Categorieën:

Van het ene avontuur rolde ik het andere in. Precies zoals ik het graag heb. Na de kayak cursus sliep ik nog een paar dagen in de studio aan de kust die ik een grondige schoonmaakbeurt gaf, omdat ik hem weer op moest leveren. En toen reed ik met mijn wagentje slechts tien minuten landinwaarts, een groot landgoed op.

Heel Schotland bestaat zo’n beetje uit landgoederen, ‘estates’. Natuurlijk ben ik tegen zoveel grondbezit voor een hele kleine groep, maar het heeft ook wel wat. Er staan vaak eeuwenoude bomen en er is veel wildgroei, want niemand heeft tijd of geld om zoveel grond continu te maaien. De ultieme plek dus voor een wildplukker, zag ik meteen al.

Ik werd ontvangen door Hamish, de eigenaar van al deze grond (of inmiddels officieel zijn zoon geloof ik, maar Hamish onderhoudt het alsnog). Een gedrongen, vrolijke man van in de tachtig, in werkkleren vol gaten. Hij bracht me naar een muffe zolder boven de paardenstallen, waar ze een appartement in hadden gebouwd. Daar werd ik weer ontvangen door drie Fransen die ook vrijwilligerswerk deden op het landgoed.

Wwoof

Wwoof’en, world wide organisation of organic farms. Je werkt in ruil voor een dak boven je hoofd en voedsel. Hoe dat er precies uit ziet is elke keer weer anders, en dat is ook het avontuur eraan. Uiteindelijk doe je het vooral voor de ervaring, het ontmoeten van mensen, en het leren van nieuwe vaardigheden. In Frankrijk werken de meeste wwoofs met halve dagen geloof ik, maar elders heb ik echt wel 9-5 dagen gezien. Dus economisch klopt dat plaatje niet helemaal, want dan moeten ze je eigenlijk wel wat meer geven dan alleen een dak en eten.

Mijn eerste wwoof was in Noord-Portugal, op een biologisch akkerbouwbedrijf. De man was nogal star, de vrouw veel te lief, en het was maart en het sneeuwde. We verbleven in een vrijwilligershuis bij de velden, terwijl de boer en boerin in de stad woonden. Ik deelde het huis met een Amerikaans-Brits stel, die continu zeurden over alles. Terecht, want er was geen isolatie, verwarming, of warme douche, en we werkten lange dagen waarin we voornamelijk onkruid wiedden. Maar ik probeerde er het leukste van te maken en irriteerde me aan hun negativiteit. Uiteindelijk bleef ik er een maand, want de kou hield aan en ik had nog geen zin om mijn fietsreis voort te zetten, haha.

De tweede keer was in Schotland, tijdens mijn lange fietstocht. Dat was geweldig. Ik kon het supergoed vinden met een andere Franse vrijwilliger en het was een ‘homestead’ van een oud stel die ook een stuk bos onderhield. Geen economische doelen die behaald moesten worden, gewoon lekker moestuinieren en zeewier plukken en invasieve planten weghalen. We woonden bij het stel in huis, wat wel een beetje intens was, dus tussendoor kampeerde ik ook. Ik leerde heel veel over de Schotse natuur, cultuur en taal! Maar was ook blij toen ik weer na twee weken mijn eigen leven kon leiden.

De Nursery, waar alle babyboompjes groeien (achter mij ook nog een grote kas met de echte mini’s)

Daarna werkte ik met Ted op een kleine geitenboerderij in Frankrijk. Geniaal was dat. We leerden geiten melken met de hand en kaas maken, vet toch?! We woonden bij het gezin in huis, wat wel een beetje hutjemutje was. We aten alle maaltijden samen, daardoor krijg je echt een inkijkje in hun leven, maar kan je niet zo je eigen ding doen. Maar voor tien dagen was dat helemaal prima. Een paar maanden later werkten we in Canada twee weken op een biologisch akkerbouwbedrijf, gerund door een oude vrouw die ecologie heel belangrijk vond. Het waren lange dagen en dat vonden we soms niet helemaal fair. Er moest echt geproduceerd worden. En het eten was vaak ook een beetje schaars. Maar we leerden een hoop!

Frankrijk in Schotland

Daar zat ik dus, tussen drie Franse jongeren die weinig Engels spraken op een verwaarloosde zolder. We hadden wel allemaal onze eigen kamer, mét badkamer, en dat vond ik heerlijk. Ik vond niet superveel aansluiting en zij trokken ook naar elkaar toe vanwege de taal, maar verder was het wel gezellig. We speelden eens een spelletje en aten samen Franse avondmaaltjes (lees: camambert uit de oven met baguette) op Franse tijden.

Twee wwoofers vertrokken al gauw, en toen zat ik opgescheept met de vrolijke Theo. Hij ziet eruit als een middeleeuwse ridder en houdt ook enorm van geschiedenis en fantasy. We besloten dat hij Engels tegen mij zou praten en ik Frans tegen hem, om mijn Frans weer wat op te schroeven. Volgend jaar wil ik namelijk weer een wwoof in Frankrijk doen, waar ze kruiden plukken en verwerken tot thee (hallo, mijn droom?!) en waar de host geen Engels kan. Ik heb de man al eens ontmoet, want het is in hetzelfde dorp als de geitenboerderij destijds. Het ligt prachtig in de Alpen, geen straf. Maargoed, ik moet dan eigenlijk wel weer wat beter worden. Theo is heel geduldig en verbetert me alleen qua vocabulaire, niet steeds als ik de grammatica verkeerd doe. En het is heel leuk om steeds de alledaagse dingen in het Frans proberen te zeggen, of verhalen proberen te vertellen! Alhoewel het me behoorlijk slecht afgaat, haha.

Work work work

Op het landgoed heeft Hamish een prachtig arboretum (bomentuin) gebouwd. Het idee van de wwoof is dat je daar je werkzaamheden uitvoert. Dat leek me wel vet, meer leren over bomen! Maar het lot wilde dat deze week een grote groep rijke Amerikanen zou komen paardrijden en verblijven in een groot huis op het landgoed, dus er moest OPGERUIMD worden. Ergens op het landgoed ligt een enorme hoop afval waar af en toe de fik in gaat. Hamish gooit er alles op waar ‘ie vanaf wil, hout, plastic, huisafval, rubber, ja, alles. Op de website lees je dat hij zijn steentje bij wil dragen aan klimaatverandering, in de realiteit verbrandt hij plastic en wil hij onkruid verdelgen met pesticiden: “A man’s gotta do what a man’s gotta do: BURN TRASH”. Tegelijkertijd kweekt hij de meest zeldzame boomsoorten en zijn dat echt zijn schatjes en moet alles er voor wijken. Alle wwoofers noemen hem een ‘ecological disaster’, maar iedereen houdt van hem.

Tijdens het werk zit in continu om me heen te loeren, want ik zie van alles plukbaars. Ik heb al moerasspirea gedroogd, brandnetelzaad, schijfkamille en: we moesten een paar takken van een kersenboom afzagen die uitpuilde van de rijpe kersen! Samen met Ted keerde ik dezelfde avond terug en plukten we een mand vol, zo heerlijk! Ook de frambozen groeien hier weelderig. Ik word door Hamish uitgelachen dat ik thee drink van wilgenroosje, één van zijn grootste vijanden en dat ik continu frambozen pluk. Maar hij mag niet klagen, want ik maakte een potje frambozenjam voor ‘m. Nu verwijst hij me steeds naar goeie plukplekken, zoals een geheime wilde-aardbei-spot in het arboretum, dus hij kan het blijkbaar wel waarderen.

Schimmelhuis

We werken doordeweeks van 9 tot 12 en dan weer van half 2 tot 4 en we doen samen met Hamish boodschappen, dus een prima deal voor de 10 dagen dat ik er verblijf. Na een paar dagen alleen met Theo te zijn geweest, verwelkomden we wederom een Franse en dus moest een derde kamer in gebruik worden genomen. Maar, tijdens een flinke onweersbui die úren aanhield, bleek de kamer enorm te lekken. Het gevolg: het schimmelt er en ruikt er naar bloemkolen. Daar kan je geen mens in laten slapen!

Met die realisatie vond ik het eigenlijk sowieso niet echt een lekker idee nog in het huis te slapen, dus ik besloot lekker naar m’n autootje te verkassen, zodat de nieuwe dame in mijn kamer kon. Een kamer delen, daar heb ik geen zin in hoor, privacy is me heilig! Ik parkeerde m’n autootje in het granenveld tegenover het huis en was helemaal content. En zo konden de klusmannen de kamer ook repareren vóór de volgende wwoofer komt, dus Hamish ook blij.

Het werk is superfysiek en na een paar dagen achter elkaar begin je dat te voelen! De paardenstallen zijn gereed, dus we hebben meer tijd voor het arboretum. Ik blij! We trekken een hoop kruiden uit de oevers van de vijvers en van jonge boompjes vandaan. Vooral kleefkruid vindt z’n weg over alle planten heen en brandnetel en wilgenroosje doen daar vrolijk aan mee. Het gaat een beetje tegen mijn intuïtie in, wilde planten weghalen zodat fancy exoten kunnen groeien, maar dat is het hele punt van zo’n arboretum natuurlijk. En ik zie ook wel in dat die woekeraars wel heel veel ruimte in beslag nemen en ze groeien gelukkig overal. Het nadeel van al dit wieden is dat constant de bosmaaier aan staat, want er valt een hoop te maaien. Ik haat dat lawaai en het is dus niet echt niveau ‘lekker rustig werken in de natuur’.

Op donderdagavond zaten we met z’n drietjes lekker onze linzendahl te eten, toen een verhitte medewerkster van de boerderij de zolder op kwam. Alle 15 paarden van de rijke Amerikanen waren ontsnapt en de autoweg (minstens een kilometer verderop) opgerend! Shit! Wij sjeesden met onze golfkar naar het weiland, terwijl andere mensen de paarden al onze richting op joegen. Zo konden wij de kudde tegenhouden zodat ze alleen nog maar door het open hek de wei in konden. Maar neehoor, de paarden besloten anders. Terwijl de andere mensen verderop stonden, liep ik achter de paarden toen ze besloten rechtsomkeert te maken. Ze galoppeerden op me af en ik zwaaide met mijn armen, riep, sprong, maar ze waren niet onder de indruk en op het laatste moment moest ik snel opzij springen. Uiteindelijk is het gelukt, maar het had wat voeten in de aarde!

Deze laatste avond relaxten we lekker aan het strand vlakbij, want de zon schijnt hier al de hele week. Ik kan het goed vinden met de twee Fransen, en ga het missen! Ik vond het sociale aspect uiteindelijk één van de leukste dingen eraan. Als je een paar dagen samen leeft en werkt, wordt je al snel close!

Dat was het weer. Tot de volgende! (P.s. als je wilt reageren maar niet wilt inloggen enzo, volgens mij kan dat gewoon door het vakje e-mailadres leeg te laten!)

Ontvang een mailtje van me bij een nieuwe blog! 🍂🍃

Voeg je bij 182 andere abonnees

Geef een reactie

Één reactie op “Een ecologische ramp”

  1. Pelgrim Zora avatar

    Oh leuk ja, maar ‘jij spreekt toch frans’?

Ontdek meer van Tante Tent

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder