Het was nog door mijn hoofd gegaan. Dat als ik nou vaak op die camping zou logeren, dat ik dan misschien subtiel eens zou kunnen informeren naar een baantje. Je weet maar nooit, en het is zo’n fijne plek. Middenin het bos. Je hoort niks, behalve een geelgors die de hele dag door aan je kop zeurt met zijn Beethovenmelodietje. Er staat regelmatig helemaal niemand op de camping behalve ik. Er is een overdekte buitenkeuken met een gasfornuis. En de douches zijn brandschoon. Bovendien is het maar een kwartiertje rijden naar Teds dorp. Oja, en met mijn autootje kamperen was maar tien pond per nacht. Dat vind je verder nergens in Schotland.
Vorig jaar september kampeerden Ted en ik er voor het eerst. We vinden het leuk om de plekken in de directe omgeving van zijn woonplaats te leren kennen en hij had het terrein eigenlijk nog nooit echt goed bekeken. We vonden het verbazingwekkend leuk. De tweede keer was afgelopen april, met mijn moeder. Hoewel het koud was, genoten we van de absolute stilte en de afwezigheid van ander volk. Een paar maanden later, in juli, kwam ik weer terug met mijn vader. ‘Hey, familiar face’, zei de manager met een dik Australisch accent [Hay, famayliar fayce!]. Hij herkende mijn ronkende autootje ook met het boekenplankje voor het raam. Hij was fan.

De eigenaar is ook Australisch, en je zou je kunnen afvragen hoe ze de boel draaiende kunnen houden als er nooit iemand op de camping staat, als je niet wist dat hun hoofdactiviteit het organiseren van avonturen is. Er is een bulderende rivier vlakbij, waar ze met opblaas kayaks vanaf denderen. Groepen toeristen of families die komen spelen, die spekken hun portemonnees. Best leuk!
Een week later, toen mijn vader weer naar huis was, mailde ik ze weer. Of ik kon komen met mijn autootje. ‘Als je niet uitkijkt, bieden we je nog een baan aan!’, mailde hij terug. Ik was stomverbaasd. Was dit een grap? Was hij serieus? Zou ik een werkvisum kunnen krijgen bij dit bedrijf? Wat bedoelde hij? Ik wilde er niet te serieus op ingaan, dus mailde gekscherend terug ‘sounds good, count me in’. Waarop hij reageerde ‘meet me tomorrow at the reception’. Ik had geen idee wat er komen ging en maakte mezelf gek met het best case scenario. Ik zou daar de leukste buitenbaan ooit hebben en een visum krijgen en kunnen wonen in Schotland. Maar ik zette me schrap voor een teleurstelling. Eigenlijk wist ik ook wel dat banen in deze branche hoogstens een seizoensvisum opleveren.
Ik ontmoette hem en was meteen eerlijk. Hij gaf toe dat dat lastig ging worden. ‘Máár’, opperde hij, ‘als je het leuk vindt kan je gewoon het een en ander hier doen, beetje mee op avonturen voor de lol, en dan hier gratis kamperen? Je mag ook in de pipowagens of belltenten slapen als je wilt! Het is wellicht sowieso een leuke ervaring voor je, en je helpt ons er ook mee, want we komen handen tekort’. Ik vroeg hem of het het waard was voor de resterende twee weken dat ik in Schotland zou zijn, maar hij zag geen probleem. Ik zou de volgende dag al beginnen en meegaan op mijn eerste river rafting experience (in Schotland dan, ik heb ooit een groepsraft gedaan op de Nijl in Uganda en dat was veruit het allerallervetste wat ik OOIT heb gedaan).

Lichtelijk zenuwachtig kwam ik de volgende dag opdagen. De activiteit was afgezegd, kreeg ik te horen, maar in plaats daarvan had hij een kleine training bedacht voor ons. Een gids uit de Caraïben die er een zomer werkte, moest een beetje oefenen in het uitleggen van het abseilen van een klif. Dat hoort bij de activiteit ‘Canyoning’, oftewel een rivier volgen downstream, inclusief van kleine klifjes afglijden en dus van de grotere abseilen. De andere gids, een Italiaanse, was assistent op die activiteiten en wilde wat extra informatie. Later zou ik ontdekken dat samen met de Australiër, dat eigenlijk het hele team was. Naast elke ochtend en middag een flinke activiteit begeleiden, moesten zij ook de accomodaties schoonmaken en alle administratieve gebeuren afhandelen. Ik snapte wel dat ze handen tekort kwamen!
Opgelucht als ik was dat ik niet meteen als ‘assistent gids’ op een rafting activiteit mee hoefde (hoe ging ik faken dat ik er iets van wist?), kregen we uitleg over knopen en touwen en weet ik het wat. Ik volgde het semi, maar was wel geboeid. Iedereen was super lief en inclusief en nam me mee in al het reilen en zeilen van het bedrijf. Ik hoefde geen initiatief te nemen of te doen alsof ik dingen wist, ze accepteerden compleet dat ik een newbie was in deze waterwereld.

Twee dagen later ging ik dan toch mee raften. Het gezelschap bestond uit een vader en moeder met twee kinderen van 7 en 10 ofzo, en twee Nederlandse tienermeiden, die opgelucht waren toen ze mij Nederlands hoorden praten. Ze vroegen mij steeds om instructies en ik wist niet of ik mocht laten zien dat ik compleet nieuw was, omdat de manager iets had gezegd van ‘als je maar zelfverzekerd overkomt, hoef je niet eens precies te weten wat je doet’. Later vertelde hij tot mijn opluchting aan de groep dat het mijn eerste keer was. Ik had namelijk geen flauw idee hoe alles in haar werk ging en vond het stiekem ook best eng in zo’n klein bootje de rivier af te sjezen. En als ik om zou vallen, zou dat dan lijken alsof de gidsen allemaal amateurs waren? Gelukkig werd die druk dus verlicht.
Het was supervet, en we sprongen ook nog van hoge kliffen. Die avond deden mijn oren bizar pijn van de hoge sprong en was ik bang dat ik ze perongeluk permanent beschadigd had, maar dat was gelukkig de volgende dag over. Ik was ontgroend in mijn eerste raft ervaring in Schotland! Het was tof, maar ook wel erg koud ondanks het wetsuit. Ik overwoog: zou dit überhaupt een leuke carrière voor mij kunnen zijn? Of toch iets te heftig fysiek?

Ik werd ook aangesteld als schoonmaker, wat ik graag doe. En in ruil daarvoor, vroeg ik of Ted en ik inderdaad in de pipowagen mochten slapen. Die kost zo 80£ per nacht, dus het voelde niet alsof ik dat verdiende na een paar uurtjes poetsen, maar het kostte hen natuurlijk niets om mij daar in te laten. Als ze geboekt zou worden, ging ik er gewoon weer uit en moest ik zelf het bed weer verschonen. Uiteindelijk bleef ik er drie nachten, en met onze eigen slaapzakken. De pipowagens staan nog een stuk verderop het bos in en daar is echt ware stilte. Zelfs de vogels zijn er schaars. Ik werd er gewoon bijna ongemakkelijk van! De derde nacht was Ted er niet en toen ik buiten wat geluidjes hoorde, was ik toch ook een beetje bang. Maar ’s ochtends bleek dat vogeltjes van alles uitvoerden onder de wagen, dus dat zal het geweest zijn.
Opeens betrokken zijn bij een bedrijf waar je eerst klant was is een interessant gebeuren. Zoals overal was ook hier een hoop drama. Ontevreden klanten. De wens om het bedrijf te verkopen. Personeelstekort. Een baas met te hoge eisen. De Italiaanse ging ook nog eens weg dus er was opeens een gids minder, en vanwege een recente klacht moesten op alle activiteiten opeens twee gidsen aanwezig zijn, ongeacht de grootte van de groep. Oftewel: de manager en de Caribische waren altijd samen op pad de hele dag en dan moest de camping ook nog onderhouden worden! Ik vond het zielig voor ze dat ik maar eventjes beschikbaar zou zijn.

Ik ging op nog twee avonturen mee: Canyoning en Tubing. Dat laatste is in ronde rubberen banden de rivier afvaren, 100% omkiepen gegarandeerd. De manager deed zijn best om me alle kneepjes van het vak uit te leggen en ik was de aangewezen persoon voor fotografie. Dat vond ik leuk, want het gaf me het gevoel dat ik echt iets bijdroeg in plaats van alleen maar een extra klant te zijn. Ik moest daarom steeds als eerste de watervalletjes af, zodat ik daarna foto’s kon maken van de rest. Dat deed ik een aantal keer behoorlijk fout, tot de manager’s frustratie en mijn schaamte haha, maar wat wil je voor een eerste keer. Bovendien hadden we regelmatig een miscommunicatie of snapte ik zijn instructie niet. Ik moest van de rechter waterval af, als eerste, dus ik peddelde daar heen terwijl hij meerdere keren ‘Right! Right!’ schreeuwde. Jahaa, dacht ik, ik doe m’n best! Toen hij het de vijfde keer schreeuwde zei hij ‘Wayt Simone! How often do you want me to say it?!’. Hij had al die tijd ‘wait’ geroepen in zijn Australische accent en ik had daar ‘right’ in gehoord. De groep keek me aan en moet hebben gedacht dat ik echt te dom was om gids te worden.. haha.
De dag na de laatste activiteit zou ik weggaan voor een paar daagjes met Ted, maar dat weerhield de manager er niet van dingen te zeggen als ‘Simone, als je gids bent dan moet je op deze plek opletten dat mensen niet de linker waterval nemen’, en, ‘Zo moet je de banden op de trailer stapelen’, of, ‘Let er voortaan op dat je de koffer van de camera goed dicht doet’. Misschien was hij in de ontkenning, of vond hij het gewoon leuk om het uit te leggen. Of zag hij wel een potentiële gids in me? Wie weet. Wellicht contact ik ze volgend jaar weer. Ik hoop dat het dan dezelfde manager is, want dat is een toffe peer. Hij wist het nog niet zeker en het bedrijf wordt misschien ook verkocht, dus het is nog onduidelijk.

De laatste daagjes hadden Ted en ik vrijgehouden voor een klein tripje. We zijn al maanden van plan een keer naar de westkust te gaan, maar hebben er ook geen zin in omdat het 1) ver rijden is 2) het daar zeer vaak regent en 3) het er stikt van de midges. Dus elke keer wordt het weer: hier ergens blijven? We hadden ook nog een bruiloft van een vriend van hem dus besloten we daar in de buurt Ted’s belltent op te zetten met het houtkacheltje (ja, want in Schotland is het gewoon fris, heerlijk). En dan gewoon lekker te chillen, boekje lezen, haken, wandelingetje, vreten, uitslapen.
We kozen weer een nieuwe camping uit, eentje die we nog niet kenden. Eenmaal aangekomen was het hele veld schuin aflopend, behalve een plekje onderaan, dus die confisceerden we. ’s Avonds ging er een enorme brom aan die de hele nacht aanhield, dus ik vond het een stomme camping. Maar, eigenlijk sliepen we heerlijk en was het ook een prachtig plekje, dus die mening sloeg snel om!

Voor de bruiloft had ik een jurk in mijn tas gepropt en toen ik haar de ochtend van het feest aantrok, zag ik overal vlekken. Nooo, zo typisch! Ik doe de was weinig, enerzijds omdat ik het onzin vind, een beetje vlekjes moet kunnen en bovendien beschadigt veel wassen je kleding ook, en anderszijds omdat het planmatig steeds onhandig is of ik het vergeet als ik bij Ted ben. Ik was zo boos op mezelf! Uiteindelijk viel het niet zo op, denk ik, en kreeg ik zelfs een superlief compliment van iemand over mijn outfit. En als ik de foto ervan zie, word ik ook heel blij, echt pippi vibes! Love it!
Nu weer terug in NL. Ik kijk niet uit naar de hitte, maar wel naar het knusse huis van m’n ouders; de kat van de overburen; de wandeling naar het bos vanaf huis; mijn hardloopgroepje; een paar leuke wildplukactiviteiten die ik gepland heb; lekker wat uren maken voor het bedrijf van mijn zus (vakantievervanging); de baby van een vriendin bewonderen (en haarzelf); en al mijn cutiepie allerliefste vrienden zien (en over een paar weken ook weer mijn neefjes).
Leuk dat jullie weer volgden ❤️ Ik hou van mijn blog!


Geef een reactie