-
Mijn stekkie in Inverness

Inverness, mijn thuis in Schotland. Elke keer ben ik weer blij als mijn tentje op de camping staat op zijn vaste plekje. In het hoekje achter de receptie, met net een beetje schaduw, zodat ik bij zonnig weer niet stik in de tent, en naast de waterbak voor de eenden. Oja, en de poes loopt hier ook regelmatig langs en komt soms in de tent zitten. Ik hoor een harde zoem van de sporthal achter de camping, maar het is een constant geluid dus het boeit me niet zo. Het trekkersveldje die zich een stuk verderop achter een boomrand bevindt is qua schaduw beter en is verder weg van alle campers, maar is sfeerloos en dichtbij de weg. Nee, dit is mijn favoriete hoekje en zelfs met lawaai slaap ik hier goed. De meeuwen krijsen zodra het licht wordt de boel bij elkaar, maar het hoort er allemaal bij. Mijn stekkie in Inverness.

Mijn stekkie met op de achtergrond rechts het zwembad Langs the River Ness
Hoevaak ben ik hier nu nou weer vertrokken en teruggekomen? Ik ben de tel kwijt. Maar pas vorige week kwam het in me op het zwembad achter de camping te bezoeken. Zomers zijn nogal regenachtig in dit land, en dan valt Inverness nog mee. Het is hier in het Oosten vaak zonnig terwijl het in het Westen zeikweer is. Dat is fijn, maar ook balen want in het Westen zijn de bergen en daar wil je zijn en heb je goed weer nodig. Ted en ik bedachten de theorie dat omdat in Schotland een overheersend westerwind is, het vocht van de Atlantische oceaan al neerslaat in de bergen en niet doorwaait naar het Oosten. Betere theorieën zijn welkom.
Regenachtige dagen vragen om indoor vermaak. Mijn nieuwsgierigheid naar het zwembad, of eigenlijk ‘leisure centre’, werd gewekt door Ted en zijn huisgenoot die elke keer de saunafaciliteiten in het zwembad pakten na een outdoor avontuur zoals van kliffen springen of de Noordzee over varen of in een sneeuwlawine terecht komen. Het blijft me verbazen hoe graag Schotse mannen gevaarlijke dingen doen en steeds bijna dood gaan, maar zich daarom alleen maar onverwoestbaarder voelen. De hoeveelheid aan bijna-dood-ervaringen die de gemiddelde Schotse man heeft maakt het een wonder dat er geen vrouwenoverschot is in dit land! Het is wel aanstekelijk, en het geeft natuurlijk ook een kick om de grens op te zoeken. Bevroren watervallen beklimmen terwijl die op een zonnige dag zomaar neer kunnen storten? In een stroomversnelling kajakken terwijl je meegesleurd kan worden zodra je omgaat? Zonder touwen een massieve rotswand beklimmen terwijl één misstap een verpletterende dood kan betekenen? Schotten draaien hun handen er niet voor om. Wel lekker.

The river Ness Het leisure centre kost 30 pond per maand en je kunt dan niet alleen onbeperkt baantjes zwemmen, van de glijbaan roetsjen, of in de sauna puffen, maar je kunt ook deelnemen aan alle groepslessen van de sportschool en gebruik maken van de fitnessfaciliteiten. Het is echt een indoorparadijsje met alles wat je hartje begeert. Jacuzzi incluis. Iets voorbij het centre zitten de botanische tuinen van dezelfde eigenaren waar je een heerlijk bakkie kunt doen in de kassen en plantjes kunt observeren als je daar zin in hebt. Daar zit ik nu te schrijven, want buiten regent het pijpenstelen. Voor het leisure centre heb ik nu gewoon een maandabonnementje hoewel dat eigenlijk niet kon met een buitenlandse bank, maar wat de lieve baliemevrouw toch voor me gefixt heeft. Straks misschien een lesje ‘female weightlifting’?
Een ander pareltje in de stad is het theater. Er draaien prachtige arthouse films en iedere dag is er buiten live muziek waar je al liggend in het gras naar kunt luisteren. Zie voor je: een lange rivier die de stad in stroomt. Het verste weg aan de rivier zitten de botanische tuinen en het leisure centre. Iets verderop zit een prachtig park en de camping. Nog iets verder de stad in is het theater en uiteindelijk ben je in het centrum. Dit allemaal loop je in hooguit een half uurtje over een prachtig wandelpad langs de rivier. Inverness is goud.

In het Westen waar het altijd regent
De westkust was zeker weten het mooiste gedeelte van mijn fietsroute. Er waren een paar plekken waar ik eigenlijk wel langer had willen blijven, maar toen ook geen zin in had. Ik wilde door, het Noorden bereiken. Maar vanuit Inverness is het maar anderhalf uur rijden naar de westkust en zou ik een paar plekken wat uitgebreider kunnen bezoeken! Het probleem: vervoer. Bussen zijn duur en treinen nog duurder en veel plekken zijn afgelegen. Oplossing: een vriendje met een auto en een paar vrije dagen, of: liften!
Ik ging een paar dagen naar Skye, althans dat was het plan, maar het weer was kut dus ik bleef maar 1 nacht. Een terrornacht, dat wel. Ik stond naast een tent met tjappies die tot drie uur ’s nachts muziek draaiden en irritant lachten. Op mijn nieuwe nep-crocs liep ik twee keer naar ze toe om te vragen of ze konden kappen. Heel onderdanig zeiden ze dan sorry om vervolgens vijf minuten later weer verder te gaan. Volgens mij waren ze dronken. Ik moest janken want het stormde, het was pikdonker, de camping was lelijk en ik was doodmoe. Gelukkig was de wifi goed en had ik Disney+ van Marleen gekregen en bracht ik de nacht door met de drie gezinnen van Modern Family. Ik voelde me oprecht beter!
De volgende dag stormde het nog steeds dus bergwandelen zou er ook niet in zitten. Ik miste Nesje en verveelde me. Ik had geen zin om alleen te zijn in dit pokkeweer op dit stomme toeristische eiland. Ik wilde naar huis. Als uitdaging voor mezelf bedacht ik dat liften wel leuk kon zijn in plaats van de dure trein die ik de vorige dag had genomen. Och, en liften gaat hier zo goed. De eerste man bracht me van het eiland af en ging speciaal voor me op zoek naar een goeie liftplek. De tweede man stopte eigenlijk helemaal niet voor mij, maar om een belletje te plegen, maar ging toevallig wel helemaal naar Inverness dus ik kon instappen! Een gezellige twee uur volgden door prachtig landschap, en toen was ik weer thuis. En jahoor, de zon scheen.

Ted en ik wilden eigenlijk de Tranters Round doen, een bergtocht van 60km met als eindpunt Ben Nevis, de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk. Ik ben tegen weersvoorspellingen bekijken maar als je de bergen in gaat moet je dat doen. Bergen in de mist is niet alleen niet boeiend vanwege het gebrek aan uitzicht, maar kan ook gevaarlijk zijn. Je kunt makkelijk verdwalen en je op onveilige plekken begeven. De voorspelling was keiharde wind die je van je sokken zou blazen, dus we moesten onze plannen omgooien. We gingen naar Torridon, waar het weer niet veel beter was maar waar een gratis camping zat waarvanuit we dagtripjes konden doen.
De midges waren afschuwelijk, en ik vroeg Ted hoe Schotten de zomer overleefden. Wat deden ze in hun vakantie als kamperen niet echt een leuke optie was? “We still go camping”, zei hij, “and just have a shitty time”. Oh, to be Scottish. Kamperen en buiten zijn is gewoon leven en zelfs als het kut is door regen en midges blijven ze het doen. Blijven we het doen, eigenlijk, want ik ook. Ik haat het leven dan op sommige momenten, maar het is ook goud. We liepen met onze midgenetten op ons hoofd, aten ons avondmaal al wandelend en konden nauwelijks pauze houden in de bergen. Maar we deden het toch en hadden het goed.

Ik was ook weer geïnspireerd door onze toffe hikes. Gewoon de hele dag wandelen is ZO GOED. Ik heb best veel heimwee de afgelopen tijd, voornamelijk omdat ik me gewoon verveel en een sociaal leven mis. Het is heel fijn om leuke dingen te kunnen doen met Ted, maar hij heeft ook een leven en soms is het fijn dingen los van elkaar te doen. Waar ik eerder echt master was in mezelf vermaken en alleen zijn lijkt het wel alsof ik het helemaal niet meer kan. Ik vind het gewoon stom. Ik wil mijn neefjes knuffelen en bij mijn ouders op de bank chillen en met vriendinnen zwemmen in het Henschotermeer. Ik zit wel op Bumble BFF en heb wat leuke koffiedates gehad met meiden hier, maar hoeveel investeer je daarin als je weer bijna weggaat? Soms word ik wakker en denk ik: wat ga ik nú weer met mijn dag doen?! En voelt alles saai en slenter ik maar wat en verveel ik me alleen nog maar meer.
Dat is zo ontzettend fijn aan lange-afstands fietsen of hiken. Je weet wat je te doen staat, je kunt tegenzin voelen maar je gaat toch. En aan het einde van de dag voel je je sterk en geïnspireerd en moe en voldaan. En dat is top. Alleen ik heb geen zin meer in echt een lange tocht, want ik wil een beetje hier blijven. Maar bergwandelingen zijn wel echt een goeie optie. Dus het plan: alsnog de Tranters Round doen komende week. Stay tuned.

Simone en haar fietsje in 2004 -
Liefde, een community, en manden maken

Wat zie je voor je als je het woord ‘ecovillage’ hoort? Een bij elkaar geraapte bende van stacaravans en pipowagens, omgeven door torenhoog onkruid? Of een veld vol yurts waar iedereen op blote voeten loopt en moeder aarde aanbidt? Misschien een poepsjieke wijk met duurzaamheidsgoeroe’s die spirituele verlichting zoeken? Om eerlijk te zijn: dit ecovillage heeft een beetje van alles. Maar het valt beslist niet tegen.
In het Noordoosten van Schotland, op een half uurtje van Inverness, zit Findhorn Ecovillage. Een bekend dorp hier in de regio, met meerdere straten van prachtige houten huizen, stacaravans, en ander soort bouwsels. Het bestaat uit verschillende wijken met hun eigen karakter, een soort mini communities binnen het dorp. Er is een centrale hal met een leuk café, er is een grote biologische winkel en er is een camping. Elke ochtend kun je deelnemen aan de meditatie en daarna de zangcirkel (Taizé), je kunt vrijwilligerswerk doen in het bosgebied, en je kunt tegen betaling een duik nemen in de hot tub. Er zijn retraites, rondleidingen en muzikale bijeenkomsten, kortom: je hoeft je niet te vervelen.
Laatste maand
Over een maand gaat de boot naar Nederland en ik voelde me wel een beetje uitgefietst. Het leek me fijn de laatste weken rondom Inverness te verblijven, zodat ik tijd door kan brengen met Ted, een leuke Schot waar ik niet vanaf kom 😬 Het idee was om vanuit de stad steeds wat leuke tripjes te doen in plaats van echt verder te trekken. Maar de inspiratie was al snel op. Ik deed een toffe hike van vijf dagen (zie vorige blog), maar dat was al op het randje van het midge-seizoen. Om 19u zat ik opgesloten in de tent en pauzeren kon ook niet echt zonder belaagd en gestoken te worden door deze minimugjes. Hoe zou ik mezelf de komende zes weken moeten vermaken zonder het doel van fietsen of hiken?!
Ted had in ieder geval een goed idee: hij wist een leuke bothy in the middle of nowhere die niet bekend was bij het grote publiek. We reden twee uur met de auto (heel normaal hier in Schotland, waarom doe ik dat niet vaker in NL, even naar Duitsland voor het weekend?!) en hiketen door een moerassig gebied. Helaas: er kwam rook uit de schoorsteen. Een viertal dertigers zat lekker te eten en leek niet blij met onze komst. Normaal is de bothycultuur dat je lekker plek maakt voor elkaar, dat je de bothy deelt hoort er nou eenmaal bij. Maar deze mensen deden een beetje kortaf en hun benauwde mopshondje stikte zowat ’s nachts. Dat zou komen doordat wij de kachel te hoog hadden opgestookt, het leek ons eerder dat zij niet zo’n achterlijk doorgefokt beest hadden moeten kopen (zeiden we niet hardop). Anyway, het hondje was wel erg lief en kwam bij mij op schoot.

’s Avonds ging ik lekker in het raamkozijn zitten en rook een aangebrande geur. Wat vaag, niemand was aan het koken? Voor ik het wist zag ik een vlam in mijn ooghoek: mijn broek stond in brand! Ik was blijkbaar in een kaars gaan zitten! Geen ernstige brandwond en ergens was ik blij, ik ben gek op kleding repareren en daarmee oefenen 😂 En ik ben heel trots op het resultaat dus die deel ik even met jullie:

Na terugkomst besloot ik een paar nachtjes in de eco-village te overnachten. Er zijn daar allerlei grappige activiteiten, maar ik kon online niet heel veel goeie informatie vinden. En met mijn zeeën van tijd kon ik net zo goed een paar nachtjes in het hostel verblijven! Ik was blij dat ik dat had geboekt in plaats van de camping, want die lag pal aan de weg en het tentveldje stond helemaal volgeboekt. Nee, ik zat in een prachtig huisje met maar één andere gast. Met Jenny, een Amerikaanse vrouw op reis voor spirituele verdieping, deelde ik de keuken en de woonkamer. We hadden allebei onze eigen slaapkamer en badkamer. Luxe! Het was er doodstil en de veranda met picknickbank was omgeven door groen. De verse pruimen hingen aan de boom, de zon scheen, de koelkast zat vol met mijn bio boodschappen, kortom: het leven was goed!
Jenny was een schat, maar ik vibete niet helemaal met haar spirituele verhalen. Ze had het over mensen met hoge frequenties en hoe alles een nieuw begin kan zijn (ze was haar ring kwijtgeraakt) en een paar dagen later zou ze naar Engeland vliegen om een energetische plek te bezoeken. Ik vond het tof wat ze deed, ze was in de zeventig en stond heel bewust in het leven. Maar ik voelde ook een soort afstand van de ‘echte’ wereld bijna. Niet alleen bij haar, maar in de hele community. Deze afgezonderde plek voelde zo paradijselijk, zo stil en perfect. Maar ook zo afgezonderd. Aan de andere kant, doet niet iedereen dat een beetje? Een eigen veilige haven creëren weg van het leed? Anyway, ik vond haar lief, maar op één lijn zaten we niet.

Jenny ging elke ochtend mediteren om 6:30 en daarna naar de zangcirkel. Ik maakte van de gelegenheid van de enige zangcirkel om 9:30 gebruik op zondag, de tweede dag van mijn bezoek. In een openlucht theatertje zongen we meerstemmige taizéliederen, zo heerlijk! Daarna mocht iedereen bidden, hardop of in zichzelf, en kwamen heilige figuren, engelen en Palestina voorbij. Ik werd een beetje ongemakkelijk, verder weg van Palestina kon ik me niet voelen. En hardop bidden is ook niet aan mij besteed, daar ben ik echt te nuchter voor! Maar het was ook wel weer vermakelijk en ik was weer blij dat ik goeie verhalen voor m’n vriendinnen zou hebben, lekker klagen over mensen. Maar mediteren en zingen om 6:30, mij niet gezien!
Sokken in sandalen
Het heerlijke aan zo’n plek is dat ik me wel lekker mezelf voel. Sokken in sandalen kan me niks schelen, terwijl ik me in de stad dan toch wel zou schamen. Bh-loos met bungelende tieten onder mijn t-shirt, ongewassen haar, of de hele dag luieren, dit voelde wel als de plek waar je LeKkEr MaG vOeLeN wAaR jE zIn iN hEbt. Ik liep rondjes over het terrein, zwom in de prachtige zee op een warme dag, kookte lekker uitgebreid voor mezelf en keek Netflix op de bank. Op de laatste dag deed ik nog vrijwilligerswerk in het bosgebied: gaspeldoorn wegknippen in de brandende zon. Ik sprak leuke mensen, waaronder een Nederlandse vrouw uit Amersfoort die hier al twintig jaar woonde en een Australische man die zijn Schotse roots kwam onderzoeken. Hij woonde in de belltent in het bos in ruil voor vijf ochtenden datzelfde vrijwilligerswerk per week, awesome!
Maar tóch.. hoe heerlijk de plek ook was, dit is niks voor mij. Bij het vrijwilligerswerk begonnen we de dag met een cirkel, hand in hand, en zonden we onze liefde naar het land. De leider vertelde over zijn initiatiesessies bij de First Nations in Midden-Amerika en over de symboliek van het gaspeldoorn knippen. En ik kon er gewoon niks mee. Ik heb een tijdje ook veel gemediteerd, sjamanistische dingen onderzocht, vrouwencirkels geleid. Maar ik hou toch gewoon lekker van met beide voeten op de grond staan. Ik voel me verbonden met de natuur door er gewoon in te zijn, erin te leven. Ik oefen mijn bewustzijn door trager te leven, meer buiten te zijn, mijn zintuigen te gebruiken. Ik voel connectie door mijn voorouders door over ze te leren. Maar ik voel op dit moment in mijn leven weinig behoefte dat heel spiritueel aan te pakken door mijn vorige levens te analyseren of de goden van het land te eren met een drum. Wie weet, ooit weer.

Nog vijf weken
De laatste dag verveelde ik me eigenlijk te pletter. Ik zat de hele dag binnen en vond het zó moeilijk om iets te ondernemen. Ik voelde weer helemaal die vibe die ik had voordat ik in een tent ging wonen: het continue gevecht met mezelf van naar buiten willen gaan maar het binnen zo comfortabel vinden. Het was wel goed dat weer even te voelen, want ik verlangde de laatste tijd wat meer naar een huis. Maar nu weet ik weer dat afwisseling belangrijk voor mij is. Het was ook weer een goeie oefening in het niets doen minder veroordelen. Boeie, dan doe ik toch niks productiefs?! Maarja, iets leuks en uitdagends doen is ook gewoon goed voor je.
Terug in Inverness bleef de verveelde chagerijnigheid een beetje hangen. Ik vond de stad irritant en miste een doel. Elke dag weer bedenken wat je gaat doen voelt na een tijdje nogal nutteloos, ook al doe je het met iemand aan je zijde. Ik werd er geen leuker persoon van en dacht: IK MOET WEG. Gelukkig had ik een hele leuke cursus geboekt bij een mandenmakerij waar ik ook mijn tentje op mocht zetten. Vanuit die plek schrijf ik nu en het is hier fantastisch! Ze doen alles met wol en plantvezels wat je maar kan bedenken en ze hebben een grote tuin met wilgenplantage, moestuin en verfplanttuin. Er staan pipowagentjes en er is een boerderijwinkel. Ik mag de keuken en douche gebruiken en zat gister de hele avond lang te kletsen met de Lets/Schotse Indra, wat was dat heerlijk! Zij en een andere gast, Martin, wonen hier tijdelijk in respectievelijk een caravan en busje en maken manden voor de winkel en werken in de moestuin. Echt een geniale plek om ooit wat langer te verblijven, dus ik maak er nu in ieder geval een lang weekend van. Vandaag deed ik een cursus coilen, morgen random weave. Zoek maar op, als je wilt weten wat het is :) (de plek: Naturally Useful in Rafford, ten Oosten van Inverness).
En straks weer naar Inverness, misschien nog naar Skye, en een brute bergtocht doen van vier dagen met Ted. Zo kom ik de tijd wel door, hoop ik. Inmiddels begin ik in ieder geval te verlangen naar werken, best goed om dat eens te voelen haha ;) Xx!!

Het begin van een gecoild mandje -
Met brandende blaren

Met brandende blaren onder beide voeten sjouw ik mezelf het stenige paadje op. Mijn schoenen zijn zeiknat, ik word belaagd door midges (steekvliegjes) en zelfs mijn rug vertoont inmiddels pijntjes. Maar in de verte zie ik in de groene vallei die wordt omringd door torenhoge, in mist gehulde bergen, de hut. Een klein stenen huisje met een oranje dak, midden in het niets. Achter me hoor ik het getik van wandelstokken en komt de Spaanse Wen naast me lopen. Als we een half uur later bij het huisje zijn duwen we de deur open en worden we verwelkomd door een luide mannenstem: “you made it!”. Even turen onze ogen in niets dan duisternis, maar als ze gewend zijn zitten daar de Yorkse Jess en John aan hun theetje. We zijn er, veilig en droog, in de bothy.
The Affric Kintail Way
Ik was het fietsen zat, pakte een trein terug vanuit Edinburgh naar Inverness en bereidde mezelf voor op een wandeltocht. Verslaafd als ik ben aan fietsen vind ik wandelen altijd heel moeilijk klinken, maar ik had toch wel zin in off-road paadjes en lekkere bergen zonder het gezeik van asfalt met auto’s. Er zijn ontzettend veel opties vanuit Inverness, maar ik besloot laagdrempelig te beginnen. Een route van vijf dagen met wel klimmetjes, maar voornamelijk door de vallei. Ik leende een backpack van een local, kocht droogmaaltijden en vertrok. Wat een heerlijk vrij gevoel met alleen zo’n rugzakkie!

Vanuit Inverness deed ik een stukje rood, dan geel, dan een stukje lichtblauw Rood: Great Glen Way (overlap met lichtblauw)
Geel: Affric Kintail Way (overlap met lichtblauw)
Blauw: Cape Wrath Trail
Oranje: verbindingsstuk
Eigenlijk was ik best wel bang van tevoren. “Waarvoor dan?”, vroeg een vriendin. “Want inmiddels ken je het kampeerleven toch wel?”. Ik denk dat de angst vooral was voor de ontberingen alleen aan moeten gaan. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten – van de route, maar vooral van mijn eigen krachten. Het zou best afgelegen zijn met twee dagen geen telefonisch bereik en het weer zou ook nog wel eens kunnen tegenvallen in de bergen. Kon ik dit wel aan? De enige manier om daarachter te komen is natuurlijk, wederom, om het gewoon te gaan doen. Maar wel met een portie zenuwen.
De eerste dag vond ik meteen confronterend. Ik voelde me gewoon alleen, chagerijnig en niet op mijn plek. Het lopen ging prima, de rugzak zat top en ik vond een mooie sparrenstok om me te ondersteunen en voor het hobbitgevoel. De bermen zaten vol vers fruit: kersen, frambozen, blauwe bessen en bosaardbeien. Ik keek uit over Lochness en vond een prachtige rustige kampeerplek na 25 kilometer in de benen. Maar het onbestemde gevoel bleef, misschien gewoon even wennen, misschien een gebrek aan koffie, haha. De afgelopen maanden had ik dit gevoel vaker en het is denk ik ook een soort angst die de kop op steekt en me chagerijnig maakt. Maar ik heb ook geleerd dat die momentjes voorbijgaan (en weer terugkomen) en ik realiseerde me: misschien is het ook gewoon part of the deal dat je er af en toe geen zin in hebt en het kut vindt? De deal van het leven, maar ik bedoel vooral van en trektocht maken.
Het is soms zwaar, maar daarom doe ik het ook. Vorige week had ik ergens een saaie dag en energie teveel en had ik zin in iets heftigs doen, iets zwaars, om te strijden op een berg ofzo. Het is juist misschien dat zware en het tóch doen en er ook weer overheen komen wat zo’n tocht zo episch maakt!

Dag twee was ik een stuk vrolijker, maar ik had dan ook een koffietje op. In het café had ik mijn telefoon nog wat procentjes opgeladen, want de komende vier dagen zou ik geen faciliteiten hebben. Best spannend (ben ook niks gewend hè)! Rond het middaguur vertrok ik en begon nu officieel de Affric Kintail Way. Deze loopt langs het meer Affric tot aan het Kintail gebied, klinkt logisch, en zou waanzinnige uitzichten bieden. De eerste etappe was echter oersaai. Brede stenige paden liepen door stoppelvelden van omgehakte naaldbomen. Machines, vrachtwagens en hout, weinig charmants. Er zaten wat stevige klimmetjes bij en ik voelde een steeds pijnlijker wordende plek onder mijn voet. Toen het écht niet meer ging verbond ik die met een pluk schapenwol en wat weegbree (ik gebruik voor elk kwaaltje weegbree en duizendblad, geen idee of het voor blaren helpt) en liep mank verder. Het hielp geen zier en ik was moe. Mezelf ritmisch toesprekend stapte ik door: “Keep on going forward, step by step, step by step”. Als ik maar vooruit kom. De snelheid boeit niet.
Ik zou een dorpje met de laatste supermarkt op de trail bereiken en het leek me slim daar vlak voor te kamperen. Ik haalde Wen in, die hetzelfde had bedacht. Hij stond op een stukje vlak gras – de eerste sinds lange tijd – en werd omringd door een wolk midges. Zijn hoofdnetje beschermde hem gelukkig, ik dacht vooral: in dit bos ga ik niet staan! Een stuk verder hield het bos op en zag ik een prachtplek met uitzicht. Ik vond mezelf geniaal en vooral genialer dan hem, maar ik werd snel gecorrigeerd. Terwijl ik mijn tent opzette zag ik dat ik onder een half omgevallen spar was gaan staan en de rest van dat sparrenbos was überhaupt half omgewaaid. Hoewel er geen wind stond vond ik het risico op een boom op m’n bek toch even te zwaar wegen dan mooi uitzicht en geen midges.
Het was inmiddels al acht uur en ik was op, met weer ruim 25 kilometer in de benen. Ik sleepte mijn spullen naar het pad en zette mijn tent in de berm op. De bomen verhinderden mijn uitzicht, mijn haringen wilden nauwelijks in de stenige grond en ik werd tóch ook belaagd door midges. Ik dook de tent in en kon nauwelijks een kopje thee zetten zonder een wolk van die beesten in mijn binnentent te laten. Bezweet en moe ging ik liggen en toen besefte ik ook nog eens dat een generator-achtig geluid op de achtergrond bromde, alles zat tegen! Ik at wraps en een yoghurtje en lag vervolgens tot drie uur ’s nachts klaarwakker van het late eten en stijve spieren. Ik bedacht een prioriteitenlijstje voor kamperen: 1. Veilig (✅) 2. Plat (✅) 3. Zachte grond (❌) 4. Stil (❌). En ik zou eerder moeten avondeten en überhaupt eerder moeten stoppen.

Uiteindelijk sliep ik toch nog in en pakte de volgende ochtend in turbo tempo alles nat in. Ik ging naar het dorp en zou lekker boodschappies doen en een bakkie halen, wat dacht je daarvan! Ik jatte nog een boek mee uit een minibieb – Twilight, haha – want ik had mijne de avond ervoor uitgelezen. En de lokale Spar was gewoon de hemel. Ze hadden vet goeie koffie, picknicktafels, een stroompunt en verse broodjes. Ik was weer helemaal blij met het leven! Alles komt weer goed mensen! Op de trail haalde ik een Belgisch koppel in, ik kwam Wen weer tegen en de uitzichten werden beter. Bij toeristische watervallen zonk ik neer en genoot van het leven en mijn boek.
John en Jess zaten daar ook en de rest van de dag haalden wij en de andere wandelaars elkaar steeds omstebeurt weer in. Het voelde een beetje als samen de trail doen, wat erg gezellig was. ’s Avonds was Wen opeens kwijt en hadden we allemaal problemen met een kampeerplek vinden, dus mijn voornemen van de vorige dag moest ik alweer schenden. Om zeven uur had ik een plek met awesome uitzicht, stromend water en… shit, midges en een stenige grond. De haringen gingen er met geen mogelijkheid in. Terwijl ik proestte en mezelf sloeg om midges weg te jagen trachtte ik de elastieken van mijn tent om stenen te binden en hoopte ik dat het niet hard ging waaien. Shit, prioriteit 3 vergeten, zachte grond! En wat boeide dat uitzicht nou weer als ik tóch in de tent opgesloten zat? Ik was boos op mezelf, dat ben je dan makkelijker als je moe bent. De hele nacht regende het, maar mijn steenconstructie bleek gelukkig sterk genoeg. Ik at wat minder en sliep beter, dus dat was een win.

Wen bleek die dag ergens helemaal verkeerd te zijn gelopen, maar de volgende ochtend liep hij met met Jess en John voorbij terwijl ik mijn tent aan het inpakken was. Ontbijten was weer een onmogelijkheid door de midges, later op de dag zouden ze minder worden. De wandelaars wachtten op mij en zo liepen we af en toe samen, maar meestal apart van elkaar, op weg naar de gezamenlijke bestemming: de bothy. Vrijwilligers onderhouden een heleboel van deze hutten in de wildernis van Schotland en je mag daar je matje uitrollen en als je wilt een vuurtje stoken. Echt een fantastisch concept en een fijn vooruitzicht met mijn inmiddels groter geworden blaren! De route was nu echt waanzinnig geworden. De dramatische wolken maakten de hoge bergtoppen extra imponerend en ik voelde me ultiem hobbit. Wel was mijn hoofd weer een beetje chagerijnig en was ik erg moe, gelukkig zou het maar een korte wandeling zijn. In de bothy, waar we om drie uur al aankwamen, vermaakten we ons met saaie verhalen en spinnen bekijken en las ik in Twilight.
Het regende buiten dus we bleven lekker binnen en aan het eind van de middag arriveerden er nog twee gasten die daarna nog ‘even’ een ridge gingen beklimmen. De moeder in mij maakte zich wel een beetje zorgen toen ze om half tien nog niet terug waren, maar kort daarna strompelden ze doorweekt binnen en rolden hun matjes uit. Ik sliep licht maar lang met op de achtergrond het rustgevende geluid van zacht gesnurk en krakende matjes.

Als ik in bed lig doen al mijn spieren pijn, maar wonderbaarlijk genoeg is dat de volgende ochtend helemaal weg. Mijn schoenen waren vanochtend wel zeiknat, maar vanavond was mijn bestemming een camping en zonder spierpijn en na een halve rustdag had ik weer goede moed voor het lopen. En na vannacht zou ik weer naar de stad vluchten, lekker chillen en buiten zijn zonder kapot gestoken te worden, dat was een motiverend vooruitzicht.
Mijn hoofd is een soort pokdalig geheel van alle bulten en ik snap niet dat er überhaupt mensen aan het kamperen zijn op dit moment, mezelf geïncludeerd. En de midges worden vanaf nu alleen maar erger, dus wat wordt mijn volgende plan? Een indoor iets? Vijf weken lang een stads moppie zijn? Huilen? Of toch de midges maar trotseren en me niet gewonnen geven? Ik vond het wandelen wel echt tóf. Zwaar, maar tof. En ik zie het mezelf wel nog een keer doen.
Ooit maakte ik op een fietsreis een gedicht over de voordelen van wind. Ik had er toen namelijk zo’n godsgruwelijke hekel aan dat ik het om probeerde te denken om niet té agressief te worden. Na deze trip kan ik een zeer belangrijk voordeel van de wind toevoegen hieraan, want de wind was mijn held deze trip:
Dat is het voordeel van de wind
Het geeft een duwtje in de rug
Meer glinsteringen in het water
Het laat kleding drogen
Molens draaien
Zaden waaien
Dat is het voordeel van de wind
Het brengt verkoeling met zich mee
De boten over meren
Het laat bladeren ruisen
Vuren laaien
Vlaggen zwaaienDat is het voordeel van de wind
Het blaast de herfst uit elke boom
De muggen (midges) ver van tenten
Het laat vogels zweven
Gezichten aaien
Niemand maaienXx

-
Een gouden randje

Vanaf Aberdeen was het flink doorbeuken. Ik wilde de stad uit en meters maken. Ik volg de Noordzeeroute, die ook helemaal langs de kust van Engeland, België, Nederland, Duitsland, Denemarken en Noorwegen loopt. Mijn moeder heeft die nog op haar ‘to-do-lijstje’ staan, maar het jammere is dat je sinds Brexit geen boot meer kunt nemen van Noorwegen naar Schotland. Dan kon je ‘m echt in een cirkel fietsen. Sowieso is dat balen, want als je nu naar de Faroër eilanden wil (Deens, dank Hems voor de correctie) kun je daar niet heen vanaf de redelijk dichtbij liggende Shetlands (Schots), maar moet je eerst terug naar Newcastle (ver weg), de boot naar Nederland en dan je weg zien te vinden naar Noorwegen voor een boot naar die eilanden. Of je vliegt gewoon, maargoed, dat willen we allemaal niet enzo. Brexit is gewoon stom, want daarom moet ik in september ook het land uit – de maximale verblijfsduur voor Europese burgers is zes maanden – en kan ik geen officieel werk of vrijwilligerswerk hier doen. En ik kan maar niet vinden hoelang je het land weer uit moet na zes maanden om terug te mogen, geldt dat per kalenderjaar? Of kan je gewoon even heen en weer? Online staat er niks over en bellen durf ik niet.
Wat me ook opvalt is dat Verenigd-Koninkrijkers het vaak over ‘Europa’ hebben als ze verwijzen naar het vasteland. Ook de anti-Brexitters (veel moeilijke samengestelde woorden, sorry) hebben het over Europa als een plek die ergens anders is dan hier. Maar, de VK is toch geografisch gezien ook gewoon Europa? Versterkt die visie niet het gevoel dat ze er niet bijhoren, een andere entiteit zijn? Of vinden ze dat ook gewoon wel lekker? Het blijven natuurlijk ook eilanden, dus in die zin snap ik het ook wel weer. Maar je kunt het kanaal zó oversteken en ooit in de prehistorie lag de boel gewoon droog. En waarom zou water opeens een grens zijn als we gewoon boten en vliegtuigen hebben? Filosofisch kwestietje, kern is: Brexit is gezeik want dan kan je de Noordzeeroute niet in één keer rond fietsen.

Zicht op Aberdeen Gelukkig was ik dat toch niet van plan. Blij als ik was over het gedeelte tussen Inverness en Aberdeen – want, veel groen, fietspaden en stilte – was ik des te teleurgestelder over het gedeelte erna. Veel weilanden en autowegen en vooral veel tegenwind. Echt vol van voren, en hard waaide het! Dat is vooral heuvel op ontzettend pittig en op een gegeven moment ook gewoon supervermoeiend. Je kunt niet lekker gemoedelijk fietsen en in de berm je bammetje eten, want je bent keihard aan het sporten en stilzitten is te koud. Toen ik per ongeluk verkeerd was gereden kwam ik uit bij de rivier ‘Dee’ die vanaf Aberdeen het westen in loopt, het berggebied in dat heel mooi schijnt te zijn. Cairngorms National Park heet het daar, en Eddy (die man uit Inverness) had gezegd dat dat ook een leuke fietsroute zou kunnen zijn. Maar ik had me nu zo vastgepind op Edinburgh bereiken dat ik na lang wikken en wegen bij die rivier toch de Noordzeeroute weer herpakte. Misschien deed ik die andere route ooit nog wel eens.
Ik beukte de hele dag door en zette mijn tent op op een weiland aan zee. Daar sliep ik heerlijk en beloofde mezelf de volgende dag een lange ochtend in een café. Terwijl ik daar een gebakken aardappel gevuld met bonen in tomatensaus verorberde, zocht ik naar Warmshowers adresjes. Als ik een beetje mijn best deed zou ik die dag namelijk uitkomen in Dundee, een vrij grote stad boven Edinburgh. Het ging allemaal veel sneller dan ik dacht, want ik had (zonder het ook maar goed uit te rekenen) in mijn hoofd dat het wel twee weken zou duren tot Edinburgh. Maar op dit tempo was het eerder vier dagen, ofzo. Vlak voor en vlak na steden vind ik wildkamperen niet zo chill (hier noemen ze dat opeens ‘rough camping’ in plaats van ‘wild camping’, lokaal dialectje?) en omdat het zo grijs en koud was vond ik het allemaal ook een beetje saai en eenzaam. Warmshowers is een platform waar fietsers andere fietsers en bed en douche aanbieden en Bridget reageerde dat ze zelf niet thuis was, maar haar onderhuurder wel open kon doen. Dat leek me gezellig, een warm huisje en wat mensen om me heen.

Die dag had ik echt de hardste tegenwind ooit. Ik moest nog 50 kilometer vanaf het café en ging denk ik gemiddeld zo’n 5 kilometer per uur. De onderhuurder zou om half acht naar de bioscoop gaan, maar hij kon ook wel even naar buiten komen om de sleutel te overhandigen. Om 21:15 kwam ik helemaal kapot daar aan, de stad ook nog hebben moeten doorkruisen met alle misère en drukte van dien. Ik was de laatste tien minuten ook nog eens even compleet nat geregend, maar ik mocht niet zeiken. Op de hoek van de straat zat een dakloze vrouw van mijn leeftijd in een dun slaapzakkie ín diezelfde fucking regen. Echt what the fack mensen. Hoe kan dit? Hoe. Kan. Dit. Hoe moeilijk is het voor een overheid om mensen een soort minimum inkomen te geven zodat ze niet aan een autoweg in de regen en wind op straat hoeven te slapen? En wij maar zeiken dat daklozen alleen maar drugs en alcohol kopen als we ze geld geven, nou dat is ze goed recht vind ik. Volgens mij is dat de enige manier om het aan te kunnen. Maargoed, ik fietste er laf aan voorbij zonder ook maar iets bij te dragen aan haar situatie in de vorm van geld, alcohol, drugs, een warme slaapzak of gewoon een fucking huis.
Ik dronk een 0.0 biertje in het café en wachtte op Robin, die me even snel uitlegde hoe het huis werkte. Hij sliep vannacht in zijn andere huis, dus ik had het rijk voor mezelf. Twee mensen die me nog nooit hadden ontmoet vertrouwden mij hun hele huis toe, dat vond ik wel echt bijzonder. Het was niet het sociale contact waar ik eerder die dag op hoopte, maar om tien uur ’s avonds maakte ik me daar niet heel druk meer om. Ik nam een lange warme douche, dronk een kop thee, flikkerde alles in de oplader, en sliep heerlijk lang in het bedje. Om twaalf uur de volgende dag had ik eindelijk semi-motivatie gevonden om door te gaan.
Maar ik ging rustig aan doen vandaag. Nadat ik de Taybridge vanaf Dundee was overgestoken kwam ik in een prachtig natuurgebied met strand en bos en zeehonden en stilte. Aan het eind ervan was een grote parkeerplaats met een nog groter grasveld met allemaal gezellige picknickbankjes. Er was een wc en een foodtruck met crepes. De zon scheen en het bos hield de ergste wind tegen. Ik ging hier de rest van de dag keihard in het gras liggen en chillen en kamperen en crepes vreten. HDP (heerlie de peerlie)! Bij een parkeerplaats kamperen lijkt overdag altijd heel prima en chill, maar als er ’s avonds nog maar één auto staat kan het soms wel kwetsbaar voelen. Maar dan zeg ik tegen mezelf ‘hou je bek’ en doe ik de tent dicht en vergeet ik de wereld om me heen.

Nog honderd kilometer naar Edinburgh en vrij weinig zin. Maar een beetje doorbeuken geeft ook wel voldoening. Helaas bleef de wind keihard tegen en het landschap weer saai met gras en koeien. Het is echt pittig koud hier, zelfs ’s avonds in mijn slaapzak met veel kleren aan duurt het nog even voordat ik me aangenaam voel. Gelukkig is het wel voornamelijk droog, dus als fietser mag je dan eigenlijk niet klagen. Maar toch twijfelde ik halverwege de volgende dag. Omkeren? Een trein ergens naartoe pakken? Maar waarheen dan? Alle opties voelden stom en ik wist ook: als ik Edinburgh bereik met al deze saaiheid en tegenwind voel ik me wel echt de koningin des doorzetters. Soms is het een moeilijke afweging: zet je even door voor het gevoel van voldoening daarna of haak je af om je goed te voelen in het nu? Ik had alleen gewoon niet echt een alternatief wat me gelukkig maakte en dan is het lekkere aan fietsen ook gewoon dat je gewoon maar doorgaat. ‘Als je maar vooruit komt’ is het motto en dus ging ik gewoon maar lopen met de fiets aan de hand, terwijl ik op Whatsapp spraakjes uitwisselde met vriendinnen en naar vermakelijke podcasts luisterde. Lang leve de smartphone en lang leve mijn geweldige vrienden.
Terwijl ik voor de zestiende keer (overdreven) een pauze hield tipte een voorbijganger me een boerencamping op 15 kilometer. Het bleek echt een klein paradijsje te zijn. Een speciaal veldje in de boomgaard voor fietsers, een hele uitgebreide biologische winkel en een cafeetje met lekkere koffie. De prijs per nacht was maar zes pond en ik was de enige tent op mijn veldje. Vlak ervoor kwam ik door een oud dorpje waar ze nog scènes van Outlander hebben opgenomen en met een prachtig bos en landgoed eromheen. Poi, wat een verrassing! Na zoveel saaiheid en opzien tegen de grote stad Edinburgh nog zo’n idyllisch knus plekje op de route! ’s Avonds deelde ik het kampvuur met Alan, een toffe man die veel had gereisd en nu met zijn vrouw een stuk land bezat waar hij op tuinierde. Zo gezellig en inspirerend! Ik mocht ook best een keer mijn tentje op zijn land vlakbij Edinburgh opzetten zei hij, daar ga ik zeker een keer gebruik van maken!

Zoals je begrijpt blijf ik hier nog een nachtje. Ik zit lekker aan een bakkie en prop mijn mond vol met versie bio vijgen (lekkerste treat ooit). Maandag of dinsdag ga ik weer terug naar Inverness om te chillen met mensen die ik daar heb ontmoet en Inverness voelt ook een beetje als huis en rustpunt. Vanuit daar ga ik misschien alsnog door de Cairngorms fietsen, en de Ben Nevis (hoge berg) beklimmen staat ook nog steeds op mijn wensenlijstje. Het Noorden van Schotland is gewoon wat interessanter dan deze hoek! Deze boerderij host ook wwoofers (vrijwilligers), dus misschien is dat nog een leuk idee voor augustus maar we gaan het allemaal wel zien. Ik wil nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet! Maar de boot gaat 3 september. Huilen.

Hier nog blij want het is nog geen 3 september
-
Ontmoeting met de das

De Grote Vriendelijke Reus (GVR). Wie kent dat boek nog? Toen ik kind was ging ik eens naar de tekenfilm ervan met mijn vader en vriendinnetje Gabriëlla, dat heeft toen veel indruk op me gemaakt. Nu, misschien wel twintig jaar later, kijk ik de gespeelde versie op een levensgroot beeldscherm. In een kamer, in de stad Aberdeen.
Hoewel het appartement waar ik verblijf nogal simpel is (om niet te zeggen ‘beetje pauper’) moet ik ze toch wel punten meegeven dat elke kamer een eigen Netflix- en Prime account heeft. Ik blijf hier twee nachten en ben niet van plan de gevaren van de stad te riskeren. Nee, deze kluizenaar gaat chips eten en Netflix kijken tot haar ogen vierkantjes zijn geworden. Lekker!!

Dag 1
Om 17:00 verliet ik Inverness pas, omdat ik nog van alles wilde regelen. Ik twijfelde even om dan maar te blijven, maar ik móest echt weg. “En aangezien het toch lang licht is, kan ik nog best een eindje op weg komen”, dacht ik. Het duurde nog een poos voordat ik de stad en tegenaanliggende dorpen uit was en het platteland in fietste. Ik herkende het meteen, want de vorige dag was ik hier nog met de auto geweest om een rivier tegen de stroming in te beklimmen. We waren daarna nog even bij een steencirkel gaan kijken, wat we toen niet zo boeiend vonden maar waar ik meteen een kampeermogelijkheid zag. Daar, bij die picknickbankjes, chille tentplek!
Ik zag de bordjes naar die Clava Cairns stenen om half acht en herinnerde me meteen die picknickplek. Ik dacht: “Top! De vogeltjes fluiten hier, er is gras, en nergens een bordje ‘verboden te kamperen’. Dan zal het wel mogen”. Het nadeel was dat het wel aan een weg lag, maar die was zo rustig dat ik me maar een paar keer aan een auto irriteerde. Rond een uur of tien kwam er alleen opeens een auto op de parkeerplaats staan met zijn lampen vol op mijn tent en de motor aan, en bleef zo wel twintig minuten staan. Ik vond het eng en een beetje intimiderend. Zo’n grote parkeerplaats en dan precies hier staan en met je lampen op mijn tent? Zat daar iemand te wachten tot ik de tent uit kwam ofzo? Ik besloot dat ik maar moest kijken, anders deed ik geen oog dicht. Op Krav Maga (vechtsport) heb ik geleerd dat alles een wapen kan zijn, dus vulde ik mijn thermoskan met water en nam die mee, om eventueel tegen een hoofd aan te smijten. Ik appte mijn zus mijn live locatie en dat als ik over tien minuten niet antwoordde ze maar even iemand moest bellen (er niet bij noemende wie, want dat wist ik zelf ook even niet, haha, lekker dan).

Er zaten een vrouw en man in de auto en de vrouw reikte een paar keer naar de achterbank. Ik gebaarde of alles oké was en ze schudde heel blij van ja. Ik interpreteerde een beetje dat ze misschien een baby in slaap probeerden te brengen ofzo, want verder weet ik het ook niet. Veilig terug in mijn tent bleven ze nog een half uur staan, en vertrokken toen. Rust in de tent!
Dag 2
Met de wind in de rug vloog ik de volgende dag door vissersdorpen, over fietspaden en langs tarwevelden met veel bomen en: ontiegelijk veel geelgorzen! Met mijn moeder en mijn verrekijker zag ik een paar weken terug mijn eerste officiële geelgors (wist daarvoor niet echt dat ze bestonden) toen we een opvallend geluidje probeerden te traceren. Nu hoor ik dat geluidje echt de hele freaking dag door en zie ik de geel gekopte vogeltjes overal zitten. Men vergelijkt hun gefluit met de vijfde symfonie van Beethoven: ta ta ta – TUU. Soms is de TUU omlaag, zoals bij Beethoven, maar inmiddels heb ik ze ook al vaak genoeg omhoog horen gaan. Heerlijk beestje.

In een soort half bosgebied duwde ik mijn fiets door hoog gras op zoek naar een plek voor mijn tent. Het leek hier een verlaten oord en dat leek me perfect met mijn voornemen om verder weg van autowegen te staan. Toen ik mijn fiets even neerzette en een bosje in liep om te zien of daarachter een passend veldje lag, zag ik in mijn ooghoek iets bewegen. Abrupt stond ik stil. Daar, op tien meter afstand, zag ik grijze billen heen en weer wiebelen. “Nee nee nee nee. Zie ik nou een das?!”, dacht ik. Ik zeg al heel lang tegen mensen dat ik graag een das zou willen zien in het wild, maar dat ik het niet wil forceren en het misschien wel nooit gebeurt omdat ze best verlegen zijn. Maar deze was óf niet verlegen, óf gewoon erg doof, want ik kwam nogal luidruchtig aanbanjeren.
Alsof er niets aan de hand was woelde hij met zijn neusje gewoon alle aarde om, op zoek naar lekkere hapjes. Kleine zwijntjes zijn het eigenlijk en hun sporen lijken daar ook wel op. Zie je stukjes omgewoelde aarde maar niet zo heftig als die van een wild zwijn? Dan is het misschien wel de das. Ze maken vooral putjes, die vallen altijd erg op in het bos.
Mijn lenzen waren nogal droog en ik kon hem niet goed scherpstellen. Shit, maar mijn verrekijker lag nog op mijn fiets! Maar aangezien mijn lawaai hem eerder ook niet boeide, deed ik gewoon een poging. Bij terugkeer was hij nog steeds lekker aan het wroeten en kon ik hem beter bekijken. Wat een prachtbeest en zo CUTE dat hoofdje met die zwart witte strepen en kleine oortjes! Mijn tent zette ik ergens anders op want ik wilde hem niet storen. Ik viel midden in het bos heerlijk in slaap met alleen het geluid van de wind en wat vogels. Dít is wildkamperen. Geen auto’s, geen parkeerplaatsen, geen mensen. Gewoon natuur en stilte.

Dag 3
Mijn telefoon begon wel een probleem te worden. Die moet eigenlijk echt wel minstens een paar uur aan de lader. Maar het wildkamperen ging zo lekker en ik had absoluut geen zin in een camping. Bij een benzinestation vroeg ik maar of het daar even mocht, en de lieve vrouw achter de balie was heel behulpzaam. Na een uur buiten te hebben gewacht ging ik terug, wat bleek: lader deed het niet goed. Ze had hem net in een andere gedaan en hij was nog maar 5%. Zo schoot mijn dag totaal niet op en ik baalde! Na nog een uur wachten was hij 25% en ik vond het wel goed. Ik wilde door. Mijn tassen volgestouwd met boodschappen ging ik weer verder.

Tijdens het fietsen kan ik me heel blij en in de flow voelen, maar als de omgeving niet lekker is kan mijn bui zo omdraaien. Industrieel gebied, drukke stad, grote supermarkten, monocultuur, op dat soort plekken voel ik me altijd echt een beetje verloren. Ik probeer steeds meer te beseffen dat dat een tijdelijk gevoel is en altijd weer weggaat, maar het is altijd vrij intens – helemaal omdat ik in mijn eentje ben. Dan voel ik me gewoon erg kwetsbaar.
Hoewel ik door het opladen een paar uur gemist had, is het hier lang licht en vind ik het lekker wat langer door te fietsen ’s avonds. Als rond een uur of acht mijn tent staat heb ik nog genoeg tijd om wat te eten en te chillen en dan kan ik ook naar bed. Als ik al eerder aankom is de avond zo lang, ga ik me vervelen en val ik daardoor juist niet in slaap. Dus dit werkt perfect! Op de valreep vond ik een mooi plekje aan de rivier waar ik genoot van de avondzon. Ook hier was het weer magisch stil ’s nachts en sliep ik fantastisch. Maar, wel best koud! Mijn mummieslaapzak had ik helemaal dichtgeritst en ik had zelfs mijn merino thermoshirt aan.

Dag 4
Ik had al eerder een kamer in Aberdeen geboekt, want maandag heb ik een online therapiesessie en dus goeie wifi en privacy nodig. En het kwam perfect uit qua planning. Ik moest deze dag daardoor wel verplicht wat rustiger aan doen, anders zou ik vandaag al in Aberdeen aankomen. Dat is irritant, want wat anders heb ik te doen dan fietsen, helemaal nu het zo koud is? Gelukkig reed ik een heel lang stuk verkeerd dus sjoemelde ik er nog wat kilometers bij. Ik had mijn hoop gevestigd op een stuk bos, maar die was afgesloten. Mijn enige optie in dit boerengebied leek daarom een groot landgoed. Ik voelde me ontzettend illegaal toen ik om acht uur ’s avonds over de decadente paadjes fietste, maar ging wel erg goed op het idee van een openbaar toiletgebouw met stromend water en elektra.
Na zes rondjes gefietst te hebben maar me super oncomfortabel te voelen bij alle plekken (denk even aan picknickbanken bij vijvertjes, maar dan ook nog met een kasteel op de achtergrond) en niet wetende of het hier überhaupt wel mocht (waarschijnlijk niet, het was immers geen openbaar gebied) sprak ik een vrouw aan – de enige persoon die ik die avond had gezien. Wat zij ervan dacht? Ze wees naar een groot grasveld bij het toiletgebouw. Hier zag ze wel eens scoutinggroepen kamperen, dus het zou vast geen kwaad kunnen, dacht zij. Ze deed er zo relaxt over dat ik ook wat ontspande. Ik had gezocht naar een verstopplek, maar soms is heel openbaar gewoon beter! En hier zo vlakbij de toiletten was eigenlijk heel chill!

Het was er zó stil ’s nachts, ik hoorde gewoon niks. Geen wind, geen vogels, geen auto’s. En weer sliep ik super diep en goed. Een inhaalslag van alle gebroken nachten de afgelopen maand.
Dag 5
Gedver, de grote stad. Dan is je opsluiten in een appartement alleen maar beter. Bij de Marks & Spencer sloeg ik weer lekker eten in. Dat is hier niet alleen een kledingwinkel, maar ook een supermarkt! Hoewel ze wat decadenter en duurder zijn hebben ze vet lekkere salades, wraps, en andere verse maaltijden. Echt perfect voor de luie fietser, ghehe. Nu eet ik chips en drink warme choco in het skeere appartement, hangen mijn schone onderbroekies te drogen en zit alles in de oplader.
Vanavond gaan de ramen dicht zodat ik de wereld buiten kan sluiten, overmorgen wil ik zo snel mogelijk de stad uit. Ik zag al wel dat de route tot Edinburgh veel dichtbij grote wegen loopt, ik hoop dat de overlast daarvan meevalt. Ik wil in ieder geval Edinburgh halen, maar het liefst Newcastle. Dan heb ik de hele cirkel rond! Inmiddels zit ik op zo’n 1600 kilometer, geen idee nog hoeveel te gaan, dat staat nergens. Ik denk 800 ofzo? Maar als het echt veel auto en stress is, kap ik ermee hoor. Dan ga ik ergens naar een bos en kampeer daar een maand, ofzo.
Ik dOe DiT vOoR dE LoL! 😝
Kus!!

-
Op pad met een lege batterij

Na een hele fijne twee weken met moeders was ik weer in m’n uppie in de stad. Ik had een fijn hotelkamertje, sliep in het zachte bedje lekker lang uit en keek rare Britse tv-programma’s met een kopje thee erbij. Voor mijn verjaardag kocht ik bij de kringloop een donkergroene velvet jurk waarin ik naar de pride parade ging en ’s avonds chique uit eten. Ik proostte op mezelf met een glas champagne en las in het boek ‘Into the Wild’, wat ik eerder nooit durfde vanwege de trieste afloop van het verhaal. Ik verhuisde weer naar de camping in de stad en sprak af met een leuk man die ik hier een paar weken eerder had ontmoet. Hoewel ik de alcohol sinds mijn verjaardag probeer te laten staan ging ik wel nog voor een tour in een whiskey destilleerderij en deed een mini proeverijtje. Daarná alcoholvrij dan maar ;)

Fijne weken, maar mentaal balanceerde ik ook steeds tussen ups en downs. Ik genoot enorm van de stad en begon te verlangen naar een vast plekje voor mezelf in een Nederlandse stad van waaruit ik avonturen kan beleven. Ik verlangde naar thuis, maar realiseerde me dat ik dat niet echt heb en daarmee groeide mijn verlangen naar een vaste plek nog meer. Ik had veel slapeloze nachten en vrat mezelf compleet op daarover, en was nog steeds heel gevoelig voor vet eten en bracht sommige avonden door met dikke buikkramp. Het was zo fijn in Inverness, met alle mooie natuurgebieden van Schotland binnen handbereik, maar ik was er ook te lang. Ik stond teveel stil, miste het fietsen, raakte overprikkeld van alle geluiden en mensen.
De reden dat ik zo lang bleef was dat ik een afspraak had om in mooie community gardens te werken op twee dagen fietsen van Inverness. Een week later zou ik dan doorfietsen naar Aberdeen om aan een klimaatkamp mee te doen. Ik moest dus bewust stilstaan, wachten tot ik weg kon, en juist dat lange stilstaan deed mijn motivatie voor die twee afspraken afnemen – ik zou dan immers wéér onderbroken worden van het fietsen. De dag dacht ik eindelijk kon vertrekken, vandaag, zonder tijdens het fietsen teveel te moeten wachten besloot ik: ik wil nu gewoon echt weer fietsen. Het is genoeg geweest, ik vind het niet leuk meer hier. En dus stuurde ik de gardens een berichtje dat ik tóch niet kwam – sorry! – en liet ik me door die leuke man informeren over routes die ik vanaf hier kan nemen. Het wordt de oostkust, een weer heel ander stuk van Schotland langs de kust en door niet al te heuvelige gebieden.

Wandeling langs het kanaal vanaf Inverness Maar voordat ik vertrek fixte ik net nog even alle uitgestelde zaken – een nieuwe beker, die had ik verloren in een café. Nieuwe remblokjes, die piepten enorm en ik rem nogal veel in dit land. Goeie oordoppen, niet die gratis exemplaren die ik uit Tivoli had meegenomen deze winter, maar van die vetbolletjes die zich naar je oren vormen. Een paar kant en klare maaltijden, zodat ik niet hoef te koken op mijn eerste fietsdag die waarschijnlijk pas om 17:00 uur begint (lol). En een kop koffie, waarmee mijn humeur en motivatie aanzienlijk toenam. Afscheid nemen van die leuke man – jammer, maar we waren allebei ook tevreden met de leuke tijd (waarin we onder andere kampeerden op het strand en in wetsuit een riviertje tegen de stroom op beklommen – gorge walking).
Mijn telefoon is nauwelijks opgeladen en mijn powerbank ook niet en de lucht is dreigend grijs. De eerste heuvels zullen pittig zijn en mijn tassen zijn zwaar. Ik ben moe, had gister weer buikpijn en kan nu eigenlijk alleen maar lichte dingen eten. Maar ik wil gewoon gaan. En ik ga ook. Want fietsen is leven.
En als ik het dan toch zat wordt de komende weken, houdt niets me tegen naar mijn trouwe landje terug te keren.
X

Verjaardagsjurk -
De vogelaar in mij (Orkneys)

Vannacht kroop ik op handen en knieën de tent uit, zo zacht mogelijk om mijn moeder niet wakker te maken. Mijn voet raakte haar gezicht nog nét niet, maar daar was ook alle elegantie mee gedaan. Ik was een uur daarvoor in slaap gevallen, maar het was nu half vier en dat was het signaal voor een paar vogels om eens flink te gaan fluiten. Dat wekte mij weer, en toen moest ik plassen. Terwijl ik in het gras hurkte besefte ik me dat het gewoon al volledig licht was. Half vier mensen, half vier. Het is weer zomer, de tijd van rusteloosheid. Niet dat ik van binnen onrustig ben, integendeel. Ik heb juist zin in rust, maar alles buiten bruist.
Gelukkig hadden m’n ma en ik slaapmaskers gekocht bij de Primark in Inverness, maar nu pakte ik ook maar mijn oordoppen uit de tas. Ik dacht dat ik van kamperen hield en van vogels, maar soms word ik er vooral erg agressief van. LAAT ME SLAPEN, wil ik schreeuwen naar de zon en de dieren, maar ze gaan gewoon door. ’t Blijkt dat de wereld niet om mij draait – gelukkig maar.

Mijn moeder is vorige week gearriveerd en we hebben in die zes dagen niet stilgezeten. Hoewel ik fysiek een beetje een slappe vaatdoek was (lees: kotsen, hoesten, brandende ogen) zijn we naar het verre Noorden afgereisd: de Orkneys. Een eilandengroep boven de Noordkust van het vasteland van Schotland. We zitten bijna even hoog als Bergen in Noorwegen! Noorderlicht zou je hier technisch gezien dus ook kunnen waarnemen (hoewel dat sinds kort ook in Nederland kan, schijnt?!) maar met dit weer gaat dat nooit lukken. Het is tien graden en waait knoerthard en de lucht is één en al grijze wolk. En juist nú zijn wij op een eilandengroep waar geen boom te bekennen is. Typisch.
Nog typischer is dat we fietsen huurden want dAt iS tOcH LeUk en vervolgens dertig kilometer lang in de volle tegenwind heuvel op naar het Noordelijkste puntje van Orkney (het grootste eiland van de groep) fietsten. Toen we daar waren hadden we een hekel aan onszelf want er was niets te beleven en we waren helemaal kapot. Onderweg was er ook niet veel te zien: schapen, grijsheid, en kaalgevreten grasvelden. En toen moesten we nog terug. “Wat doen jullie in vredesnaam op die uithoek van de wereld?” hoor ik je denken.

Vogels en prehistorie. De Orkneys zijn echt een een walhalla voor de vogelliefhebber en de preshistorielover en daarom zijn wij hier. Tijdens mijn fietsreis de afgelopen maanden heb ik al zo ontzettend veel vogels gezien, maar ik had geen verrekijker en vond het een beetje heftig één aan te schaffen. Daar wilde ik even goed de tijd voor nemen thuis, want het is nogal een investering: sommige zijn honderden euro’s! Met Zora deed ik afgelopen winter een online vogelcursus bij Sovon en daardoor leerde ik al een hele hoop kennen, maar ik ben nog een ontzettende beginneling. Bovendien vond ik het ook een beetje streberig om dan meteen een verrekijker te kopen terwijl ik misschien tien procent van de vogels ken en er nog niet heel veel mee bezig was. Het was meer een leuk extraatje bij het natuurleven, een beetje de vogels kennen die bij je tent zitten. Maar hoe meer je kent, hoe meer je wilt weten en toen mijn moeder en ik bedachten hierheen te komen dacht ik shit, nu moet ik toch echt een verrekijker hebben. Hallo, de papegaaiduiker?! De Jan-van-Gent?! De duizend verschillende soorten meeuwen eindelijk eens goed leren onderscheiden?! Het is tijd!
In Inverness koos ik met behulp van de winkelmedewerker een niet al te dure uit en het was de aanschaf compleet waard. We maakten op Orkney een prachtige wandeling nadat we een 5000 jaar oude opgraving van een dorp hadden bezocht en we keken onze ogen uit langs de ruige kliffen. De papegaaiduiker is een bedreigde vogelsoort waar enorm veel toerisme op afkomt, dus we tuurden wat af. Toen ik tijdens een lunchpauze mijn kijker richtte op een zwaluwtje zag ik opeens de grote rode bek en rode pootjes. Dit was geen zwaluw, dit was hem!! De puffin!!! We liepen wat verder en zagen er een paar vliegen en gilden het uit. Wauw! Op weg naar huis zagen we zelfs ook nog een velduil en ’s avonds maakten we een lijstje: 29 soorten gezien. Ben ik toch een strebertje geworden en ik geef het eindelijk toe: vogelen is echt de leukste hobby ever.

Nu zitten we nóg Noordelijker op het eiland Papa Westray in een prachtig hostel, gerund door de community. Het is echt een godvergeten oord, maar de mensen zijn heel levendig. Jonge mensen met wolle truien met vogelpinnen erop gespeld werken in het kleine winkeltje, maar hebben ook een baantje op de boerderij hiernaast en zijn ook schoonmaker in het hostel. Op woensdagen wordt er cake gebakken en in de kerk opgegeten en de kids gaan met de ferry naar de basisschool op een ander eiland. Voor de middelbare school vliegen ze met een klein vliegtuigje op maandag naar de stad op Orkney en op vrijdag weer terug, terwijl ze doordeweeks met andere eilandkids in een zogenaamd hostel slapen. Lijkt me de droom als puber (of de hel?!).
We hebben wel echt pech met het weer, maar zoals mijn moeder de eeuwige optimist zegt als het even niét regent: “Zo, we hebben het wel getroffen hè, met het weer?”. Omdat we een beetje ter plekke wilden kijken waar we heen zouden gaan hebben we ook de tent en slaapzakken mee in onze backpacks, voor het geval iets volgeboekt zou zijn (mijn fiets staat in Inverness). Ik vond het wel even best al die hostels, vooral in deze gure bende, maar we moesten toch een kéér de tent opzetten. Dus vannacht deden we dat en ik sliep vreselijk met mijn gehoest en de vogels die overdag leuk zijn maar ’s ochtends een kwelling. Mijn moeder vond het fantastisch en was helemaal blij, terwijl ik dacht aan het leven met een hypotheek dat nu toch wel als muziek in de oren klonk. Ruilen, mam? (Grapje, love m’n tentje, soms).

Stormvogel – geen familie van de meeuw! Leip. En op de rotswand duizenden zeekoeten, alken en Jan-van-Genten en ook een paar papegaaiduikers.
We bezochten ook nog prachtige steencirkels, waar ik wel uren naar had willen staren. Er gaat toch iets magisch vanuit. Niet alleen het idee dat het eeuwen geleden voor rituelen werd gebruikt, maar vooral het idee dat die stenen daar maar staan terwijl de tijd doortikt en de omgeving verandert. En dat deze toeristische tijd, waarin mensen in felgekleurde outdoorjassen uit grote tourbussen stappen om foto’s te maken en dwars door de cirkel te lopen, ook van voorbijgaande aard is. Waar gaan deze stenen in de toekomst nog getuige van zijn? Bovendien vormen de stenen een prachtig kunstwerk. Alsof de mensen de rotskliffen hebben willen kantelen om ze zichtbaar te maken. De krijsende scholeksters met hun knalrode snavels vliegen over, de paarse heide krioelt tussen de stenen door, de grijze lucht en donkerblauwe zee maken het plaatje af.

De laatste tijd vind ik de geschiedenis van de mensheid wat minder interessant, omdat ik de mensheid gewoon even irritant vind met haar vernietigende gedrag. Maar door een museum over de Neolitische opgraving werd de antropoloog in mij weer geprikkeld. Hoe anders waren de mensen 5000 jaar geleden, kunnen we ooit begrijpen hoe zij de wereld zagen en de dingen deden of is het té anders? We projecteren onze eigen concepten natuurlijk op hoe we hen zien, en de archeologen zullen zich daar vast bewust van zijn, maar we zullen het nooit weten. Ondertussen lees ik ook het interessante boek ‘Rest is Resistance’ van Tricia Hersey waarin ze claimt hoe rust een tegenantwoord is op het destructieve kapitalisme en witte superioriteit. “Rest makes us more human. It brings us back to our human-ness” (p.57). Ik zie dan voor me hoe dieren de hele dag door rusten, naast het jagen, eten en sociale processen en ik kan me voorstellen dat in prehistorische tijden dit ook bij mensen veel meer onderdeel was van het dagelijks leven. Gewoon, samen de dingen fixen en verder chillen. Niks ‘profit over people’, niks ‘ik ben pas goed genoeg als ik productief ben’. Interessant, en misschien ga ik hier nog wel een verslag plaatsen van dit boek want I LOVE IT.
De zon breekt een beetje door terwijl we in de serre van het hostel bijkomen van ons pastaatje pesto. Ik had ontzettend veel last van mijn maag en buik de afgelopen week, maar dat lijkt zich weer hersteld te hebben. We eten dan ook supergezond, en ik hoop dat ik dit vol kan houden. Vullende warme maaltijden, havermoutje met fruit in de ochtend, yoghurt, noten, en heel veel groentes. Het effect van mijn moeder om me heen hebben! We hebben nog een week samen en blijven nog een paar dagen op de Orkneys voordat we weer het vasteland doorkruisen mst de trein. Oh, daar vliegen weer een paar scholeksters over. Morgen misschien de walvis spotten? Dan ga ik echt door het lint, dat snap je.
Papegaaiduiker, alk, zeekoet, velduil, stormvogel, zilvermeeuw, drieteenmeeuw, grote mantelmeeuw, kievit, wulp, tapuit, veldleeuwerik, raaf, bonte kraai, kauw, scholekster, huismus, spreeuw, roek, roodborst, Jan-van-Gent, holenduif, winterkoning, eidereend, noordse stern, bontbekplevier, vink, kwikstaart, zwarte zeekoet, grote jager, merel, kievit, kokmeeuw, kuifaalscholver, zwaluwen (maar welke?), wilde eend, mogelijk rosse grutto en nog een paar vogels die we nog niet konden plaatsen en vast ook een paar verkeerd gedetermineerd 😝

Xxx! ♥️
-
Brak in de bivakzak

“You dropped something over there”, zei de campingbaas terwijl hij op me af liep. Ik schrok, vanochtend was hij me ook al voor toen een plastic zak wegwaaide. Onmiddellijk kwam hij toen zijn houten kantoortje uit om hem op te rapen, voor ik ook maar de kans kreeg om op te staan. Wat was er nu ongemerkt weggewaaid? In een oogwenk toverde hij zijn handen vanachter zijn rug tevoorschijn en overhandigde me een Magnum ijsje. “You enjoy that”, zei hij, en liep meteen weer terug naar zijn observatiepost om ongemerkt ieders gaan en staan in de gaten te houden en hulp te bieden waar mogelijk.

Wie is de liefste?
Eerder die week had hij de Vlaamse meid waarmee ik een stukje had gefietst en op dezelfde camping stond al geholpen toen ze medische hulp nodig had. Voordat ze het wist was hij al aan het bellen – met de politie, foutje – en ze mocht een nacht gratis blijven. Gister kwam ik hem tegen en vroeg hoe het met hem ging en hij antwoordde “I’m old, I’m bald, and I’m worn out”. En zo ziet hij er ook een beetje uit. Met alleen donker haar aan de zijkanten van zijn hoofd, twee ontbrekende voortanden en een rode uitslag op zijn huid lijkt hij niet in de bloei van zijn leven, maar dat houdt hem niet tegen de vriendelijkheid zelve te zijn.
Zijn collega is een vrouw die me van de week toefluisterde dat als ik hulp nodig had ik naar haar moest komen en zéker niet naar hem. Hij was maar een oude chagerijn zei ze, ze ontweek hem waar mogelijk. Gelukkig werkten ze maar tien minuten per dag samen, tijdens de overdracht. Zij was degene die me gratis wasmuntjes gaf en toen ik een nacht wilde bijboeken kreeg ik opeens korting. Ze past al een paar dagen op een klein lelijk hondje van campinggasten die met hun zoon naar het ziekenhuis moesten en deed haar uiterste best om een oplossing te vinden voor mijn fiets die ik twee weken moet stallen om met mijn moeder te kunnen reizen. Het lijkt wel alsof ze beiden een wedstrijd doen wie het meest geliefd wordt door de kampeerders.
Loeiende zeehonden
De camping is de perfecte plek om Inverness en omstreken een beetje af te struinen. Naar het centrum lopen is dertig minuutjes langs de Nes, een prachtige rivier. Onderweg haal ik een havercappucino in m’n zelf-meegebrachte beker en lees ik mijn boek op een bankje terwijl ik naar voorbijgangers loer. Ik kom regelmatig dezelfde mensen tegen: ‘oh daar is die zwangere vrouw weer met dat zoontje dat zo op haar lijkt’, ‘hee die knakker heb ik voorbij zien komen op Bumble!’, ‘ah dat is de barman van dat cafeetje’. Het ons-kent-ons-gevoel had maar een krap weekje nodig.

Aan de andere kant van de camping ligt een groene heuvel waar je kan wandelen en diskgolfen. Dat is een populaire sport in Scandinavië en inmiddels ook hier. Her en der staan gele metalen goals opgesteld waar je vanaf een afstandje een frisbee in moet zien te werpen. Een openbaar toegankelijke buitensport, en van buitensporten houden de mensen hier! Ik deed een potje diskgolf met Ted, een man die vlakbij woonde, en ik was er best slecht in. Ik ben niet zo’n sportenmens, ik vind bewegen leuk maar het wedstrijdelement of misschien het ‘doel’ element boeit me niet zo. Toch was het wel geinig eindelijk een keer te leren waar al die rare goals overal voor bedoeld waren, haha.
Die Ted was sowieso wel een leuke gozer en hij stelde voor een nacht te gaan wildkamperen bij een bekende baai op een uurtje rijden. Ik heb toch wat lege dagen en vind het leuk om dingen te doen die locals aanraden, dus twee dagen later zaten we rond een groot kampvuur op een prachtig strand. De zeehonden zwommen dicht langs ons en vestigden zich later op een zandbank. Toen het eindelijk donker werd begonnen ze luid met elkaar te communiceren, een soort loeien. Echt een waanzinnige zeeklank!
We vroegen ons af of de zee ons zou bereiken op haar hoogtepunt van vloed, en terwijl we de uiterste lijn van zeewierresten bekeken bedacht ik me dat de ene vloed de andere niet is. Met volle en donkere maan heb je springtij en reikt de zee ver het land in en trekt zich ook ver terug. Daar tussenin is dat allemaal wat gematigder. Maar wat was de maanstand vandaag? Hoewel ik die levensgroot op het beginscherm van mijn telefoon heb staan kijk ik er bijna nooit naar, maar wat ik wel weet is dat ik altijd menstrueer met donkere maan. Ik heb een hele regelmatige cyclus van 28 dagen, dus dat gaat precies met de maan op. En ik wist dat ik over een paar dagen pas ongesteld zou worden en zo konden we beredeneren dat het niet zo’n heftige vloed zou worden die avond. Als dat geen natuurverbinding is.. Het vrouwenlichaam is magisch 💫

Regen in m’n bek
De volgende dag had ik een koffiedate met iemand die ook naar de klimaatdemonstratie in Aberdeen gaat, in juli. In een appgroep had ik gevraagd of iemand zin had om te hangen, zodat ik al wat bekende gezichten zou hebben als ik daarheen ging. Ze werkte in een outdoorwinkel en na de gezellige lunch vlakbij zei ze dat als ik nog spullen nodig had ik 20% korting kon krijgen! Ik had nog twee drybags nodig en vast nog wel andere leuke spulletjes, en terwijl ik stond te neuzen viel mijn oog op een bivvy bag, ook wel bivakzak, en precies degene die ik in Nederland al een keer had willen bestellen. Een bivvy bag is een soort water- en winddichte slaapzak die je om je hele slaapsysteem doet ter vervanging van een tent. Je slaapt dan nog meer buiten! Je hebt ze ook met een klein tentstokje bij je hoofd voor wat space, je hebt extreem waterdichte, of je hebt wat lichtgewichtere modellen tegen wind en condens als je onder een tarp slaapt. Ik zou heel graag meer willen oefenen met onder een tarp slapen – nóg meer buiten – en wilde dus een bag uit de laatse categorie. De Alpkit Hunka XL is betaalbaar en staat vet goed aangeschreven en is alleen in de UK verkrijgbaar én ik kreeg nu 20% korting. Fuck it, hij ging mee! Dit is niet gesponsord ofzo hoor 😂
Toen was ik natuurlijk erg ongeduldig: ik wilde gaan bivakkeren!. Mijn drukke sociale weekend was bovendien voorbij, de Vlaamse was ook weer verder getrokken en ik had nog vier dagen te overbruggen tot mijn moeder zou komen. Echt verder fietsen was niet handig, maar ik had ook geen zin in geforceerd elke dag weer opvullen met een museumpje of wandeling, daar word ik altijd zo lamlendig van! Dus, wat nou als ik gewoon naar Loch Ness ging fietsen en een plekje uit zou zoeken om mijn nieuwe aanwinst uit te proberen?! Na een slechte nacht ging ik op pad, weer helemaal blij met de beweging en het vooruitzicht op avontuur. Het waaide knoerdhard en aan het eind van de middag kwam ik na een lange klim in een natuurgebied wat ook als vogelreservaat werd aangeduid.

Mijn tassen waren veel te volbeladen. Ik had ook dingen op de camping achter kunnen laten, maar wilde gewoon alles mee voor het geval ik er een paar dagen van zou maken. Ik was dus best snel moe maar zag zo snel niks geschikts in het gebied. Ik sjouwde mijn fiets nog een weggetje op maar dat bleek een graasweide voor koeien. Hoewel ik ze niet zag, was de grond helemaal kapot getrapt dus dat zou ook niet lekker liggen. Na maar gewoon een uur onder een boom te hebben gelegen, hopende dat de oplossing zich vanzelf zou aandienen (gebeurt meestal wel), gaf ik mezelf twee opties. Dat ene plekje aan het water uitchecken: hoewel die vol in de wind stond liep er misschien nog een paadje om de heuvel heen. Of hier langs de weg in de bosjes een plat stukje vinden. Optie twee won, want de wind was echt niet te doen.
Goed, dan het volgende dilemma. Want geen wind betekent wél midges! Maar echt weer naar een heel ander gebied fietsen ging me te ver, hier moest ik het maar even mee doen. Desnoods heel snel koken en de rest van de avond wandelend doorbrengen. Terwijl ik me lekker had gesetteld op de grond reed er een auto langs, veel dichterbij dan ik in mijn hoofd had. Ik snelde naar de weg en zag daar dat ik méga zichtbaar was! Dat voelde toch wel erg kwetsbaar met een bivakzak! Ik zocht wat af, maar een plat plekje kon ik nergens anders in de buurt vinden. Het moest maar hier. Ik deed een avondwandelingetje naar het meer voor een afwasje en het was allemaal heel prachtig. Er stond ook op mijn plekje nog een licht briesje, wat de insecten aardig op afstand hield. Maar de toppen van de bomen gingen flink tekeer en ik vroeg me af of het wel een goed (lees: veilig) moment was om te bivakkeren.

Eenmaal in mijn bedje sliep ik slecht. Ik ben verkouden en moest veel hoesten en ik schrok toch steeds van harde windvlagen. Er kwamen gelukkig geen auto’s meer langs, maar om vijf uur begon het te regenen. Dat stroomde zo naar binnen, want ik had mijn matje ín de bivvy bag dus kon de opening van de zak niet naar de zijkant draaien. Om half acht besloot ik dat het wel mooi was geweest en maakte ik met een brak hoofd rechtsomkeert. Berg af, terug naar de camping. Ik was wel blij met de ervaring, volgende keer toch echt een tarp en wellicht matje ónder de zak. Wat ik wel echt geweldig vond is het vrije gevoel. Je ligt gewoon direct op de grond en kijkt zo het bos in, fantastisch gewoon. Maar ook wennen, want je staat weer nog meer blootgesteld aan de omgeving dan in een tent.
Bomen planten
Het is zo’n fijne stad, Inverness. Vanaf hier ben je in een oogwenk op de meest waanzinnige plekken van Schotland. Ik zou hier zó kunnen wonen, zij het niet dat ik verslaafd ben aan afwisseling en bovendien geen zin heb in het gedoe van een visum. Er zitten hier ook veel toffe organisaties, waaronder Highlands Rewilding. Dat is geen stichting, maar echt een bedrijf, hoewel ze nog niet echt veel omzet maken. Ze hebben een paar gebieden opgekocht waaronder één hier bij Loch Ness, zo vertelde een man die net als ik kleding aan het passen was in een funky hippie winkeltje. Als ik zin had, moest ik daar maar eens komen langswippen.
Ik zocht het thuis (= de tent haha) op en zag dat ze sinds kort ook vrijwilligersdagen hadden en meteen mailde ik diezelfde man dat ik daar wel aan mee wilde doen de volgende dag! Met de bus reed ik naar Drumnadrochit waar ik werd opgehaald door zijn collega. Met een klein groepje openden we de dag met een Tai Chi oefening middenin de natuur en daarna gingen we bomen planten. Het was zo gezellig en leuk, en het is altijd leuk om gewoon wat ‘normaals’ te doen als je reist. Niet alleen maar vakantiedingen en hoogtepunten, maar ook gewoon lekker werken en onder de lokale mensen zijn. De ranger van het park die ons de weg wees had de meest bijzondere verhalen tijdens de lunch, over giraffen die hij had moeten vangen ergens in een Afrikaans land en tien dagen zonder eten in de Amazone verdwaald zijn. Hopelijk lukt het me nog een keertje te gaan!

Veel liefs en bedankt voor het lezen!
-
The road to Inverness

Kyle of Tongue Campsite
Het regende keihard, maar ik was gewoon van plan door te fietsen en niets kon me tegenhouden. Bovendien was de camping duur en alle stopcontacten afgesloten, voor je mobiel opladen moest je betalen. Dat vond ik de grootste gierige onzin, dus met mijn meest charmante glimlach regelde ik bij de receptionist dat mijn powerbank een uurtje aan de lader kon. Dat was natuurlijk niet genoeg, dus later sprak ik de schoonmaker aan en die smokkelde me het fietsenhok in waar ik ‘m écht even op kon laden. Een volle powerbank is essentieel, het maakt het wildkamperen mogelijk terwijl ik niet overdreven zuinig hoef te doen met mijn telefoon!

Koffietje in het camping café (waar de stopcontacten óók afgesloten waren 😂) Ondertussen rolde ik mijn slaapzak en matje op, alles was klam. De receptionist vroeg die ochtend nog verbaasd: ‘Ga je fietsen vandaag? Ik zet op zulke dagen geen voet buiten de deur!’. Nou, ik ben niet bang voor een beetje regen, maar terwijl ik de haringen uit mijn tent haalde voelden mijn handen pijnlijk koud aan en moest ik ze even snel onder mijn oksels steken. Het hele veld was in een grote mist gehuld en er was een soort continue, vrij harde miezer. De hele nacht had het ook nog keihard gestormd en ik had ’s avonds in de regen mijn tent nog gedraaid zodat de wind niet vol op de zijkant blies. Ik deed nauwelijks een oog dicht natuurlijk, en mijn matje was nat omdat de binnentent tijdens het draaien van de tent open en bloot had gelegen. Nu ja, ik had het warm gehad en dan zijn slapeloze nachten niet het allerergste.
Maar terwijl ik mijn bevroren handen opwarmde zag ik de verbazing van de receptionist weer voor me en ik realiseerde me dat het nergens op sloeg waar ik mee bezig was. Ik heb nul tijddruk, hoef nergens heen, heb nog genoeg geld op m’n bank. Waarom zou ik in vredesnaam in dit weer alles zeik- en zeiknat inpakken, me nog zeiker nat laten regenen op de fiets en dan in dezelfde zeikregen mijn tent weer opzetten met het risico dat dit keer ook mijn slaapzak nat zou worden? Nee, het sloeg allemaal nergens op. Dus ik bleef nog een dag.
Ik maakte een lange wandeling, want ik had nu toch al mijn hele regenpak aan, en onderweg zag ik door het gordijn van regen de voorlamp en fluoriserende tassen van een vakantiefietser. Hij stopte naast me en vroeg in het meest steenkolen Engels of ik wist of hier ergens een camping of hotel was. Ik had van alle andere campinggasten al begrepen dat hotels boeken hier onmogelijk is: we zitten op een toeristische autoroute dus alles is vol. Met medelijden keek ik de tot op het bot doorweekte Nederlander aan en zei dat er inderdaad een camping was, maar dat een kamer vinden in dit dorp moeilijk zou zijn. Nou, hij vond het wel best en reed door naar de camping. Ik keek hem na en voelde de erg moederlijke behoefte hem onderdak en een warme kom soep te bieden en toen realiseerde ik me dat dat dus ook is hoe mensen naar mij kijken als de omstandigheden zwaar zijn – met medelijden. Terwijl die fysieke uitdagingen mij juist altijd een sterk gevoel geven, en deze man misschien ook wel, haha!
The Crask Inn
Na de rest van de dag lezend in de tent door te hebben gebracht – dat zijn de betere dagen – was het de volgende dag weer heerlijk droog en vervolgde ik mijn route. Het leidde door prachtige hooglanden met meertjes in de dalen en de enige klimmetjes waren heel geleidelijk. Ik had eigenlijk gewoon even zin in een nachtje in een bed, ook omdat al m’n spullen nat waren en mijn kleren stonken – en er was een kleine inn ergens in the middle of nowhere waar ik mijn zinnen op had gezet.
De inn zelf was volgeboekt, want ik was niet de enige fietser die zin had in een bedje. De hele dag kwam ik mensen tegen die de LEJOG route deden: van Lands End (Zuid-Engeland) tot John O Groats (Noord-Schotland). In het hoogseizoen schijnen er honderden fietsers per dag langs de inn te komen. Het is het laatste stukje van de route en er is niet echt een andere weg naar het eindpunt, in tegenstelling tot andere stukken van de route die iedereen naar smaak aanpast. Dus op deze weg komen ze massaal samen, en was ik de vreemde eend in de bijt met m’n ‘ja ik fiets een beetje door Schotland’. De LEJOG route is 1800 kilometer en sommigen deden dat in minder dan twee weken! Gestoord!

Ik mocht mijn tent opzetten in de tuin en voetbalde wat met de kleuter des huizes en las in mijn boek. Gelukkig was de pub wel toegankelijk voor iedereen dus kon ik ontsnappen aan de midges. Onder genot van een whiskey had ik hele leuke gesprekken met een Nederlandse vader en dochter die bovengenoemde route deden. Die route gaat natuurlijk echt om meters maken en dat klinkt me altijd ook wel weer lekker in de oren als ik er mensen over hoor. Gewoon even een paar weken knallen, kamperen in weer en wind, in de wetenschap dat je daarna weer naar huis gaat en daar een warm bedje op je wacht. De dochter sprak juist weer haar waardering uit voor het zwerversgehalte van mijn reis, lekker de tijd nemen voor plekken. En door hun erover te vertellen waardeerde ik het zelf ook weer even des te meer.
Invershin Hotel & Bunkhouse
Nou, toen ging ik de volgende dag maar weer fietsen en boekte een hostel op dertig kilometer. Dat was een grote verrassing, want het was er super rustig en ik had de slaapzaal voor mezelf! De omgeving was waanzinnig mooi bos met heuvels en rivier en ik genoot enorm. Een local die ik online had ontmoet (Bumble 😝) leidde me nog rond in de bossen en we zwommen in een meertje dat middenin de wildernis leek te liggen. Ik boekte nog maar een extra nachtje op de privé slaapzaal want het was er gewoon fijn en fietste mijn vrije dag nog 35 kilometer door de bossen met een super lichte fiets. Met een Nederlandse vrouw die twee maanden door Schotland aan het rondtrekken was hing ik die avond in de pub van het hotel (ja, wéér whiskey, het begint een probleem te worden maar ik wil ze allemaal proeven!). Het personeel sprak alle gasten aan bij onze voornaam en wij hun bij hun voornaam en het was allemaal heel huiselijk en gezellig.

Hoewel ik die avond er allemaal geen zin meer in had, voelde ik me de volgende dag juist ontzettend fit en gemotiveerd! Toen ik op een drukke autoweg in de verte een andere fietser zag wist ik bijna zeker dat het de Vlaamse vrouw was die ik twee dagen eerder ook was tegengekomen. Zij fietst zes weken door Schotland en is echt super diehard: ze wildkampeert bijna continu en maakt lange fietsdagen. Toch is ze helemaal niet pretentieus, maar lekker down to earth. Met pretentieus bedoel ik dat sommige mensen meer met imago bezig zijn dan met daadwerkelijk buiten leven. Die hebben dan de duurste gear en doen daar heel cool over, maar het fietsen is dan de zoveelste prestatie die ze dienen te voltooien. Dat moeten ze zelf weten, maar meestal level ik gewoon niet zo met zulke types omdat de onderliggende motivatie zo verschilt.
Deze vrouw had er een veel langer stuk op zitten sinds de laatste keer dat ik haar zag en ik moest hard trappen om haar in te halen. Ik zie eigenlijk nooit vrouwen alleen op de fiets, soms wel racefietsers of bikepackers zonder tent, maar nooit zo volbeladen als ik. Tot nu en dat is zo leuk! We lunchten samen in een openbaar toiletgebouw omdat het regende en fietsen een stuk samen op. Zij had al een plek voor de nacht bedacht en ik wilde nog even door, dus we namen weer afscheid. In Inverness zouden we de deze week samen naar de bios gaan, besloten we. Dat is haar ‘traditie’ als ze in buitenlandse steden is.

The Inverness Student Hostel
De ferry die de route naar Inverness wat korter zou maken ging helaas nog niet dus ik moest een stuk om. Het gebied werd steeds bewoonder en het begon steeds meer te regenen, dus mijn kampeermotivatie werd steeds minder. Vanaf de afsplitsing met de Vlaamse om half drie zou het nog 50 kilometer zijn naar Inverness, met ook nog wel wat heuvels. Campings waren er niet en ik dacht, fuck die shit, ik knal ‘m gewoon in één keer door! Meestal als het bewolkt is en regent krijg ik juist veel energie, en ik ben ook een avondmens dus ik voelde me goed. De god van de hooglanden gunde me ook nog een lange afdaling tot de stad, waar ik om 20 uur doodmoe bij een hostel aankwam dat ik even daarvoor online had geboekt. De kamer was veel te warm en zuurstofloos, maar na een whiskey (zeg maar niks) en goddelijke geroosterde zalm in de dichtsbijzende herberg viel ik in een diepe slaap.
Inverness is een prachtige stad. Het centrum is klein en overzichtelijk en de omgeving bestaat uit groene heuvels en stromende rivieren. Normaal word ik chagerijnig van steden, maar dit keer bonste mijn hart van opwinding! Een stad, na zo’n lange tijd! Wat was de laatste keer dat ik in een behoorlijke stad was? Ik denk Glasgow in maart, toen ik het vliegtuig heen en weer moest nemen vanwege de begrafenis van mijn oma. Daarna heb ik wel stadjes gezien, maar altijd klein. Dit voelde weer even heerlijk bruisend! Ik heb een nieuwe zomerbroek nodig, wil misschien instappertjes kopen. Even lekker alles bijtanken en het stadse leven leiden.

Fiets in hostel In een stad zijn ook altijd veel jongeren, maar hoe ontmoet je die? Een hostel kan, maar ik was op die ene nacht na van plan lekker op de stadscamping te gaan staan. Bumble (een datingapp) heeft een ‘best friend’ modus waarop je mensen in de buurt kan leren kennen. Maar ik had ook wel zin in wat reuring dus besloot een paar dagen terug al om gewoon voor de date versie te gaan, wat al de leuke wandeldate had opgeleverd. Swipen op Bumble hier is al vermakelijk zonder dat er iets uitkomt, het is zó ontzettend Schots! De mannen hebben rode baarden, tachtig procent noemt kamperen en hiken als hobby en ze heten Craig, Hamish, Roger, Calum en Fraser (ja ik heb net puur een paar mannen weggeswiped voor wat namen input). Maar het laat wel zien waarom ik me zo thuis voel in dit land, het gros van de mensen is een buitenmens. In plaats van dat ik de gekkie bent die kampeerverslaafd is, ben je hier een beetje weird als je nog nooit een munro hebt beklommen (een bergtop van minimaal 900m ofzo).
Bught Park Caravan park & campingsite
Vandaag heb ik mijn tentje op de camping opgezet en het is een prima plekje. Het is een kwartiertje lopen naar het centrum en het pad gaat door een prachtig groen park die een hele brede, hard stromende rivier over steekt. De camping zelf staat in een beetje een industrieel gebied, maar dat wordt compleet gecompenseerd door de extreem lieve receptioniste. Ik mocht een privé veldje want het trekkersveldje werd altijd heel druk zei ze. Oh en ik wilde de was doen? ‘Ja dat kost 5 pond voor wassen en 5 pond voor drogen, maar weet je wat, hier heb je de muntjes. Laat het geld maar zitten, maar tegen niemand zeggen hoor!’. Geen idee waaraan ik deze voorkeurspositie verdiende, maar poi, mijn kleren zijn schóón! De eerste keer in de wasmachine sinds vertrek! Ik heb alle oude plastic zakken waar m’n eten in zat weggegooid en ik ga wat dry bags aanschaffen. Mijn fietstassen heb ik van binnen schoongemaakt en laten drogen en ik heb de afwas eens goed gedaan.

Schone was! En nu drink ik voor de verandering eens een pale ale en eet een veel te groot bord nachos met guacamole in dezelfde tavern als gister: de Castle Tavern. Gewoon een geniale plek dus waarom zou je dan wat anders zoeken? De komende tijd wordt Inverness eigenlijk een beetje mijn thuis. Over tien dagen komt mijn moeder hier naartoe en gaan we samen twee weken rondreizen met trein en te voet. Tien dagen nadat zij vertrekt ga ik weer op een boerderij werken hier in de buurt en dáárna is er een grote klimaatdemonstratie van vijf dagen in Aberdeen (waar veel oliemaatschappijen in zee liggen) waar ik graag heen wil. Dus eer ik weer ‘officieel’ op de fiets stap en mijn route vervolg is het half juli, misschien wel augustus?! Bizar! Komende week ga ik misschien nog wel naar Fort William fietsen en onder Inverness ligt nog Cairngorms National Park wat heel tof schijnt te zijn. En natuurlijk wil ik ook nog naar een whiskey destilleerderij, waarvan er velen hier zijn. Oja en morgen dus naar de film met de Vlaamse, over drugsverslaafden in Edinburgh ofzo, LaChEn.
Nou, groetjes hè! ❤️
-
Whiskey dude zonder tanden

Eindelijk regent het en ik voel me weer helemaal mezelf. Ik en regen gaan perfect samen, dus ik heb mijn regenpak aangetrokken en ben door het mistige landschap van de camping naar de dichtstbijzijnde pub gelopen. Ik verheugde me al een week op een whiskey, mede veroorzaakt door het boek dat ik lees en waarin het op elke bladzijde wordt gedronken. Maar met een bloedhete zon en een droge bek drink ik toch liever een cola’tje, dus vandaag was eindelijk de perfecte gelegenheid voor een womibo (woensdagmiddagborrel)!

Maar heel eerlijk had ik gister in een verlaten vallei tussen de bergen al twee shotglazen whiskey achterover gegooid met een dikke Schotse man zonder voortanden. Ik was na vijf nachten camping en heel veel eten eindelijk weer opgeladen en stond te popelen te gaan en nieuwe avonturen te beleven. Ik had enorm genoten van de kalmte van de camping en had zelfs nog in de prachtige blauwe zee gezwommen. Toen ik op het strand zat zag ik een zeehond precies op de plek waar ik zojuist vloekend van de kou in de golven was gedoken, hoe prachtig!
De ochtend van vertrek brandde de zon weer flink en op dit stukje verlaten aarde staan geen bomen, dus moet je maar gewoon accepteren dat je koppijn krijgt en ofwel verbrandt ofwel de hele dag loopt te zweten in lange mouwen. Ik koos voor optie drie, eindelijk eens zonnebrand aanschaffen en maar gewoon eens accepteren dat poepiebruin worden ook best leuk is. Ik had na mijn breakdown bovendien drie dagen achter elkaar zo’n 30 pond aan eten uitgegeven om eens goed bij te tanken, maar ik mocht van mezelf niet meer op de cijfertjes letten. Daar geef je nu dus eenmaal geld aan uit als je fietst, net als aan een camping af en toe (en oja, whiskey dus)!
Heerlijk op mijn gemakje fietste ik weer door het rotsachtige moeras, de warme zoete geur van heide die door de zeebries werd meegenomen opsnuivend (heerlijkste geur ooit). Altijd als ik mensen uit hun auto zie stappen op een mooi uitzichtpunt denk ik zelfingenomen hoeveel zij missen vanuit de auto. Niet alleen kleine details zoals het tikkende geluid van de roodborsttapuit of het klateren van een onopvallend beekje, maar vooral die continue heerlijk geur van heide en gaspeldoorn (gaspeldoorn moet iedere blog minstens één keer genoemd worden, haha)!
Afgedaald tot een prachtig loch keek ik zo een waanzinnige vallei omgeven door hoge rotspieken in. Vanaf een klein parkeerplaatsje liep een karrenspoor de vallei in, en in een split second moest ik beslissen of ik daar iets mee wilde of niet. Het was pas twee uur in de middag dus mijn eerste neiging was van niet, maar anderszijds was ik ook erg onder de indruk van het landschap. Terwijl ik doorfietste had ik al spijt, maar ik had ook geen zin om terug te keren. De hoofdweg vervolgde om het loch heen en vervolgens steeg hij weer landinwaarts. Toen ik de weg naar boven voor me zag liggen had ik er helemaal geen zin in – met deze hitte wilde ik eigenlijk gewoon lekker bij het water blijven! Ik keek om me heen en zag eigenlijk best een prima plek om wild te kamperen. Stiekem keek ik op de kaart toch even naar dat karrenspoor drie kilometer terug en zag dat hij eindigde in een bothy, een ‘wildernishut’. Deze staan op verschillende plekken in de wildernis van Schotland en je mag daar gewoon in slapen, een vuurtje stoken, je matje op de grond uitrollen.

‘Wow, cool!’, dacht ik. Een bothy is meestal niet bereikbaar met de fiets maar deze dus wellicht wel. Een uitgelezen kans om dat eens te proberen. Ik besloot dus tóch om te keren en duwde mijn fiets vanaf de parkeerplaats het pad vol keien op. Best te doen, maar na een paar kilometer werd het steeds drassiger en duwde ik mijn fiets door sloten en modder. In de verte zag ik de bothy al liggen, maar ik kon echt niet meer verder met de fiets. Dus ik pakte een fles water en ging te voet verder, hoewel het nog nét geen zwemmen te noemen was ;)
Dichterbij moest ik met zogenaamde stepstones een rivier oversteken en toen viel het me op dat er rook uit de schoorsteen kwam. Hm, shit. Ik pakte een grote steen uit de rivier en stopte hem in mijn zak. You never know. Ik liep om het huisje heen en riep ‘Joehoe!. Op dat moment kwam een wat oudere, mollige man naar buiten met een rokende pan. Wat hij ook aan het bakken was, het was verbrand. Ik probeerde de situatie in te schatten: was hij alleen? Kon ik naar binnen? Het was een beetje chaotisch, want tegelijkertijd sprong zijn zwarte border collie tegen me op. Ik vroeg of ik even naar binnen mocht en terwijl hij buiten nog met z’n pan stond te prutsen inventariseerde ik de plek. Een knusse stenen hut met houten vloer, twee dikke stronken hout vlamden in de open haard. In een apart kamertje lag zijn matje en slaapzak, in de woonkamer stond allerlei camping gear. Ach, een hiker. Die zijn altijd wel te vertrouwen ;)
Ik liep weer naar buiten en we praatten wat, hij met zijn overduidelijk Schotse accent. Hij hield afstand en was vriendelijk, ik voelde me meteen op mijn gemak. Geen man om bang voor te zijn! Eigenlijk zijn de meeste Schotse mannen zeer respectvol naar me geweest moet ik zeggen, maar mannen in de natuur zijn vaak ook weer van een heel ander kaliber dan mannen in de stad. Hij sliep hier een paar nachten en ging de bergen in met zijn hond en vanavond ging hij zich helemaal klem zuipen, zei hij. Ik moest lachen, hoezo dat nou weer? “Just because I can”, antwoordde hij. Oké, goed punt, maar wat hij dan ging drinken? Oh, en welke whiskey dan? Nou, hij pakte de fles erbij en schonk gelijk maar in. Daar stond ik dan, met een wildvreemde Schot whiskey te atten in de wilde Hooglanden. Hij schonk nog een keer bij en met een licht hoofd nam ik wat later afscheid. Ik ging verderop een plekje voor mijn tent zoeken, de nacht doorbrengen bij een bezopen ouwe vent zag ik niet zo zitten.

Goed, en zo had ik maar 20 kilometer gefietst die dag, wat prima is. Het mag wat meer zwerven zijn, met juist leuke plekjes in de natuur ontdekken en random mensen ontmoeten. Maar ook vanwege de hitte was ik al vroeg moe, dus het was ook prima. Vervolgens lag ik om 18:00 al in de tent omdat de midges, de minimugjes die hier in de zomer een plaag vormen, me al lastigvielen. In de tent was het stik benauwd en na een paar uur boek lezen was ik dat ook wel zat. Oftewel: ik verveelde me kapot.
En dat was reden om te besluiten om de komende dagen weer lekker naar het Zuiden te fietsen. De camping waar ik vandaag mijn tent heb opgezet bevindt zich weer op zo’n keuzepunt en ik kan ook door naar de Orkneys (eilandengroep ten Noorden van Schotland). Maar hoewel het hier allemaal erg mooi is, gebeurt er ook niet zoveel. Ik heb zin in wat meer reuring en meer mensen om me heen, en kijk uit naar een paar dagen in Inverness verblijven. En, hallo, ik ben echt zwaar verliefd op Schotland dus er komen echt nog wel honderd meer kansen om de plekken die ik nu niet bezoek alsnog te bezoeken.

Vandaag fietste ik een tijdje met een man op en hij vertelde me over zijn zoon die super gefocust is op carrière maken maar tegelijkertijd eigenlijk ook erg depressief is. Maar hij had er zelf ook last van: jarenlang keihard gewerkt, maar waarom eigenlijk? Nu stond hij op het punt zijn bedrijf te verkopen met ook angst voor geen inkomen meer hebben. Volgens mij was het nogal een rijke vent, des te interessanter dit gesprek te voeren. Het sterkte me in mijn keuze, want afgelopen avond (toen ik me zo verveelde) twijfelde ik of ik niet gewoon ook carrière moest gaan maken en iets ‘doen’ met mijn leven. Die eeuwige onrust. Alleen soms vergeet ik dat ik er doodongelukkig van word. Het is goed om soms weer even te voelen waarom ik dit doe.
Zulke fietsers ontmoeten helpt ook in wat relaxter zijn naar mezelf. Alle mensen die ik ontmoet doen vaak een trip van één tot drie weken, boeken al hun campings, eten elke avond in een restaurant. En ik vind dat zulke gezellige vibes hebben! Vanuit mijn klimaatdepressieve benadering en het idee van geld moeten besparen is de knop weer om naar GENIETEN. Boeie dat geld eindig is, zie ik dan wel weer. Daarom streek ik vandaag maar weer neer op een camping, gewoon zin in! Heerlijk lang gedoucht en mijn tentje naast een picknicktafel, het zijn de kleine dingetjes waar ik erg blij van word.
Net een vegan curry op in de pub, en aan mijn tweede whiskey. Binnenkort wil ik ook een distilleerderij bezoeken, ik vind whiskey erg lekker en ben benieuwd naar het hele maakproces. Mijn lievelings tot nu toe is Laphroaig, die een sterke rooksmaak heeft, van het eiland Islay (uitspreken: ayla, ik ben er niet geweest). Straks probeer ik Glenfairn, de lievelings van de barvrouw. Dusseh, vanavond ben ík waarschijnlijk degene die stomdronken word, haha. Just because I can.
Kus!
