• Help!

    Help!

    “Dan ga ik maar een blog schrijven”, dacht ik net. Ik weet namelijk even niet wat ik met mezelf aan moet. De tijd begint te tikken en opeens ben ik bang. Over anderhalve week vertrek ik al en tot nu voelde dat heel normaal. Behalve het mijmeren over mijn specifieke reisplannen (ga ik diehard de fietsroute doen, of ga ik gewoon lekker zwerven met de route als rode draad?) en het nadenken over mijn paklijst was ik ook niet enorm veel bezig met de reis. Misschien ook omdat mijn plannen allemaal nog onduidelijk zijn. Een tijdje had ik in mijn hoofd dat ik na drie maanden máx wel weer terug zou keren zodat ik mijn zus, zwager en nichtje nog even uit kan zwaaien voordat ze in mei emigreren naar Canada. Nu zag ik dat de boot van Schotland naar Nederland in juni nogal duur is en denk ik, tsja, ik kan ook gewoon naar het zuiden fietsen. Ik vlieg vast toch nog wel een keer de oceaan over om ze te zien, dan maken die paar maandjes ook niet meer uit. Maar vandaag treft het me even. Ik ga weg. Ik weet niet voor hoelang, maar ik verlang naar een lánge tijd. Ik wil de wereld in trekken. Shit.

    Uit zelfbescherming heb ik er denk ik heel laconiek naar mezelf over gedaan. “Ach joh, ik ga even naar Schotland, hoe ver is dat nou”. “Ik weet toch nog niet hoelang ik weg ga, voor het zelfde geldt zit ik een week later weer op de bank bij pa en ma”. Daarnaast is mijn leven al hectisch genoeg van zichzelf en is vooruit denken niet altijd mogelijk. “Waar ik überhaupt slaap vanavond ben ik al mee bezig, wat ik dus over twee maanden in Schotland ga doen zie ik dan wel“. Nu zit ik al drie weken in het huis van vrienden in Assen en heb ik werk bijna afgerond. Nog één keer werken en dat is het dan. Nog één keer Arabisch les. Nog één keer Krav Maga. Nog één keer eten met de familie. Nog één keer dansen met vriendinnen. Voorlopig dan, maar geen idee voor hoe lang.

    Gister at ik bij mijn broer, schoonzus en hun twee kleine zoontjes. Die twee kleintjes zijn mijn allerlievelings in de wereld, samen met de dochter van mijn zus. Die een lange tijd niet meer zien doet nog wel het meeste pijn, de rest overleef ik allemaal wel. Maar door die kids overweeg ik: zal ik niet gewoon toch snel weer terugkomen? Terwijl ergens in mij het verlangen broedt om de wereld in te trekken en een lange reis te maken. Ik verlang intens naar avontuur en nieuwe mensen, naar epische verhalen, naar andere talen spreken, naar werken op boerderijen, naar prachtige natuur, naar altijd buiten zijn. Het wonen in een tent in Nederland was leuk, heel leuk, maar niet genoeg. Ik wil vrij zijn. Ik wil muziek maken, de wind in mijn haren voelen, de hele dag bezig zijn met wat ik eet en waar ik slaap. Ik wil bewegen en ik wil me levend voelen.

    Maar ik vind het nu doodeng. Vanmiddag zat ik op mijn laptop in de bieb te werken, althans, mijn reis voor te bereiden. Abonnementen opzeggen, belasting overmaken, fotoalbums van de afgelopen jaren bestellen, reisblogs lezen, mijn paklijst perfectioneren. Om vrijwilligerswerk te mogen doen (waar op een boerderij werken in ruil voor kost en inwoning, zoals Wwoof of Workaway, ook onder valt) heb je in het VK een visum nodig. Toch wil ik dat wel heel graag doen, maar in een visum heb ik geen zin. Op een forum las ik vorige week dat andere mensen al naar Ierland waren uitgeweken. Dat was niet mijn plan dus heb ik toen ik het las genegeerd, maar vandaag dacht ik opeens: waarom niet? Het zit me al de hele tijd dwars dat als ik naar het Noorden van Schotland fiets, het ‘doodloopt’. Ik kan weer terug naar het Zuiden fietsen, een rondje, maar ik kan niet echt verder. Dat vind ik ergens een onprettig gevoel, want dan voelt het echt als een rondje en niet als de wereld intrekken en steeds verder van huis komen. Dus vandaag keek ik naar een fietsroute in Ierland en downloadde ik de GPS tracks daarvan, en importeerde die meteen in de kaartenapp van mijn telefoon. Vanuit Newcastle zou ik dan rechtstreeks naar het westen fietsen, de boot naar Belfast pakken en dan de kust van Ierland helemaal naar het Zuiden volgen. Dan met de boot naar Wales, hup naar Zuid Engeland trappen. Vervolgens op de boot naar Frankrijk en lekker doorkarren naar Spanje. Als ik wil steek ik dan door naar Marokko, lekker Noord-Afrika door, en dan fluitend langs de Nijl afdalen naar het Zuiden waar ik eindig in Malawi. Goed plan?

    Plannen maken is heerlijk, maar het enge is dat ik geen idee heb hoe het gaat zijn. Dus probeer ik steeds als ik afdwaal naar Algerije of Tanzania te bedenken dat ik eerst maar eens Newcastle uit moet fietsen en een plekje voor mijn tent moet vinden die eerste nacht. Of misschien ben ik wel zo doorweekt en boek ik meteen de eerste avond al een herberg. Dan red ik het financieel écht niet tot de evenaar en moet ik sowieso naar huis om wat geld te verdienen. Bovendien betekent zo’n reisplan dat ik echt nevernooit meer naar huis terugkeer en dat trek ik nog het allerslechtste. Dus, als ik Ierland doorkom kan ik altijd nog de trein vanuit Londen naar Rotterdam pakken. Laten we het daar eerst maar eens bij houden (hoewel ik dat toch de saaiere versie vind).

    Vandaag is de laatste dag in het huis waar ik op heb gepast (maar eigenlijk paste het huis meer op mij). Een schoonmaakdag, maar ik heb meer tijd dan taken en dus tijd om te stressen. Daarom ben ik maar gaan schrijven, zodat jullie mee kunnen stressen. De paklijst is bijna compleet en heb ik vandaag nog aangevuld met een korte broek en sandalen, mocht ik onverhoopt toch in de Sahara belanden. Mijn dikke wollen broek stuur ik als het lente wordt wel op naar mijn ouders, maar ik ben er nog niet uit of ik twee truitjes en één merino shirt, of twee merinoshirts en één truitje meeneem. Mijn tuinklompen ben ik gek op, maar zijn misschien niet belangrijk genoeg om mee te nemen. Waxinelichtjes zijn wel prio, voor als ik heimwee en stress heb en me knus en thuis wil voelen in de tent. Oja, en ik heb ook nog een nieuwe tent gekocht. Mijn oude modelletje, mijn favoriete tentje. Ik miste hem, en hij is perfect. Ik heb ‘m al een nachtje uitgeprobeerd op camping Morgenrood en dat was pure blijheid. Dus mijn oude vertrouwde Vangootje, maar dan nieuw, zal weer mijn huisje zijn!

    Nog tien dagen, en dan is het zover. Ben ik er klaar voor? Hell no. Alles moet nog gepakt, ik wil mijn opa en oma nog zien, en eigenlijk heb ik helemaal niet zó goed nagedacht over mijn paklijst. Ik wil nog helemaal geen afscheid nemen van de dingen die me deze winter houvast gaven: familie, werk, de stad. Maar gelukkig heb ik de boot al geboekt en is er geen weg terug. Ik kijk er gewoon naar uit dat ik op die boot zit, of nee, dat ik op de fiets zit. En wegfiets.

    x

  • De laatste stadse weken

    De laatste stadse weken

    Soms heb ik het gevoel dat ik met elk been in een ander leven sta. Met het ene been in het natuurleven in de tent, in het bos, en met het andere been in het stadse leven, met werk, social media en koffietentjes. Mijn keuze om in een tent te gaan wonen heeft me iets meer naar de kant van het natuurbeen laten zakken, waardoor dat andere been wat aan het knellen is. Het liefst neem ik dat andere been ook mee naar de natuurkant, maar het zit daar nog een beetje vast. Als dat natuurbeen dan een beetje moe is, is er alleen dat stadsbeen om op terug te vallen. En daar zit ik nu. Ik ben even teruggevallen op mijn stadsbeen, haha.

    Misschien is het een soort laatste stuip (vast niet, maar ik vind het een leuke vergelijking) om dat stadsbeen nog even helemaal onder te dompelen en te genieten van de plek waar hij staat. Ik heb vorige week mijn tent ingepakt na een derde slapeloze nacht. Niet alleen vanwege de kou, maar ook vanwege de drukte en hectiek in de rest van mijn leven waardoor ik het tentleven afraffelde. En ja, dan is de kou extra heftig en raakt het allemaal een beetje versloft en pauper. Op het terrein waar ik stond mag je tent alleen staan als je er ook slaapt, dus ik besloot om 06:00 dat ik om 07:00 op zou gaan staan en de hele boel in zou pakken en bij mijn ouders zou gaan pitten. Dat was nog best een uitdaging want alles was bevroren, maar de troost was dat ik mijn vader had opgetrommeld om me met de auto te komen halen. Soms moet je gewoon even kiezen voor gemak en gelukkig heb ik die mogelijkheid!

    De dagen ervoor waren ook wel erg fijn eigenlijk. De sneeuw bij de tent, wauw! Allemaal pootafdrukken in de sneeuw die ik nieuwsgierig volgde. Ik deed alsof de pootafdrukken van de kat die het hele terrein toegeëigend bleek te hebben van een marter waren en de hondenpoten zonder voetafdrukken toch gewoon van een wolf, maar de ree en konijnenpoten waren wel eenduidig. Zo prachtig hoe zich opeens een geheime wereld openbaart als het sneeuwt!

    Sneeuw en vrieskou blijkt ook verbindend, want naast een hongerige kat kreeg ik ook een paar avonden mijn vriend de muis op bezoek. Met de kou kookte ik mijn eten meestal in de tent, lekker winddicht en met het petroleumkacheltje naast me (ja, met genoeg ventilatie en valbeveiliging). Het muisje kwam dan steeds onder mijn voortent door om van de avocadoschilletjes te snoepen. Echt schattig en gezellig. Als ik in bed lag rende hij ook wel eens óver mijn binnentent heen, dat vond ik dan wel weer een beetje intens. Maar ach, wel snoepig 🍬.

    Nu ik bij mijn ouders ben kom ik even ultiem tot rust. Ook al heb ik veel afspraken en slaap ik niet eens zo lang als ik normaal in de winter doe, voel ik me echt goed. Ik heb ruimte om iets te doen met mijn creatieve inspiratie (borduren, kaartjes maken, viool spelen) en kan ’s avonds nog lekker uitgebreid chillen. Ik douche elke dag en kan afspraken maken in de avond. Het past even heel goed bij mijn schema nu, omdat het me rust brengt. De tent brengt geen rust, want kost veel werk. Uiteindelijk brengt dat me heel veel mentale rust, maar dan moet ik er niet nog een volle planning naast willen houden. Dus met dat verlangen in mijn achterhoofd, en met de belofte dat dat in de nabije toekomst ook plaats gaat vinden (ik ga 4 maart naar Schotland en stop dan ook met werken) dompel ik me dus even helemaal onder in het gemak van een huis. Voor een paar nachtjes bij mijn ouders, en dan in februari mag ik drie weken op een huis in Assen passen. Echt zo fijn om even alles ‘af te ronden’, lekker met mensen af te spreken, dingetjes op mijn computer te doen en Schotland voor te bereiden!

    Het leuke aan een huis is ook dat ik dan weer anders met de natuur omga. Normaal is het onderdeel van mijn dagelijks ritme en nu moet ik het actief opzoeken. Dat geeft wel weer een aanleiding en mogelijkheid om nieuwe plekken te ontdekken. Ik reed van de week met de auto van mijn ouders naar de Veluwe waar ik al een tijd niet ben geweest, om op een random plek door het bos te struinen. Dit weekend ben ik in Twente te vinden en daarna dus in Drenthe. Ik heb heel erg zin om lekker dagjes te wandelen, nieuwe musea te bekijken, en dan toch ’s avonds lekker in een warm bedje te liggen! Juist weer op een ander niveau avontuur.

    En dan kan ik met frisse moed met fiets en tent de Noordzee oversteken om daar het tentleven weer lekker te omarmen (of niet, dan slaap ik in herbergjes met full Scottish breakfast 🔝).

    Niet zo’n boeiend verhaaltje, maar wel even een update van het nomadenleven!

    xSie

  • Min 8 graden en een beetje beroemd

    Min 8 graden en een beetje beroemd

    Het is half 12 ’s avonds, ik ben net in mijn slaapzak gekropen. Het is min drie graden en ik was nooit zo laat naar bed gegaan als ik mijn petroleumkacheltje niet had gehad. Voor twee tientjes op de kop getikt via Marktplaats, waar hij nieuw zo’n €70 kost. Er gaat petroleum in of paraffine, dat eerste koop je gewoon in literflessen bij de bouwmarkt. Het stinkt een beetje, maar met voldoende ventilatie past hij prima in de voortent en zit ik de hele avond lekker warm op mijn schapenvelletje.

    Ik voelde me kut vandaag. Stond net na de spits op station Utrecht Centraal te wachten op de trein met mijn dikke boskleren aan. Mogelijk was ik daardoor de enige op dat perron die het niét koud had, maar toen ik naar mijn reflectie keek in het treinraampje zag ik een sloeber. Knalrode muts met een rare opdruk, opengeknipt aan de achterkant zodat mijn dreads erdoorheen passen. Dik groen fleecevest met over de logo’s heen op de linkerborst en de rug een stukje stof genaaid. Een wijde wollen broek, als een kabouter. Ik zou de trein pakken, naar de tent, in een donker bos, alleen, terwijl het vriest. Dat voelde even heel eenzaam allemaal.

    Foetsie kacheltje (maar dan van een ander merk)

    In relatie tot de stad voelde ik me een dakloze. Het contrast was zo groot, van de mensen en de warmte naar het alleen-zijn in de kou. Leeftijdsgenoten die met elkaar gaan dineren of in de Stadsschouwburg naar een toffe voorstelling gaan. Stelletjes die hand in hand in de Ekoplaza hun hazelnootmelk in het mandje gooien en bediscussiëren welke soep ze die avond zullen eten. En ik daartussen, me afvragend of ik wel de goede keuzes heb gemaakt in het leven.

    Vorige week stond er een artikel over mij in de krant. Nieuwsgierig als ik was heb ik op allerlei plekken naar de reacties gekeken. De positieve waren fijn. De negatieve blijven hangen, zo werkt dat. Veel waren conclusies gebaseerd op alleen de inleiding, omdat voor de rest van het artikel je een abonnee moest zijn (‘zeker leven van een uitkering’ of ‘puur van de natuur leven kan helemaal niet in Nederland’). Anderen waren gebaseerd op aannames die nergens in het artikel werden genoemd (‘ze heeft gewoon een e-bike’ of ‘ze stinkt vast een uur in de wind’). Maar de pijnlijkste reacties waren van degenen die twijfelden aan mijn kunnen en het me niet gunden te falen. ‘En straks wil ze toch weer het burgelijke leven leiden en moeten wij opdraaien’. ‘Straks gaat het vriezen en staat ze jankend op de stoep bij haar ouders’. ‘Dit hou je nooit lang vol’. ‘Ze voelt zich niet thuis in de maatschappij maar gebruikt wel de faciliteiten’.

    Ben ik blij met het artikel? Ja. Maar de kritische opmerkingen hebben me ook aan het denken gezet. Waarom doe ik dit eigenlijk? Ben ik hypocriet? Kan ik het maken hiermee ‘te koop’ te lopen terwijl er mensen zijn die noodgedwongen in een tent wonen? Mag ik wel zeggen dat ik in een tent woon als ik bij wijze van morgen besluit weer in een huis te trekken? Vind ik het eigenlijk nog wel leuk?

    Ik krijg de drang me extra te bewijzen. Ze wel eens te laten zien dat ik het heus deze koude week ook wel uithoud. Dat ik echt niet zomaar wat heb rondgebazuind voor aandacht. Tegelijkertijd haalt die bewijsdrang alle plezier eraf. Ik wil dit niet doen om me te bewijzen, ik wil dit gewoon doen, om mezelf. Maar het is wel zwaar. En door het te delen met zo’n groot publiek wordt het opeens een publieke aangelegenheid. Iets wat ik doe juist om het publiek en de meningen te ontvluchten, wordt opeens iets waar mensen een mening over hebben. Ik voel me in mijn tent helemaal niet meer in mijn eigen bubbel in de natuur. Ik voel me een maatschappelijk fenomeen.

    Winters wakker worden, dikke condensplek!

    De kern van mijn weg met de tent is niet te laten zien dat ik het allemaal wel beter weet en iets doe wat iedereen zou moeten doen. Het is gewoon een zoektocht naar mijn eigen kunnen en mijn eigen geluk. Dat ik überhaupt de mogelijkheid heb dat een beetje te onderzoeken is een hele geprivilegieerde positie. In die zin snap ik de weerstand die het bij sommige mensen oproept: weer zo’n decadent moppie die een beetje zichzelf gaat zoeken en daar bijzonder over doet, maar als het niet meer leuk is kan ze gewoon weer een luxeleventje leiden. En dat klopt. In die zin is mijn verhaal misschien meer gericht op het clubje welvarende mensen in Nederland. Mensen die zich bezig kunnen houden met zingeving, omdat in hun basisbehoeften al is voorzien. Het is zéker niet bedoeld als verheerlijking van armoede. Ik ben niet arm, laten we wel wezen. Ik heb geld, een universitair diploma, en een goed netwerk. Ik kán dit leven met minimale middelen uitproberen, omdat ik terug kan vallen op faciliteiten en comfort. Ik kan de ontberingen compenseren met lekker eten, de nachten in de tent afwisselen met nachten onder een betaald dak. Ik kan dikke slaapzakken en wollen kleren kopen en liters petroleum als ik me warm wil stoken.

    Dat ik me niet thuis voel in deze maatschappij – een uitspraak die ik doe in het artikel – klopt dan ook niet. Ik bén de maatschappij, ik maak er onderdeel van uit en ik ben er afhankelijk van. Ik wil me er ook helemaal niet compleet van afzonderen. Wel wil ik me afzonderen van het publiek. Mensen zijn allemaal zo druk en het gaat overal om gedragsregels en oordelen, daar wil ik afstand van. Ik wil vrije tijd, alleen zijn en ik wil natuur, en daarom woon ik in een tent. Ik wil spullen hergebruiken zodat ik minder hoef uit te geven en daarmee minder kan werken en kijken tot hoever ik kan gaan.

    Mijn boodschap is niet: ga in een tent wonen, huizen zijn overrated. Mijn boodschap is vooral: het kan allemaal wel wat rustiger aan. Als we eens minder zouden uitgeven, minder waarde zouden hechten aan status, meer zouden hergebruiken, minder op geld gericht zouden zijn, dan zouden we én de aarde een beetje sparen en misschien wel een stuk gelukkiger kunnen zijn. Dat natuur goed voor je is, is een feit, dat rusten goed voor je is ook. En ik probeer te onderzoeken wat ik écht nodig heb. Hoeveel geld? Welke spullen? Welke betrokkenheid in de maatschappij? Ik wil weten waaróm ik mijn tijd aan bepaalde dingen besteed en ik zoek dat uit door bij nul te beginnen.

    Maargoed, ik weet het ook allemaal niet. Ik doe ook maar wat.

    Wollen kleding uithangen als ik bij collega’s thuis werk

    Het is fijn dit op te schrijven. Daardoor zie ik zelf ook weer in dat dit mag falen. Dit mag falen, ookal heb ik het halve land verteld dat ik in een tent woon. Dat maakt me weer iets rustiger. Dat, en het besef dat ik voorlopig weer even geen publiciteit wil. Dat ik weer wil genieten van de natuur en niet wil nadenken over wat mensen van me vinden (toch schrijf ik deze blog, dat vind ik dan wel weer leuk haha).

    Nu eens kijken of deze slaapzak me ook bij -8 warm houdt. Ik hoop ‘t, en anders stook ik die hele kachel vannacht nog leeg ;) (ik doe ‘m uit als ik ga slapen, geen zorgen). Xx Simone

    Onderbroek drogen bij en chocolademelk maken op de kachel, handig!
  • Driemaal is scheepsrecht

    Driemaal is scheepsrecht

    Precies een maand later sinds mijn vorige blog, en nog altijd even regenachtig. Na de hele maand november op echt een camping-camping te hebben gestaan voor een fiks bedrag (€100 per week), verlangde ik echt naar het natuurterreintje waar ik vaak sta. In de winter heb je daar alleen koud water en een wintertoilet als faciliteit. Dat is wel even andere koek dan een verwarmd toiletgebouw, maar eigenlijk was ik er ook wel klaar voor. Ik had vooral veel zin echt weer in het bos te staan. Op de camping-camping stond ik op een vierkant grasveld met allemaal zandplekken voor caravans. De enige andere mensen die er waren waren ook met caravans en zaten vooral binnen. Grappig genoeg stond er ook een oud studiegenoot van me, dat was heel gezellig! Maar de sfeer was niet zo passend bij mijn tentje. Ik voelde me er een beetje nietig en blootgesteld.

    1. Het jammere is dat ik vanaf Soest – waar mijn ouders wonen en waar ik vaak even mijn tent droog en blijf slapen tussen avonturen in – altijd een berg over moet naar dat vertrouwde terreintje van me. Misschien ben ik lui, maar daar kijk ik altijd zó tegenop. Terwijl, als ik gewoon lekker sloom fiets en er de tijd voor neem is het een prachtige tocht door bijna alleen maar bos. Maar die bérg. Met karretje echt best wel ploeteren! Toen ik begin december arriveerde op het terrein heb ik een prachtig kampje gebouwd en die week braken ook de eerste vriesnachten aan. Ik had er zin in, zin om weer te ontdekken hoe dat gaat.

    Boskampje, heerlijk!

    En het ging een stuk gemakkelijker dan vorig jaar. Ik wist precies welke kleren handig waren, hoeveel lagen slaapzak, hoe laat ik naar bed moet, enzovoorts. Ik kwam erachter dat ik ’s avonds vaak met een knorrende maag in bed lag en dat dat niet bevorderlijk was voor mijn warmteproductie, dus de nachten dat het vroor begin december at ik ook laat mijn avondmaaltje. En ik maakte lekker vuur voor mezelf, ook al was er niemand anders. Dat deed ik vorig jaar ook niet, vond ik zonde van het hout (en teveel moeite, oké). Nu werd het echt onderdeel van mijn middag- en avondroutine, en een enkele keer zelfs van mijn ochtendroutine.

    Na vijf dagen pakte ik alles alweer in terwijl het vroor. Oftewel: alles zeiknat. De polyester tent vond ik nogal spannend bij de kou, omdat het tentdoek echt hard werd en ik bang was het kapot te trekken. Met oprollen was ik ook bang (dat het brak ofzo?), maar het ging heel goed. Alleen: mijn karretje was wel tien keer zwaarder met al die natte spullen. Ik sliep een paar nachtjes bij mijn zus (weer die berg over) wat heel lekker chill was voor de afwisseling. Fijn aan huizen vind ik dat ik geen plek hoef te zoeken om te werken en ook ’s avonds nog even lekker wat uurtjes kan maken. Zoals ik in deze blog al vertelde ga ik stoppen met werk, onder andere omdat het echt best lastig te combineren is met dat buitenleven. Dat merk ik dan weer als ik in een huis zit (hoe makkelijk het me dan af gaat). Maarja, ik wil de tent. Dus die wint.

    2. Daarna ging ik weer terug naar hetzelfde terrein. Weer de berg over ;). Weer een heerlijk kampje gebouwd. Maar, die week zat het me niet zo lekker. Werk was druk en tentleven intens met veel regen en alleen op het terrein staan. Ik voelde me angstig en niet zo chill. Ik ging naar kamers kijken op marktplaats en overwoog even om een kamer te huren die de helft van de week beschikbaar was. Maar toen ik goed nadacht wist ik: nee, dit is het niet. Ik moet nu niet de ene vastigheid (werk) weer vervangen door een andere (kamer). Ik wil juist even uitproberen hoe het is om hélemaal vrij te zijn (maar ook beperkt door minder geld).

    Gelukkig had ik een leuk weekend met moeders voor de boeg. Een lang weekend in een Nivonhuis slapen, gecombineerd met twee wandeldagen en een cursusdag (mand vlechten van wilgenbast). Dus na een week pakte ik mijn tent wéér in, fietste ik wéér die berg over (maar deels zonder spullen, want die kwam mijn moeder oppikken met de auto) en maakte ik me klaar voor wederom een paar nachtjes in een bed.

    Dat was fijn, maar ik merk ook dat ik buiten dan mis. Binnen is de lucht vaak droog en daar krijg ik ’s avonds in bed last van. En ik word ’s ochtends zo warm wakker dat het niet lekker meer is. Het hielp ook niet dat iedereen in het Nivonhuis de verwarming op 5 zette, het was echt stikken daar haha. Voordat we gingen wandelen had ik géén idee wat ik qua kleren aan moest en dat vond ik erg verwarrend. Als ik buiten ben, kleed ik me op de temperatuur. Maar als je binnen bent ga je al gauw of underdressed omdat je het binnen warm hebt, of overdressed omdat je denkt dat het buiten veel kouder is dan het daadwerkelijk is.

    Dat weekend zat ik veel te mijmeren over hoe ik het daarná weer aan zou pakken. Ik was de tent echt een beetje zat, wat moest er anders? Want ik had wel nog steeds zin in buiten zijn. Ik dacht misschien dat meer spullen een oplossing zou zijn. Het wat gezelliger maken. Sowieso had ik voor het lichtgewicht geen vermaak bij me de afgelopen weken en ging daarom veel op mijn telefoon. Dat is eigenlijk steeds een soort dissociatie waardoor ik niet echt met mijn aandacht bij het buiten-zijn was. Dus boeken zouden mee, mijn schrijfschrift die ik al lang niet had gebruikt, een breiwerk, en een puzzelboekje. Vooral dat laatste had ik opeens veel zin in! Lekker tijdverdrijf, maar ook laagdrempeliger dan een boek lezen bijvoorbeeld.

    Toen dacht ik: misschien moet ik mijn katoenen tipi er maar weer eens bijpakken. Dus die uit de opslag gesleept en bij mijn ouders neergezet. Later dacht ik juist: nee, ik wil nóg simpeler en ik ga alleen onder de tarp slapen (iets wat ik al lang wil proberen). Die tarp was sowieso erg fijn de afgelopen weken, omdat het me echt een plekje gaf om onder te leven bij regenachtige dagen. Het is echt een must-item geworden voor me. En uiteindelijk concludeerde ik dat de spullen die ik al bij me had eigenlijk perfect zijn, en wel wat extra vermaak mee gaat. Maar dat het ook vooral mijn mindset was die het de afgelopen weken wat zwaarder maakte. Ik had alleen écht geen zin om weer die berg over te fietsen, dus mijn moeder lief aangekeken en die heeft me gebracht. Dat hielp wel een stuk voor de motivatie!

    3. Dus nu staat mijn kampje weer, voor maar vier nachten weliswaar. Want daarna ga ik weer naar een Nivonhuis. Dat had ik al in oktober ofzo geboekt, dat ik met de Kerst lekker in een bed zou slapen. Dichtbij huis dit keer, superfijn! Veel zin in, daarna weer naar mijn bosterreintje. Maar wie weet, misschien bedenk ik spontaan wel weer een nieuw wild plan. Als ik iéts over mezelf leer in dit leven is dat niks vooruit te plannen valt. Per dag bekijken, en dat is ook hoe ik het het liefste wil.

    Liefs en fijne feestdagen!

    Simone

    Prive kerstboom in de vorm van een Hulst (met rode besjes, maar niet goed zichtbaar op foto)
  • Welke spullen heb ik bij me?

    Welke spullen heb ik bij me?

    Vanuit mijn fantastische opslagbox stel ik steeds weer mijn benodigdheden samen die toepasselijk zijn voor het moment. In de zomer heb ik namelijk een hele andere uitrusting nodig dan in de winter en als ik langer op één plek sta vind ik gezelligheid belangrijk, terwijl als ik onderweg ben lichtgewicht juist uitmaakt. Ik neem jullie graag mee in mijn standaard uitrusting deze herfst!

    Ik vervoer alles op de fiets. Ik heb een karretje van mijn ouders geleend waar lekker veel in past en nu had ik twee fietstassen achterop (in de zomer heb ik ook twee voortassen en gebruik ik het karretje niet). Helaas zijn mijn achtertassen laatst gestolen, maar wederom waren mijn ouders de redding: die hadden er nog twee liggen.

    Huis

    Die tarp heb ik een haat-liefde verhouding mee. Het is in dit regenweer écht nodig om iets van een schuurtje te hebben. Daar kan mijn fiets onder staan, mijn karretje, mijn zakken hout. Mijn regenjas kan er drogen en bovenal: ik kan er rechtop zitten als het regent. Alleen hij is best groot en als je hem niet strak genoeg spant waaien zo alle haringen eruit. Gelukkig heb ik nu een opstelling zonder haring en met alleen touwtjes aan bomen. Nu hangt hij al een week superstabiel en daar ben ik zo blij mee! Ik had ook een kleinere tarp kunnen kopen, maar ik wil ooit ook graag onder een tarp slapen (durf nog niet). En daar is deze dan weer geschikt voor.

    Mijn hoofdlamp is heel belangrijk, omdat het al erg vroeg donker wordt. Ik ga niet om 17u al op bed liggen, maar ook gewoon lekker koken, mijn boek lezen, een rondje lopen. Daarvoor heb ik licht nodig (behalve voor dat laatste dan). Deze is oplaadbaar en dat vind ik wel prettig. Soms heb ik hem echter de hele avond aan als achtergrondlicht, en moet ik wel erg vaak opladen.

    Ik miste daarbij een sfeerlichtje. Het tentleven is vrij kil door alle polyester materialen en het kunstmatige licht versterkt dat effect. Nu heb ik bij Kathmandu echt mijn droomlantaarntje gevonden. Een olielamp kan lekken en dan moet je weer olie meenemen. Een kaars waait zo uit en kan niet open in de tent. Een elektrische lantaarn is weer ongezellig. Maar in dit lantaartje doe je een kaars en dan schuif je de glazen zijkant weer omhoog. Zo is hij stormbestendig en redelijk veilig als ik hem ophang! Dit doe ik alleen in de voortent trouwens, want alles is licht ontvlambaar bij mij haha. Het is zooo gezellig met dit kaarslicht!

    Slaapsysteem

    Slapen is de kern van het buitenleven. Mijn minimum voorwaarde voor deze avontuurlijke lifestyle is dat ik het warm heb ’s nachts en goed slaap. Soms heb ik daardoor wat overbodige dingen mee, omdat je nooit precies weet wat het weer gaat doen. In de herfst en winter kan de temperatuur de ene nacht onder het vriespunt liggen en de volgende nacht 12 C zijn! Dit heb ik mee (vanaf de grond):

    De afgelopen weken was het tussen de 2 en 12 graden ’s nachts en heb ik met verschillende constructies gespeeld. Eerst had ik het isolatiematje met het zilver naar boven liggen, maar ik vond de grond wel erg koud aanvoelen. Sommige mensen zeggen dat je het zilver onderop moet doen, zodat het de kou terugkaatst. Ik redeneerde dat het met de zilveren kant boven mijn lichaamswarmte zou behouden, maar ik voelde toch best veel kou er doorheen komen. Nu heb ik hem dubbelgevouwen: een zilveren kant boven en een zilveren kant onder. Dus heb ik beide effecten! Mijn schapenvel heb ik óp mijn matje, dan profiteer ik er denk ik het meeste van. Die is overigens multifunctioneel, want gebruik ik ook op mijn kampeerstoel voor een warme bips!

    Qua slaapzak heb ik verschillende dingen geprobeerd. De mummievorm van de slaapzak en de donzen vulling maken dat je echt een warm holletje kunt creëren. Alleen: je ligt wel erg strak en dichtgeknoopt. De condens ’s ochtends maakt het oppervlak van de slaapzak erg vochtig, dus het leek me handig daar de ruime fleecezak overheen te doen. Andersom werkt echter ook fijn: in de fleecezak heb ik veel meer bewegingsruimte en het voelt lekker zacht aan. Mijn slaapzak leg ik daar opengeritst als deken overheen op warmere nachten, en op koudere nachten rits ik hem dicht (of doe ik een muts op). Eigenlijk doe ik het elke avond weer anders.

    De thermo lakenzak gebruik ik denk ik pas als het gaat vriezen. Dan kruip ik met de redelijk dunne maar warme thermo lakenzak in de mummieslaapzak, en doe ik de fleece zak om het geheel. De kruik is fijn, omdat de gulden slaapzakregel is: een slaapzak maakt je niet warm, maar behoudt jouw lichaamswarmte. Ik ga vrijwel altijd koud mijn bed in, daar is bijna geen ontkomen aan. Een kruik voegt dan extra warmte toe die behouden kan worden, heerlijk. Als ik dat niet doe kan het soms wel twee uur duren voordat ik genoeg warmte heb geproduceerd voor een warm bedje (in die tijd kijk ik gewoon een serietje op Netflix, maar dat zijn wel de brakkere nachten haha).

    Ik ben ook van plan deze bivvy bag te kopen. Dat is een waterdichte hoes voor om je slaapzak. Dat is fijn als je écht écht buiten gaat slapen (zonder een tent, of onder een tarp) maar misschien ook wel fijn voor de erg koude nachten. Belangrijk is dat het wel ademt, anders blijft je zweet in je slaapsysteem hangen en koel je alsnog erg af (of zweet je je kapot en dat is heel a-relaxt).

    De wollen deken is een beetje extra. Deze ligt op de grond van mijn tent, dat zit wat lekkerder. Eventueel kan ik hem over me heen trekken als ik het te koud heb, of buiten als dekentje gebruiken. Wat ik er vooral fijn aan vind is dat ik met lekker weer er heerlijk op in het gras kan liggen! Is de afgelopen weken nog niet gebeurd, haha.

    Keuken
    • Eenpersoonspannetje Decathlon (ik gebruik alleen de pan met deksel)
    • Gasbrander + butaan/propaangas 450 gram
    • Lepel en inklapmes van de kringloopwinkel
    • Vierkant opbergbakje plastic
    • Sneldrogende handdoek
    • Snijplankje
    • Afwasbak
    • Opbergkist voor eten (tegen dieren)
    • Drie blikjes: één met koffie, één met suiker-/honingzakjes, één met theezakjes
    • Koffie opzetfilter 1×2 met twee openingen (druppelt langzamer)
    • Metalen mok 200ml
    • Thermosfles 400ml (heb ik al zes jaar, water blijft gloeiend heet en lekt nooit)
    • Vuurkorfje te leen van vriendin

    Vorig jaar gebruikte ik een benzinebrander, maar die moet je altijd voorverwarmen. Even snel een kopje thee zetten zit er dan niet in en dat weerhield mij er ook echt van te koken of een warm drankje te maken. Nu gebruik ik gewoon een gas-systeem tot het te koud wordt, dan krijg je gas niet meer aan. Het is wel de duurste variant van koken, maar ook het gemakkelijkst, behalve dat het soms een hele queeste is om een gasflesje te vinden. Alternatief zou ook nog de Trangia set zijn die op spiritus brandt, of een hobo stove op kleine houtjes. Bijvoorbeeld bij de Kelly Kettle, die ik binnenkort mag lenen van een vriend om uit te proberen! Er zijn nog wel meer systemen, maar dit zijn degenen die ik overweeg. Koken op de vuurkorf is nog leuker natuurlijk en dat heb ik de afgelopen weken ook regelmatig gedaan.

    Het pannetje vind ik erg fijn, omdat het een steel heeft. Deze is ook inklapbaar, dus handig in de tas. Ik heb ook een billycan (ik geloof 1.4L) in de opslag, die gebruikte ik vorig jaar. Perfect voor op het kampvuur, maar minder handig voor alledaags koken door het ontbreken van een handvat. Ook is deze redelijk smal dus minder efficiënt op een brandertje.

    Bord heb ik niet nodig, maar een extra bakje is altijd wel fijn. Als ik meerdere dingen apart van elkaar moet koken voor een gerecht kan het daar even in, en als ik teveel heb gemaakt kan ik het bewaren. Ook open zakjes en pakjes kunnen daar in. Grappig genoeg mis ik een vork nooit, een snijplank bleek echter onmisbaar. Ik vind het heel fijn om niet alles vanuit mijn hand te hoeven snijden, haha.

    Met mijn koffiesysteem ben ik erg tevreden. Ik heb van alles uitgeprobeerd, een mokkapot, oploskoffie, laten bezinken. Maar filterkoffie is heel toegankelijk en kan moeilijk mislukken. Misschien koop of maak ik ooit nog een herbruikbaar filter, want mijne gaan er nu erg snel doorheen.

    Kleding

    Mijn lievelings onderwerp! In de vochtige en koude maanden geldt: cotton kills. Dat zal met 9 graden niet zo zijn, maar met verre vriestemperaturen wil je katoen zéker vermijden. Het houdt vocht vast en daardoor koel je af. Dat voel je ook als je katoen aan hebt en het is koud, de stof voelt echt koud aan. Daarom zweer ik bij (merino)wol en fleece. De voordelen van wol zijn: natuurlijk materiaal, isolerend (ook als het nat is), esthetisch. De nadelen zijn dat het langzaam droogt en wat zwaarder is om mee te nemen. Fleece is daarentegen licht en droogt snel, maar isoleert niet als het nat is en ik vind het minder prettig spul. Een combinatie van alles werkt het beste! Ik vind het ook leuk om er kneuterig uit te zien, dus esthetiek maakt voor mij wel uit. Maar ook duurzaamheid: veel wat ik heb is van de kringloop of van familie geweest. Sommige dingen koop ik natuurlijk wel nieuw.

    • Overdag draag ik: Een sportbh, onderbroek, wollen hemdje, katoenen pyjamabroek (kan nu nog wel overdag en zit lekker zacht), wollen broek, merinowollen truitje, merinowollen spencer, fleecevest, fleece oorwarmer, wollen polswarmers, wollen sokken, wandelschoenen of snowboots tegen de regen
    • ’s Nachts draag ik: een polyester joggingbroek, wollen sokken, zelfde wollen hemdje, dat zelfde merinowollen truitje, soms ook de wollen spencer, soms ook de fleecehoofdband
    • Extra ter afwisseling overdag of ’s nachts: merino thermolegging en merino thermoshirt, nog een wollen truitje, extra wollen sokken (in totaal 4 paar), extra ondergoed (in totaal 7 stuks)
    • Bij regen of kou: een kashmere wollen mantel (nog nauwelijks gedragen, misschien als het gaat vriezen), regenjas, regenbroek, acryl sjaal, acryl beenwarmers
    • Bij de tent: tuinklompen

    Mijn regenjas is een oud ding van mijn oma geweest en helpt eigenlijk nul tegen regen. Ik wil graag een nieuwe en goede, maar vind het heel lastig omdat ze zo duur zijn. Ik ga dus nog wat researchen, want het is wel een heel belangrijk kledingstuk voor dit leven! Tips zijn welkom :)

    Toilettas

    Ik zweer bij waterdoekjes. Dat is mijn nummer 3 toilettas-prioriteit, nummer 1 is namelijk lenzenspul, en nummer 2 tandpasta en tandenborstel. Waterdoekjes gebruik ik ’s nachts als ik in de bosjes plas, ’s ochtends om mijn gezicht op te frissen, en aangezien ik niet heel veel douche ook om dagelijks alles van onder schoon te houden. Soms heb ik zweetvoeten en dat ligt niet lekker in bed, daar gebruik ik dan ook de doekjes voor.

    Verder heb ik allerlei toilet-meuk. Medicijnen voor menstruatiepijn, ehbo, oorbellen, etherische olie, haarelastieken, haarklippen, nagelknippertje, bril, en oja qua zeep heb ik Aleppozeep. Dat was een tip van een vriendin. Lekker zo’n basiszeep die én heerlijk ruikt en overal op toegepast kan worden: wasjes, haar wassen, lichaam wassen en de afwas!

    Hobby

    Jaaaaaaaaaaaaaaaaa boeken! Ik vermaak me met boeken van de bieb en heb soms nog eigen boeken bij me als naslagwerk. Zo sjouw ik nu met het Hemelboek (over het weer) en een vogelboekje. Een andere keer heb ik het bushcraftboek bij me of wildplukboek. Ik lees verder graag jeugdboeken van de bieb, op reis lees ik die op mijn e-reader. Verder:

    • Een schrift voor mijn Arabisch lessen en de cursus wintervogels die ik doe
    • Een agenda om bij te houden waar ik elke nacht slaap en sinds kort houd ik daar ook weergegevens in bij (temperatuur, windrichting, luchtdruk etc)
    • Een etui met naaispullen en haaknaalden etc
    • Een tin whistle. Helaas durf ik op deze camping geen muziek te maken, heb daar zoveel zin in! Het liefst zou ik mijn altviool meesjouwen haha. Ik speel graag Ierse melodieën.
    • Gedroogde leliebladeren heb ik nu ook bij me. Die lagen in de opslag te drogen en vlecht ik nu af en toe wat van. Ik vind het leuk daarmee te oefenen.
    • Laptop. Die laat ik het liefst op kantoor liggen, maar ik werk soms op verschillende plekken. Dus soms neem ik hem ook weer mee naar de tent.
    Een jaar geleden: op deze camping durfde ik wél te fluiten hahaha (maar ook niet veel)

    Dat was het wel! Alhoewel het steeds weer verandert wat ik precies meeneem natuurlijk.

    Superleuk dat je hebt meegelezen! Ik ben benieuwd wat jouw slaapsysteem is in de winter in een tent? En of je nieuwe inspiratie hebt opgedaan in deze blog of misschien wel tips hebt voor mij (bijvoorbeeld qua regenjas)? Ik hoor het graag!

    Liefs,

    Simone

  • Zo verschrikkelijk saai

    Zo verschrikkelijk saai

    Het nadeel aan je vervelen is niet dat je niks te doen hebt, maar dat je plots motivatie verliest voor alles in het heden en in de toekomst. Je krijgt een soort onverschillige blik op het leven. Ik, althans. Misschien is het de zee van tijd waardoor niets urgent lijkt en er nergens druk achter zit. Ik kan alles doen en daardoor doe ik niks. Apárt.

    Aan de andere kant, zoveel kan ik nu niet doen. Dat is juist het probleem. In de zomer verveel ik me ook wel eens, maar de oplossing is dan altijd een rondje door het bos wandelen. Nu is het donker en het regent. Het is de hele maand al donker en het regent al weken. Zo voelt het, althans.

    Toen ik nog een boek had dat niet uit was

    Ik probeer het meta te zien. De grootste uitdaging van het tentleven zijn juist dit soort worstelingen. Het niets kunnen doen en het grote contrast daarin met het leven van leeftijdsgenoten. In plaats van dealen met stress moet ik dealen met verveling. Ik weet niet welke erger is, maar tegen het laatste kan ik beter dan tegen haast, druk en continue hartkloppingen.

    Verveling is ook een kans. Een ruimte om dingen te doen of te bedenken die diep van binnen borrelen. Opeens maak ik uit wanhoop tijd voor een boek, voor een armbandje maken van gedroogde bladeren, voor koken op kampvuur (als het niet regent dan). Maar nu zijn mijn opties op. Op-ties. Ik heb al gedoucht en dat heel lang gerekt. Mijn boek is uit. Ik heb al mijn appjes beantwoord.

    Pessimisme alert 😂

    En morgen begint hetzelfde riedeltje van voor af aan. Wakker worden op dezelfde camping; op dezelfde manier koffie zetten; naar dezelfde bushalte om achter dezelfde laptop te gaan werken in dezelfde stad als waar ik als baby al kwam. Niet zo gek dat ik uitvluchten bedenk in mijn hoofd. Opeens wil ik een vriendje (ik lijk wel gek) en bedenk ik het ene na het andere gestoorde plan voor mijn leven post-werk (post als in ‘na’, niet als in brievenpost).

    Ook daarin lijkt niets goed genoeg. Naar het Midden-Oosten om Arabisch te leren: saai. Fietsen door Schotland: saai én eenzaam. Mijn zus opzoeken die dan in Canada zit: kan. Werken op een boerderij is Nederland: hm. Of ik mezelf té vrij heb gemaakt, of dat dit een onvermijdelijke reactie is op een leven in de natuur waar ik doorheen moet, ik weet het niet.

    Misschien is dit een fractie van wat mensen voelen als ze wetenschappelijk werk moeten doen op de Noordpool, in de winter, waarin het dan de hele dag donker blijft. Ik weet niet waarom ik daar aan denk, maar de vergelijking dient zich aan in mijn hoofd. Mensen die het achteraf een prachtige verstillende ervaring vonden, maar die niet makkelijk was. Dat ze het prachtig vonden verzin ik er even bij, maar dat lijkt me wel.

    Nachtelijke verhuizing voor een luwere plek

    Het leven in de tent is niet makkelijk. Ik denk dan aan kou, aan nattigheid, aan spierballen nodig hebben. De grootste uitdaging is misschien wel het mentale proces. Ik moet hiermee leren omgaan – of beter – ik wíl hiermee leren omgaan. Vanochtend zag ik weer heel duidelijk voor me waarom ik dit doe. Het is een oefening, een geleidelijke opbouw naar iets groters. Plassen regenwater in de voortent, eenzaamheid, verveling, existentiële vragen, koude nachten, ik wil ze aankunnen. Ik weet niet precies waarom, maar ik wil het*.

    Shit, nu ben ik ook alweer klaar met schrijven. Gelukkig is het tien uur, tijd om te gaan slapen.

    Liefs! Si

    * Waarom is me een raadsel

    * Niet dat ik die motivatie nu zo sterk voel met dat allesoverheersende vervelingsgevoel

    * Betekent nog niet dat het leuk is

  • Werkloos zwerven

    Werkloos zwerven

    Het duurt nog even voordat het nieuwe jaar begint, maar toch denk ik al veel na over mijn plannen voor 2024. Er gaat namelijk een grote verandering plaatsvinden: ik ga stoppen met mijn online baan! Ik werk nu twaalf uur in de week, verspreid over 3 á 4 dagen. Daarvoor moet ik altijd mijn laptop bij me hebben en ben ik afhankelijk van plekken waar wifi is en genoeg stilte om af en toe te kunnen beeldbellen. De tent is daar niet de plek voor, al is het alleen omdat ik geen onbeperkt internet op mijn telefoon heb, haha. Vanaf half januari ga ik al uren minderen en in maart stop ik er definitief mee. WAAAH!

    Digital nomad
    Zoals je misschien weet werk ik inmiddels twee jaar voor mijn zus. Zij is vroedvrouw en heeft een online kennisbank opgericht met allerlei verloskundige informatie. Ik bouw mee aan de website, doe de klantenservice, de social media, financiën, en allerlei losse klussen. Hiervóór werkte ik als woonbegeleider in de psychiatrie. Dat was ik zó zat – had veel impact op hoe ik me voelde en hoe ik de wereld om me heen zag – dat ik daarmee stopte zonder een alternatief te hebben. Als ik het ergens echt niet naar mijn zin heb, kán ik gewoon niet meer. Een paar weken later werd het platform dat mijn zus oprichtte opeens een groot succes en had ze een helpende hand nodig.

    Het is een fantastische functie, want stel je eens voor wat een vrijheid ik heb! Precies de vrijheid die het mogelijk maakte om in een tent te gaan wonen. Naast dat het mijn zus is en ze mijn kwaliteiten en valkuilen kent en daarin veel mee wil denken, hoef ik voor eenzelfde salaris veel minder uren te werken en kan ik zelf bedenken wanneer. Een koude ochtend en écht vuur nodig? Dan een paar uur later beginnen. Dikke menstruatiepijn? Dan ga ik morgen werken in plaats van vandaag. Behoefte aan een nieuwe plek? Ik neem gewoon mijn laptop mee en kan door met werken. Ik denk dat veel mensen jaloers zouden zijn op zoveel vrijheid en ik geniet er ook extreem van.

    Nu merk ik dat het online werken toch gaat wringen met mijn tentleven. Ik word erdoor gedwongen toch in zekere mate betrokken te blijven bij ‘de stad’ (mijn metafoor voor het stadse, maatschappelijke leven). Ik moet in caféetjes zitten, daar weer geld uitgeven, dan zie ik weer allemaal mensen om me heen en wil ik weer van alles met mijn leven, kortom: ik word er onrustig van. Ik vind het werken niet erg, het geeft me zelfs een fijn en productief gevoel. Maar het hele leven eromheen botst met mijn dagen in de natuur, en de filosofie erachter. Het dwingt me in de buurt te zijn van openbaar vervoer, faciliteiten, verkeer, en ook van het kantoor dat we sinds kort hebben (want fysiek samenwerken werkt altijd honderd keer beter dan online). En natuurlijk: ik zit achter de computer. Misschien ben ik gevoeliger geworden, maar een paar uur scherm en ik ben kapot. Ik wil het gewoon niet meer.

    Piekeren
    Een tijdje voelde ik heel sterk: ik wil nog meer back to basics. Ik wil het ultieme natuurleven leiden, uiteindelijk. Ik wil trekken van plek naar plek, elke dag bezig zijn met welke maaltijd ik eet en hoe en waar ik slaap. Ik wil het met minimale middelen kunnen redden en creatieve oplossingen moeten verzinnen voor om in mijn basisbehoeften te voorzien. Uiteindelijk wil ik een simpel leven leiden met alledaags geluk en verbondenheid met de natuur. Ik wil elke dag kunnen genieten van de zon, de wind, de regen, de kou, de hitte, de dieren, de geluiden, de bladeren.

    Regentafereeltje

    Maar de laatste tijd ga ik daaraan twijfelen. Het voelt als een ver weg verlangen, een wat overgeromantiseerd idee van wat ik wil met mijn leven. Nu ik op een camping sta dichtbij mijn oude leven, dichtbij de stad, dichtbij vrienden en familie, begin ik te denken dat dit leven misschien ook wel fijn is. En ga ik weer piekeren over welke cursussen ik allemaal weer wil doen, hoe ik succesvol kan worden in deze maatschappij, en dat ik toch niet zo’n zin heb om het allemaal zo anders te doen dan de rest. Maar ergens wringt het. Langzaamaan begin ik me te realiseren dat het lastig is om te zien wat je nodig hebt als je middenin het probleem zit.

    De omgeving waarin we zitten is van meer invloed op wie we zijn dan we misschien denken. Ik zag laatst een filmpje van Miriam Lancewood waarin ze zei:

    They say you are what you eat. But I also want to add: you are what you are surrounded by. And the more time you spend out here in the Himalayas like where I am right now, the more you become like that. You become a particle of that. The purity, the clarity. And even eternity, because these mountains are so old. And consequently, the more time you spend in the city, you become a particle of that. Of that short lasting energy, the frenzy, the pollution, the noise and all that. The question is, is that what you want?

    Als ik in de stad ben, wil ik dingen doen, dingen bereiken, dingen consumeren. Als ik in de natuur ben walg ik daarvan en verlang ik naar een meer natuurleven. Maar zodra ik weer in stadse omgeving ben dringt die hectiek en doelgerichtheid zich aan me op en juist doordat ik erin zit, is het moeilijk te beseffen wat er gebeurt.

    Koken op vuur

    Alles naar de stort
    Deze dagen helpen we mijn zus te verhuizen (of eigenlijk, ik pas op de baby en de rest verhuist, ghehe) en vandaag zijn mijn vader, broer en zwager twee keer met een busje vol naar de stort gereden. Een deel van die spullen was ook van mij (ik heb op die plek samen met mijn zus gewoond) en het afgelopen jaar heb ik natuurlijk ook al veel naar de stort gebracht. Eerst toen ik naar de tent verhuisde, en later toen ik al mijn spullen die nog bij mijn ouders en zus lagen naar de opslag verhuisde. Zo – veel – spullen. En tuurlijk, je kunt het niet allemaal bewaren. Maar de vraag die in mij oprijst is dan: waarom kopen we het allemaal? Waarom heb ik in mijn korte leventje al zó belachelijk veel geconsumeerd?

    Ik twijfel wel eens aan mijn keuze voor de tent. Zoals de afgelopen weken met heel veel regen, storm en de verleiding van huizen van mijn familie en vrienden in de buurt. Maar zo’n verhuizing zet me weer op scherp. Ik wil loskomen van de norm die we in onze maatschappij hebben gecreëerd. Ik wil bewijzen dat we het niet allemaal nodig hebben. Sterker nog, ik denk dat het goed zou zijn (voor zowel aarde als mentale gezondheid) als we veel meer waarde hechten aan de spullen die we wel hebben. Schaarste helpt daarbij, als je maar een paar spullen hebt en niet de middelen om ze te vervangen, ga je er veel voorzichtiger mee om. En er moeite voor moeten doen helpt ook bij een sterkere relatie met je spullen. Als je iets zelf hebt gemaakt en daar veel tijd en energie in hebt gestoken, is het veel meer waard voor je.

    Mandjes vlechten van gedroogd lelieblad

    Ik heb één lepel. Eén mes. Eén pan (ik heb er drie in totaal, maar één bij me). Ik heb twee setjes kleren mee. Drie paar oorbellen. Een sportbh die ik al drie keer gerepareerd heb. En ik heb alles wat ik nodig heb om de dag gelukkig door te komen (met natuurlijk wel wat meer spullen dan hier genoemd).

    Een volgende stap
    Zolang ik veel geld heb, ga ik geen moeite doen om in mijn behoeften te voorzien. Ik koop gesneden groenten in plastic zakjes en nieuwe spullen als ik denk dat het nog beter of mooier kan. De weg van de minste weerstand, daar zijn we als mensen op gebouwd. Maar als ik een laag inkomen heb en veel moeite moet doen voor een beetje geld heb ik dus ook veel tijd heb om spullen zelf te maken of te repareren. Ik zou me sterk en capabel en onafhankelijk voelen. Ik zou in nog meer in het nu leven, me focussen op wat er écht toe doet. En dat niet alleen, ik heb het idee dat ik een levensstijl heb waarmee de aarde in stand gehouden kan worden, ook als iedereen mijn leven zou leiden.

    Mijn plan voor volgend jaar is dus om nog een stap verder dit leven in en met de natuur te ontdekken. Hoe, weet ik nog niet. Ik wil het niet meteen weer opvullen met een baan, maar juist het leven ín de natuur meer gaan omarmen en dus ook met minder faciliteiten. Ik wil gaan uitvinden wat ik minimaal nodig heb en nog meer vaardigheden leren om gelukkig te kunnen leven. Dat zal niet meteen in één keer gaan, net zoals ik nu een jaar nodig had voor de stap om op een tent over te gaan. Dat gaat jaren kosten, en in kleine stappen. Dus wellicht ga ik toch weer een baantje oppakken, of wat dan ook. Maar eigenlijk wil ik het liefst iets radicaals doen. Wordt vervolgd dus.

    Miriam Lancewood deelt hele mooie inzichten, en ik wil afsluiten met deze quote van haar:

    I just woke up after a night sleeping out under the trees without a tent. And it was amazing, I could look for hours and hours into the forest, it was so beautiful. But the moment I’m in a tent or in a building, I feel cut off. But it does give me a sense of security. Illusionary ofcourse, because a bear could come through easily. But what is the price we pay for this “sense of security”? Well, I think we feel cut off from reality, the natural world, and then the mind is bored. And so I think of the past and the future, it’s like a total fantasy. Or I look at a book or at my phone for distraction. The mind needs entertainment. Whereas without security, I am in touch with the here and now.

    Kampje
  • Dagboek in de storm

    Dagboek in de storm

    30 oktober 20:04 uur
    Eerste nacht op een nieuwe camping. Ik heb voor een maand betaald, honderd euro per week. Ik sta op een kale zandplek, want ik mag niet op het gras staan. Ik mag ook niet op het ingezaaide deel van de zandplek staan, dus een smal strookje is voor mij. Het regent al uren dus de modderpoelen zullen al wel zijn ontstaan rond m’n tent. Ik maak me zorgen dat alle regen onder mijn tent doorsijpelt en alles zeiknat wordt. Maarja, wat maakt dat eigenlijk uit. Was het wel een goede keuze hier te staan? Het voelt helemaal niet als het outdoorleven waar ik naar verlang: middenin de natuur, low budget leven als een soort landloper. Maar I guess dat komende maanden een compromis worden. Het off the grid leven gaat niet gepaard met een online baan. Dus nu even in de buurt van iedereen en een gefaciliteerde plek. Hé, het is gewoon de regen die het ongezellig maakt. En hé, het bos is prachtig hier. En, hé, je hebt een kneuterige bieb en twee vriendinnen in het dichtsbijzijnde dorp. Het loopt wel los.

    2:33 uur
    Vervolg van de nacht: ik word wakker van een wapperende tarp. Fiets, die als tarpstok diende, valt met een harde klap om. Het regent nog steeds. Met mijn telefoon als zaklamp schijn ik vanuit de tent naar buiten. Mijn tarp vangt vol de Zuidwesterwind, niet over nagedacht. Een haring blijkt losgeschoten, en in pyjama en op klompen doe ik er drie nieuwe haringen in. Hoelang gaat ‘ie dat houden? Hier kamperen voelt als één groot fiasco. Besef me dat ik het in ieder geval aan deze plek wijd, niet aan herfstkamperen in het algemeen. Dat scheelt. Nu met natte pyjama slapen? Het is in ieder geval warm. Dit wordt nog een lange nacht.

    31 oktober 7:30 uur
    De eerstvolgende keer dat ik weer geklapper hoor naast me is het gelukkig al licht. Brak hijs ik mezelf uit de slaapzak om alles weer vast te binden voordat mijn fiets weer met geweld omvalt en het eten in de fietstassen wordt geplet. Ik zet de tarp nu met de opening naar Noordoost zodat hij niet meer als een zeiltje op zal bollen. Totdat de wind draait dan. Vannacht had ik al bedacht dat ik voortaan de met camouflagekleuren bedekte doek steeds af zal breken voordat ik ga slapen en voordat ik wegga. Zodat er geen haringen uit de grond vliegen of spullen die eronder staan onverwachts toch nat worden. Gelukkig is het eindelijk gestopt met regenen en schijnt zelfs de zon. Recht op mijn kampje. Misschien had de campingbaas het toch niet zo slecht voor met me, en misschien wordt het nog wel leuk hier ook. Een pittige eerste nacht, maar ik kan wel wat hebben.

    16:25 uur
    Ik ben doodmoe van vannacht. Hoe doen ouders met kinderen dat? Een beetje aangerommeld bij mijn ouders thuis. Het was weer een grauwe, regenachtige dag, op het ochtendzonnetje na dan. Toen ik naar huis fietste zag ik iedereen in dikke jas naar huis snellen na een werk- of schooldag. Hoe zouden zij het vinden als ze nu naar een tent gingen? Vorig jaar voelde dat voor mij nog best onveilig. In een tent ben je blootgesteld aan de grillen van de natuur en kan je er niet zo makkelijk voor vluchten. Maar ik merk dat het eigenlijk vooral goed voelt om nu naar mijn tent te fietsen. Ik weet dat ik daar veilig ben, omdat ik dat een winter lang heb ervaren. Droog en warm. Mijn tent voelt nu vertrouwd. Wat heerlijk om minder bang te zijn.

    18:10 uur
    Als het regent staat alles even op stil. Het hoofddoel is spullen – en mezelf – drooghouden. Want eenmaal nat droogt het niet met dit weer. Mijn nieuwe zwarte mantel van wol (in Harry Potter stijl) wil ik graag aan want ik heb het fris onder de tarp. Maar ik hou hem in de tent. Mijn schapenvachtje laat ik onder mijn matje liggen in plaats van hem op de stoel onder me te leggen. Of nee wacht – ik pak ze gewoon allebei. Dan kan ik nog lekker een kopje dampende kruidenthee zetten en één van mijn nieuwe biebboeken verslinden. Anders zou ik nu al in bed moeten gaan liggen voor warmte.

    21:01 uur
    Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, en zo tel ik door tot twintig. Dan hoor ik de knal verderop. Was het rechts van me? Met de Zuidwesterwind zal hij dan niet meer hier overheen trekken. Huiverend herinner ik me het verhaal van Zora dat de bliksem vorig jaar op deze camping in een caravan was ingeslagen. Het gebeurt hier dus wel gewoon, ondanks alle torenhoge douglas sparren. Flits. Ik tel weer. Ik heb geen idee of ik hetzelfde tempo aanhoud, maar ik kom nu tot 25. De donderwolken drijven dus van me af. Een volgende pauze van 30 seconden bevestigt mijn vermoeden. Pfieuw. Ik Google weer even wanneer je dekking moet zoeken en men zegt bij tien seconden of minder. Paniek in de tent is niet nodig, maar naïviteit ook niet. Ik lig hier voorlopig in ieder geval veilig.

    Maar wat als de bliksem dichtbij was geweest? Wat had ik dan moeten doen? Sommige mensen zeggen dat de kans dat je geraakt wordt vergelijkbaar is met de kans dat je wordt aangereden. Maargoed, in mijn tentje ben ik kwetsbaar. Ik snap ook niet goed hoe het zit: stel, hij slaat in de boom hier twintig meter naast de tent. Heeft dat behalve gehoorschade ook een gevolg voor mij? Ik lig natuurlijk onbeschermd op de grond, maar zal de grond alles geleiden? Ik heb geen idee. Ze zeggen dat je niet onder een boom moet zitten, maar misschien maakt het dan nog uit of je de stam of de wortels aanraakt. Ik ren misschien wel naar het toiletgebouw als ik niet tot tien kom, hopen dat ik van dat sprintje ook zonder kleerscheuren af kom.

    Afin, hier lijkt het gevaar geweken. De regen druppelt nog wat na op de tent, een gemoedelijk geluid. Na vannacht weet ik dat ik niet wegdrijf op deze plek, al regent het nog zo hard, en dat stelt me gerust. De tarp staat nog opgespannen, omdat het er zo vreselijk gezellig uit zag en ik de opening aan luwe kant heb gemaakt. Hopelijk blijft ‘ie zo hangen. Ik ben zo blij met mijn kampje!

    1 november 10:11 uur
    Ik verlang naar Noord-Italië in de herfst. Duurde dit seizoen maar het hele jaar, dan kon ik alle plekken bezoeken die zo prachtig zijn in de mist. God, ik hou van het najaar. En van de winter, maar het is nog zo warm. ‘Geniet er nou maar van’, zeg ik tegen mezelf. En dat doe ik heus ook wel, zolang ik geen peentjes zweet in de wollen truien die ik meesjouw. Snel zal ik niet beter weten dan dat ik het vuur aan moet steken om het uit te houden. Zucht. Zoveel verlangen.

    Het is moeilijk om te genieten als je het gevoel hebt dat het niet klopt. Lekker hete zomerweken krijgen een naar randje als je beseft dat er watertekorten ontstaan. Warme herfstweken lijken fijn als je in een tent woont, maar ik wil juist leren leven met de koude temperaturen. De Japanse esdoorn in de tuin van mijn ouders was een paar dagen geleden nog donkerrood, nu kleurt hij langzaam felrood. Tegelijkertijd vallen de blaadjes er door het stormachtige weer alweer bijna allemaal af. Ik vraag me af of leven met de natuur ook niet het acceptatieproces is dat je er dus geen invloed op hebt. Nee, te droge zomers kloppen niet. Nee, een herfst met warme temperaturen is raar. Drie weken regen en storm is niet ideaal. Maar het laat weer zien dat de natuur niet maakbaar is. Ik anticipeer op kou in de tent, maar moet het zien te redden met regen, onweer en harde wind. De kou is niet de ultieme uitdaging van het tentleven, maar de onvoorspelbaarheid van de natuur.

    16:52 uur
    Online werken past eigenlijk helemaal niet bij het leven dat ik wil leiden. Maar ik vraag me bij die constatering gelijk af of het ooit goed genoeg is. De gedachte dat alles beter zal zijn als je die ene baan niet zou hebben en die ene partner wel: is dat wel zo? Ik herinner me mijn zogenaamde dankbaarheidsoefening die ik soms in mijn dagboek doe. Drie dingen opschrijven waar ik dankbaar voor of blij mee ben en ook waarom. Dat helpt. Met dankbaarheid hoef je geen zaken positief te maken die dat niet zijn. Maar in plaats van wat je wilt schrappen uit je leven focus je op de dingen die je fijn vindt. En ik geloof dat je daar dan automatisch meer naar gaat leven.

    Toch kan ik het niet laten om te mijmeren over alles dat anders moet. Ach, dit hoort toch ook bij het leven. Beetje melancholisch moeilijk doen over alles.

    – Ik ben dankbaar voor de herfst, omdat de kleuren en geuren en de vochtigheid me gewoon een ultiem geluksgevoel geven (en omdat het overal buiten lekker rustig is).
    – Ik ben dankbaar voor mijn moeder, omdat ze als een veilige baken voelt.
    – Ik ben dankbaar voor deze nieuwe camping, omdat ik wat extra faciliteiten heb, wat dichter bij mijn familie ben en een prachtig bos om me heen heb.

    2 november 10:24 uur
    Opeens waaien er keihard bladeren in mijn gezicht. Ik zit in de tent met de voor’deur’ een beetje open als er plots een windhoos opsteekt. Ik knijp mijn ogen dicht en laat het over me heen komen, te laat om de tent dicht te doen. De wind gaat even snel weer liggen als hij opstak, maar hier zal het niet bij blijven. Vandaag is code oranje, storm Ciarán is in het land. En wat doe je dan als je in een tent in het bos woont?

    Als het regent hang ik de tarp op of doe ik een regenpak aan. Als het koud is maak ik vuur. Met harde wind moet je daarentegen in iets stevigs schuilen. Misschien ga ik zo via het bos naar het dorp, maar ik vraag me af of dat wel veilig is met rondvliegende takken. Een helm zou helpen, dat zou ik kunnen vragen bij de receptie. Als ik het aandurf flink voor lul te staan.

    16:15 uur
    Ik zie mensen in hun auto’s zonder jas aan. Zij verplaatsen zich op zo’n dag van binnen naar binnen. Het regent en het stormt, maar zij worden niet nat. Saai lijkt me dat. Het is toch lekker om die storm een beetje aan te gaan? Te vóelen dat het herfst is. De uitdaging te hebben van: shit, als ik maar niet door een tak geraakt wordt. Of, als mijn broek nu nat wordt, krijg ik hem dan nog droog vanavond? En ondertussen te genieten van de koele wind op je wangen en de gele beukenblaadjes die massaal door de lucht dwarrelen. Juist dit seizoen wil ik niet vanachter een raam meemaken. Ik wil de herfst zijn.

    20:17 uur
    Eigenlijk kun je niet echt wónen in een tent. Overnachten ja, en schuilen misschien ook. Maar wonen is meer dan dat. Het is aanrommelen in de keuken, languit hangen op de bank, je kist met knutselspullen erbij pakken om iets leuks te maken, gesprekken voeren met een glas wijn erbij, de tafel dekken, thee zetten voor degene die net thuis komt, kringverjaardagen vieren, uitgebreid douchen en je kledingkast opentrekken om te besluiten wat je vandaag eens aan zal doen. Al die dingen doe ik nog wel, maar bij anderen thuis, in cafés of in de bieb. In die zin woon ik dus niet echt in een tent. Maar het is denk ik wel mijn verlangen het wonen ook echt in en om de tent te doen. Wat heb ik daarvoor nodig? Een kachel misschien, een extra stoel. Een ruimte waarin ik kan staan en extra kopjes als ik koffie zet voor bezoek. Iets meer spullen – kleren, handwerk – zou het ook meer wonen maken. Maar, maar. Maar. Ik wilde toch juist simpel? Of wilde ik vooral het noodzakelijke en een buitenleven?

    Mijn tent wordt bijna platgeblazen door de storm en ik sta naast een bos waar lariksbomen knarsen in de wind. Mijn tent is echt een kanjer. Ik vermaak me met een zielig jeugdboek en droge wraps met geitenkaas en tomaat.

    21:10 uur
    Haring rechtsvoor is eruit geschoten, zat eraan te komen. Drie tiewraps aangemaakt zodat ik ‘m in een vers stukje grond kan zetten. Als het doek te los staat en dus klappert kan hij scheuren, dus dichterbij was geen optie. Wanneer gaat die verdomde storm eens liggen?

    Liefs ❤️🍂

  • Een jaar in mijn tent

    Een jaar in mijn tent

    Vanuit een luxe woonkamer aanschouw ik een bijna horizontale regenstorm buiten. Wij zitten gelukkig droog, in een groot café aan de overkant van de weg. Drie dagen geleden was het 17 oktober, en precies een jaar geleden zaten Zora en ik toen in de trein naar Limburg. We gingen de Dutch Mountain Trail (DMT) lopen en hadden wollen rokken mee en thermo-ondergoed, maar het bleek een snikhete week te worden. We liepen zelfs in ons hempje!

    Terwijl wij in Limburg zaten, keerde mijn zus met haar vriend terug uit Canada om zich te vestigen in de yurt en stacaravan waar ik tot dan toe woonde. Natuurlijk in samenspraak: ik was het zat verantwoordelijkheid en kosten voor zo’n grote plek te hebben en wilde simpeler leven. Win-win dus, want mijn zus hoefde geen huis te zoeken en ik had een goede aanleiding om wat radicaals met mijn leven te gaan doen.

    Voordat we naar Limburg vertrokken, zorgde ik dus dat al mijn spullen weg waren en Margot er zó in kon trekken. Wij zouden op onze wandeltocht lekker kamperen, en daarom zie ik 17 oktober als De Dag Dat Ik In Mijn Tentje Ging Wonen. Nu waren niet écht al mijn spullen weg, want ik behield nog een kamertje als opslag en ik redde het niet om alles op tijd leeg te halen. En gaandeweg heeft mijn zus ook nog rondslingerende spullen van mij eruit gefilterd en zijn we nog een keer naar de stort gereden met een auto vol. Opruimen is een proces en ik vond het ZO INTENS. Het hele jaar was eigenlijk een proces van spullen wegdoen en aanschaffen en inmiddels ligt – behalve nog een lading die wederom naar de stort moet – alles van mij in een gehuurde opslag. Heerlijk overzichtelijk.

    Een jaar in de tent dus, wauw. Een jubileum! En daarom wil ik herinneringen ophalen van dit jaar in deze blog. Reis je mee door de tijd?

    Oktober 2022

    Toen we terug kwamen van DMT had ik nog wat tijd nodig om het opruimen bij de yurt en stacaravan af te ronden. Maar Margot en Jeremiah waren al neergestreken dus besloot ik mijn tentje in de tuin op te zetten, naast de buitenkeuken. Die kon ik dan mooi gebruiken, net als het toilet die zich ook buiten op het terrein bevindt!

    Ondertussen maakte ik me klaar om naar een leuk terreintje van de kampeerclub NTKC te vertrekken met mijn eenpersoons tipi. Die had ik op Marktplaats gevonden en met mijn moeder in Friesland opgehaald. Superklein en met een kacheltje. Want als ik dan een winter in de tent wilde overleven had ik naar mijn idee toch wel iets van een warmtebron nodig. NTKC heeft terreinen die heel mooi in de natuur liggen en het hele jaar open zijn. Daar begon ik voorlopig dan maar eens mee.

    November, een warme herfst

    De eerste maand in de tent! Het ging eigenlijk heel goed. Het was wennen met de nachten, maar ik had meerdere laagjes mee. Aluminium matjes op de vloer, dan een deken, dan mijn luchtbed, dan twee schapenvachtjes. Qua slaapzakken had ik een donzen dekenslaapzak van mijn ouders en een dikke wollen deken. En natuur om mijn lijf merino thermokleding, dikke sokken, een sjaal en een muts. Toch vond ik het best fris ’s nachts en miste ik een mummieslaapzak die om je hele lijf – inclusief hoofd – zit.

    Verder genoot ik intens van het buitenzijn. Ik stond de afgelopen maanden te trappelen om in mijn tent te gaan wonen en nu gebeurde het dan eindelijk! Elke dag werd ik wakker in het bos, en POTJANDORIE wat was dat goed! De kachel had ik in november nog niet nodig. Ik vond het sowieso al best veel moeite, maar het was nog redelijk warm in november. Heerlijk!

    December, vriesfeest

    Terwijl ik een week in Schotland in hotels sliep, lag de tipitent te drogen bij mijn ouders. Zo fijn. Mijn moeder reed me met al mijn bagage ook weer naar het kampeerterrein en hielp met met de tipi opzetten, nu op een nieuw plekje. Prachtig zonnig plekje, maar ook vol in de wind. In december vroor het opeens ruim een week tot -10 graden, pittig! Het terrein schitterde van de ijzel en mijn kachel draaide overuren. Er konden alleen maar hele korte houtjes in en het werd snikheet als hij aan stond. Dan kon ik even in mijn blootje als in een sauna opwarmen, maar ik moest me altijd snel weer aankleden omdat alle warmte verdween zodra de kachel doofde.

    Overdag vluchtte ik naar cafés, de bieb, naar mijn collega Marleen om te werken, naar mijn ouders om een hapje mee te eten, of naar mijn broer om te douchen. Gelukkig waren er nog best wat medekampeerders, vooral in de weekenden, die dan ook lekker het kampvuur aanzetten. Dat zorgde voor bijzondere ontmoetingen, met echte natuurliefhebbers!

    Januari, even pauze

    Oudejaarsnacht bracht ik door bij de tent, ik vind het altijd een beetje een pauperfeest. Maar het was ook niet fijn om steeds in het donker pas thuis te komen, en dit voelde wel bijzonder. In een donker bos de jaarwisseling vieren. ’s Avonds was het warm, herinner ik me. Ik had zin om in de duisternis te verdwijnen en liep op blote voeten door een pikdonker bos. Ik ben echt een nachtmeisje, ik hou van duisternis.

    In januari gingen mijn ouders drie weken op vakantie en boden aan dat ik in hun huis mocht zitten. Eerst was ik huiverig, want ik wilde juist proberen de hele winter in een tent door te brengen. Ik zou beginnen met een weekje, en dan kijken wat ik vond. Nou, ik vond het wel best. Ik was zelfs een beetje allergisch geworden voor het tentleven en had er helemaal geen zin meer in. In die tijd ging het ook sneeuwen en was ik blij dat ik binnen zat.

    Tegen de tijd dat de drie weken voorbij waren, voelde ik me een beetje lamlendig. Ik was moe en hangerig geworden van het binnen zitten. Ik wilde weer naar buiten, maar ik wilde het ook anders. Ondanks afraden van iedereen besloot ik dit keer op de fiets te vertrekken en met mijn trekkerstentje. Tipi met kachel kon alleen met de auto, en ik wilde juist de vrijheid voelen van overal en nergens naartoe kunnen trekken! Zwervervriendin Zora had ook zin om haar nieuwe tentje uit te proberen en dus maakten we een kampje in het bos. Zo gezellig samen!

    Februari, in de trekkerstent

    Het ging allemaal best prima in mijn trekkerstent. Ik gebruikte zelfs de tarp niet. Het was ook niet extreem koud, en natte kleren dumpte ik altijd in mijn mini-voortent. De volgende dag nam ik ze dan weer mee naar een warme plek om te drogen. Ik werkte, ik haakte, ik wandelde veel, ik lag om 19:00 vaak in de tent want dan was het al donker, en dan dacht ik een beetje na over het leven. Ik weet nog goed dat ik het meest genoot van wakker worden en dan de tent openritsen. Ik bleef dan altijd even liggen, kijkend naar buiten en met de frisse lucht op mijn koude neusje.

    Ook kocht ik eind februari eindelijk een goeie slaapzak en kon ik af van mijn honderd-lagen systeem. Nu was het: thermolakenzak, mummieslaapzak, en een zelfgemaakte fleece lakenzak eromheen tegen de condens. FUCKING DUUR allemaal, maargoed. Oja, en ik propte mijn slaapzak vaak ook nog vol met kleding, vooral bij mijn voeten. Tip van het huis, want dan hoeft er minder lucht opgewarmd te worden en gaat het sneller allemaal.

    Maart, alles komt tot leven

    Het bos ontplofte van de witte krentenboompjes naarmate maart vorderde. En ik kreeg weer kriebels om te avonturieren. Toch moest ik nog even pas op de plaats maken, want het ging weer sneeuwen! Wat een magische ervaring om door de sneeuw terug naar huis te fietsen, en toch gewoon comfort te vinden in het hele kleine leefoppervlak dat ik heb. Ik voelde me echt een bikkel.

    Mijn moeder en ik liepen de Utrechtse Heuvelrughike in weekendjes in maart. Zora en ik liepen een stukje Veluwepad in maart. Dat was nat en grauw, maar ook heerlijk om weer lekker op pad te zijn (en in B&B’s te slapen, hihi!). Ik kreeg de wandelsmaak weer te pakken en ging zelf ook een weekendje wandelen met tent op mijn rug: het Utrechtpad. Zo sliep ik in het weiland van een mevrouw die net haar paarden aan het voeren was toen ik langs liep. Zij maakte zich maar zorgen, ik was allang blij met een slaapplek – hoewel vol in de wind.

    Oja, en mijn nichtje werd geboren en daar mocht ik bij zijn! Wat een feestje!!

    April, kapotte fiets

    April was de maand dat je hoopte dat het warmer was dan het eigenlijk was. Ik probeerde al op sandalen te lopen en katoenen kleren te dragen, maar dat leverde een hoop ongemak op. ’s Ochtends vroor het nog en mijn fiets ging om de haverklap kapot (staat los van de kou haha). Dan kwam mijn broer of vader me weer redden met gereedschap of een lift. Verder ging alles gemoedelijk, kampeerde ik nog een weekendje met vrienden in de Betuwe en liet de zon zich steeds meer zien! Happy me!

    Mei, van alles en nogwat

    Een mandenvlechtcursus, korte mouwen dragen, slapen in een pipowagen, fietsen door Drenthe, en nieuwe kampeerterreintjes ontdekken. YES! Ook een hoop twijfels en onzekerheden over dit leven. Ik gaf veel geld uit kwam ik achter terwijl ik juist eenvoudiger wilde leven.

    Juni, WALES

    Zora wandelde al maanden door Engeland en ik ging eindelijk naar haar toe! Halverwege de Offa’s Dyke Trail in Wales ontmoetten we elkaar en liepen we de trail af. Daarna bouwden we ons kampje tussen de bergen van Snowdonia National Park en maakten de omgeving onveilig met onze luidruchtige Vikingliederen en slappe lach. Je kunt alles over onze avonturen lezen op Zora’s blog!

    Juli, een dak boven mijn hoofd

    Ik paste in juli twee weken op een huis met poes vlakbij Steenwijk. Dat was wel even lekker na de primitiviteit van leven uit een backpack. Aan het einde had ik toch weer zin in mijn tent en ging ik via een terreintje bij Dronten weer naar het oude vertrouwde NTKC terreintje. Daar was ik bang voor zomerdrukte, maar door de regen was het heerlijk rustig. Best of all worlds: weinig insecten, weinig mensen en aangename temperaturen. Daar pakte ik de draad weer op van het normale leven en ging lekker naar kantoor (die had het bedrijf waarvoor ik werk inmiddels). Ook werd toen 30 en nooit meer bezit uitgezonden waarin ik te zien was!

    De opruimwoede kwam ook weer op. Een deel van mijn spullen lag bij mijn ouders en een ander deel bij mijn zus. Ik wist ook niet meer precies wat waar en werd er onrustig van. Dus trommelde ik mijn moeder op en huurde ik een opslag, samen stopten we alles in een best kleine ruimte. Het voelt fantastisch om nu zelf een plekje te hebben waar alles bij elkaar ligt!

    Augustus, alles kut

    Augustus vond ik de zwaarste maand tot nu toe. Overal teken. Niet normaal veel muggen waardoor ik na het avondeten al de tent in moest vluchten. Ik kreeg ook nog eens lyme. En het was ook de sleur, besef ik me achteraf, van steeds op hetzelfde terreintje staan bij dezelfde stad met dezelfde mensen. Ik was er klaar mee, maar had ook geen idee wat dan wél. Een ding waarmee ik alles iets positiever hoopte te maken was een nieuwe tent. Na weken tenten vergelijken koos ik er eindelijk één! Eerst was het even een pijnlijk afscheid van mijn vertrouwde huisje, maar al gauw voelde ik me thuis in het nieuwe exemplaar. Iets meer voortent, een deur van gaas voor ventilatie, en een prachtige kleur nam ik mee in de overwegingen.

    Gelukkig had ik ook nog het fantastische Castlefest, waar ik enorm van genoten heb. Dus ik verblijd jullie even met mijn hobbit-heks outfitjes:

    September, nieuwe start

    Na de bruiloft van mijn zus boekte ik een paar nachtjes in een Nivonhuis om bij te komen van de terror van augustus. Een medekampeerder had me op het idee gebracht. En wat is dat geniaal! Twintig euro per nacht en ze staan allemaal in prachtige omgevingen. Ik kwam echt totaal tot rust. Ik had een schattig eenpersoonskamertje en er was een grote gemeenschappelijke keuken. De vrijwilligers waren hartelijk en het was super rustig. Wat me zo goed deed: comfort van een insectenvrijekamer; een plek met licht en een tafeltje waaraan ik kon werken; even totale privacy en afzondering; maar vooral ook EEN NIEUWE OMGEVING. Elke dag werd ik met energie wakker omdat ik zin had de omgeving te ontdekken. Nieuwe cafés, nieuwe winkels, nieuwe natuurgebieden.

    Na drie nachtjes in het huis besloot ik mijn tentje op het aangrenzende kampeerterrein op te zetten waar mijn moeder me vergezelde. Dat was ook ontzettend leuk en echt een ultiem zomervakantiegevoel. Warme avonden en elke dag allemaal leuke dingen doen. Even samenzijn deed me ook goed, de één zet koffie, de ander doet boodschappen, en mijn moeder heeft weer leuke kampeerroutines waar ik inspiratie van opdeed (een stoel mee bijvoorbeeld, of de hele tijd boeken lezen). TOP.

    Ik wilde het avontuur voortzetten en ging daarna naar een prachtig kampeerterrein in Loenen, midden op de Veluwe. HEERLIJK. Mijn vaste terreintje wilde ik voorlopig even niet zien. Helemaal klaar mee. Dus sloot ik september af met weer een ander terreintje, vlakbij mijn ouders en de opslag. Om me klaar te kunnen maken voor TEXEL.

    Oktober, de cirkel is rond

    En nu zit ik met Zora op Texel. We zijn er in vier dagen naartoe gefietst, wat episch was. Het stormt keihard, maar dat deert niet. Het maakt het misschien wel idyllischer. We hebben de luxe opgezocht van een restaurant waar we al de hele dag zitten en waar ik heb gewerkt en Zora lekker heeft gelezen. Volgende week komt er ook een einde aan dit avontuur, en ga ik toch weer een poging doen op mijn vaste NTKC terreintje te staan. Omdat het handig is, want eind november ga ik met Anne naar Parijs! Daarna zie ik wel weer verder. Opties te over, maar de tent blijft.

    Leuk dat je tot hier gelezen hebt. Ik ben heel erg benieuwd wat je ervan vindt! Laat gerust hieronder een berichtje achter, waardeer ik!

    LIEFS Simone

  • Het dagelijks leven van tentbewoonsters op een eiland

    Het dagelijks leven van tentbewoonsters op een eiland

    Het is heerlijk op Texel. We zijn er pas een week, en toch voelt het al alsof we hier gewoon helemaal leven. Dat gebeurt als je leeft zoals wij, het nomadische met een tentje. Nieuwe plekken zijn geen vakantie-oorden waarin je zoveel mogelijk binnen korte tijd wil zien en meemaken, maar wij hebben de tijd en léven gewoon op de nieuwe plekken waar we komen. We doen niets bijzonders en toch is het zo bijzonder: we wonen op een eiland!

    Zuiderwind waait harder
    Leven op een waddeneiland is leven met wind. We passen onze dag erop aan. Afgelopen week stond de wind vooral zuid-west, en wij zitten op het noordpuntje van het eiland. Dus alles wat we wilden doen vereiste een tegenwindoffer (maar met de terugweg altijd KEIhard wind mee). De laatste paar dagen was de wind intens, met enorme rukwinden die aangesterkt worden door de hoogteverschillen van de duinpannen. Fietsen leek ons een crime, maar we hadden toch zin in de rumour van het hoofdstadje Den Burg (20km fietsen). Er blijkt een Texelhopper te gaan, een busje dat je moet reserveren, en dus namen we die. Zo leren we de gemakken van dit eiland kennen.

    Deze week draait de wind via noord naar het oosten, dus moeten we onze tenten weer anders zetten en rekening houden met tegenwind op de terugweg. Die wind is intens, je hoort hem continu om je oren suizen ’s nachts. Het tentdoek wappert en je twijfelt of alles het wel houdt. Maar het heeft ook iets dramatisch en bevrijdends. Open landschap, de ruige zee, de woeste wind. Heerlijk herfstig ook.

    Vaste stekkies
    Ons kampeerterrein zit tegenover een Landalpark. Daar zien of horen we niks van, op af een toe wat schreeuwende kinderen na. Maar in dat park zit ook een pizzarestaurant, een campingshop, en een zwembad. Vanochtend waren mijn wraps op (wij ontbijten en dineren altijd wraps haha, lekker makkelijk) dus liep ik naar die shop voor verse broodjes. Heerlijk en wat fijn zo dichtbij! Misschien kan ik ook wel een keer gebruik maken van de wasmachine. Van de week deed ik nog een handwasje, maar met het enorme wisselvallige weer is drogen moeilijk. Dat duurde drie dagen, met steeds weer opnieuw natregenen, wat ook niet bevorderlijk is voor de frisheid van je kleding. Bovendien is het sinds gister een stuk kouder, nu komt de herfst er tóch aan! Handwasjes doen is dan ook minder comfortabel omdat je er gewoon koude handen van krijgt.

    En misschien, heel misschien, ga ik nog wel een keer naar het zwembad. Als tentbewoner in de winter moet je alleen altijd bedenken wat je gaat doen met nat haar. Ik heb ook nog dreads, die drogen tergend langzaam. Misschien moet ik een badmuts kopen, of ik moet het zo plannen dat ik na het zwembad een paar uur binnen zit. Ik zie het wel.

    Digital nomad
    In het dorp hier vlakbij hebben we een bakkertje ontdekt dat een beetje het Hema-concept heeft qua restaurant. Je bestelt gewoon aan de bar en gaat zitten waar je wilt, zolang je wilt. Dat is perfect om te werken op mijn laptop, want je kunt iets minder consumeren en je zit er wat anoniemer. Het blijkt dat ze hier in elk dorpje zo’n bakker hebben, uitkomst! Werken is wel intens met dit leven. Vorige winter toen ik met dit leven begon was dat al een zoektocht, steeds weer bedenken waar ik nú weer ging werken. Nu heeft Vraag de Vroedvrouw een eigen kantoor in Amersfoort, wat heel fijn is want je hebt altijd een fijne en gratis werkplek. Maar nu ben ik daar natuurlijk niet, dus loop ik weer tegen hetzelfde probleem aan.

    Daarnaast ben ik met mijn lieftallige Zora die niet werkt, en is het soms moeilijk om me te concentreren. Als Zora dan klaar is met binnen zitten en lekker wil wandelen, is het eigenlijk jammer dat ik door moet werken en dat lukt dan vaak ook slecht. Bovendien is het een stressvolle en drukke tijd op werk en kreeg ik vandeweek even een breakdown omdat ik het overzicht totaal verloren was, wat door gebrek aan ritme wordt versterkt.

    Winterplannen smeden
    Nu na een week fietsen naar en een week óp Texel begint het dagelijks ritme weer wat te komen. Doordat de grootste hype eraf is (ik wil dit en dit en dit en dit en dit doen!) is het ook prima om lege dagen te hebben en allebei wat meer ons eigen gang te gaan. ’s Avonds loop ik dan te piekeren in de tent hoe ik het ná deze maand op Texel weer allemaal in ga richten. Ga ik nomaden, waar ik zoveel zin in heb? Maar dan krijg ik weer dat probleem met werken en bovendien is de kou vervelend als je steeds weer in moet pakken. Ga ik weer op het terreintje staan waar ik de vorige winter stond? Ik ben die plek zat en had mezelf beloofd het te ontwijken, hoe wel het wel een praktische ligging heeft.

    Blijf ik dan op Texel? Het waait hier wel hard en dat moet ik dan afstemmen met af een toe een ritje naar huis voor afspraken op kantoor & met mijn favo mensen. Ik verlang naar groots avontuur en vrijheid, maar merk ook dat het niet allemaal nú hoeft. Ik hoef niet nú al die natuurkampeerterreinen te ontdekken. Maar toch wil ik ook wat nieuws. Dus het wordt ergens zoeken naar een compromis.

    Het wordt bovendien kouder, wat goed is voor het maken van realistische plannen. Onderdeel van die realistische plannen is fantaseren over welke kleding ik ga dragen. Zora en ik vinden praktisch het belangrijkst, maar vinden romantiek zéker niet onbelangrijk. Ik droomde altijd van een lange wollen rok, maar in de zomer heb ik met een lange katoenen rok al ontdekt dat dat geen doen is bij de tent. Een natte zoom en er steeds op staan als je gehurkt voor de tent zit. Ik vond toen een prachtige wollen broek op Castlefest die ZO ROMANTISCH IS. Ik waan me een hobbit en de rest van mijn outfit moet daar ook bij aansluiten. Maar het moet dus ook praktisch zijn. Materiaal dat warm houdt en snel droogt, lekker zit en makkelijk aantrekt. Wijde spullen, fleece, snel uit en aan te trekken.

    Dus waar ik ook naar toe ga na deze maand, ik ga eerst even langs de opslag om de warme spullen erbij te pakken en een winterkabouter te worden :)

    Liefs!!
    Simone

    Romantisch winteroutfit van vorig jaar