-
In de natuur heb je nooit rust

Dat schreef ik deze week in mijn dagboek. De uitdagingen gaan altijd door. Er zijn overal prikkels om me heen. Er is geen constante, want ik sta in direct contact met de veranderende seizoenen. Denk ik een ritme gevonden te hebben in het warm hebben ’s nachts, verandert de temperatuur weer. Ben ik van plan een rustdag te nemen bij de tent, regent het de hele dag. In een huis kun je een constant klimaat instellen, waardoor je vooruit kunt plannen en waar je je van tevoren op kunt instellen. In het buitenleven is dat niet. (En juist daarom houd ik er zo van: het trekt je in het nu, biedt praktische uitdagingen, creëert afwisseling en uitdaging).
Dat is ook de reden dat het lastig is om met heel weinig spullen jaarrond in de tent te kunnen leven. De omstandigheden kunnen zó verschillen dat je óf een heel scala aan spullen mee moet nemen om het jaar door te komen, óf ervoor kiest om lichtgewicht te reizen maar ergens een opslagplek te hebben. Ik voel me sowieso minder allergisch jegens spullen. Omdat ik met het meest minimale heb geprobeerd te leven, zie ik ook in dat spullen echt een meerwaarde bieden. Het is alsof je op blote voeten moet lopen om erachter te komen dat schoenen best fijn zijn. En dat past bij mij. Ik wil dingen niet doen ‘omdat we ze nou eenmaal zo doen’. Ik wil met overtuiging dingen doen. Ik wil hebben ervaren dat ik het écht nodig heb. Misschien geldt dat ook wel voor een huis. Heb ik écht een huis met bakstenen muren nodig? Heb ik echt een verwarming nodig in de winter? Voorlopig lijkt het nog zo van niet, maar misschien ontstaat ooit het verlangen wel. Dan weet ik dat ik het écht nodig heb.

Onrust zit van binnen
In mijn vorige blog schreef ik al dat ik een bepaalde onrust ervaarde die ik eerder afschreef op het werkende leven. Nu ik soms onrust ervaar terwijl ik de complete vrijheid heb om mijn eigen dagen in te richten, zie ik in dat onrust er soms ook bij hoort. We kunnen het leven niet perfectioneren en altijd blij zijn. Juist de momenten waarop we ons minder fijn voelen brengen groei en vernieuwing. Het zorgt ervoor dat ik minder in het slachtofferschap blijf hangen. Nee, het leven is niet kut omdat ik vandaag naar werk moet. Ik voel me down omdat ik gewoon even te druk ben geweest de afgelopen tijd, omdat ik weinig heb geslapen, of omdat ik menstrueer. Ik vind het fijn om te ervaren dat los van externe factoren, onrust er soms bij hoort. En dat als ik in een compleet andere situatie zit en dit gevoel weer heb, ik me realiseer dat het in mezelf zit. En niet in mijn omgeving.
Waar ik de komende maanden doorbreng
Ondertussen beginnen de plannen voor de komende maanden zich wat te vormen. Ik was de afgelopen weekenden de hort op, en ik heb nu weer zin om wat langer op één plekje te staan. Al is het een paar weken. Dan kan ik weer wat ritme creëren (ook al houd ik van onregelmaat, ik weet het). Spullen inpakken is best veel gedoe en kost veel energie. Bovendien ging mijn fiets steeds kapot, en hoewel die hopelijk nu echt goed gemaakt is heb ik geen zin in een test die mogelijk weer kan mislukken. Gewoon even rustig aan doen. Lekker rustig wakker worden ’s ochtends. Lekker op tijd naar huis na een dag werken. Lekker hangen bij de tent. Lekker mijn spullen uitstallen rondom mijn matje heen. Wat etensvoorraden hebben zonder dat ik die mee hoef te sjouwen.

Op het terrein waar ik meestal sta weten de vaste gasten inmiddels wel dat ik in mijn tent woon. Eerst vond ik dat nog spannend om te vertellen, bang dat het niet ‘mocht’. Ook was ik bang dat mensen dachten dat ik een dakloos figuur was en uit wanhoop in een tent woonde. In de winter zag ik er ook wat sloeberiger uit, daar was ik dan ook een beetje onzeker over. Wat was uiteindelijk mijn angst? Dat ik er weggestuurd zou worden, denk ik. Of dat ik mensen tot last zou zijn. Nu merk ik steeds meer dat ik ruimte in mag nemen. Ik mag op het mooiste plekje van het terrein staan, ook al betekent dat dat andere mensen er op dat moment niet kunnen staan. Ik mag er meerdere weken achter elkaar staan, ook al gaan mensen dan misschien fluisteren. Nu ben ik zelfs door het bestuur gevraagd om in de zomer een paar weken ‘permanent’ te staan, zodat ik verantwoordelijkheid kan dragen voor het terrein in de zomerdrukte. Door die vraag voel ik me alleen maar heel welkom, en dat is ook een langzame shift in het verblijven in de tent op deze plek. Het idee dat het mag. Dat mensen het misschien zelfs wel waarderen!
Soms is het niet makkelijk, maar dat is het nergens
Ik ben het ook nog lang niet zat. Op sommige dagen baal ik intens van mijn situatie. In 100% van de gevallen heeft dat te maken met moeheid. Als ik moe ben, voelt alles rondom het tentleven als teveel. Maar wederom weet ik dat dit in een huis niet minder zou zijn. Dan zou het de afwas zijn waar ik van baalde. Of de vieze vloer. Of hout dat weer gehakt moest worden voor de kachel. Of de huur die ik weer op zou moeten hoesten. Moeheid brengt gewoon een grijze waas over alles heen en ik ga dan toch weer de oorzaken buiten mezelf zoeken. ‘Woonde ik maar in een huis’. Denk ik dan. Dan fantaseer ik over het bed dat ik dan zou hebben en al vrij snel word die fantasie een soort walging. Dan wil ik toch niet naar een huis en word ik hopeloos: WAT DAN?? Wat zou nou perfect zijn? Tsja, dat is waarschijnlijk gewoon even slapen, nu. Blijkt meestal echt de oplossing.

Alleen, dan is er wel één obstakel. Slapen is niet altijd vanzelfsprekend in de tent. De afgelopen weken werd ik moeilijk warm in mijn slaapzak. Ik kende het vanuit de vriesnachten: na 1 of 2 uur in de slaapzak ben je pas op temperatuur. Het fijne is dat ik weet dat het komt, maar wat doe je al die tijd? Proberen te slapen heeft geen nut, dat frustreert alleen maar. Dus: scrollen. Heel veel instagramfilmpjes bekijken. Na een paar dagen ben ik op het geniale idee gekomen om dat te vervangen door informatieve YouTube filmpjes. Over het heelal, het weer, primitieve vaardigheden. Leerzaam én slaapverwekkend. Ik probeer niet teveel te oordelen over mijn telefoongedrag, of er regels aan te koppelen (net als met eten). Soms is het scherm echt even een fijne afleiding, en die gun ik mezelf. Bovendien maakt het mij niet uit dat ik tijd heb ‘verspild’. Wat mij betreft hoef ik niet altijd productief te zijn, of iets nuttigs te doen. Loze tijd is ook fijn. Het enige nadeel is dat het soms negatieve effecten in mezelf versterkt. Onrust, moeheid, onzekerheid, niet kunnen slapen. Vannacht had ik daarom mijn telefoon in de oplader in het toiletgebouw, en dat was zo heerlijk een keer! Zonder telefoon naar bed, zonder telefoon wakker worden. Ik besefte hoeveel ik mis aan mezelf als ik mijn telefoon bij me heb. Hoe minder bewust ik mijn lichaam en behoeftes voel. Maar ook deze interventie kwam intrinsiek, ik wilde echt even telefoonloos zijn. Ik ga mezelf niks verplichten nu. Gewoon kijken hoe het loopt.
Doordat ik zo moe was, ging ik weer eens heel vroeg naar bed. In de winter was dat vrij standaard omdat het donker en koud was, maar met de langere avonden is dat niet meer zo vanzelfsprekend. Weer eens vroeg in bed liggen was heerlijk, en: ik had het meteen warm! De avond was nog warmer, ik was nog minder afgekoeld. Met hempje en short lag ik in mijn slaapzak en was binnen no time warm. Dus mijn ultieme warm-slapen-tijdens-kamperentip: ga vroeg naar bed, om twee redenen. 1) Zodat je alsnog genoeg slaapuren maakt als je eerst een paar uur warm moet worden en 2) Zodat je waarschijnlijk al warmer je bed in gaat dan als je later op de avond de slaapzak induikt.

Oké, nu écht waar ik de komende maanden doorbreng
Goh, ik wijk alweer zo erg af. Ik ging mijn plannen voor de komende maanden vertellen. Tot juni sta ik vooral op mijn vaste stekkie, om de hele maand juni wandelend door Wales door te brengen met zwervervriendin Zora. In juli ga ik twee weken op een huis passen in het Noorden en wil ik daarna in de buurt daar op een kneuterige camping vertoeven. In augustus ga ik naar Castlefest en kampeer ik daar in de buurt, en eind augustus ben ik de vaste kampeerder op mijn huidige terrein. In september trouwt mijn zus en ga ik naar Frankrijk (of in oktober), en dan breekt langzaam alweer de winter aan. Wat ik dan ga doen? Ik denk gewoon weer een winter op mijn vaste terreintje. Dat kan nog wel denk ik. Ik heb er veel zin in, in hoe anders de ervaring gaat zijn na een jaarrond in de tent.
Oja, en dan ook nog écht waarom ik het niet zat ben: omdat het fantastisch is. Ik krijg vaak de vraag: waarom wil je dan zo graag in een tent wonen? En het enige antwoord dat echt klopt is dat ik gewoon buiten wil zijn. Buiten is mijn passie, mijn hobby, mijn geluk. Ik hou van de uitdaging. Ik hou van leren over de natuur. Ik hou er gewoon van! De secundaire reden is ideologisch. Ik vind dat we geboren zijn op deze aarde en dat de aarde zelf ons onderdak kan zijn. Dat we kunnen leven van wat de aarde ons biedt. Ik wil dat (her)leren. Die behoefte komt gewoon uit mijn tenen, omdat het vrijheid geeft. Ik wil op mezelf kunnen bouwen, het doen met wat er is. Zodat ik niet afhankelijk ben van mensen waarvan ik de intentie niet ken. En kan léven, in plaats van geleefd worden.
xxxx Simone
Reageren kan zonder in te loggen als je je e-mail niet invult :)

-
DE LENTE BEGINT

Wauw, wauw, wauw. Dat ging door me heen toen ik vanochtend door het bos fietste naar de stad toe. De krentenboompjes vullen het grauwe bos op met witte wolkjes bloesem. De berken laten nu ook verlegen hun ontpopte blaadjes zien. De lariksen – waarvan de naaldbosjes al een tijdje zichtbaar waren – maken van het bos nu een lichtgroen lentegeheel. De zwarte specht krijst de oren van mijn kop. Ik zie puttertjes, goudhaantjes, koolmeesjes, vinken. Het is nu écht lente.

Vrijwillige sleur
Ik bedacht me tijdens die fietstocht vanochtend dat het probleem in mijn leven vaak is dat ik regelmaat háát. Als ik de ene week op maandag in de bieb heb gewerkt en op dinsdag in café X, dan vind ik het de week erna té saai om weer op die plekken te werken. In ieder geval niet op dezelfde dagen, maar misschien überhaupt gewoon niet. Dat maakt het leven ook wel eens lastig, want dan heb ik best veel plekken nodig om genoeg te kunnen afwisselen. Dit zijn de plekjes waar ik me door de week heen bevind om te werken (in combinatie met andere leuke dingen):
- De natuurwinkel in Amersfoort. Héérlijke plek om lekker koffie te drinken en chille boodschappen te doen.
- De bieb in Amersfoort, fantastische collectie boeken, een chille espressobar, alleen vaak megadruk met studenten van de Hogeschool die ernaast zit
- De bieb in Leusden – chill, maar het winkelcentrum daar is nogal treurig dus daar een dag werken is vaak wel een beetje grauwig
- Café Parkhuis Amersfoort – bijna elke woensdag doe ik daar de startkoffie van de werkdag met collega Marleen, met de intentie om te vergaderen maar wat meestal een vergadering van onze privélevens wordt
- Bij mijn broer. Kan ik meteen mijn SCHATTIGSTE NEEFJE OOIT kapotzoenen, douchen, misschien een wasje draaien, soms mee-eten. Word daar altijd enorm verwend, maar voel me soms ook bezwaard om te vaak op hun te leunen.
- Bij mijn ouders. Heerlijke fietstocht door het bos, lekkere koffie, bijkletsen met moeders, spullen ophalen die ik dacht niet nodig te hebben maar toch mis.
- Gewoon een superrandom café op een random plek omdat ik daar toevallig ben
- MAS montagne in Amerongen, fantastische bosplek en heerlijke werklocatie
- Bij collega Marleen thuis, waar ik ook regelmatig douche/de was doe/mijn fiets repareer hahaha.
Met dit lijstje kom ik de weken wel door!

Ik haat regelmaat, maar ik merk ergens ook dat sleur in het leven af en toe ook hoort. Ook in dit tentleven. Ik heb weer een onwijs leuk weekend gehad bij vriendin Anne en haar kleine Jona, het weekend ervoor had ik een geweldig kampeeravontuur met de Aardwortels – een vriendengroep uit mijn studententijd. Daarna weer naar mijn vaste kampeerplekje gaan voelt na deze leuke dingen een beetje als een zwart gat. Dan voel ik me alleen, verveeld, saai. Is de week weer zo normaal, ga ik weer naar één van bovenstaande plekjes om te werken, ben ik weer in dezelfde stad te vinden. Maar ik realiseer me ook dat een ‘saai’ hebben juist ook pieken mogelijk maakt. Hoe heerlijk is het eigenlijk dat ik ook met mijn tent gewoon een vaste, saaie week heb? Het avontuur loert overal, het weer hoeft maar iéts te veranderen, mijn band hoeft maar lek te gaan, en de dag is alweer anders dan alle andere dagen. Maar juist een paar gemoedelijke dagen in de week maken de hunkering naar avontuur en plezier weer groter, wat ik dan weer opzoek in de weekenden of andere speciale momenten.
Grappig om dit zo te ervaren. Het maakt ook uit dat ik nu ovuleer en zin heb in leuke dingen en actie. Zou je me over twee weken spreken, dan baal ik van elke onregelmatigheid in mijn leven en wil ik alleen maar saai- en voorspelbaarheid. Ik kan nu alleen de schuld van saaiheid en sleur niet meer geven aan een vaste baan, een huis in de stad, veel verplichtingen. Het is helemaal mijn eigen verantwoordelijkheid, aangezien ik zelf bepaal hoe ik de dagen inricht. Erachter komen dat ook als je alle vrijheid hebt er soms sleur en saaiheid is, vind ik dan zelfs openbarend. Het is iets in mezelf, een bepaalde onrust, en dat is prima. En het is nodig. Ik ga mezelf weer vragen stellen: waar heb ik behoefte aan? Is er iets nieuws wat ik wil in mijn leven? Wil ik weer iets leuks plannen?
Wonen op een kapotte fiets
Wat niet zo sleurachtig was, was mijn fiets deze weken. Lekke banden, kapotte velgen. Had ik eindelijk besloten om in plaats van wandelen, fietsend door het leven te gaan (zodat ik meer spullen mee kan nemen), werkte mijn fiets me tegen. Gelukkig kwam mijn vader me een keer uit de brand helpen, en later mijn broer. Momenteel beweeg ik me voort op een OV-fiets (ik schreef eerst per ongeluk ‘plant ik me voort’, bijzondere plek wel om dat te doen), maar ik moet nog een oplossing bedenken. Vaak dienen oplossingen zich met de tijd aan, dus ik wacht rustig af, haha.

Ik ben wel ontzettend blij dat ik nu meer kleren mee kan nemen. Ik kan lekker afwisselen, leuke rokken aan, verschillende kleurtjes. En het weer helpt daar natuurlijk ook onwijs mee. Het is zachter en daardoor draag ik weer vooral katoen in plaats van wol. De nachten waren nog wel een uitdaging, vaak heb ik het nog fris als ik in bed stap en draag ik dan toch nog extra laagjes, om vervolgens nat van het zweet wakker te worden ’s nachts. Het komt denk ik ook een beetje door de gladde structuur van mijn slaapzak, dus nu heb ik een katoenen lakenzak van mijn moeder geleend en dat werkt als een gek. Het voelt lekker zacht op mijn huid en daardoor ook warmer ’s avonds (de slaapzak zelf voelt altijd koud aan). Nu zweet ik niet meer zo en slaap ik gewoon lekker door ’s nachts.
Ik begin mijn spullen (die bij mijn zus en ouders staan) wel steeds meer te waarderen. Ik hou van die gele broek. Ik hou van dat ene schriftje. Ik hou van mijn bollen wol. Ik hou van mijn meerdere paren schoenen. Ik hou van mijn campingspullen. Nu wissel ik regelmatig af omdat ik aan het experimenteren ben wat werkt, maar ik had ooit de intentie om uiteindelijk een vaste hoeveelheid spullen te hebben waar ik het mee doe. Nu besef ik me dat elke fase weer om andere spullen vraagt en ik dat ook fijn vind. Ik hoef niet één inboedel te hebben die voor alle seizoenen handig is. Dat is onmogelijk, want bijvoorbeeld alleen al voor schoenen bestaat niet hét perfecte paar. In de winter wil ik warm en waterdicht, in de zomer een open en barefootschoen, in de stad een esthetisch schoentje. Ik kom er dus steeds meer achter dat ik niet per se het minimale van het minimale wil, ik vind comfort ook leuk. En ik had niet gedacht dat dat het meeste zou gelden voor kleding!

Maar stel dat mijn zus ooit weggaat uit haar huis, bijvoorbeeld om weer naar Canada te emigreren? Mijn ouders zitten niet te wachten op een kamer vol met mijn spullen, en ik vind die afhankelijkheid zelf ook niet fijn. Daarom ben ik de laatste weken een beetje aan het mijmeren over de mogelijkheden hierin. Er is iets dat ik zeker wil: wonen in een tent, om het buiten zijn en om het nomadische. Maar wat doe ik met mijn spullen? Het heeft allemaal nog geen haast, en daarom is het fijn er nu alvast wat aandacht aan te geven. Mijn ideeën tot nu toe:
- Een autootje met een achterbak vol spullen (maar dan rijd je altijd met een zware auto + auto kost veel onderhoud/belasting etc)
- Een tuinhuisje ergens huren bij iemand of op een camping ofzo (kan dat überhaupt)?
- Een vaste plek met mijn tent waar ik ook in een soort schuurtje spullen op kan slaan, maar ook mijn tent zó in kan pakken en kan nomaden
- Een opslag huren, wel duur
- Een keet ergens op een boerenerf
Ik wil níet in een tiny house wonen. Ik wil niét in een camper wonen. Ik wil niét een grote tent waar al mijn spullen in passen. Ik hou van mijn kleine tentje en mobiliteit. Maar het is ook fijn om al mijn spulletjes bij de hand te hebben. Dus geniale ideeën zijn welkom hihi.
Nou dat was even een korte blog, je kunt reageren zonder in te loggen als je je e-mailadres niét invult.
Liefs, Simone

-
Hoe ziet mijn dag eruit?

De laatste tijd krijg ik steeds vaker die vraag gesteld als ik vertel over mijn tentleven. Vaak dwaal ik dan al af bij het wakker worden en opstaan en geef ik een complete voordracht over de tijd nemen en uit mogen slapen en veel vrije tijd hebben. Nuja, laat ik eens op papier zetten hoe mijn dagen eruit zien – ookal verandert mijn leven continu.
Maart
Laat ik beginnen bij die verandering. Hoe mijn dagen eruit zien hangt namelijk erg af van het weer en hoelang het licht is. Dus ik neem gewoon de maand maart als voorbeeld, lekker rondom de lente-equinox, wanneer de dagen en nachten ongeveer even lang zijn en het weer tussen winter en zomer in. Lekker in het midden.
Ik was erg benieuwd naar maart, want, zoals we allemaal weten: MAART ROERT ZIJN STAART. Ik was klaar voor de grote verrassingen van deze maand, en verrassend was het. Ik heb in de sneeuw gestaan met mijn tent. Ik heb in mijn t-shirt over de veluwe gelopen met 16°C, ik heb avonden doorgebracht in het toiletgebouw vanwege regen, en ik heb de zoveelste vriesnacht doorstaan van deze winter.

Meestal bekijk ik de weersvoorspelling niet, omdat je het altijd vermengt met je eigen interpretatie ervan. Ik hoor mensen soms al een week van tevoren zeggen: nou, vrijdag wordt het zeikweer. En dan is het vrijdag ook zeikweer, maar als ik het niet van tevoren wist hoefde ik me ook van tevoren er niet op te ontheugen. Nu heb ik van maandag tot en met donderdag de tijd om te balen van het feit dat vrijdag alles zeiknat zal zijn, terwijl ik anders gewoon vrijdag wakker word en denk: ‘oh bah, regen, ff naar de stad om te schuilen’. En ik wil ook niet weten hoelang de regen duurt, want dan kan ik nog denken ‘morgen wordt het vast beter’. Ondanks dat dit mijn voorkeur heeft, zijn mensen verslaafd aan weersvoorspellingen kijken en word ik daar altijd van op de hoogte gebracht. En ergens is dat ook wel fijn, want dan kan ik me enigszins voorbereiden. (Dus eigenlijk heb ik nu totaal geen punt gemaakt).
De dag
Oké, dat was alsnog een voordracht. Nu mijn dag. In maart werd ik vaak uit mezelf wel wakker rond 8:00/8:30. Zora sliep in maart ook veel op hetzelfde terrein, en zij stond altijd wat vroeger op en kookte alvast water. Ik keek dan toe vanuit mijn warme slaapzak met het tentdoek open. Eén van de heerlijkste dingen van dit leven: wakker worden en vanuit je warme bedje het bos bekijken en de frisse boslucht ruiken. Mmmm. Als ik na een half uur of langer eindelijk de moed had gevat uit mijn rupsje te kruipen en me al liggend van laagjes kleren te ontdoen en me daarna weer aan te kleden (zelfde kleren als de hele week), dronken Zora en ik ons kopje earl grey thee of oploskoffie. Dan maakten we Brinta met suiker – die we verzamelen door overal en nergens cappucino’s te drinken en de suikerzakjes mee te jatten (ze zitten nu in al m’n tassen en zakken). Zora is altijd een beetje chagerijnig in de ochtend, dus ik probeer dan niet teveel te praten maar dat lukt nooit zo goed.

Nog even over dat opstaan en uitslapen, het is één van de redenen dat ik kies voor een leven met weinig werkuren en veel flexibiliteit. Ik háát wekkers. Ik háát meteen in actie komen als ik wakker word. In de ochtend wil ik tijd en intrinsieke motivatie. Ik wil mijn eigen tempo. Ik wil genieten van de ochtend, lekker langzaam wakker worden en luisteren naar de vogeltjes. Een ochtendhumeur heb ik niet echt (soms wel, als dingen tegenzitten en ik nog geen koffie op heb), maar ik wil echt DE TIJD in de ochtend. En overdag, en in de avond. Omdat ik automatisch de tijd neem, stond ik vroeger altijd veel te laat op en moest dan weer haasten etc etc. Een wekker eerder is ook stom want dan word je zo bruut gewekt terwijl slapen wat mij betreft echt een heilig proces is.
Als onze koffie dan op was – of als het vroor dronken we die koffie elders, waar we dan lopend naar toegingen – bedachten we waar we die middag eens zouden doorbrengen. Zora houdt van lezen, die heeft de hele bieb al uit en weet alles over alles. Ik hou van haken en wil een paar dagen per week werken op mijn laptop. Dus kozen we een leuk plekje uit: de bieb, een café in de stad, weer een ander café, de natuurwinkel, weer hetzelfde café. In mijn eentje doe ik dit iets anders, want dan voel ik me altijd een beetje stom om veel geld steeds in cafés uit te geven. Dan ga ik wel eens naar mijn ouders, verschillende locaties van de bieb, of naar mijn broer om te werken. Nu ik deze maand met Zora zo heb aangepakt ben ik eigenlijk wel overtuigd van de meerwaarde van elke dag een paar uurtjes ergens lekker een cappu te drinken en mijn ding te doen.

Zora doet alles lopend, ik vaak op de fiets. Maar Zora heeft geen fiets dus deden we alles meestal alsnog lopend. Dat heeft zo’n heerlijk vertragend effect op de dag! Meestal waren we ruim een uur ergens naartoe onderweg. Op weg naar huis maakten we soms nog een omweg door de stad, lekker windowshoppen en mensen bekijken en bekritiseren. Dan, afhankelijk van het weer, chillden we lekker bij de tent of in het toiletgebouw, aten ons avondmaaltje op een Hollandse tijd en kropen ook wel snel ons nestje in. Vooral met de regen/kou/duisternis lag ik er vaak wel rond 20:00 in, soms nog eerder. Vaak lig ik dan nog een beetje te appen/instagrammen, tegenwoordig kijk ik elke avond een filmpje over het heelal omdat ik daar wijs uit probeer te worden. Maar eenmaal in je bed vallen je ogen al snel dicht, ook als je nog niet slaperig bent. Dus soms gewoon lekker mijmeren over de dag en het leven tot ik in slaap val. Zalig.
Ik heb ook wel afspraken. Op woensdag werk ik bijna altijd bij collega Marleen in de stad. Ik doe vrijwilligerswerk bij Utrechts Landschap, daar heb ik regelmatig vergaderingen of activiteiten van. Ik pas soms op mijn neefjes, dat vind ik fantastisch, en heb met mijn leven ook veel ruimte om vriendinnen en familie te zien. Het lekkerste vind ik dat ik weinig werkafspraken heb. Ik kan mijn eigen tijd precies zo indelen als ik wil, en de ene dag meer werken omdat ik me fit en gemotiveerd voel, dan de andere dag als ik moe en chago ben.

Regen
Als het een paar dagen regent, wordt het wel een armoeiige bende bij de tent. Alle natte zooi pleur ik in de voortent in afwachting van een droge dag om alles op te hangen. De tent is zeiknat en ik vraag me tijdens regenachtige dagen altijd af hoe lang hij het nog houdt. En vooral: je kunt niet lekker buiten bij de tent zitten, maar zoekt toch onderdak. Soms, als het lichtjes regent, zit ik nog wel eens in mijn regenpak te ontbijten. Maar vaak zoek ik een plek elders. Zo zit ik nu in de bieb dit te schrijven omdat het een grijze, natte dag is. De tent, daar heb ik nog even geen zin in. Hoewel het bos prachtig is met regen, maar mijn bewegingsruimte zo gelimiteerd!
Regen betekent wel vaak warme nachten, en dat is fantastisch in afwisseling met de vrieskou. Ik slaap dan gewoon in mijn hemdje en korte broek en slaap als een roos (tenzij het stormt, dan lig ik wakker van een klapperende tent).
Kou
Kou gaat vaak gepaard met heldere dagen. De hele winter is dus steeds een afwisseling geweest tussen: jeej zon! – ah shit koude nachten – ah yeah warme nachten! – oh shit regen. Maar die afwisseling maakt het juist dragelijk. Op de zonnige dagen kan ik alles drogen, de was doen, wandelingen maken, maar slaap ik slecht door de kou. Op regenachtige dagen slaap ik heerlijk en kan ik ’s avonds in de tent nog gewoon zitten en dingetjes doen zonder bevroren handen te krijgen, maar is het overdag weer gedoe. Naja, dit is dus het tentleven. Je leeft écht met de elementen. Het beinvloedt je hele dag en wat je doet.

De afgelopen dagen was het heerlijk zonnig weer, maar na het avondeten echt te koud om in de tent of buiten te zitten. Ik heb elke avond een wandeling van zo’n twee uur gemaakt en alle plekken in het bos fantasynamen gegeven: het maanpad (loopt recht naar oost op de volle maan af), het gele woud (met larixbomen die een geel vloerkleed van naalden achterlaten in de herfst), het verboden meer (vol met ganzen, en sinds kort mag je er niet meer wandelen), de dennentunnel (een minipaadje door jonge dennenboompjes heen), en Zora en ik hadden al het Capemoeras, het gifmeer, de Keltische bomencirkel en het oude eikenbruggetje hun namen gegeven.
Heerlijk vind ik dit, die avondwandelingen uit nood geboren. Dat heb ik nodig, dat ik buiten móet zijn, dat ik móet bewegen voor comfort. Niet dat ik uit comfort moet stappen om dingen te doen die goed voor me zijn.
Weekenden
Afgelopen weken trok ik in de weekenden er vaak op uit. Dubbel voordeel: ik sta een beetje gedoogd op mijn vaste terreintje en vind het dan fijn als ik er niet non-stop ben. Vooral in de weekenden is het wat drukker en dan zien terugkerende gasten ook dat ik er niet altijd ben. Daarnaast verlangde ik naar avontuur en buitensport, lekker lange afstandswandelen bijvoorbeeld. Ik heb met mijn moeder twee keer een weekend gewandeld (heuvelrughike), met Zora een lang weekend (veluwe zwerfpad), en alleen twee dagen het Utrechtpad bewandeld. Ik merk wel dat dat wandelen ook hectisch is. Mijn fietstassen moeten altijd ergens naartoe gebracht en opgehaald worden, ik heb steeds maar een deel van mijn spullen bij de hand, en aangezien lopend alles trager gaat neemt het vertrekken van en terugkeren naar het terrein vaak ook veel tijd in beslag.

Daarom kriebelt toch het fietsen weer. Lekker al mijn spulletjes bij de hand, en niet afhankelijk van anderen. Dus april komt in het teken te staan van fietsend avonturieren – ten minste als ik mijn lekke band ga plakken. Morgen staat 40km op de planning en een weekendje kamperen in de Betuwe met vrienden, hopelijk komt dat allemaal goed.
Toekomst
Hoe zie ik de komende tijd voor me? Ik probeer ik kleine stapjes te denken, want ik weet het echt niet. Ik vind juist het veranderlijke leuk, het meegaan op wat zich aandient. En dat kun je niet uitstippelen. Ik heb wel wat opties in mijn hoofd. Ik vind het fijn om in mijn tentje te blijven, maar misschien zou een vast plekje waar ik me niet bezwaard voel continu te staan fijn zijn. Ik voel me namelijk wel thuis hier in het midden van het land, met een bekende stad en mijn geliefden om me heen. Maar ik wil ook gek blijven doen. Misschien spontaan een maand weg, naar het buitenland. Of een half jaar door NL lopen of fietsen. Of ergens een baantje zoeken in Frankrijk en daar een paar maanden leven. ALLES KAN en ik ben me bewust dat niets permanent hoeft te zijn. Ik hoef niet te kiezen tussen thuis of buitenland het kan allebei. Júist met mijn levensstijl.
Soms vind ik wel het financiële stukje spannend. Ik weet niet precies wat eraan, maar nu heb ik zoveel vrijheid en flexibiliteit, zal dat altijd zo blijven? Ik voel me erg bevoorrecht met mijn situatie en soms gaat dat helaas toch ook nog gepaard met een schuldgevoel. Waar verdien ik dit aan? Dat ik kan uitslapen, elke dag fancy cappuccino’s kan drinken, alle tijd heb voor leuke dingen, een megaflexibele en inhoudelijk leuke baan heb?! Soms voelt het zo mooi, dat er ook angst is dat het instort. Maar dan herinner ik me weer dat ik niet veel nodig heb. Dus dat als dingen instorten, ik prima door kan leven met een beetje comfort. Denk ik. Anyway, het blijft soms een spannende keuze. Avontuur in plaats van zekerheid. Maar het geeft ontzettend veel zin & plezier.
Liefs,
Simone

-
Aankloter

Welk woord past nou bij het leven dat ik nu leid? De ene week leef ik weer totaal anders dan de andere, lijkt het. Ik zou mezelf geen fulltime kampeerder willen noemen, want ik slaap soms ook in huizen. Eerst vond ik dat valsspelen, maar nu besef ik dat het juist óók dit leven is. Gewoon meegaan op wat zich aandient. Niet te ver vooruit plannen of denken, want dan verpest je de mogelijkheden die de toekomst brengt.
Zo fietste ik vandaag ergens, en zag in de verte dat de weg geblokkeerd was door een bestelbusje. Het leek alsof ik er niet omheen kon, omdat aan beide kanten auto’s stonden. Ik zou de stoep op kunnen fietsen, al zo’n 100 meter van tevoren, maar daar liep iemand dus zou ik af moeten stappen. Ik besloot gewoon tot het busje te fietsen, en te vertrouwen dat er dan wel een oplossing zou zijn. En ja hoor, precies ter hoogte van het bestelbusje stond geen auto geparkeerd en ik kon er makkelijk omheen fietsen.
Grappig genoeg voelde dit moment heel metaforisch. Als je ver van tevoren problemen al wilt oplossen, sluit je jezelf af voor de oplossingen die zich spontaan aandienen. Zo deed ik dat ook met mijn baan die ik op zei zonder een alternatief te hebben. Toen ik een maand lang niet werkte (dat was gepland, ik zei daarna pas mijn baan op), diende aan het eind van die maand zich opeens een nieuwe mogelijkheid aan die ik nóóit vooruit had kunnen bedenken. Ik had kunnen wachten tot ik iets anders had gevonden voordat ik stopte met mijn werk, maar juist doordat ik iets had opgezegd kreeg ik het nieuwe aanbod. Mijn zus had hulp nodig bij haar zojuist gestartte bedrijf en dacht aan mij omdat ik veel tijd had. En voor haar werk ik nu al ruim een jaar met veel plezier! Werkloosheid was het busje.

Dit is altijd al mijn manier van leven geweest. Gewoon iets dóen en vertrouwen op de oplossingen in het moment. Ik heb inmiddels geleerd dat als ik ver van tevoren dingen al uit wil denken, ik heel veel mogelijkheden over het hoofd zie. Een grote uitdaging momenteel is de logistiek van mijn kampeerleven. Ik ga nu veel vaker mijn tent opzetten en afbreken, omdat ik een aantal dagen per week wil gaan wandelen met mijn backpack. Waar laat ik dan mijn fietstassen? Waar zet ik mijn fiets neer? Laptop wel of niet mee? Dat soort vragen ontstaan steeds, en altijd in het moment kom ik opeens weer met een geniale creatieve oplossing die ik eerder nooit had kunnen bedenken. Ik begin steeds meer te vertrouwen op mijn improvisatievermogen en creativiteit, want dat zijn echt twee van mijn sterkste punten (ze hebben veel met elkaar te maken natuurlijk).
Maargoed, hoe noem ik mezelf dan? Aankloter. Improvisator. In-het-moment-lever. Last-minute-oplossingbedenker. Want dat is wat mijn levensstijl domineert. Niet een bepaalde richting, maar juist dat de richting ieder moment kan veranderen en dat ik ook de mogelijkheid heb om met die verandering mee te bewegen. Afwisselaar. Random persoon. Misschien moet ik ook helemaal geen woord eraan willen koppelen, maar het is wel leuk. ‘Wat doe jij met je leven Simone?’. ‘Ik ben een aankloter’.

Maargoed, er is natuurlijk wel ergens een rode draad te vinden, en dat is natuur. Ik wil graag buiten zijn en me verbinden met het bos, een heksje zijn. Zwerver dekt dus ook niet helemaal de lading, dat associeer ik meer met stad. Maar de essentie van het woord past me wel, het ‘zwerven’, het ‘ronddwalen’. Een zwerver met overheersende aanwezigheid in de natuur. Hm.
Nu ik zo op mijn laptopje in de Starbucks zit te typen (I know, heel pretentieus en hip), vind ik de term digital nomad ook wel bij mezelf passen. Aan de andere kant is dat maar een klein deel van de tijd die ik spendeer. Ik ben het dus allemaal. Nomad. Zwerver. Bosheks. Outdoorfreak. Huizenoppas. Kunstenaar. Hoe noem je het als je dat allemaal bent?
Zora stuurt me toevallig net een quote uit een boek over vagebonden: ‘Vagebonden is de beweging van het verlangen’ (Léon Hanssen). Misschien is dat het wel. Meegaan op het verlangen, dat steeds veranderlijk is en wat zich ook weer aanpast op wat je meemaakt en wat zich aandient. Een verlangen blijft niet je hele leven hetzelfde. Een verlangen vormt zich ook weer naar wat je onderweg naar het realiseren van het verlangen meemaakt. Meebewegen op je verlangen vereist ook dat je in het diepe durft te springen en vertrouwt op je improvisatietalent, en vertrouwt op dat alles wel loopt zoals het moet lopen. Heerlijk.
Helaas heeft het woord ‘vagebonden’ ook wel weer een criminele ondertoon. Dat vind ik een minder passende associatie bij mezelf.
Ach, misschien ben ik ook gewoon zoals ieder mens. We doen maar wat. We kloten gewoon maar wat aan. De één met wat meer voorspelbaarheid dan de ander. Ik weet nog niet hoe april eruit gaat zien, waar ik slaap, hoe mijn week eruit ziet, veel mensen weten dat wel (ongeveer).

Ik leef in het nu, dat is een feit. Afgelopen week moest ik weer enorm improviseren, want ik wilde nog minder spullen mee. Minder spullen betekent ook meer in het nu kunnen leven, omdat je flexibeler bent. Rugtas op, en gáán naar die nieuwe plek die opeens in je opkomt. Ik denk dat ik misschien daarom ook wel zo naar dit simpele leven verlang, het stelt me in staat willekeurige dingen ideeën uit te voeren die in het moment ontstaan. Ik denk dat ik een nieuwe term moet bedenken, die ongeveer dit omvat: doen waar je zin in hebt (en dat dat dan elke week iets anders kan zijn).
ADHD. Sommige mensen noemen het ook gewoon zo. Alleen dan is het een afwijking, want je wil steeds iets anders maar dat is dan weer gek want we moeten constant zijn ofzo (vindt men). Ik geef er juist lekker aan toe en zoek de rust op (prikkels zijn killing) en ga lekker mee op m’n impulsieve flow.
Andere termen die passend zijn, maar ook nét niet:
- Hedoniste: iemand die genot zoekt (maar dat woord wordt nu ook wel geassocieerd met middelengebruikers)
- Levenskunstenaar: maar dat omvat weer niet echt mijn leefstijl
- Avonturier: maar soms doe ik ook niet avontuurlijk en die periodes moeten ook binnen de term passen
- Vrijbuiter: Heeft een of ander zeeroververleden ofzo, saai
- Pallieter: staat voor een levensgenieter, één die de dag plukt. True, maar soms ook chago en een beetje op automatische piloot leven.
- Hobbit: bestaan niet echt
Nou nu stop ik weer met mijn gezwats, misschien hebben jullie nog leuke ideeën?
XXXXXX

-
Zoektocht naar vrijheid
Dat het zo’n verschil maakt of het volle maan of nieuwe maan is had ik wel verwacht, maar niet dat het zo’n impact zou hebben op mijn gemoedstoestand. Het is echt donker in het bos, er hangen duistere wolken laag over het heideveld waar ik doorheen fiets op weg naar de tent. Het regent continu: een soort lichte mist waar je niet zeiknat van wordt maar die de ruimte tussen de bomen wel opvult met een lichte waas. Het is stil in het bos, het lijkt wel of dieren zich ook terugtrekken.
Sommige dingen gaan moeizamer nu. Ik voel me gewoon minder energiek. Alle prikkels lijken harder binnen te komen en alle afspraken in mijn agenda voelen overweldigend. Ik leef altijd wel bewust met mijn menstruatiecyclus, maar ik ovuleer nu dus zou juist wat meer hyperheid verwachten. Integendeel, ik verlang ernaar op iemand te leunen, gedragen te worden, even alles los te laten. En daarmee verlang ik ook gedag te zeggen tegen alle vastigheid die ik heb. Vrijwilligerswerk, Krav Maga, het voelt allemaal benauwend. Net zoals dat lage duistere wolkendek dat over het bos hangt. Misschien de donkere maan, misschien gewoon nog de winter die steeds langer aanhoudt. Misschien het grauwe weer.

Het tentleven blijft gelukkig wel nog steeds passend. Soms ben ik lamlendig en denk ik, bah, al die moeite. Was ik maar in een normaal huis. Dan stel ik me een normaal huis voor, de vier muren, de kosten, de lampen, de luxe, en denk ik: nee!!! De tent is waar ik thuishoor, maar soms is het even veel werk. Toch lig ik met dit natte weer wel veel warmer in mijn bed, het is ’s nachts minstens 8 graden. Heerlijk warm word ik dan in de ochtend wakker en rits ik de tent open. Ik voel de lichte regendrupjes op mijn gezicht terwijl ik verder warm en droog lig.
Hoor ik thuis in de prehistorie?
Ik heb soms de neiging verklaringen te zoeken voor mijn behoefte dichtbij de natuur te leven. Soms denk ik: zo hoort het, zo deden ze het vroeger. Maar op heel veel vlakken wil ik dingen die ze vroeger echt niet deden. Alleen zijn als vrouw, bijvoorbeeld. Juist loskomen van de groep. Een eigen weg banen. Toch ook met een telefoon leven. Ik zoek een weg om zelfstandig en vrij te leven met de moderne kaders die ik ook heb meegekregen. Ik kan niet doen alsof ik in de Keltische tijd leefde. Ik leef in het hier en nu en daarin zal ik mijn weg moeten zien te vinden.
Zo dringt het de laatste tijd tot mij door dat ik misschien wel echt anders ben dan veel mensen. Ik schreef dit in mijn dagboek:
Je leest vaak dat mensen die gekke dingen doen altijd al het gevoel hadden ‘anders’ te zijn. Ik had dat gevoel nooit zo concreet. Ik dacht niet dat ik anders wás, maar me gewoon anders gedroeg. Gewoon nog op het rechte pad terecht moest komen er nog aan mij getimmerd moest worden, ik nog niet klaar was voor het normale leven. Steeds meer begin ik echter te denken dat ik anders bén. Ik verlang niet wat de gemiddelde persoon verlangt. Ik word niet blij van waar de gemiddelde persoon blij van word. Soms denk ik ook dat iedereen misschien wel anders is, anders dan de norm die we hebben verzonnen. Niet veel mensen kunnen aan het perfecte plaatje voldoen en dan ook nog tevreden zijn met hun leven.

Maar ik wil sommige dingen denk ik echt nooit. Ik wil nooit een rijtjeshuis kopen met een levenspartner. Ik wil nooit full-time werken. Ik wil gekke dingen, namelijk rust en veel alleen zijn. Ik wil niet met kinderen racen naar school, voetbal, muziekles. Ik wil geen groot succes, ik wil leven in het hier en nu. Ik wil geen wekkers zetten en onuitgerust in een drukke trein van stad naar stad reizen. Ik wil niet de hele dag naar een scherm kijken. Al die dingen geven me het gevoel dat ik faal, omdat ik het niet wil en niet kán. Noem het adhd, noem het lui. Ik wil gewoon rust en kalmte. Ik wil het bos om me heen, de geuren, de geluiden, de wind, de dieren. Ik wil plezier maken en leren. Ik wil genot.
Ik ben anders. Want ik weet nu echt dat ik bepaalde dingen wil of niet wil wat anderen zich niet voor kunnen stellen. Daarbuiten voel ik me een gekkie, een faler, een sukkel. De vrouw die nooit kan settelen en altijd weer met een raar nieuw plan komt. Maar in het bos voel ik me kalm, tevreden en blij.
Wat mij anders maakt is denk ik mijn wens om vrij te zijn. Mijn continu verlangen om alles op mijn eigen manier en in mijn eigen tempo te kunnen doen. Mijn overtuiging dat dat wat ik verlang goed is, ook als het afwijkt van de norm. Mijn behoefte om alleen te kunnen leven en overleven, en daarbij weinig nodig te hebben. Mijn wil om zoveel mogelijk buiten te zijn, ook bij kou en regen.

Soms denk ik dat ik ooit ook gewoon met een kerel ga trouwen en in een huis ga wonen met kids en een baan. Maar hoe ouder ik word, hoe minder ik dat denk. Ik ben inmiddels volwassen en verlang alleen maar meer naar natuur, rust en vrijheid.
Afzien is vrijheid
Miriam Lancewood schrijft het volgende in haar boek, waar ik erg mee resoneer:
Maar Peter en ik hadden al zoveel moeilijke situaties het hoofd geboden dat ontbering voor ons juist gelijkstond aan vrijheid. In moeilijke omstandigheden pasten we ons aan en gingen nog primitiever leven.
En zo voelt voor mij het iedere dag terugkeren naar de tent ook. Als ik in de stad ben en het is donker en regenachtig voelt de stap naar mijn tent enorm. Maar als ik die stap toch weer weet te maken, het toch weer weet te redden in mijn eentje in de winter, voel ik me echt vrij. Ik weet dat ik alle kanten op kan, kan doen wat me een goed gevoel geeft. De weg van plezier in kan slaan, in plaats van die van dwang en sleur.
Voor veel mensen klinkt dat onbegrijpelijk. Maar afzien kan echt vrijheid geven. Ik heb het al vaker gezegd, maar afzien betekent niet per se ‘lijden’. Afzien betekent comfort vinden in moeilijkere omstandigheden.

Ook als het donkere maan is en ik me minder energiek voel. Juist dan is het belangrijk dat ik bewust kies voor het tentleven. Dat ik de uitdaging van de ontbering aan durf te gaan. Vandaag betekende dat dat ik mezelf de fiets op moest slepen om eten te gaan halen. Ik wilde niet, wilde verstoppen in mijn bed. Maar, Simone, zei ik tegen mezelf. Als je dit tentleven wilt kunnen leiden, als je gelukkig alleen wilt zijn, dan kun je niet zielig in de tent liggen en jammeren om het feit dat niemand thee voor je zet. Dan moet je het zelf doen.
En dat deed ik, en nu voel ik me goed.
Ik zie het buitenleven echt als mijn optie voor de toekomst. En ik blijk niet de enige. Er zijn er meer ‘anders’.
Liefs, Simone
P.s. Je kunt reageren zonder in te loggen door je email niet in te vullen!

-
Een pauper in de stad
Het trekkerstentje was de beste keuze ooit. Ik voel me gelukkig hier, met de eenvoud. Ik voel me gelukkig als ik ’s ochtends de tent open kan ritsen en vanuit mijn warme slaapzak het bos in kan kijken. Ik voel me gelukkig met het overzicht in de kleine ruimte. Ik voel me gelukkig, denkend aan de herinneringen die ik met deze tent heb gemaakt. Deze tent is echt mijn huisje; was het altijd al.

Vandaag klaagde ik tegen mijn collega Marleen over dat ik me even pauper voelde. Op woensdag werken we altijd bij haar thuis en ze heeft zo’n lange spiegel. Mijn haar is bovenop nu kortgeknipt en heeft een grauwe kleur: het mist blonde lokken van de zomer. Het is ook een beetje vettig van het constant mutsen dragen en weinig wassen. Mijn gezicht is bleek, zoals altijd in de winter, waardoor mijn wallen donkerpaars lijken. Mijn kleren zijn een soort pyjama, alles is van zachte stof. Correctie: het ís ook mijn pyjama want ik draag dit outfit dag en nacht. En dan is alles aan mijn outfit ook nog eens donker, donkergroen en zwart. De aanblik van mezelf in die lange spiegel was die van een pauper. Lelijk, viezig, lomp, saai, grauw, onverzorgd.
In de stad voel ik me ook de hele tijd vies. Ik zweet van de warme binnentemperaturen die niet lekker zijn in combinatie met al mijn laagjes kleren. Dan trek ik m’n truien uit en ziet iedereen weer dat mijn borsten los rondbungelen in mijn thermoshirt, daar ben ik me dan ook weer veel te bewust van. Ik laat moddersporen achter die uit het profiel van mijn wandelschoenen vallen en kon laatst precies mijn route van en naar het toilet in de bieb zien. Awkward.

Dan heb ik ook nog eens dreads, wat veel mensen een beetje viezig vinden. Is het niet, want ik was ze gewoon. Maar ze worden wel pluizig en dat ziet er al weer wat onverzorgder uit in vergelijking met alle gestijlde coupes van de dames in de stad. Make-up is ook onhandig in de tent, dan moet ik het er ’s avonds ook weer afhalen en dat is gedoe, en gedoe vermijd ik. Terwijl ik voorheen ’s winters altijd wel wat mascara op deed om er wat minder doods uit te zien.
In de Albert Heijn liep ik dus te zeuren tegen Marleen dat ik me pauper voelde, en dat mijn tentleven met deze kou (het vriest) ook gewoon wat meer overleven is. Ik ga niet uitgebreid koken, want dan moet ik lang stilzitten. Dus eet ik kant en klare maaltijden (pastaatje tonijn ofzo), of makkelijke gerechten (couscous met witte bonen in tomatensaus en paprika). Het belangrijkste vind ik dát ik eet, dus ik probeer mezelf geen eetregels op te leggen. Snoep, chocola, blikvoeding, kant en klaar spul, het mag allemaal. Toch voelt het wel wat minder verzorgd, echt een beetje standje overleven.

Net zoals met kleren. Ik trek nog net wel elke dag een schone onderbroek aan, maar de rest blijft hetzelfde. Ik heb wel twee broeken en twee ondertruitjes, dus die kan ik afwisselen. In de praktijk doe ik dat alleen als de één in de was zit, want omkleden is geen pretje met dit weer. Vooral ook omdat ik zo véél aan moet, zoveel laagjes. Dat kost gewoon veel moeite, en zoals ik al zei vermijd ik gedoe. Voor mijn onderbroeken heb ik een leuke oplossing bedacht: ik heb ze opengeknipt en er touwtjes aan genaaid, zodat ik mijn broek en thermolegging alleen maar even omlaag hoef te doen en dan zo mijn onderbroek vast kan knopen! En het werkt als een gek.
Ik voelde me dus zweterig, lelijk, hangerig, en vroeg me al af hoe ik de koude avond bij de tent door ging brengen met standje overleven. Toen ik echter op de fiets naar huis stapte en het bos in reed verdween dat hele paupergevoel naar de achtergrond. Op deze frisse lucht was ik gekleed. Voor deze prachtige zonsondergang woonde ik in het bos. De stilte in het bos was goddelijk en ik voelde me weer helemaal op mijn plek in donkergroene kleding, met mijn dreads en make-uploze hoofd. Bij de tent aangekomen keek ik al uit naar het in mijn slaapzak kruipen met een kruik en mijn eenvoudige maaltje maken.

Het bos is donker, maar de volle maan komt zo op. Het is koud maar ik heb het warm. Ik voel me stoer en sterk, zo in de kou in mijn minitentje. Dit is het leven waar ik voor kies, de stad in gaan hoort er ook bij, maar is niet mijn plek. Ik ben gekleed op het bos, mijn routines zijn afgestemd op de kou. In de stad is dat soms moeilijk voor te stellen en voelt het contrast soms zo groot, dat ik geen zin heb in mijn plekje.
Maar zodra ik het bos in rij voel ik me thuis. Thuis, gelukkig en dankbaar. Ik voel me capabel, mooi, en stoer. Ik leer te leven met de elementen en kan dagelijks sterren kijken. Vannacht liep er een ree bij mijn tent, en ’s ochtends drink ik een kop earl grey thee. Gemaakt op de benzinebrander, onder de den.
Liefs, Simone
P.s. Wil je reageren zonder in te loggen? Vul dan gewoon je emailadres niet in.

-
Nieuwe start

Met een glas wijn in mijn hand zit ik achter de laptop, bij mijn ouders thuis. Ik heb alweer vijf nachten in de tent doorgebracht, mijn geliefde trekkerstent dit keer. Daarvóór zat ik drie weken in het huis van mijn ouders die op vakantie waren. Vandaag breng ik er de dag nog even door, om het huis net zo schoon op te leveren als ik het gekregen had.
Beschimmelde kleren
Wijn weggooien is zonde, dus daarom drink ik het bodempje nu op vrijdagmiddag op. Er staat heftige muziek aan op de achtergrond, om de opruimvibe er wat in te brengen. Toen ik net in het huis zat begin januari ben ik ook naar Achterveld gegaan om daar mijn bezittingen uit te zoeken. Ik woonde daar eerst in een stacaravan en yurt, waar mijn zus nu in getrokken is. Ik mocht gelukkig nog een kamertje behouden om spullen te kunnen opslaan. Het was er alleen nog één grote bende, dus ik heb een dag lang alle spullen uitgezocht en weer dingen weggegooid. Ook is er een hele lading bij de kringloop afgeleverd. Heerlijk.
Ik heb daar ook vijf vierkante houten bakken met kleding staan. Nu is het klimaat in een stacaravan niet vrij stabiel en vaak erg vochtig. Het kamertje is afgesloten van de rest van de stacaravan dus wordt ook niet echt verwarmd. Het gevolg: een paar kledingstukken begonnen te schimmelen. Op aandringen van mijn zus heb ik alles gewassen en gedroogd en staat het nu bij mijn ouders, die in een goed verwarmd rijtjeshuis wonen.

Toen het sneeuwde zat ik warmpjes in een huis. Ik dacht dat ik spijt zou krijgen, maar ik vond het wel even best! Op de één of andere manier ben ik gehecht aan mijn kleding. Mijn kleding en mijn knutselspullen (van kralen tot wol tot vouwpapier tot schilderspullen). Van een paar kledingstukken wil ik gewoon écht geen afstand doen. Het lijkt wel of ze bij mijn identiteit horen, zoals sommige mensen dat ook met boeken hebben. Dat had ik ooit ook, maar nu merk ik dat ik veel écht nooit lees dus een groot deel is er weer uitgegaan. Wat over is gebleven zijn naslagwerkboeken zoals mijn sporenboekje, wildplukboek, bushcraftboek, en nog een paar van dat soort gevallen.
Mijn ouders zitten ook niet echt te wachten op een huis vol bezittingen van hun kinderen – wat ik ze niet kwalijk kan nemen. Heb je je leven al ruim 30 jaar opgeofferd voor je kinderen, wil je ook een keer ff space voor jezelf. Maar gelukkig mag mijn kleding wel blijven, verstopt in bakken onder het bed. Heel fijn! De tipitent ligt ook nog bij mijn ouders, voor het geval het opeens gruwelijk gaat vriezen en ik toch in de tipitent met kachel wil. Mijn ouders wonen dichterbij dan mijn zus, althans, ik besef nu dat het even ver fietsen is. Maar ik kom vaker bij mijn ouders, denk ik. Vooral als ze op mijn geweldigste liefste neefje van 1 moeten passen (plus het is er gewoon knus en gezellig en er staat een piano en de douche is chill).
De kleding zit in de bakken, er staan weer wat spullen in de auto die tóch wel in Achterveld kunnen staan en de etensvoorraden zijn weer aangevuld. Nu is het even tijd voor een kleine schrijfpauze voordat ik de stofzuiger nog door het hele huis moet halen en mijn eigen was nog even op ga hangen. Ondertussen neem ik jullie graag mee in de afgelopen week in de trekkerstent, wat ontzettend goed bevalt tot nu toe.
Drie weken in een rijtjeshuis
Toen ik de nachten in dit heerlijk verwarmde huis doorbracht, voelde het leven in de tent even heel ver weg. Vooral de eerste week was het contrast zo hoog dat ik echt even vraagtekens zette bij mijn keuze voor een tentleven. Het voelde met terugwerkende kracht een beetje armoeiig allemaal. De gore pannen, het simpele eten, de door regen opgespatte modder op al mijn spullen.. Het klooien met de benzinebrander voor een simpel kopje thee, de natte spullen die nooit droog werden, de koude nachten.

Naarmate de tijd vorderde in huis begon ik echter wel weer naar buiten te verlangen. Ik miste het feit dat ik weinig daglicht absorbeerde: in een huis is het toch altijd donkerder dan buiten zitten. Bovendien verlangde ik naar het bos, waar ik nog wel af en toe in ging wandelen – maar dat is anders. Ik miste het feit dat ik spontaan geconfronteerd werd met een heldere nachthemel en dat als aanleiding zag meer over sterren te leren. Ik miste het wakker worden en weten wat je aan moet doen omdat je meteen voelt hoe warm of koud het is. Ik miste de uitdaging om met weinig spullen toch een comfortabel dagelijks leven te vinden.
Bovendien begon de luxes me ook een beetje te irriteren. Ik douchte elke dag (heel heet) en merkte dat aan mijn huid: puisten en voetschimmel kwamen weer opzetten. Wel heb ik erg genoten van een continu volle telefoon, wifi all the time, NPO programma’s terugkijken op de tv, thuis kunnen werken, koken op een gasfornuis, en: KOFFIE UIT EEN MACHINE.
Ik merkte wel dat het me echt even goed deed om afstand te nemen van het tentleven, om weer even te analyseren wat ik eruit wil halen en wat ik anders kan doen. En zo begon het verlangen te groeien om nóg simpeler te wonen en ook om zelfvoorzienender te zijn. Nu moest ik met de tent opzetten en afbreken steeds hulp vragen en ook de auto van mijn ouders lenen. Ik verlangde naar bewegingsvrijheid hierin en besefte dat ik nog minder spullen moest gaan selecteren, zodat ik alles op de fiets mee kon nemen. Mijn filtervraag was: heb ik dit urgent nodig in de tent? Of kan ik dit voorwerp ook lenen van mensen?
Dingen die de paklijst niet haalden:
- een centimeter
- boeken. Nu heb ik één boek in de tent, als die uit is ruil ik ‘m weer in de bieb.
- luxevoedingsdingen. Cacao, suiker, peper (gebruik ik toch nooit).
- extra kookgerei (gewoon 1 pan, 1x bestek, 1 beker)
- de tipitent!

Alle tipi-spullen. Kan minder natuurlijk, maar dit past niet op de fiets! Mijn Vango is mijn home
Al vijf jaar gebruik in mijn kleine Vango Blade Pro 200, een simpel trekkerstentje die al vele avonturen mee heeft gemaakt. Hij ging mee op mijn eerste solofietstocht van vier maanden door Zuid-Europa. Hij ging mee op oerhollandse fietsvakanties met mijn bestie Anne. Het was het tentje waarin we sliepen tijdens Hunted Into the Wild. En in mei sliep ik in dit tentje toen ik een maand door Nederland wandelde (het Roots Langste Natuurpad). Deze tent voelt echt als mijn thuis. Ik heb er heerlijke nachten in doorgebracht en het voelde altijd als mijn minihuisje. Tijdens die wandeltocht door Nederland ontstond ook het idee om in een tent te wonen. Ik werd gewoon zo gelukkig van de eenvoud van mijn tentje, mijn huisje.
Daarom kwam ik nu ook op het idee om met mijn trekkerstentje in het bos te gaan staan. In mijn hoofd hoorde ik veel bezwaren en vond ik het vooral een dom plan. Het is vanuit een huis ook moeilijk voor te stellen hoe het is om in een tent in het bos te wonen. Vanuit huis klinkt het al heel snel heel bizar of bruut. Ondanks de bezwaren won toch mijn verlangen het en pakte ik vorige week mijn trekkerstentje op de fiets.

Alles past, en het karretje voel je niet eens als je fietst! Ook koos ik ervoor een gasbrandertje mee te nemen, maar voor de zekerheid ook de benzinebrander. Propaangas werkt niet goed bij lage temperaturen maar gaat makkelijk aan, en benzine doet het overal maar is even een werkje om aan te zetten. Niet echt minimalistisch om beide mee te nemen, maar ik gunde mezelf even het comfort van een kopje thee in vijf minuten in plaats van tien of meer. Verder gingen er nóg minder kleren mee en maar daarentegen wel weer een grote tas vol vechtsportspullen omdat ik sinds een maand aan Krav Maga doe.
Het is warm!
En ik ben zo blij met mijn keuze voor de Vango! Het is écht écht écht mijn thuisje. Ik voel zoveel genot en geluk als ik in die tent lig en ’s ochtends gewoon even mijn arm uitstrek om de rits te openen en het bos in te kijken. Bovendien heeft het een mini-voortentje waardoor ik ook zittend vanuit de tent kan koken, en natte spullen in de voortent neer kan zetten. De tipi had dat niet en dat was nog wel eens onhandig. De tarp heb ik nog niet opgehangen, want die is heel groot en wappert hard in de wind. En hij lijkt eigenlijk nauwelijks nodig nu ik het voortentje heb.
Om het warm te houden heb ik extra maatregelen genomen. In de tipi sliep ik in een donsslaapzak (dekenvorm) met daaroverheen een hele dikke polyester deken en dáár overheen nog een grote wollen deken. Dat zijn enorm lompe dingen, dus die gaan niet mee op de fiets. Ik miste in de tipi echter ook een mummie-vorm slaapzak, omdat de kou toch mijn slaapzak in stroomde. Gelukkig heb ik ook een mummieslaapzak, maar dan een zomermodel en die stop ik nu ín mijn donsslaapzak. En het is heerlijk! Als extra laagje en vooral om de condens op te vangen heb ik twee fleecedekens aan elkaar genaaid als slaapzak, die over het geheel kan. Lekker goedkope oplossing, en ik hou ervan het te doen met wat je hebt.

Maar die fleecedeken was de afgelopen week helemaal niet nodig. Meerdere keren werd ik ’s nachts wakker omdat ik het té warm wat. Ja het regent, het waait, maar daardoor is het echt goed te doen ’s nachts! Ik heb helemaal niets te klagen in mijn kleine tentje, in tegendeel, ik geniet enorm. Het maakt heel veel uit dat de temperaturen zo goed zijn en ik zit zo twee uur achter elkaar buiten te haken (mijn nieuwe obsessie). Mijn natte kleren droog ik overdag gewoon bij iemand thuis of waar dan ook, want ik ben vaak wel ergens overdag.
En bovendien merk ik dat de dagen al een stuk langer worden. Ik heb drie weken gemist op het kampeerterrein, en het verschil is echt groot. Ik realiseer me nu pas hoeveel extra gemak dat geeft aan het tentleven. Het was best een goed idee om in de donkerste periode van het jaar te beginnen met wonen in een tent, want het hardste deel heb ik gehad. Het wordt alleen maar lichter, en wellicht ook alleen maar warmer. Hoewel ik me er ook bewust van ben dat die vroege hoop in februari altijd de kop in wordt gedrukt door een lente die véél te lang op zich laat wachten en terugkerende kou, voel ik dat het van nu af aan alleen maar makkelijker gaat worden.

Mijn achtertuin Ik geniet ook nog wel even van de winter. Geen muizen bij mijn eten, geen muggen in de tent, wél kampvuurtjes stoken en lekker veel rust in het bos. Ik geniet zelfs van het koud hebben, hoe gek dat ook klinkt. Kou pas gewoon beter bij wie ik ben dan hitte. Het voelt natuurlijker voor mij, meer als mijn status quo. De zomer is mijn seizoen niet, maar na deze winter ga ik er denk ik wel echt van genieten!
We gaan het zien. Ik heb ingezien dat het ook prima is om als het even te heftig is, het tentleven gewoon af te wisselen met huisperiodes. Afwisseling is key. Mijn basis is het bos, maar ik geniet ook erg van de gemakken van het moderne leven. Ik heb ingezien dat het me niet zozeer gaat om full-time in een tent te kunnen wonen, maar gewoon om de vrijheid en de eenvoud van leven met weinig spullen en gebruik maken van de kansen die op je pad komen. Een nomadisch leven. Een zwerverleven. Een vrij leven.
Liefs,
Simone
P.s. Wil je reageren? Leuk! Als je géén e-mailadres invult kun je dit doen zonder inloggen!

-
Natte winter!
Gewoon weer even een blog over hoe alles gaat. De dingen worden al vanzelfsprekender, dus dan denk ik er ook minder aan om het te uiten. Het voelt alsof er minder te vertellen is, maar eigenlijk is er heel veel te vertellen.
Regen
Allereerst is het erg nat. Het regent véél. Ik sta op een aardeplek (dus niet op gras) en alle modder spat op tegen mijn tent en tegen de spullen die buiten staan. Dat geeft een heel rommelig gevoel en als ik ook maar iéts van mijn bezittingen aanraak zit er modder op mijn handen, wat arelaxt is. Het ziet er ook gewoon onverzorgd uit, een beetje verwaarloosd. Dat vind ik vervelend, want schone spullen geven een knusse sfeer en daar ga ik goed op. Maar ik besef ook dat het even accepteren is. Dingen zijn gewoon even goor, alles is gewoon even nat. Het is even onbeholpen, maar het hoort erbij.
De tarp is een ander probleem. Die is juist voor de regen opgezet, zodat ik buiten kan koken en buiten kan zitten. In mijn tent koken is veel te gevaarlijk, al helemaal met een bezinebrander. Risico’s zijn: compleet in de hens vliegen, koolstofmonoxidevergiftiging, of gewoon gore longen van de benzinerook. Bovendien geeft binnen koken ook veel vocht en veel zooi met groen afval en dergelijke. Dus de tarp is perfect, ik kan dan ook lekker naar het bos kijken terwijl het om me heen regent en ik het hoor klateren op het doek. In de tent kan ik met regen alleen met de luifel dicht zitten, anders regent het naar binnen. Dus dat is ook een beetje saai, omdat ik het bos wil zien!
Het waait nu alleen zo ongelofelijk hard, dat mijn tarp steeds loswaait. En als hij niet loswaait, omdat ik zware spullen erop heb gezet, dan wappert hij als een gek tekeer wat ik ’s nachts steeds blijf horen. Misschien moet ik een andere opstelling bedenken, maar ik weet niet zo goed wat. Ik sta bovendien ook op een hoge plek en vol in de wind, dus misschien moet ik gewoon binnenkort weer een ander plekje opzoeken en dat een nieuwe kans geven. Een paar dagen had ik mijn tarp gewoon afgebroken, de spullen die buiten staan mogelijk eigenlijk wel nat worden! Alleen dan had ik weer geen lekker zitplekje om onder te schuilen bij weer en wind.

Het tentdoek waait steeds droog door de harde wind, dat is wel echt fijn! Het voelt gewoon goed dat hij niet continu zeiknat is. Binnen blijf ik ook lekker droog, superfijn. Het grondzeil is alleen wel nat en de lagen die daar overheen liggen inmiddels ook al. Eén dag heb ik alles eruit gesleept en de kachel aangezet, maar het deed niet zoveel voor de grond. Bovendien blijft het nog wel even regenen, dus dat is dweilen met de kraan open – bijna letterlijk! Veel van de regen is dus echt weer een stukje overgave. Ja, ik ben beperkt. Ja, de tarp wappert. Ja, alle spullen buiten zijn nat en goor. Ja ik moet de hele dag een regenpak aan. Maar is dat allemaal echt zo erg? Is het echt zo erg om nat te zijn? Het belangrijkste is ’s nachts droog en warm te zijn, maar een beetje natte spullen zijn geen ramp.
En dan komt ook altijd weer mijn eeuwige troost: ooit wordt het weer droog (of: ooit wordt het weer warm. of: ooit gaat het weer regenen. of: ooit gaat de zon weer schijnen). Niets is voor altijd en dat herinnert mij eraan dat ik er juist van moet genieten. Ik was me aan het inlezen over de Cape Wrath Trail die ik in de zomer met Zora ga doen, het schijnt dat natte voeten daar onvermijdelijk zijn. Een man schreef allerlei opties om natte voeten te voorkomen (schoensoort, extra lagen, etc), maar uiteindelijk concludeerde hij dat de beste optie was: don’t bother. Wat is er precies zo erg aan natte voeten? Iets blaargevoeliger misschien, plak je een extra pleistertje. ’s Nachts droge sokken aan, en het komt allemaal goed. Veel is mindset.
En die mindset ontwikkelt zich ook langzaam bij mij, want ik hou ook erg van regen. Ik hou van een nat bos, het voelt vruchtbaar, gezond. Ik hou van ons waterland, met volle rivieren waar we in kunnen zwemmen of op kunnen schaatsen. Ik hou van de kleur van donkere natte boomstammen, met hun prachtige kronkelende wintertakken. Ik hou van de geur van natte bladeren gemengd met natte aarde.

Stadsleven
Sowieso heb ik niet veel te klagen. Ik ben bijna iedere dag wel onder de pannen, letterlijk. Ik werk bij een collega, of in een café, of ik ga chillen in de bieb. Op bezoek bij mijn ouders, eten bij mijn broer, er is genoeg in de buurt waar het droog en warm is. Dat is tegelijkertijd ook een nadeel. Ik merk dat ik de laatste weken steeds een beetje ‘vlucht’. Dan denk ik: och, het regent, snel een droge plek opzoeken. Maar als je niet lang met de regen geconfronteerd wordt, bedenk je ook geen handige oplossingen. Als ik een hele dag bij de tent zit terwijl het regent moet ik creatieve oplossingen bedenken om de dag door te komen. Om de tent droog te houden. Om me te vermaken. Om te koken en eten. Alleen als ik er dóórheen ga, kan het leven op die manier comfortabeler worden.
Bovendien merk ik dat het leven in de stad een beetje botst met het leven in de tent. Het tempo in de stad is snel, in het bos is traag. En soms neem ik dat snelle tempo mee naar het bos en raffel ik de dingen af. Het is juist zo fijn aan het eenvoudige leven dat je de tijd mag nemen (en de tijd hebt want: minder uitgaven, dus minder werken, etc) en daar voldoening uit haalt. Dat een kopje koffie zetten (zie vorige blog) moeite kost, is juist fijn. Maar nu ontwijk ik het soms en denk ik: ik haal wel ff koffie in de stad.
Misschien zou het ook wel eens goed zijn om wat meer afstand op te zoeken. Ik zit al te denken om in de zomer een maandje in Drenthe in het bos te staan, gewoon even wat verder weg van alles dat ik ken. Nu moet ik het met discipline doen en mezelf genoeg ‘lege’ dagen bij de tent gunnen. Want ik plan mijn agenda nog steeds vol, ben vaak laat thuis, en dat helpt allemaal niet met een traag tempo aannemen. En dan gaat de tent en haar uitdagingen soms irriteren.

Altijd in het bos
Ondanks dat ik veel in de stad te vinden ben, ben ik ’s ochtends meestal tot 11:00 nog wel bij de tent en ’s avond niet veel later dan 21:00 thuis. En die momenten zijn al zo ontzettend fijn! De afgelopen weken kwam ik regelmatig thuis met een prachtige sterrenhemel boven me, en met behulp van een app en boekjes uit de bieb ben ik sterrenbeelden aan het herkennen en meer aan het leren over ons zonnestelsel (komt vast nog een keer een blog over). Gister heb ik ’s nachts een uur door het bos gewandeld, om een plekje waar veel dassensporen zijn te bekijken. Niks gezien, maar het was een heerlijke wandeling. De afgelopen dagen stonden er ook wat meer mensen die lekker kampvuurtjes maakten (als het droog was) en soms sloot ik daarbij aan en had ik fijne gesprekken. Hoe graag ik ook nóg meer het leven bij de tent zou willen omarmen, het brengt me nu al zo ongelofelijk veel. Het bos is mijn basis geworden. Mijn thuis. Ben ik overprikkeld van werk, een uur later sta ik me zo te concentreren op de stand van de maan dat ik alles vergeet.
Volgende week pak ik mijn spullen in en ga ik een week bij mijn ouders in huis chillen. Even alle spullen drogen, even afstand nemen van het tentleven. Misschien blijf ik drie weken (ze zijn op vakantie), misschien verlang ik na één week alweer naar het bos. Het kan allemaal. Ik ben nu al aan het bedenken wat ik anders wil. Ik vind mijn tent te vol en te rommelig. Ik wil nóg minder spullen. Ik wil misschien de spullen die buiten staan ook minimaliseren en de spullen die daaruit overblijven toch binnen zetten. Overzichtelijk en netjes: alles in de tent. Ik kook op benzinebrander, maar eigenlijk zou een gasbrander nu prima kunnen, het is hartstikke warm. En die is iets gebruiksvriendelijker, één knop en aan (wel kostbaarder). Maar ik wil niet allebei mee, dus nog even over nadenken.
Ik slaap al een paar dagen niet meer op mijn matje maar op het schapenvelletje (met nog wat dekens eronder) wat ik heerlijk vind. Misschien laat ik mijn matje dus ook wel thuis, maar dat moet ik eerst even uitproberen met vrieskou. Ik twijfel zelfs of ik niet gewoon de zomerstok in de tent doe in plaats van de kachelbuis met kachel, maar dat is wel een risico denk ik. Het vuurtje geeft me af en toe nog erg veel comfort, maar het is zo’n lomp ding! Ik verlang soms ook wel naar mijn trekkerstentje, maar volgens mij moet ik dat niet willen nu. Ik vind mijn tent best opvallend en groot en je verplaatst hem niet zomaar als je ontevreden bent over de plek. Een trekkerstentje is daarin veel handiger, maar als je een dag regen hebt dan kun je daar je kont niet in keren.

Vrij en blij
Al met al is het tot nu toe en groot succes, eerlijk gezegd. Ik was erg bang dat de regen en kou het ondragelijk zouden maken, maar het valt allemaal wel mee. Een mens kan veel aan. Dat maakt het meteen duidelijk waarom het tentleven zo leuk is: je leert je eigen krachten kennen. Je leert dat je ook prima buiten kunt zijn in de regen. Je leert dat het bos in het donker niet eens echt eng is. Je leert welke spullen je nodig hebt om warm te blijven.
Daarover gesproken: een andere slaapzak zou fijn zijn. Maar die zijn erg duur en ik weet niet zo goed welke te kiezen. Tegelijkertijd vind ik het ook iets charmants hebben om het te doen met wat ik al heb. Juist een levensstijl waarin je creatief omgaat met wat er al is, is aantrekkelijk. Het kost meer tijd, maar die tijd heb je, omdat je geen geld hoeft te verdienen om efficiënte spullen mee te kopen. En dus combineer ik dekens, slaapzakken die ik al had, haak ik mijn eigen hoofdband (primeurtje!), leen ik spullen van mensen. Dat voelt heerlijk avontuurlijk en vrij! (De vraag is wel hoe ik dat zou doen als ik weer ga wandelen met rugtas, dan maakt gewicht veel uit. Ik heb nog veel te leren, dat blijkt. Twee maandjes in een tent in de winter vertellen je niet meteen hoe je in elke omstandigheid warm kan blijven).
Heel veel zin in alles wat ik nog ga leren in mijn leven.
Dankjewel voor het lezen, en laat gerust hieronder achter wat je ervan vindt! Vind ik leuk. Liefs, Simone

Even een keer leuke kleren aan -
Tentmoe en Q&A
Lekker warm en gezellig was de eerste kerstdag bij mijn ouders. Alle kleren in de was gedaan – nog lang niet droog natuurlijk -, lekker heet gedoucht, schone kleren aangedaan die mijn zus uit de stacaravan had meegenomen (daar heb ik nog een kamer met spullen). We hebben heerlijk gegeten en de lampjes staan gezellig aan terwijl het buiten donker is en regent.
Op zich kan ik de laatste tijd heel goed met die transitie omgaan: vanuit een verlicht, droog en warm huis naar buiten de winterse nacht in. Ik vind het namelijk oprecht een genot en ik weet waar ik voor kies: een leven in de natuur. In een huis slapen vind ik niet per se belangrijk meer, en ik weet dat ik ook in mijn tentje droog en warm kan worden. Soms is het wel wat onbeholpen. Ik kan een beetje liggen of zitten, maar niet even lekker aan een bureautje werken. En dat voordat ik een kopje koffie heb ik eerst water moet halen en de benzinebrander moet voorverwarmen voelt soms als teveel moeite en dan skip ik het maar (nu ik dat zo opschrijf besef ik dat het eigenlijk maar twee handelingen zijn, maar ach).

Afgelopen week merkte ik dat ik er een beetje moe van begin te worden, dat ik even geen kracht heb voor de tent. Geen zin om weer het natte bos in te fietsen. Geen zin in hout hakken met een klein bijltje wat dan niet lukt. Geen zin om te beslissen of ik de kachel aan doe of een keertje niet. Geen zin om weer m’n stinkkleren aan te doen. Geen zin dat onder de bovenste laag mijn vloer waarschijnlijk al de hele week vochtig is. Geen zin dat als ik de tent wil verplaatsen of even een nachtje ergens anders wil slapen dat heel veel moeite en gesjouw kost. Geen zin, gewoon, in niks.
Waar heb ik dan zin in? Vraag ik mezelf. Ik ga de opties na. In mijn trekkerstentje slapen, zodat alles nóg eenvoudiger is? Bij mijn ouders crashen? Toch ooit opzoek gaan naar een huisje? Of juist gewoon gaan reizen? Maar eigenlijk voelen alle ideeën niet echt als een optie. Gewoon geen zin in. Ik heb trouwens ook geen zin in de boeken lezen die ik wilde lezen, en ook geen zin in de afwas doen. Misschien ben ik niet tentmoe, maar gewoon moe.

M’n foto’s zijn op dus dan maar een kerstselfie Want ik realiseer me dat de transitie naar dit leven niet zonder tegenslag kan gaan. Vanaf mijn achttiende woon ik op mezelf en overal waar ik heb gewoond had ik een enorme wenfase nodig. Het ontwikkelen van nieuwe routines heeft tijd nodig, en totdat je dagelijkse handelingen routines zijn geworden kosten ze nog moeite. Over alles wat vanzelfsprekend kan zijn moet je nog nadenken. Daar komt bij dat ik erg veranderlijk ben en dus misschien wel elke week nieuwe routines moet ontwikkelen haha, dus daar maak ik het mezelf niet makkelijk mee. Bovendien is het nu na een paar weken afwisselend kou en regen officieel geen kampeervakantie meer te noemen (vanwege de duur) en nu begin ik de heftigheid van klein wonen in de winter pas echt te ervaren. Even kou kan prima, even regen ook. Maar echt leven in een tent, dat is de uitdaging.
En dus, besluit ik, mag ik ook gewoon even moe zijn zonder dat er een oplossing voor hoeft te komen. Ik wil nog steeds niets liever dan iedere nacht in mijn tentje slapen, maar soms is het even irritant. Ik ga proberen het mezelf iets gemakkelijker te maken. Het is prima als ik wat Netflix films download en daar de avond mee doorbreng. Het is prima als ik stink en in dezelfde kleren slaap als overdag rondloop. Het is prima als ik lang uitslaap. ’t Is nu de tijd doorkomen. Even een pauze nemen van alle handelingen die een georganiseerd tentleven soms vergt. It’s winter time after all..

Verder.. Vorige week vroeg ik op Instagram of jullie vragen hadden over mijn leven in de tent. Wat ik vet leuk vind om te beantwoorden, omdat ik soms dingen die voor mij vanzelfsprekend vind vergeet te benoemen! Dus, bij deze :)
Welke spullen mis je het meest? – Schone kleren, denk ik. En meer kleren, een beetje af kunnen wisselen. Ik zou ook wel een piano willen, maar die had ik überhaupt al niet 😂 Verder mis ik niet veel. Juist het hebben van weinig spullen geeft me een heel chill gevoel. Ik heb nauwelijks een huishouden, nauwelijks iets schoon te maken, nauwelijks iets om te verzorgen.
Mis je huisdieren? – Nee, niet echt! Ik hou erg van dieren maar het hebben van dieren is voor mij niet echt een must. En ik heb spinnetjes, een specht in de boom boven mijn tent, en soms een ree. Op die manier dieren om me heen hebben vind ik eigenlijk fijner!
Ben je nooit bang voor vreemde figuren ’s nachts? – Jawel. Zodra ik binnen de grenzen van het kampeerterrein ben echt helemaal niet meer. Maar daarbuiten ben ik altijd alert en soms ook bang. Ik haat dat gevoel, want ik hou juist zo van duister is en die angst kan dat genot in de weg zitten, dus ik heb besloten op vechtsport te gaan (krav maga)! Al na de eerste training voelde ik me zo krachtig. Niet omdat ik opeens sterker was geworden, maar me gewoon bewust werd van de kracht die ik al heb. Alleen al die zelfverzekerdheid maakt je automatisch minder gauw doelwit, denk ik. Dat gevoel van: kom dan, ik ben niet bang voor je. Heerlijk lijkt me dat.
Heb je tussendoor al eens ergens geslapen omdat je daar behoefte aan had? – Behalve een week reizen naar Schotland niet! Officieel mag je op het terrein waar ik sta je tent ook niet laten staan als je er niet bent. Maar ik wil ook heel graag in mijn eigen huisje slapen, heb nog niet heel erg behoefte bij iemand anders te slapen!
Heb je een speciale band gekregen met dieren, planten, of ander leven daar? – Ja en nee. Mijn intentie van dit leven was onder andere dat mijn band met de aarde gewoon vanzelfsprekender zou worden. En ik merk dat dat het ook wordt, want je ziet het bos elke dag en merkt daardoor alle kleine veranderingen op. Het voelt alsof het niet per se een speciale band is, maar gewoon wordt zoals het zou moeten zijn. Verbonden met alles, met het weer, de elementen, de dieren, de planten. Ik voel me trouwens wel echt verbonden met de plek, denk ik. Dit specifieke bos als geheel, omdat ik die zo goed leer kennen!
Wat voor vuurtje gebruik je in je tent? – Een kleine houtkachel!
Wil je hierna iets luxer of nog Spartaanser? – Geen flauw idee. Ik heb sowieso echt geen idee wat het hierna gaat zijn, haha! Gister sprak ik een ouder echtpaar en die zeiden al: waarschijnlijk kan je hierna niet meer terug (naar een huis). Dat denk ik ook. Mijn plan voor de zomer is een trekkerstentje, nóg overzichtelijker haha! Gewoon tent-matje-slaapzak-tas. Hoe minder spullen, hoe meer headspace ik voel en daarmee.. rust? Vrede? Geluk?
Wat doe je de hele dag? Zeker als het koud is. – Dat verschilt zo erg! Doordeweeks werk ik vaak overdag in de stad. In de ochtenden doe ik lekker rustig aan, ik ga meestal pas rond 11:00 weg. Eerst kopje koffie zetten, ontbijten, soms nog lezen, bellen met m’n bestie (kan uren duren haha). En met de kou ging ik veeeeel wandelen. Echt uren door het bos. ’s Avonds koken kost best veel tijd en in de tent dan lezen, opruimen, schrijven, social media, of filmpje kijken.
Hoe bevalt een schuin dak, is dat niet minder prettig dan een iglovorm? – Oef geen idee. Goed, I guess? Wel onhandig inderdaad qua ruimte, ik kan niet rechtop staan. Maar dit was gewoon wat er was qua aanbod en het is een eenvoudig model (alleen een middenpaal als tentstok wat nu de kachelpijp is en ’s zomers gewoon een stok). Dat is wel fijn in je uppie!
Heb je een vakantiegevoel of is dit je thuis? – Nee echt thuisgevoel! Mijn simpele tentje middenin het bos voelt echt als mijn basis. Vakantiegevoel heb ik trouwens wel een beetje permanent, als in, ik heb best veel vrijheid en ruimte voor ontspanning. Ik wil mijn leven zo inrichten dat ik niet continu een druk voel waaraan ik zou willen ontsnappen. En dat lukt zo aardig :)









