• Op fietsvakantie naar de Wadden

    Op fietsvakantie naar de Wadden

    Ik had het weer fantastisch gepland. Als je nomadisch werkt, kun je toch gewoon overal en nergens naartoe reizen met je laptop? We hadden ook in ons hoofd dat fietsen naar Texel met twee tussenstops wel zou lukken en ik dan op het eiland weer zou kunnen werken, maar we hadden die planning ook totaal niet meer uitgedacht. Dus de dag dat zwervervriendin Zora en ik op de fiets stapten met alleen onze eerste bestemming in ons hoofd, realiseerden we ons al dat het allemaal wel anders uit zou gaan pakken. Haasten houden we sowieso niet van, en al helemaal niet met wind tegen in Noord-Hollandse polders. We sliepen uiteindelijk vier nachten op andere plekken, voordat we eindelijk vanaf de boot het vasteland uitzwaaiden.

    De afgelopen dagen had ik in de avonduurtjes in mijn tent gewerkt met een mobiele hotspot als internet, maar dat had niet veel goeds gedaan voor mijn gemoedstoestand. Ik had het idee dat ik wat achter de feiten aanliep, en op werk gebeurde er ook van alles dat ter plekke afgehandeld moest worden. Bovendien waren de fietsdagen best intens en dan wil je ’s avonds gewoon lekker aftaaien. Dat gaf nogal stress, máár, ondanks dat genoot ik intens van onze kleine fietsvakantie!

    Fietsvakantie is LEVEN

    Zora besloot al toen wij samen in Wales waren dat ze in de herfst een maand op Texel wilde doorbrengen en ik wilde graag mee. Oktober werd het. We fietsten een stukje Zuiderzeepad via Volendam, sliepen bij een vriendin van mij in huis en bij een collega in de tuin (bij een massive huis) en streken twee nachtjes neer op een hele hippe camping bij Den Oever, vlak onder voormalig eiland Wieringen.

    Het heerlijkste aan fietsvakantie vind ik het ontdekken van nieuwe plekken. De hele dag door verandert het landschap om je heen, ben je afhankelijk van de weersomstandigheden, ontdek je weer nieuwe dorpjes en nieuwe culturen. Ja echt, nieuwe culturen, want Nederland barst van de subculturen! De typische Ijsselmeerstadjes, het West-Friese accent, en de havencultuur aan de Noordkust. We keken onze ogen uit en genoten intens. Zelfs toen we de korte afsluitddijk met honderdmiljoen km/uur wind tegen moesten fietsen. We schreeuwden het uit van plezier, en scholden het soms uit van intensiteit.

    Decadente kopjes koffie in het huis van mijn collega
    (we kampeerden in de tuin)

    En daar zitten we dan nu op Texel. Ook weer een enorme subcultuur en vooral subnatuur. Ik ben een bosmeisje, laat dat duidelijk zijn, maar het duingebied hier is zo prachtig! De meidoorn knalt echt uit elkaar van de roodheid van de bessen, en het lichtbruine helmgras golft in wind. Hier op ons tentenveldje zie je in het donker steeds twee keer in de verte een lichtje knipperen: de vuurtoren. Het waait wel knoerdhard, maar we staan beschut onder een paar kleine ratelpopulieren. We zijn geland, en ons ritme op dit eiland kan beginnen. We hebben al een lange lijst aan dingen die we willen doen, maar wie weet zijn we na een week alweer uitgekeken en willen we verder, of missen we het bos. Ik vind het in ieder geval fantastisch om zo’n nieuwe plek weer helemaal van kop tot staart te leren kennen.

    Deze week gaan we sowieso naar de bieb, waar ik lekker ga werken en Zora boeken gaat lezen of de vogelcursus verder gaat bekijken. Intussen heb ik me ook ingeschreven voor online privélessen Arabisch. Iets dat al tijden op mijn lijstje staat, maar ook als nét iets teveel voelde icm het tentleven. Ik wil juist minder op mijn planning, niet weer méér méér méér, want het houdt nooit op, er zijn altijd weer leuke dingen te doen en nieuwe dingen te beleven. Maar toch begon het te kriebelen en kreeg ik er enorm veel zin in. Het plan is daarom in het voorjaar naar Libanon te gaan, en ik wil dan al wel wat voorwerk hebben gedaan. De uitdaging wordt wel: waar ga ik die lessen volgen? Waar kan ik hardop praten, mijn docent goed verstaan, en ook goede wifi krijgen?

    Verder merken we echt dat het herfst wordt. Koud is het nog niet, gelukkig. Ik word soms zelfs wakker ’s nachts omdat ik het benauwd heb, ook niet ideaal. Maar het wordt wel erg vroeg donker en de lucht is toch wat frisser. Helaas betekent de warmte ook dat er nog steeds hordes muggen zijn, en we worden vóór acht uur ’s avonds alweer de tent ingejaagd. Het lijkt wel of er meer muggen zijn op de NTKC-terreinen waar ik kom, dan op ‘reguliere’ campings. Zora dacht dat dat misschien zou kunnen komen omdat NTKC-terreinen natuurlijker zijn, en maar minimaal onderhoud ondergaan. Daardoor zijn het prachtige plekken, maar leef je dus ook meer met de nadelen van de natuur, haha.

    Het is ten slotte heerlijk om samen te zijn. Zora en ik zijn allebei mensen die het fijn vinden om alleen te zijn, omdat we dan gewoon lekker ons ding kunnen doen en nergens over na hoeven te denken. Vooral als je een wat bijzondere levensstijl hebt als wij, doe je al snel veel opofferingen als je je tijd met iemand anders doorbrengt. Gelukkig zijn wij – hoewel op veel vlakken ook totáál verschillend – wel een beetje uit hetzelfde hout gesneden. We houden van actie, avontuur, nieuwe dingen ontdekken, en vooral ook van natuur, maar ook intens van urenlang ’s ochtends koffie zuipen en boekie lezen. Het is dan wel erg prettig om samen te zijn. We hebben veel lol en het maakt een nieuwe plek meteen huiselijker, gezelliger. Zo in de duinen met grijze wolken en een harde wind kan al snel onveilig voelen, maar als ik met Zora ben denk ik daar niet eens aan. Het voelt meteen al als thuis. #dankbaar ;)

    Kampje gebouwd in de duinen

    Voor de maanden na Texel heb ik nog totaal geen plan. Ja, het Midden-Oosten dus in het voorjaar. Maar daartussen? Ik merk wel dat ik echt intens gelukkig word van het rondtrekken, maar het geeft ook wat onrust met werk. En nu ik ook Arabisch doe is een vast plekje misschien wel weer leuk. Maargoed, we zien het allemaal wel. Ook wel lekker om het over me heen te laten komen, ik heb opties te over in ieder geval!

    Liefs, Simone
    P.s. Ik vind het heel leuk als je een berichtje achterlaat!

  • Kamperen in een woonwijk

    Kamperen in een woonwijk

    Ik had het al twee weken van tevoren geboekt, en keek er heel erg naar uit. Tussen Soest en Amersfoort zit zo’n chaletpark en mijn zus heeft daar gewoond in haar caravantje. Maar het zijn niet alleen de nostalgische herinneringen die ik daaraan heb, maar vooral ook de ligging en de decadentie van het park. Mijn sociale leven bevindt zich namelijk rondom Amersfoort en Soest en dus was het perfect om voordat ik een maand naar de Wadden zou verdwijnen even een week te socializen met mijn cute-ass neefje en nichtje, mijn ouders, mijn vriendinnen en om even in mijn opslag te kunnen duiken. En aan decadentie was ik ook toe. De velden zijn netjes gemaaid, er staan lantaarnpalen, en er is een groot toiletgebouw om te kunnen douchen.

    Margot’s carvantje, hoe cute!

    In dit park staan veel stacaravans, veel hypermoderne chalets met twee verdiepingen, maar ook een aantal tiny-houses. Er zijn veel mensen die er langere tijd verblijven, en dus voelt het net een soort woonwijk. ’s Ochtends en ’s avonds worden de honden uitgelaten, rond zes uur komt iedereen thuis van werk en iedereen ouwehoert met elkaar. Precies waar ik even zin in had. Waar ik aan het begin van dit tentleven juist het ‘terug naar de natuur’ gevoel wilde oprakelen, had ik nu gewoon even zin in rumoer. Lekker mensen om me heen.

    Die gekkie met haar tent
    Het is wel zo dat ik deze hele week het énige tentje was op het veld. Dat voelde ergens wel een béétje misplaatst. Er was nog een nachtje een Duitse fietser, maar daar besteedde ik niet zoveel aandacht aan (op de één of andere manier hebben sommige mannen de neiging hun tent heel debiel neer te zetten, altijd veel te dichtbij andere tenten, die ervaring heb ik nu al meerdere keren gehad, dus die mannen negeer ik ook gewoon bewust omdat ze bij voorbaat al in m’n space zitten). Verder ben je heel blootgesteld als je in een tent woont. Iedereen ziet wat je doet, hoe laat je opstaat, hoe laat je zaklamp ’s avonds uitstaat en wat je verder met je leven doet. En ik kan dat van hen niet zien, omdat hun leven achter gesloten deuren plaatsvindt. Mijn onderbroeken aan een waslijn hangen heb ik hier dus maar niet gedaan, dat voelde toch net ff te sloeber.

    Nog zoiets. Ik had het opeens in mijn hoofd gehaald dat ik ‘animal flow’ iets interessants vond. Op Instagram volg ik een paar mensen die hun leven wijden aan een soort tarzanachtige sport: klimmen in bomen, op handen en voeten klimmen, aan lianen slingeren. Wow, dat lijkt me echt vet lekker! Dus ik keek een filmpje over ‘primal movements’ met allerlei lekkere bewegingen om bepaalde spiergroepen meer te gebruiken. Ik háát sporten, omdat het zo rechtlijnig is, maar ik hou wel van bewegen als ik gewoon mag spelen! Ik vind het heerlijk om te leren over dingen heen te springen, in bomen te klimmen, spelletjes met anderen te doen, lekker te dansen. En ik vond dit daar heel erg bij passen.

    Maar goed, hoe ga je op handen en voeten leren lopen als er continu mensen om je heen lopen op zo’n vakantiepark? Dus wachtte ik tot het donker en stil was en ging ik op het gras zitten. Eerst even springen en losschudden, en toen op handen en voeten de grond verkennen. Maar je raad het al: precies op dat moment deed een vrouw recht tegenover mijn veldje de deur open. Daar stond ik dan, heel zichtbaar, op handen en voeten midden op het veld. Nu is het al opvallend dat ik daar als enige sta en er ook een week achter elkaar sta, maar die vrouw moet zich helemáál afgevraagd hebben wie ik in hemelsnaam ben dat ik op handen en voeten in het donker me over het veld voortbeweeg. Nu deed ik natuurlijk heel nonchalant als of ik ‘downwards facing dog’ aan het doen was, een yogapose, en ging toen rechtop staan en mijn armen stretchen. Yoga is iets genormaliseerder in dit land dan animal flow, hahaha. Helemaal in zo’n decadent park als dit.

    Een impressie van wat ik aan het doen was

    Want een decadent park is het. Alle stacaravans moeten aan het einde van dit seizoen (= morgen) leeggehaald worden, want die gaan allemaal weg. Die chicque chalets, daar komen er meer van! Natuurlijk dikke vetpot denk ik, gescheiden ouders die geen woning kunnen vinden huren zulke plekken tijdelijk, of mensen die in verbouwing of verhuizing zitten. Helaas wacht de tiny-houses eenzelfde lot als de stacaravans, tot treurnis van de bewoners. Ik vind het ook jammer, want ik vraag me af of het tentenveldje behouden wordt, en of ik het nog steeds zo leuk vind om daar te staan als het één en al chique homogeniteit is. Juist de kneuterigheid van stacaravans met stenen beeldjes van lelijke honden in de tuin en te hoog gegroeid gras, in combinatie met hypermoderne tiny-houses met jonge hipsters erin vond ik heel gezellig ogen. Daar paste de afwijking van mijn tent dan ook wel weer bij.

    Geld is er om uit te geven
    Deze camping is natuurlijk wel wat duurder dan de €4,50 per nacht die ik bij de NTKC gewend ben. Maar ik merkte aan het eind van augustus dat ik echt even wat anders moest gaan doen dan NTKC. Zo is deze maand qua woonkosten wel flink omhoog gegaan, maar qua genot ook! Ik heb de Veluwzoom ontdekt, gezwommen in een onbekend meertje, door een nieuwe stad gebanjerd (Zutphen) en nieuwe pannenkoekenhuizen geproefd. Het leukste was nog wel de onbekendheid steeds. Na vijf dagen begonnen nieuwe plannen alweer te borrelen en lag de wereld weer open aan mogelijkheden voor de volgende plek. En dat was perfect! Vanuit één plek lekker de omgeving verkennen en dan weer nieuw avontuur zoeken.

    Want avontuur heb ik nodig. Nieuwe prikkels, nieuwe uitdagingen, nieuwe mensen. Ik werk natuurlijk maar 12 uur en heb veel tijd om zelf in te vullen. Dat vind ik heerlijk, maar soms kan ik ook wat onderprikkeld raken. Dan kan ik meer gaan werken, maar ik wil juist van het leven genieten, het leven voelen (zo zag ik laatst bij de Hema een flyer van een personeelslid dat met pensioen ging met het opschrift ‘Eindelijk mag het grote genieten beginnen!’. Ben je 67 en ga je dan een keer genieten van je leven.. pfoe..).

    Tentbewoners onder elkaar
    Dus in het kader van levensgenot trok ik op pad met mijn tent en sprak ik met mezelf af dat het avontuur even belangrijker was dan het geld. Bovendien was ik erachter gekomen dat ik toch al kneiterveel geld uitgeef, dus kon dat net zo goed aan overnachtingen zijn (goeie redenatie wel). Het leuke van echt rondtrekken is, dat je ook andere rondtrekkers tegenkomt. Op één camping waar ik maar een nachtje sliep, waren maar liefst drie mensen aanwezig die – zij het op hun compleet eigen manier – ook een soort rondtrekkers waren.

    Een man was uit zijn huis gevlucht vanwege burenruzie en wilde liever dakloos zijn dan daar wonen. Hij deed het pas twee maanden en was erg zoekende, hij absorbeerde alle kennis die ik had over welke spullen je in de winter gebruikt. Hij vond het heerlijk, maar zocht eigenlijk wel iets van een klein hutje, huisje, schuurtje waar hij terecht zou kunnen als hij even geen zin had in kamperen. Want kamperen vond hij heerlijk, maar de winter niet zo. Het is leuk om te zien hoe iedereen op zijn eigen manier in een tent leeft. Hij had een backpack vol met etensvoorraden, omdat hij graag gezond en vegan at (ik doe elke dag boodschappen en koop altijd kleine hoeveelheden en makkelijk te bereiden eten). We sparden over wat het handigst is qua fiets, hij had een grote bak voorop en vond dat heel chill, maar we bediscussieerden of een karretje ook handig is (en welke dan).

    Een vrouw begon zich in het gesprek te mengen en vertelde ons over haar zogenaamde ‘transportfiets’. Een fiets gebouwd voor bijvoorbeeld een krantenwijk, maar ik vond het een hele lekkere term. Het is echt iets anders dan een touringsfiets (dat heb ik meer) maar past eigenlijk ook meer bij wat ik doe. Ik ben niet per se permanent op fietsvakantie, maar mijn fiets is gewoon mijn pakezeltje zodat ik van plek naar plek kan trekken (zonder per se heel veel kilometers af te leggen).

    Die vrouw, ik schat haar een jaar of zestig, was ook al vier weken onderweg met haar fiets. Ik weet niet of ik haar details zomaar kan delen, dus ik houd het even oppervlakkig. Maar thuis hing geen prettige sfeer en ze was in eerste instantie een beetje weggevlucht. Ze kreeg de smaak toen enorm te pakken en genoot van het vrije leven op zichzelf. Haar huwelijk was het probleem niet en haar man vond het dan ook prima wat ze deed. Ze was wel benieuwd wat er zou gebeuren als hij met pensioen ging, ‘dan wil hij misschien dat ik vaker thuis ben’. Pfff, ik snap dat dat de toewijding van een huwelijk is, maar het klinkt ook wel verstikkend hoor!

    Elke dag minstens twee mirrorselfies

    Ze had daar dan zelf ook nog niet zo’n zin in merkte ik, en ik vond het zo’n cool mens! Door weer en wind, met een minitentje, op je zestigste, in je eentje terwijl je altijd hebt samengewoond, gewoon fietsen. De vrijheid proeven. Als je haar zou zien zou je haar misschien scharen onder ‘gekkies’, met een veel te grote regenjas en haar lossig opgezette tentje. Maar wat mij betreft is ze echt een inspirerende powervrouw. Inmiddels was de situatie thuis ook alweer bedaard, maar ze was verslaafd geraakt aan het tentleven (I feel you, woman).

    Hemelkoepel
    En zo voel ik me ook op dit huisjespark. Ik vind het juist wel even gezellig, de woonwijksfeer. ’s Avonds lees ik mijn boek onder de lantaarnpaal naast de weg, kan mij het schelen. Zou ik ook zo midden in een stad of dorp kunnen doen, lijkt me een leuk gezicht. Misschien zouden meer mensen dat moeten doen, kun je de lampen thuis uilaten, haha. Ik geniet op en top van het tentleven. Gewoon continu de open lucht om me heen, de hemelkoepel zichtbaar vanaf het moment dat ik opsta tot het moment dat ik naar bed ga. Hoe kan ik ooit anders willen?

    Veel liefs! Simone
    P.s. Ik vind het heel leuk als je een berichtje achterlaat! Als je het vakje voor e-mailadres open laat, hoef je niet in te loggen en kun je gewoon meteen plaatsen (ik moet het eerst nog goedkeuren dus je ziet het niet meteen).

    Lezen onder de lantaarnpaal
  • Er was eens..

    Er was eens..

    Mijn leven lijkt de laatste tijd wel een sprookje. En ik wil alles eraan absorberen, ten volste meemaken. Ik wil ook in dat sprookje zijn en het gevoel hebben dat alles om me heen magisch is. Want dat is het ook!

    Afgelopen week stond ik op een terrein middenin het bos van de Veluwe. Een prachtig veld omgeven door douglas sparren. ’s Nachts kon je de sterrenhemel in cirkelvorm boven je hoofd zien, begrensd door aan alle kanten de silhoutten van de sparrentoppen. Overdag fietste ik het bos in om herten of zwijnen de spotten, pannenkoeken te eten, of van de mistige heide te genieten. De wolken hingen laag in het bos en mensen bleven thuis, want: regen. Soms lag ik overdag de hele dag in mijn slaapzak op een kleedje in het gras. Het waaide enorm, maar dat deerde me niet. Ik lag warm en keek naar de voorbijrazende grijze wolken en luisterde naar het ruisen van de beukenblaadjes. Ik viel zelfs eventjes in slaap en las de rest van de dag de kinderboeken die ik bij de dichtsbijzijnde bieb had gehaald. Elke dag één.

    Iedere avond staken de vrijwilligers van de camping dertien olielampjes aan en hingen die overal op. Aan de poort bij de ingang, wat fijn was toen ik door een pikdonker bos naar huis rende nadat ik te lang bij een wildobservatiepost was blijven hangen. Vanuit de verte kon ik me al oriënteren op het kleine lampje midden in de duisternis – het was ook nog eens nieuwe maan – en voelde ik me welkom geheten. Normaal gesproken ben ik bang voor enge mannen in een donker bos, nu niet. Nu was ik bang voor zwijnen, hoewel ik ze ook wel wilde zien. Maar liever niet in het donker. En ik was bang voor de boswachter, die ziet je liever niet na zonsondergang door een pikdonker bos huppelen.

    Ze hingen ook een olielampje in de regenhut: een houten dakje boven houten bankjes waar ik een lange avond in het donker met twee andere kampeerders zat te praten. De ene fietste al een maand door Nederland en was langzaam zijn zicht aan het verliezen, hij genoot er nog van nu het kon en samen bespraken we ongeveer elke camping die in Nederland bestaat (oh die is leuk! oh die is niks… oh ja die, daar wil ik nog heen! etc). De ander woonde in een camper, maar had eigenlijk ook net twee maanden door Scandinavië gefietst en was nu weer ‘thuis’. Nu had hij zin om een paar dagen met de tent op zijn rug te wandelen en de Veluwe door te steken. Met een zeer minimale backpack kwam hij die avond nog zijn tentje op zetten. Het olielampje hing hoog in de hut, gaf amper licht, maar hield ons gezelschap terwijl we nomaden-verhalen uitwisselden zonder elkaar aan te kunnen kijken.

    Een derde lampje hing bij het paadje tussen het grote veld en het toiletgebouw. Als ik met mijn voortent open sliep, kon ik dit lampje liggend vanuit de tent zien. Toen ik ’s nachts een keer niet kon slapen liep ik op blote voeten door het natte gras met het lampje als oriëntatiepunt. Opeens schoof er wat over mijn voet, ik schrok. Een dier? Ik deed mijn zaklamp aan en daar zat een dikke, vette pad op het pad. Ik gaf hem een kusje, maar er gebeurde niks (ik zat blijkbaar in een ander sprookje). Normaal plas ik trouwens gewoon in de bosjes, maar nu had ik het idee gevat om mijn pony bij te knippen, maar ik had geen schaar. Helaas hielpen de vier olielampjes me niet bij het vinden van een schaar bij de toiletten, dus nu zit ik nog met lang haar en ben ik daar eigenlijk wel blij mee.

    Vandaag vertrok ik van dat terrein, na het sprookje gisteravond afgesloten te hebben rond een vredig kampvuurtje met een paar medekampeerders. Ik keek vanochtend eens voor de slimheid op buienradar, en had precies alles in de regenhut gelegd toen de eerste spatjes vielen. Uiteindelijk moest ik toch de regen in, fietste ik een krap uurtje naar het station en regende tot op het bot nat, propte mijn fiets in de volle trein, reed op bestemming naar mijn kantoor en werkte daar de hele middag. Vanavond pakte ik weer de trein en moest ik nog een stuk door pikdonker bos fietsen. Het spatte lichtjes, het bos rook fris zo op deze late en natte herfstavond. Nu was ik banger voor mannen dan voor zwijnen, maar plots zag ik in de verte een klein, warmgeel lichtje branden. Het duurde maar en duurde maar voordat ik dichterbij kwam, het leek wel een illusie, misschien iemand die mij het mistige bos inlokte? Maar daar was ik dan, bij de lamp, met daarachter een groot huis, knus verlicht.

    Ik werd ontvangen door een oude man, die met trage woorden en trage passen me mijn kamer wees. Hij droeg zwarte klompen, een ruitjesblouse, en krabde aan zijn grijze baardje. Het volgende sprookje is begonnen..

    Liefs,

    Simone

  • Meer en meer spullen

    Meer en meer spullen

    De afgelopen weken vielen me best zwaar. Misschien kwam het door de lyme, misschien kwam het door de muggen, misschien door de ellenlange zomer met drukke campings. Misschien kwam het door een volle agenda, of juist door het vele alleen zijn. Ik weet het niet, maar ik begon te twijfelen. Hoe lang houd ik dit tentleven nog vol? (Ja ik weet het, in elke blog komen veel twijfels en moeilijkheden terug, daar schrijf ik nou eenmaal graag over haha).

    Geïnspireerd door een medekampeerder boekte ik daarom drie nachtjes in een Nivonhuis. Wat een prachtig concept is dat! Het zijn huizen, middenin de natuur, waar je een kamer voor jezelf hebt. Er is een grote gemeenschappelijke keuken waar je lekker je eigen maaltje kunt maken. Alles draait op vrijwilligers en er heerst een warme, gemoedelijke, huiselijke sfeer. Je betaalt als Nivonlid maar €20 (!!) per nacht voor een bedje, als je zelf je beddengoed meeneemt. Je laat de kamer schoon achter voor de volgende, zodat ze geen hoge kosten aan de schoonmaak kwijt zijn.

    Ik merkte dat niet alleen het dak boven mijn hoofd, alswel de nieuwe omgeving me erg goed deed. Ik kon weer avonturieren! Altijd als ik op een nieuwe plek kom ben ik zó enthousiast, dat ik al helemaal fantaseer om me er permanent te vestigen. Maar ik vergeet altijd: juist de nieuwigheid maakt het zo prachtig. Ik hou van nieuwigheid, ik hou van nieuwe plekken ontdekken. Nieuwe natuurgebieden, nieuwe cafeetjes, nieuwe fietsroutes, nieuwe zwemplekjes, nieuwe stadjes. Ik rustte ook veel, en kon ’s avonds nog lekker aan een tafel op mijn laptop werken wat enorm bijdroeg aan mijn efficiëntie. Ik ben een avondmens, dus vind het heerlijk om tot 23u ’s avonds nog productief te zijn. In de tent doe je dat niet zo snel, maar hier kon het.

    Schrijven is mijn redding
    Helaas kon ik het niet laten om toch weer te gaan piekeren. Ik had totaal geen zin om terug mijn tent in te gaan, ook al had ik besloten dat op het naastgelegen kampeerterrein te doen zodat ik de nieuwe omgeving nog verder kon ontdekken. Wanhopig ging ik al opzoek naar huurhuizen, kamers, en dat soort dingen, maar niets volstond. Als ik me zo onrustig voel, helpt er altijd maar één ding en dat is: schrijven. Soms schrijf ik gewoon lukraak van me af en kan ik zo goed van een afstandje zien wat er in mijn hoofd gebeurt. Wat ik ook heel fijn vind is Future Self Journaling. Dat zijn 6 vragen die je steeds beantwoordt en die ingericht zijn op hoe je je wilt voelen (in plaats van praktische dingen uit te denken als ‘waar ga ik wonen’ etc).

    Ik kwam erop uit dat ik veel meer in het nu wilde zijn. Dat piekeren over de toekomst had helemaal geen zin, vooral niet in deze bui. Ik sprak met mezelf af de komende dagen mezelf steeds halt toe te roepen als ik weer eens teveel vooruit zat te denken, en te focussen op het genot van het hier en nu. Daar ben ik normaal juist zo goed in, en is voor mij ook echt heel belangrijk om me goed te voelen. Ik heb de neiging om te piekeren over existentiële vraagstukken, het nú beleven geeft me daarin een gevoel van geluk, voldoening en dankbaarheid. In die 6 vragen van Future Self Journaling sta je ook altijd stil waar je dankbaar voor bent, ik voeg daar altijd nog aan toe waaróm ik daar dankbaar voor ben. Je hoofd richt zich door die vragen automatisch op de mooie dingen in het leven en je krijgt de neiging die uit te vergroten en je daarmee bezig te houden (in plaats van dat zeurderige gevoel wat er allemaal anders moet). Zo zag ik weer het zonnetje door de bladeren schijnen, hoorde ik het tintelende geluid van heggemusjes, genoot ik van mijn eerste slok koffie (en alle slokken die daarna kwamen), en voelde ik zoveel liefde voor alle leuke mensen in mijn leven.

    Mijn moeder is ook mijn redding
    Ook al had ik daarmee nog steeds geen zin in de tent, ik had afgesproken een paar dagen met mijn moeder te gaan kamperen. Ook zij was nieuwsgierig naar deze nieuwe omgeving en samen zetten we de tentjes op. Mijn moeder bracht al meteen een hele hoop goede energie mee. Lekkere stoelen om in te zitten, een theeketeltje, grote koffiemokken, en bovenal: samen de dag doen. Wat was het heerlijk om samen op pad te gaan en de omgeving te ontdekken! Als ik wakker werd was mijn moeder al koffie aan het zetten, we konden samen beslissen waar we vandaag weer eens heen fietsten, en ik heb nog nooit zoveel boeken in een paar dagen uitgelezen omdat dat samen toch gezelliger is. (Ik heb ook een gastaccount bij de bieb hier aangemaakt toen ik nog dacht dat ik hier voor altijd wilde wonen, maar dat kan sowieso als je ergens lid bent maar ergens anders wilt lenen, uitkomst!).

    Eigenlijk besefte ik daardoor dat ik me de afgelopen weken vooral een beetje alleen had gevoeld en daarin mezelf was gaan verloederen. Geen zin om koffie te zetten. Geen zin om te douchen. Geen zin om op tijd naar bed te gaan. Geen zin om te eten. Soms, als ik te lang alleen ben, verlies ik een beetje de zin. Waar doe ik het allemaal voor? Het samenzijn gaf me weer een boost. Ja, ik hou van alleen zijn, maar de les is maar mooi weer dat ik dat niet te veel en te lang moet doen. Mijn moeder en ik hadden een paar heerlijke dagen met lekker (soms zelfs te heet) weer, fietstochten over de Veluwe, terrasjes, en liggen in de schaduw in het gras.

    Niet alleen het samenzijn, maar ook de extra luxe van wat meer spullen gaf me voldoening. Welke spullen ik meeneem blijft altijd een puzzel en hangt af van mijn bui. Soms na een tijdje met een volle fiets te hebben geleefd, word ik juist weer blij van een rugzak met het überminimale. Maar als ik eenmaal ergens sta, is het ook lekker om te kunnen leven en aankeutelen. Het probleem is dat ik dat soms vind botsen met mijn filosofie over het tentleven: minimaal leren leven, met weinig spullen en weinig luxes, zodat ik op den duur zelfs helemaal zelfvoorzienend of met een heel laag inkomen gelukkig zou kunnen zijn.

    Is meer spullen meer zelfzorg?
    Ik voel namelijk veel weerstand tegen hoe de maatschappij is ingericht. Veel consumeren, veel voeding die we helemaal niet nodig hebben, veel luxes die de aarde vernachelen. De balans duurzaamheid/zelfzorg blijf ik daarin lastig vinden. Ik vind mezelf maar een verwend nest als ik per se op een stoel wil kunnen zitten bij de tent, of elke dag een andere maaltijd wil kunnen eten. Tegelijkertijd voelt het al snel alsof ik dingen tekort kom als ik iedereen om me heen wél van die luxes gebruik zie maken. Dan voel ik me een beetje armoedig (interessant he, het is ook de vergelijking die het gevoel geeft van genoeg hebben of tekort komen). Terwijl, toen ik in huizen woonde vond ik het weer helemaal niet ‘too much’ om een stoel te hebben en een koelkast vol voeding. Dus waarom zou dat bij de tent niet mogen?

    Ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik dat vorm wil geven, dat is nog een zoektocht. Maar ik begin wel te beseffen: dit is mijn dagelijks leven. Dit is mijn thuis. Ik moet mijn tentleven niet behandelen als een vakantie, of een lange-afstandswandeling van een paar weken. Vanuit mijn tent werk ik, vanuit mijn tent spreek ik met vrienden af, vanuit mijn tent doe ik boodschappen. Hoe kan ik het comfortabel maken én leren leven onder primitievere omstandigheden? Hoe kan ik deelnemen aan de maatschappij én dichtbij de natuur staan?

    Leven in een tent is ook confronterend als iedereen om je heen in een huis woont. De vraag is dan ook of ik mezelf meer luxes moet gunnen, of dat ik moet toegeven aan mijn ideaal van met minder kunnen leven. Ik besefte me net – toen ik op de wc zat en over deze blog zat na te denken – dat misschien juist het antwoord dus ook zit in meer in het nú leven. Dankbaar zijn voor wat je hebt (wie ben je dan dankbaar? zou Zora vragen, maar dat kan me niet schelen, ik ben gewoon dankbaar) doet je inzien wat je wél hebt. Terwijl we in de consumptiemaatschappij hebben geleerd om te focussen op dat wat we niét hebben. Ik miste bijvoorbeeld nu al de grote koffiemok die mijn moeder meehad, en ik besefte: wat een onzin. Tuurlijk, een beker is fijn om te hebben. Maar het kan altijd weer beter en perfecter, omdat we zoveel aanbod om ons heen hebben en omdat de gemiddelde mens wel 10+ bekers bezit en elke dag kan kiezen. Dus waar ligt de grens? Waar ligt de perfectie voor mij tussen meer spullen willen en blij zijn met wat ik heb? Welke spullen heb ik écht nodig? Ik denk dat dit in het tentleven voor altijd de vraag blijft (en dus ook kan veranderen en verschillen).

    Duurzaam leven moet geen ecodeprimisme worden, dat je jezelf helemaal weg wilt cijferen omdat je sowieso met je bestaan een last voor de aarde bent. Maar zelfzorg moet ook geen equivalent worden van geld uitgeven. Mijn zelfzorg was laag – niet omdat ik spullen tekort kwam, maar omdat ik mijn dagelijkse rituelen verloederde. Mijn duurzaam leven werd extreem, omdat ik in tijden dat ik het moeilijk vond om voor mezelf te zorgen mezelf ook geen spullen gunde die dat makkelijker zouden maken.

    Waardering
    Voor nu heeft mijn moeder een stoel voor me achtergelaten en het wollen kleed zodat ik lekker languit in het gras kan liggen, en ga ik mezelf weer wat meer pushen die dagelijkse ritueeltjes vol te houden. In die hitte douchte ik elke avond even, en dat was eigenlijk een fijn ritueel. Me schoon voelen voordat ik in bed stap gaf best een goed gevoel. Mijn moeder maakte ’s avonds steeds een theetje, iets wat ik normaal ook teveel moeite vind maar nu ook maar eens ga doen. En ik heb ontbijt gekocht, yoghurt met cruesli, in plaats van wraps die ik sowieso al de hele dag eet en waardoor ik dan maar vaak ’s ochtends niét ontbeet.

    En ik heb – niet te vergeten – natuurlijk een nieuwe tent. Ik moest er even aan wennen, maar het wordt steeds meer mijn huisje. Ik keek deze week nog jaloers rond naar alle andere tenten ‘had ik die maar aangeschaft’, maar nu voel ik trots als ik naar mijne kijk. De kleur is prachtig goudgroenbruin, hij heeft een deur van helemaal gaas, het grondzeil is lekker dik, de voortent enorm. Deze tent heeft zijn eigen vernuftigheden. Mijn tentje is mijn thuis. Ik wil niet anders, I know, maar het is en blijft een zoektocht die ik bij bijna niemand anders af kan kijken.

    Ik ben dankbaar voor de zonnige dagen, omdat ik daardoor zorgeloos buiten kan zijn.

    Ik ben dankbaar voor mijn hoge inkomen per uur, omdat ik daardoor goed kan eten en leuke dingen kan doen terwijl ik ook veel vrije tijd heb.

    Ik ben dankbaar voor het leven met een tentje, omdat ik daardoor steeds nieuwe plekken in het prachtige Nederland kan ontdekken en daar zo blij van word!!

    Ik ben dankbaar voor het bestaan van biebs, omdat ik het heerlijk vind om tussen zoveel boeken te neuzen en er altijd een plek is om te schuilen en koffie te drinken.

    Ik ben dankbaar voor mijn familie, ondat het stuk voor stuk geweldige, grappige, lieve, inspirerende mensen zijn.

    Ik ben dankbaar voor NLe campings, omdat er zoveel keuze is, ze zo goed gefaciliteerd zijn en zo ultiem kneuterig zijn.

    ♥️♥️♥️

    Leuk als je een berichtje achterlaat :) Je kunt het kopje ‘e-mailadres’ daarvoor overslaan, dan hoef je niet in te loggen.

    Liefs, Simone

  • Vijandige natuur

    Vijandige natuur

    Ik weet het even niet meer.. Is dat tentleven nou wel zo geschikt? Ik heb nu Lyme opgelopen, veroorzaakt door een bacterie die een teek met zich mee heeft gebracht. Nog geen klachten gelukkig, wel aan de zware antibiotica. En dan is er nog kans dat de bacterie toch achterblijft en je jaren later alsnog klachten ervaart zoals neurologisch uitval, verlamming, etc.

    Een teek kun je natuurlijk ook oplopen als je gewoon in het bos wandelt, en hoe mijn leven ook zal lopen, dát blijf ik sowieso doen. Maar opeens voel ik me erg kwetsbaar in mijn tentje en gaat mijn overtuiging van ‘buiten leven is goed voor je’ wankelen. Want, is het wel zo goed voor je? Of moeten we ons weren tegen de natuur? Zijn mensen erop gebouwd om in huizen te wonen? Is de natuur onze vijand?

    Zo zit ik een beetje te piekeren. Ik kan helemaal niet zo goed tegen lichamelijke ongemakken. Het gaat altijd gebaat met heel veel niet-weten en beslissingen maken waarvan je niet weet of ze de juiste zijn. Wel of geen antibiotica, wel of geen suiker, wel of niet aanvullende zorg, wel of niet langer dan 10 dagen een kuur, en ga zo maar door. Het leven is soms een beetje natte-vingerwerk en er is nog heel veel niet bekend in de geneeskunde. Bovendien staat alles met elkaar in verband en vind ik het menselijk lichaam soms zo’n complex gebeuren. Met mijn menstruatiecyclus ben ik al jaren bezig om uit te vogelen hoe ik die ‘beter’ kan maken (= minder pijn). Maar letterlijk álles kan ermee in verband staan. Pesticiden, vaccinaties, erfelijkheid, hormonen in voeding, ‘foutje van de natuur’, tekort aan bepaalde voedingsstoffen, stagnerende energiestromen, een zgn. koude baarmoeder.. Waar begin je in vredesnaam? Zo had mijn moeder al een jaar last van zware armen en benen – leek iets richting artrose te zijn – en heeft ze sinds ze een antibioticakuur heeft gehad (voor iets anders) daar opeens geen last meer van. Was het dan toch een ontsteking? We weten zoveel niet over ons lijf en zoveel zullen we nooit weten.

    Dat piekeren veroorzaakt eigenlijk een soort lijden, namelijk dat de situatie anders moet zijn terwijl ik niet weet hóe. Er gaan dan doemscenario’s door mijn hoofd van verlamd raken, afhankelijk worden (en ik heb geen partner, dan moeten mijn ouders straks voor mij zorgen, dat vind ik zielig), en ik vraag me af hoe mensen van 50+ in godsnaam zo oud zijn geworden. Hoe doe je dat, jarenlang gezond blijven? Ik vind het nu al érg moeilijk en een hoop gedoe. Dan denk ik aan mensen die jong sterven en probeer ik te accepteren dat dat ook kan gebeuren. Ergens ben ik oké met de dood, maar ergens voelt in het licht daarvan ook alles een beetje zinloos. Stel, ik ga morgen dood. Waar doe ik dit GEZEIK dan allemaal voor? (Dit zijn gedachtes die ik heb als ik me fysiek ongemakkelijk voel, zodra de paracetamol aanslaat ben ik de grootste levensgenieter die er bestaat. Diepe dalen, hoge pieken, denk ik dan maar).

    Zo lag ik vanochtend een beetje na te denken en vervolgens mezelf toe te spreken dat ik niet zo moest doemdenken. Want voor je het weet trek je jezelf in een spiraal naar beneden toe, in zelfbevestigende gedachtes. Als ik veel nadenk over mijn fysieke lichaam, gezondheid, en de dood (of de zin van het leven) dan wil ik daar heel graag de hele tijd over nadenken om een antwoord te kunnen formuleren. Maar joe, wie heeft daar het antwoord op? Dus soms moet ik mezelf even een halt toe roepen. Zo ook als ik me ellendig voel, zo ook nu ik Lyme heb (en me gelukkig niet per se ellendig voel). Het is nu wat het is. Ik heb antibiotica, ik ga gezond eten, en veel verder vooruit denken kan ik niet. Pijn + weerstand = lijden, weten we. Dus soms is het maar gewoon even accepteren dat het kut is en erop vertrouwen dat het voorbij gaat en dat wat er ook gebeurt ik er wel weer mee kan dealen. Leven in het nu, mindfulness.

    De muggen liepen me ook te terroriseren de afgelopen dagen, wat mijn motivatie voor het tentleven niet echt een boost gaf. Teken, lyme, muggen. Ik zat ’s ochtends en ’s avonds in de tent want buiten was echt onmogelijk. Lekker dan, het zogenaamd ‘buiten leven’ maar vervolgens opgesloten zitten in een benauwde, polyester ruimte. Bovendien had ik dikke koppijn (door de benauwdheid) en vond ik alles kut. Ik wilde lekker eten voor mezelf maken, een lekker bakkie thee zetten, maar elke handeling deed pijn. ‘Had ik maar een huis’ denk ik dan. Hoewel, als ik dan doordenk weet ik dat dat net zoveel moeite kost. Dus dan denk ik ‘had ik maar een partner’. Maar dan denk ik aan een man op m’n lip (letterlijk en figuurlijk hahaha) en krijg ik het al Spaans benauwd. Ik wil space. Ik wil bos. En ik wil júist deze uitdagingen.

    Hansje pansje pissebed. Deze insecten kan ik zéér waarderen, want ze zijn gewoon cute en dinosaurus-achtig. Lopen altijd rond in mijn tent, geen idee waar ze opeens vandaan komen.

    Want vanochtend was de lucht helder en stond er een briesje. Welgeteld één mug viel me lastig tijdens mijn ochtendbakkie. Op dat soort dagen krijg ik vertrouwen in dat alles voorbij gaat. Zoals ik in de winter wist dat na ijskoude nachten altijd weer een bewolkte periode zou komen met warmere nachten. En zoals ik met regenachtige weken altijd wist dat ik binnenkort al mijn natte zooi weer uit zou kunnen hangen in een stralend lentezonnetje. Zo weet ik nu ook dat muggen blijkbaar komen en gaan. Hoewel wat mij betreft benauwdheid nergens goed voor is, gaat ook dat weer voorbij. En wat voel ik me dan sterk! Dan denk ik: pfoe, ik heb het maar mooi doorgezet. Ik woon in een tent, en zelfs toen de muggen me in legers kwam bejagen bleef ik in een tent wonen. Zelfs toen het vroor. Zelfs toen ik Lyme kreeg. Niemand komt tussen mij en m’n tent, of eigenlijk: niemand komt tussen mij en het bos. Krijg opeens tranen in mijn ogen terwijl ik dit schrijf haha. Bos is m’n alles.

    Hooiwagens zijn de laatste nachten all over the place (buiten). Geen idee waar ze vandaan komen. Teken van de herfst?

    Inderdaad, wonen in een tent is niet altijd veilig. Maar het leven is niet veilig. We lopen het risico om ziek te worden. We lopen het risico om dood te gaan. Hoe dan ook, we kunnen ons daar niet tegen weren. Hoe graag we ook zouden willen dat de geneeskunde al perfect was en er een oplossing voor alles was, hoe graag we ons ook zouden willen kunnen weren tegen de risico’s van de natuur. Er zit voor mij een stukje acceptatie in dat géén levensstijl perfect is, en alles uitdagingen met zich meebrengt. Ik denk dat ik daarin vooral moet leren om niet te ver vooruit te denken. We kunnen alleen in het nú handelen en de rest zal de tijd leren.

    De natuur is een beetje mijn vijand. Daar kan ik dan betekenis in zoeken (de teek heeft me iets te brengen, of: onze wereld is verneukt en daarom brengen teken Lyme), of gewoon inzien dat dat onderdeel is van leven op deze aardbol. We zijn kwetsbaar, we zijn sterfelijk. Waarom, geen idee. Waarom we dan leven, geen idee. Maar ik voel ook zo vaak zo’n gelukszalig gevoel over het leven, dat ik daar dan maar op moet teren. Oja, en mezelf afleiden als ik me kut voel, haha.

    Wat heb ik hiervan geleerd voor een volgende zomer in de tent?

    – Dat ik een tekentang aan moet schaffen: ik verwijderde mijne met een pincet maar kneep ze daardoor vaak fijn
    – Dat ik toch vaker schoenen en sokken moet overwegen in plaats van blote voeten
    – Niet alleen controleren op teken: ook regelmatig controleren op rode kringen op basis van waar ik teken heb gehad
    – Ook al antibiotica overwegen als ik niet zeker weet hoe lang hij er zat, of als ik hem slecht verwijderd heb (zoals bij deze teek het geval was, volgens de huisarts geen probleem, maar ik heb nu wel Lyme dus blijkbaar wel een probleem, haha)
    – Dat als ik me kwetsbaar voel en onzeker over het functioneren van mijn lijf, ik mezelf terug naar het nu moet halen

    Nou, een beetje een depressief verhaaltje met een gouden randje. Maar ook dit is tentlife. ‘What doesn’t kill you makes you stronger’ ofzo? Beetje kort door de bocht, maar ook ergens wel weer blij met deze ervaring. Niet om Lyme te hebben, maar wel om op scherp gezet te worden. Want ik heb nog geluk dat er een rode kring is gekomen en ik die ook nog eens heb gezién.

    Liefs!

    Simone

    P.s. Leuk als je een berichtje achterlaat! Als je het blok voor ‘e-mailadres’ leeg laat, hoef je niet in te loggen als je je bericht wil posten. Je reactie is niet meteen zichtbaar, ik moet ‘m nog goedkeuren.

  • Yes, alles nat!

    Yes, alles nat!

    Het is een stikkend hete dag. Ik was juist zalig gelukkig met de regenachtige weken de afgelopen tijd, zo midden in de zomer, niet wat je zou verwachten van iemand die in een tent woont. Een medewerker in de natuurwinkel waar ik regelmatig kom zei al: ‘ik dacht nog aan je met die regen’, suggererend dat het een trieste boel zou zijn bij mij. Het tegendeel is waar, ik houd van regen. Allereerst houd ik van de geur van een nat bos en van het idee dat alle planten lekker veel water krijgen. Ik hou van vruchtbaar, groen, fris en weelderig en regen is daar samen met de zon onmisbaar in. Dan kan je nog zeggen dat je ervan houd als het geregend hééft, maar niet per se als het regent. Maar ook dat vind ik heerlijk. Een dik wolkendek, tikkende geluiden op de tent. Grijs weer nodigt uit om lekker niets te doen en gewoon een beetje te wachten tot de zon weer komt. Donkere luchten passen bij traag doen, alleen zijn en rusten, waar ik erg van geniet.

    Laatst ontdekte ik dat als het regent het zoveel lawaai maakt dat ik de snelweg in de verte niet meer hoor, of alle andere potentieel storende geluiden (niet dat ik daar normaal veel last van heb, maar het is ook wel eens lekker om alléén met natuurgeluiden omringd te zijn). Bovendien kan je zelf ook je gang gaan in de tent zonder dat iemand je hoort, want iedereen om me heen zit of in een tent die net zoveel lawaai maakt als de mijne, of loopt ergens in het bos met waarschijnlijk een capuchon op, of een paraplu boven hun hoofd, waardoor je ook niet veel hoort van de gekkigheid om je heen. Hard zingen kan ik dan doen, of, nog leuker, mijn vibrator gebruiken zonder bang te zijn dat iemand denkt dat ik mijn gebit schrob met mijn elektrische tandenborstel (maar eigenlijk wel weet wat dat geluid écht betekent). Ik kan zélfs, als ik zou willen, het hardop uitschreeuwen als datzelfde apparaat zijn werk goed heeft gedaan. Het eerste wat een tentbewoonster dus kan denken als het regent is niet ‘shit, alles nat’, maar ‘yes, alles nat’, of zoiets.

    Maar vandaag is het dus weer heet. Terwijl ik van de week mijn opslag aan het inrichten was trok ik daarom mijn enige korte broek uit de kist met zomerkleren – het is eigenlijk een zwembroek – zodat ik lekker met blote benen rond kan paraderen de komende tijd. Vandaag heb ik echter de neiging dat broekje heel diep in de afvalcontainer te stoppen want hij kruipt omhoog tijdens het lopen en nu schuren mijn plakkerige blote benen tegen elkaar. Bovendien had ik op de fiets het idee dat iedereen zo mijn ongeschoren lippen kon bewonderen en als ik iets háát is het continu op moeten letten of je nog wel acceptabel over straat gaat (toelichting: mijn schone onderbroeken hingen allemaal nog nat aan de waslijn). Morgen draag ik weer een lange, luchtige broek, degene die ik de helft van de dagen al draag, afgewisseld met een jurk die ook door kan als nachtjapon.

    Vicky de Viking en Joop de Muskuseend

    De afgelopen maanden mocht ik van mezelf losgaan met kleding, want ik word gewoon erg blij van leuke kleurtjes combineren en me uit te drukken middels wat er aan mijn lijf hangt. Ik vind het leuk als mensen aan me kunnen zien dat ik een bosheksje ben, dat ze kunnen zien dat ik blij door het leven ga, dat het van me uitstraalt dat ik lekker doe waar ik zin in heb. Ik vind het leuk om me mooi te voelen en kleding staat soms echt in het verlengde van hoe ik me voel. Zwarte t-shirts met duistere opdrukken (humans stay away!) als ik menstrueer, of een zwierige jurk met hoge split als ik me een sexy godin voel. In de winter liep ik 24/7 in dezelfde outfit rond, omdat ik dan geen zin had in omkleden en kleren vooral een praktische functie hadden. Maar in de loop van maart was ik steeds meer bij mijn ouders te vinden om weer eens een nieuwe kledingstuk erbij te pakken en er een oude voor in de plaats terug te stoppen. Omdat ik toch behoefte bleek te hebben aan afwisseling bij de tent bedacht ik op een gegeven moment: ik mag zo veel kleding mee als in mijn backpack past. Het weegt toch niet zoveel, dus dan kan ik het prima op mijn rug dragen, en dan hoeft het niet in de geringe ruimte in mijn fietstassen – naast al mijn kampeerspullen – gepropt te worden.

    Dat was even leuk, maar ik kom er nu alweer op terug. Overzicht is misschien nog wel belangrijker dan keuzemogelijkheden en bovendien zijn er maar een paar kledingstukken die én leuk zijn, én perfect voor het leven bij de tent. Het is heerlijk dat er gewoon een select stapeltje textiel naast mijn matje ligt (overdag, want ’s nachts fungeert al die kleding als opvullen van mijn kussensloop) en dat ik er alsnog leuk uit zie. Het is ook de kunst om er juist met weinig spullen iets bijzonders van te maken, dat wakkert ook je creativiteit aan. Accessoires worden dan belangrijker, zoals oorbellen, polswarmers, kleur van mijn sokken en hoe ik mijn dreads knoop. Ik draag nu bijvoorbeeld elke dag een leren riempje met een buideltje voor mijn mes en aansteker. Dat is niet alleen esthetisch (zodat mensen dus zien dat ik een bosheksje ben), maar ook nog eens erg praktisch want die dingen raak ik altijd kwijt en heb ik de hele dag door nodig voor mijn dagelijkse kopje koffie en driemaal daagse wraps met humus, komkommer en geitenkaas. Lekker kneuterig, toch?

    Oja, over die wraps. Zwervervriendin Zora (inmiddels gedoopt tot Vicky de Viking, de metgezel van Katy de Kelt, ik dus) zwoor al bij wraps op elke lange-afstands-wandeltocht die ze maakte. Tot mijn verbazing, want ik was nog volhardend in: jE moEt TocH aVoNdEtEn! Maar wraps als ontbijt, als lunch, en als avondeten is echt te gek. Nog even de voordelen op een rijtje:

    • Je eet drie keer per dag groentes
    • Je weet in de supermarkt altijd precies wat je nodig hebt
    • Je hebt nog minder ingrediënten nodig dan ik kleren bij me heb
    • Het is fúcking lekker
    • Je hoeft nooit te koken (scheelt behalve gas ook tijd en frustratie, maar scheelt ook snoepen als je wel de intentie had om te koken maar geen zin)
    • Je kunt eindeloos variëren (wat ik dan niet doe, want dat vind ik dan weer moeilijk, máár ik heb vandaag wel zalm gekocht ter afwisseling)
    • Ik eet meer spinazie dan ik ooit gegeten heb

    Leuk als je een berichtje achterlaat! Als je je e-mail adres niet invult, kun je dit doen zonder in te loggen :) Je moet hiervoor wel ook eerst deze blog even los openen mocht je vanuit de homepage lezen.

    Mijn huidige kampje
  • Bankhangen als huisoppas

    Bankhangen als huisoppas

    Tijd voor weer eens een blog. Languit lig ik op de bank in een prachtig huis in Drenthe. De bank ligt vol met knutselprojectjes die ik vandaag gestart ben. De tv staat niet aan, maar dat stond hij de afgelopen weken wel. Ik was eens op de hoogte van het nieuws in Nederland, en dat was een goede timing met de val van het kabinet.

    Tv?? Ja! Ik zit twee weken in het huis van vriendin Afieke en haar partner. Zij kamperen ondertussen lekker in Frankrijk, terwijl ik geniet van de heerlijke luxes van een huis. Ik ben nauwelijks buiten, maar dat vind ik niet erg na twee weken door Wales gezworven te hebben met medetentbewoonster Zora. Dat was best intensief, fysiek maar ook sociaal. We hebben de grootste lol gehad en we hadden weliswaar allebei onze eigen tent (wel een voorwaarde hoor, als je een maand full-time samen optrekt), maar je leeft toch samen. In dit huis kan ik me even helemaal onttrekken aan het sociale leven. Heerlijk tot rust komen dit! Afieke heeft ook nog eens een megatuin met zwembad, dus ik hoef het erf niet af. Ik spendeer mijn dagen met veel slaap, kroelen met de poes, haken met de tv aan, mijn boek lezen en werken. Dat laatste gaat fantastisch hier: ik hoef niet te bedenken waar ik vandaag nou weer ga zitten met mijn laptop en ik hoef ook geen geld uit te geven terwijl ik werk. Al met al vind ik het heerlijk met mezelf te zijn en gewoon te doen waar ik zin in heb!

    Ik was eerst van plan de tent in de tuin te zetten en daarin te overnachten. Ik was bang dat ik mijn compacte, overzichtelijke tentje zou gaan missen. En ik ben ook niet zo goed met spullen, dus ik dacht: wat ik niet gebruik hoef ik ook niet schoon te maken. Ik was voornemens om gewoon mijn campingkookset te gebruiken en in het huis misschien alleen het koffiezetapparaat uit te buiten.

    De tweede dag gooide echter roet in dat eten, omdat ik in de heftige storm mijn tent moest opbreken om te voorkomen dat hij weg zou waaien! Ik maakte van de nood een deugd en sliep diezelfde avond in het bed dat Afieke voor me had opgemaakt. De duisternis, stilte en zachte lakens bevielen zo goed dat die tent in de verpakking is gebleven. Ik sliep echt een stuk beter dan de nachten ervoor! Ik realiseer me daardoor ook weer dat wonen in een tent best intensief is in de zomer. In Wales ervaarden Zora en ik dat ook al met alle overlast op campings (in de weekenden stond alles vol met barbecuende tjappies) en in de voorjaarsvakanties (pasen, pinksteren, meivak) was het ook op mijn vaste terreintjes in Nederland al erg druk. Je went er wel aan, maar het is wel even andere koek dan complete stilte om je heen zoals ik in dit huis heb. Bovendien: het is hartstikke lang licht! Daarmee slaap ik toch minder diep in de tent en ik geniet dan ook van de heerlijke nachten hier.

    En tsja.. dat campingpannetje heb ik ook nog niet aangeraakt. Eigenlijk doe ik het best goed zo in dit huis. Ik hou de afwas bij (lang leven de vaatwasser), ik ruim achter mijn kont op, en ik vind het top om alles bij de hand te hebben. Een koelkast blijkt ook best fijn op hete dagen (😂), op een bank kunnen zitten is best eens leuk voor de afwisseling, en ik ga ook heel goed op Afiekes mega wolvoorraad. Ik heb alweer een goed ritme hier ontwikkeld van weinig doen, en me toch heel voldaan voelen. Ik zit nu al de hele avond gewoon in stilte te haken, soms zit ik heel lang doelloos op mijn telefoon te scrollen, soms lig ik om 21u al in bed een beetje na te denken over het leven. Soms bestaat mijn dag uit: koffie-even naar het dorp fietsen-eten regelen-slapen. En op dat soort dagen ben ik een erg gelukkig mens.

    Ik kan heel goed tevreden zijn met ‘lege’ dagen. Dagen waarop je niet per se iets nieuws leert, iets bijdraagt aan de wereld, of iets nuttigs doet. Sterker nog: ik merk dat ze essentieel zijn voor mijn welzijn. Ik heb elke week wel zo’n dag nodig, en ook na bijvoorbeeld een productieve werkdag of een hele sociale dag, heb ik avonden nodig waarin niks hoeft behalve bestaan. Het zijn de dagen waarop je alle prikkels verwerkt en alles wat je mee hebt gemaakt de revue laat passeren. Op dat soort dagen hoef ik gewoon niet veel van mezelf, ook geen to-do’s.

    To-do-lijstjes maak ik sowieso alleen voor werk, want ik heb door een dag zoveel ‘oh dit moet ik nog doen!’ momentjes dat ik helemaal gestresst raak als ik dat ook nog eens op papier zou zetten. De meeste dingen zijn niet urgent en dat kan ik ook heel goed inzien. En als ik er op het moment dat ik er aan denk geen tijd voor heb of voor wil maken, dan laat ik de gedachte weer wegstromen. Het ‘nu of niet’ concept noem ik het. Dat betekent dat ik veel minder perfectionistisch naar mezelf moet zijn. Als ik denk ‘shit, Klaasje is morgen jarig en ik moet nu een kaartje sturen’, maar ik heb al veel aan mijn hoofd die dag, dan krijgt Klaasje maar een keer geen kaartje. Het is allemaal niet zo boeiend. En juist als ik de dwang loslaat zijn er heel veel momenten dat ik wél tijd heb voor dat soort dingen. En vooral ook: ik voel me gewoon rustig, peaceful. Nu of niet! Love it.

    Maargoed, het huis. Het scheelt dat het andermans huis is, dat geeft motivatie om het netjes te houden. Het zet me wel weer aan het denken: de huizen waarin ik heb gewoond waren altijd chaotischer en misschien dat ik er daardoor een soort allergie voor heb gekregen? Studentenhuis, woongroep, stacaravan. Dat laatste was veel werk qua onderhoud en gaf veel onrust. Zou ik dan toch gelukkig kunnen zijn in een huis? Maar na even nadenken weet ik het al. Ik trek de verantwoordelijkheid voor spullen namelijk slecht. Ik ben redelijk gemakszuchtig en moet mezelf echt dwingen goed voor spullen te zorgen. Dat kost heel veel energie, strijd en tijd. Al die tijd wil ik besteden aan fijne dingen: natuur, mensen, creativiteit. En het helpt mij ook als ik geforceerd word dingen te doen waar ik blij van word. Ik word blij van buiten zijn en van beweging, maar als het niet nodig is doe ik het gewoon niet. In een tent wonen in het bos dwingt me dat te doen, het is noodzakelijk. En dan doe ik het wel en voel ik me goeeeed.

    Ja, ik ben gemakszuchtig. Het is misschien wel de menselijke natuur om de weg van de minste weerstand te kiezen, want energiebesparing is nuttig om te kunnen overleven (ff in oermensscenario’s gesproken). Veel mensen kunnen zichzelf wel dat duwtje in de rug geven en gaan hardlopen, gezond eten, of wat dan ook. Veel mensen ook niet, en ik weet dat ik daar een van ben. Ik neig naar gemak en geloof me: ik probeer mezelf al mijn hele leven discipline bij te brengen. Lukt gewoon niet en gaat ook niet gebeuren. Het elke keer proberen wakkert alleen maar teleurstelling in mezelf aan. Het is ook best tegenstrijdig: we hebben het leven in heel veel opzichten gemakkelijker gemaakt, en moeten onszelf dan dwingen om alsnog diezelfde dingen te doen omdat ze ons gelukkiger maken. Denk aan beweging, in de natuur zijn, slow living, telefoongebruik, etc. Ik wil een dagelijks leven waarin ik handelingen moet verrichten die me gelukkig maken, niet waarin ik de gemakken van de wereld met al mijn overtuigingskracht steeds moet overstijgen.

    ANYWAY. Even tijdelijk twee weken bankhangen, daar word ik dan wel gelukkig van. Genoeg buiten en beweging de rest van de zomer. Nu mijn lijf en geest even laten rusten en inspiratie krijgen voor haakwerkjes. Bedankt lieve Afieke, deze plek doet me goed!

    Kus

  • Wildplukronde in Wales

    Wildplukronde in Wales

    Wildplukken is één van mijn lievelingsbezigheden. Normaal deel ik op Instagram wat ik pluk tijdens mijn wandelingen, maar het leek me leuk er eens een flinke blog over te schrijven met wat context!

    Waar ik ook ben, ik kom altijd tot rust als ik ga wandelen om een thee van wilde planten bij elkaar te verzamelen. Als je gaat wildplukken let je enorm op detail, dus een klein rondje kan heel lang duren. Als het even kan ga ik ook op blote voeten. Dat vind ik gewoon heerlijk en is dan ook haalbaar.

    Als ik me down voel, ontheemd, overprikkeld, verveeld, is wildplukken echt de beste bezigheid ooit. Ik heb een doel (thee), door dat doel kom ik in actie (wandelen), ook als ik lamlendig ben of geen zin heb. Bovendien vereist het een überfocus en verlies ik mezelf helemaal in het plantenrijk. Na zo’n wandeling voel ik me opgeladen en geïnspireerd én heb ik een heerlijke thee bijeengeraapt.

    Wildplukken is bij uitstek leuk om een nieuw gebied te leren kennen. Zo ben ik nu in Engeland, in Snowdonia. Dit is een prachtig berggebied in het Noorden van Wales. We (vriendin Zora en ik) kamperen aan een rivier en chillen lekker bij de tent. Op de weg hier naartoe zagen we al lopend groene bermen die ontploften van de verschillende planten. Mijn wildplukhart ging hard kloppen en ik popelde al om in de dagen dat we hier zouden staan een rondje te maken.

    Er zijn een paar basisregels in het wildplukken waar ik compleet achter sta. Ik heb er zelf nog wat routines aan toegevoegd waar ik waarde aan hecht, zoals het op blote voeten lopen. De belangrijkste regel vind ik: neem alleen wat je nodig hebt. De verleiding is groot om als je een goddelijk veld vol paardenbloemen ziet, ze als een razende allemaal te plukken. Maar je moet zeker weten dat je het gaat gebruiken, en voor commerciële doeleinden is wildplukken niet geschikt. Neem wat je nodig hebt en de plant blijft voortbestaan. Sommige mensen drogen de planten ook of maken ze in. Ik ben niet zo’n vooruitdenker, haha, en pluk vaak alleen wat ik die dag zelf nog ga consumeren.

    Waar ik me sinds kort ook aan probeer te houden is niet de eerste van een plant die je ziet te plukken. Als je de eerste laat staan voorkom je dat je de enige van de plant in de omgeving hebt geplukt en daarmee diens mogelijkheid voort te planten. Ook neem ik als richtlijn niet meer dan 10% van een populatie te plukken (ook al heb je meer ‘nodig’, dan een nieuwe plek zoeken). Als wederdienst voor de planten en de plek neem ik ook afval mee dat ik tegenkom. Als er veel ligt stop ik bij drie stuks, anders ligt mijn focus totaal op het lelijke en geniet ik niet meer!

    Dan eigenlijk de állerbelangrijkste regel: weet wat je plukt. Weet zéker wat je plukt. Ken de giftige look-a-likes en sluit uit dat je die hebt. Als ik een paardenbloem pluk ben ik dan makkelijker dan bij fluitekruid. Bijna alle paardenbloemachtigen zijn wel eetbaar, terwijl fluitekruid veel giftige verwanten heeft.

    Bovenstaande planten: alomtegenwoordig in NL en Engeland en deze stonden zelfs binnen één meter van elkaar! Boterbloem is niet extreem giftig voor mensen, maar toch niet wenselijk om in te nemen.

    Vingerhoedskruid daarentegen is zeer giftig! Deze twee planten stonden op mijn rondje ook gewoon gezellig naast elkaar. Het blad van de wilgenroos heb ik geplukt voor het theetje, als ik dat bij vingerhoedskruid zou doen riskeer ik braken of hartritmestoornissen (of zelfs hartstilstand).

    Nog zo’n giftige/eetbare tweeling is douglasspar en taxus (giftig). Inmiddels herken ik taxus wel en douglas ook, maar de wereld van sparren en dennen is zo complex! Zora en ik hebben al heel wat verhitte discussies gevoerd over welke naaldboom dít nou weer was. Ik heb ooit dit ezelsbruggetje geleerd: de S van Spar staat voor Single, de naalden staan los per naald op de tak. De D van Den staat voor Duo, de lange dennenaalden staan in paren. En de L van Lariks staat voor Legio, de naalden staan in bosjes op de tak.

    Voordat we in Wales waren liepen we de Offa’s Dyke path, op de grens tussen Wales en Engeland. Onderweg zagen we regelmatig naaldbomen met bosjes naalden, maar leek het ons zéker geen lariks! Het bleek een Ceder. Later kwamen we door een prachtig pinetum en zag ik sparren die dan weer ‘spruce’ genoemd werden en dan weer ‘fir’. Google translate vertaalde het voor me als ‘spar’ en ‘zilverspar’, maar dat laatste leek me gewoon een soort spar. Uiteindelijk blijken het inderdaad verschillende geslachten te zijn, zilverspar heeft platte naalden en spar ronde. Ik begreep er niks meer van, dus ging even uitzoeken hoe het plantenrijk ÜBERHAUPT is ingericht. Hier komt ’t van de fijnspar en zie je goed waar spar verschilt van de zilverspar.

    Rijk – planten (versus bacteriën, schimmels, dieren)

    Stam – zaadplanten (versus wieren, algen, sporenplanten)

    Klasse – Naaktzadigen (versus bedektzadigen)

    Orde – Coniferen (versus palvarens, gingkoales, gnetales, zaadvarens (uitgestorven))

    Familie – Dennen (versus o.a. cipres, taxus)

    Geslacht – Spar (versus o.a. zilverspar, ceder, den, lariks, hemlock, pseudotsufa

    Soort – Fijnspar (versus sitkaspar, zwarte spar, witte spar, blauwe spar)

    Latijnse namen bestaan altijd uit de naam van het geslacht en de soort! Zilverspar heeft dus weer eigen ondersoorten, pseudotsufa is het geslacht waar de soort douglasspar onder valt. Snappen we het nog? Het is eindeloos complex maar ook prachtig interessant (vind ik). De Single Duo Legio regel is dus eigenlijk te kort door de bocht, maar een prima ezelsbruggetje voor in NL (met taxus als giftige uitzondering).

    Soorten uit het geslacht zilverspar en pseudotsufa (voor zover ik weet) hebben vaak van die harsbellen op hun stam. Ik prik die met mijn nagel door en smeer de heerlijk geurende hars op mijn polsen. Plakt wel!

    Ondertussen staat de thee te pruttelen. Ik heb er blad van het wilgenroosje, brandnetelzaden, braamblad en blad van moerasspirea in. Het smaakt gewoon naar groen, ik vind dat heerlijk. Alleen de mensen die ik het soms voorschotel trekken nogal eens hun neus op, haha.

    Vandaag bracht de wandeling me op de prachtigste plekken die ik graag met jullie deel. Het wildplukken brengt me bij de mooiste natuur die ik dan ook veel bewuster zie omdat ik zo ingezoomd ben op mijn omgeving. Ik werd ook nog getrakteerd op een handvol goddelijke bosbessen e voelde me zo dankbaar voor deze overvloed! Zora zegt dan vaak: maar wie ben je dan dankbaar? Kun je niet gewoon ‘blij’ zijn ermee? Dat zet me aan het denken, maar toch besluit ik dat dankbaarheid beter bij me past. Het doet me realiseren dat het niet oneindig is, dat het er niet altijd is, dat niet iedereen dit kan ervaren. Het motiveert me om iets terug te doen, zoals afval opruimen of op een groene partij te stemmen. We hebben nu gewoon afgesproken dat Zora de natuur ‘groet’ en ik de natuur bedank. Werkt prima zo 😂

  • Kotsen in de tent

    Kotsen in de tent

    Eén van mijn mindere momenten van het tentleven. Ik werd vanochtend om 5:00 wakker met intense menstruatiekrampen. Mijn pijnstillers zaten in mijn fietstas en ik was inmiddels al niet meer in staat die te pakken. Uiteindelijk werd het zo erg dat ik wel móest, en toen na anderhalf uur zakte de pijn. Ik was doodmoe en high van de pillen. Is het dan vervelender om in een tent te zijn? Niet echt, eigenlijk. Zoals met veel dingen is niet de tent per se het probleem, maar het alleen zijn. Iemand die even een kop thee kan zetten of die pillen aan kan geven was fijn geweest. Maar datzelfde probleem had ik gehad in een huis. Dus misschien wordt het tijd een vent te gaan zoeken. Grapje ;)

    Een ander minder moment was een paar weken terug, toen ik poffertjes van de AH had gegeten. Ik lag misselijk in bed en moest opeens overgeven. Ik ging rechtop zitten in mijn slaapzak en pakte snel een plastic zak, waar een gat in bleek te zitten. Mijn spuug droop over mijn slaapzak heen en terwijl ik de hoeveelheid probeerde te minimaliseren reikte ik naar de rol vuilniszakken die ik gelukkig dichtbij had liggen. Maar probeer maar eens een vuilniszak van een rol af te scheuren terwijl je een plastic zak met kots dicht probeert te houden terwijl je ook nog moet kotsen. Het gros droogde ik op met een handdoekje (ik dacht alles, maar dat bleek de volgende ochtend niet zo te zijn, mijn laptoptas meurde nog dagen en moest een badje krijgen). Ik had het ook nog hartstikke koud, dus rillend en misselijk en moe lag ik in bed. Puf om goed te kijken hoe alles erbij lag had ik niet. Was de volgende dag niet zo lekker wakker worden.

    Ja, die twee momentjes waren tot nu toe wel mijn dieptepuntjes van het tentleven. Maar dieptepunten kun je je meestal niet zo goed herinneren, dus het zijn er vast meer geweest. Ergens is ziek zijn in de tent ook wel weer fijn. Alle spullen liggen meestal binnen handbereik (oké, die medicijnen was echt dom), en als ik echt niet lekker ben maar wel wat wil eten ligt dat meestal ook voor mijn neus. Het is vervelend dat ik ver moet lopen voor water, en ik zou het nog vervelender vinden als het zou gebeuren met drukte. Want druk is het de laatste tijd op de kampeerterreinen waar ik sta! Pasen, meivakantie, hemelvaart, pinksteren. Met Hemelvaart kwam ik op vrijdag aan en waren álle plekken bezet, terwijl er niet eens officiële plekken zijn. Ik ging toen maar op de overgroeide jeu-de-boulesbaan staan, wat een prima plekje was maar waar ik uitkeek op auto’s. Later op de avond bleek dat de muggen het daar ook gezellig vonden, die kwamen overvliegen vanuit het moeras dat achter de camping ligt.

    Die muggen zijn echt extreem. Een medekampeerder zei dat het ook midges zijn, die je ook in Schotland tegenkomt. Kleine steekmugjes die volgens hem ook onder je oogleden gaan zitten en steken. Dat had ik inderdaad ervaren, want ik liep al drie dagen met mijn nerdy brilletje op omdat ik jeukende ogen had. Ik dacht dat het lag aan het al drie maanden dragen van maandlenzen. Maar nu viel het meer op zijn plek.

    Ik leer ook wel weer met die muggen omgaan. ’s Avonds buiten zitten is op dit terrein echter een crime. Het komt denk ik vooral vanwege dat moeras, dus ik heb hoop voor andere terreintjes. Ik kan me ook veel makkelijker verplaatsen met dit warmere weer! Tijdens mijn ovulatie zit ik vol met avonturenzin en afgelopen maand heb ik onder andere een paar dagen in Drenthe gekampeerd, ook op een terrein van de NTKC (de club waar ik lid van ben en op wiens terreinen ik meestal sta). Heerlijk gevoel om mijn tentje weer een paar dagen op een nieuwe plek te zetten en de omgeving te verkennen. Lekker met mijn fiets naar dorpjes en musea, laptop gewoon mee dus ik kan ook gewoon werken. Ik merk wel dat ik dan minder efficiënt ben, routines helpen toch om wat geconcentreerder aan het werk te gaan.

    Nu ga ik over anderhalve week een maand op wandelvakantie in Wales, met zwervervriendin Zora. De weken voordat ik wegga heb ik nog her en der afspraken, moet ik mijn werkzaamheden overdragen, wil ik nog spulletjes kopen en ophalen bij mijn zus uit mijn spullenvoorraad, en was het dus wel weer handig op het terrein dichtbij huis te staan. Waar dus dat moeras zit. De eerste stap in hoE ovErLeEf Ik MUGgeN = lange kleren aan ’s avonds! Want met blote benen werd ik echt gillend gek. De tweede stap = vroeg de tent in! Wat geen straf is, want ik vind vroeg op bed liggen eigenlijk heerlijk. De laatste tijd probeer ik dan ook mijn telefoon in het toiletgebouw in de oplader te laten, wat twee voordelen heeft: mijn telefoon is elke dag vol en ik neem ’s avonds de tijd voor rustige zaken. Ik lees opeens boeken uit, ik ga eerder slapen, en als ik niet vroeg kán slapen dan lig ik gewoon lang te mijmeren en ga ik alsnog eerder slapen dan mét telefoon. Want dan zou ik gescrolld hebben op Instagram enzo, en dat weer moeilijk weten te stoppen.

    Dat lukt nog niet altijd, soms is mijn telefoon ’s avonds nog aardig vol en voelt het zinloos om hem in de lader te leggen. Dat is ook prima, ik ben niet te streng voor mezelf. Maar ik merk wel dat ik me supergoed voel als ik soms bewust mijn telefoon ver weg leg!

    Oja, en die drukte dus. Ik moest er wel even aan wennen. Met Pasen overviel het me opeens en verplaatste ik mijn tent naar een rustig plekje. Nu merk ik dat ik er alweer meer aan gewend ben. Ik heb wat minder privacy, dat wel. Iedereen ziet hoe laat ik opsta en wat ik doe met mijn leven. Maar ik merk ook dat ik dat wat meer los kan laten, omdat ik nu al best wel lang dit tentleven doe. Ik durf de ruimte in te nemen en ik durf mensen te vertellen dat ik in mijn tent woon. Het kost ook tijd, want veel mensen maken een praatje, dat is de cultuur bij NTKC. Dat is heel gezellig eigenlijk, juist als je er lekker de tijd voor neemt. Maar als je helemaal naar de gedver je tent uit komt kruipen omdat je een ochtend menstruatiekrampen hebt overleefd, is het minder prettig. Het lukt me gelukkig steeds beter gesprekken af te kappen die te lang duren ;)

    Op naar Wales!

  • Mijn afgelopen maanden in cijfers

    Mijn afgelopen maanden in cijfers


    🎒 Dit zijn alle spullen die ik de laatste tijd meesjouw! Backpack vol met kleren, is lekker licht en wel een luxe die me plezier geeft. Een cijferlijstje van de afgelopen vier maanden (januari tm april)

    De nachten:
    🌨️ Januari – 9 tent / 22 huis (ouders op vakantie dus mocht op hun huis passen, een welkome afwisseling).
    🌧️ Februari – 24 tent / 4 huis
    🌦️ Maart – 24 tent / 7 huis / 1 doorgehaald want babynichtje werd geboren.
    ⛅ April – 26 tent / 4 huis

    De plekken:
    ⛺ 9 verschillende kampeerterreinen
    🏠 3 verschillende huizen
    🏨 3 verschillende hotels

    De uitgaven (gemiddeld over vier mnd):
    🛌 Overnachten – €600 inclusief het Groene Boekje en lidmaatschap NTKC = gemiddeld €150 per maand.
    🍎 Voeding – €77 aan boodschappen per week, €230 per maand.
    ☕ Horeca – €244 per maand aan koffietjes en lunch tijdens werk of om op te warmen.
    🥾 Kampeerspullen – €920 in totaal aan een nieuwe winterslaapzak, drie paar nieuwe (goeie!) schoenen en wat ander grut, gemiddeld €230 per maand haha. Maar telt niet helemaal want die grote uitgaven gaan hopelijk voorlopig niet meer gebeuren.
    🚂 Vervoer – €351 aan trein en bezine, pfoe! Gemiddeld €88 per maand.
    🎉 Overig – (In totaal) €220 aan tattoo, €250 aan Krav Maga (vechtsport), €100 aan fietsreparaties, €100 aan een festivalticket voor de zomer en €200 voor mijn treinkaartje naar Engeland in juni.

    Gemiddeld dus zo’n €1200 per maand. Ik ben eigenlijk best tevreden over de uitgaven! Dacht dat ik echt ziék veel uitgaf. Is ook wel zo, maar ik vind dat ik het uitgeef aan de goede dingen. Genoeg eten en niet teveel op de prijzen letten was belangrijk afgelopen winter. Net zoals de warmte opzoeken en kunnen werken in de horeca. Leuke dingen: daar wil ik geld voor hebben. En de kampeerspullen waren een investering. Wel zou ik met veel minder willen kunnen, maar ik gun mezelf kleine stapjes!

    🌿 Benieuwd wat je van het bovenstaande overzicht vindt!

    (Reageren kan zonder inloggen als je e-mail niet invult)