• Hoe wordt boter gemaakt?

    Hoe wordt boter gemaakt?

    Ik wil graag begrijpen hoe dingen gemaakt worden en in elkaar zitten. In het kader van zelfvoorzienendheid, maar ook om gezonde keuzes te maken. Want wat neem ik liever: yoghurt, of melk? Halfvol of vol? Houdbaar of rauw? Crème fraîche of slagroom? Jonge kaas of oude kaas? Weet jij hoe het zit?

    De info die hier volgt is van een paar dagen een beetje inlezen en filmpjes kijken, dus realiseer je dat dit oppervlakkig is. Ik begrijp het ook nog niet helemaal, en ik ga het vast met de tijd aanvullen of verbeteren. Laat vooral weten als je verbeteringen ziet of toevoegingen hebt!

    De basics
    Allereerst: je hebt rauwe melk, gepasteuriseerde melk, en gesteriliseerde melk. De eerste komt direct van de koe zonder enige bewerking. De tweede, gepasteuriseerde melk, is de verse melk die je in de supermarkt in de koeling vindt. Dit is rauwe melk verhit tot 72 graden zodat een deel van de bacteriën gedood wordt. Gesteriliseerde melk is verhit boven de 100 graden en daarom zijn er nog veel meer bacteriën gedood en is de melk veel langer houdbaar. Dit is dan ook de houdbare melk in de gewone schappen.

    Fermenteren in het zeer kort
    Bronnen zeggen: bij het doden van slechte bacteriën, vermoord je ook de goede. Sommigen drinken daarom rauwe melk, maar niet iedereen is hier enthousiast over. Een alternatief is dan de melk fermenteren. Fermenteren kun je doen met bacteriën, gisten, of schimmels. Deze zetten bepaalde onderdelen van het voedingsmiddel om in andere stoffen, haha. Ik snap nog niet zo heel goed wat fermenteren nou écht is.

    Bij melk gebruik je in ieder geval melkzuurbacteriën, en afhankelijk van welke bacteriecultuur je gebruikt krijg je karnemelk, kefir, yoghurt, of andere gefermenteerde melkproducten. Keuringsdienst van Waarde zegt dit erover: “Ze conserveren de melk omdat deze bacteriën andere gevaarlijke bacteriën geen kans geven te groeien”.

    Grappig genoeg kun je dus ook gewoon yoghurt maken door een beetje yoghurt (waar de melkzuurbacteriën al inzitten) aan melk toe te voegen en dat op een warmere plek te laten staan. Die bacteriën zetten de melk dan weer om in yoghurt! Hoe dat precies moet, moet je maar even zelf opzoeken, ik ben hier vooral voor de achtergrondkennis ;) Maar hetzelfde geldt voor kefir en karnemelk.

    Homogeniseren
    Dan heb je ook nog het homogeniseren van melk. Het ‘homogeen maken’, oftewel, dat het een mooie egale vloeistof wordt. Als je rauwe melk laat staan, drijft het vet naar boven en krijg je er een roomlaag op. Die room wordt gebruikt voor het maken van alle roomsoorten (zure room, crème fraîche, slagroom, kookroom, etc) en boter. Ook bij gepasteuriseerde en gesteriliseerde melk zou het vet naar boven drijven als het niet werd gehomogeniseerd. De melk wordt dan door een zeef geperst waardoor de vetdeeltjes verkleind worden en zich verspreiden over de vloeistof in plaats van naar boven te drijven. Biodynamische melk (demeter keurmerk) homogeniseert de melk niet, je kunt dan gewoon even schudden voor gebruik.

    Als je dus zelf boter of crème fraîche wilt maken, kun je het beste rauwe melk kopen, omdat deze niet gehomogeniseerd is. Je krijgt dan vanzelf een roomlaag die je eraf kunt scheppen en verder kunt verwerken. Je kunt ook gewoon direct room kopen, zoals slagroom.

    Boter maken
    Ik vind deze filmpjes (er is ook een deel 2) heel leerzaam over het proces van melk & kaas maken. Hier doet een Nederlands koppel dat in Zweden woont het op kleine schaal, waardoor je goed kan volgen wat er precies gebeurt. Ik probeer het hier stap voor stap uiteen te zetten:

    • De rauwe melk (dus direct van de koe zonder bewerking) heeft in hun filmpje iets minder dan 48 uur gestaan en daarmee is er een roomlaag bovenop gekomen. Deze scheppen ze eraf, dat heet afromen.
    Het vetpercentage van de room die naar bovendrijft kan verschillen. Vaak in de winter is het vetpercentage lager (omdat de koeien andere voeding eten).

    Online lees ik dat de meeste boeren aangeven een vetpercentage van 35% te hebben voor hun room. Je mag dit slagroom noemen als het minimaal 30% vet bevat. Door dit hoge vetgehalte is het goed opklopbaar, vandaar de naam. Hoe hoger het vetpercentage, hoe minder het ook gaat schiften bij verhitting. Slagroom kan dus ook als kookroom worden gebruikt, als je het maar niet tot 100 graden laat komen (liefst max 85).

    Even een snelle blik op websites van supermarkten en ik zie dat de verse slagroom daar gepasteuriseerd is. We weten inmiddels wat dat is!
    • De afgeschepte room doen ze in een dichte beker en schudden ze zo’n 10 tot 15 minuten met de hand, maar dit kan ook met een klopper. Het wordt dan vanzelf boter! Dit heet karnen.
    In fabrieken wordt de melk vóór het karnen gepasteuriseerd of gesteriliseerd en worden aan het eind nog melkzuurbacteriën toegevoegd voor een rijkere smaak. ‘Thuis’ kan je de rauwe room eerst laten verzuren door het even te laten staan, hoeft niet per se.

    Gepasteuriseerde melk moet je niet buiten de koelkast laten staan, dat wordt goor. Rauwe melk kan wel, dan ontstaat er fermentatie.
    • Er ontstaan boterklontjes en een vloeistof. Die vloeistof heet botermelk, wat je ook kunt drinken. Dit werd vroeger ook wel karnemelk genoemd. Inmiddels is alleen biodynamische karnemelk nog op deze manier bereid of waar melk op de boerderij zelf verwerkt wordt. ‘Reguliere’ karnemelk wordt tegenwoordig gemaakt door melkzuurbacteriën aan melk toe te voegen zoals hierboven beschreven.
    • De overgebleven boter moet dan goed gewassen worden in water, omdat de melk het kan laten rotten. Zonder die melk blijft het best lang houdbaar.
    • Boter wordt vanzelf geel tijdens het maken. Als het wit is, is volgens Google de koe niet buiten geweest. Zal aan de voeding liggen, gok ik.

    Kaas maken
    In datzelfde filmpje maakt het koppel ook kaas.

    • De afgeroomde melk wordt in een grote pan gegoten en verhit tot 30 – 33 graden
    • Er wordt dan een klein beetje stremsel bij gegoten.
    Stremsel is een extern product dat ervoor zorgt dat de melk verdikt. Stremsel wordt gewonnen uit de magen van kalveren uit de kalverslachterij. Er is ook plantaardig stremsel, mijn ervaring is dat kazen uit de biowinkel vaak plantaardig stremsel hebben. Je kunt dit achterop de verpakking lezen.
    • De melk verdikt daardoor en wordt dan heel veel keren met een mes doorgesneden zodat er kleine blokjes ontstaan. Er komt dan een vocht vrij dat naar boven drijft, dit heet wei. De dikkere blokjes heet wrongel.
    • Een deel van de wei wordt verwijderd, er wordt wat heet water toegevoegd voor betere hechting, en daarna wordt alle vloeistof afgegoten
    • De mozzarella/wrongel gaat dan in een kaaspers: een doosje met kleine gaatjes waarmee het vocht uit de kaas wordt geperst. De kaas wordt meerdere keren omgekeerd en weer geperst, gedurende een aantal uren.
    • Na een nachtje rust laat hij de kaas in pekel (gewoon water met zout) voor nog tien uur, om de resterende wei eruit te ontrekken en de kaas te zouten
    • Hij droogt de kaas dan en doet er nog een laagje paraffine overheen om de kaas te beschermen, anders is hij wat vatbaarder voor schimmels
    • Na ongeveer veertien dagen op de plank is hij pas hard, na het sealen kun je hem ongeveer een jaar bewaren!
    • Wist je dat het basisingrediënt van Rivella de bovengenoemde wei is?

    Magere, halfvolle en volle melk
    Volgens hEt iNteRnEt wordt melk in de fabriek gecentrifugeerd waardoor het zwaardere vet (de room) naar het midden gaat en weg kan worden gehaald. Dit wordt dan weer toegevoegd naar wens om magere, halfvolle, of volle melk te maken. dit heet het standaardiseren van melk, een soort ‘standaard’ vetgehalte garanderen.

    Mijn bronnen zijn niet erg betrouwbaar (random websites), maar men zegt dat ook bij volle melk (uit de supermarkt) éérst wordt afgeroomd en daarna weer toegevoegd. Volle melk bevat gemiddeld iets minder vet dan rauwe melk (3,5% versus 4%). Een andere bron zegt dat in de fabriek zelfs ook melksuikers en melkeiwitten worden verwijderd, terwijl bij boerenzuivel dit niet wordt gedaan (melk die direct bij de boer zelf wordt verwerkt).

    Standaardiseren voorkomt dat je in de winter een minder vette melk hebt dan in de zomer, in verband met de wisselende voeding (hooi vs vers gras met kruiden). Er zijn gewoon vaste percentages wettelijk vastgesteld voor magere (0,5%), halfvolle (1,5%) en volle melk (3,5%).

    Samengevat
    Rauwe melk wordt in fabrieken ontdaan van het vet (afromen), waarna gelang het magere, halfvolle, of volle melk moet worden weer een hoeveelheid vet wordt toegevoegd (standaardiseren). Daarna wordt de melk verhit om bacteriën te verwijderen zodat het langer houdbaar is (pasteuriseren of steriliseren). Ten slotte wordt het door een zeef geperst zodat het vet goed mengt met de vloeistof en niet meer naar boven komt drijven (homogeniseren).

    Van het vet dat is afgeroomd (room) kan boter worden gemaakt. Dit wordt gedaan door het geheel hard te kloppen waardoor het vet zich van de vloeistof scheidt (karnen). Daarna wordt de vloeistof, de karnemelk (maar niet zoals we die nu kennen) afgegoten en de boter met koud water gewassen. De hedendaagse karnemelk is melk, verzuurd met melkzuurbacteriën. Room heeft zo’n 35% vet, roomboter zo’n 80%.

    Kaas wordt gemaakt van afgeroomde melk door er stremsel aan toe te voegen. Er onstaat dan een splitsing van vloeistof (wei) en vaste stof (wrongel). De wei wordt afgegoten (hier wordt bijvoorbeeld Rivella van gemaakt). De wrongel wordt in een kaaspers gedaan. Na het persen en drogen gaat dit in een pekelbad (water met zout) en vervolgens op de plank. Na minstens veertien dagen is het hard genoeg om als kaas gegeten te worden.

    Als je zelf boter of kaas wilt maken kun je het beste rauwe melk gebruiken. Hier zitten nog de meeste voedingsstoffen in, en hier ontstaat vanzelf een roomlaag op die je eraf kunt halen en verwerken.

    Doei!
    Nou, zo is het wel even genoeg hè? Ik vind het in ieder geval fijn even te snappen wat de basis is. Waar bestaat melk allemaal uit, hoe wordt het allemaal verwerkt. In een volgende blog wil ik ingaan op de verschillende soorten room (zure room, crème fraîche, kookroom, slagroom), kazen (van brie tot oude kaas tot blauwe kaas tot weet ik ‘t), en het verschil tussen reguliere-, biologische-, biodynamische- en boerenzuivel. Hopelijk vond je ’t leerzaam!

    Liefs xx <3

  • De laatste piek

    De laatste piek

    Gr10 in de Pyreneeën dag 14-16

    Na een heerlijke dag zonder wandelen en twee nachten in een bedje vertrokken we weer. We maakten de studio grondig schoon, want daar had de host in capslock op gehamerd “IK BEN ERG STRICT OP SCHOONMAKEN, GRAAG DE VLOER STOFZUIGEN EN WASSEN”. Beetje heftig vonden we dat en ook raar, je betaalt toch ook een beetje voor de schoonmaak? Maar het airbnb concept is natuurlijk ook wel het achterlaten hoe je het aantreft. Wat we ook raar vonden is dat je je eigen beddengoed mee moest nemen. Welke reiziger heeft dat nou bij zich?! We sliepen op onze slaapzakken en gebruikten de fleecedeken ter plaatse met daarover het dekbed. Wat niet weet dat niet deert.. hoop ik?

    Na twee wandeldagen zouden Teds en mijn wegen zich scheiden. Dus boekten we nogmaals een airbnb om nog even een lekker maaltje te kunnen nemen en samen te chillen. Terwijl we naar adresjes zochten zagen we: letterlijk élke plek vereiste eigen bedlakens en grondige schoonmaak. We vonden het nogal aPART. In één van de beschrijvingen stond dat je bedlakens kon huren bij de plaatselijke VVV. Wij daarheen, nogal verrast dat het open was. Want wederom bevonden we ons in een ghost town. Alle winkels dicht op de supermarkt na, geen mens op straat. Tot het skiseizoen is iedereen in een herfstslaap. De VVV belde een adresje voor ons, wat bleek, het was €20. Vonden we te duur. Het waren eenmalige kosten, dus prima als je ergens een week slaapt maar voor twee nachten niet. Dus creëerden we weer ons eigen systeempje met sjaals en lakenzakken en slaapzakken. Ik werd tien keer wakker ’s nachts met een ‘shit ik lig op de matrashoes’! Ik ben dan altijd bang dat mensen dan heel boos op me worden ofzo, haha.

    De ghost town van de eerste airbnb

    Na die eerste airbnb was de wandeling echt een groot genot. De dag ervoor hadden we gelift naar het naastliggende dorp voor boodschappen, onze wandelroute zou er ook heen leiden. Dus we hadden het zó gepland dat we weinig hoefden te sjouwen en dan gewoon opnieuw daar boodschappen zouden doen. Na drie uur lopen stonden we bij een kasteel met uitzicht over het dorp. We zagen de supermarkt van bovenaf met nul auto’s op de parkeerplaats. Het was zondag, de supermarkt was maar tot 13u open geweest en het was nu een half uur later dan dat. Wat shit!! We wilden inslaan voor een paar dagen en hadden bedacht dat we lekkere lunchdingen zouden kopen. Zouden we dan maar hier al de tent opzetten en dan morgen alsnog boodschappen doen? Maar van alle vier de campings was er geen één open, en wildkamperen in de bewoonde wereld is ongemakkelijk.

    We gingen onze voorraad na, wat hebben we nog en hoelang kunnen we daarmee doen? Hoe langer we nadachten hoe meer we beseften dat we al vet veel eten hadden. Gedroogde aardappelpuree, rode linzen, gedroogde worst, pruimen, rijstewafels, makreel in blik, een ui, melkpoeder, bananen. We kwamen echt niets tekort en konden er zo nog drie dagen mee door haha. Dus doorkruisten we het dorp en begonnen aan de volgende helling.

    Het pad was het prachtigste tot nu toe. Door de halfkale bomen hielden we steeds uitzicht op een waanzinnige bergkam en een klein voetpaadje leidde ons door bossen, bergdorpjes en knusse weilandjes met schapen. De bossen waren niet te doen zo oranje en terwijl we naar Teds audioboek over een monnik in de middeleeuwen (Pillars of the Earth) luisterden stegen we gestaag. Het begon al laat te worden, maar echt een goeie kampeerplek kwam er niet. Steeds waren er weer boerderijtjes of dorpen, of was de grond te schuin of te begroeid.

    In de schemer besloten we: we móeten nu echt een plek vinden. We kwamen bij een soort verlaten stal waar een auto in geparkeerd stond en vonden het nogal creepy allemaal. Dus weken we af naar een open veld waar in grote rode letters op het hek stond: PRIVÉ, VERBODEN TOEGANG. Het was onze enige optie, en we vonden een soort semi goed plekje aan de rand van het weiland met uitzicht op het huis dat erbij hoorde. Terwijl we de tent opzetten beseften we hoe schuin de grond was en bereidden we ons voor op een horrornacht, haha! Ik lag steeds halverwege mijn matje half over Ted heen, maar we hadden beiden opzich prima geslapen. Niemand kwam ons lastigvallen. Chill!

    De laatste klim (voor mij) van nog 1000 meter moesten we de volgende dag afklappen. Mijn benen voelde slap en ik had de hele tijd zin om op de grond te liggen, maar alle liedjes die Ted en ik elkaar hadden geleerd de afgelopen tijd sleepten me er doorheen. We kwamen weer door een verlaten skiresort, heel bizar. Alsof er oorlog gaande was en abrupt alles in de steek gelaten. De skiliften op stil, de terrassen van restaurants leeg. We zagen voor ons hoe in een paar maanden tijd alles bedekt zou zijn met sneeuw en rijkelui hier met hun zonnebrillen en après-ski-muziek biertjes aan het atten zouden zijn.

    Op de top in de koude wind aten we aardappelpuree en daalden toen een heel geleidelijk pad af naar beneden. Weer door bizar mooi herfstbos. We dachten nog even vlak voor het dorp te kamperen, maar het werd de airbnb. Fijn.

    Morgen pak ik de bus naar Lourdes, dan de nachttrein naar Parijs. Vanaf daar een Flixbusje naar Utrecht. In totaal ben ik dan ruim een dag onderweg, met het kostenplaatje: €60 in totaal!! Bizar! Dat geeft zo’n goed gevoel. Ik vond de heenreis best wel terror, dacht dat vliegen het makkelijk zou maken maar vond het vooral gedoe. Trein, shuttle, ruim van tevoren inchecken, wachten op het vliegtuig, etc. Uiteindelijk was ik iets van €150 kwijt in totaal, en iets van 12 uur onderweg. Nu heb ik in de trein een bedje, nog nooit gedaan, ben benieuwd. Ted loopt nog een paar dagen door en vertrekt dan richting Schotlandje. We zien elkaar daar weer hopelijk in december.

    Nou, nu ga ik nog even keihard chillen met m’n liefie, doei!! Xx

  • Sprinkhanen eten

    Sprinkhanen eten

    Gr10 in de Pyreneeën dag 7-14

    Op 2400 meter hoogte kamperen, onze hoogste plek tot nu toe! We bibberden, maar wilde per se onze maaltijd buiten maken. We moeten al dagen met kromme rug en slapende benen in kleermakerszit vanuit de binnentent koken, omdat het steeds ’s avonds regent. Maar nu maakte Ted ons prakkie klaar in de frisse lucht terwijl ik me verstopte achter een grote kei om de wind te ontwijken. We keken uit op een prachtige bergketen met besneeuwde toppen, dus het was alle kou waard.

    Moe en chago

    Ik was chagerijnig die dag. Elke keer weer die tas inpakken, weer lopen, en dan moeten we rond vieren eigenlijk al wel weer bedenken waar we de tent opzetten want rond zes uur is ’t alweer donker. En voor die tijd is het wel lekker om gekookt te hebben en nog een beetje van het uitzicht te kunnen genieten! Bovendien zitten m’n fivefingers (zie vorige blog) heel lekker, maar ze worden elke keer zo achterlijk nat en dat is erg oncomfortabel. Ik besloot dan maar weer op m’n wandelschoenen te lopen, wat heerlijk warm was. Maar ik voelde al snel dat mijn huid schuurde en zich een blaar ontwikkelde. GEZEIK.

    De klimstukken zijn ook pittig en mijn lichaam voelde slap. Ik liep op een steile klim te zeiken tegen Ted dat ik geen zin meer had en toen tilde hij mijn tas voor een stuk. Ik vond mezelf even zwak, maar het was ook wel even lekker, haha. Hij ligt nu trouwens naast me in de tent liedjes uit z’n hoofd te leren. Droomman. Afin, dit was eerste dag sinds 8 dagen dat ik even geen zin meer had. En uiteindelijk zetten we de tent op en maakten we warme melk met honing als toetje en was alles weer goed.

    Rustdag

    Tot nu toe sliepen we alleen maar in de tent, elf nachten op een rij. Het helpt vet erg dat we met z’n tweeën zijn, zoveel warmer! We kampeerden regelmatig op grote koeienvlaaien, want we delen onze route nou eenmaal met die massieve beesten, en ze zijn heel lief. Laatst vielen we in slaap met het gerinkel van koeienbellen en werden ermee wakker. De kalfjes lopen lekker bij hun moeder en zo nu en dan wordt de kudde onderbroken door een groep schapen, ook met bellen om hun nek.

    Hoewel het kamperen echt een genot is in de bergen, is het ook koud en gedoe met condens en regen. We verlangden allebei naar het gemak van een normaal bed met keuken en douche en wc (het wildpoepen blijft ook een gedoe) dus boekten een airbnb in het eerstvolgende dorp. Toen we daar aankwamen bleek het totaal uitgestorven. Alle winkels dicht tot december, van de zes restaurants was er geen één open en dat voor een vrijdagavond! Dit hele gebied is enorm ingericht op het skiseizoen. Omdat ook de bergebieden hier daardoor goed bereikbaar zijn kwamen we ook heel regelmatig andere wandelaars tegen. Nadeel hieraan is dat de berghutten daarom dicht zijn, omdat er anders misbruik van wordt gemaakten veel afval achter wordt gelaten. Dus moeten we het maar met de tent doen, haha.

    In een wasserette in het uitgestorven dorp stond een snoepautomaat waar we dan maar wat chips en drop kochten. Want we hadden verlekkerd uitgekeken naar alle snacks die we zouden inslaan en opeten in de airbnb. Helaas, geen yoghurt met vijgenjam, dadels met roomboter, blauwe kaas of steaks die avond. Zielig!! :p

    Skills

    Ted en ik houden allebei erg van nieuwe vaardigheden leren, vooral rondom zelfvoorzienendheid. Zo heeft Ted laatst (in Schotland) vis uit de zee gevangen en dat bereid. Maar dat was eigenlijk zo simpel dat het hem interessant lijkt het hele proces met eigen handen te volbrengen. De touw en haak zelf maken, bijvoorbeeld. Ik heb twee jaar geleden een cursus touw maken van plantvezels gevolgd (was heel tof, bij Siegurd) en we zagen onderweg veel megagrote uitgebloeide paardenbloemen staan. Als je die stengels plukt en droogt (duurt wel vrij lang, een week ofzo in ideale omstandigheden) kun je daar prachtig touw van maken. Niet de sterkste, maar wel laagdrempelig om de vaardigheid onder de knie te krijgen. En zo geschiedde!

    We zagen ook enorm veel sprinkhanen opvliegen op de zonnige dagen. Het leek me interessant om eens te proberen die te eten. Als student heb ik ze eens bereid voor een eerstejaarsontgroening. Ik kocht ze levend in een doosje bij de dierenwinkel en las online dat ik ze dan levend in moest vriezen, daarna van vleugels en poten ontdoen en dan bakken. Heel heftig vond ik dat. Ik dacht deze keer nobeler te zijn en nadat Ted en ik er een paar hadden gevangen (wat heel makkelijk was) sneed ik hun hoofd eraf. Maar: na een half uur sprongen ze nog steeds! Zo intens!! Na drie op die manier te hebben gedaan besloten we (ook volgens aanwijzingen op internet) de anderen in kokend water te gooien. Nou, toen was het gauw klaar. ’s Avonds bakten we ze, wederom zonder poten en vleugels, op in boter met knoflook en ze waren eigenlijk heel lekker! Beetje garnaalachtig smaakje. Ik voelde me wel heel schuldig, wat raar is aangezien ik ook vlees eet. Het zou tof zijn ook in vlees eten wat meer zelfvoorzienende vaardigheden op te doen. (Ik vilde wel ooit al een haas, lees daar hier meer over).

    We leren heel veel liedjes uit ons hoofd, maken zo nu en dan drama over onzinnige dingen, drinken water uit beekjes en staan elke dag later op dan we van plan zijn. Nu zitten we lekker op een terrasje in de zon en hoeven we eindelijk even niet in te pakken of fysieke dingen te doen. We liften naar het dichtstbijzijnde dorp waar de winkels wél open waren en propten onszelf vol met brie en ahornsiroop. We twijfelen nu of we het meest epische stuk van de route gaan doen de komende dagen of dat het risico op sneeuw te hoog is. We gaan ’t zien! Ik heb geen strakke einddeadline want ik neem trein en bus naar huis en boek ter plekke. Wat een leven hè.

    Xxxx

  • Voor zwerven moet je in Frankrijk zijn

    Voor zwerven moet je in Frankrijk zijn

    Gr10 in de Pyreneeën dag 1-7

    Maar echt, behalve aan eten geef ik geen drol uit. We kamperen in de bergen en met z’n tweeën is alles makkelijker. Zeiknatte tent die lekt? Onweerswolk recht boven ons? Geen snoep meer? Samen overleven we het wel. In m’n eentje had ik allang een Airbnb geboekt met tv en een pizza in de oven geknald.

    Het begon allemaal zonnig. Ik liep zelfs in mijn korte broek en hempje en zweette me kapot op de steile helling. In tien kilometer stegen we 1200 meter en dat was pittig. Maar stap voor stap kom je er wel, ook met een tas vol brie, twee potten honing, en meer van dat soort ongein. Elke paar meter uithijgen en gelukkig droeg Ted de tent. Mijn tas was gok ik zo’n 15 kilo, zijne boven de 20. Boeie.

    Onze enige limiet is eten en het weer. Ted maakte  zich een beetje zorgen dat er sneeuwstormen zouden komen en we dan midden in de bergen zouden zitten. Ik denk dat hij zich vooral zorgen maakte voor mij, want direct de eerste nacht in de bergen had ik het al koud. Buiten dan, in de tent in mijn heerlijke slaapzak en warme linzencurry achter de kiezen gelukkig nog niet. We besloten steeds per dorpje te kijken wat de weersvoorspelling zou zijn. Nu planden we twee dagen tot het volgende dorp, het werden er vier. Laat opstaan, veel pauzes, traag lopen, een spelletje schaak spelen en bovendien korte avonden maakte dat we zo’n 9 km per dag aflegden. Maar misschien ook wel perfect voor mij, want ik heb maar een beetje spierpijn en mijn voeten doen het nog goed!

    Sneeuwstormen waren er nog niet, wel immense regenbuien. Twee dagen lang liepen we in de zeikregen, juist nu ons voedsel schaars was. In de bergen kom je regelmatig een zogenaamde cabane tegen, een berghut waar je in kan slapen. Maar de meesten waren op slot. Terwijl we dachten veilig in de tent te liggen voelde ik opeens natte voeten en bleek de tent te lekken! Ted probeerde van alles maar het bleef druppen, nu ook op andere plekken. We gooiden mijn bivvybag over de binnentent en besloten dat een tunneltent geen ideaal model is voor regen. Het blijft makkelijker op plekjes liggen en drupt dan door. En dat voor een slechts zes jaar oude Hilleberg tent (een heel duur merk)! Maar misschien kwam het ook door een gaatje, who knows. Ted gaat Hilleberg mailen, want je hebt daar levenslange garantie dus top!

    We sliepen die nacht aangenaam warm hoewel we ons nog wel te pletter schrokken van een onweersbui met immense flitsen. We overleefden het gelukkig allemaal en pakten de tent zeiknat in. We zouden na een paar kilometer al bij een cabane komen en daar zetten we een bakje koffie. Ik rilde me kapot, had al m’n kleren aan maar het nog steeds koud zo hoog in de mistige bergen! Uiteindelijk heb ik ook gewoon maar een zomerse outdoorbroek aan en wat truitjes over elkaar. Misschien moet ik toch eens een donsjack overwegen die Ted nu vaak opofferde voor mij (wat een goeie vent is ’t toch). Gelukkig waren de steile klimmen onze redding, je krijgt het er vanzelf warm van.

    Ik heb twee paar schoenen mee: gewone leren bergschoenen en fivefingers. Die laatste zijn van die schoenen met losse teentjes en oh my, wat een genot! Je schuift er niet in dus nul blaarontwikkeling of pijnlijke tenen. Alleen de spieren in mijn voet moeten er wat aan wennen. Ze worden zeiknat, maar dat boeit niet want dat wordt elke schoen in de regen. Ik probeer mijn leren schoenen dus in de tas te houden voor de droge dagen of als ik bevroren pootjes heb.

    Na twee dagen mist en regen schijnt de zon weer. Opeens lijkt alles een stuk herfstiger en kouder. Die korte broek komt niet meer tevoorschijn vanaf nu denk ik! Al onze spullen hangen te drogen op de camping waar ze een verwarmd buitenzwembad hebben. Die hebben we gister nog even snel gebruikt nadat we helemaal verkleumd aankwamen. We eten bizar veel en ik ben bang dat ik dik word, maar Ted zegt dat niemand minder zou moeten eten dan ‘ie verbruikt want dat is gewoon arelaxt. Dus vreet ik nog meer rijstewafels met brie en yoghurt met vijgenjam en blikken makreel. Vet goed eigenlijk!

    Beste ding dat ik heb meegenomen naast m’n fivefingers: mijn bivvybag. Wat een multifunctioneel ding! We zitten erop in het gras, hij beschermde ons tegen een lekkende tent, en in mijn backpack functioneert hij als regenhoes om mijn opgerolde slaapzak. En vooral: het maakt mijn slaapsysteem een stuk warmer, omdat het de condens opvangt.

    Nou, ’t is hier dus vet leuk, Ted is lief en cool, de bergen zijn waanzinnig bizar mooi, en het leven is niet meer dan eten, lopen, slapen. Ik hoor zwarte spechten en zie vale gieren en zing liedjes als ‘Manchester rambler’:

    I’m a rambler, I’m a rambler, from Manchester way. I get all my pleasure the hard moorland way. I may be a workslave on Monday. But I am a free man (girl) on Sunday 🏔️

    Xxxxxx

  • Twee weken terror

    Twee weken terror

    Het sneeuwt er nu en het weerbericht waarschuwt voor overstromingen. Daar kom ik dan aan, met mijn regenjas die na een klein buitje al doorweekt is. Maar, overdag kan het dan ook opeens weer zo heet zijn dat je in je hempje en korte broek wil lopen. Nou, pak daar maar eens een lichte backpack op. Onmogelijk.

    Door de Franse Pyreneeën loopt de lange-afstandswandeling genaamd GR10. Deze loopt van West naar Oost, zo’n beetje parallel aan de grens met Spanje. Ted loopt deze route, andersom weliswaar, en ik sluit twee weekjes aan. Normaal ben ik niet zo van het ‘even twee weken op vakantie’, maar dat deze gelegenheid zich voordeed vind ik ook juist wel weer leuk. Anders had ik nooit zo’n avontuur op de planning gehad de komende week, net nu ik anderhalve maand terug ben uit Schotland. Ted is Schots, dus een extra reden om hem op te zoeken waar hij zich ook bevindt. Ik kan niet wachten hem weer te zien!

    Ik ben ontzettend zenuwachtig. Ted is sterk, heeft er al vier weken hiken op zitten en zeult een zware tas mee met een glazen pot kokosolie, een 500 gram gasblikje, zijn dikke donzen winterjas en nog meer van dat soort dingen. Hij eet graag roomboter, dadels, linzen, rijst; van die gedroogde maaltijden zijn niet aan hem besteed. Hoe zwaar zal zijn tas wel niet zijn, misschien wel meer dan 20 kilo? Het boeit hem niet en hij gaat gestaag door. Hoe kan ik daar ooit aan tippen met mijn zwakke lichaam? :P Gelukkig ben ik wel net ongesteld geweest, dus gaat mijn energie de goede kant op. Ik zit alleen ontzettend te wikken en wegen over wat ik meeneem, want ik wil wél een lichte tas.

    Omdat ik nu een beetje de dagen uitzit tot ik weg mag (zondag) ga ik straks alvast kamperen met mijn tarp en bivvy bag op een terreintje waar Zora ook staat. Die bivvy neem ik sowieso mee, dat is een fijne extra laag om je slaapzak voor koude nachten. De tarp laat ik dan bij mijn broer liggen, ofzo, voordat ik de trein pak. De trein naar Brussel, het vliegtuig naar Toulouse, en dan nog wat treinen, bussen, liften, en hiken. Geen idee waar ik Ted ga ontmoeten, waarschijnlijk ergens in de middle of nowhere. Het wordt een avontuur.

    Vannacht kon ik niet slapen en ik irriteerde me kapot aan de vele overvliegende vliegtuigen hier. Normaal is de zolderkamer van mijn ouders doodstil, maar nu gaan ze maar door. Er schijnt een nieuwe vliegroute te komen en het klinkt alsof hij al gebruikt wordt. Mag je haten op vliegtuigen als je er zelf gebruik van maakt? Als ik een relatie met Ted wil onderhouden, zullen we beiden veel moeten reizen. Dan ga je niet dertig uur in een Flixbus zitten waar je zestig jaar van bij moet komen. Of wel, misschien. De treinen naar Frankrijk en de VK zijn hondsduur (honderden euro’s) terwijl een retourtje Glasgow met het vliegtuig 80 euro is. Gaat toch nergens over?!

    De gemiddelde Nederlander vliegt 0,75 keer per jaar. Nou, daar zit ik dus al overheen. In maart vloog ik heen en weer naar Nederland voor de begrafenis van mijn oma en straks vlieg ik naar Toulouse. Ik bedacht me, misschien kan ik ook een soort half compromis maken. Ik vlieg steeds héén, zodat ik energie heb voor de activiteit die ik ga ondernemen, en neem dan een dure trein of goedkope terrorbus terug. Desnoods split ik de reis op en dat voelt dan ook wel weer idyllisch. Zoals vroeger, als je weken deed over met je paard van Zwolle naar Den Bosch reizen ofzo. Tussendoor in herbergen slapen. Alleen is dat met bussen en treinen wat lastiger, want die stoppen dan weer in de grote steden. Een herberg in Parijs? €€€€€€€€€€€€€€€

    Gerelateerde vraagstukken: mag je haten op de vleesindustrie en zelf vlees eten? Mag je haten op kapitalisme en zelf spullen kopen? Mag je haten op ongelijkheid en zelf rijk zijn?

    Nog voor de geïnteresseerden, mijn paklijst:

    • merino legging, merino shirt, merino hempje
    • wandelbroek, korte broek, regenbroek
    • katoenen shirt, alpaca truitje, wollen trui
    • regenjas, gaiters, grote sjaal, merino buff, handschoenen, polswarmers, pet
    • bergschoenen & vibram fivefingers
    • 5 onderbroeken, 3 paar wandelsokken, 1 paar nachtsokken
    • zaklamp, powerbank, laders
    • schriftje & pen, spelletje (prioriteiten haha), rugtasje
    • pannetje, thermosfles, beker, lepel, mes, thee, aansteker, drinkfles
    • slaapzak (comfort -12), matje (r4), bivvybag (alpkit XL)
    • toiletgedoe
    • vreten

    xx <3

  • Oktoberkalender download

    Oktoberkalender download

    Zoals beloofd, de vernieuwde oktoberkalender, ditmaal een digitale versie. Leuk om op de wc of op werk te hangen, cadeau te geven (uitgeprint en met een touwtje), als achtergrond in te stellen, of wat dan ook. Ben benieuwd hoe je hem gaat gebruiken! :)

    Deel ‘m gerust met anderen! Hieronder de download in PNG en PDF.

    Oktoberkalender in PDF (hoge kwaliteit)

    Oktoberkalender in PNG (afbeelding, lagere kwaliteit)

    Liefs,
    Simone

  • Herfstig tussen de havermelkelite

    Herfstig tussen de havermelkelite

    De regen tikt op de ramen, de poes ligt op de bank te slapen, de pompoensoep staat op het vuur te pruttelen en de appeltaart staat in de oven. Door de luidsprekers klinkt de rustgevende stem van Josienne Clarke en de waxinelichtjes flakkeren onopvallend op de klaarlichte maar grijze dag. Straks, als mijn twee vriendinnen er zijn, gaat de rode wijn open terwijl het buiten de duisternis neer daalt. Herfst, ik ben klaar voor je.

    Het contrast met het leven hier is zo groot met de laatste weken in Schotland. Elke keer als ik met vrienden of familie afspreek denk ik, wow, wat ben ik toch dankbaar voor de mensen in mijn leven. Wat een cadeau, want continu alleen zijn is echt pittig. En nu ik drie weken in een prachtig huis middenin Utrecht zit met een heerlijk bedje en een uitgebreide keuken denk ik, wow, wat een genot om zo warm en knus binnen te zitten terwijl het buiten waait en regent. Na twee jaar in mijn tent gewoond te hebben waardeer ik het binnen zijn, maar, ik ben ook blij dat het niet permanent is. Dat ik niet vast zit aan een hoge huur, dat ik niet dag in dag uit op dezelfde plek doorbreng, dat ik gedwongen word nieuwe avonturen aan te gaan en de wereld te ontdekken.

    Gelukkig hoefde ik niet een jaar zonder zomer te doen – in Schotland was het vooral motregen en wind. Maar eenmaal terug werd ik nog verrast met een heerlijke zomerweek, precies toen Ted hier kwam om ons vlakke landje eens in levende lijve te zien. We stapten samen op de fiets en maakten een minifietsvakantie over de Utrechtse Heuvelrug en langs de Rijn, sliepen op natuurkampeerterreintjes en zwommen in de rivier, gingen met het fietserspontje en picknickten in het gras! Heerlijk!

    Zicht op Rhenen

    En nu het buiten regent dat het giet, de buurman in diezelfde regen vlaggetjes aan het ophangen is voor het straatfeest morgen, de kat door de vensterbank naar hem zit te loeren (ja, die sliep net nog op de bank maar nu niet meer) ben ik gewoon even zo blij met het leven! Wat een beetje veiligheid en warmte al wel niet met je gemoedstoestand doet (eh, ja, het is een van de basisbehoeften, dus makes sense).

    Oja, en wat die havermelkelite uit de titel ermee te doen heeft? Niet veel, ik zit gewoon in een ontzettend Utrechtse wijk met blonde dertigers die natuurwijn drinken (denk ik). Grappig sfeertje wel weer om eens tussen te zitten haha, zo besef ik weer hoe verschillend mensen toch weer leven! LaChEn.

    xxxxx!

    Bert et moi
  • Soort van alles op een rijtje

    Soort van alles op een rijtje

    Nog geen anderhalve week terug in het land en ik zit te typen vanuit een kamertje dat ik huur met al mijn spullen om me heen. De opslag is leeg, vandaag de laatste dingen heen en weer gereden. Hoe escaleerde dit zo snel?

    Rustpunt
    Na een halfjaar in Schotland te hebben geleefd – ver van de dingen en mensen die ik kende – en in totaal bijna twee jaar uit tassen te hebben geleefd, merkte ik dat ik een rustpunt nodig had. In mijn vorige blogs las je het misschien al, ik had behoefte aan een vaster plekje. Een caravantje misschien, een vaste tentplek met een wat luxere tent, of een stacaravan ergens. Een plek waar ik niet alleen mijn spullen droog op kon slaan, maar ook een bedje en wat ruimte voor mezelf zou hebben. Een rustpunt, met een tafel, een koelkast, een keuken, een douche. Zodat ik niet steeds rond hoef te zwerven en bij andere mensen hoef aan te kloppen. Zodat, als ik moe ben, ik gewoon even niet na hoef te denken en onder mijn eigen dekens kan kruipen (oké, die van mijn ouders, want die hadden nog dekens) en mijn ogen dicht kan doen.

    Voordat ik vertrok zag ik op Marktplaats een kamer aangeboden in mijn geboorteplaats met een grappig concept. De helft van de week zouden de kinderen thuis zijn, en de andere helft van de week kon je de kamer huren. Wel een eigen ruimte waar je spullen konden blijven staan, maar slapen kon dus alleen op vooraf bepaalde dagen in de week. Daardoor was het wel betaalbaar en eerlijk: de locatie was perfect. Vlakbij mijn familie en sociale netwerk; op loopafstand van het station; naast het bos. Ik mocht destijds komen kijken maar ik dacht, tsja, ik ga net weg, een beetje zonde van het geld. Dus ik sloeg hun telefoonnummer op en zegde af.

    Pa kwam me ophalen van de boot, yeah!

    Het bleef ook in Schotland in mijn hoofd hangen. Want na het vele kamperen zou ik best even een full-time kamertje willen, waar vanuit ik dan regelmatig de hort op zou kunnen gaan, maar waar vind je die tegenwoordig? En de prijzen, die zijn niet te doen hoog. Een leuke studio voor jezelf, met wat faciliteiten, onder de €800? Bel me als je die vindt ;). Bovendien zou het vaak weg zijn het extra zonde maken van het geld, en dat zou dan weer een reden kunnen zijn om niet weg te gaan. En juist daar word ik gelukkig van! Toen ik thuis kwam dacht ik de tweede avond, toen ik bij mijn ouders sliep, al gelijk: ik ga die mensen van dat kamertje weer eens appen. Het voelde niet perfect, maar dat voelde niks. Alles lag open, wat ging ik de komende tijd met mijn leven doen? Dus ik zette de stap en liet het lot de toekomst bepalen.

    De nacht brengt raad
    De volgende ochtend zat ik al op de bank bij de eigenaar en ik had geluk, want de vorige huurder was er net een paar weken uit! Een paar dagen later was de deal rond: ik ging twee volledige weken in de kamer zitten terwijl zij op vakantie waren, en in oktober zou ik er weer twee weken zitten – ditmaal halve weken – terwijl zij er ook waren. In de tussentijd pas ik nog op een huis middenin Utrecht waar ik ook veel zin in heb en dat was voor hun geen probleem. Als we dan beiden nog enthousiast zijn: nou, dan is het officieel!

    Ook alweer een oerhollands klompenpad afgeklapt

    Eerst voelde ik weerstand vanwege het toch wel bijzondere concept en ook omdat ik bij vreemden in huis zou zitten. Maar mijn vader zei al ‘het is toch een leuk experiment!’ en mijn moeder dacht dat het ook geen kwaad kon en echt een alternatief had ik niet, dus betrok ik zes dagen na thuiskomst het kamertje met mijn vier fietstassen met nog dezelfde inhoud als van mijn reis. Het voelde meteen al prettig en dat verbaasde me ook. De afgelopen jaren voelde ik me steeds benauwd in huizen, tussen vier muren. Maar nu was ik echt tentmoe, ik moet er even niet aan denken te kamperen. Waarschijnlijk moet ik gewoon de drempel over, maar eerst even niet. Eerst even mijn bakkie thee zetten op mijn eigen fornuisje. Eerst even weer naar al mijn leuke kleren kijken en een leuk setje uitkiezen. Eerst weer even avondjes lang op mijn laptopje zitten. Eerst weer even in een bedje liggen in een stille en donkere kamer. Heerlijk.

    Opslag met een bedje
    Voordat ik naar Schotland vertrok dacht ik al steeds, het zou toch verdomde handig zijn als die opslag ook een bedje zou hebben! Niets speciaals, maar dat ik me af en toe even op mijn eigen plekje terug kon trekken! Zo probeerde ik deze kamer nu te zien: als opslag met een bedje. Na dag één dacht ik eigenlijk al: dit is top. Een grote koelkast, genoeg opslagruimte, een klein keukenblokje, wat wil mijn hartje nog meer? En dus besloot ik alles gewoon al uit de opslag hier naartoe te verhuizen. Mocht het dan toch niks worden, dan wilde ik eigenlijk ook een opslag dichterbij mijn ouders. Zodat ik af en toe bij hun uit kan rusten en ook mijn spullen in de buurt heb. Vandaag zit ik er bijna een week in en heb ik de laatste dingen dus uit de opslag gehaald, van die spullen die je eigenlijk nooit gebruikt. Administratiemappen, wollen dekens, dat soort meuk. Maar die je ook niet weg wilt doen.

    Lekker weer tussen alle geniale boeken in de megabieb neuzen, meegenomen: Groot handboek bergsport & Geologie voor Dummies.

    Sowieso heb ik best veel weggedaan afgelopen jaren, onder het mom van ontspullen. Sommige dingen, vooral kleding, mis ik soms wel eens. Maar goed, ik heb toen de beslissing genomen om minder te willen en dat was ook oké. Maar ik kom er wel steeds meer achter hoeveel waarde ik hecht aan spullen die ik lang heb. Juist die oude trui, of die knutselspullen van honderd jaar geleden, of een leuk natuurboek die ik in mijn studententijd eens kocht. Tuurlijk, je kan heel veel vervangen, maar bij oude spullen heb je ook een gevoel. En dat is bij mij nu een goed gevoel. Werd ik eerder kriegel van de hoeveelheid spullen, ben ik er nu echt blij mee en dankbaar voor. Dit zijn mijn spulletjes, ze horen bij mij, ze maken mijn leven kleurrijk, gezellig, makkelijker!

    Fases
    Daarin leer ik ook echt te beseffen dat ik enorm in fases leef. Ik zou vanuit mijn gevoel in het heden kunnen redeneren dat ik nooit meer in een tent wil wonen en toe ga leven naar een vaste baan en een huis kopen. Maar ik weet van mezelf dat ik verander. Nu word ik blij van een huisje, omdat ik heel lang géén huis heb gehad. En straks, misschien na een paar maanden of een paar jaar, wil ik misschien weer de wijde wereld in, met alles wat ik bezit op een paard vastgebonden. Ik heb geen idee en dat voelt ook echt goed! Ik lag vanmiddag op bed en dacht: hoe ben ik hier nou weer beland?! Ik dacht dat ik nóóit meer in een huis wilde wonen en werd helemaal enthousiast van het idee van wonen in een tent, voor eeuwig rondtrekken, of elke andere alternatieve manier van wonen. En toch zit ik nu weer in een kamertje, en ben ik er nog gelukkig mee ook!

    Het ultieme huiselijke leven tijdens huisoppas vorig weekend

    Dat heeft twee jaar zwerven met mijn tentje me wel echt geleerd: wat heb ik écht nodig in het leven? Waar word ik écht blij van? Welke faciliteiten zijn noodzakelijk en welke overbodige luxe? Hoeveel geld heb ik minimaal nodig om van te kunnen leven? Hoe kan ik een minder volle agenda krijgen? Hoe zou ik het vinden om totale vrijheid te hebben? Ik weet het nu: het is fantastisch, het is geweldig, het is avontuurlijk, én: het is ook niet alles. Na Schotland verlangde ik naar werken, naar afspraken hebben, naar een wekker zetten omdat ik een volle dag zou hebben, naar mezelf mentaal uitdagen. En als het een keer zwaar word, weet ik waarom ik het doe. Omdat het rijkdom is om vrienden te hebben, om leuke dingen te kunnen doen, om lekker te kunnen koken, om niet te hoeven nadenken over wat je gaat doen met al je tijd, om bezig te kunnen zijn met secundaire zaken zoals hoe je eruit ziet of welk boek je gaat lezen.

    En dan?
    Natuurlijk ga ik niet opeens het volledige sleurleven leiden. Want dan kan je me hier over een maand wegslepen. Zoals ik zei ga ik op een huis in Utrecht passen en eind oktober twee weken in de Pyreneeën wandelen met Ted, hoe vet! In november start pas echt een beetje het ritme van de halve weken op deze kamer en kan ik gaan experimenteren met wat ik de andere dagen ga doen. Het idee vind ik heel tof, omdat ik zo alsnog wel de deur uit wordt geschopt en random dingen móet gaan doen. Zo kan ik niet binnen verloederen en dan weer in de negatieve spiraal raken van boos worden op mezelf en dan nog minder zin hebben om dingen te ondernemen.

    Inmiddels heb ik ook weer wat online opdrachten van mijn zus waar ik ook voor werkte voordat ik wegging en verdien ik zo ook even lekker wat centjes (en kan ik me productief voelen, HEERLIJK). In die andere halve weken wil ik mijn tarp + bivakzak gaan uitproberen in een vriesnacht, wil ik een keer naar het Nivonhuis in Drenthe, wil ik misschien een leuke wandeltocht van een paar dagen gaan doen. We zien het allemaal wel.

    En heel veel chillen met vrienden (kan me niet vaak genoeg nu, heb echt een tekort opgelopen, haha) en met mijn ouders (lekker mee-eten en spelletjes spelen) en lekker genieten van herfstbos en appeltaart.

    Hoe gaan jullie? Zin in de herfst? xx!

    P.s. Oja, ik had Meindl wandelschoenen gekocht online maar ze waren te klein. Heb je maat 39/40? Check ze hier uit op Marktplaats!

    Zelfontspanner bij de koelkast 👸🏻(check aub ook de kabouterbeker)
  • De cirkel is rond

    De cirkel is rond

    Het leven is één groot wachten tot de dood.

    Zo voelt het althans als je tweeënhalve dag aan het reizen bent van A naar B. Dit keer gaat het niet om the journey maar om the destination. Het liefst zou ik deze dagen overslaan, want ik verveel me kapot. De hoeveelheid uren die ik op mijn telefoon doorbreng zijn beschamend, en mijn lijf verveelt zich. Ik wil thuis zijn, punt. Lang genoeg gewacht. Lang genoeg tijd opgevuld. Mijn boeken zijn uit, mijn inspiratie is op, mijn motivatie is weg.

    The Cairngorms

    Als kers op de taart van mijn Schotlandreis ging ik nog twee dagen de bergen in met Ted en de hond van zijn zus. Het was fantastisch weer en na het beklimmen van drie munro’s daalden we in het pikdonker en met onze hoofdlampen op door een moeras af naar een bergmeer. Daar zetten we onze tent op, kookten ons maaltje en zonken in een diepe slaap. De volgende dag vervolgden we op een prachtig wandelpad en reden twee uur naar huis om mijn laatste avond in Schotland te vieren.

    Lochnagar in augustus

    Ik keek op tegen de reis omdat met de fiets in de trein en veel tassen altijd een beetje ingewikkeld is. Al helemaal in Schotland: er is in de meeste treinen maar plaats voor 4 fietsen en je moet die reserveren. Maar heel vaak, hoorde ik van een andere fietser, worden er per ongeluk teveel plekken geboekt. Foutje in het systeem ofzo. Dus ik stond met mijn goede gedrag om 8 uur ’s ochtends op het perron met vier andere fietsers. De trein bleek korter dan gepland en er mochten maar twee van ons mee. Wat een gezeik!

    Ik had al helemaal geen zin in de discussie wie dan mee zou gaan en had in principe geen haast, dus ik besloot niet mee te gaan. Mijn boot zou pas de volgende dag gaan dus ik had de hele dag de tijd. Een andere man liep gestresst te doen en de treinmachinist te pushen, die hem op een gegeven moment besloot te negeren (zou ik ook doen). Van die fietser hoefde ik in ieder geval niet te verwachten dat hij zijn plek af zou staan, hij bood me later wel een tientje aan om een koffietje van te kopen als dank voor mijn opoffering. (Die ik niet aannam want het was natuurlijk allemaal niet zijn fout). 

    Arran in maart

    Het was niet alleen maar altruïsme hoor, dat me uit deed stappen. De vorige dag vertelde iemand me dat als de trein meer dan een half uur vertraging heeft je je geld terug kan krijgen. Ik had al spijt dat ik de trein had geboekt voor 70 pond in plaats van de veel goedkopere bus, en zag dit probleem als een oplossing voor mijn financiële frustratie. Wellicht kon ik zo geld terug krijgen! Ik zou wel mijn twee overstappen missen en bijna twee uur vertraging hebben. De manager stelde een brief voor me op en hielp me heel hartelijk, en de machinist was ook wat ontdooid. Ze regelden een plekje voor mij en twee andere fietsers in de volgende trein met garantie op plek, én ik zou een overstap minder hebben. Bovendien kon ik zo nog even een bakkie halen en doei zeggen tegen m’n stadje Inverness. Eind goed, al goed dus!

    De trein was druk en de volgende al helemaal. Een onaardige conducteur stond gewoon toe te kijken en stak geen poot uit terwijl ik met moeite mijn bovenwiel in de haak aan het plafond probeerde te krijgen. Mijn mooie linnen broek zat daardoor onder de kettingsmeer en ik was zenuwachtig over het uitstappen. Eenmaal in Newcastle moest ik de hele stad nog doorkruisen en het stikte van de zwervers en junkies in de fietstunnels waar ik doorheen moest. Zo apart altijd, voelt als een andere wereld. Blijf het heftig en onmenselijk vinden dat mensen op straat slapen.

    Iona in april

    Het hotel was goddelijk en na een full English breakfast fietste ik op m’n gemakkie naar de boot. De zon scheen, het was een heerlijke dag, en ik was drie uur te vroeg. Ik mocht wel al boarden, een eenmaal in mijn kamertje keek ik nog wat afleveringen van Modern Family. Ik ben al bij seizoen zes, in één maand tijd. Dat is ruim 50 uur aan afleveringen, oeps! Kun je nagaan hoe weinig ik te doen had en hoe weinig inspiratie om dingen te verzinnen om te gaan doen 😂

    Terugblik

    Zes maanden volgehouden, alleen dat al vind ik een prestatie. Regelmatig was ik er klaar mee en verlangde ik naar huis, om te beseffen dat ik geen (fysiek) huis heb. Dan wist ik: ik heb even rust nodig, ik wil even niet na hoeven denken over een slaapplek en eten en een reisplan. En dan boekte ik een hotelletje of bleef een week op een fijne camping. Ik ben trots op de kilometers die ik heb gemaakt en al helemaal dat ik daar in maart mee begon. Oh wat heb ik tegen veel dingen opgekeken en het tóch gedaan! Toen we met de boot Newcastle in vaarden en het koud en guur was en ik geen idee had waar ik die nacht zou slapen en tóch gewoon op de fiets stapte. Toen ik bang was voor de leegte van het Noorden en er tóch heen ging. Dat ik het wildkamperen spannend en soms stom vond en het tóch deed. Soms ging ik misschien een beetje teveel mijn grens over, maar ook dat was oké.

    Torridon in mei

    Ik denk dat ik door deze reis een complete herwaardering voor alles in mijn leven heb gekregen. Mijn vrienden, mijn familie, mijn geboortedorp, mijn standaard camping, mijn spullen, mijn taal, mijn werk. Want oh, wat is het pittig om elke fucking dag weer te bedenken waar je slaapt en hoe je warm blijft en hoe je jezelf vermaakt. En om zes maanden lang alleen te zijn en steeds opnieuw contact te moeten leggen om je sociale batterij op te laden (maar daar dan ook precies geen zin in hebben). Maar het is ook goed weer even die diepgaande liefde en intrinsieke motivatie te voelen voor de mensen en dingen die normaal zo vanzelfsprekend zijn.

    Maar bovenal heb ik enorm genoten van dit prachtige land. De leegte, de uitgestrektheid, de kou, de witte stranden, de zeevogels, de BERGEN, de taal, de whiskey, het wildkamperen, het avontuur. Ik wilde meer gelijkgestemden leren kennen, ik wilde hiken, ik wilde bergen leren begrijpen, ik wilde wwoofen, ik wilde de Ben Nevis beklimmen, ik wilde comfortabeler worden met wildkamperen, ik wilde vrijheid, ik wilde natuur. Alles was er. En ook de andere kant van de medaille: ik heb me vaak eenzaam, depri, gestresst, doodmoe en ziek gevoeld. Dat was heftig. Maar hoort er misschien ook bij? Misschien is het wel een stukje: het tóch doen ook al gaat het ook kut en zwaar zijn. En dat er dan toch voor over hebben om alle nieuwe en prachtige dingen die je meemaakt.

    Orkneys in juni

    De boot vertrekt letterlijk nú, nu ik deze laatste zin type. Schotland, tot snel want je huist een leuke man die ik wil weer zien. Maar eerst nog wat andere avonturen, waarvan ik nog geen flauw benul heb. En ik mag 6 maanden de VK niet in, haha (Brexit).

    BEDANKT dat je mee hebt gelezen. Al waren het een paar alinea’s, of heel trouw al m’n blogs. Het was heerlijk om te schrijven en te zien en te lezen dat mensen meegenoten. Echt fantastisch. (Ik blijf gewoon schrijven hoor ghehe).

    Xxxxxxxxxxxxx ❤️❤️❤️❤️❤️❤️

    Affric Kintail way in juli
  • Verzopen kat op de bergtop

    Verzopen kat op de bergtop

    In het Westen regent het altijd. Neem je de bus rechtstreeks naar het Oosten, trekt de lucht opeens een half uur voor Inverness open en staat je er een stralend zonnetje te wachten. Het gebeurt elke keer weer. Op zich geen straf, aangezien ik Inverness als uitvalsbasis gebruik. The place to be.

    Munro bagging
    Ik was van plan de Tranters Round te doen. Dat is een route van 60 kilometer die door twee berggebieden loopt en waarmee je 18 munro’s aantikt. Munro’s zijn bergtoppen boven de 914 meter en in Schotland is het een sport om ze allemaal een keer gehad te hebben, dat wordt munro bagging genoemd. Er zijn er 282 dus mij gaat dat niet lukken, maar er zijn mensen die er dan ook weer een sport van maken het in een zo’n kort mogelijke tijd te doen. Of ze bijvoorbeeld allemaal in de winter te doen. Of allemaal in één winter, zoals Anna uit Inverness afgelopen winter als eerste vrouw ooit deed. Echt bruut, want ik vind één munro in de zomer al pittig!

    Ted zei dat ik de Tranters round wel zou kunnen, ik twijfelde daaraan. Ik heb nog nooit een langere bergtocht inclusief kamperen gedaan en ik voel me best wel een leek in de bergen. Zelfverzekerd ben ik er in ieder geval nog niet over, maar misschien was dat dan een extra goede reden om het te gaan doen. De weersvoorspelling was alleen prut, maar ik was er klaar mee me daardoor te laten beϊnvloeden. iK bEn ToCh NiEt VaN sUiKeR?! Het voordeel van deze tocht is dat als je eenmaal de eerste piek beklommen hebt, je vrij hoog blijft en maar één keer afdaalt naar de vallei om het andere berggebied in te trekken. De klimmeters vallen in die zin mee, maar wat niet meevalt is dat de temperatuur hoog in de bergen ’s nachts tot onder het vriespunt kan dalen, in ieder geval gevoelsmatig.

    Ik had er helemaal geen zin in: angst verpakt in tegenzin. Ik was ook gewoon chagerijnig om onverklaarbare reden, zoals ik de laatste maand wel vaker ben. Misschien omdat ik klaar ben om naar huis te gaan en tegelijkertijd verdriet voel om Schotland en Ted achter me te laten, in combinatie met dat ik in Inverness wil blijven om Ted te zien maar ook toffe meerdaagse trips wil doen. Daarbij optellend dat het weer eigenlijk te prut is om meerdaagse trips te doen en ik zin heb in een gemoedelijk leventje, maar dan weer fear of missing out heb. Heel ingewikkeld allemaal, althans, dat maak ik het zelf (zou Zora zeggen).

    Gelukkig had ik ook niks anders te doen en mijn tent de vorige avond al ingepakt en stond ik daarom rond het middaguur langs de weg met mijn duim in de lucht. Mijn chagerijnige bek zal er aan bijgedragen hebben dat niemand stopte en na twintig minuten was ik het zat en liep ik naar de bushalte. Ik vreesde voor de prijs, maar het bleek maar elf pond voor een trip van twee uur! Hiephoera! Uiteindelijk duurde de trip drie uur want de buschauffeur keerde halverwege om en reed weer een half uur terug (ik in paniek), omdat twee mensen waren vergeten uit te stappen. APART.

    In de zeikregen en met een backpack vol lekker eten van de veel te dure Marks & Spencer liep ik het uurtje naar de camping. Het was echt een massief grote camping maar ik vond een veldje helemaal achterin waar je auto niet naast je tent kan staan en waar het dus veel minder druk was. Natuurlijk bleek ik wel precies naast de tent te staan waar drie jongens om 3 uur ’s nachts de lol van hun leven hadden, maar het was niet zo tjappie als die laatste keer op Skye. Bovendien werd ik wakker van hun gepraat dus had ik al een beetje geslapen waardoor ik me chiller voelde en hoefde ik dit keer de tent niet uit om te vragen of ze stil konden zijn, want de buurman deed dit al voor me. Toch fijn als je niet de enige overgevoelige slaper blijkt te zijn (en als mannen soms ff problemen voor je oplossen).

    De volgende dag regende het nog steeds maar de weersvoorspelling was oké voor die dag. Voor de dagen erna was het echter zeer harde windstoten en dikke buien, kans op mistvrije toppen 10% ofzo. Niet echt wandelwaardig weer dus. Ik overwoog mijn opties en besloot: ik laat mijn tentje lekker staan en ga toch gewoon dagwandelingen doen. No way dat ik zeiknat in vriestemperaturen mijn tent weg laat waaien, dat gaat me toch net even een stapje te ver. Bovendien zou ik ook ongesteld worden, dus een extra motivatie om het een beetje rustig aan te doen. Geen Tranters round voor mij, maar wel heerlijk tussen de bergen vertoeven.

    Ben Nevis hier niet in beeld, nog een stuk naar rechts

    Ben Nevis
    Door de harde wind en regen waren er geen midges, dat was echt een grote win. Tussen de buien door kon ik gewoon lekker m’n broodje kaas en kopje earl grey thee aan de picknicktafel eten, met uitzicht op de Ben Nevis, de hoogste piek (1345m) van het Verenigd Koninkrijk! Het was ook zondag dus iedereen pakte zijn tent in, vanavond zou ik het veld voor mezelf hebben en dat was een goed vooruitzicht. Eén van mijn wensen voor deze reis was ook die Ben Nevis beklimmen en als ik vorig jaar niet door Zora de berg Snowdon in Wales opgesleept was had ik nooit gedacht dat ik het zou kunnen. Ik dacht dat bergklimmen voor zieke pro’s was, maar vooral die bekende bergen hebben hele goed onderhouden paden. Ze zijn daardoor soms veel makkelijker dan sommige lagere maar veel minder bewandelde bergen (zou ik de volgende dag ondervinden).

    Ik vloog de berg op en haalde alle gezinnen, oude mensen, groepen, stelletjes en ander gespuis in. Het was druk maar gezellig en ik voelde me even heel capabel met mijn tempo. Ik ben echt fit geworden deze reis en dat is zo’n heelijk gevoel! Daarom houd ik ook zo van het zwerverleven en de continue beweging die erbij hoort. Ik hoef niet geforceerd naar de sportschool om goed in mijn vel te zitten, maar heb gewoon een levensstijl die me fit en gezond houdt. Op de top was het mistig maar ik was superblij dat ik het gewoon gehaald had omdat ik het al heel lang van plan was. Na een wederzijdse fotoshoot met een Pakistaanse man vloog ik terug naar beneden om me kapot te chillen op de nu rustige camping. Plan voor de volgende dag: toch met de tent de bergen in? Ik voelde me sterk na deze dag maar was in twijfel door het weer.

    Stob Ban (Mamores) and Mullach nan Coirean
    Maar hallo, ik ging hier niet op mijn luie reet zitten met al die geweldige pieken boven mij uittorend. Met mijn tent in de bergen zou dan misschien een beetje te heftig zijn, maar een beetje nat regenen met het vooruitzicht op een warme douche zou toch wel moeten kunnen?! Ook met een permanente premenstruele grijze wolk rondom mijn hoofd?! Het zou om zes uur ’s avonds flink gaan regenen, dus als ik gewoon zorgde dat ik voor die tijd thuis was?

    Ik besloot de eerste twee toppen van de Tranters Round te doen, dan kon ik de dag daarna misschien the Ring of Steall proberen, een brute ronde van 19 kilometer van de daaropvolgende munro’s. Eerst eens kijken hoe dit zou bevallen en dan kon the Ring altijd nog, stap voor stap. De aanlooproute voor deze eerste twee munro’s (Stob Ban en Mullach nan Coirean) was vijf kilometer en de route zelf 16, dus het zou een lange dag worden.

    In de miezer ging ik op weg en ik had er geen zin in. Huilend sjouwde ik mezelf de berg op dwars door de bosjes over iets wat nauwelijks een pad te noemen was. Even daarvoor had ik mijn regenbroek uitgetrokken omdat het niet meer regende en te warm was, en daardoor raakte mijn broek helemaal verzadigd van het water van de varens waar ik doorheen banjerde. Ik keek achterom en dacht: wat een flutpad. Dus pakte ik de kaart er maar weer bij en wat bleek: ik was een pad te vroeg omhoog gegaan. Op de kaart was te zien: parkeerplaats, dan een brug over, daar naar rechts. Maar blijkbaar was ik een parkeerplaats te vroeg omhooggegaan. Het pad zou dezelfde munro bereiken, maar ik twijfelde of ik terug zou gaan. Ik huilde nog meer en was even helemaal klaar met alles, maargoed, ik moest iets beslissen dus trok alsnog mijn regenbroek aan en ging maar door. Opgeven was geen optie (want wat zou ik anders de hele dag moeten doen?!).

    Glen Nevis. Glen betekent vallei, Ben of Beinn betekent berg.

    In de mist liep ik over een bergkam waar ik alleen maar twee meter verder kon kijken. Het pad was wel duidelijk maar ik had verder geen idee waar ik heen ging. Het voelde heel spannend en opwindend eigenlijk, zo hoog in de bergen te zijn, mezelf vooruit te sjouwen, met alleen maar wit en rots om me heen. Dit was nou echt de ultieme MORDOR experience (de duistere plek van de slechterik in Lord of the Rings). Ik was echt kapotter dan kapot en wist dat ik na deze piek NOG een piek zou moeten beklimmen, maar terug ging ik ook niet dus dan maar vooruit. Ik kon het heus wel, niet piepen nou.

    Ik sleepte mezelf over de rotsblokken en werd bijna weggewaaid door de harde windstoten die over me heen waaiden. Het voordeel: af en toe had ik vrij uitzicht en kon ik prachtig om me heen kijken. Ik voelde me wederom heel capabel en vandaag was ik niet omringd door half Groot-Brittanië, maar was ik echt het enige levende wezen op deze berg. Op een paar schapen na wiens aanwezigheid me goed deed.

    De regen werd steeds erger en ik was tot op het bot doorweekt. Pauze houden was geen optie want de keiharde wind zou misschien wel tot onderkoeling kunnen leiden. De wind werd zo erg dat ik een paar keer naar de grond dook en plat ging liggen om niet van de bergkam af te waaien. Het was best eng maar ook wel weer vet en ik zorgde ervoor dat ik een flink stuk van de klifzijde af liep (speciaal voor mijn moeder van wie ik nooit dichtbij de rand mag komen). Gelukkig hield mijn wollen thermokleding hoewel nat me goed warm, echt lang leve wol, dus ik riep even bedankt naar de schaapjes. Toen ik op de tweede munro stond kon ik weer ver om me heen kijken en het was echt machtig. Ik was ook niet te doen #dankbaar dat ik hier niet met backpack en tent stond. Ik wilde zo snel mogelijk naar beneden, douchen en warme chocolademelk drinken en voor altijd slapen.

    Follow the sun
    Alles was nat en niks droogde. De camping was een klamme bende, mijn slaapzak was vochtig, mijn sokken waren zeik, mijn gewassen onderbroeken droogden niet en the Ring of Steall ging ik echt niet doen na deze brute ervaring van een veel minder intensieve wandeling. Ik bedacht lekker een dagje naar Fort William te gaan, maar aangezien dat een uur lopen is en daar ook de bus naar Inverness ging dacht ik: waarom ga ik niet gewoon terug? Bergwandelen blijkt toch echt veel te heftig met dit weer en de wind zou alleen maar erger worden. Dus pakte ik alles zeiknat in en liep naar Fort William, waar ik een lekker bakkie deed en de bus naar Invo pakte. En jahoor, de zon scheen. Mijn zeiknatte tent droogde heerlijk in de wind en ik kon languit in het gras liggen. Invernessje. I love you.

    Jankend op het verkeerde pad, maar wel mooi uitzicht dus ook wel blij