheen te naaien)

    Breien bij de openhaard
    In die zin is voor een duurzamer leven ook een trager leven nodig. Kwaliteit in plaats van kwantiteit. De tijd nemen voor de afwas, voor fietsen naar werk, voor vuur stoken, en voor je kleding repareren. Misschien lijkt rust kunnen inbouwen in je leven een privilege, maar het is vaak ook een keuze. Wél een keuze die voor de een veel makkelijker is om te maken dan voor de ander (aanbeveling: het boek Rest is Resistance van Tricia Hersey waarin ze ook de rol van racisme in kiezen voor rust toelicht). 

    Ik zie ze vaak voorbij komen: plaatjes van eekhoorns die breien bij de openhaard, egels die hun kinderen voorlezen bij kaarslicht, of een muisje met een slaapmuts die een boek leest in bed met de slogan ‘Stop glamorizing the grind and start glamorizing whatever this is’ (the grind = een leven met hard en veel werken en productief/succesvol zijn). Trager leven is de ultieme kneuterige herfstvibe en daarom past visible mending daar ook zo goed bij. Ben je al bekend met handwerken? Top, dan pak je het waarschijnlijk snel op. Heb je nog nooit naald en draad in je handen gehad? Ook dan kun je het gemakkelijk leren.

    En hé, je mag echt wel eens wat nieuws kopen. Ik ben hier niet om je een schuldgevoel aan te praten. We leven in een wereld die draait om geld vermeerderen en het is onmogelijk om daar als individu aan te ontsnappen. En soms wil je gewoon even tijd besparen, handige spullen, of er leuk uitzien. Dat is oké, je hoeft de wereld niet te redden in je eentje. Maar als je een kleine stap wilt zetten en je wordt er blij van, lees dan verder.

    Visible mending: de basis

    Het basisprincipe van visible mending is dat je je kleding wilt maken en dat het gezien mag worden. Verder zijn er eigenlijk geen regels en dat is het lekkere. Doe gewoon maar wat – tenzij het kledingstuk heel veel waarde voor je heeft. Maak rare knoopjes en naai honderd keer over dezelfde plek. Dat is waar je begint. En wees trots op je creatie, hoe lelijk ook.

    Benodigdheden
    • Een dikke stopnaald (ik vind met een scherpe punt fijner dan een botte)
    • Gewone naaldjes voor het naaiwerk
    • Sterk garen, gewoon een klosje. Ik heb standaard crème wit, die gebruik ik voor alles
    • Hulpstofjes, bijvoorbeeld gewoon oude kleren waar je in kunt knippen
    • Bolletjes wol (hoeft niet per se wol te zijn, mag ook acryl oid)
    • Eventueel spelden om een stofje vast te kunnen zetten

    Bij de Albert Heijn of Hema verkopen ze reisnaaisetjes. Daarin zit alles wel wat je nodig hebt! Als je echter sokken wil stoppen, heb je een grote dikke naald met een groot oog nodig en een bolletje wol. Vast ook te koop bij Hema.

    Sokken stoppen

    De belangrijkste wat mij betreft is sokken stoppen. We weten allemaal dat onze oma’s het massaal deden, maar zelf hebben we geen flauw idee meer hoe het moet. Het is echt niet zo moeilijk! Je hoeft niet te kunnen breien, dat dacht ik altijd. 

    Het principe is zo: je weeft eigenlijk een stukje stof op de plek van het gat. Weven betekent eerst verticaal draad (de dikte van waarmee je sok gemaakt is, maar afwijkend kan ook) aanbrengen, en dan horizontaal over en onder dat draad bewegen. Je kunt de stof strak houden door er een sinaasappel of ander hard rond voorwerp onder aan te brengen en daaronder je sok (of kledingstuk) strak vast te trekken met een haarelastiek. Zorg dat je ook ruim rondom het gat door de stof van je sok naait zodat je garen stevig aan je sok vast zit. 

    Begin ook eerst met even een rondje op en neer naaien rondom het gat, zodat je garen verschillende richtingen op wijst en er er niet uit gaat als je een beetje trekt.

    Je maakt geen knoopjes in de uiteinden, dat zit niet lekker onder je voet. In plaats daarvan eindig je met de draad aan de binnenkant van de sok en keer je je sok binnenstebuiten. Dan naai je de uiteinden met je naad in het weefsel dat je gemaakt hebt. Houd dus aan het begin en eind vrij lange stukken over.

    Je kunt deze techniek ook goed gebruiken voor rafelige gaatjes in kleding, bijvoorbeeld merino wolletjes of gebreide truien.

    Gat naaien met hulpstofje

    Om een stofje op een kledingstuk te naaien, over een gat heen, gebruik je een gewone naald en stevig draad. Je naait het stofje gewoon vast, aan de buitenkant of binnenkant van je kledingstuk, wat je mooi vindt. Vouw wel even de randen om van je stofje zodat je geen rafels krijgt.

    In naaien heb je verschillende technieken: gewoon op en neer door de stof bewegen (rijgsteek), steeds na een steek terug de stof in steken (stiksteek), of de draad steeds door de lus steken (festonsteek). Die laatste gebruik je alleen aan randen. De rijgsteek vind ik zelf niet fijn omdat als je te hard trek, de stof opkrult. Maar die kan bijvoorbeeld wel voorbovenstaande techniek, als je meerdere richtingen op naait. Ik gebruik vaak ook de stiksteek, die is lekker stevig!

    Rijgsteek (bron: hobbygigant.nl/naaisteken)

    Stiksteek (bron: hobbygigant.nl/naaisteken)

    Festonsteek (bron: hobbygigant.nl/naaisteken)

    Je knipt een stukje stof uit een stuk groter dan het gat en naait niet alleen de randen van het stofje vast, maar ook alle plekken waar de stof overlapt met je broek. Voor extra stevigheid doe je dit met een naaimachine, maar dat hoeft helemaal niet! Je kunt alle steken die je wilt gebruiken, in een spiraalvorm naaien of gewoon heen en weer. Leef je uit of zoek leuke plaatjes op Pinterest als voorbeeld.

    Stofje aan sportbh genaaid met festonsteek

    Stofje op merino vastgenaaid met festonsteek, later het hartje er nog op geborduurd (zie onderaan)

    Stofje aan binnenkant vastgenaaid met festonsteek en stiksteek (buitenste ring)

    Klein gaatje dichtborduren

    Borduren betekent eigenlijk versieren, en dat kan goed met kleine gaatjes. Borduurgaren is dan wel handig, dit bestaat vaak uit zes strengen. Ik gebruik meestal drie strengen, dus knip een stukje garen af en split dat dan doormidden. Een borduurring is handig, dan houd je de stof strak, maar dit kan bijvoorbeeld ook door je stof om een sinaasappel heen te binden.

    Hartjes geborduurd. Hier nog óp een hulpstofje, maar kan ook zonder en gewoon direct op het gaatje.
    Gewoon naaien

    En dan soms heb je heel weinig nodig en kun je een gaatje gewoon dichtnaaien met wat garen. Dit is vooral als je kledingstuk ook op een naairand is gescheurd.

    That’s it!
    En zoek vooral zelf rond op Pinterest of zoekmachines naar ‘visible mending’! Er zijn eindeloos veel leuke opties en inspiratie. Ik ben maar een beginner en het ziet er niet altijd vét mooi uit, maar ik vind het leuk en kneuterig, haha. Laat me weten of je er wat aan had :) Dan ga ik nu weer even mijn 4 sokken stoppen die al een poos liggen te wachten ;)

    Heb je nog aanvullingen of tips, hoor ik die ook graag!

    Liefs!

  • Hoe deed ik dat?

    Hoe deed ik dat?

    Soms snap ik mezelf niet. Hoe heb ik dit twee winters gedaan, in een tent wonen? Het is nu de tweede avond, pas zeven uur, en het is al anderhalf uur donker. Het miezert af en toe en dan verplaats ik van de stoel buiten weer naar mijn matje binnen. Door de miezer voelt het ook zo waterkoud aan, volgens internet was het dezelfde temperatuur als gister maar het is minder aangenaam. Ijziger.

    De boswachter – of eigenlijk gewoon een kampeerder die toevallig boswachter van beroep is – is vuur aan het maken in de kampvuurkuil. Ik wacht even tot die aan is, is dat verwend? ;) Straks ga ik daar dan maar met regenjas en regenbroek zitten, want mijn wolletjes wil ik droog in bed dragen!

    Ik heb heus wel wat te doen, hoor. Mijn boek waar ik al wéken over deed heb ik in twee avonden uit gelezen en ik heb ook een nieuw haakproject mee. Of eigenlijk, een bol wol en een haaknaald, want wat het gaat worden daar ben ik nog niet over uit. Ik heb heerlijk gekookt, dat was ik eigenlijk van plan nog wat uit te stellen zodat ik een avondactiviteit zou hebben. Maar om half zes was m’n prutje klaar en het toetje heb ik ook al achter de kiezen. Yoghurt met jam. Ik zorg in ieder geval een stuk beter voor mezelf, maar misschien ook omdat ik hier maar twee nachtjes ben. En ik had zin in lekker eten.

    Heb jij dat ook, in de supermarkt? Dat je verstelt staat van hoeveel eten je eigenlijk nodig hebt voor een paar dagen. De kosten lopen hoog op, maar het is vooral zo véél. En dan te bedenken hoeveel mensen er wel niet op aarde rondlopen?! Ik heb altijd iets van een schuldgevoel als ik in mijn eentje boodschappen doe en alleen voor mezelf. Samen met iemand denk ik daar niet meer over na, makkelijk is dat. Dus die houding probeerde ik nu ook aan te nemen in de supermarkt. Lekker in mijn mandje gooien waar ik zin in heb!

    Ik was ontzettend opgefokt. Of eigenlijk al vijf dagen, sinds ik weer in mijn kamertje trok. Zoals je misschien weet heb ik een part-time kamertje waar ik elke zondag tot woensdag in kan. De andere dagen zijn de kinderen van de hoofdbewoner over de vloer en heeft hij behoefte aan privacy. Zo blijven voor mij de kosten laag én word ik gemotiveerd steeds weer wat leuks te bedenken voor de andere dagen. Want anders zou ik gewoon 24/7 wegstinken op die zolder omdat dat nou eenmaal de gemakkelijkste optie is. En mensen, of ik althans, zijn gemakszuchtig.

    Het kamertje heeft ook een keukentje, dus ik kan daar heerlijk rommelen. Ik experimenteerde de afgelopen week met yoghurt maken (twee keer mislukt) en kookte lekker voor mezelf. Al mijn knutselspullen staan overzichtelijk en makkelijk te bereiken achter mijn bed en ik begon twee haakprojecten en een nieuw breisel tegelijk, omdat ik niet kon kiezen. Ik ging hardlopen op mijn teenschoenen, wat belachelijk goed ging en ik lag een dag op bed met menstruatiepijn. Ik wandelde door de bossen die letterlijk achter het huis liggen, ik werkte wat, en ik schreef een artikel voor een magazine. Oja, en ik had nog een online les Arabisch, en oefende op mijn altviool waar ik volgende week een klein concertje mee geef met m’n pa.

    Allemaal leuke dingen, maar mijn hartslag was continu op maximaal. Ik denk dat na een half jaar Schotland, daarna huisoppas, en daarna Frankrijk ik gewoon helemaal stijf stond van de inspiratie voor dingen die ik wilde doen. Zelf, in een huis, mijn brein gebruikend, met mijn eigen spulletjes en in het verlengde van mijn hobby’s. Een taal leren, schrijven, nieuwe vaardigheden leren, boeken lezen, breien haken enzovoorts, koken, leuke kleren dragen, met mensen afspreken, zestig boeken lezen. Ik wil alles tegelijk en ik kon me nergens op focussen, omdat ik in alles zoveel zin had. Het voelde bijna een beetje manisch, dat was het misschien ook, maar gelukkig niet op de ziekelijke manier (denk ik).

    En ik had zin in kamperen op mijn oude vertrouwde terreintje! Dus toen ik woensdag weer uit de kamer moest raapte ik alle spullen weer eens bijeen en nam ze op de fiets mee naar m’n ouders. Onderweg werd ik in een tijdsbestek van twee minuten nog twee keer aangehouden door de politie. Eerst omdat ik ze geen voorrang gaf van rechts, toen omdat ik mijn telefoon in mijn hand hield (ze doken opeens weer uit een ander straatje op, bastards). Ongemakkelijk..

    Ik mocht de auto een paar dagen lenen van mijn ouders zodat ik wat meer mee kon nemen naar het kampeerterrein en het wat makkelijker kon combineren met mijn afspraken in Utrecht en Zwolle. Heerlijk! Maar van met die auto door de stad rijden raakte ik alleen nog maar opgefokter. Toen ik ’s avonds na een teamuitje in de schemer nog snel mijn tent opzette besefte ik dat ik het eten was vergeten en toen racete ik nog even naar de supermarkt. Weer het hele bos door, weer al die stoplichten, ik had het geduld van een cavia die de koelkast open hoort gaan.

    Maargoed, toen ik eenmaal in m’n tent zat met mijn boek en avondmaal was ik de rust zelve. Even niét mijn spulletjes om me heen hebben is ook wel fijn. Vandaag hing ik de hele dag in het bos en Zora kwam ook nog even buurten. Het boek is nu gewoon uit, het haakproject nog onbekend en het eten al op. Al m’n appgesprekken zijn afgerond en op Instagram is ook niet veel meer te beleven. Dus ik geef er even aan toe: niets doen (na deze blog typen dan, hahaha). Vuurtje here I come.

    xx