Pa zou een week komen. Ik was door Ted geïnspireerd om wat vaker 1-op-1 met mijn ouders leuke dingen te doen, want hoe waardevol is het om herinneringen te maken samen?! Ik ging al wel vaker op stap met m’n moeder, en toen vatte me het idee om mijn vader ook eens uit te nodigen in Schotland. Ook omdat ik niet echt een netwerk heb in Schotland en het soms mis om met ‘mijn’ mensen te chillen, maar ik nodig ze ook nooit uit. Nu dus wel.
Hij vond het een goed idee twee weken te komen, als hij toch al ging. Ik heb eigenlijk nog nooit echt met mijn vader gereisd, dus een weekje leek me genoeg om het uit te proberen en ook vanwege de kosten (ik ken ons langer dan vandaag, we zijn beiden mensen van gemak en lekker uit eten gaan en hotelletjes enzo, nou dat tikt aan!). We bereikten een consensus: een week samen, en daarna zou hij nog een week steden hoppen. Want Pa houdt van geschiedenis en mooie gebouwen en een stad leek hem leuker in z’n eentje dan kale hooglanden. Ik zou precies het tegenovergestelde hebben.

Het leek hem het leukst om met de boot te komen, voor de ervaring. Maar die was veel te duur in de zomer dus boekten we dit voorjaar samen een vliegtuig naar Glasgow voor ‘m. Dat ging nog bijna mis, want hij had z’n roepnaam in plaats van zijn paspoortnaam ingevuld bij het boeken, toen ik even niet oplette. Je moet die 60-plussers ook nooit uit het oog verliezen! Met behulp van de klantenservice kwam het toch nog goed.
Pa zou naar het Noorden komen, dan hoefde ik lekker weinig moeite te doen. Bovendien had ik geen zin in Glasgow, of in de drukke Hooglanden in het Westen. Het barst daar van het toerisme in de zomer. Nee, Noordoost Schotland is echt thé place to be. Het schijnt de droogste plek van het VK te zijn en er zijn geen midges. Er zijn wél rivieren, bossen, bergen én zee. En het is er een stuk rustiger in de zomer. Ik type dit bijvoorbeeld vanaf een camping waar maar één andere tent staat, de vorige drie keer dat ik hier stond was ik de enige. Zó rustig dus.

Het was nog een heel gepuzzel, maar daar hou ik wel van. Alle opties uitdenken en dan gevoelsmatig degene kiezen die het beste voelt. We hadden twee nachtjes Aberdeen al geboekt, een random stad waar niemand heen gaat maar die ik wel eens wilde ontdekken. Maar daarvoor hadden we nog één nachtje en logistiek was dat heel onhandig. Uiteindelijk ging ik voor de chillste optie; ik haalde Pa op in een stadje in de bergen, daar zouden we kamperen, en dan de dag erna 3 uur naar Aberdeen rijden.
Toen ik de camping wilde boeken was het een hoop heen-en-weer gemail, en toen we er uiteindelijk uit waren stuurde ze de rekening: 64 pond (75 euro). Pardon?! Omdat mijn autootje op een camperplek moest staan rekenden ze daar 44 pond voor, en mijn vader in een tentje moest dan apart nog 20 pond dokken. Ja doei. Ik blies de hele boel af.

Diezelfde middag nog hoorde ik het nieuws dat in die regio een bosbrand was uitgebroken. Je mocht er niet meer heen (de brandt woedt, 1,5 week later, nog steeds en heeft al een hoop schade aangericht aan oeroude natuurgebieden). De camping was geloof ik nog wel open, maar ik was blij dat het niet door was gegaan! In plaats daarvan reden we terug richting Teds dorp, waar mijn lievelings camping zit waar het altijd rustig en stil is en die voor ons samen maar 25 euro voor een nacht was. Pa vond het ook leuk.
De volgende dag deden we Aberdeen aan. Ik had het niet verwacht, maar we waren eigenlijk allebei fan van de stad. Er was nauwelijks toerisme, en ook niet echt veel verkeer. Het wordt ook wel de ‘granieten stad’ genoemd, omdat alle gebouwen van de grijze steensoort zijn gemaakt en alles super grijs is. Maar wel mooi grijs ofzo, licht.

Ik wilde mijn vader een beetje onderdompelen in de Schotse cultuur en zo zaten we die eerste avond in de stad al in een Wheterspoons te eten. Dat is een soort fastfood keten, maar dan fancier. Vaak zitten ze in mooie oude gebouwen, ligt er chique vloerbedekking, en staan er mooie houten tafeltjes. De menukaart is absurd uitgebreid en absurd goedkoop. Pa at een curry, ik een gepofte aardappel met chili sin carne en beide een drankje, voor 20 euro. We waren allebei fan, dus de volgende dag ontbeten we er ook. Lekker veel fruit, koffie voor 2 euro en daarna gratis bijvullen, Schots ontbijt, havermoutpap, alles wat je hartje begeert. Die avond aten we er wéér. En de volgende ochtend wéér. Yolo.
We maakten een paar mooie stadswandelingen en deden een middagdutje. Zo fijn aan met mijn vader reizen is dat hij in alles wel de schoonheid en iets interessants ziet. En ook alles prima vindt om te doen. Toen we een brug overstaken bij de monding van een rivier, zagen we zaagbekken (een watervogel) op de rivier zwemmen. We zaten een beetje te loeren met onze verrekijkers en realiseerden ons toen pas dat de boomstammen eromheen zeehonden waren! Wat cute!

Vanuit Aberdeen namen we de bus weer terug naar de auto, die we ergens aan de Noordoostkust geparkeerd hadden. Daar maakten we een supergave wandeling langs de kust, met kliffen boordevol vogels: drieteenmeeuwen (leuk geluid maken die!), zeekoeten, zilvermeeuwen, kuifaalscholvers en rotsduiven. Over zee vlogen regelmatig Jan-van-Genten langs. Daarna gingen we uitgeput naar onze camping aan het strand waar het lekker rustig was. Ik was bang dat ik laat zou inslapen en Pa is altijd vroeg wakker, maar hij deed stilletjes en ik sliep prima.
Tijdens nog een mooie klifwandeling de volgende dag was ik gestresst , want we moesten op tijd bij de whiskey distilleerderij zijn en Pa liep sloom. Uiteindelijk haalden we het allemaal makkelijk en hadden we zelfs nog tijd voor lunch op een skeer bankje bij openbare toiletten. De whiskey rondleiding was boeiend, het werk lag een paar weken stil vanwege een jaarlijkse onderhoudsbeurt, waardoor we op meer plekken konden komen dan normaal. Er deden ook nog twee Duitse mannen mee die cool deden over sigaarmerken en werken bij Porsche en die bij de proeverij vonden dat zij wél mochten drinken terwijl ze nog moesten rijden. Walgelijk. Pa klokte de whiskey’s in één keer achterover alsof het een shotje was, dus daarna was hij bijzonder goed te pruimen in de auto.

We leerden dat de whiskey markt nu veel wordt aangepast op Amerikanen en Chinezen, die ijs in hun whiskey willen. Normaal wordt de whiskey daar een beetje troebel van, dat willen ze dan niet, dus wordt de whiskey extra gefilterd waardoor het ook weer smaak verliest. De distilleerderij is het daar zelf niet zo mee eens (de mensen daar werken daar al generatie op generatie), maar de Thaise eigenaar wil dat wel. Een andere destilleerderij waar ik was had ook al een Arabische eigenaar ofzo, echt bizar. Ook heel veel landgoederen worden tegenwoordig verkocht aan rijke Saudi-Arabiërs of Indiërs die dan één keer per jaar een keer komen om een paar dieren neer te knallen vanuit hun helikopter. Ze hebben nul binding met het land en laten het alleen maar onderhouden voor jacht of golf of iets dergelijks. Echt jammer dat dat niet wordt tegengehouden.
We besloten een lang stuk te rijden zodat we de volgende dag makkelijk Inverness in konden. Bij toeval vonden we een superleuke camping die ook spotgoedkoop was. En de douches waren goddelijk! De volgende dag paradeerden we door Inverness en werd ik weer helemaal blij van alle herinneringen die ik in deze stad heb. Ik kom niet graag in steden, maar ik heb hier zoveel meegemaakt! Na mijn fietsreis woonde ik hier zo’n 2 maanden op de camping. Ik ontmoette Ted er. Ik wandelde elke dag langs de rivier, luisterde naar livemuziek op het veld bij het theater, dronk koffietjes in verschillende cafés. Het was een eenzame tijd, ik verveelde me vaak kapot, maar ook mooi.

Pa en ik struinde langs dezelfde rivier en dronken een koffietje-to-go op een bankje, al loerend naar mensen. Daarna gingen we naar de kathedraal om het orgel te bekijken, want Pa is orgelfan. We zagen dat er die middag een gratis concertje was, dus ik zette de wekker. Daarna bekeken we alle boekhandels in de stad en we zaten diep in de Schotse-geschiedenisboeken toen mijn alarm af ging. Over een kwartier zou het concert beginnen, shit, redden we dat? Er zat maar één ding op: een sprintje trekken. Dwars door het centrum van de stad, dwars door rode stoplichten, Pa’s fles viel nog uit zijn tas de weg op, maar toen waren we er zelfs vijf minuten te vroeg! Het concert was van orgelles leerlingen en heel mooi. ‘Een prachtig Engels orgel!’ sloeg mijn vader uit. Hij had weer inspiratie opgedaan voor stukken om thuis te gaan spelen.
Nu we toch in de buurt van Loch Ness zaten, gingen we daar ook nog maar even snel heen. De golven klotsten over het meer en het was weer een indrukwekkend gezicht. Pa vond het geweldig, want eigenlijk ongeveer het enige wat hij vroeger over Schotland had geleerd was de mythe van Loch Ness (en dat op een Christelijke school! Toe maar). Aan het meer woont een man in een omgebouwde camper, die nu permanent op de plek staat. Hij heeft zijn leven gewijd aan het zoeken van het monster. Klinkt als een vaag figuur, maar het is eigenlijk een hele frisse, slimme man. Naast zijn huisje hangt een infobord met een heel verhaal over hoe hij de zaak van zijn vader had overgenomen en een vrouw en huis had, maar het allemaal stom vond en zijn droom achterna ging. Het was eigenlijk een heel inspirerend verhaal, hij woonde daar lekker aan het water en verdient de kost met beeldjes van het monster kleien en verkopen aan toeristen. Baas.

We gingen weer terug naar dezelfde camping, helemaal overprikkeld. We nipten nog wat van de whiskey samples, lazen onze boekjes, en aten ons maaltje in mijn auto vanwege wat drupjes en wind. We waren blij om de regen, want de bosbrand zou het nodig hebben. De volgende dag wilden we naar een museum over de slag bij Culloden (waar Schotland haar onafhankelijkheid verloor), maar vonden het te duur en toch niet zo boeiend. En ik was ongesteld dus had sowieso nergens kracht voor. We reden dus door naar een mooi kustplaatsje waar we onze bammetjes aten en daarna beklommen we de toren van Teds dorp nog even, voor waanzinnige uitzichten en een stukje geschiedenis.
Omdat ik ongesteld was en mijn vader last van zijn rug had door mijn campingmatje, besloten we onze tocht met een nachtje in een hotel. Dit hotel was tot voor kort nog een soort community landhuis, waar allemaal spirituele mensen samen met elkaar woonden, een mooie moestuin onderhielden, en evenementen organiseerden. Nu is het gekocht door een Saudi-Arabiër en moet het een hotel voorstellen, maar het is ontzettend verwaarloosd. Meerdere gangen en kamers lagen vol kapotte meubels en stof en Pa en ik deelden een badkamer die niet was schoongemaakt. Er lag nog een gebruikt washandje, gebruikte zeepjes, dode motten, en het prullenbakje bij de wc zat nog vol. De kamer zelf was ruim, met een prachtig groen uitzicht en heerlijk schone bedjes. In de nu overgroeide tuin plukte ik oregano, munt en citroenmelisse voor thee, en nam ik ook nog twee tekenvriendjes mee naar huis (ontdekte ik de volgende dag). Dus het boeide m’n vader en mij niet dat het wat slonzig was, we vonden het wel weer een avontuur. Na een heerlijk diner bij Teds moeder sliepen we dan ook als roosjes.

De dag des afscheids bracht ik Pa weer terug naar datzelfde bergdorpje als waar ik hem ophaalde, dronken we een bakkie in hetzelfde café en zette ik hem op dezelfde bus, maar dan weer de andere kant op. Hij spendeert nog een weekje in Edinburgh en Glasgow, en ik ga weer mijn eigen avonturen beleven. Over twee weken vlieg ik weer terug naar Nederland :( Jammer maar helaas.
xx

Geef een reactie