-
Terug naar het wolvenbos

Lamlendig zat ik bij mijn ouders op de bank. De eerste week thuis was nog wel lekker en in het teken van uitrusten. Ik besloot even een goed dieet te volgen voor mijn gezondheid en stortte me dus op koken; ik sliep lekker uit; en ik bleef gewoon nog een beetje in en rond het huis. Echt veel zin om dingen te ondernemen had ik nog niet, de hitte droeg daar ook nog eens aan bij en ik gaf er maar gewoon aan toe.
Na een week zat ik nog in dezelfde modus, maar begon ik het ook een beetje zat te worden. Een beetje geïrriteerd dacht ik nog ‘Echt, Simone? Kan je echt maar één week hetzelfde doen en ben je het dan alweer zat?’. Een deel van de lamlendigheid kwam door de besluiteloosheid over hoe nu verder. Wat ga ik doen deze maand, hoe ga ik wat geld verdienen naast mijn online baan? En wat ga ik dan in oktober weer in Schotland doen en hoe kom ik dan in vrédesnaam de winter door hier in Nederland? Financiële stress, huizenstress, levensdoelstress.
Het was niet alleen maar stom, want eigenlijk pakte ik ook allemaal leuke dingen op. Het dieet wat ik volgde was Paleo, gebaseerd op het dieet van de oermens. Natuurlijk sjoemelde ik behoorlijk en at ik zeker 100 keer zoveel fruit als de gemiddelde oermens, maar in ieder geval vermeed ik granen, zuivel en geraffineerde suiker. Daarnaast is dat dieet best wel gecentreerd rondom vlees eten. Ik heb een ijzer die aan de lage kant is, dus het is wel goed, maar ik vond het wel heftig om élke dag weer vlees te kopen en te bereiden. Het gaat zo tegen mijn systeem in!

Paleo-boodschapjes. Hier word je toch blij van (en Lidl is een chille winkel met veel bio en geen muziek op, so you know) Ik ben niet tegen vlees eten, maar wel tegen dierenmishandeling. De makkelijkste manier om dat een beetje te omzeilen, is vlees kopen met een kortingssticker (dus niet bonus, maar als het bijna over datum gaat, die sticker). Goedkoper, maar in het systeem wordt het dan ook niet als verkocht vlees geregistreerd en stimuleer je in ieder geval de markt niet. De tweede goede (en betere) manier is natuurlijk biologisch vlees kopen. Qua prioriteit koop ik liever geen varkensvlees dat minder dan biologisch is. Het beter leven keurmerk is onzin, ik ben een keer voor een stage in een beter leven varkensstal geweest en het was stom. Varkens moeten gewoon buiten lopen, klaar. En zelfs bij biologisch vind ik dat nog te beperkt. Rundvlees ben ik iets makkelijker in, omdat naar mijn weten de meeste (Nederlandse) koeien wel buiten lopen. Er wordt wel antibiotica enzo gebruikt, dus het is minder goed voor mezelf, maar wel wat betaalbaarder. Eigenlijk vind ik rundvlees consumeren zelfs ethischer dan zuivel, want bij vleeskoeien blijven de kalfjes gewoon bij de moeder.
Het allermeest ben ik pro lokaal vlees, waarbij je een beetje een idee krijgt hoe de koe wordt behandeld en bovendien de lokale economie stimuleert. Ik zocht wat rond online en vond in mijn eigen dorp notabene een super goede koeienboer! Het ras kan goed natuurlijk baren, waardoor ze weinig medicatie nodig hebben en ze lopen jaarrond buiten. Ze slachten elke maand één koe en je kunt dus ook alleen op een vast tijdstip per maand vlees komen halen. Ik bestelde meteen en kon het namelijk drie weken later pas ophalen. Mijn schoonzus deed ook mee. Zo tof!

Ik moest het zelf nog verdelen in zakjes Ik word daar echt blij van. Ik wil nu zelf geen boerderij of stuk land, en ik heb geen consistent genoeg leven dat ik een moestuin bij kan houden. Maar op deze manier heb ik toch een beetje het boerderijgevoel. Op Instagram zag ik ook iemand die via Marktplaats verse pruimen in de buurt had gevonden, en dat vond ik ook zo’n goed idee! Bij Ted in Schotland staat een pruimenboom vol pruimen die echt op het punt stonden om gegeten te worden toen ik vertrok, dat moest ik dus net missen. In mijn buurt vond ik niks op Marktplaats, dus ik plaatste een oproepje in de lokale Facebookgroep. Een paar dagen later stond ik op een ladder in iemands tuin mijn tassen te vullen. Ik betaalde er wel wat cash voor, maar volgens mij had dat niet eens gehoeven.
Vervolgens ging ik jam maken, en deed dat zonder suiker maar met chiazaadjes. Dan kon ik het alsnog eten met mijn dieet. Alleen dat was niet te hachelen zo zuur. Dus een week later maakte ik een nieuwe batch mét suiker en voegde ik ook suiker aan de oude toe. Zo, dat is beter. Ik heb nu helemaal zin om hier een traditie van te maken. Mijn oma had ook een pruimenboom in de tuin en voorzag ons elk jaar van jammetjes, dat moet eigenlijk in ere gehouden worden. Ik vind de hoeveelheid suiker alleen een beetje heftig, maar uiteindelijk koop ik ook vaak genoeg jam met suiker in de winkel, dus kan ik het net zo goed zelf op die manier doen en moet ik gewoon even niet zo zeiken.
Later mocht ik ook nog een hele tas vol appels komen halen, die nu op mij liggen te wachten om te worden geschild en omgetoverd tot appelmoes.

Na nog een paar dagen vol verveling, waarin ik nérgens zin in had (opruimen, geen zin, hardlopen, geen zin, breien, geen zin, tv kijken, geen zin, slapen, geen zin, etc), was ik er helemaal klaar mee. Ik moést even weg. Het is super fijn dat ik bij mijn ouders terecht kan, maar het blijft mijn ouderlijk huis en niet een eigen plekje of iets dergelijks. Later op de dag bedacht ik me daarom om te gaan kamperen. Gewoon, super laagdrempelig. Met de auto (van mijn ouders, mijne staat nog in Schotland), na het avondeten, 1 nachtje en dan na het ontbijt weer naar huis. Dan hoefde er weinig mee en kon ik even uit proberen of het zou helpen voor mijn gemoedstoestand, ik was namelijk bang dat het alleen zijn in het bos in de regen het erger zou maken.
Uiteindelijk was het natuurlijk echt puur genot. Het regende hard, dus het bos was heerlijk fris en herfstig en de camping rustig. In de ochtend deed ik heerlijk traag mijn kopjes koffie en in het begin van de middag was ik weer thuis. Ik besloot dat ik dit de komende maand gewoon echt regelmatig wil doen, dus ik schakelde mijn netwerk in. Nu heb ik al 3 kampeeravonturen op de planning staan deze maand, met leuke mensen en alleen :)

Ondertussen werk ik online voor mijn zus, en dat is echt weer fijn. Ik vind haar bedrijf echt superleuk, heb er een paar jaar al voor gewerkt dus weet precies hoe alles werkt, en het is gewoon heel fijn geld verdienen. Maar ik wilde ook weer even wat praktisch werk doen, waarvoor ik de deur uit moet. Dus ik appte mijn oude schoonmaakadresjes van afgelopen winter, de leukste dan. En die waren er blij mee!
Zo verdien ik ook nog wat cash, wat wel prettig is met alle uitgaven die ik doe als ik me lamlendig voel. Vooral dat vooruitzicht van een saaaaaie winter vind ik hels, dus ik ging dingen bedenken waar ik naar uit kan kijken. Zo vond ik een supervette cursus ‘ree uitbenen’ in december (er zijn nog 6 plekken!), iets wat ik al heel lang graag wil leren! En in oktober ga ik in Schotland een cursus scrambling (met handen en voeten berg beklimmen, dus net een niveautje verder dan hiken) doen in de bergen, en ik boekte mijn tickets naar en van Schotland voor die maand. Het is dan gewoon een lekker gevoel als er wat cash binnenstroomt waar ik boodschappen en benzine van betaal. En wat ik dan in NL laat liggen, zodat als ik blut terugkeer uit het buitenland hier altijd een kleine buffer ligt. (Een buffer op mijn rekening werkt namelijk niet, dat geef ik uit, hahaha).

De heide is zo achterlijk paars nu! Heide heeft een symbiose met een schimmel die water produceert, waardoor het minder van de droogte te lijden heeft gehad Het werd ook hoog tijd dat Pelgrim Zora en ik de bossen weer eens onveilig zouden gaan maken. Zora ging op fietsvakantie en ik had het voornemen om elke week een nachtje te gaan kamperen, dus we spraken af dat zij naar de Veluwe zou fietsen en ik rijden met de auto. Daar zetten we onze vertrouwde tentjes weer op het NTKC-terreintje, wat echt een genot was. Lekker wakker worden in de bossen, urenlang over ons bakkie koffie doen, en toen het klompenpad afklappen (maar dan niet, want we waren halverwege al moe en hebben hem toen afgekort). Ik besloot spontaan nog een tweede nachtje te blijven, omdat het zo heerlijk was. Zora zou ook pas die dag erna doorfietsen.
Ik moet dus even wennen aan weer in Nederland zijn, maar langzaam begint het te komen. Het vooruitzicht dat Ted bijna komt (we gaan half september het Elfstedenpad fietsen als het weer een beetje meezit) en dat ik daarna weer naar Schotland ga, zijn fijn. Maar, de winter ligt nog een beetje open, ook qua accomodatie. Mocht je iemand kennen of zijn die nog een huizenoppas zoekt in de maanden november/december/januari/februari, hoor ik het graag :)
Doehoeeeei

Kamperen op de Veluwe -
Te mooi om waar te zijn

Het was nog door mijn hoofd gegaan. Dat als ik nou vaak op die camping zou logeren, dat ik dan misschien subtiel eens zou kunnen informeren naar een baantje. Je weet maar nooit, en het is zo’n fijne plek. Middenin het bos. Je hoort niks, behalve een geelgors die de hele dag door aan je kop zeurt met zijn Beethovenmelodietje. Er staat regelmatig helemaal niemand op de camping behalve ik. Er is een overdekte buitenkeuken met een gasfornuis. En de douches zijn brandschoon. Bovendien is het maar een kwartiertje rijden naar Teds dorp. Oja, en met mijn autootje kamperen was maar tien pond per nacht. Dat vind je verder nergens in Schotland.
Vorig jaar september kampeerden Ted en ik er voor het eerst. We vinden het leuk om de plekken in de directe omgeving van zijn woonplaats te leren kennen en hij had het terrein eigenlijk nog nooit echt goed bekeken. We vonden het verbazingwekkend leuk. De tweede keer was afgelopen april, met mijn moeder. Hoewel het koud was, genoten we van de absolute stilte en de afwezigheid van ander volk. Een paar maanden later, in juli, kwam ik weer terug met mijn vader. ‘Hey, familiar face’, zei de manager met een dik Australisch accent [Hay, famayliar fayce!]. Hij herkende mijn ronkende autootje ook met het boekenplankje voor het raam. Hij was fan.
De eigenaar is ook Australisch, en je zou je kunnen afvragen hoe ze de boel draaiende kunnen houden als er nooit iemand op de camping staat, als je niet wist dat hun hoofdactiviteit het organiseren van avonturen is. Er is een bulderende rivier vlakbij, waar ze met opblaas kayaks vanaf denderen. Groepen toeristen of families die komen spelen, die spekken hun portemonnees. Best leuk!
Een week later, toen mijn vader weer naar huis was, mailde ik ze weer. Of ik kon komen met mijn autootje. ‘Als je niet uitkijkt, bieden we je nog een baan aan!’, mailde hij terug. Ik was stomverbaasd. Was dit een grap? Was hij serieus? Zou ik een werkvisum kunnen krijgen bij dit bedrijf? Wat bedoelde hij? Ik wilde er niet te serieus op ingaan, dus mailde gekscherend terug ‘sounds good, count me in’. Waarop hij reageerde ‘meet me tomorrow at the reception’. Ik had geen idee wat er komen ging en maakte mezelf gek met het best case scenario. Ik zou daar de leukste buitenbaan ooit hebben en een visum krijgen en kunnen wonen in Schotland. Maar ik zette me schrap voor een teleurstelling. Eigenlijk wist ik ook wel dat banen in deze branche hoogstens een seizoensvisum opleveren.
Ik ontmoette hem en was meteen eerlijk. Hij gaf toe dat dat lastig ging worden. ‘Máár’, opperde hij, ‘als je het leuk vindt kan je gewoon het een en ander hier doen, beetje mee op avonturen voor de lol, en dan hier gratis kamperen? Je mag ook in de pipowagens of belltenten slapen als je wilt! Het is wellicht sowieso een leuke ervaring voor je, en je helpt ons er ook mee, want we komen handen tekort’. Ik vroeg hem of het het waard was voor de resterende twee weken dat ik in Schotland zou zijn, maar hij zag geen probleem. Ik zou de volgende dag al beginnen en meegaan op mijn eerste river rafting experience (in Schotland dan, ik heb ooit een groepsraft gedaan op de Nijl in Uganda en dat was veruit het allerallervetste wat ik OOIT heb gedaan).
Bosbessen plukken Lichtelijk zenuwachtig kwam ik de volgende dag opdagen. De activiteit was afgezegd, kreeg ik te horen, maar in plaats daarvan had hij een kleine training bedacht voor ons. Een gids uit de Caraïben die er een zomer werkte, moest een beetje oefenen in het uitleggen van het abseilen van een klif. Dat hoort bij de activiteit ‘Canyoning’, oftewel een rivier volgen downstream, inclusief van kleine klifjes afglijden en dus van de grotere abseilen. De andere gids, een Italiaanse, was assistent op die activiteiten en wilde wat extra informatie. Later zou ik ontdekken dat samen met de Australiër, dat eigenlijk het hele team was. Naast elke ochtend en middag een flinke activiteit begeleiden, moesten zij ook de accomodaties schoonmaken en alle administratieve gebeuren afhandelen. Ik snapte wel dat ze handen tekort kwamen!
Opgelucht als ik was dat ik niet meteen als ‘assistent gids’ op een rafting activiteit mee hoefde (hoe ging ik faken dat ik er iets van wist?), kregen we uitleg over knopen en touwen en weet ik het wat. Ik volgde het semi, maar was wel geboeid. Iedereen was super lief en inclusief en nam me mee in al het reilen en zeilen van het bedrijf. Ik hoefde geen initiatief te nemen of te doen alsof ik dingen wist, ze accepteerden compleet dat ik een newbie was in deze waterwereld.
Twee dagen later ging ik dan toch mee raften. Het gezelschap bestond uit een vader en moeder met twee kinderen van 7 en 10 ofzo, en twee Nederlandse tienermeiden, die opgelucht waren toen ze mij Nederlands hoorden praten. Ze vroegen mij steeds om instructies en ik wist niet of ik mocht laten zien dat ik compleet nieuw was, omdat de manager iets had gezegd van ‘als je maar zelfverzekerd overkomt, hoef je niet eens precies te weten wat je doet’. Later vertelde hij tot mijn opluchting aan de groep dat het mijn eerste keer was. Ik had namelijk geen flauw idee hoe alles in haar werk ging en vond het stiekem ook best eng in zo’n klein bootje de rivier af te sjezen. En als ik om zou vallen, zou dat dan lijken alsof de gidsen allemaal amateurs waren? Gelukkig werd die druk dus verlicht.
Het was supervet, en we sprongen ook nog van hoge kliffen. Die avond deden mijn oren bizar pijn van de hoge sprong en was ik bang dat ik ze perongeluk permanent beschadigd had, maar dat was gelukkig de volgende dag over. Ik was ontgroend in mijn eerste raft ervaring in Schotland! Het was tof, maar ook wel erg koud ondanks het wetsuit. Ik overwoog: zou dit überhaupt een leuke carrière voor mij kunnen zijn? Of toch iets te heftig fysiek?

Dit was eng Ik werd ook aangesteld als schoonmaker, wat ik graag doe. En in ruil daarvoor, vroeg ik of Ted en ik inderdaad in de pipowagen mochten slapen. Die kost zo 80£ per nacht, dus het voelde niet alsof ik dat verdiende na een paar uurtjes poetsen, maar het kostte hen natuurlijk niets om mij daar in te laten. Als ze geboekt zou worden, ging ik er gewoon weer uit en moest ik zelf het bed weer verschonen. Uiteindelijk bleef ik er drie nachten, en met onze eigen slaapzakken. De pipowagens staan nog een stuk verderop het bos in en daar is echt ware stilte. Zelfs de vogels zijn er schaars. Ik werd er gewoon bijna ongemakkelijk van! De derde nacht was Ted er niet en toen ik buiten wat geluidjes hoorde, was ik toch ook een beetje bang. Maar ’s ochtends bleek dat vogeltjes van alles uitvoerden onder de wagen, dus dat zal het geweest zijn.
Opeens betrokken zijn bij een bedrijf waar je eerst klant was is een interessant gebeuren. Zoals overal was ook hier een hoop drama. Ontevreden klanten. De wens om het bedrijf te verkopen. Personeelstekort. Een baas met te hoge eisen. De Italiaanse ging ook nog eens weg dus er was opeens een gids minder, en vanwege een recente klacht moesten op alle activiteiten opeens twee gidsen aanwezig zijn, ongeacht de grootte van de groep. Oftewel: de manager en de Caribische waren altijd samen op pad de hele dag en dan moest de camping ook nog onderhouden worden! Ik vond het zielig voor ze dat ik maar eventjes beschikbaar zou zijn.
Ik ging op nog twee avonturen mee: Canyoning en Tubing. Dat laatste is in ronde rubberen banden de rivier afvaren, 100% omkiepen gegarandeerd. De manager deed zijn best om me alle kneepjes van het vak uit te leggen en ik was de aangewezen persoon voor fotografie. Dat vond ik leuk, want het gaf me het gevoel dat ik echt iets bijdroeg in plaats van alleen maar een extra klant te zijn. Ik moest daarom steeds als eerste de watervalletjes af, zodat ik daarna foto’s kon maken van de rest. Dat deed ik een aantal keer behoorlijk fout, tot de manager’s frustratie en mijn schaamte haha, maar wat wil je voor een eerste keer. Bovendien hadden we regelmatig een miscommunicatie of snapte ik zijn instructie niet. Ik moest van de rechter waterval af, als eerste, dus ik peddelde daar heen terwijl hij meerdere keren ‘Right! Right!’ schreeuwde. Jahaa, dacht ik, ik doe m’n best! Toen hij het de vijfde keer schreeuwde zei hij ‘Wayt Simone! How often do you want me to say it?!’. Hij had al die tijd ‘wait’ geroepen in zijn Australische accent en ik had daar ‘right’ in gehoord. De groep keek me aan en moet hebben gedacht dat ik echt te dom was om gids te worden.. haha.
De dag na de laatste activiteit zou ik weggaan voor een paar daagjes met Ted, maar dat weerhield de manager er niet van dingen te zeggen als ‘Simone, als je gids bent dan moet je op deze plek opletten dat mensen niet de linker waterval nemen’, en, ‘Zo moet je de banden op de trailer stapelen’, of, ‘Let er voortaan op dat je de koffer van de camera goed dicht doet’. Misschien was hij in de ontkenning, of vond hij het gewoon leuk om het uit te leggen. Of zag hij wel een potentiële gids in me? Wie weet. Wellicht contact ik ze volgend jaar weer. Ik hoop dat het dan dezelfde manager is, want dat is een toffe peer. Hij wist het nog niet zeker en het bedrijf wordt misschien ook verkocht, dus het is nog onduidelijk.

De laatste daagjes hadden Ted en ik vrijgehouden voor een klein tripje. We zijn al maanden van plan een keer naar de westkust te gaan, maar hebben er ook geen zin in omdat het 1) ver rijden is 2) het daar zeer vaak regent en 3) het er stikt van de midges. Dus elke keer wordt het weer: hier ergens blijven? We hadden ook nog een bruiloft van een vriend van hem dus besloten we daar in de buurt Ted’s belltent op te zetten met het houtkacheltje (ja, want in Schotland is het gewoon fris, heerlijk). En dan gewoon lekker te chillen, boekje lezen, haken, wandelingetje, vreten, uitslapen.
We kozen weer een nieuwe camping uit, eentje die we nog niet kenden. Eenmaal aangekomen was het hele veld schuin aflopend, behalve een plekje onderaan, dus die confisceerden we. ’s Avonds ging er een enorme brom aan die de hele nacht aanhield, dus ik vond het een stomme camping. Maar, eigenlijk sliepen we heerlijk en was het ook een prachtig plekje, dus die mening sloeg snel om!
Voor de bruiloft had ik een jurk in mijn tas gepropt en toen ik haar de ochtend van het feest aantrok, zag ik overal vlekken. Nooo, zo typisch! Ik doe de was weinig, enerzijds omdat ik het onzin vind, een beetje vlekjes moet kunnen en bovendien beschadigt veel wassen je kleding ook, en anderszijds omdat het planmatig steeds onhandig is of ik het vergeet als ik bij Ted ben. Ik was zo boos op mezelf! Uiteindelijk viel het niet zo op, denk ik, en kreeg ik zelfs een superlief compliment van iemand over mijn outfit. En als ik de foto ervan zie, word ik ook heel blij, echt pippi vibes! Love it!
Nu weer terug in NL. Ik kijk niet uit naar de hitte, maar wel naar het knusse huis van m’n ouders; de kat van de overburen; de wandeling naar het bos vanaf huis; mijn hardloopgroepje; een paar leuke wildplukactiviteiten die ik gepland heb; lekker wat uren maken voor het bedrijf van mijn zus (vakantievervanging); de baby van een vriendin bewonderen (en haarzelf); en al mijn cutiepie allerliefste vrienden zien (en over een paar weken ook weer mijn neefjes).
Leuk dat jullie weer volgden ❤️ Ik hou van mijn blog!
-
Touren met Pa

Pa zou een week komen. Ik was door Ted geïnspireerd om wat vaker 1-op-1 met mijn ouders leuke dingen te doen, want hoe waardevol is het om herinneringen te maken samen?! Ik ging al wel vaker op stap met m’n moeder, en toen vatte me het idee om mijn vader ook eens uit te nodigen in Schotland. Ook omdat ik niet echt een netwerk heb in Schotland en het soms mis om met ‘mijn’ mensen te chillen, maar ik nodig ze ook nooit uit. Nu dus wel.
Hij vond het een goed idee twee weken te komen, als hij toch al ging. Ik heb eigenlijk nog nooit echt met mijn vader gereisd, dus een weekje leek me genoeg om het uit te proberen en ook vanwege de kosten (ik ken ons langer dan vandaag, we zijn beiden mensen van gemak en lekker uit eten gaan en hotelletjes enzo, nou dat tikt aan!). We bereikten een consensus: een week samen, en daarna zou hij nog een week steden hoppen. Want Pa houdt van geschiedenis en mooie gebouwen en een stad leek hem leuker in z’n eentje dan kale hooglanden. Ik zou precies het tegenovergestelde hebben.

Het leek hem het leukst om met de boot te komen, voor de ervaring. Maar die was veel te duur in de zomer dus boekten we dit voorjaar samen een vliegtuig naar Glasgow voor ‘m. Dat ging nog bijna mis, want hij had z’n roepnaam in plaats van zijn paspoortnaam ingevuld bij het boeken, toen ik even niet oplette. Je moet die 60-plussers ook nooit uit het oog verliezen! Met behulp van de klantenservice kwam het toch nog goed.
Pa zou naar het Noorden komen, dan hoefde ik lekker weinig moeite te doen. Bovendien had ik geen zin in Glasgow, of in de drukke Hooglanden in het Westen. Het barst daar van het toerisme in de zomer. Nee, Noordoost Schotland is echt thé place to be. Het schijnt de droogste plek van het VK te zijn en er zijn geen midges. Er zijn wél rivieren, bossen, bergen én zee. En het is er een stuk rustiger in de zomer. Ik type dit bijvoorbeeld vanaf een camping waar maar één andere tent staat, de vorige drie keer dat ik hier stond was ik de enige. Zó rustig dus.

Hier wil je naartoe op vakantie Het was nog een heel gepuzzel, maar daar hou ik wel van. Alle opties uitdenken en dan gevoelsmatig degene kiezen die het beste voelt. We hadden twee nachtjes Aberdeen al geboekt, een random stad waar niemand heen gaat maar die ik wel eens wilde ontdekken. Maar daarvoor hadden we nog één nachtje en logistiek was dat heel onhandig. Uiteindelijk ging ik voor de chillste optie; ik haalde Pa op in een stadje in de bergen, daar zouden we kamperen, en dan de dag erna 3 uur naar Aberdeen rijden.
Toen ik de camping wilde boeken was het een hoop heen-en-weer gemail, en toen we er uiteindelijk uit waren stuurde ze de rekening: 64 pond (75 euro). Pardon?! Omdat mijn autootje op een camperplek moest staan rekenden ze daar 44 pond voor, en mijn vader in een tentje moest dan apart nog 20 pond dokken. Ja doei. Ik blies de hele boel af.

Bosbessen vretuh Diezelfde middag nog hoorde ik het nieuws dat in die regio een bosbrand was uitgebroken. Je mocht er niet meer heen (de brandt woedt, 1,5 week later, nog steeds en heeft al een hoop schade aangericht aan oeroude natuurgebieden). De camping was geloof ik nog wel open, maar ik was blij dat het niet door was gegaan! In plaats daarvan reden we terug richting Teds dorp, waar mijn lievelings camping zit waar het altijd rustig en stil is en die voor ons samen maar 25 euro voor een nacht was. Pa vond het ook leuk.
De volgende dag deden we Aberdeen aan. Ik had het niet verwacht, maar we waren eigenlijk allebei fan van de stad. Er was nauwelijks toerisme, en ook niet echt veel verkeer. Het wordt ook wel de ‘granieten stad’ genoemd, omdat alle gebouwen van de grijze steensoort zijn gemaakt en alles super grijs is. Maar wel mooi grijs ofzo, licht.

De granieten stad, vanuit het hotelraam. Met Arie die elke dag even aanklopte voor een hapje (kreeg hij niet natuurlijk). Ik wilde mijn vader een beetje onderdompelen in de Schotse cultuur en zo zaten we die eerste avond in de stad al in een Wheterspoons te eten. Dat is een soort fastfood keten, maar dan fancier. Vaak zitten ze in mooie oude gebouwen, ligt er chique vloerbedekking, en staan er mooie houten tafeltjes. De menukaart is absurd uitgebreid en absurd goedkoop. Pa at een curry, ik een gepofte aardappel met chili sin carne en beide een drankje, voor 20 euro. We waren allebei fan, dus de volgende dag ontbeten we er ook. Lekker veel fruit, koffie voor 2 euro en daarna gratis bijvullen, Schots ontbijt, havermoutpap, alles wat je hartje begeert. Die avond aten we er wéér. En de volgende ochtend wéér. Yolo.
We maakten een paar mooie stadswandelingen en deden een middagdutje. Zo fijn aan met mijn vader reizen is dat hij in alles wel de schoonheid en iets interessants ziet. En ook alles prima vindt om te doen. Toen we een brug overstaken bij de monding van een rivier, zagen we zaagbekken (een watervogel) op de rivier zwemmen. We zaten een beetje te loeren met onze verrekijkers en realiseerden ons toen pas dat de boomstammen eromheen zeehonden waren! Wat cute!

Vanuit Aberdeen namen we de bus weer terug naar de auto, die we ergens aan de Noordoostkust geparkeerd hadden. Daar maakten we een supergave wandeling langs de kust, met kliffen boordevol vogels: drieteenmeeuwen (leuk geluid maken die!), zeekoeten, zilvermeeuwen, kuifaalscholvers en rotsduiven. Over zee vlogen regelmatig Jan-van-Genten langs. Daarna gingen we uitgeput naar onze camping aan het strand waar het lekker rustig was. Ik was bang dat ik laat zou inslapen en Pa is altijd vroeg wakker, maar hij deed stilletjes en ik sliep prima.
Tijdens nog een mooie klifwandeling de volgende dag was ik gestresst , want we moesten op tijd bij de whiskey distilleerderij zijn en Pa liep sloom. Uiteindelijk haalden we het allemaal makkelijk en hadden we zelfs nog tijd voor lunch op een skeer bankje bij openbare toiletten. De whiskey rondleiding was boeiend, het werk lag een paar weken stil vanwege een jaarlijkse onderhoudsbeurt, waardoor we op meer plekken konden komen dan normaal. Er deden ook nog twee Duitse mannen mee die cool deden over sigaarmerken en werken bij Porsche en die bij de proeverij vonden dat zij wél mochten drinken terwijl ze nog moesten rijden. Walgelijk. Pa klokte de whiskey’s in één keer achterover alsof het een shotje was, dus daarna was hij bijzonder goed te pruimen in de auto.

En ook nog een oud kasteel dat in 1600 nogwat verlaten is We leerden dat de whiskey markt nu veel wordt aangepast op Amerikanen en Chinezen, die ijs in hun whiskey willen. Normaal wordt de whiskey daar een beetje troebel van, dat willen ze dan niet, dus wordt de whiskey extra gefilterd waardoor het ook weer smaak verliest. De distilleerderij is het daar zelf niet zo mee eens (de mensen daar werken daar al generatie op generatie), maar de Thaise eigenaar wil dat wel. Een andere destilleerderij waar ik was had ook al een Arabische eigenaar ofzo, echt bizar. Ook heel veel landgoederen worden tegenwoordig verkocht aan rijke Saudi-Arabiërs of Indiërs die dan één keer per jaar een keer komen om een paar dieren neer te knallen vanuit hun helikopter. Ze hebben nul binding met het land en laten het alleen maar onderhouden voor jacht of golf of iets dergelijks. Echt jammer dat dat niet wordt tegengehouden.
We besloten een lang stuk te rijden zodat we de volgende dag makkelijk Inverness in konden. Bij toeval vonden we een superleuke camping die ook spotgoedkoop was. En de douches waren goddelijk! De volgende dag paradeerden we door Inverness en werd ik weer helemaal blij van alle herinneringen die ik in deze stad heb. Ik kom niet graag in steden, maar ik heb hier zoveel meegemaakt! Na mijn fietsreis woonde ik hier zo’n 2 maanden op de camping. Ik ontmoette Ted er. Ik wandelde elke dag langs de rivier, luisterde naar livemuziek op het veld bij het theater, dronk koffietjes in verschillende cafés. Het was een eenzame tijd, ik verveelde me vaak kapot, maar ook mooi.

Boeken én monster Nessie Pa en ik struinde langs dezelfde rivier en dronken een koffietje-to-go op een bankje, al loerend naar mensen. Daarna gingen we naar de kathedraal om het orgel te bekijken, want Pa is orgelfan. We zagen dat er die middag een gratis concertje was, dus ik zette de wekker. Daarna bekeken we alle boekhandels in de stad en we zaten diep in de Schotse-geschiedenisboeken toen mijn alarm af ging. Over een kwartier zou het concert beginnen, shit, redden we dat? Er zat maar één ding op: een sprintje trekken. Dwars door het centrum van de stad, dwars door rode stoplichten, Pa’s fles viel nog uit zijn tas de weg op, maar toen waren we er zelfs vijf minuten te vroeg! Het concert was van orgelles leerlingen en heel mooi. ‘Een prachtig Engels orgel!’ sloeg mijn vader uit. Hij had weer inspiratie opgedaan voor stukken om thuis te gaan spelen.
Nu we toch in de buurt van Loch Ness zaten, gingen we daar ook nog maar even snel heen. De golven klotsten over het meer en het was weer een indrukwekkend gezicht. Pa vond het geweldig, want eigenlijk ongeveer het enige wat hij vroeger over Schotland had geleerd was de mythe van Loch Ness (en dat op een Christelijke school! Toe maar). Aan het meer woont een man in een omgebouwde camper, die nu permanent op de plek staat. Hij heeft zijn leven gewijd aan het zoeken van het monster. Klinkt als een vaag figuur, maar het is eigenlijk een hele frisse, slimme man. Naast zijn huisje hangt een infobord met een heel verhaal over hoe hij de zaak van zijn vader had overgenomen en een vrouw en huis had, maar het allemaal stom vond en zijn droom achterna ging. Het was eigenlijk een heel inspirerend verhaal, hij woonde daar lekker aan het water en verdient de kost met beeldjes van het monster kleien en verkopen aan toeristen. Baas.

We gingen weer terug naar dezelfde camping, helemaal overprikkeld. We nipten nog wat van de whiskey samples, lazen onze boekjes, en aten ons maaltje in mijn auto vanwege wat drupjes en wind. We waren blij om de regen, want de bosbrand zou het nodig hebben. De volgende dag wilden we naar een museum over de slag bij Culloden (waar Schotland haar onafhankelijkheid verloor), maar vonden het te duur en toch niet zo boeiend. En ik was ongesteld dus had sowieso nergens kracht voor. We reden dus door naar een mooi kustplaatsje waar we onze bammetjes aten en daarna beklommen we de toren van Teds dorp nog even, voor waanzinnige uitzichten en een stukje geschiedenis.
Omdat ik ongesteld was en mijn vader last van zijn rug had door mijn campingmatje, besloten we onze tocht met een nachtje in een hotel. Dit hotel was tot voor kort nog een soort community landhuis, waar allemaal spirituele mensen samen met elkaar woonden, een mooie moestuin onderhielden, en evenementen organiseerden. Nu is het gekocht door een Saudi-Arabiër en moet het een hotel voorstellen, maar het is ontzettend verwaarloosd. Meerdere gangen en kamers lagen vol kapotte meubels en stof en Pa en ik deelden een badkamer die niet was schoongemaakt. Er lag nog een gebruikt washandje, gebruikte zeepjes, dode motten, en het prullenbakje bij de wc zat nog vol. De kamer zelf was ruim, met een prachtig groen uitzicht en heerlijk schone bedjes. In de nu overgroeide tuin plukte ik oregano, munt en citroenmelisse voor thee, en nam ik ook nog twee tekenvriendjes mee naar huis (ontdekte ik de volgende dag). Dus het boeide m’n vader en mij niet dat het wat slonzig was, we vonden het wel weer een avontuur. Na een heerlijk diner bij Teds moeder sliepen we dan ook als roosjes.

De dag des afscheids bracht ik Pa weer terug naar datzelfde bergdorpje als waar ik hem ophaalde, dronken we een bakkie in hetzelfde café en zette ik hem op dezelfde bus, maar dan weer de andere kant op. Hij spendeert nog een weekje in Edinburgh en Glasgow, en ik ga weer mijn eigen avonturen beleven. Over twee weken vlieg ik weer terug naar Nederland :( Jammer maar helaas.
xx
-
Een ecologische ramp

Van het ene avontuur rolde ik het andere in. Precies zoals ik het graag heb. Na de kayak cursus sliep ik nog een paar dagen in de studio aan de kust die ik een grondige schoonmaakbeurt gaf, omdat ik hem weer op moest leveren. En toen reed ik met mijn wagentje slechts tien minuten landinwaarts, een groot landgoed op.
Heel Schotland bestaat zo’n beetje uit landgoederen, ‘estates’. Natuurlijk ben ik tegen zoveel grondbezit voor een hele kleine groep, maar het heeft ook wel wat. Er staan vaak eeuwenoude bomen en er is veel wildgroei, want niemand heeft tijd of geld om zoveel grond continu te maaien. De ultieme plek dus voor een wildplukker, zag ik meteen al.

Ik werd ontvangen door Hamish, de eigenaar van al deze grond (of inmiddels officieel zijn zoon geloof ik, maar Hamish onderhoudt het alsnog). Een gedrongen, vrolijke man van in de tachtig, in werkkleren vol gaten. Hij bracht me naar een muffe zolder boven de paardenstallen, waar ze een appartement in hadden gebouwd. Daar werd ik weer ontvangen door drie Fransen die ook vrijwilligerswerk deden op het landgoed.
Wwoof
Wwoof’en, world wide organisation of organic farms. Je werkt in ruil voor een dak boven je hoofd en voedsel. Hoe dat er precies uit ziet is elke keer weer anders, en dat is ook het avontuur eraan. Uiteindelijk doe je het vooral voor de ervaring, het ontmoeten van mensen, en het leren van nieuwe vaardigheden. In Frankrijk werken de meeste wwoofs met halve dagen geloof ik, maar elders heb ik echt wel 9-5 dagen gezien. Dus economisch klopt dat plaatje niet helemaal, want dan moeten ze je eigenlijk wel wat meer geven dan alleen een dak en eten.

Mijn eerste wwoof was in Noord-Portugal, op een biologisch akkerbouwbedrijf. De man was nogal star, de vrouw veel te lief, en het was maart en het sneeuwde. We verbleven in een vrijwilligershuis bij de velden, terwijl de boer en boerin in de stad woonden. Ik deelde het huis met een Amerikaans-Brits stel, die continu zeurden over alles. Terecht, want er was geen isolatie, verwarming, of warme douche, en we werkten lange dagen waarin we voornamelijk onkruid wiedden. Maar ik probeerde er het leukste van te maken en irriteerde me aan hun negativiteit. Uiteindelijk bleef ik er een maand, want de kou hield aan en ik had nog geen zin om mijn fietsreis voort te zetten, haha.
De tweede keer was in Schotland, tijdens mijn lange fietstocht. Dat was geweldig. Ik kon het supergoed vinden met een andere Franse vrijwilliger en het was een ‘homestead’ van een oud stel die ook een stuk bos onderhield. Geen economische doelen die behaald moesten worden, gewoon lekker moestuinieren en zeewier plukken en invasieve planten weghalen. We woonden bij het stel in huis, wat wel een beetje intens was, dus tussendoor kampeerde ik ook. Ik leerde heel veel over de Schotse natuur, cultuur en taal! Maar was ook blij toen ik weer na twee weken mijn eigen leven kon leiden.

De Nursery, waar alle babyboompjes groeien (achter mij ook nog een grote kas met de echte mini’s) Daarna werkte ik met Ted op een kleine geitenboerderij in Frankrijk. Geniaal was dat. We leerden geiten melken met de hand en kaas maken, vet toch?! We woonden bij het gezin in huis, wat wel een beetje hutjemutje was. We aten alle maaltijden samen, daardoor krijg je echt een inkijkje in hun leven, maar kan je niet zo je eigen ding doen. Maar voor tien dagen was dat helemaal prima. Een paar maanden later werkten we in Canada twee weken op een biologisch akkerbouwbedrijf, gerund door een oude vrouw die ecologie heel belangrijk vond. Het waren lange dagen en dat vonden we soms niet helemaal fair. Er moest echt geproduceerd worden. En het eten was vaak ook een beetje schaars. Maar we leerden een hoop!
Frankrijk in Schotland
Daar zat ik dus, tussen drie Franse jongeren die weinig Engels spraken op een verwaarloosde zolder. We hadden wel allemaal onze eigen kamer, mét badkamer, en dat vond ik heerlijk. Ik vond niet superveel aansluiting en zij trokken ook naar elkaar toe vanwege de taal, maar verder was het wel gezellig. We speelden eens een spelletje en aten samen Franse avondmaaltjes (lees: camambert uit de oven met baguette) op Franse tijden.

Twee wwoofers vertrokken al gauw, en toen zat ik opgescheept met de vrolijke Theo. Hij ziet eruit als een middeleeuwse ridder en houdt ook enorm van geschiedenis en fantasy. We besloten dat hij Engels tegen mij zou praten en ik Frans tegen hem, om mijn Frans weer wat op te schroeven. Volgend jaar wil ik namelijk weer een wwoof in Frankrijk doen, waar ze kruiden plukken en verwerken tot thee (hallo, mijn droom?!) en waar de host geen Engels kan. Ik heb de man al eens ontmoet, want het is in hetzelfde dorp als de geitenboerderij destijds. Het ligt prachtig in de Alpen, geen straf. Maargoed, ik moet dan eigenlijk wel weer wat beter worden. Theo is heel geduldig en verbetert me alleen qua vocabulaire, niet steeds als ik de grammatica verkeerd doe. En het is heel leuk om steeds de alledaagse dingen in het Frans proberen te zeggen, of verhalen proberen te vertellen! Alhoewel het me behoorlijk slecht afgaat, haha.
Work work work
Op het landgoed heeft Hamish een prachtig arboretum (bomentuin) gebouwd. Het idee van de wwoof is dat je daar je werkzaamheden uitvoert. Dat leek me wel vet, meer leren over bomen! Maar het lot wilde dat deze week een grote groep rijke Amerikanen zou komen paardrijden en verblijven in een groot huis op het landgoed, dus er moest OPGERUIMD worden. Ergens op het landgoed ligt een enorme hoop afval waar af en toe de fik in gaat. Hamish gooit er alles op waar ‘ie vanaf wil, hout, plastic, huisafval, rubber, ja, alles. Op de website lees je dat hij zijn steentje bij wil dragen aan klimaatverandering, in de realiteit verbrandt hij plastic en wil hij onkruid verdelgen met pesticiden: “A man’s gotta do what a man’s gotta do: BURN TRASH”. Tegelijkertijd kweekt hij de meest zeldzame boomsoorten en zijn dat echt zijn schatjes en moet alles er voor wijken. Alle wwoofers noemen hem een ‘ecological disaster’, maar iedereen houdt van hem.
Tijdens het werk zit in continu om me heen te loeren, want ik zie van alles plukbaars. Ik heb al moerasspirea gedroogd, brandnetelzaad, schijfkamille en: we moesten een paar takken van een kersenboom afzagen die uitpuilde van de rijpe kersen! Samen met Ted keerde ik dezelfde avond terug en plukten we een mand vol, zo heerlijk! Ook de frambozen groeien hier weelderig. Ik word door Hamish uitgelachen dat ik thee drink van wilgenroosje, één van zijn grootste vijanden en dat ik continu frambozen pluk. Maar hij mag niet klagen, want ik maakte een potje frambozenjam voor ‘m. Nu verwijst hij me steeds naar goeie plukplekken, zoals een geheime wilde-aardbei-spot in het arboretum, dus hij kan het blijkbaar wel waarderen.

Schimmelhuis
We werken doordeweeks van 9 tot 12 en dan weer van half 2 tot 4 en we doen samen met Hamish boodschappen, dus een prima deal voor de 10 dagen dat ik er verblijf. Na een paar dagen alleen met Theo te zijn geweest, verwelkomden we wederom een Franse en dus moest een derde kamer in gebruik worden genomen. Maar, tijdens een flinke onweersbui die úren aanhield, bleek de kamer enorm te lekken. Het gevolg: het schimmelt er en ruikt er naar bloemkolen. Daar kan je geen mens in laten slapen!
Met die realisatie vond ik het eigenlijk sowieso niet echt een lekker idee nog in het huis te slapen, dus ik besloot lekker naar m’n autootje te verkassen, zodat de nieuwe dame in mijn kamer kon. Een kamer delen, daar heb ik geen zin in hoor, privacy is me heilig! Ik parkeerde m’n autootje in het granenveld tegenover het huis en was helemaal content. En zo konden de klusmannen de kamer ook repareren vóór de volgende wwoofer komt, dus Hamish ook blij.

Het werk is superfysiek en na een paar dagen achter elkaar begin je dat te voelen! De paardenstallen zijn gereed, dus we hebben meer tijd voor het arboretum. Ik blij! We trekken een hoop kruiden uit de oevers van de vijvers en van jonge boompjes vandaan. Vooral kleefkruid vindt z’n weg over alle planten heen en brandnetel en wilgenroosje doen daar vrolijk aan mee. Het gaat een beetje tegen mijn intuïtie in, wilde planten weghalen zodat fancy exoten kunnen groeien, maar dat is het hele punt van zo’n arboretum natuurlijk. En ik zie ook wel in dat die woekeraars wel heel veel ruimte in beslag nemen en ze groeien gelukkig overal. Het nadeel van al dit wieden is dat constant de bosmaaier aan staat, want er valt een hoop te maaien. Ik haat dat lawaai en het is dus niet echt niveau ‘lekker rustig werken in de natuur’.
Op donderdagavond zaten we met z’n drietjes lekker onze linzendahl te eten, toen een verhitte medewerkster van de boerderij de zolder op kwam. Alle 15 paarden van de rijke Amerikanen waren ontsnapt en de autoweg (minstens een kilometer verderop) opgerend! Shit! Wij sjeesden met onze golfkar naar het weiland, terwijl andere mensen de paarden al onze richting op joegen. Zo konden wij de kudde tegenhouden zodat ze alleen nog maar door het open hek de wei in konden. Maar neehoor, de paarden besloten anders. Terwijl de andere mensen verderop stonden, liep ik achter de paarden toen ze besloten rechtsomkeert te maken. Ze galoppeerden op me af en ik zwaaide met mijn armen, riep, sprong, maar ze waren niet onder de indruk en op het laatste moment moest ik snel opzij springen. Uiteindelijk is het gelukt, maar het had wat voeten in de aarde!

Deze laatste avond relaxten we lekker aan het strand vlakbij, want de zon schijnt hier al de hele week. Ik kan het goed vinden met de twee Fransen, en ga het missen! Ik vond het sociale aspect uiteindelijk één van de leukste dingen eraan. Als je een paar dagen samen leeft en werkt, wordt je al snel close!
Dat was het weer. Tot de volgende! (P.s. als je wilt reageren maar niet wilt inloggen enzo, volgens mij kan dat gewoon door het vakje e-mailadres leeg te laten!)
-
Vaders wijze raad

Mijn vader zegt altijd gekscherend: “het doel van het leven is leuke cursussen doen”. En hij heeft een punt. Jarenlang was mijn motto dat je alles zelf kan leren, maar het afgelopen jaar merk ik juist dat ik het leuk vind om van experts te leren én in groepsverband. En van elke cursus die ik tot nu toe heb gedaan gaat mijn hart sneller kloppen!
Ik moest 3,5 uur rijden, maar ik moest en zou met de auto want dan kon ik daar lekker in overnachten. De rit ging eigenlijk best vlot, zo gaat dat als je door een prachtig landschap rijdt en de wegen lekker rustig zijn. Ik kwam ’s avonds aan op een kleine camping die bestond uit een grasveldje aan een strandje, aan de open zee. De vrouw had me er nog even tussen weten te proppen, want ik had last-minute bedacht dat ik tóch niet in het wild wilde staan met mijn autootje. Elke dag na de cursus dan weer een plekje zoeken in een omgeving waar het al stikt van de camperbusjes die wildkamperen, daar had ik geen zin in. En deze plek was betaalbaar. Bovendien voelt het ook goed om in een omgeving waar de locals best wel ‘lijden’ onder het toerisme (drukke wegen, slome auto’s, en dus dat wildkamperen voor de deur) een beetje bij te dragen aan de lokale economie. Ook nog zo’n levenswijsheid van mijn vader: “je moet de economie stimuleren!”. Nou, die economie gaat wat meemaken als mijn vader en ik in juli samen een weekje door Schotland gaan trekken.

Vier dagen lang zou ik op zee gaan doorbrengen, in een kayak. Ik vond het best wel spannend, want hoewel het een beginnerscursus is weet je nooit hoe iets gaat zijn en wat het niveau is van de groep. Wat betekent ‘beginners’ precies in deze context? Ik had ook van een andere vrouw gehoord dat haar kayakgids een enorme zak was die graag wilde laten zien hoe goed hij in kayakken was en basically de hele tijd voor de groep uit kayakte en geen feedback gaf en dergelijke. Dus ik hield mijn hart vast. Maar, ik had er ook echt bizar veel zin in. Lekker buiten en nieuwe, vette dingen leren!! En dat ook nog eens in een prachtig landschap en lekker de hele dag op zee. Ik ben echt een watermens, dus daar keek ik ook naar uit.
Na een avondje lekker rommelen in mijn campertje en een prima nacht slaap, ontmoette ik de groep in het dorp. Twee mannen van begin 60, vrienden. Twee vrouwen, eentje ergens in de 40 en de andere in de 60, vriendinnen van een kayakclub (shit, dacht ik toen al). En nog een vrouw van begin 70, die alleen kwam. Haar man had een hekel aan water, namelijk. De gids was een man van begin 40 en nam ons in zijn busje met aanhanger volgeladen met kayaks mee naar een baai in de buurt. We kregen meteen al veel informatie en mochten het water op. Er volgden wat instructies over hoe je je boot draait en dergelijke, een beetje oefenen, en toen gingen we op pad. Het was bewolkt, maar rustig weer. Weinig wind, dus daar werd ik wel blij van.
De groep kayakte al snel vooruit en binnen enkele seconden zag ik mezelf al achterop belanden. Binnen een paar minuten was de afstand tussen ons verdubbeld. En ja hoor, ook hier was gids de voorste in de groep. Ik irriteerde me meteen al. We peddelden best een stuk met steeds pauzetjes waarin de gids dingen uitlegde. Daar begon hij al mee als ik er nog niet was, en dat vond ik stom want ik wilde ALLES in me opnemen wat er te leren viel. Gelukkig voor mij was de oudere vrouw wiens man een hekel had aan water, ook een achterblijver. Dus toen voelde ik me toch niet zo alleen.

De rest van de dag ging het zo door. Ik voelde me intens gelukkig op het water. We zagen allerlei vogels, vele zeehonden in het water en op de rotsen in het water, en de kleuren waren magnifique. Het grijs van de rotsen, het geelgroene van het zeewier, het felgroene van de bomen langs de kant. We lunchten op een idyllisch wit strandje en daarna gingen we weer op pad. Uit alle macht probeerde ik de groep bij te houden, ik gebruikte al mijn biceps voor zover ik die heb, maar toch was ik binnen no time al weer de achterste, met mijn maatje gelukkig. Ik raakte echt gefrustreerd, want ik zag de gids druk van alles uitleggen en ik moest steeds weer vragen wat hij nou had verteld. Ik had onwijze FOMO en ik vond het gewoon stom. Is het geen ongeschreven regel dat je het tempo van de langzaamste aanhoudt? In bergwandelen in ieder geval wel, naar ik weet. Of dat je ten minste als gids je aandacht verdeelt tussen alle leden van de groep. Ik zat me alweer helemaal op te vreten of en wat ik er van ging zeggen. Uiteindelijk besloot ik het maar te laten, even een nachtje te slapen, en te zien hoe de volgende dag zou gaan.
Ik was bang voor onwijze spierpijn, maar had mijn armen een goede massage gegeven ’s avonds en de volgende dag voelde ik me weer fris en fruitig! We gingen weer op weg, maar nu een stuk verder rijden naar een ander strandje. Dezelfde routine volgde: waterdichte kleding aan; natte sokken en sneakers weer aan; spatzeil om je middel (die gaat dan over het gat waar je in zit zodat er geen water in de boot komt); en een reddingsvest aan. Dan alle boten van de trailer tillen en naar het water dragen, best zwaar! En dan meteen alweer natte voeten, want je loopt een stukje het water in met je boot en klimt er dan pas in, zodat je de boot niet beschadigt op de stenen én er geen microplastics afschuren en in het water belanden.

Hier was ik dan wel weer erg goed ik, vond ik zelf De route was prachtig en het waren best veel golven. We kregen uitleg over waar je op let met een route, windrichting, windkracht, maar ook van hoever de wind komt. Op een open stuk creëert de wind meer golven dan bij een kleiner stuk water, dus daar moet je rekening mee houden. En we leerden dat als je even stil wilt liggen, je kleine baaitjes en dergelijke opzoekt, óf met je punt richting de wind of naar de golven wijst, dan blijf je zo’n beetje stil liggen als het goed is.
Ik werd helemaal enthousiast van de golven, lekker ruig, heerlijk vond ik het! Voor ons doemde een prachtig berglandschap op, gehuld in de mist. Er vlog een Jan-van-Gent langs (vogel), we zagen leuke zeewiersoorten waar de gids wat over vertelde, en ook de zeehonden waren weer van de partij. Máár, ik raakte weer continu helemaal achterop de groep, samen met de oudere vrouw. Ik snapte het ook gewoon niet, maar ook weer wel, want de twee andere vrouwen zaten in een kayakclub en de andere drie waren mannen. Die hebben vaak van nature gewoon al meer spieren.

Toen de groep misschien wel zo’n tien minuten eerder aankwam op een rustpunt dan wij, was ik het zat. Met frustratie vroeg ik aan de gids ‘wat doe ik verkeerd?’. Dat vond ik wel capabel van mezelf, want in mijn hoofd vond ik dat hij dingen verkeerd deed, maar ik snapte ook echt niet hoe het verschil zó groot kon zijn met de anderen. Ik vertelde hem dat ik gefrustreerd was en hij vertelde dat iedereen een natuurlijke snelheid heeft, dat het met techniek te maken heeft, en ook met spierkracht. Maar in principe is juist de bedoeling dat je niet alleen maar peddelt met je armspieren. Eigenlijk boeide het ook niet écht dat ik sloom was, maar het is gewoon vervelend als je steeds het gevoel hebt dat je sneller moet gaan en dus steeds de top van je krachten moet gebruiken, om de groep een beetje bij te kunnen houden (en omdat ik dus informatie-fomo had, infomo haha). Nadat ik het met hem deelde bleef hij een tijdje achterop met ons, wat meteen echt zo chill was! We hadden interessante gesprekken, ik kon mijn vragen stellen, en ik was helemaal niet meer bezig met dat ik de rest bij moest houden. Vanaf toen nam ik me voor: oké, ik ben gewoon sloom, en het is prima.
’s Avonds stormde het hard op de camping, en de tentjes op het veldje naast me lagen helemaal plat. Been there. Maar ik zat veilig in mijn autootje en had nergens last van. De volgende ochtend stond er nog steeds een snoeiharde wind en ik was benieuwd hoe het op zee ging zijn!

We kozen een wat beschuttere loch (meer aan zee) uit. De wind kwam uit het zuidwesten met 20 miles per hour (windkracht 4/5) en er lag een bergketen aan die kant van het meer, dus die hield de meeste wind tegen, dachten we. De oudere vrouw had besloten een rustdag te nemen, dus vandaag moest ik het achterste front in mijn eentje bevrouwen. Het was ook wel weer fijn dat er veel wind stond, want dan leer je juist goede technieken aan. Op een doodkalme dag met een stralend zonnetje kan iedereen wel peddelen, maar kan je dat ook met een keiharde zij- of tegenwind?
Deel één ging soepel, want we hadden wind mee, en we kwamen bij een soort smaller stuk water tussen rotsen in waar redelijke golven stonden. De opdracht was: ga maar eens peddelen in die golven. En gááf dat het was!! De boot kletste tegen de golven op en wilde steeds parallel aan de golven draaien, maar dat was juist eng want dan sloegen de golven over je kayak heen. Bijna kapseizde ik, maar ik had de pret van m’n leven. Keihard peddelen om maar vooruit te komen, proberen niet het water in te kukelen, het was echt een spannend spel. Ik vond het heerlijk en had het nog wel honderd keer kunnen doen. Het is net zoiets als van de glijbaan af gaan, of kietelen. Je wil gewoon MEER. Haha.
Op een strandje lunchten we weer, wat altijd een beetje terror is. Je voeten zijn nat, je armen ook van de golven, het regent en waait en je zit stil. We zaten allemaal te verkleumen en wilde snel de boot weer in, waar je wat beschermt bent tegen de elementen en waarin je lekker in beweging blijft. De windrichting sloeg onverwachts om, en toen we een stukje verder gepeddeld hadden was het meer opeens een golfbed geworden die we over moesten steken. Met vol frontale wind probeerden we ons vooruit te bewegen, maar ik werd steeds helemaal opzij geduwd en zat op een gegeven moment vast tussen stenen en wieren. De wind en getijden duwen vooral op de achterkant van je boot, dus je probeert steeds aan de achterkant met je peddel te corrigeren, maar het was bijna geen doen. Want je moet ondertussen ook vooruit peddelen om niet teveel door die wind een kant op geduwd te worden. Het was echt strijden, ik gaf alles wat ik had. Uiteindelijk redden we het allemaal. Sjoh!

Het plan die dag was ook om het kapseizen te gaan oefenen. Het was geen ‘verplicht’ onderdeel van de cursus (niks is verplicht natuurlijk), maar als je wilde was er wel ruimte voor. Ik was de enige van de groep die daar eigenlijk echt enthousiast voor was. Het leek me gewoon interessant om eens te ervaren. Want als je boot op z’n kop raakt, moet je dus dat spatdek lostrekken en jezelf uit de boot zien te wurmen. Dat leek me best eng, dus goed om te oefenen. En ook je boot weer inklimmen leek me een handige vaardigheid. Maar uiteindelijk waren we allemaal verkleumd en moe van de intensieve dag, en besloten we het naar de volgende te verplaatsen.
Toen ik wakker werd, waaide het nog steeds hard. Ik baalde, want ik moest en zou het water in vandaag! Als je zo een paar dagen op het water bent, verlang je er gewoon naar om erin te plonzen. Het voelde ook helemaal niet zo koud aan en de gids vertelde ook dat rond deze tijd van het jaar de water- en luchttemperatuur kunnen matchen, zo rond de 14 graden. Deze ochtend trok ik dan ook niet mijn vertrouwde setje kleren aan, maar het wetsuit dat ik had meegekregen. Ondertussen luid babbelend met mijn buurvrouw, de Nederlandse Roos die ik via Instagram ken en die een nachtje op dezelfde camping kwam staan. Zo gezellig! Zij is onder andere reisgids in Schotland, maar reist er ook graag alleen en doet allerlei vette wandeltochten met een supercompacte backpack. Ze maakt daar prachtige foto’s en video’s van.

Hoewel er een heerlijk avondzonnetje scheen, moesten wij het dus op zee weer met wolken, regenbuitjes, en een straffe wind doen. De gids koos weer een wat beschuttere baai uit, waar we veel oefenden in efficiënt omkeren. We peddelden weer een stukje de ‘skerries’ in, allemaal kleine rotseilandjes in zee die afhankelijk van de getijden ver of minder ver boven water uitsteken. Op veel van die rotsen liggen zeehonden en ook in het water rondom ons zwommen ze, veel met een baby’tje op hun rug.
Je mag ze niet verstoren, dus niet recht op de eilandjes met zeehonden afvaren, maar als ze in het water liggen en je bent per ongeluk in de buurt is dat niet zo erg. Wel goed dat er zulk soort regels zijn. Soms denk ik romantiserend dat vroeger, of bijvoorbeeld bij inheemse volkeren, dat begrip voor met de natuur omgaan er al veel meer is. Maar is dat niet ook ingebed in een soort regels? De regel zijnde, dat een zeehond heilig is, bijvoorbeeld. Of het niet verstoren om de populatie te beschermen en daarmee eigen voedselveiligheid te verzekeren. Dat maakt me wel weer hoopvol, dat als zulke regels rondom omgang met de natuur bestaan, we misschien ook wel een volk kunnen worden dat in symbiose met de natuur leeft, in plaats van haar uitput. Anderszijds leveren regels die mensen verbieden de natuur in te gaan, of te wildplukken bijvoorbeeld, weer een grotere afstand tussen mens en haar omgeving op wat juist weer een averechts effect kan hebben. Afin, zijweggetje.

Een hoop Grote Mantelmeeuwen bij elkaar. Enorme meeuwen met bijna zwarte vleugels! We waren allemaal weer verkleumd in de pauze en toen ik daarna weer in de boot stapte was ik opeens doodmoe. Ik kon wel slapen, gewoon zo in de boot! De wind duwde ons weer opzij, minder dan gister welliswaar, en ik had gewoon geen zin meer om er tegen te vechten. Gelukkig kregen we vandaag uitgelegd hoe en wanneer je de achtervin van de boot gebruikt, nou, in wind dus, als je de boot steeds moet corrigeren. Dus dat scheelde een hoop.
In een rustig baaitje zei de gids: ‘nou, wie wil erin?’. Ik stak meteen mijn hand op, de rest vond het wel mooi zo. Iedereen trok zich terug. Maar toen ik het eenmaal moest doen vond ik het best eng. Een andere vrouw bood aan het voor te doen, omdat zij de technieken al kende van haar kayakclub. Alleen zij ging gewoon uit de boot, in plaats van echt andersom te liggen. Het was fijn om het even bij haar te zien in ieder geval, en toen durfde ik het ook aan. Het was koud! Maar daarna wilde ik er het liefst ook nog even in zwemmen. Mijn duikbril lag alleen nog in de auto, maar om die op te halen en dan nog even naar de zeewieren onder water te loeren was geen tijd meer, zei de gids. Ik voelde me net een kind, dat nog lekker wil zwemmen maar naar bed moet, haha. Misschien ook wel goed, want ik moest nog 3,5 uur rijden naar huis.
Dus die houden we tegoed. Dat ik watersport zó leuk vond, had ik namelijk niet verwacht, dus daar komt zeker een vervolg van. Iets waar ik ook heel nieuwsgierig naar ben is freediven. Dat is duiken met je adem inhouden, dus je leert dan allerlei technieken omdat zo lang mogelijk te doen. Ik krijg het al benauwd als ik eraan denk, maar het lijkt me ook wel heel vet om dat te leren en dan écht één te worden met de onderwaterwereld. De wieren, de vissen, de kwallen, de zeehonden, de vogels, de stenen, de schelpen, de anemonen, de zee-egels, en alle anderen die ik vergeten ben ❤️

Blaaswier, kun je openknijpen als bubbeltjesplastic, dat heb ik dan ook bij de bovenste gedaan hier zoals je ziet, haha P.s. uiteindelijk was ik ontzettend blij met de gids, die ook heel veel van de omgeving, eetbare plantjes, zeewieren, dieren, geologie en dergelijke af wist! Ik kan hem 100% aanraden, hij heeft zijn eigen bedrijf (dus ook leuker dan een grote organisatie). Arisaig Sea Kayak Centre.
-
Een sprong in het diepe

Eindelijk heb ik weer een duik in de zee genomen. Vanochtend nog stond ik te ploeteren in de grond rondom de aardappels in de Community Garden. En toen ik weer thuis was maakte ik een lekkere lunch van de verse bladgroenten die ik daar vandaan meenam, en toen trok ik mijn badpak aan en liep naar het strand. Ja, ik ging te voet. Want ik ‘woon’ nu eventjes in de meest idyllische badplaats van Schotland!

Het is continu trial & error met het leven hier. Ted woont bij zijn ouders en dus ben ik daar ook. Top: een fijn huis, iedereen doet lekker haar eigen ding, er is gezelligheid en het scheelt een hoop in de kosten. Maar, ik voelde toch dat ik behoefte had aan wat meer iets voor mezelf. Ik bedacht dat ik vaker weer met mijn auto op pad kan, maar dat is dan meteen weer echt weggaan en kan ik Ted minder in betrekken. Juist als hij niet werkt is het leuk samen te zijn.
Tijdens mijn heerlijke week in Nederland – toen het er gelukkig nog niet zo heet was – zag ik in de Facebookgroep van het dorp van Ted dat iemand diens studio onderhuurde. En de dag voordat ik weer terugging bedacht ik opeens: wow, dat is eigenlijk zo gek nog niet! Hen (non-binair) zou de studio verhuren vanaf de dag dat ik terug zou komen, dus ik dacht dat ik geen kans meer maakte, maar hen had nog niemand en was blij met mijn berichtje! De dag nadat ik terug was in Schotland, betrok ik het stekkie, een totaal impulsieve beslissing!

Het is niet ín het dorp van Ted, maar het dorpje erboven, pal aan zee. Het heeft een grote baai waar kneuterige bootjes in kabbelen, of op het droge liggen bij eb. Er vliegen visarenden, mantelmeeuwen, grote sternen en er liggen zeehonden op de zandbanken in zee. Die hoor je ’s avonds, als je op het strand loopt, loeien (of huilen? Balken? Hoe wil je het noemen haha).
De studio is op een minuutje lopen van de baai, en ik wil er eigenlijk constant heen. Er staan bankjes en daar zitten en gewoon over de baai staren, naar het bos aan de overkant, of naar de mooie avondlucht, is echt ontzettend fijn. Vaak neem ik expres mijn telefoon niet mee (maar wel mijn verrekijker natuurlijk, duhh). Ik hou goed in de gaten wanneer hoog- en laagtij is, dat elke dag met een uur opschuift. Met laagtij is alles zo kleurrijk en gebeurt er zoveel!

Toen ik de deur van de studio voor het eerst open deed, werd ik verwelkomd door een bio-winkel geur. Het is een heerlijk klein huisje met alles wat je nodig hebt, inclusief zoutlampen. Een keuken, een douche, een lekker bedje en zelfs een tuintje in de zon. EINDELIJK kan ik al mijn verzamelde theekruiden uitstallen op de plankjes aan de muur en steeds verschillende brouwsels maken. Ik heb ook lekker de ruimte om wildpluk te verwerken, wat nu vooral bestaat uit drogen, wat ik eigenlijk in mijn auto doe die lekker heet wordt. Werkt als ’n tiet! Met midzomer maakte ik vlierbloesemsiroop, echt het stíkt hier van de bloesems. Grote, volle bomen, overal. Wat een overvloed!
Het is nu even voor drie weken, en heel misschien mag ik hier in augustus ook in. Even kijken hoe het loopt. Het is wel aan de prijzige kant, en daar heb ik een beetje stress over. Ik heb voorlopig geld genoeg, maar zo’n smak uitgeven maakt me altijd gewoon een beetje stresserig. Maar het is het zo erg waard! Het is doodstil ’s nachts, de lokale merel heeft een eigen melodietje (echt, heel apart), en de biowinkel is op vijf minuten lopen. Vijf! Ik ga er alleen nooit heen, omdat ik nu geldstress heb, haha. Aan de andere kant, ik drink nu gewoon mijn koffietjes thuis in de tuin, in plaats van naar cafés te gaan. Ik maak eindelijk al het eten op dat ergens onderin een tas in de auto lag (kikkererwten, rijst, tomatenpuree, dat soort dingen), dus daar bespaar ik ook een beetje op.

Het fijne is ook dat ik in het huisje lekker kan werken. De koptelefoon aansluiting op m’n laptop is kaduk, en ik moet video’s bewerken en transcriberen, dus in de bieb is dat lastig. Ik moet wel echt wat ritme creëren, anders is er altijd wel wat beters te doen. Dingen plukken, wandelingen maken, zwemmen in de zee, chillen met Ted. Wat heb ik het toch goed 😜 (En toch verzint je brein altijd weer dingen om je druk over te maken, jammer is dat).
Met midzomer ben ik altijd jarig. Of althans, de dag erna. Ted stond erop dat hij de taart zou maken, en toen ik later een Finse sprak bevestigde zij ook dat het hier, in tegenstelling tot Europa, niet de bedoeling is dat je die zelf maakt! Dan ben je een beetje zielig. Ik vond het allang best, want ik mocht ook nog de taart kiezen. Dat werd een kwarktaart, yum!
Vlaggetjes ophangen doen ze hier trouwens ook niet, maar ik weet eigenlijk niet of andere volwassenen Nederlanders dat ook doen, of alleen mijn gezin, haha. Het voelt altijd wel heel feestelijk. Ook zeg je hier niet ‘congratulations’ als je jarig bent. Dat zeg je als je iets behaald hebt, een diploma ofzo, iets goeds gedaan hebt. Met je verjaardag is het gewoon ‘happy birthday’.

Verjaardagswandeling in de Cairngorms Ik zit hier dus drie weekjes, waarvan ik vijf dagen de hort op ben voor een kayakcursus. Dus ik heb een klein beetje spijt dat ik die week wel de studio huur, maargoed, ik heb het al betaald. Dat krijg je als je een snelle beslissing maakt waar je niet lang over nadenkt, haha. Voor alle nachten dat ik er dan wél slaap, betaal ik dan zo’n 30 euro per nacht. Nouja. Kan erger.
Het is hier gelukkig maar in de 20 graden en die duik in de zee was heerlijk. Ik heb ook nog wat zeesla (een wier) meegenomen die door het avondeten gaat. Yum! Hou je taai daar in NL en vooral heeeel veel chillen hè!

-
Een bedreigde ambacht

Zat ik gister nog middenin een afgelegen bos een mandje te vlechten bij het kampvuur, zit ik nu aan de patat met gesmolten kaas en een pint cola op het vliegveld. Gek genoeg knap ik ervan op na een busrit waar ik kotsmisselijk van was geworden. Friet en cola zetten me weer met beide benen op de grond, haha.
Toen het uit was tussen Ted en mij had ik bedacht dit jaar alsnog naar Schotland te gaan, omdat ik nieuwe herinneringen wilde maken. Ik was bang dat ik anders nooit meer naar Schotland zou willen, omdat ik het zo associeerde met Ted. Ik hield wel mijn hart vast hoe ik de tijd dan door ging komen. Sowieso was ik van plan met een busje te gaan, maar wat ging ik in godsnaam een paar maanden in Schotland doen? Ik wilde me niet eenzaam voelen, dus het leek me een goed plan wat leuke groepscursussen te boeken.

Zo kwam ik op de Wilderness Folk School waar ze in het najaar een wolweek organiseerden die ik net had gemist, maar waar in het voorjaar een cursus manden vlechten van hazelaar gepland stond. Ik was meteen om. Hoe fucking vet klinkt dat? Je zou zelf de hazelaar leren oogsten en verwerken tot een mand in vier dagen tijd, kamperend in het bos. Het kostte wat, maar ik ging het doen want ik was zielig en verdiende het.
De afgelopen weken keek ik er al enorm naar uit. Hoewel Ted en ik weer dikke mik zijn, is het nog steeds goed dat ik mijn eigen ding doe en mensen ontmoet. En ik had gewoon zin in lekker kamperen en handwerken. Maar de eerste dag was echter een crime. Ik was bloedchagerijnig, of zeg maar gerust: DEPRESSIEF. Soms heb je van die dagen. Het was ook nog eens een hele intensieve dag. Hoewel we de avond ervoor al waren gearriveerd en de tent hadden opgezet, gingen we die eerste dag meteen takken van de hazelaar oogsten en er strips afhalen om mee te kunnen weven. Het was fysiek heel zwaar én heel moeilijk en het lukte me voor geen meter. Meestal pak ik dat soort praktische dingen wel snel op, maar dat dat nu niet zo was leverde me een deuk in mijn zelfvertrouwen op.
Gelukkig hadden we vier dagen de tijd, dus nam ik gewoon veel pauzes. We stonden in een mooi bos en de organisatie wordt gerund door een heel leuk stel dat ook enthousiast meedeed. De andere drie deelnemers (er hadden er nog 3(!) last minute gecancelled, bizar), waren rustig en vrij stil zelfs en deden ook lekker hun eigen ding. Dus ik voelde me vrij om soms gewoon even onaangekondigd weg te lopen, naar de stromende rivier waar otters en bevers zwemmen en de visarenden overvliegen. Allemaal niet gezien, maar het idéé dat ze daar zitten was al fijn ;)

Wist je dat manden maken van hazelaar een bedreigde ambacht is? Kijk eens op deze lijst van álle ambachten, waar je kan filteren op bedreigde of uitgestorven ambachten. Of doe het niet, want het is gevaarlijk. Als je een beetje van maken houdt, wil je ALLES leren wat op die lijst te vinden is. Wat dacht je van vlas verwerken tot linnen, de typisch Britse oude stenen muurtjes leren bouwen, klompen maken, hoeden van stro vlechten, of hobbelpaarden maken? Eén van de weinigen die doceert in het maken van manden van hazelaar is Lorna Singleton, en zij was dan ook onze docent deze vier dagen. Ze is ook expert in het maken van manden van eik. Hoe geweldig.
Je oogst dus hele rechte takken van de hazelaar, die ongeveer zo dik als je duim zijn. Dan moet je de bast eraf pellen en de tak over je knie buigen, waardoor de groeilagen loskomen en je de strips eraf kan halen. Je buigt steeds de tak over je knie heen, zodat hij weer wat verder los komt. Als je aan de strip trekt, trek je hem namelijk snel kapot.

Het probleem is ook dat je graag lange strips wilt, vooral voor het begin van je mand. Dus je wilt een zo lang mogelijke rechte tak, zonder teveel zijtakjes want daar breken de strips vaak op. En je raadt het al: die eerste dag braken al mijn strips en was ik bang dat het me allemaal nooit ging lukken. Gelukkig was de docent optimistischer dan ik en gaf de hele tijd complimentjes.
De setting was geweldig. Het kampvuur brandde de hele dag en omstebeurt hingen we de ketel met water erboven voor thee en koffie. Er werd voor ons gekookt en we hadden fijne gesprekken over dingen als thuisonderwijs, skills die we nog wilden leren, leven met de natuur, en wat al niet. Het bos was ver weg van alles dus ’s avonds was het doodstil, op het geluid van regen, vogels, en de rivier na. Ik sliep goddelijk.

De volgende dag stond ik op met een beter humeur en alles gíng ook beter. Ik maakte wat langere strips en we begonnen met het mandje, wat helemaal mijn ding was. Je moet de strips ook nog bijschaven en uit het resthout ‘ribben’ maken voor de mand, en houtbewerking is iets waar ik gewoon niet veel ervaring mee heb en ook niet heel erg mijn ding is. Maar weven: kom maar door. Dus ik was helemaal in mijn nopjes. Het leuke aan deze techniek is dat je gewoon kan beginnen met je mandje en tussendoor gewoon weer wat takken zaagt en er strips afhaalt. Dat ging nu ook al wat beter, hoewel het alsnog pittig was en mijn handen blaren vertoonden en mijn knieën blauwe plekken. Pittig vak!
Het stel van de Wilderness Folkschool doet echt geweldige dingen, dus ik raakte helemaal geïnspireerd. Ze weten echt alles van bushcraft en soms vergeet ik hoe leuk dat is. Het klinkt me altijd een beetje als een streberig mannenwereldje in de oren, maar toen we weer zo dat vuur aan het maken waren en het hadden over alle primitieve vaardigheden die je kan leren (botten bewerken tot sieraden, zeewieren plukken, kanoën met een zelfgemaakte peddel, dieren villen) had ik zin om me voor al hun cursussen op te geven. Maar dan zal ik toch wat harder moeten werken, om dat te kunnen bekostigen haha.

Vier dagen in de bossen was echt een genot, en ik maakt e het mandje toch af én begon zelfs aan een nieuwe. De avonden brachten we door bij het kampvuur en het was gewoon heerlijk traag en simpel. Al mijn kleren ruiken naar kampvuur, fijner wordt het niet.
Nu op het vliegveld zitten is in ongewenst contrast daarmee. Zoveel mensen, zoveel consumtie, zoveel chemische geuren, zo weinig frisse lucht. Ik heb een late vlucht en moet dan nog met de trein en bus, allemaal geen zin in. MAAR, dan zie ik mijn leuke familie weer en de schattigste neefjes op de planeet. En daar doe ik het voor. En dan volgende week vlieg ik weer terug en zie ik mijn schattepatatje weer. Volgende cursus op de planning in juli: zeekayakken. Woooohoooo.

Wil je mijn aantekeningen van deze cursus lezen? Check hier! Waarschijnlijk niet volledig, dus gebruik op eigen risico haha.
-
Busje komt zo

De derde dag dat ik bij de bus sta te wachten. In the middle of nowhere. Beneden me loopt de bulderende River Garry, waar ik de eerste dag langs wandelde om de wachttijd te doden. Langs de bushalte is een dichtbegroeid struikgewas, waar ik gister rustig zat te plassen toen de bus opeens al opdook. En ja, de buschauffeur zag me uit de bosjes komen.
Het is – naast misselijkmakend – heerlijk om elke dag de bus van drie kwartier te nemen. Ted is lekker invasieve bomen aan het omkappen en het terrein waar we kamperen mogen we overdag niet zijn. Dus ik neem deze drie dagen de bus van 8:36 naar Fort William, het dichtsbijzijnde stadje.

De vorige keer dat ik meeging naar Teds werk had ik mijn autootje mee, nu zijn we met de zijne. Ik had ook niet echt zin in hardcore bergen te beklimmen, maar eerder in een beetje keuvelen, leuke kleren kopen in charity shops (kleine kringloopwinkeltjes die je overal in het VK vindt), en werken. Ik doe nu wat online klussen voor mijn zus die vroedvrouw is en een website heeft, en transcribeer nu masterclasses. Ik heb dus ook een beetje stilte nodig en wil het liefst een paar uur kunnen werken zonder steeds koffie te hoeven bestellen. Dus ik zocht een bieb, en Fort William had de dichtsbijzijnde.
Deze stad associeer ik compleet met actie. De hoogste berg van het VK zie je vanuit de bus al opdoemen, vergezeld door een hele rits aan andere bergtoppen. Een indrukwekkend gezicht en tot nu toe meestal de enige reden dat ik naar deze stad kwam. Na mijn fietstocht in 2024 ging ik eens met de bus een paar dagen hier naartoe om lekker te hiken, maar het probleem met deze stad is dat het aan de westkust ligt. De wind komt in Groot Brittannië voornamelijk uit westelijke richting en dus blijven alle buien vaak hier in de bergen hangen, oftewel: het is hier heel vaak slecht weer. (Wat weer fijn is voor ons oosterlingen, omdat vanaf Inverness het weer juist vaak bijzonder goed is!). Een erg succesvolle ervaring was die trip toen dus niet haha, je leest er hier mijn blog over.

Let’s go
Brak stonden we de eerste dag op, de wekker ging om 5.30 en om 6 moesten we in de auto zitten. Het is dan nog twee uur rijden naar Teds werk, waar we pas ’s middags terecht konden met onze tent. Dus Ted dropte me bij de bus wat eerder op de route, waar ik 40 minuten de tijd doodde met die mooie rivierwandeling. Eenmaal in de stad was de bieb nog dicht, dus haalde ik een bakkie. Het is mijn nieuwe ‘iets’ waar ik even heel gelukkig van word: de dag beginnen in een café met een bakkie en een broodje, haakwerk mee, geen gedoe. Lekker een beetje reuring en zelf geen moeite hoeven doen voor je ontbijt, haha. Ik gun mezelf deze luxe even, ik ga er goed op. HiEr WeRk iK ToCh VoOr?!
Er zit een vegan cafeetje in Fortje Willy waar ik laatst met mijn moeder de West Highland Way had beklonken, dus dat werd ‘m weer. Ik zat nog niet of er hoopte zich een rij op voor de deur met alle hipsters en toeristen die een cappuccino met kokosmelk to go wilden. Doordat de populaire West Highland Way wandelroute hier eindigt, zie je constant wandelaars met zware backpacks langslopen. En Europese toeristen houden van hip en vegan enzo, denk ik? Bovendien wonen door de ligging ook wel veel outdoor liefhebbers; boulderers, klimmers, fietsers, etc, in deze stad en daaronder is vegan enzo natuurlijk ook wel hip. Plus, zoveel koffietentjes zijn er niet.

Na een productieve werkdag zette Ted de tent op en ik kookte. We waren de helft van alle pannen vergeten dus de dingen brandden aan terwijl ik een lekker maaltje in gedachten had, dus ik werd al bloedchagerijnig. Tegelijkertijd werden we semi belaagd door kleine knoetjes (midges): het seizoen is begonnen! We vonden die avond de bevestiging daarvan; de zwermen hoopten zich op voor ons tentdoek. Dus even rustig naar buiten om te plassen zat er niet in, of de ander moest razendsnel de rits weer dichtdoen achter je. Uiteindelijk waren we twintig minuten bezig met de paar die wél binnengekomen waren te pletten op het tentdoek, want ze maken lelijk jeukende bultjes! We sliepen kort, want de wekker stond weer vroeg.
Toen de bus de stad weer binnenreed werd ik zo gelukkig van het aangezicht van de bergen, dat ik helemaal zin had om lekker de natuur in te gaan. Dus na mijn bakkie besloot ik dat dan ook gewoon te doen. Geen dikke berg beklimmen, want ik sjouwde mijn laptop mee en nog een tas in mijn hand met eten en spul, maar een mooie wandeling van 8 kilometer rondom een heuvel met mooie uitzichten. Het was warm (gelukkig niet zo erg als in Nederland) en ik hoorde veel mooie vogels. Echt een prachtige wandeling. Daarna werkte ik nog twee uurtjes om daarna het avondritueel van bus terug, eten koken en midges bevechten weer te voltooien.

Vandaag is de derde dag dat ik de stad in ga, en dan ben ik dr ook wel weer klaar mee. Het is heerlijk weer, dus ik heb eigenlijk zin in een frisse duik. Maar ik moet werken, en dat is gewoon wat ik ga doen en dan is dat gewoon wat je gaat doen (maar eerst koffie).
Terug in de tijd
Het is even uitvogelen zo samen. We zijn vaak vooral óf maandenlang niet bij elkaar geweest, óf maandenlang op reis en 24/7 samen. Dus een ‘gewoon’ leven waarin je elkaar regelmatig ziet, maar ook je eigen ding doet, kennen we nog niet zo. Bovendien heeft Ted hier meer eigen dingen dan ik en is dat soms scheef. Mijn uitdaging is dus om hier ook echt dingen voor mezelf op te bouwen.
Vorige week had ik dan ook zin om weer even met mijn autohuisje op stap te gaan. Ik had wat afspraken in de buurt dus wilde niet te ver weg – ook omdat ik juist in Teds omgeving mensen wil leren kennen en dingen wil ontdekken om te doen. Er zit een zogenaamde ecovillage naast Teds dorp, met allemaal toffe ecohuizen, een biowinkel, een leuk café en dat allemaal vlakbij het strand en het bos. Er zit een camping die me nooit zo leuk leek, maar ik ging er nu toch gewoon heen, voor de locatie. In een busje is het sowieso beter vertoeven op een lelijke camping, omdat je je lekker af kan sluiten in je eigen space.

Ik begon de dagen met uit mijn bed rollen, lenzen in, verlengstuk van mijn bed inklappen, gordijntjes open, en gaan met die banaan naar het café met mijn mandje met wol. In het café raakte ik steeds aan de praat met grappige figuren, zowel spirituele bezoekers van het park (er wordt van alles georganiseerd aan meditaties, healingen, taizé gezang, hot tub clubs etc) als bewoners. Vaak oudere mensen, want ik durf nooit met mensen van mijn eigen leeftijd te praten 🤣
Naast een beetje werken (weinig, daarom moet ik nu veel inhalen) en koffieleuten was ik veel bezig met mijn wol. Ik experimenteer nu met wol verven – ik kocht vorig jaar 1kg Nederlandse ecowol zodat ik verschillende projectjes kan maken en die dan kan verven met natuurlijk materiaal. Ik wilde graag roze, en dan schijnt de enige (?) echt goede optie eigenlijk cochenille te zijn: oftewel, geplette luizen uit Zuid-Amerika ofzo. Niet helemaal romantisch, maar ook weer beter dan chemische meuk. Het werd paars, maar ik doe ook maar wat en het komt allemaal heel nauw qua hoe lang je de wol erin laat, hoe heet je het opwarmt, et cetera! Superleuk project wel, zo blij met het resultaat!


Debuutjes
Het park leek me ook de uitgelezen plek om eens een wildplukwandeling te organiseren. Iedereen die er woont of verblijft kan er lopend naar toe en het is er een prachtig groene oase, genoeg te zien en plukken! Ik wil dit al heel lang doen maar vind het een beetje eng. Maar ik dwong mezelf: “nu is het genoeg met dat uitgestel Simone van Dijk!”. Angsten overwinnen is belangrijk anders blijft het leven maar saai.
Er meldden zich 5 mensen aan en vervolgens ook weer 3 mensen af, maar ik liet me er niet door ontmoedigen. Alle aandacht hebben voor twee mensen is alleen maar leuk! Ik had een leuk rondje voorbereid met de paar planten die ik wilde behandelen, en de extra context die ik over wildplukken wilde geven. Ik wilde laten proeven (thee maken), laten ruiken, laten maken (wilg armbandje) en een paar giftige look-a-likes laten zien. Uiteindelijk werd het een beetje een chaotische wandeling, omdat de ene vrouw al heel veel wist dus we de wandeling eigenlijk samen gaven haha. Maar misschien alleen maar leuker, meer een soort uitwisseling. Gewoon samen wildplukken! Deze week organiseer ik er weer een, benieuwd of er iemand komt (ik plaats het op de FB pagina van het ecodorp).

Dagelijkse boodschapjes bij de biowinkel De andere vrouw die meeliep herkende ik als de banjospeler van één van de sessies waar ik af en toe met Teds vader heen ga. Lekker Schotse folk tunes spelen in een groepje in een café, heerlijk. Deze vrouw speelt ontzettend goed en ze vertelde me dat ze eigenlijk een vioolspeler zocht voor een lied dat ze had geschreven. Die middag nog zaten we in haar voortuin te spelen en binnenkort wil ze het samen opnemen in haar studio. Ik vergeet soms hoe goddelijk muziek maken is. Een uur lang denk je aan niks anders dan muziek en daarna voelde ik me helemaal chill. Ik wil echt MEER muziek maken!
Verder liep ik nog naar de oceaan en zag Ted ook nog twee keer voor een wandeling en de verjaardag van zijn zus. We maakten ook nog ruzie, dat zeg ik er even bij want anders lijkt mijn leven alleen maar rozengeur en maneschijn en dat is niet representatief, hahaha. In het weekend gingen we nog met de hele fam naar de film, dat was erg gezellig. Komende weken worden ook leuk: ik ga ergens in de bossen een cursus manden vlechten van hazelaar volgen (inclusief het zelf ‘oogsten’ en verder verwerken van de takken) en daarna een weekje naar Nederland om mijn allercuteste neefjes even te zien.

Okeeeey doehoeeeeeei.
-
Rijden in mijn wagentje

Met mijn autootje heb ik een beetje thuis meegenomen. En dat maakt echt een belangrijk verschil. Al is het maar klein, ik heb een plekje voor mezelf met mijn spulletjes: mijn theekruiden; mijn boeken; mijn leuke kleren; en alle andere niet-zo-urgente-spullen. Er hangen kleurrijke gordijntjes in, gezellige lampjes en een gehaakte slinger van mijn moeder. Als ik in mijn auto zit voel ik me echt thuis.
Daar komt bij dat het gewoon echt een aangename plek is om te zijn. De zon hoeft maar een beetje te schijnen en het wordt al gauw warm. Als het kouder is zit ik gewoon onder de drie dekens die ik hier heb en is het ook goed te doen. Ik kan binnen koken (met een raampje open) , rechtop zitten en tegelijkertijd naar buiten kijken.

Ted werkt elke week van maandag tot en met woensdag in de bosbouw en kampeert op zijn werk, omdat het op twee uur rijden van zijn huis is. Elke week kijken we weer hoe we het gaan organiseren: de ene week ga ik mee naar werk, de andere week ga ik zelf de hort op, en weer een andere keer blijf ik gewoon bij zijn ouders. De dagen dat hij vrij is wisselen we ook af met samen dingen doen, of juist apart, zodat hij ook vrienden en familie kan zien en ik tijd in mijn wagentje door kan brengen.
Vorige week moest hij vier dagen werken en leek het mij leuk op avontuur te gaan in mijn eentje. Ik koos de vallei van Affric uit, waar ik eerder al eens doorheen was gekomen met een wandeling, de Kintail Affric Way (link naar blog). Het is anderhalf uur rijden, maar ik was erg nerveus. Ik moest namelijk dwars door Inverness, waar een paar onmogelijke rotondes zijn. Die rotondes waren voor mij bijna de reden geweest om helemaal geen auto aan te schaffen om in Schotland mee te kunnen touren. Ik weet niet zo goed wat er precies anders aan is, maar je hebt altijd meerdere banen op een rotonde en het komt nogal nauw welke je neemt. Tegelijkertijd verschilt per rotonde welke baan voor welke richting geldt, dus je moet altijd heel goed opletten. Je blijft altijd op je eigen baan en slaat dan af, dwars over de andere banen heen. Voorsorteren op de rotonde doe je dus niet.

Bovendien heb ik een valkuil op deze rotondes. Als je links afslaat, voelt het heel erg alsof je gewoon een doorgaande weg volgt. Je neemt nauwelijks deel aan de rotonde, plus ik ben niet gewend dat je op een rotonde naar rechts moet kijken voor verkeer dat eraan komt. Ik ben dus al regelmatig een rotonde opgereden zonder naar rechts te kijken, echt levensgevaarlijk haha. Dus er zit nogal veel spanning rondom dat hele rotonde-gebeuren.
Maar ik ging toch, want de enige manier om van die angst af te komen is om gewoon veel te rijden in dit landje. Ik kan het ook heus wel, en ik liep op Google Streetview de hele route al langs om te zien wat ik op welke rotonde moest doen. Ik heb mezelf aangeleerd om bij elke rotonde LOOK RIGHT te schreeuwen, om ook dat niet te vergeten. Toen ik de stad door was voelde ik een last van mijn schouders vallen, die een paar dagen later weer terugkeerde, omdat ik de weg weer andersom moest vervolgen haha.

Het is zo’n verschil om met een auto rond te touren in vergelijking tot met een fiets. Je hebt gewoon altijd een veilig plekje om te schuilen en het is fysiek niet zo vermoeiend, haha. Ik reed langs een prachtige rivier (ik word gewoon oud), waar ik op een gezellig parkeerplaatsje een bakkie koffie zette. Ik vond nog botten, van een hert ofzo, en ik nam een paar ruggenwervels mee in een plastic zakje om thuis te laten bleken in de zon en iets tofs van te maken.
Ik had helemaal geen plan voor de dag. Er was een leuke camping in het dorp waar ik naartoe wilde rijden, dus dat was een optie. Maar het was pas rond het middaguur, dus daar ging ik niet nu al heen. In de lokale Spar vond ik een overzichtelijk kaartje van de omgeving, waarop een paar parkeerplaatsen verder de vallei in werden genoemd. De weg de vallei in loopt uiteindelijk dood, wandelend kon ik daar destijds wel verder. Maar het wordt dan onherbergzaam. Het leek me wel wat dat met de auto te ontdekken en vanuit die parkeerplaatsjes wat wandelingen te maken.

Ik stond bij een bulderende rivier en was moe, dus besloot eerst lekker in mijn auto te lunchen en te werken. Uiteindelijk ging ik pas aan het begin van de avond een rondje lopen. Omdat ik zo zelfvoorzienend ben met mijn auto besefte ik dat ik helemaal niet terug naar de camping hoefde te rijden voor de nacht! Ik vond op een app een parkeerplaatsje waar je ook ’s nachts mag staan en reed daar heen. Er stonden twee joekels van campers en later kwam er ook nog een autootje bij, maar het weer was niet veel soeps dus iedereen zat lekker binnen en liet elkaar met rust.
We stonden vlakbij een grote dam, en ik wist eigenlijk niet of ik dat water kon drinken, maar ik moest wel want ik had verder niks mee. Dus met mijn keteltje liep ik naar het meer om ‘m te vullen. Ik haakte nog wat in bed en maakte toen mijn bedje klaar en viel in een diepe slaap. Om 7 uur werd ik wakker geknald door de continu slaande deuren van de andere auto. Ik weet het, ik doe het ook altijd: je pakt wat, flikkert die deur weer dicht, oh wacht nog wat nodig, flikkert de deur weer dicht, enzovoort. Maar laten we tussen 22u en 8u de deuren pas dichtflikkeren als we helemaal klaar zijn?! Haha.

Mijn plan voor de dag was nog wat dieper de vallei in te rijden, zo ver als kon en daar hetzelfde ritme te herhalen: beetje werken, beetje wandelen, beetje bakkies koffie drinken. Ik had nog voldoende eten en water was overal. Ik voelde me alleen niet zo fit, al sinds het begin van de tocht niet, dus uiteindelijk was het vooral veel chillen in de auto met prachtig uitzicht, en kleine wandelingetjes maken vanaf de parkeerplaats. Dikke prima! Juist met de auto kan je ook als je minder fit bent meerdere plekken zien op een dag én ook gewoon lekker comfortabel chillen terwijl je geniet van de omgeving!
Ik wist nog niet wat ik deze nacht zou doen, maar aan het eind van de dag merkte ik dat ik zin had in wat reuring en de vallei nu ook wel gezien had. Dus ik ging toch op stap naar de camping. Toen ik destijds het pad liep had ik al van mensen gehoord dat het een leuk stekkie was en had ik spijt dat ik vet oncomfortabel had gekampeerd tussen de midges op een harde stenige grond die nacht. Dus nu werd het tijd dat goed te maken.

Het was een prachtige rustige camping, met leuke hoekjes om je tent op te zetten en picknickbanken overal. Er zaten goudvinken in de bomen en ik had lekker veel ruimte voor mezelf. In de gemeenschappelijke kamer kon ik mijn spullen opladen en water koken, lekker comfi! Een Engelse man praatte teveel over zichzelf tegen mij en een Frans koppel, dus ik onderbrak hem en vroeg naar de fietstocht van de Fransen. Hij snapte het niet, en linkte het gesprek weer aan een fietstocht die hij zelf had gedaan. Onverbeterlijk. De Fransen fietsten drie weken door (lees: over) de bergen, echt super bruut! Ik zie wel eens mountainbikers op munro’s. Totaal gestoord, hou er wel van.
De volgende dag was druilerig. Ik maakte er een lange ochtend van op de camping en was van plan al langzaamaan richting huis te rijden via een andere route en dan eventueel onderweg ergens te wildkamperen. Maar eerst wilde ik nog een stukje verderop naar een mooie waterval kijken. De route was hobbeldebobbel maar de wandeling prachtig. Ik kwam in een vallei bij een oude ruïne van een landhuis waar de Golden Retriever is ‘ontstaan’ (het ras gefokt). Blijkbaar zijn daar jaarlijkse bijeenkomsten met honderden Golden Retrievers en hun baasjes van over de hele wereld. APART! De waterval was ook mooi.

Ik wilde in het dorp eens een lekkere vette hap halen en dat kon in het café van de supermarkt (verder was het dorp faciliteitsloos). Toen ik mijn auto parkeerde en erheen liep, me al helemaal verlekkerend, kwam er net een groep mountainbikende mannen aan die hun fiets pal voor de bar neerzetten en nét voor mij in de rij glipten. Vervolgens moest ik daarom een kwartier wachten aan de bar om te kunnen bestellen, terwijl de regen neerstortte. Toen ik eenmaal aan de beurt was kreeg ik te horen dat de keuken een beetje druk was en ik beter later terug kon komen. Wat??
Ik moest en zou naar een lekker cafeetje en vond online een grappige een stuk verder weer terug richting Inverness. Onderweg kwam de regen met bákken naar beneden. In het café at ik een lekkere salade, maar het was ook een beetje een vage chique plek in the middle of nowhere en het voelde een beetje unheimisch. Ik keek naar twee leuke campings in de buurt, maar die vroegen of 21 of 27 pond per nacht, ja doeeei! Wat een geld! (x 1,16 voor euro nog). Ik zat ook zo dichtbij Inverness, dat ik eigenlijk zin had om die rotondes af te klappen. Het was vier uur, als ik nu vertrok zou ik het misschien nog net voor de spits redden.

Ik overwoog nog om dan in de buurt van Teds dorp mijn auto te parkeren, maar de regen werd er niet beter op en mijn fitheid ook niet. Eigenlijk voelde ik me best ziek. Dus ik appte Teds moeder en zette koers naar huis! De volgende dag lag ik de hele dag ziek op bed, dus het was een goede keuze geweest.
De volgende dag kwam Ted gezellig thuis en daarna volgden nog vele andere avonturen waarover later weer een keer. Doeeeei!
-
De paden op, de bergen in

Sgòr Gaoith
Toen ik mijn moeder af had gezet op de bus naar het vliegveld (saai), had ik er meteen zin in. Nauwelijks hersteld van de wandelroute, maar met een stralende zon op mijn gezicht, was ik van plan een munro (bergtop boven de 940 meter) te beklimmen. Het was verder rijden dan ik dacht, want de weg zigzagde zich door een prachtige groene vallei. Toen ik eenmaal was aangekomen op de parkeerplaats in de middle of nowhere, was ik dus ook verrast dat het er vol stond. Nouja, het was een kleine parkeerplaats, dus zo’n 7 auto’s ofzo.Het heerlijke aan mijn camperbusje is dat ik mijn huis en mijn spullen altijd bij me heb. Dus ik ging eerst even rustig koffie zetten en een second breakfast eten, en eens rustig overwegen wat ik aan zou doen. Ik ben niet zo’n fan van zonnebrandcrème; ik heb wel een natuurlijke variant maar die is niet zo sterk. De meeste bergen in Schotland zijn zo kaal als een woestijn, dus ik zou de hele dag in de felle zon lopen. Dus koos ik voor de nerd-optie: me helemaal bedekken met kleding. Ik trok mijn lange wandelbroek aan en een lang, los zittend merinoshirt. Ik vind zweten in merino helemaal niet erg, want het verdampt er lekker doorheen.

In je rugzak
Wat neem je mee de bergen in? Ik heb maar een gewone rugzak, dus erg veel past er niet in. Ik leerde op een cursus ‘mountain skills’ dat je altijd iets extra’s mee moet nemen bovenop wat je denkt aan te doen tijdens het wandelen. Dus je hebt wellicht al een trui mee voor op de top, waar het vaak koud en winderig is, maar dan moet je eigenlijk nóg een extra trui mee voor het geval van nood. Als je op de top je enkel breekt en je moet uren wachten op mountain rescue, heb je zo een extra laagje. Ook al was het bloedheet, nam ik toch mijn regenjas mee, want in de bergen weet je het nooit.Verder gaat altijd mee: een opgeladen telefoon; een waterfles, de hoeveelheid afgestemd op de hoeveelheid rivieren onderweg; een zaklamp voor het geval je niet thuis bent voor het donker (you never know); goeie snacks; een basic ehbo setje; en mijn verrekijker. En wat natuurlijk niet mag ontbreken is een papieren kaart. Ik wil beter worden in het kaartlezen, heel vaak snap ik het nog niet zo goed. Hoogtelijnen, bergkammen, valleien, ik moet er allemaal erg lang over nadenken en zie het dan nog niet helemaal voor me. Bovendien moet je altijd een kaart mee voor als je telefoon uitvalt.
Voor deze tocht stond 6 á 7 uur en ik heb geleerd dat dat voor mij echt wel een maximale afstand is. Daarna ben ik meestal kapot en chagerijnig; ik hoop maar dat dat komt doordat we net de winter uitkomen en ik nog niet súperfit ben.

De tocht
Het eerste stuk liep door een mooi en koel bos. Ik was helemaal in mijn element met de kaart en wilde precies snappen waar ik was en wanneer ik welk pad moest nemen, dus ik nam rustig de tijd. Tot ik in een schoolklasje terecht kwam. ‘Mevrouw, gaat u naar de top?!’ vroeg een jongen van een jaar of 12. Zij gingen ook zeiden ze en hij riep naar de rest: ‘Volg haar!’. Ik liet hem wel even weten dat dat niet zo’n verstandige beslissing zou zijn. Ik wilde eigenlijk van deze troep af zijn zodat ik lekker rustig mijn gang kon gaan, dus ik stapte flink door. De hoogtemeters liepen al op en ik ging veel te snel voor mijn kunnen. Ik had dorst, had mijn gezicht nog niet ingesmeerd, wilde nog even goed op de kaart kijken. Maar ik had even geen kracht voor de hele tijd net voor een groep uitlopen, dus ik beukte door.Na een tijdje leek ik ze van me afgeschud te hebben. Ik vleidde me neer op een grote steen, maar had alleen nog maar een restje thee in de fles. Ik had op de kaart gezien dat er een grote beek parallel aan het pad liep, dus ik was er vanuit gegaan dat ik de fles gewoon constant zou kunnen vullen. Daar was meteen mijn eerste les in het kaartlezen. De rivier liep namelijk meters verder onder mij, onbereikbaar, en ik had die hoogtemeters op de kaart nou juist precies over het hoofd gezien.

Tussen de beek en het pad (blauwe markering) zie je de oranje hoogtelijnen lopen. Hoe dichter op elkaar ze staan, hoe steiler. Snel pakte ik de kaart erbij, hopend dat ik niet helemaal terug naar de parkeerplaats hoefde. Gelukkig liepen er wat zijbeekjes uit de bergen richting die rivier, dwars over het pad. Het was alleen maar de vraag hoe groot die zouden zijn en of er wel water in zou zitten met dit droge weer.
Ik moest echt wat langzamer lopen, anders zou ik al snel oververhit en uitgeput zijn. Ik probeerde heel bewust een rustig tempo aan te houden, maar versnelde toch weer even toen ik de geul zag waar het beekje zou moeten lopen. En, gelukkig: helder, snelstromend, bergwater. Genot!

Naar de top toe liep eigenlijk continu een vrij duidelijk pad, dus de kaart hoefde ik niet echt te lezen. Maar het was wel fijn om steeds te bepalen waar ik was op het pad, en wat ik om me heen zag. Welke bergtop welke was, welk meer dat daar in de verte was, waar de rivieren liepen, ik hield het allemaal in de gaten.
De klim omhoog viel me zwaar en elke paar meter hield ik even halt en keek om me heen. Uiteindelijk behaalde ik de waanzinnige top. Onder me liep een klif verticaal naar beneden, naar een groot bergmeer. Tegenover me liepen even steile kliffen die leidden naar andere, nog besneeuwde bergtoppen. Het was een prachtig, indrukwekkend gezicht.

De weg omlaag was geen pad. Ik moest over een soort bergkam naar beneden en probeerde echt op de kaart te lopen met logica van het landschap, dus zonder kompas of iets dergelijks. Het werd me wel makkelijk gemaakt, want in de verte liepen twee vriendinnen dezelfde route. Maar ik wist ook niet hoe kundig die waren, dus ik probeerde ook mijn eigen beslissingen te maken. Ik voelde me niet lekker, die zon deed me geen goed. Geef mij maar grauwe wolkjes. Maar de ring moest in het vuur, ohnee, dat was ‘ie al, maar ik moest weer naar huis. Het ging een paar keer mis en ik banjerde dwars door de zompige heide, maar op een gegeven moment zag ik ver onder me het pad waar ik op uit zou moeten komen, dus het kon niet meer misgaan.
Weer bij de auto, waar het ook bloedheet was, parkeerde ik in de schaduw en genoot even hard van het leven. Ik had nog yoghurt en banaan en ik zette een heerlijk kopje thee. Ik trok een mooie zomerjurk aan en haalde wat vers water uit de rivier. Daarna ruimde ik mijn auto nog op, want die ochtend moesten mijn moeder en ik de tent inpakken en vroeg weg, dus had ik alles er maar ingesmeten. Uiteindelijk vertrok ik terug naar huis, naar het huis van Ted en zijn ouders, waar een heerlijk bedje op me stond te wachten.

Ben Tee
Ted werkt ergens in de Schotse Hooglanden in de bosbouw, drie dagen per week. Hij kampeert dan vlakbij het terrein waar hij werkt, anders zou hij elke dag vier uur in de auto moeten zitten en dat is een beetje overdreven. Het leek mij leuk en gezellig om hem te vergezellen, dus op maandagochtend stond de wekker om half zes voor de lange rit die ons te wachten stond.Ik wilde graag een minivan om mee naar Schotland te nemen, maar een reden om het niet te doen was dat ik dan links zou moeten rijden. Op zich is het helemaal niet zo moeilijk, maar het enge is dat je wellicht een keer onbewust een fout maakt. En dat kan slecht aflopen. Ik hoor hier heel vaak hoe er ongelukken met toeristen zijn, en dan vooral op de rustige wegen omdat ze dan geen voorbeeld kunnen nemen aan andere auto’s. Het enge is gewoon dat je geen controle hebt over je onderbewustzijn. Maar ik vond het ook saai om het daarom niét te doen en het nou typisch zo’n angst die je gewoon moet overwinnen. Tuurlijk, ik zou dood kunnen gaan, maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd, haha.

Kamperen op Ted’s werk Maar eigenlijk gaat het rijden gewoon heel goed. Ik heb natuurlijk een half jaar met mijn fiets hier deelgenomen aan het verkeer en ook vele uren als passagier doorgebracht naast Ted. Dus ik denk dat het links rijden ook al flink in mijn onderbewuste zit! Soms ben ik nog wel panisch, vooral als het heel automatisch gaat. Opeens word ik dan ‘wakker’ en denk: shit, rijd ik eigenlijk wel links?! Veel mensen zeggen ook dat je dan beter in een Britse auto kan rijden, maar ik vind het juist fijn in mijne omdat ik deze auto goed ken en niet meer hoef na te denken over het rijden zelf. Dus kan ik gewoon focussen op de weg.
Ik had nog geen plannen voor de dag, maar moest Ted afzetten op een prachtig parkeerplaatsje in het bos. Daarna liep ik weer mijn koffieroutine door, deed een afwasje in de rivier, en maakte een nieuwe hoestdrank van de verse sparrentoppen die ik overal zag hangen. Er liepen drie wandelingen door het gebied die ik allemaal deed en ik kwam door mágisch bos met prachtige watervallen. Daarna deed ik nog een dutje in mijn auto en toen was Ted er alweer. Wat een leven, zo’n busje.

De volgende dag had ik zin in een wat groter avontuur. Er was een bergkam in de buurt, en als ik die zou doen zou ik zo zeven munro’s aftikken. Maar dat was wel een flinke dag en dan zou ik pas laat weer ’thuis’ zijn. Ik weet gewoon: ik hou van beweging, uitdaging, en buitenlucht, maar maak het heel heftig en ik vind het niet zo leuk meer.
Dus ik ging voor een wat lagere berg die me zo’n 4 of 5 uur zou kosten. De dag begon met pleurisweer, dus toen ik op de parkeerplaats van de wandeltocht aankwam spendeerde ik eerst nog een paar uur in mijn auto. Ik doe weer wat online werk voor mijn zus, dus daar kon ik de ochtend mooi mee vullen. In de regen op bergen lopen heb ik al wel eens gedaan, en het is gewoon geen fuck aan, haha. Als het zo bleef ging ik gewoon niet.
Maar het klaarde op, dus de wandelbroek moest weer aan. Dit keer had ik wel gezien dat er hoogtemeters tussen de beek en het pad liepen, maar ik liep direct langs de beek dus er ging wat mis. Dus liep ik dwars tegen de hoogtelijnen in de berg op, om uiteindelijk het pad te vinden. De eerste helft genoot ik van de enorme uitzichten op Loch Ness en Loch Lochy en de bomen, de koekoek die koekoekte, de roodborsttapuit en de schapen. Maar de tweede helft viel me wederom zwaar en ik was chagerijnig. Maar ik ging toch, want dit is gewoon type 2 fun. Afzien, en daarna trots op jezelf zijn.

De zon kwam zelfs door en ik beukte door, ik wilde er vanaf zijn! Door de chagerijn heen voelde ik ook HOEVEEL honderdduizend keer liever ik dit deed dan een full-time baan en naar de sportschool gaan. Ik vind naar beneden gaan altijd juist wel fijn (barefootschoenen zijn daarin ook mijn redding, niet zo’n marteling voor je tenen) en dat ging heel soepel. Bergaf ouwehoer ik ook altijd in mijn telefoon tegen vriendinnen, dus dan gaat de tijd ook snel. Eenmaal beneden was ik écht moe en ook heel chagerijnig. Bij de tent kookte Ted en ik een maaltje maar ik bleef ontzettend humeurig. Misschien was dit dus toch iets te heftig geweest en moet ik mijn fitheid nog opbouwen. Of ik moet gewoon accepteren dat ik daarna kapot ben en de volgende dag ook nog moe. Boeie.
Nou goed, gelukkig ben ik kort van stof. Volgende week ga ik, als Ted gaat werken, een paar dagen weer naar een heel ander gebied in de Hooglanden en ik kijk er erg naar uit! Lekker rommelen in mijn autootje, koffie drinken in cafeetjes, en prachtige wandelingen maken. Ik word echt een vanlifer and I love it.
