-
Op beverjacht

Naar de Bosbies
Ik ben fan van Nivonhuizen, een soort hostels waar je je eigen kamertje hebt en de overige faciliteiten deelt. Ze staan altijd middenin de natuur en zijn super betaalbaar (als je lid bent). Er zijn dertien huizen, en in de afgelopen 3 jaar heb ik er maar liefst 11 aangedaan. Tijd om de laatste paar af te klappen. Inmiddels heb ik mijn ouders ook enthousiast gemaakt voor dit concept en boeken mijn moeder en ik zo nu en dan een wandelweekendje in één van de huizen. Nu stond nummer 12 (voor mij) op de lijst: Huis De Kleine Rug, bij Dordrecht.
Uitzicht vanuit het huis We gingen met mijn autootje, want ik moet meters maken. Ik rij nu alleen maar naar het buurdorp voor werk en naar de supermarkt als ik lui ben, maar dat gaspedaal mag ook wel eens wat dieper ingedrukt. Straks in Schotland moet ik links gaan rijden, dus dan is het fijn als het rijden zelf al vertrouwd voelt.
Natuurlijk had mijn moeder alles supergoed voorbereid en had ze vrij weinig aan mij. Van de zes dingen die ik moest regelen was ik er alsnog twee vergeten, dus ik ’s ochtends naar de appie voor rijstewafels. Boter had m’n moeder nog, maar die zijn we uiteindelijk alsnog vergeten omdat hij niet op haar lijstje stond. My bad.
Meteen een lege portemonnee
Gelukkig wilde ook mijn moeder niet per se vroeg vertrekken, want ik hou van trage ochtenden (zij ook, maar die van haar beginnen een paar uurtjes eerder, haha). Dus tegen de middag tuften we weg in mijn wagentje. We waren allebei verbáásd hoe snel je in de Biesbosch bent. Binnen het uur waren we bij een bezoekerscentrum; waarom gaan we hier nooit heen? Ik heb de Biesbosch letterlijk al heel lang op mijn lijstje staan om eens te wandelen, kanoën, of gewoon te verkennen. Dat had makkelijk gewoon als dagactiviteit gekund, maar voor mijn gevoel ligt het úren verder naar het Zuiden. Goh, die Nederlandse mentaliteit ook. Alles wat meer dan een uur fietsen is, is ver.We consumeerden weer een hoop in het centrum: alle kinderboeken moesten bijna mee en nog meer cadeautjes voor de kleinkinderen; we dronken nog thee uit de thermoskan met kaneelbroodjes en gingen toen op pad. Het was een stralende winterdag en de zwarte specht galde al door het bos. Hoewel ik dit rakkertje goed ken uit mijn tentleventijd, bracht mijn moeder me opeens aan het twijfelen. Een groene specht klinkt eigenlijk best wel vergelijkbaar. Hoe onderscheidt je die? Ik denk toch dat het de zwarte was, want dat is gewoon een luidruchtige knaap en ook deze liet heel Dordrecht weten wie de baas was.

Na 500 meter was er al een ontzettend schattig café. Daar móesten we naar binnen. Het lag aan een rivier die omringd was met geel riet, en daaromheen het typische Biesbosch landschap van vlaktes met geknotte wilgen, afgestorven bomen door aalscholverpoep (echt zo, die verzuren de hele boel blijkbaar) en watertjes. Als ik in mijn eentje wandel vind ik een café altijd overbodig, maar met mijn moeder doen we het gewoon. Het hoort bij de ervaring, vinden we. En eigenlijk vind ik dat ook als ik alleen ben, maar heb ik niet mijn moeder bij me om te zeggen, boeie, we doen het gewoon, alles voor de koffie. dAarVoOr wErkeN We ToCh?!
We waren allebei helemaal hyper van het knusse boerderijcafé en het landschap, dus klokten onze koffie achterover, ouwehoerden wat met de zoon van de eigenaar en liepen toen ons rondje van een paar kilometer af. Want, we wilden ook vóór het donker bij het Nivonhuis aankomen, zodat we dat nog een beetje goed konden zien.
De verwachtingen voor het weekend werden alvast neergezet, want elke drie meter keek ik naar diersporen of tuurde ik door mijn verrekijker naar weer een reiger of kolgans. Mijn moeders geduld is eindeloos, en dat is maar goed ook. Soms loopt ze gewoon door, zoals al mijn wandelmaatjes, en dan voel ik me wel afgewezen, maar het is ook wel begrijpelijk. Haha, grapje.
Brakke nacht
Dit Nivonhuis bij Dordrecht is heel speciaal. Je moet namelijk de huiswacht bellen (vrijwilligers die het huis een week beheren) om opgehaald te worden met een klein sloepje. Helaas betekende dat ook dat we onze tassen efficiënt moesten inpakken, terwijl ik al mijn zooi los in de auto had gesmeten. Natuurlijk was mijn moeder iets beter georganiseerd, dus met haar hulp stapten we het wankele bootje in en brachten alles droog over.
Omdat je dus alles mee moet sjouwen houden we onze maaltijden heel simpel en hadden we zó mijn lievelingsmaaltje in elkaar geknald: rijst met kip, sperziebonen en zoetzure saus (sorry Baloe). Terwijl iedereen in de gemeenschappelijke ruimte chillde, trokken wij ons daarna meteen terug op ons knusse kamertje. Want we hadden zin om plat te liggen en onze chips te vreten zonder die te hoeven delen. Ik was bekaf, waarvan precies weet ik niet, ik had ook best veel gewerkt die week (voor mijn doen dan, haha) dus moest echt even bijkomen.
Ik slaap heel slecht met andere mensen op een kamer, en ook dit keer werd die angst weer werkelijkheid. Ik sliep heel licht, werd van elk geluidje wakker en lag vanaf 4 uur gewoon klaarwakker me te frustreren over allerlei dilemma’s die bij daglicht allemaal niet zo zwaar zijn. ’s Ochtends, toen mijn moeder eindelijk haar lampje aan deed, moest ik meteen huilen van alle stress. Maar ik had wel mijn eigen tweepersoons koffiezetapparaatje meegenomen en we hadden de koffie er de avond ervoor al ingedaan. Dus toen mijn moeder op de aan-knop drukte en de geur van koffie mijn neusvleugels binnendrong, waren alle problemen weggevaagd.

Eendenhemel
We hadden helemaal zin in ons plan. Het langeafstandspad van de Biesbosch willen we allebei graag nog een keer doen en mijn moeder had het boekje meegenomen voor wat wandelinspiratie. Daar stonden ook losse wandelingen in die juist niet op de route liggen, en we besloten daarvan eentje in de buurt te doen, op de Sint Jansplaat. Eerst in de boot, dan een stukje rijden, dan met de auto de pont op, dan weer een stukje rijden, en dan waren we er. Uiteindelijk was het een rit van 15 minuten ofzo, ook al klinkt het langer.De zon scheen prachtig en op de parkeerplaats genoten we al. Enorme kale bomen tekenden het landschap en er liepen wat mensen af en aan met joekels van camera’s. Maar verder was het ontzettend rustig, zo op een vrijdagmorgen. De wind gierde wel door onze jassen, maar we zetten stevig de pas erin. Hoewel, na honderd meter liep het pad over een brug en daaronder zag ik dé perfecte modderlaag voor diersporen. Het water was brak dus lichtelijk onder invloed van eb en vloed, en bij eb heb je zo’n hele stevige klei-achtige ondergrond. Ik moet eigenlijk nog alle foto’s goed bekijken met mijn boekje ernaast, maar ik vond in ieder geval reiger- en vosprinten. Ik had er wel úren kunnen kijken! (overdreven, maar wel lang).

Reiger, te zien door formaat en dat middelvinger en duim (onderste teen) niet in een rechte lijn staan Nog eens honderd meter verder zagen we al omgeknaagde bomen en dook ik de bosjes in, weer naar het water toe om beverprenten te zoeken. Behalve rat (muskus?) vond ik alleen maar uitgezakte printen, de bever is toch een iets te zwaar dier voor die zachte ondergrond denk ik.
Maar wát een wandeling verder. En zoveel vogels. We wisten eigenlijk al snel dat we een veel te ambitieuze afstand hadden gepland, maar we gingen toch door, want we moesten en zouden die andere uithoek ook zien. Ik gilde het een paar keer uit, want ik ben eenden tegengekomen die ik nog nooit heb gezien! Op de één of andere manier ben ik gewoon fan van eenden, het is zo’n leuke groep vogels. Zo divers en zo goed te zien in de winter. We zagen: smient, wilde eend, krakeend, wintertaling (hónderden), pijlstaart (3 stuks, wauw wat een pracht!), kuifeend, grote zaagbek, BRILDUIKER ÉN NONNETJE!
Overal waar we liepen waren bomen omgeknaagd en zagen we glijbaantjes van het ene watertje naar het andere, van familie bever. We hoorden dat er zo’n 350 bevers in de Biesbosch zitten! Heel speciaal, maar behalve wat vage afdrukken konden we niet echt een goede prent vinden. Later zagen we een heel wandelspoor van een bever het water in, maar de modder was te zacht voor mij om dichtbij te komen en goed te bekijken. Wel kreeg ik wat beverkeutels in zicht en kon ik met mijn verrekijker zien dat er houtsnippers in zaten (daarom denk ik bever). Wel bijzonder, want bevers poepen eigenlijk in het water en je kunt hun poep alleen soms zien bij eb!

Beaver at work Kleurenparadijs
’s Avonds trokken we ons weer terug op het kamertje, vooral om een lieve, maar wel erg spraakzame dame te ontwijken. Ik sliep wat beter door een ontiegelijke saai podcast met de rustgevende stem van een Vlaamse dame in mijn oren en ’s ochtends begon de dag meteen al weer goed met luisteren naar het gepruttel van koffie vanuit mijn warme bedje.Voor mijn verjaardag in juni had mijn moeder me een workshop cadeau gedaan, maar we konden steeds maar niks vinden waar we allebei blij van werden. Mijn moeder wilde heel graag nog eens leren bandweven, maar ik snapte niet zo goed wat daar nou speciaal aan was. We vonden toevallig wel een cursus op een half uurtje rijden van dit Nivonhuis en precies ook in het weekend dat wij er zaten, dus boekten we dat gewoon. We kwamen nog bijna te laat, omdat de huiswacht zich had verslapen voor onze overtocht naar de auto. Wat een stress, want er stond in de cursusbeschrijving dat je iets lekkers kreeg als je er een kwartier eerder was. Gelukkig kregen we dat alsnog. Haha.
In de binnenstad van Gorinchem vind je de weverij van Jolanda, waar allerlei grote weefgetouwen staan, mooie sjaals hangen, gequilte tasjes liggen en wanden vol met bollen garen te zien zijn. De hele ochtend besteedden we aan het ontwerpen van ons bandje, want dat is nog best ingewikkeld. Je hebt beperkingen in de hoevelheid opties, maar toch nog best veel mogelijkheden, en daarna moet je schematisch inkleuren hoe je dan je weefgetouw(tje) moet bedraden. Na de lunch zetten we die draden (schering) op en het laatste uur gingen we eigenlijk pas weven!

Het was zo heerlijk bezig te zijn met die kleuren en het is zo’n specifieke skill eigenlijk. Dit draagbare weefgetouw is speciaal gemaakt voor bandweven en mijn moeder en ik waren meteen verslaafd. ’s Avonds in het Nivonhuis bleven we eindelijk eens in de woonkamer hangen, om maar door te kunnen weven, en ook ’s avonds en ’s ochtends in bed werd er gewoven. De avond dat we thuiskwamen de volgende dag, had mijn moeder haar bandje al af, en ik de dag erna ook. 2,5 meter! Eerst denk je: wat heb je nou aan een bandje? Maar terwijl je bezig bent heb je al honderd bestemmingen bedacht en wil je nog 100 bandjes weven. En dat gaan we ook doen, want mijn moeder heeft meteen allerlei garen aangeschaft zodat we bezig kunnen blijven (scheelt weer lekker in mijn eigen portemonnee, haha!).
Een minivakantie
‘Het lijkt wel een soort minivakantie!’, zei mijn moeder de volgende dag. Wat ik grappig vond, want dat wás het toch ook? De volgende dag moesten we opruimen en gelukkig waren onze tassen nu wat lichter voor op het bootje; alle chocola en chips was er sowieso al uit ten minste. De nieuwe huiswacht die ons overvoer, zag onze bandjes en zei nog gekscherend dat we wel veters konden gaan weven. Daar had ik nog niet eens aan gedacht, hoe leuk!We wilden nog lange niet naar huis en hadden op de kaart gezien dat er nog een leuk museum in de buurt was: Museumeiland Biesbosch. Daar kon je ook nog een fluisterboottocht boeken, maar eerst wilden we koffie met taart en toen hingen we nog een uur in het museum. Heel interessant allemaal, over de vroegere wilgen-, riet-, en biezenoogst uit dit gebied. Zwaar werk, en het zette me weer aan het denken over hoe hard sommige mensen werk(t)en en hoe onmenselijk dat is. Zou het echt nodig zijn, hoort het echt bij het leven? Of is het gewoon een uiting van ongelijkheid? Altijd wel weer leerzaam om je te verdiepen in hele andere soorten levens.

Na het prachtige boottochtje was het wel weer welletjes. Tijd voor huis. Een heerlijke minivakantie met ma <3
Zie hier voor andere blogs over Nivonhuizen.
xxx

-
De Natuurverbinding wordt….

Vanaf nu ga ik verder als Tante Tent :) Hoewel ik al een tijdje niet in een tent heb geslapen is het toch wel symbolisch voor mijn bestaan: het chaotische zwerversleven, het rondtrekken, het avontuur en de natuur. Inmiddels natuurlijk een minicampertje erbij en zit ik ’s winters gewoon lekker onder een verwarmd dak, maar hopelijk komt kamperen er snel weer aan. Dit is nu even het seizoen van werken en routines en verder rustig aan doen.
Dus, binnenkort vind je me via tantetent.nl!
Want, ik ben trotse tante, ik hou van tentlife, en ‘een tante’ vind ik ook gewoon iemand die lekker gek is. En een Renault Kangoo is bij uitstek een tante-busje, nietwaar?
‘De natuurverbinding’ vind ik een beetje te gezapig geworden. Het begon als mijn naam toen ik een eigen onderneming opstartte, met het idee/de droom om mensen te inspireren wat dichter bij de natuur te leven. Inmiddels heb ik wel besloten dat ik daarbij geen winst of iets dergelijks hoef te maken, en ik wil ik meer gewoon inspireren en vermaken door te schrijven. Als Tante Tent.
Liefs!

-
Kan je niet willen werken?

‘Tsja, kan je niet willen poepen of plassen?’ reageert mijn vader sarcastisch als ik bij hem aankom met deze vraag. ‘Maar werken is een sociaal construct, poepen en plassen niet, pap’, reageer ik defensief. Hij is niet de enige: we denken allemaal dat werken er gewoon bij hoort, het nou eenmaal moet, het leven niet alleen maar leuk kan zijn. Maar is dat echt zo?
Het hangt er natuurlijk vanaf wat je onder ‘werken’ verstaat. Als je werken ziet als iets productiefs doen, ja, dan hoort dat bij het leven. Het menselijk lichaam wil bewegen, groeien, voortplanten, overleven, en ga zo maar door. Maar als je werk ziet als iets productiefs doen voor géld, dan wordt het opeens een heel ander verhaal.
Geld is door mensen bedacht en niet inherent aan het bestaan zelf. Wel inherent aan de Nederlandse maatschappij, de Westerse maatschappij, en inmiddels aan bijna de hele wereld, maar het is een menselijk ding. Bij de oerknal, of de Schepping, was geld echt nog niet aan de orde. Dus als geld een construct is, is werken voor geld dat ook.

Sokken stoppen Als iets een sociaal construct is, dan betekent dit dat er alternatieven zijn. Het is dan geen vastgelegd gegeven, wat vaak zichtbaar wordt als je naar verschillende soorten leefgemeenschappen kijkt – in het nu of terug in de tijd. Er zijn vast nog stammen die niet werken voor geld, en volkeren waarbij geld een hele onbelangrijke rol speelt. Dat kan dus ook. Als je je afvraagt of werken ‘nou eenmaal moet’, van wie moet dat dan eigenlijk? Je kunt je afvragen of het antwoord hierop je bevalt of niet. Moet het van jezelf? Van je ouders? Van je dorpsgenoten? Van je cultuur? Van het leven? Van je God?
Als je al gelooft in een God, dan geeft die denk ik niet zoveel om geld. Als je net als ik gewoon gelooft in het leven en de dood zonder een hogere intelligentie erachter, dan is geld ook niet meer zo relevant. In het eerste geval kan je het belangrijker vinden dat je aardig bent voor je naasten en wellicht nog iets heldhaftigs doet. In het tweede geval ben je misschien meer bezig met een vervullend leven leiden, dingen doen waar je zelf blij van wordt en je potentie vervullen. In beide gevallen kan geld verdienen een uitkomst zijn, maar het is geen must.

Lange-afstands-wandeling met tent Een goede reden om te geloven in de verplichting van werk, is omdat je de mens ziet als functioneel voor haar groep. Ik doe mee, dus ik besta. En aangezien onze maatschappij is gebouwd op werkende mensen, kan je de overtuiging bezitten dat het ieders plicht is dat ook te doen. Of dat zo is valt natuurlijk te betwisten, want mensen zijn op allerlei manieren nuttig. Bovendien is dan de vraag of het doel van het leven is om nuttig te zijn voor anderen.
De vraag ‘kan je niet willen werken?’ kun je dus bekijken vanuit verschillende invalshoeken. Kan het, financieel gezien? Kun je overleven zonder te werken voor geld? Kijk naar mensen die helemaal off the grid gaan bijvoorbeeld, of die leven van een erfenis, of teren op andermans geld. Maar dat is maar voor een paar mensen weggelegd. Dan zijn er nog mensen die weinig werken en veel verdienen, een zogenaamd passief inkomen, wat vinden we daarvan? En kan het, maatschappelijk gezien? Kan de samenleving het zich veroorloven dat mensen niet werken? Wat is de rol van een uitkering hierin, of gebruik maken van publieke faciliteiten? Is het eerlijk tegenover mensen die wél werken? En ten slotte: kan het, spiritueel gezien? Ben je ‘het leven’ verplicht te werken? Ben je wel goed genoeg als je niet werkt? Doe je ertoe als mens als je niet werkt, voor geld?

Wildplukken Mijn zoektocht
Ik worstel met werk. Ik vind werkdagen vaak te lang, fysiek vaak te zwaar, of het doel gewoon irrelevant. Ik wil niet bijdragen aan het vermeerderen van het vermogen van mensen die helemaal niks geven om het welzijn van anderen, of aan iets wat de aarde uitput. Ik wil geen verklaring aan iemand af hoeven leggen als ik in bed blijf met zware menstruatiepijnen. Ik wil mijn tijd gewoon nuttig besteden aan dingen waar ik blij van word, zoals natuur, creativiteit, vrienden en familie, en mijn basisbehoeften zoals eten koken en genoeg slapen. Al die uren die ik voor een ander werk, waar doe ik dat voor?Natuurlijk kan ik weer aankomen met het verhaal dat we inmiddels allemaal wel kennen: kapitalisme gedijt bij werkende (en consumerende) mensen en daarom is alles in de maatschappij gericht op jou een goede arbeider maken. Je moet precies om half 9 op school zijn, om over allerlei onderwerpen te leren die je niet helpen te overleven, maar die jou trainen een goede werknemer te zijn. Prestatie staat altijd bovenaan, met een zo hoog mogelijke opleiding en zo goed mogelijk betaalde baan als doel, met als gevolg een groeiende hoeveelheid mensen die er helemaal klaar mee is (lees: dikke burn-out of depressie). Uiteindelijk profiteert maar een heel kleine groep superrijken hier écht van.

Winterkamperen Er zijn een hoop mensen die het gewoon fijn vinden om te werken en het als hun missie zien een zo leuk mogelijke baan te vinden, of van hun hobby hun beroep te maken. Genoeg mensen gedijen goed op dit systeem en dat is natuurlijk prima. Maar er is een hele grote groep mensen die keihard werkt en nooit genoeg geld heeft voor eten en onderdak. De hoeveelheid daklozen groeit. Er is een hoop ongelijkheid. Dus je kunt jezelf terecht afvragen of dat hele systeem van ‘men dient te werken’ wel klopt.
De vraag is natuurlijk wat de alternatieven zijn. Weer een soort ruilhandel, eigen productie, lokale consumptie, zorg dragen voor elkaar? Maar hoe groot zijn de stappen naar een wereld die draait op dergelijke beginselen? Als jij net als ik worstelt met het probleem dat je heel veel beroepen gewoon onzin vindt en er je tijd en welzijn niet aan wilt verspillen, heb je daar nu niks aan. Want als je nú niet werkt, mag je er dan zijn? En redt je het dan, qua voorzien in je behoeften?
In Nederland zie je ook een toegenomen hoeveelheid mensen die een eigen onderneming starten. Hoewel dat zeker een stuk beter is dan werken voor een baas – lekker je eigen indeling bepalen en iets doen wat je écht leuk vindt – vind ik het soms ook een gevaarlijke ontwikkeling. Want mensen proberen óveral geld mee te verdienen, ook met dingen die we gewoon voor elkaar zouden moeten doen. Als ik kijk bij mijn eigen interessegebied, zie ik mensen die geld vragen voor groepswandelingen; voor breipatronen; voor plantenkennis; voor zorg leveren. Aan de ene kant volkomen logisch, zij verdienen dit geld want ze hebben er zelf ook tijd en geld in geïnvesteerd. Aan de andere kant houdt dit het systeem enorm in stand en blijven veel faciliteiten alleen maar toegankelijk voor de elite. Want wie daar geld voor heeft wordt niet alleen bepaald door hoe hard zij werken, maar vaak ook gewoon door geluk.

Bomen herkennen, ook in de winter We moeten wat minder willen bereiken in dit leven
Ik ben 30 en ik klooi maar wat aan qua banen, terwijl ik nog teer op een spaarpot die erfenis heet. Binnenkort is dat op en kan ik niet meer rondkomen van bijbaantjes alleen – wat ga ik dan doen? Ik wil juist meer in het moment leven, dus ergens denk ik: dat zie ik dan wel weer. Maar: verzekeringen, auto, biologisch eten, en reizen kost ook niet niks. Ik heb een tijdje geprobeerd zo minimalistisch mogelijk te leven in een tent, maar dat was ook niet alles. Wat meer warmte en deelnemen aan de maatschappij, dat doet me ook goed. Ik weet in ieder geval dat ik geen vaste baan wil, of het grootste deel van de week wil werken. Een beetje bij elkaar scharrelen, dat bevalt me wel.Als we minder willen werken, is de eerste stap oké te zijn met minder bereiken. Dat is voor veel mensen, Nederlanders, moeilijk. We willen vet uniek zijn en alles uit het leven halen. Maar misschien is het soms ook wel even prima dat niet te doen. Dat idee dat in je hoofd speelt hoef je niet per se uit te voeren, of misschien nog niet nu. Je hoeft niet allemaal nieuwe dingen te leren. Je hoeft niet te bewijzen dat je capabel bent door 40 uur op kantuur te zitten. Soms is het ook gewoon even goed genoeg om gewoon te bestaan. En alleen maar een beetje te breien en je eten te koken. We moeten wat mij betreft af van dat productiviteitsidee, dan kunnen we ook minder gaan werken.

Haken & breien De tweede stap is minder kosten maken. Hoe meer mensen kiezen voor een systeem zonder geld, hoe meer we dat ook kunnen bereiken. We kunnen dan producten en ervaringen uitwisselen, zonder dat dat van alles hoeft te kosten. Jij moet net als ik wel wat nummertjes op je bankrekening hebben staan, maar als jij geen geld hoeft te betalen voor je sporttraining, aardappelen, muziekles, wol, therapie, kapper, ben je ook weer meer bereid jouw diensten en vaardigheden kosteloos aan te bieden. En als we minder geld nodig hebben, hoeven we ook weer minder te werken waardoor we meer tijd hebben om dit soort dingen – zonder de tussenkomst van geld – voor elkaar te doen. Dan kunnen grote bedrijven centjes eisen, maar dan hebben wij, mensen onder elkaar, het samen geregeld.
Misschien is het de plicht van geprivilegieerde mensen, om die cirkel te doorbreken. Mensen die geen geld hóeven te verdienen aan hun tijdsinvesteringen. (Zoals ikzelf, haha).
Dus, kan je niet willen werken? Ik vind van wel, maar het systeem waarin we leven maakt het ons bijzonder moeilijk. Voel je niet schuldig als je een hekel hebt aan werk. Je bent niet waardeloos, of lui. Het is een raar systeem, dat jouw welzijn zeker niet als prioriteit heeft. Just saying.

Door Schotland reizen P.S. De foto’s zijn skills die ik beheers en waar ik jou graag in meeneem! Je hoeft maar een berichtje te sturen en we regelen ’t :)
-
Nieuwe dromen ontvouwen zich

‘Als je wilt dat er iets verandert, verander dan iets’. (If you want something to change, change something). Die uitspraak, die ik ergens in een boek las afgelopen maanden, was de extra motivatie om het dan maar zonder al te veel nadenken te doen. Een auto kopen.
Begrijp me niet verkeerd hoor, ik heb een prima leventje. Maar het voelt een beetje alsof het op pauze staat. Initieel was dat ook een beetje het idee: even een paar maanden overwinteren en dan weer naar Schotland. Dat is leuk als je dat van tevoren plant, maar als je in dat overwinterplan zit, is het minder leuk. Ik wil geld verdienen, en hoopte dat te doen met freelance klusjes via verschillende platforms. Maar eerlijk is eerlijk: ik vind het geen fuck aan en heel vaak kan ik ook geen werk vinden. Ik moet mezelf elke keer weer over die drempel trekken, terwijl: ‘ik kan het ook gewoon niét doen’. Ik heb een financiële buffer vanwege een erfenis van twee jaar geleden, dus het is niet zo dat het nu móet. Maar ik wil wel graag werken zodat ik dat spaargeld aan blijf vullen en ook blijf nadenken over wat ik wil, qua werk. Want op een dag is dat geld opeens op, en moet ik ook wat verzinnen. (En die dag zit er al snel aan te komen).
Hoewel in Nederland zijn initieel altijd fijn is – oud en vertrouwd boodschappen doen bij de appie en lekker met mijn ouders chillen – heeft het onbewust ook een negatieve impact. Ik ben gevoelig voor de sfeer en voor wat mensen om me heen doen. Iedereen werkt veel, heeft huizen en kinderen, en maakt zich nuttig. Ik ga daardoor altijd weer een beetje aan mezelf twijfelen. Ben ik lui? Ben ik dom dat ik niet iets van een goed betaalde baan kies? Moet ik gewoon toegeven dat het leven bestaat uit werken en ingewikkelde financiële dingen zoals verzekeringen en hypotheken? Kortom: moet ik eens volwassen worden?

Lekker veel wandelen in de bossen bij huis met mijn ouders Daarnaast had ik me voorgenomen in Nederland ook te doen wat ik in Schotland deed: mensen opzoeken. De afgelopen jaren had ik de neiging mezelf wat terug te trekken en die fase was ook nodig. Maar het leukste aan het leven vind ik toch wel gezelschap. Gelukkig heb ik twee hele gezellige ouders waarmee ik de feestdagen al etend, serie-kijkend, breiend en uitziekend heb doorgebracht, maar iets van meer gelijkgestemden zou me ook goed doen. Maar aangezien ik in het voorjaar ook weer vertrek, vind ik het moeilijk dat echt in gang te zetten. En hoe doe je dat dan? Tips?
Ook qua Schotland is alles nog onduidelijk en dat deed me twijfelen aan mijn droom daar (veel) heen te gaan. Ik kan er niet werken, ik kan er dus ook niet echt iets opbouwen, ik heb geen idee waar ik straks weer ga verblijven en of ik dat allemaal wel wil. Misschien beter toch naar Frankrijk, waar ik het ook heerlijk vind? Wie weet, maar ik had gelukkig al als verjaardagscadeautje de West Highland Way geboekt met mijn moeder, die gaan we in april doen!! Dus, ik ga sowieso dit jaar nog naar Schotland.
Ik kwam er eigenlijk achter dat ik wel behoefte heb aan iets stabiels, maar nog niet tevreden ben over de fase in mijn leven om me er nu in te settelen. Ik dacht na over landelijk wonen in Nederland, antikraak, of een klein stukje land in Frankrijk kopen, vet random. Aan de andere kant zie ik het ook weer niet zitten om in the middle of nowhere in mijn eentje te zitten, en maakt mijn sociale netwerk ook uit. Maargoed, die kun je overal wel weer opbouwen, hoewel dat in Frankrijk wel wat stroef schijnt te gaan.

Ziek op de bank bij pa & ma is geen straf Eén ding wat steeds terugkwam was een autootje. Want met een auto gaat er opeens weer een nieuwe wereld open, een wereld die ik nu waarschijnlijk nog niet eens overzie. Ik zou in Nederland makkelijker de randstad kunnen verlaten, en ik zou me in Schotland veel vrijer rond kunnen bewegen met meer comfort-spulletjes. Al een paar maanden had ik het er met mensen over, maar het was een besluit dat ik uitstelde tot de winter, omdat ik in november nog een maand in Schotje was.
Ik had daarvoor al wel bij een autootje gekeken, maar dat bleek een wrak. Achteraf had ik bijna spijt dat ik hem niet had gekocht, want ‘dan had ik nu een autootje gehad’. Dus blijkbaar wilde ik dit écht, hoewel ik ook niet zeker was van mijn besluit. Oké, een auto, en dan? Geen idee. Geen idee wat er zich dan weer aandient, maar ik weet sowieso mijn richting niet zo goed op het moment. Ik wil niet blijven waar ik nu zit, er moet iets veranderen. Dus moet ik iets veranderen.
Het tweede autootje waar ik keek leek er meer op. Een oud ding, uit 2001, maar niet al teveel kilometers en goed onderhouden. De verkoper was ook aardig en zorgzaam en had zelf een bedje en kastje in de auto getimmerd. Ik dacht nog even aan een gewone auto, want ik heb toch tenten waar ik in kan slapen? Maar deze Renault Kangoo, een soort gehandicaptenwagentje, is eigenlijk een gewone auto, maar dan met bijzonder veel laadruimte én dus de mogelijkheid tot een bedje. Chill toch?

Ik deed een sporencursus (online) bij René Nauta en vond hier mijn eerste dassenharen (denk ik)! Ik twijfelde, hij vroeg er €5000 euro voor. Eigenlijk vond ik het teveel voor zo’n oude auto. Maar hij reed goed en zag er redelijk goed uit. Verder kijken, naar de andere opties? Kan, maar misschien was dit het moment om niet te prefectionistisch te zijn. Tuurlijk, een auto die drie eigenaren heeft gehad ziet er gebruikt uit. Ik zal er vast iets teveel voor betalen. Er zullen wel weer allerlei dingen tegenvallen of misgaan. Er zal vast een beter exemplaar zijn. Maar het is een begin, dan is mijn zoektocht klaar en kan een nieuwe fase beginnen. Een fase van een leven met een auto. BRUUT!
Dus deed ik het na twee dagen wikken en wegen. En zo haalde ik hem vandaag nog op, en heb ik vóór de jaarwisseling nog een auto in mijn bezit! Een minicampertje, eigenlijk. HOE VET! Ik vind het doodeng en het zal wel weer allemaal problemen opleveren, maar soms moet je maar gewoon in het diepe springen, toch? Ook als je geen idee hebt of het de juiste beslissing is. En ik mag ook niet klagen, want ik betaal het van geld waar ik niet voor heb hoeven werken. Maar grote bedragen uitgeven is altijd spannend.

Jaaaaaaaaaa En nu? Ga ik mijn kamer opzeggen, waar laat ik mijn spullen? Het plan is in ieder geval om begin april naar Schotland terug te keren met de auto op de boot, dan naar het Noorden te rijden en met mijn moeder de West Highland Way dus te doen. Voor juli heb ik al een zeekayak cursus geboekt aan de westkust (omg) en ik overweeg een hele vette mandenvlechtcursus te doen die veel te duur is. Ik moet gewoon dingen plannen, want anders is zo’n grote open leegte waarin alles kan te overweldigend en verlammend en eindig ik in the middle of nowhere in mijn uppie, vet ongelukkig. Verdere plannen zijn nog een wandeltocht te doen, veel munro’s (bergtoppen) te beklimmen, en twee keer ofzo te Wwoofen (op een boerderij werken). Ik denk dat ik een half jaar aan één stuk blijf, zodat ik niet in het hoogseizoen met de hondsdure boot terug hoef.
Qua werk is het nog even de vraag. Het is moeilijk om hier iets vasts te vinden voor maar een paar maanden. Ik denk veel na over hoe ik dit in de toekomst moet doen, maar dat is lastig want ik ben nogal veeleisend. Ik háát commercie. Ik wil niet op mijn laptop werken, want dat vind ik ook stom. Iets met sociale media enzo ook niet, want dat is verslavend. Ik wil de vrijheid om naar mijn lijf te kunnen luisteren als ik niet lekker ben of meer slaap nodig heb. Ik wil geen geld verdienen met hobby’s (plus, ik ben dus tegen commercie = tegen verkopen). En ik wil eigenlijk geen diensten langer dan 5 á 6 uur, want dan ben ik daarna gewoon kapot.
Mijn droom is en was minder financieel afhankelijk te zijn (= niet passief inkomen, maar minder geld nodig te hebben), maar dat is moeilijk als je nomadisch leeft. Want als ik op één plek ben, kan ik investeren in een moestuin, in voorraden aanleggen, in vrijwilligerswerk doen voor de gemeenschap, in creatieve creaties maken, en in een netwerk van mensen die elkaar kunnen helpen. Nu ben ik toch afhankelijker van supermarkten, betaalde accommodaties en andere moderne faciliteiten.
Dus, een nieuwe droom ontvouwt zich en wellicht brengt de Kangoo me er iets dichterbij. Een stabiel, landelijk plekje, dichtbij geweldige natuur voor kampeeravonturen, dichtbij mensen maar ver van de menigte, met een tuin. Het moet wel in Schotland zijn, maar dat kan niet, dus leuke uitdaging. Genoeg manifesteren, dan maar?
Wat wil ik:
– Huisje met keuken
– Eigen voedsel kunnen verbouwen (of met een groep)
– In of bij een dorp/gemeenschap
– Landelijk, veel natuur
– Geld kunnen verdienen
– Plek die ik kan inrichten en waar ik het hele jaar kan verblijven
– Dichtbij bergen
– Ruimte voor wol en knutselDe les: als je iets verandert, veranderen er heel veel andere dingen mee. Dus je hoeft niet meteen je doel te bereiken.
Stay tuned voor coole foto’s van de inrichting van mijn nieuwe minicampertje. Ik denk dat ik volgende week al op stap ga!
Liefs en als je niks boeiends hebt bereikt dit jaar ben je nog steeds cool,
Simone
Mijn knusse kamertje, maar voor hoe lang nog? -
In een Schots dorp

Natuurlijk gaat altijd alles weer anders dan gedacht of gehoopt. Ik hoopte dat ik in het Schotse dorp Forres wat op kon bouwen, omdat ik me daar thuis voelde en de locatie prachtig is. Bossen, strand, de bergen dichtbij, een grote bulderende rivier, biologische winkeltjes en dichtbij een vliegveld en kleine stad. Niet te ver rijden van de Westkust, waar de echte Schotse bergen zijn, en lekker ver van ’the belt’, een soort equivalent van de Randstad met Glasgow, Edinburgh en nog een paar grote steden op een kluitje.
Het kamertje dat ik huur bij Marja is fantastisch. Haar huis staat vol zoutlampen, alles is van hout en de muren zijn roze en oranje. Toen ik appte hoelaat ik met de trein aan zou komen antwoordde ze ‘je bedje is al opgemaakt!’. Een warmer welkom kon ik me niet wensen.

Herfst in Forres, vanaf de weg naar Califer Viewpoint Het was natuurlijk spannend hoe het zou uitpakken, want alles wat we van elkaar wisten was gebaseerd op twee ontmoetingen die zo’n tien minuten hadden geduurd en waarop we vrienden op Facebook waren geworden (eerlijk: ik had er speciaal weer een account voor aangemaakt, want netwerk is alles als je naar een vreemde plek gaat!). Toen ik haar een berichtje stuurde of ze iemand kende bij wie ik eventueel in een kamertje kon, kon ik vrijwel gelijk bij haar terecht. Maar elkaar echt kennen deden we niet, dus dat vergde een hoop vertrouwen van haar kant!
Toch voelde het gelijk goed, van beide kanten. Ik ben wel goed in lekker m’n gang gaan en zij natuurlijk ook. Het huis is knus en ik gebruik dezelfde keuken en badkamer als zij, en dat is juist heel gezellig. Elkaar even spreken ‘in de wandelgangen’ en dan weer door met ons eigen leven. Soms krijg ik een lekker bakkie soep van haar of speel ik even met een kleinkind dat op bezoek is, en dan ga ik weer naar boven om in m’n bedje te breien en een filmpje te kijken. ’s Avonds val ik elke keer in een diepe slaap en word flink uitgerust wakker. Dit was precies wat ik nodig had in deze tijd van het jaar, in deze turbulente tijden! #dankbaar

Uitzicht voorbij Moray Firth, wellicht zelfs Ben Wyvis in de horzion? Al vrij snel kwamen Ted en ik erachter dat uit elkaar zijn, maar wel in elkaars buurt, nogal verwarrend is. Dus hoewel ik initieel nog dacht dat ik wel een leven zonder hem op kon bouwen in het dorp, besloten we toch dat het niet echt werkt om contact te houden. Dat hakte er even flink in, maar het gaf ook een duidelijke doorslag. Oké, Forres is fucking geweldig, maar het is Teds dorp en alles hier doet me aan hem denken, dus beter mijn pijlen ergens anders op richten. En tot die tijd mezelf gewoon lekker vermaken!
De eerste week was ik nog obsessed met nieuwe dingen doen en nieuwe mensen ontmoeten en contacten leggen voor de toekomst. Zo stond ik op een grijze zondagmorgen in de regen in een park te luisteren naar een praatje over hoe je motten kunt registreren in een app, omdat ik naar elk evenement wilde gaan dat een béétje in mijn interessegebied viel. Er waren zoals verwacht vooral gepensioneerden en het voelde als tijdverspilling, maar diezelfde mensen werkten in de community garden wat de drempel weer wat lager maakte om daar vrijwilligerswerk te gaan doen. Op woensdagochtend een paar uurtjes m’n handen in de aarde en vervolgens naar huis met een tas vol groenten. Geniaal!!

Overvloed aan groentjes uit de “Community Garden”. Van iedereen, voor iedereen! Je gelooft het niet, maar ik begin ook een beetje een interesse in hardlopen te ontwikkelen. Het is aanstekelijk; ik heb het idee dat elke Schot die ik ontmoet wel eens een halve marathon of meer heeft gelopen. Thuis ken ik niemand die dat doet?! Ted inspireerde me eerder al om het op te pakken door het heel laagdrempelig te maken: ga gewoon rennen, en als je ’t zat bent ga je gewoon lopen. Zo ben je ten minste in beweging, en iets meer dan bij een gewone wandeling! Ik ga het steeds leuker vinden, maar ben niet zo gedisciplineerd. En onder het mom van mensen ontmoeten, sloot ik me aan bij het hardloopgroepje op maandagavond. Ik moest een héle hoge drempel over, maar het was supertof! Nu zoek ik naar iets vergelijkbaars in NL, maar álles is betaald en lidmaatschap en blabla. Kapitalistisch VVD’landje, overal moeten we een slagje uitslaan. BAH.
Ted’s vader speelt penny whistle in Schotse samenstellingen, oftewel: een groepje muzikanten in de kroeg die Ierse en Schotse riedeltjes speelt. Echt mijn absolute droom als violist, en ik deed eerder ook al een keer mee mee met een geleende viool. Ik wil dat heel graag nog honderdduizend keer doen om alle deuntjes uit m’n koppie te leren kennen en omdat het gewoon vet gezellig is, maar na één keer besloot ik toch te kappen omdat het gek voelde geen contact te hebben met Ted (en proberen over m’n gebroken hart heen te komen) en ondertussen wel met z’n pa te chillen, haha. Een pijnlijk besluit, maar er komt vast iets anders op m’n pad. De viool heb ik nog in bruikleen, dus nu speel ik de deuntjes in m’n uppie op mijn kamertje en daar word ik ook heel blij van! (Zij het ietsje minder, want samen is altijd leuker, toch Zora?). Check hier mijn Spotify playlist met chille Schotse/Ierse folk, of hier op YouTube.

Tussendoor maak ik lange wandelingen langs de Findhorn River, of naar prachtige uitkijkpunten, kook lekkere maaltjes en brei verder aan mijn eerste trui. Ik geniet belachelijk veel van de prachtige herfst hier, de ruimte en de stilte door gebrek aan vliegtuigen. In de weekenden maak ik uitstapjes, toevallig twee keer naar Aviemore. Een paar uur met OV en dan ben je in Nationaal Park The Cairngorms, een groot berggebied. Daar ging een keer met twee meiden die ik via Instagram kende (Grounded Connections) naar een sauna aan een meer en tussendoor in datzelfde ijskoude meer dippen. Zo idyllisch! Ik wil wat meer gelijkgestemden ontmoeten hier – buitenvrouwen -, maar op de één of andere manier zijn alle vrouwen die ik spreek die bijvoorbeeld helemaal into wildzwemmen of hiken zijn, totaal geen fan van kamperen. Elke keer als ik een man spreek die dat wel is, vertelt ‘ie ook altijd dat z’n vriendin of vrouw dat niet is. HOE KAN DAT, KAMPEREN= LEVEN. Misschien is het ietwat traumatischer op te groeien met kamperen in Schotland met óf kutweer óf midges, dan in gemoedelijk Nederland met boomgaardcampings en altijd een café op fietsafstand.
Anyway, aangezien ik kampeeravonturen in Schotland voortaan zonder mijn vertrouwde gids moet doen, werd het tijd dat ik wat meer skills ontwikkelde. Ted was altijd degene die navigeerde in de bergen en de route bepaalde en ik had geen idee van de risico’s of waar je op moet letten. Ik volgde gewoon, ben ik goed in. Het voelde daarom ook extra kLoTe voortaan avonturen zonder hem te moeten doen, want ik heb hem eigenlijk ook een beetje nodig 😝 Hij weet alles van Schotland, heeft altijd goede ideeën voor weer een avontuur of een berg die we kunnen beklimmen. Dus, het werd hoog tijd dat ik dat zélf ging leren. Zo heb ik al een gedetailleerde kaart van Schotland om eens te snappen welke plaats ook alweer waar ligt, en boekte ik iets cools voor mezelf: een cursus Hill & Mountain skills!!!

Nou, het is het vetste wat ik in lange tijd heb gedaan. Het was zó interessant en uitdagend! Twee dagen vol oefenen met navigeren, met de groep de bergen in in kutweer voor een goeie leercurve, kaarten leren lezen, leren hoe je een route kunt plannen van het pad af, en het weer leren lezen. Zo zaten we op een bergtop met harde wind, allemaal helemaal doorweekt, in een ‘groupshelter’ te lunchen. Dat is een soort tentdoek zonder palen die je over de groep heentrekt waarna je allemaal tegelijk gaat zitten. Op een kluitje, maar uit de wind en regen. Schotser gaat m’n trip niet worden!
En nu voel ik me weer flink geïnspireerd. Langzaam verschuift het gevoel van ‘alles wat ik van plan was valt in duigen’ naar nieuwe plannen en ideeën waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Ik zou best in Schotland willen wonen, ik hou gewoon van alles hier. In elk gesprek dat ik weer met een andere Schot heb leer ik weer nieuwe woorden, nieuwe routes, hoe dingen werken, wat mooie plekken zijn, en ik vind het allemaal gewoon zo leuk. Ik hou van de taal, de natuur, de buitensportcultuur en de appelcider.

Emergency group shelter, oftewel: Bothy Bag. Foto van Lomo, niet van mij/deze trip. Maar als ik denk aan wat nodig is om te kunnen emigreren, word ik gewoon benauwd. Dan moet ik óf een hoogopgeleide baan vinden voor 5 dagen per week, of een peperdure master gaan doen, en beide is gewoon niet wie ik ben. Bovendien wil ik niet 5 dagen per week werken in een land waarvan ik elke uithoek wil ontdekken! Dus mijn meest recente inzicht is dat ik gewoon verdeeld over het jaar 6 maanden in Schotland en 6 maanden in Nederland verblijf. Zo kan ik mijn freelancewerk in NL voortzetten en lekker chillen met mijn vrienden en familie, en als ik in Schotje ben lekker focussen op avontuur.
Dus mijn voorlopige planning is de winter lekker werken en geld verdienen in Nederland, hier terugkeren in maart en dan Wwoofen, hikes doen, en misschien met een autootje rondtoeren. Ik heb wel ontdekt dat ik mensen nodig heb en óók dat het relatief makkelijk is mensen te ontmoeten! In twee weken Forres heb ik al zoveel nieuwe gezichten leren kennen en dingen samen met mensen gedaan! Dat geeft me hoop dat ik niet per se op 1 plek iets op hoef te bouwen om een sociaal leven te hebben. Echt een lange solo hike of fietstocht ga ik binnenkort dus denk ik niet doen, want ik wil focussen op samen. Muziek maken, bergwandelen, vrijwilligerswerk. Et cetera.
Best moeilijk te genieten van het nu met steeds al die plannen maken, maar ach, een beetje van beide dan maar. Moet wát te doen hebben in m’n vrije tijd ;)
Leuk dat je weer mee hebt gereisd 💞🏴

-
Bogs and birds

Voor de verandering reis ik eens niet met pelgrim Zora of moeder Annette, maar met mijn lieve vriendin Laura die ik nog van mijn studie antropologie in Leiden ken. Dat was helemaal toevallig zo gelopen, want ik had de boot naar Schotland in augustus al geboekt en je boekt altijd minimaal een tweepersoonscabine. Later ging ik eens rondvragen of er niet iemand mee wilde, want dan kun je de kosten weer splitten! Laura is ook dol op Schotland met haar kale bergen en rotsige kliffen en zei meteen ‘ja’. Toevallig stopte haar baan de week ervoor en had ze een ruimte tussen twee jobs om op te vullen.
Volgende keer met het vliegtuig
Zo deelde ik niet alleen de boot met Laura, maar besloten we ook samen een weekje door het land te touren nu we er toch samen zouden arriveren. Laura heeft al eens de West Highland Way gelopen dus is geen onbekende in het land, maar wilde graag het eiland Skye aan de westkust nog eens zien. Ik had Skye al twee keer aangedaan, maar eigenlijk nauwelijks. Ik was het eiland op geweest, had kutweer gehad en drukke wegen, en was er snel weer afgefietst. Three times’ a charm, hoopte ik?
Laura + Simone = te laat komen. Denk je dat ik slecht ben in de tijd in de gaten houden, dan ken je Laura nog niet. Terwijl ik op station Utrecht op haar wachtte appte ze al dat ze de trein niet zou redden. We hadden een uurtje speling ingecalculeerd, maar de bus naar de boot ging óók nog eens niet en de volgende zat vol. Vier minuten voordat de gates sloten stonden wij in de vertrekhal. Living on the edge.
Mijn theorie is nu dat hoe later je incheckt, hoe lager je op de boot een cabine krijgt. We waren blij verrast toen we zagen dat we een vierpersoon kamer mét raam hadden, in plaats van een gangkast ergens in het midden van een boot waarin het voelt alsof je geen adem kunt halen. De pret werd echter snel gedrukt toen de boot vertrok. Een keihard ronkende motor die de hele tijd aanzwelde en dat zou de hele nacht zo doorgaan.

Normaal slaap ik wel okay-ish op de boot, maar nu niet hoor. Ik sliep steeds licht in en werd dan weer wakker van het woeste gebrom. Ik dwong mezelf om wel gewoon in het donker te blijven liggen in plaats van op mijn telefoon te scrollen, dan zou ik nog brakker zijn! Laura had gelukkig wel oké geslapen en gewekt door de intercom haalden we samen een bakkie bij de coffeeshop op de boot, loerden een beetje naar Franse scholieren en Duitse toeristen en hingen toen nog een beetje op ons kamertje. Natuurlijk kwam de schoonmaker al twee keer aankloppen of we al weg waren, de meeste mensen staan namelijk al een uur voor aankomst te wachten in de hal van de boot, maar niet wij. Wij sloten natuurlijk op het allerlaatste moment achterin de rij aan.
Huilen van binnen
Met de trein naar Edinburgh en dan de bus naar Inverness. Dat was de goedkoopste plus meest praktische manier om in het Noorden te komen. We hadden een kamer in een hostel boven een biologische pizzeria geboekt die ik toevallig goed ken, want ik ging daar vaak zitten met mijn boek toen ik twee maanden in de stad rondhing. De kamer was superbasic, maar zo perfect gewoon! Lekker zachte bedjes, een waterkoker, een fijne douche en als je de trap af rolt pizza. Wat een genot. We waren verrast hoe smooth alles eigenlijk was gegaan. Alle overstappen gehaald en naar planning zaten we netjes waar we moesten zitten na een reis van ruim 31 uur! Volgende keer weer vliegen hoor 😂
Ik sliep weer slecht, opgewonden over de volgende dag en ook wat stresserig over alle tijdsschema’s. En wellicht ook weer wennen aan een nieuw bedje en slapen met iemand op een kamer. We ontbeten een góddelijk ontbijt bij een vega tentje en reden toen een góddelijke treinrit door de Schotse Hooglanden. Laura ‘huilde van binnen’ en ik was megabrak maar huilde ook van binnen. Zo’n genot die herfstige kleuren overal, kale heuvelbergen, woeste rivieren, mini-dorpjes met mini-begraafplaatsjes waar Laura graag zou willen liggen en als kers op de taart hadden we ook nog heet water en oploskoffiepoeder. Na de rit sloegen we eten in voor drie dagen bij de Coop en namen toen de bus het eiland op, rechtstreeks naar ons bunkhouse in the middle of nowhere.

“Kijk die berg ken ik! Alleen ik weet niet meer hoe hij heet” Niet-zo-onschuldige bergen
Omdat Laura en ik last-minute-people zijn, hadden we pas vorige week naar accomodatie gezocht. Skye is waarschijnlijk wel het meest toeristische plekje van Schotland én het was hier herfstvakantie, dus tel dat maar op. We waren niet te zuunig om wat geld uit te geven (slaapzalen ging ons namelijk ook te ver, hallo wij zijn ook 30), maar probeerden het wel onder de honderd euro per persoon per nacht te houden. Bizarre prijzen alsnog, maargoed, moet kunnen voor een weekje. Gelukkig vonden we een optie die maar de helft van dit maximum was én een keuken had zodat je lekker zelf kan koken. Scheelt ook weer.
We gilden zowat toen de bus ons voor de deur van het bunkhouse afzette. WAT. EEN. UITZICHT. Als je ff snelsnel boekt kijk je ook niet heel goed naar waar je eigenlijk heen gaat en dat maakt de verrassing alleen maar leuker. Het huisje stond op een groot stuk gras aan een loch met uitzicht op Bla Bheinn, een van de hogere bergen op het eiland (929 meter). Het leek mij wel tof die te gaan beklimmen, maar we moesten het allemaal maar even zien. Misschien eerst de heuvel van 570 meter die we vanaf het hostel konden bereiken, als opstartertje voor onze spieren.

Het weggetje vanaf ons hostel Later besloten we helemaal af te zien van Bla Bheinn. We hadden de lagere heuvel beklommen en prachtige uitzichten gehad op een stralende dag. We waren ontzettend klim-voldaan. De dag erna was het wat bewolkter en hing de top van de berg in een wolk. Bovendien hoorden we van de hostess dat een week geleden een Duitse man vermist is geraakt in diezelfde berg en, tot op de dag van vandaag, nog niet gevonden is.
Terwijl ik steeds met mijn verrekijker de berg in loerde, zoekend naar een blauwe jas (alsof ik hem wel kon vinden en mountain rescue na drie dagen zoeken met helikopters en hikers niet), vonden we het toch een beetje intimiderend. Als je je goed voorbereidt is zo’n berg niet zo spannend, maar ik vind het als laaglander moeilijk in te schatten en met zo’n verhaal is het ook wel prima het even te laten.

Bla Bheinn gehuld in de mist Maar wat dan doen? We zaten een beetje vast in een niemandsdorp en kwamen er – natuurlijk – pas ter plekke achter dat de bus niet ging in het weekend. We wilden eigenlijk naar Elgol, een dorp op een half uur rijden waar je zicht hebt op de brute Cuillin Ridge, een prachtige bergketen. Liften proberen? Een klein autootje stopte met voorin Sue van een jaar of 70 en Janet van in de 50.
In de auto haatte het stel lekker op het patriarchaat, noemden een man die hun nauwelijks ruimte gaf op de weg een ‘fucking dick’ en dachten dat wij studenten waren. In Elgol boekten we een boottochtje naar die mountainrange en Sue en Janet gingen ook mee. Na de boottocht boden ze ook weer aan ons naar huis te brengen. Het zat ons flink mee en Elgol was WAANZINNIG mooi met gestippelde zeehonden, zwarte pieken en een stralend zonnetje op ons gezicht.

Het hoort ook wel een beetje te regenen
Na drie nachten in het bunkhouse, waar we ’s avonds Zweedse puzzels maakten onder TL-licht en één nacht zelfs de enigen in het hele hostel waren, hadden we wel weer zin in het avontuur van een nieuwe plek. Die was op 20 minuten rijden en gelukkig kregen we een lift van andere gasten, want de bus ging nog steeds niet en de regen was niet echt een fijne uitnodiging om langs te weg te gaan staan liften.
In het dorp vonden we de ‘coffee bothy’ om de hele dag te gaan zitten breien en boekje lezen totdat we konden inchecken in ons hotel. Het was een fantastische plek, gerund door echtpaar Rich & Andrew die echt de liefste mensen van de wereld zijn. Overal hingen Palestina stickers, Rich maakte met iedereen een praatje en had appelwangetjes. Op de weinige negatieve Google Reviews (die vooral over het palestina-gebeuren gingen) zagen we later dat ze daar heel fel reageerden en afsloten met ‘hope you have the day you deserve’. Wij houden wel van lieve mensen met een beetje pit! (En de koffie en taart was goddelijk dus fair play).
Ik begon inmiddels een beetje ziekig te worden, hoewel mijn nachten nu wel oké waren. Thuis zou ik een stuk meer slapen, dus misschien dat ik toch achterliep op mijn normale uren-aantal. Een hoestje kwam op, ik had het continu bloedheet, en werd wakker met hoofdpijn. Balen, want ik had wel weer zin in een bergje! Ik besloot het alsnog te doen, boeie, dan later maar uitzieken. Laura wilde met de bus naar het Noorden van het eiland, dus gingen we ons eigen ding doen. We namen wel dezelfde (vroege!) bus waar ik halverwege uit zou stappen om aan een corbett te beginnen – een berg van tussen de 760 en 914 meter. In het halfdonker zag ik vanuit de bus Galmaig opdoemen, gehuld in wolken, terwijl de regendruppels op het raam van de bus spatten. Shit.

Hier was er nog een pad De buschauffeur vond het niet erg me aan de andere kant van de berg af te zetten (was gewoon de volgende halte, hoor), waar een andere route de berg op liep. Maar daar was ten minste ook een cafeetje, dus als het niets werd kon ik altijd daar nog zitten. Dit scheen wel de moeilijkere route te zijn, maar dat was dan maar zo. Met goede moed en paracetamol in m’n mik, begon ik aan de tocht. Na vijf minuten waren mijn schoenen al doorweekt. Het was één en al moeras en het pad verdween ook al vrij snel.
Me schuldig voelend omdat ik net nog op een bordje had gelezen dat je op de paden moest blijven vanwege unieke plantjes enzo, waadde ik door het hoge gras. Maar, dit was wel een ‘officiële route’ dus ik hoopte een beetje dat dit dan wel geoorloofd was. Na een uur ploeteren en één keer tot half mijn scheenbeen in de modder gezakt te zijn keek ik naar de berg en zag nog een enorme lengte aan moeras tussen mij en de voet van de berg. Het begon ook nog eens te regenen. Het was toen dat ik me realiseerde dat het ‘m niet ging worden en ik rechtsomkeert maakte.
Dit hoorde erbij, besefte ik. Hoewel ik erg baalde, want ik had écht zin in een berg, moest ik me afstemmen op deze omstandigheden en niet koste wat kost naar boven. Dat hoort er juist ook een beetje bij, dat je soms overgeleverd bent aan wat de dag en het weer doen. Dus ik slenterde nog wat rond in de regen tot het café open was. De volgende bus ging pas over 2,5 uur, hoopte ik, want Google Maps zei van niet. Gelukkig had ik mijn breiwerk mee en was er wifi en bestelde ik ook nog falafelballetjes dus was het goed vertoeven.
Bij de bushalte hoopte ik dat de bus zou komen en overwoog gewoon maar alvast te gaan liften. Maar tot mijn verrassing kwam er opeens een Citylink bus aan, zo’n grote die het hele land doorcrosst. Ik stapte in, betaalde het bedrag, zag een vent die ik in the coffee bothy had gezien en vroeg hoe het met hem ging en liep toen door, toen daar iemand naar mij zat te loeren.

Glamaig and me Het was Laura. Ik schreeuwde het uit ‘what the fack!’. Laura zou het waarschijnlijk laat maken, want die ging nog best ver weg en zou ook een lange wandeling maken. Dat had ze allemaal alsnog binnen die paar uurtjes gedaan, maar was ook verkleumd geraakt door de regen en toch wat eerder teruggekomen. Haar telefoon was verregent dus deed het niet meer, dus we wisten niet van elkaar hoe of wat. We omhelsden elkaar innig want we waren zo lang van elkaar gescheiden geweest! Grapje hoor.
Next stop
Onze tassen staan alweer ingepakt, dat is iets wat we blijkbaar niet last-minute doen?! Gemotiveerd door Laura, want die houdt niet van haastige ochtenden. Mijn tas is twee keer zo groot als de hare, want zit vol met 7 bollen wol, drie paar schoenen, een paar dikke truien, een dik boek en wat al niet. We hebben allebei nog een rugtas op onze buik en een tasje met boodschappen in onze hand. We sjouwen wat af.
De volgende stop is Fort William, een bekende plaats in Schotland. Daar blijven we één nachtje alvorens onze wegen zich scheiden. Laura gaat naar Edinburgh en vanuit daar met een andere vriendin verder reizen (waarom heb jij andere vrienden, Laura?) en ik ga naar Inverness en van daaruit naar het dorp waar ik drie weken in een kamertje ga zitten. Zo benieuwd wat ik daar allemaal weer ga doen en meemaken! Hopelijk in ieder geval nog een berg beklimmen, want die heb ik nog tegoed :)
Tabee makkers!

-
Alles op z’n kop

In een paar weken herfst heb ik het gevoel al een hele winter doorgemaakt te hebben. Ted en ik besloten tijdens mijn bezoek aan hem in augustus om uit elkaar te gaan en daarmee viel én mijn maatje weg én een droom in duigen. Een droom om naar Schotland te gaan, voor langere tijd, voor altijd?, en daar met hem te zijn en een avontuurlijk leven te leiden vol natuur. Nu zei ik altijd al tegen vriendinnen dat ik hoe dan ook naar Schotland zou willen, maar de plannen die we daarvoor afgelopen jaar maakten, die zouden niet meer uitkomen. Ik moest met iets nieuws komen.
Maar eerst even flink janken, een paar weken lang. En ik ben nog lang niet uitgejankt. Lekker vol die emotie door, haha. Het is best lastig, want plannen vormen zich altijd gaandeweg. Dus de plannen voor komende maanden waren het resultaat van een langer gedachteproces. En opeens valt dat dan weg en moet je iets compleet nieuws gaan bedenken in een hele korte tijd. Het is ook niet zo dat ik een lekkere routine heb die zich doorzet en avontuurlijke dingen even naar de lange baan kan schuiven, maar juist het tegenovergestelde daarvan. Ik heb geen fuck te doen en vanuit verdriet is het moeilijk te bedenken wat je dan wél wilt doen. Alles voelde stom en ik had (heb) nergens zin in.

De boot naar Schotland was al geboekt voor half oktober, dus ik heb besloten gewoon te gaan. Gelukkig was een goede vriendin ook wel te porren en gaan we de eerste tien dagen samen de hort op. Daar heb ik heel veel zin in, want we gaan weer een nieuwe plek voor mij in Schotland leren kennen: Skye! Een beroemde plek en erg toeristisch, maar ook om een reden. Waanzinnige oude rotsstructuren zijn me beloofd en die had ik overgeslagen op mijn fietstocht door Schotland. Ik ben wel even over het eiland gefietst, maar omdat de enige weg verder het eiland in een grote autoweg was vol met voorbijrazende campers en busjes had ik geen zin me daar op mijn fiets op te begeven en besloot ik door te karren naar het Noorden. En nu krijg ik een tweede kans!
Mensen zeggen me wel eens: waarom ga je niet gewoon naar Noorwegen, of naar Frankrijk? Daar mag ik namelijk gewoon werken en is het makkelijker een bestaan op te bouwen. In Schotland is dat door Brexit extreem moeilijk, maar goed, wanneer heb ik ooit een gemakkelijke keuze gemaakt in mijn leven? Haha. Ik voel me gewoon goed in Schotland en heb het verlangen daar meer tijd door te brengen. Dan hoef ik daar echt niet per se te wonen voor altijd, maar ik wil het in ieder geval geprobeerd hebben. Gewoon, kijken of het werkt met afwisselend daar zijn om te leven en hier om te werken. Kijken of ik daar van wat minder rond kan komen, leuke mensen kan ontmoeten, toffe reizen kan maken. En ondertussen gewoon heel erg te genieten van de hoeveelheid ruimte en natuur en kneuterige culturele intitiatieven.

Om mezelf wat op te vrolijken boekte ik een cursus ‘hiken in de bergen’ in een prachtig berggebied in Schotland. Lekker duur, maar iets wat ik graag wil doen om me ook onafhankelijker te voelen. Ted weet veel van bergen en de gevaren, van kaartlezen, van risico’s inschatten, en daarin leunde ik een beetje op hem. Maar ik wil nog steeds graag veel in de bergen doorbrengen en heb heel veel zin daar wat meer zelfverzekerd in te worden en wat concrete skills te leren! Een duur grapje, maar het was een break-upcadeautje voor mezelf (zeg ik tegen mezelf bij alles waar ik geld aan heb uitgegeven de afgelopen maand, lekker kapitalistische self-care smoes lol).
Terwijl ik de overige drie weken aan het uitdenken was (ik blijf een maand in Schotland) zag ik de reis helemaal niet meer zitten. Er zijn genoeg leuke dingen te doen daar, maar ik heb nu even helemaal geen zin in avontuurlijke dingen en rondtrekken en hikes doen en kamperen in de wildernis. En al helemaal niet in mijn eentje, in een land en een tijd waarin ik eigenlijk met Ted zou zijn. Dat wordt dan extra confronterend en ik weet nu al dat ik daar erg ongelukkig van ga worden. Wat ik dan zou gaan doen? Ik liep echt even vast, steeds in hostels of hotels slapen wordt ook een duur grapje!

Ik jankte nog even een paar keer, omdat het me zo leuk had geleken in het dorp te verblijven waar Ted woont en ik baalde dat dat niet door zou gaan. Ik voelde me daar gewoon thuis, ken het daar een beetje, maar heb ook nog allerlei dingen die ik daar wil ontdekken. Het idee dat ik dan op één plekje zou zitten en van daaruit dus ook kan investeren in wat sociale contacten en breiclubjes, of in weet ik veel wat, sprak me ook aan. Maar dat kon dus allemaal niet meer, waar ging ik dan heen? En toen bedacht ik me dat ik daar natuurlijk gewoon alsnog wel heen kon! Het voelt een beetje raar en ik hoop dat het mijn emotionele proces niet in de weg gaat zitten of zwaarder gaat maken, maar Ted was er helemaal oké mee en het idee daar te verblijven geeft me zoveel rust!
En toen was ik een enorme geluksvogel. Ik appte de enige vrouw die ik daar heb ontmoet en waarvan ik de contactgegevens had of ze iemand kende die misschien een kamertje wilde verhuren voor een paar weekjes. En dat wilde ze zelf wel! Nu kijk ik met smart uit naar een paar weekjes op een fijn plekje in een dorp dat ik ken, waar prachtige natuur is, waar ik koffie kan drinken in cafeetjes en waar ik mensen kan ontmoeten. En dan? Geen flauw idee, dus dat zwarte gat is er nog steeds. Weer even terug naar Nederland, en dan weer daarheen? Op een leuke boerderij werken? Ga ik mijn kamer in Soest opzeggen? Een busje kopen zodat ik wat spullen mee kan nemen en in een busje kan wonen? Of allemaal niet? Of toch naar Noorwegen, of Ierland? Beslissingen maken in het leven is zo moeilijk, potjandorie. Had ik maar gewoon een huisje-boompje-beestje ;) (Grapje natuurlijk, moet er nu even niet aan denken).

Het is ook goed hier nu weer even voor te staan. Een leven zonder concreet doel – een carrièrepad, vooral, of inderdaad een gezin – kan soms overweldigend voelen. En misschien kon ik met een relatie daarin wat gezamenlijkheid en afleiding vinden, máár, begon ik de relatie bijna als het doel of de opvulling te zien. En ik denk niet dat dat per se een goede ontwikkeling was. Tuurlijk, een partner is ook fijn zodat je niet overal alleen voor staat en samen een leven op kunt bouwen. Maar het is óók goed tegelijkertijd je eigen leven vorm te geven en betekenis te geven en dat niet allemaal aan je partner te hangen. Hoewel het wel verleidelijk is en even lekker een quick fix. Dat ik het nu weer even ‘alleen’ moet doen (je bent natuurlijk nooit echt alleen, of ben je eigenlijk juist altijd alleen?) betekent ook dat ik weer moet experimenteren en onderzoeken wat me blij maakt en hoe ik mijn leven in wil richten. Ga ik daar ooit antwoord op hebben of blijft dit een zoektocht tot het graf? Pffffff… ;)
Ik heb in ieder geval hoop op betere tijden, en door alle onzekere buien heen weet ik ook dat als ik weer veel in natuur ben, een nieuwe plek heb om te ontdekken, en iets betekenisvols kan doen voor mensen om me heen, dat ik dan weer kan zweven op het leven. Komt goed en daarna zal het weer slecht gaan, maar dáárna ook weer goed. Golven.

P.s. alle foto’s zijn van landschappen in de omgeving van de plek waar ik heen ga! Zo divers!
-
Het begint weer te kriebelen

Oh, wat is het heerlijk in Nederlandje. Ik ben zo blij met mijn kamertje, met hangen met mijn familie, met werken.
Ja, met werken, ik word daar blijkbaar best blij van. Als freelancer kun je via platforms als Temper of Youngones extra klussen aannemen, en zo kwam ik bij een schoonmaakbedrijf in de thuiszorg terecht. Ik maakte schoon bij oudjes met vieze huizen of met schone huizen en ik genoot ervan. Lekker op de fiets naar werk, beetje poetsen, beetje ouwehoeren en ’s avonds extra genieten van mijn vrije avond. Ik werd erdoor in een routine gedwongen – ’s avonds al de afwas want ’s ochtends vroeg weg, op tijd opstaan, en een doel met m’n dag.

Gewone Berenklauw zaden oogsten Vier weken kon ik aan de slag, de ene week wat meer dan de andere, en nu is mijn agenda weer leeg. Op zich geen ramp, ik weet me meestal te vermaken, maar toch verveel ik me. Het geeft echt voldoening om ergens naar toe te moeten en iets nuttigs te doen, en het is ook gewoon een leuke dagbesteding. Haha, soms denk ik: Simone, heel Nederland weet dit al, waarom doe je alsof dit nieuws is? Maar voor mij is het dat, want ik geloof dingen pas als ik ze zelf heb ervaren, haha.
Het voordeel is dat je als freelancer ook beter verdient. Ik verdien nu twintig euro per uur; dat verdien je normaal als schoonmaker niet hoor, geloof mij. (Gaat nog wel inkomstenbelasting vanaf en zou ook pensioen en dat soort geneuzel vanaf moeten). Dus in die maand heb ik ook nog even bijna duizend euro verdiend. Toch lekker! Ik heb nog een beetje een spaarbuffer (naast een groot bedrag uit een erfenis die ik opzij heb gezet voor als ik ooit wil investeren in een camperbusje, of een chaletje ergens ofzo). Maar die spaarbuffer – een paar duizend euro – is fijn. Ik voel wel dat ik weer moet werken, anders red ik het einde van het jaar niet financieel. Maar ik hoef niet vet veel te verdienen, als er maar ook steeds een beetje in blijft stromen, zodat het wat minder hard gaat allemaal.

Op pad met de fam Ik wil ook het schrijven wat meer op gaan pakken. Voor hetkanwel.nl schreef ik een paar leuke artikelen, en dat is een mooie ingang. Ik moet nog een beetje wennen aan het interviews doen, omdat wat je schrijft dan opeens ook een ander aangaat. Zijn ze er dan wel blij mee? Ik werk ook nog steeds online voor mijn zus, en doe er zo nu en dan een online opdracht bij. En zo scharrel ik mijn geld een beetje bij elkaar. Precies hoe ik het altijd voor me zag: als een soort landloper zien wat er te werken valt en daarop inspelen. Dat ik het dan ook nog leuk vind, is extra chill.
Toen ik thuis kwam was ik zo blij alles weer te kennen hier, en met name de planten. Ik hou natuurlijk erg van wildplukken, maar in Canada kende ik niet zoveel, plus weet ik ook niet wat de hotspots zijn. De eerste weken weer hier was ik helemaal hyper van alles wat er groeide. Het was begin juli en ik heb zoveel geplukt! Allerlei bloemen om te drogen, de eerste kersenpruimen van een random boom in mijn wijk, bosbessen om jam mee te maken (gewoon inkoken zonder iets aan toe te voegen), en op een digitale kaart de plekken gepind waar planten groeien die ik in een ander seizoen wil oogsten. Ik zit nu te wachten op de meidoorn, waar de bessen al flink rood van worden, ik wil daar eens ketchup van maken. De sleedoorn zie ik ook al hangen, maar ik moet wachten tot het gaat vriezen eer ik die kan plukken. Ik wil deze herfst dolgraag eikeltjesmeel maken en meel van tamme kastanje, dus goeie plekken om die te oogsten pin ik ook.

Bosbessen oogsten – met mate! (Moet ook wel anders duurt het eeuwen, haha) Van biologische appels bewaarde ik de schillen en klokhuizen in de diepvries en zette die op een pot met water met een katoenen doek eroverheen. Dat zou binnen een paar weken appelazijn moeten worden, hartstikke leuk. Zie hier de video met uitleg van ‘Uit Ninons Tuin’. Ik sjouw hem trouw uit mijn kamer mee naar andere plekken waar ik slaap, zodat ik hem regelmatig kan roeren. Nu pas ik tien dagen op het huis van mijn broer en ook hier pronkt hij weer op het aanrecht. Het stelt niet veel voor, een flinke-jamppotformaat, maar ik vind het gewoon zo cool om te begrijpen waar de dingen vandaan komen die we consumeren in het alledaagse leven!
Zo ben ik ook ooit geïnteresseerd geraakt in textiel: hoe wordt kleding in vredesnaam allemaal gemaakt? Ik las laatst ‘ergens’ (dus geen idee hoe onderbouwd het is) dat heel veel kleding helemaal niet machinaal gemaakt kan worden en dus echt door mensen wordt gemaakt. Een simpel t-shirt: de stof is misschien machinaal gewoven/gebreid, maar het t-shirt in elkaar zetten moet echt iemand met de hand achter een naaimachine doen. Haken: daar bestaat ook nog geen machine voor. Pailletten moeten er blijkbaar allemaal met de hand op genaaid worden. Jemig. Ik deed al aan sokken stoppen en sokken breien, maar het was tijd voor een nieuwe stap: een trui leren breien. Ik deed onderzoek naar ethische wol, want wol spinnen dat gaat me nog net effe een stap te ver, haha. Komt nog. Ik kocht Nederlandse bol wol van een kilo die in België gewassen en in Duitsland gesponnen is en ben nu een ‘proeftrui’ aan het breien voor mijn neefje die in de winter 2 zal zijn. Hier is het patroon, het is eigenlijk heel simpel als je kunt breien!

Een kilo wol Nu ik op mijn broers huis pas, kak ik wel weer een beetje in. Een prachtig groot huis naast een groen park, maar geen werk op de planning en nog ruim twee weken tot Schotland. Ik kan inmiddels niet meer wachten. Ik heb zin om Ted te zien, en ook ontzettend veel zin in Schotse vibes. Regen, wind, kliffen, haardvuur: count me in (dat begint dus te kriebelen, voor wie zich afvroeg waar de titel op sloeg). Ik ben echt geen zomermens, haha! Ik ga eind deze maand lekker tien dagen naar hem toe, dit keer met het vliegtuig. Het is echt ongelofelijk hoe gemakkelijk die reis zal zijn, eind van de ochtend vertrek ik uit huis, eind van de middag zit ik bij hem op de bank. Terwijl dat met de boot zo’n… anderhalve dag zou duren.
Ik ben er niet trots op, want ik heb al best vaak gevlogen de afgelopen tijd (Canada, Frankrijk), maar het is wel een bewuste keuze. Ik denk namelijk dat er wel grotere vooruitgang geboekt kan worden dan individuen verbieden te vliegen om hun familie/geliefden te zien, of om een fijne reis te maken. En ik vind het ook stom dat heel veel mensen veel vliegen zonder erbij na te denken en dat ik dat dan niet zou kunnen doen om mijn vriend te bezoeken (flauwe reden, maar toch). In oktober ga ik een maand naar Ted en de boot is al geboekt, voor de langere tijden is dat echt een goede optie, maar ik ben de boot ook wel zat hahaha. Vooral de reis met trein en bus erna. En ik wil ook nog een keer helemaal met de trein, wellicht in de winter.
En zo kabbelt het leven lekker voort, ik vind het heerlijk. Hoewel ik het eigenlijk bloedheet vind in Nederland, is de zomer wel echt het moment dat ik hier wil zijn. Een visum in het Verenigd Koninkrijk zit er voorlopig nog niet in, dus ik kan daar niet werken en maar zes maanden per jaar verblijven. Maar ik heb al veel leuke ideeën voor daar: leuke wandeltochten, kamperen, vrijwilligerswerk doen, online werken, et cetera. Ik hou erg van thuis, hier zijn, en mijn fijne kamer blijf ik voorlopig ook nog wel huren. Maar ik hou ook van Schotland en heb zin daar een leven op te bouwen: een netwerk, activiteiten, een plekje voor mezelf. Dat gaat nog wel een uitdaging worden, denk ik.
ZO EXCITING. Ik hou erg van mijn leven. Lekker rommelig, lekker random. Met zo nu en dan een breakdown om het allemaal te verwerken, dat wel, haha.

Natuurlijk werd er ook nog gekampeerd met medezwerverheks, -
Daar waar de rivierkreeften sterven

Als ik avonturen onderneem heb ik een – weliswaar vage – regel. Niet teveel uitdagingen tegelijk, want dan wordt het te heftig. Wat teveel dan precies is weet alleen ik, in het moment. En uitdaging, dat zou ik krijgen..
De uitdagingen op deze tocht waren de omgeving vol met grote roofdieren (zwarte beer, cougar, wolf); voor vijf dagen voedsel mee; in mijn eentje wildkamperen; en dit allemaal al menstruerende. Daarom besloot ik niet óók nog een hele zware route te doen qua hoogtemeters, niet te lang weg te gaan en ook niet een route in the middle of nowhere, waar ik niet halverwege zou kunnen besluiten ermee te kappen. Gelukkig was het ook moeilijk goed weer, dus had ik ook niet de uitdaging van regen en kou. Sterker nog, ik nam niet eens een trui mee!
Ik had ook even heel veel zin in een avontuur in mijn eentje. Hoewel wandelen met Ted fantastisch is, geeft een solotocht een heel ander soort kick. Je moet het dan écht zelf doen, maar het voordeel is dat je ook zelf alles bepaalt. Wanneer je stopt, wat je eet en hoe laat je slaapt. We hadden allebei ook nog niet helemaal het gevoel geland te zijn op het eiland, zelfs na vier weken voelde het voor ons beide nog surreëel aan. Ted zei al: “als je in je eentje bent beleef je alles veel intenser”. True story. Dus deden we dat.

Ik had al een week van tevoren een paklijst gemaakt, want ik had er veel zin in. Voor de route koos ik het eerste en meest zuidelijke deel (80km) van een tocht die over het hele eiland loopt, 800km lang. Hoe meer je naar het Noorden gaat, hoe afgelegener het wordt. Dat leek Ted juist weer fantastisch, dus die pakte allerlei bussen om de ruige wildernis te bereiken. Ik werd gewoon afgezet door mijn zus nadat we nog uitgebreid lunchten in een veel te chique café. Hebben we van onze moeder, die houdt ook zo van cafeetjes, vooral tijdens wandeltochten!
ZondagHet werd al snel duidelijk dat ik het pad deelde met fietsers en dat mijn hele route eigenlijk ook een fietspad was, hoewel er maar weinig volk was. De eerste fietser die mij tegemoet kwam schreeuwde waarschuwend: “bear in ten kilometers!” en nadat hij me al gepasseerd was: “or maybe five!”. Of het nou vijf of tien was, eer ik daar zou zijn was die beer daar echt niet meer. Maar het zette me wel op scherp en ik begon hard te zingen.

Toen mijn inspiratie op was pakte ik het Lord of the Rings boekje erbij die ik die week ervoor nog gescoord had in een lokale kringloop en ging hardop de gedichten voorlezen. Het was wel toepasselijk, want ik voelde me constant zo gelukszalig van de onbekendheid van wat er ging komen. Wat ligt er achter die bocht? Waar slaap ik vanavond? Wat ga ik allemaal zien? Hoe gaat het pad zijn?
A Walking Song
Upon the hearth the fire is red
Beneath the roof there is a bed
But not yet weary are our feet
Still round the corner we may meet
A sudden tree or standing stone
That none have seen but we alone
Tree and flower and leaf and grass,
Let them pass, let them pass!
Hill and water under sky
Pass them by, pass them by!
Still round the corner there may wait
A new road or a secret gate
And though we pass them by today
Tomorrow we make come this way
And take the hidden paths that run
Towards the moon and to the sun
Apple, thorn and nut and sloe
Let them go, let them go!
Sand and stone and pool and dell
Fare you well, fare you well!
Home is behind, the world ahead
And there are many paths to tread
Through shadows to the edge of night
Until the stars are all alight
Then world behind and home ahead
We’ll wander back to home and bed
Mist and twilight, cloud and shade
Away shall fade, away shall fade!
Fire and lamp, and meat and bread
And then to bed, and then to bed!-Tolkien

Het was gloeiend heet en er waren toch wat heuveltjes. Ik boos, de route zou toch plat zijn?! (De dagen erna geen heuvel meer gezien, wees gerust). Ik vond gelukkig een goede stok in de berm om een beetje op te kunnen leunen. Steeds keek ik om me heen op zoek naar beren. Zou hij hier dan hebben gezeten? Zit ‘ie er nog?
Het was al kilometers lang een dorre bende, en beekjes die op de kaart aangegeven stonden waren allemaal opgedroogd. Ik zette in op nog een laatste zes kilometer doorbeuken tot het volgende riviertje op de kaart en dat was de hemel. Een groot donker bos met een frisse, snelstromende rivier met een mooi bruggetje. Het was al zeven uur toen ik aankwam en ik was erg moe, maar er moet nog zoveel gebeuren voordat je naar bed kan. Me wassen in de rivier, avondeten maken en eten, tentplek zoeken en tent opzetten, douglas theetje drinken, en een belangrijke hier: je eten in de boom hangen tegen de beren. Dat is nogal een vak apart (moet echt aan een tak niet te dicht bij de stam en hoog genoeg, beren zijn goeie klimmers), maar warempel ging het die eerste avond goed.Ik was hondsmoe toen ik in de tent lag – alleen de binnentent wel te verstaan. Het is zo’n mooi koepeltje van muggengaas en het bos was zo prachtig en het weer zo goed, dus leek me dat een prima idee. Maar toen ik in de tent lag voelde ik me kwetsbaar. Drie fietsende Amerikaanse mannen kampeerden ook vlakbij in hun hangmatten, dat stelde me gerust. Maar ik Googelde toch even. Op Reddit had iemand het erover dat je zelfs prima zonder tent kan slapen, die dieren laten je wel met rust. En als je toch paranoïde wordt, moet je gewoon wiet roken of een podcast opzetten. Het idee dat het irreële angst was stelde me gerust. Toch sliep ik slecht, want ik had opeens last van enorme kiespijn (random?!)

Maandag
Ik werd brak wakker, maar was meteen ontzettend blij met het leven nu ik zo omgeven was door prachtig bos. Fluitend vervolgde ik de route. Het werd alleen maar platter en platter en ik zou een heel lang stuk rechtdoor af moeten leggen helemaal langs een meer. Dat meer daar zag je niks van, maar ik week even af van de route en nam een duik. Zalig! Wat een leven!
’s Avonds kon ik maar geen mooi plekje vinden langs dit lange fietspad dus ik liep maar door en door, en kampeerde uiteindelijk dichtbij de bewoonde wereld. Slapen in alleen de binnentent voelde al vertrouwder, het is zo fijn de wereld om je heen te kunnen zien en naar de sterren te kunnen kijken! Maar toch voelt het ook als een veilig huisje doordat er nog een doek tussen jou en de buitenwereld zit. Ik kreeg alsnog wel een hartaanval bij elk geluidje, maar ik heb geleerd daarmee te leven. En er vloog ook nog een drone over, waardoor ik allerlei visioenen kreeg over mannen die me gingen pakken, maar het leek me ook onwaarschijnlijk dus liet ik ook die angst weer varen.
De kiespijn was echter geëscaleerd tot niveau ‘niet-te-harden’ en ik was wanhopig. Ik zat 8 kilometer van een stadje af, toch maar langs de tandarts? Moest ik het avontuur dan nu al afbreken? Het ging net zo lekker! Gelukkig had ik bereik en kon ik appen en insta’en ter afleiding.

Dinsdag
Ik liep over de hete, geasfalteerde weg en stak mijn duim op bij de enkele auto die voorbijreed. Een oud exemplaar stopte, achter het stuur zat een wiet-rokende man en op de passagiersstoel een chihuahua. Hij wees me onderweg de First Nations (oorspronkelijke bewoners van Amerika) settlements aan, de tribe in dit gebied (of eigenlijk meerdere tribes) is de grootste eenheid van heel Brits-Columbia! In het stadje zag ik inderdaad ook veel First Nations, en ik merkte bij mezelf dat ik ze bijna als een soort beroemdheden zag. Dé First Nations, wow, cool, ik wil ‘ze’ zien. Het is en blijft wel een aparte situatie (zacht uitgedrukt). De settlements zien er armoedig uit en er is een enorm hoog gehalte aan verslaving onder First Nations. Ze lijden nog steeds hard onder de uitroeiing onder hen, maar langzaam krijgen ze weer meer rechten en erkenning, en ook hun stukken grond terug. Langzaam. Het gedeelte waar ik liep – en nog veel groter dan dat, behoort ook tot hun traditionele territorium:
“Our traditional territory is the geographic area occupied by our ancestors for community, social, economic, and spiritual purposes. We have never given up title on this land, nor have we ever been compensated for it”.
– cowichantribes.comDe tandarts zei dat ik thuis mijn kies moest laten trekken en nu aan de antibiotica kon zodat de pijn van de infectie zou zakken. Dus ik weer terug de route op, ik was allang blij dat ik geen acute wortelkanaalbehandeling hoefde en de rest van de tijd bij mijn zus op de bank zou moeten liggen.
Parallel aan het fietspad liep nu een wandelpad door een prachtig jungle-achtig bos, die helemaal meeboog met de bochten van de rivier. Er was geen mens te zien en ik gokte zo dat er een hoop wildlife was. Ik nam een duik in de rivier vanaf een mooi strandje en voelde me de koningin des levens, hier, omgeven door bos en wild en rivier en zon.

In mijn blote borsten lag ik te zonnebaden toen een vrouw op het pad naar me riep. “A cougar in the river, less than a kilometer from here! I got scared and turned around!”. Shit. De adrenaline gierde door me heen. De cougar, ook wel ‘mountain lion’ genoemd en basically gewoon een puma, is een sterk en groot wild dier. Een reuzenkat. Ze vallen nauwelijks mensen aan, maar er zijn hele specifieke richtlijnen voor wat je moet doen als je ze tegenkomt. Niét wegrennen of -lopen. Wachten tot de cougar weggaat, je groot maken en roepen.
Ik droogde me traag af en bleef om me heen kijken. Kwam hij hier naartoe zwemmen? Liep hij nu boven me op het pad? Ging ik ook terug? Terug was 1,5 kilometer tot het fietspad. Verder was drie kilometer tot het fietspad. Het leek me dom, maar ook slim. Ik moest hier ergens vanavond ook wildkamperen. Als ik nu besloot bang te zijn voor de cougar, hoe ging ik dan in ’s hemelsnaam hier in de tent liggen? Nee, bedacht ik. Die cougar is hier, dat wist ik. Hij ontwijkt mensen graag. Ik ga door. En als ik sterf, was het op een mooie manier (en ja, ik heb toen een filmpje voor nabestaanden opgenomen HAHA). Ik stopte twee stenen in mijn zak en liep luidkeels zingend (ik herhaal: luidkeels) door. In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight.

Ruim een kilometer verder liep een ouder echtpaar me tegemoet. Ik was inmiddels kapot moe van de adrenaline en het harde zingen en blij met de vertrouwde vertoning van mijn eigen soort. Ze hadden de cougar niet gezien, maar, zeiden ze, ik moest me geen zorgen maken omdat die beesten zich gewoon met zichzelf bemoeien en ons mensen niet zo boeiend vinden. Dat ik maar heel veel wilde dieren zou mogen zien en of ik, net als mijn zus, niet ook op het eiland kwam wonen. Ze waren zo lief en rustig, dat ik spijt had van mijn luide gezang en daarmee een kans op het zien van de cougar gemist had.
Ontzettend moe van de dag vond ik aan het einde van een zijpaadje een beschutte zijloper van de rivier. Het was er een beetje donker, maar wel uit het zicht van de grote rivier en het hoofdpad en toch ook wat opener dan in het wilde bos zelf. En kamperen bij water is toch wel echt bijzonder handig. Ik waadde op mijn nep-crocs door de rivier op zoek naar een overhangende tak om mijn zakken met eten aan op te hangen, en zag op een plekje waar het water minder hard stroomde allemaal rivierkreefjes om m’n voeten lopen. Ik vond het een beetje griezelig maar ook wel lief; het is gewoon weer iets waar ik aan moet wennen. Aan de kant zag ik allemaal kreeftenpootjes liggen met daarachter een soort wild paadje. Brrr, vast een geliefd plekje van de beer of wie dan ook voor een hapje.

Zie tasje met eten ver weg rechts Het stromende water was een kalmerend geluid, maar ik hoorde er ’s avonds ook van alles in. Mensenstemmen en plonzende beren bijvoorbeeld, maar dan kalmeerde ik mezelf weer met dat áls die er inderdaad waren ze mij wel met rust zouden laten (dat er mensen zouden zijn in de schemer leek me onwaarschijnlijk). Ik sliep desalniettemin slecht door de stekende pijn in mijn gebit en keek om het uur op de klok.
Wildkamperen is prachtig en ik ga het alleen maar prachtiger vinden. Maar ik ben ook altijd blij als het weer ochtend is, de zon weer op is en er niks engs meer kan gebeuren. Ik denk dat dat met de ervaring wel minder zal worden, omdat het vooral in mijn hoofd zit. De natuur, met nieuwe geluiden en nieuwe dieren, is gewoon wennen en de risico-inschatting is door gebrek aan ervaring dan een beetje overdreven. Ik denk dat veel van ons de wilde natuur eng vinden, omdat we het gewoon niet kennen, of te weinig zien.

Exposure kan een goede therapie zijn voor angst (als die angst niet té erg is, denk ik) en dat is hier in Canada net zo. Maar ook met wildkamperen over het algemeen. Het vaak doen en leren dat het veilig is, maakt het steeds makkelijker. En onvergetelijk, want hoe machtig is het om wakker te worden in een groot bos naast een stromende rivier, met het bewustzijn dat er ieder moment een beer of cougar kan verschijnen?! Het is een geheel nieuw niveau aan natuurbeleving voor mij, en ik merk dat het nu al verslavend is. Ik wil meer: hier de hele tijd zijn, nog meer spannende bijna-ontmoetingen of helemaal-ontmoetingen met dieren hebben, nog meer bange avonden die overgaan in blije ochtenden.
Woensdag
De volgende dag deed ik rustig aan, de moeheid stapelde zich nu een beetje op. Ik nam vele pauzes op prachtige plekjes: in een zacht mosbed; op een klif boven de rivier; en op een strandje bij de rivier om te kunnen zwemmen. Het leek me slim om daar alvast eten te koken en af te wassen, zodat ik voor mijn kampeerplek niet afhankelijk was van water. Ik vond ’s avonds een prima plek, niet zo boeiend, en zette ook eens de buitentent op. Het voelde wat beschutter en in combinatie met een zware ibuprofen hoopte ik op een goede nachtrust.

De volgende dag zou ik al snel het eindpunt halen en daar keek ik ook wel naar uit (en naar de koffie die ik daar zou gaan drinken). De verslaving van het wildkamperen en het méér willen werd nu een beetje overruled door moeheid. Steeds die tas ophangen tegen beren, steeds bang dat er een voor je neus staat, steeds bij elk geluidje opschrikken. Ik had ook wel weer zin in kamperen in de tuin van mijn zus (waar ook beren lopen, maar dat voelt toch anders).
Heel in de verte hoorde ik de snelweg al, en dat irriteerde me. Niet omdat het nou zo’n hard geluid was, maar ten teken dat hier mensen waren. Maar de aanwezigheid van volk was juist waarom ik de route had uitgekozen en ik besefte: mensen zijn óók onderdeel van het landschap. In een museum las ik hoe we vaak een romantisch beeld hebben van hoe de First Nations leefden met de natuur, maar dat ook zij grote dorpen bouwden, aan akkerbouw deden, stukken bos afbrandden om meerdere redenen en een infrastructuur hadden. Maar ze dachten aan de duurzaamheid ervan zodat toekomstige generaties ook verzekerd waren van een goed leven. Ze respecteerden andere levende wezens omdat ze wisten dat ze er afhankelijk van waren. Maar als ik nu geluid van menselijke beschaving hoor, denk ik alleen maar aan destructie. Aan dat het tegenover natuur, wildernis en leven staat, en daarmee haat ik mensen altijd een beetje (soms zo erg dat ik mezelf haat en wat ik de aarde ‘kost’). Maar het is niet per se mens eigen om zo te zijn, en met die positieve gedachte viel ik in een diepe slaap.

Donderdag
Afscheid nemen van het bos, ik wilde het nog niet. Maar ik was ook slap van de ibuprofen tegen mijn menstruatiekrampen en keek uit naar de koffie in het dorp. Ik sleepte mezelf erheen en werd niet teleurgesteld: heerlijke koffie en een diepe bank om mijn LOTR boek in verder te lezen.
Ik overwoog om de halve route weer terug te lopen, maar was ook bang dat ik het daarmee zou verpesten. Nog genoeg mooie wandelingen te maken op dit eiland en ik zou er echt nog wel tijd voor hebben. In afwachting van de bus bestelde ik nog een bakkie en vroeg voor de zekerheid aan de koffiedame of de bus ging. Surprise: it didn’t. Mijn zus zou me in de volgende stad op komen halen, en die was al vertrokken, dus ik moest er toch echt heen!
Gelukkig bedacht ze zich ineens dat haar man die middag erheen zou rijden en regelde ze een lift voor me. In de auto had ik het met die man over cougars en hij vertelde me dat boswerkers soms ogen op de achterkant van hun helm schilderden, omdat cougars vaak van achter aanvallen. Hij zei dat er wel degelijk mensen zijn aangevallen door die beesten en je niet voorzichtig genoeg kan zijn. Misschien was het dus toch niet verkeerd dat ik me luidruchtig door het bos had verplaatst? In ieder geval leefde ik nog en zou ik snel weer herenigd zijn met zus en nichtje <3
xxxxxxx

-
Alleen tussen de beren

Gister zagen we een beer. We waren nietsvermoedend door het bos aan het fietsen toen een wielrenner die ons vijf minuten daarvoor ingehaald had, ons weer tegemoet fietste. Hij stak zijn hand op ten teken dat we moesten stoppen. ‘Een enorme zwarte beer op het fietspad verderop, hij loopt deze kant op’. We keken elkaar aan: gaan we erheen fietsen om hem te zien of is dat heel dom? We besloten dat het dom was en het tóch te doen.
De volgende vraag die we onszelf stelden was of we geluid zouden maken zodat de beer ons aan zou horen komen – met het risico dat hij de bosjes in zou vluchten voor we hem te zien zouden krijgen. Beren, en met name zwarte beren, zijn niet echt agressief. Ze zijn vooral schuw en zullen je altijd proberen te ontwijken. Meestal, als een beer jou opmerkt, maakt ‘ie dat ie wegkomt. Maar als hij geen vluchtroute ziet of zich bedreigd voelt, is er een kans dat hij je te grazen neemt. Of je dat overleeft is de vraag. Dus we besloten liedjes te zingen zodat we hem niet zouden verrassen. Toen zag ik hem, daar, vijftig meter verderop. Hij zag mij ook en schoot de bosjes in, nog voordat Ted hem te zien kreeg.

Nog geen kilometer hiervandaan zagen we ‘m Het is nu de tweede keer dat ik een zwarte beer hier in Canada zie en je wordt een stuk geruster als je hem een keer ziet. Ze zijn heel fluffy, niet heel groot, en de gedachte dat ze vooral bramen en blaadjes eten draagt bij aan het cute-gehalte. Dus dat ik volgende week in mijn eentje door de Canadese wildernis ga backpacken, vind ik wat dat betreft niet zo spannend. Maar ‘s nachts, als ik met Ted in de tent lig en geluiden hoor, wordt het opeens veel spannender. Want er zijn ook nog de cougars (puma’s) en zowel die als een zwarte beer hoef ik niet in het donker tegen te komen, bedankt. Hoewel Ted me waarschijnlijk niet kan redden uit de armen van zo’n beest, voelt het toch een stukje fijner samen.
Maar ik wil ook weer even alleen op pad. We zijn twee maanden op Vancouver Island, een eiland aan de westkust van Canada, om mijn zus te bezoeken die hier woont. We doen veel samen, maar Ted wil een heftige hike doen in de bergen ver in het Noorden van het eiland, en ik vind dat net even te veel. Dus ik ga een gemoedelijke tocht doen in het Zuiden, dichter bij de bewoonde wereld en véél platter. En een solo-tocht voorbereiden, daar word ik altijd zo blij van!

Het begint met de paklijst. Zeven dagen geen voedselvoorzieningen, wat gaat er dan allemaal mee zonder dat het tonnen geld kost en kilo’s weegt? Havermout, noten, snickers, oploskoffie, boter voor de vetten, beef jerky voor de eiwitten, gedroogde aardappelpureepoeder, blikjes vette vis, misschien van die gore gedroogde pasta’s uit de supermarkt. Je wilt vooral veel calorieën, eiwitten en vetten binnenkrijgen, gezond is niet echt een prioriteit. Het valt me altijd weer op hoeveel een mens eet op een dag. Zeven dagen aan eten is zó veel!
Qua kleding wil ik ook minimaal gaan, maar ga ik slapen in mijn wandelbroek of neem ik toch een extra pyjamabroek mee? En mijn dikke fleecevest die zwaar is, of ga ik gewoon in mijn slaapzak liggen als het koud is? Ik zal ook weinig bereik hebben, dus ik neem een klein boekje mee en mijn breiwerk. Wat ik waarschijnlijk beide niet ga gebruiken, want als ik me verveel heb ik nergens zin in. Omdat mijn wandeltocht vooral in het bos gaat zijn, laat ik tenslotte met pijn in mijn hart mijn verrekijker bij mijn zus liggen. Scheelt een hoop gewicht.

Er is zo ontzettend veel te doen op Vancouver Island, maar wij houden van natuur en hebben dus gekozen om vooral hikes te doen. Daarnaast hebben we net twee weken op een boerderij afgerond, waar we woonden en aten in ruil voor onze arbeid. Dat was supertof, maar we waren ook blij toen we weer vrije vogeltjes waren!
We hebben een toffe hike in het bos gedaan van vier dagen langs allemaal hutten, waar we al die dagen maar één mens tegenkwamen (en dus die andere beer). En nadat we allebei onze hike van zeven á tien dagen erop hebben zitten, ben ik jarig en gaan we dat vieren met een boottocht om walvissen te spotten. Het leven valt hier niet tegen. Maar na deze tocht moeten we allebei weer naar ons eigen landje om geld te verdienen en onze lieve vrienden en familie weer te zien, en weten we niet wanneer we weer samen zullen komen. Daar proberen we nog even niet over na te denken (of moeten we dat juist wel doen? lol) en te genieten van alles hier!

Bosmaaieren op de boerderij Liefs!!