-
Beter dan de rest
Ik voel me beter, omdat ik uniek leef. Ik woon in een tent en dat maakt me stoer. Ik kies voor minder geld en meer vrijheid, en dat maakt me dapper. Ik ben slim en snap ik hoe ik moet communiceren, pik dingen snel op. Ik ben muzikaal en creatief, en heb praktisch inzicht waardoor ik nieuwe vaardigheden snel leer. Ik heb een leuk leven met leuke vrienden, doe waar ik blij van word en goed in ben. Ik zit goed in mijn vel en irriteer me aan mensen die in cirkels blijven dwalen van zelfafwijzing en een kutleven.
Ik voel me beter. En voor die gedachte ben ik bang. Want als ik me beter voel, word ik arrogant, stoot ik mensen af, wil niemand meer met me praten. Als ik me beter voel, zullen mensen achter mijn rug om oordelen over dat ik mezelf wel heel goed vind. Want als ik me beter voel, vind ik anderen dus minder.
Deze zin uit een boek is lang in mijn hoofd blijven hangen: ‘na hoogmoed komt de val’. Ik had hem nooit eerder gehoord, maar toen ik hem las dacht ik er lang over na. Ja, misschien klopte dat wel. Als je jezelf heel goed vindt, zit er vaak onvermijdelijk een risico aan vast dat je jezelf van het ene op het andere moment een grote mislukkeling vindt. Dat komt doordat jezelf ‘goed’ vinden ook een oordeel is en je dus in de schaal van oordelen zit. Als ik mezelf goed en succesvol vind, is dat vaak afgemeten aan een norm. Het is hoe anderen mij mogelijk kunnen zien. Ten opzichte van de maatschappelijke norm vind ik mezelf dan succesvol. Wat ironisch is: aangezien ik in een tent leef en weinig werk zou je denken dat die maatschappelijke vergelijkingsschaal niet echt in mijn voordeel werkt. Maar er is ook een rangenlijstje in uniciteit, je eigen ding durven doen, stoer en avontuurlijk zijn. En daar slaag ik op dit moment natuurlijk ruim in.

‘Oh, wat ben ik toch goed’ Dat kan ook opeens instorten. Als ik een kant aan mezelf ontdek die niet zo stoer en avontuurlijk is, kan mijn positie op mijn imaginaire ladder opeens flink dalen. Voorbeeld: als ik mezelf mooi vind en me daar echt goed over voel, zelfs beter dan anderen, dan zit daar de gedachte achter: ‘yes, met hoe ik er nu uitzie, word ik mooi gevonden. Men vindt mij mooi’. Daar voel ik me dan even heel lekker over, tot ik de volgende dag wakker word, mijn nerdy brilletje opzet, en naar mijn net-wakkere kop kijk in de spiegel. Gadver, wat kan ik mezelf dan lelijk vinden. En daarmee kan meteen mijn hele zelfwaarde instorten, omdat ik die op dat moment ontleende aan dat uiterlijk. Ik was mooi, en daarom succesvol. Nu ben ik niet meer mooi, dus waardeloos.
En daar loert het gevaar. Het vallen na de hoogmoed, komt doordat je je waarde ontleende aan iets buiten jezelf om. Het is geen intrinsiek gevoel van zelfacceptatie, maar een liefde voor jezelf om wat je dóet en wat men daarvan vindt. Niet om wie je bént. Zodra je datgene dus niet meer doet, val je naar beneden.
Als ik het tentleven toch niet zo leuk meer vindt. Als ik hogere financiële lasten krijg. Als ik meer ga werken, onder een vast contract. Als iemand anders iets beter blijkt te kunnen dan ik. Als mijn zangstem opeens crap klinkt als ik een video terugkijk. Als ik opeens ontdek dat er grote tekortkomingen zitten in mijn communicatie naar volwassenen. Als ik inzie dat ik ergens helemaal niet zo goed in ben als ik dacht. Als ik me even neerslachtig voel en minder goed in mijn vel zit. Dan zakt dat hele gevoel van ‘wow, ik ben echt goed’ naar een dieptepunt in de min en word het ‘ik stel niets voor’. ‘Wat doe ik nou met m’n leven’. ‘Ik ben een grote faal’.

Nu nog blij op dag 14 van mijn cyclus Het mezelf beter vinden gaat uit van een principe dat je beter of minder kunt zijn. Je bent ofwel succesvol, of een facking loser. De wereld lijkt uit die twee categorieën te bestaan. En dat is een probleem. Want als ik minder duaal naar de wereld zou kijken zou ik misschien kunnen zeggen: iedereen heeft fases waarin die in diens kracht staat en dingen doet die hun energie geeft, en fases waarin alles een grote chaos lijkt en er minder ruimte is voor grootsheid. Enerzijds een fase van licht, actie, gericht zijn op de buitenwereld, succes, manifestatie, plezier. En anderzijds een fase van duisternis, onderbewuste, gevoel, naar binnen gekeerd zijn, innerlijk werk doen. We zijn niet op te delen in succesvol of mislukt. We doorlopen cycli (dagen, menstruatie, seizoenen) waarin we soms áán staan en soms moeten rusten.
Blijkbaar zit ik nu in een fase waarin ik zin heb mijn aanwezigheid in de wereld te laten zien, te stralen, nieuwe dingen te leren, me te verhouden tot andere mensen. Maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat er snel een fase aan kan komen van mezelf willen isoleren, waarin er niks uit mijn vingers komt en ik alles wat ik doe kansloos vind. Ik mag me best ook even succesvol voelen en ervan genieten, me realiserend dat mijn perceptie beïnvloed wordt door de fase waarin ik zit. En ondertussen werken aan het idee: ik ben ook goed genoeg als ik niét succesvol ben.
Je zou bijna denken dat ik ovuleer 😉.
Liefs (en voel je vrij te reageren, benieuwd naar je perceptie hierop).
-
Winterkampeerders

Vandaag denk ik voor het eerst echt: hoe ga ik dit een winter lang volhouden? Misschien komt het omdat ik moe ben. Misschien omdat de koude dagen nu al een week duren en ik me zorgen maak om mijn houtvoorraad. Misschien komt het doordat ik even niet supergemotiveerd ben en daardoor alles een beetje half doe. Zo eet ik nu bruine boterhammen met hummus en kaas en drink ik rode wijn – in mijn tent bij de houtkachel terwijl er ook mensen rond een kampvuur zitten. Even geen zin in mensen. Ben moe.
Maar de mensen hier maken het kamperen wel echt rijker. Wat een inspirerende types ontmoet ik! Er is allereerst ook een overwinterkampeerder die dit een beetje uit nood doet, hij heeft geen alternatief (ik denk de hele tijd dat ik dat wel heb, maar dat is ook niet echt zo eigenlijk – maar bij mij is het wel een keuze). Het is een pracht van een vent, en ook een beetje een gekkie. Ik ben blij dat ik niet alleen op het terrein sta, tegelijkertijd hoef ik ook geen besties met hem te worden. Hij is ook fan van blokfluiten en heeft er al twee voor me op de kop getikt bij de kringloop, en ja, we hebben samen geblokfluit bij het kampvuur als je dat wilde weten. Dat was goud. Soms hoor ik hem ’s ochtends fluiten en dan komt hij aangestrompeld op klompen en met een gek hoedje en dan denk ik: dit is nu dus mijn soort mensen. De natuurgekkies. De zwervers. De vrijbuiters. Hij vroeg me vandaag nog om een schaar om zijn baard te kunnen knippen, die mocht hij lenen. Hij draagt twee kruidvatbrillen over elkaar voor extra sterkte. Hij brouwt zijn eigen brouwsel in een plastic fles met gist dat ontstond uit over-datum-jus-d-orange. Je snapt het niveau. Mensen zijn geweldig.

Dit weekend is er ook een man die gewoon op een matje slaapt, met slaapzak maar zonder tent. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Hij heeft een soort windhoes die hij om zijn slaapzak heen kan doen en legt nog een zeiltje onder zijn matje. Natuurlijk kampeert hij dan alleen als het droog is en in de zomer hangt hij nog wel eens een touwtje tussen twee bomen met daaraan een doodgewone klamboe tegen de insecten. Hij kampeert elke maand een weekend, heel consequent. Besef, het VRIEST buiten en hij slaapt gewoon met zijn blote gezicht in de wind. Ik vind het geniaal. Waarom hij het doet? Dan kan hij optimaal genieten van de natuur. Hij ziet de reeën grazen, de sterren vallen, de eenden zwemmen (toen hij een keer naast een sloot lag). Voor hem is een tent alleen maar een extra barrière voor ultiem natuurgenot.
Laatst zat er een vrouw bij het vuur die alles wist, echt alles. Maar dan ook over dingen die ik interessant vind: wol bewerken, bergbeklimmen, lange-afstandswandelen, geschiedenis van kamperen en ga zo maar door. Ik hing aan haar lippen. Zij werd als kind al meegenomen in de kampeeravonturen van haar ouders en sloot al vroeg aan bij een natuurclub voor jongeren waar ze leerde navigeren met kaart en kompas en lange afstanden aflegde. Toen ze 16 jaar was, was ze wel klaar voor lange wandelavonturen met vriendinnen en in haar twintiger jaren had ze heel Nederland wel wandelend gezien. Ze begon met klimmen in de bergen en is inmiddels ook lid van bergsportverenigingen. Ze wist alles over functionele kleding, hoe mensen in de vorige eeuw kampeerden, wat de gevaren zijn van verschillende types brandertjes en ga zo maar door. Maar ze vertelde me ook dat heel veel Nederlandse scheerwol niet wordt gebruikt. Zij kan bij boeren gratis zakken wol ophalen, kamt dat helemaal uit, en spint het. En dat doet ze allemaal met de hand: het uitkammen doet ze bijvoorbeeld tijdens lange autoritten, het spinnen doet ze met een spintol. Een lang proces, maar zo puur en capabel. Wol is megaduur tegenwoordig en komt van over heel de wereld; er wordt ook wel eens mee gesjoemeld. Zij creëert haar eigen wolgaren en neemt er de tijd voor. Ze heeft geen cursussen gedaan, ze koopt geen nieuwe spullen, ze maakt alles zelf en doet het met spullen die ze al heeft. AWESOME.

Een andere keer was er een man die ik in het donker op het terrein tegemoetliep. Hij zocht de EHBOdoos vanwege een wondje, ik wees hem erop. Later liep hij langs het kampvuur waar ik zat en hij zei dat hij toch maar even naar de huisartsenpost ging. Ik dacht: het zal wel, als jij denkt dat het nodig is. De volgende dag was ik al op tijd weg en troffen we elkaar niet meer, hij appte me dat zijn vinger gehecht was en hij zijn bijl maar bij mijn tent had neergelegd. Blijkbaar had hij naast het houtje gehakt en was de wond erger dan hij naar mij liet overkomen (ik dacht gewoon gesneden oid)! Zijn bijl hoefde hij voorlopig niet meer te zien en ik ben er heel blij mee, want ik had er nog geen. Ik liep al te kutten met vuur dat steeds niet goed aanging, nu heb ik droomaanmaakhoutjes. En ik leg mijn handen niet naast het houtje als ik hak hoor!
Nog een leuke: twee dansers kwamen kamperen en gingen overdag wandelen en dansen in het bos. Ze onderzochten dansen in de natuur, wát ze precies wilde onderzoeken onderzochten ze ook nog. De vrouw van het gezelschap was zichtbaar gewend aan kou, ze droeg tweedehands wollen laagjes en een grote poncho. Hoe anderen zich kleden vind ik ook al inspirerend en daar leer ik weer veel van. Blijkbaar bestaan er bijvoorbeeld wollen broeken. Zij wilde specifiek even bij mijn tent kijken, want ze wilde misschien in een tipi gaan wonen. Waar ze nu woonde? In een open schaapskooi. Dus een schaapskooi min een muur. Ik heb onthouden dat ze ook echt in stro ligt met wolletjes onder en op zich enzo, maar dat weet ik niet zeker meer. Ze wilde en moest daar in ieder geval weg, tijd voor iets nieuws, en kwam door mij op het idee van gewoon lange termijn kamperen. Why not?!
En zo ontmoet ik nog véél meer inspirerende en leuke mensen. Mensen uit de stad hier vlakbij die gewoon een paar dagen rust willen. Meiden die elk weekend winterkamperen met hun hondje. Vaders met zonen in hangmatten terwijl het vriest. Mensen die hun baan hebben opgezegd en meer met de natuur willen leven. Beginnelingen die meteen maar de winter meepakken. Van hobbykampeerders tot fanatiekelingen: het is elk weekend weer een verrassing wie er komt. En dát er zoveel mensen zijn in deze temperaturen had ik nooit gedacht. Ik weet niet of ik het zou kunnen, zonder kacheltje, vanuit een warm huisje, besluiten in het donker nog naar een kampeerterrein te gaan en daar de koude nacht door te brengen.
En ik mag nu ook even toegeven aan de zorgen zoals: waarom doe ik dit eigenlijk? Houd ik het wel vol? Wat komt hierna? Heb ik wel een keuze? En gewoon in het moment leven. In het nu. Mijn rode wijn, mijn fijne boek, mijn warme kachel ❤️
Welke van deze mensen inspireert jou? Leuk als je een berichtje achterlaat! Liefs!!

-
Heilige Nachten & Kou-update
Eerst eens even een update vanuit de tent, want dat vind ik leuk. Ik bevries niet en raak ook niet onderkoeld hoor, verre van. Ik heb een soort ritme. Meestal ben ik overdag op stap, ergens werken achter mijn laptop. Iedere dag op dezelfde plek vind ik saai, iedere week mag een bepaalde plek maar één keer voorkomen vind ik. Dus ik wissel af tussen mijn broer, mijn collega Marleen, mijn zus (en werkgever) Margot, mijn ouders, verschillende locaties van de bieb, cafeetjes, of flex-werkplekken. Er zijn eigenlijk eindeloos veel mogelijkheden, alleen elke dag toch weer een beetje een dilemma. Soms heb ik zin om te lopen, dus moet het dichtbij zijn. Soms heb ik zin om weinig geld uit te geven, dus moet het bij iemand thuis zijn (of zin om te douchen/wassen/etc). En soms heb ik gewoon zin om te consumeren en onder de mensen te zijn, dus dan zijn cafees weer leuk.
Angst
Het is vrij lastig om nu vóór het donker thuis te komen, dus daar doe ik ook niet meer moeilijk over. Door het donker fiets ik dan door het bos naar huis, nu het afgelopen week volle maan was doe ik mijn voorlamp uit en geniet ik van het prachtige vergezicht over de heide. Zie voor je: een heideveld in het donker, met een laagje ijzel erop. De volle maan schijnt erop waardoor alles wazig zichtbaar wordt. En dan zie je opeens de silhouetten van vijf reeën het pad over springen. Magisch. Laatst liep ik een keer naar de stad (uurtje) zodat mijn voeten warm werden en ik lekker door het bos kon slenteren, toen vond ik terug door het donker wat minder fijn. Hoewel je je makkelijker kan verstoppen en beter alle geluiden om je heen hoort, voelt het ook kwetsbaarder dan op de fiets.
Het zette me aan het denken: wat jammer eigenlijk dat angst soms het genot van duisternis kan beperken. Aan de andere kant: zonder angst zouden dingen ook minder leuk en exciting zijn. Het geeft het ook wel een extra kick om dingen gewoon te doen ook al zitten er risico’s aan verbonden. Er zijn verschillende manier hoe ik dan met die angst omga: 1) ik probeer rustig en diep te ademen en te focussen op fysieke sensaties; 2) ik probeer de angst en duisternis helemaal toe te laten, door mijn hele lijf te voelen, dan neemt het af; 3) ik ga relativeren: de kans is zó klein dat er iets gebeurt etc; 4) ik probeer mezelf in te praten dat ik met wat er ook gebeurt ook wel weer om kan gaan en dat de dood ook maar de dood is; en 5) ik denk aan een soort goddelijk figuur die me beschermt of weet heeft van wat er in mijn leven gebeurt en ik vertrouw op de gedachte dat mijn lot in diens handen ligt, dat voelt rustig. Angst haalt je vooral uit het moment, en dat is jammer. Ik kies er nou eenmaal voor in het donker door het bos te lopen en ik ga er toch niets meer aan veranderen. Dan maar vertrouwen.

Warmte-experimenten
Als ik thuis ben moet ik soms nog koken, soms heb ik al bij mensen gegeten. Ik kook op mijn benzinebrandertje en dat gaat best wel lekker de laatste tijd! Vaak gooi ik de groentes die ik heb in een pan met knoflook en kruiden, en kook de ene keer worstjes mee, de andere keer ei, en soms doe ik luxe en maak ik pasta of wat dan ook. Eigenlijk is elke dag wel weer anders en improviseer ik een beetje. Met de kou van afgelopen week (overdag -2 tot -6, ’s nachts zelfs tot -10) is het vervelende aan koken alleen dat ik stil zit en echt bevroren tenen krijg. Dus vaak maakte ik dan halverwege het koken de kachel in de tent al aan, zodat ik het gemaakte eten lekker in de tent op kon eten.
Ik merk wel dat er een stuk meer hout doorheen gaat om de tent lekker heet te maken zonder dat het meteen afkoelt als het vuur wat minder hoog staat. Daarom probeerde ik gisteravond na mijn lange wandeling door het bos zonder kachel aan de slaapzak in te duiken. Ik hield al mijn kleren aan: inclusief twee sjaals en een hoofdband (exclusief schoenen haha, en ook schone sokken want die moeten goed droog zijn) en ging in mijn slaapzak liggen. En ik ben nu wel een aantal keer wakker geworden met een koud gevoel, terwijl ik dat de nachten ervoor niet had. Dus het maakt toch wel verschil of ik even de tent opwarm. Daar komt bij dat met veel kleren aan het moeilijker is om het holletje in je slaapzak op te warmen, omdat je kleding die warmte tegenhoudt. Dus je houdt de warmte wel meer bij jezelf, maar mijn bed bleef daardoor wat kouder. Ik denk erover om toch een mummieslaapzak aan te schaffen die nóg dikker is, dan is het geheel van hoofd tot teen één ruimte en maak je echt je eigen kacheltje. En dan hoeven er ook geen dekens meer overheen die nu de slaapzak verzwaren en het isolerende effect van lucht iets weghalen.
’s Avonds na het eten lees ik dan bij de kachel vaak nog een boek en maak ik thee op de kachel. Soms ga ik blokfluiten, als er niemand anders op het terrein staat haha. Soms zit ik een beetje dingen te lezen op mijn telefoon, of te appen met vrienden. Ik zoek de laatste tijd veel dingen op die ik me afvraag over winterkamperen: hoe werkt het met condens? Wanneer loop je risico op koolmonoxidevergiftiging? Wat veroorzaakt bepaalde weersomstandigheden? Hoe kan ik de lucht lezen? Wat is het verschil tussen de pootafdruk van een hond, een vos en een wolf? Welke risico’s loop je met kamperen in de kou? Etc. Zo interessant wel en scheikunde & natuurkunde zijn nog nooit zo handig geweest, ik zou de vakken bijna weer opnieuw willen volgen nu ik met zulke dagelijkse vraagstukken geconfronteerd wordt.

Armoe vs luxe
’s Ochtends maakte ik de afgelopen week óf een kampvuurtje, of deed de kachel weer aan. Nadeel van het laatste is dat je dan toch een beetje opgesloten zit in de tent, terwijl je eigenlijk naar het mooie ijzige landschap wilt kijken. Kampvuur is alleen wat meer werk om aan te krijgen en kost meer hout. Ik ontbijt ook een beetje afwisselend, ik houd van hartig in de ochtend de laatste tijd. Na mijn Schotlandreis at ik een week lang ontbijt met bonen en spek, nu was ik dat wel weer zat en koos ik wraps met bonen. Irritant is alleen dat alles bevroren is in de ochtend, dus dan heb ik alsnog geen zin om te ontbijten en ga ik weer dure dingen kopen in de stad, haha. Ik frustreer me de laatste tijd wel over hoge prijzen in de winkels en vind alles ‘zonde’ van mijn geld. Ik had dat met voeding nooit zo, maar nu word ik toch steeds nieuwsgieriger naar alternatieve manieren van voeding vinden. Dumpsterdiven? Bonusjacht? Bij de markt vragen om groentes die ze willen weggooien? Turkse supermarkt?
Op dagen vrij vind ik het toch fijn om overdag nog even ergens op te warmen. De hele dag buiten heb ik nog niet gedaan, weet ook niet zo goed wat dan te doen. Ik moet toch in beweging blijven of de hele dag bij een warmtebron zitten, en dat is allebei nogal veel werk. Dus toch eventjes naar de bieb, een afspraak met iemand, of een koffietje ergens drinken. En dan lekker veel wandelen. Het is leuk dat er in het weekend nog best veel winterkampeerders op het terrein zijn, dus ik ontmoet ook veel leuk en inspirerende mensen! Het voelt dan een beetje alsof ik op reis ben.

Heilige nachten
Ik merk wel dat het steeds donkerder wordt. En daar heb ik nu nog geen last van, maar ik weet dat in januari/februari het me allemaal een beetje te lang duurt en ik er down van word. Sinds een paar jaar sta ik daarom stil bij de heilige nachten, om de duisternis ook een beetje te ‘vieren’ en mijn energie erop af te stemmen. De heilige nachten zijn grofweg de nachten na de kortste dag van het jaar waarin de tijd een beetje stilstaat. De dagen worden nog niet echt langer, dus het is de meest duistere periode van het jaar (qua nachten). Ik vind het lekker om daar echt in mee te gaan, en naast de kerstdrukte juist ook tijd te nemen voor stilte. Dit jaar heb ik daarom besloten om voor mezelf twee stiltedagen te organiseren. Eentje vóór de kerst, en eentje eind januari. Want januari vind ik een zware maand en een beetje het verlengde van de heilige nachten. In februari voel ik pas echt dat het nieuwe jaar een beetje start. Ik wil het stilstaan bij mijn verlangens/dromen voor komend jaar dus ook pas uitstellen tot eind januari. Een stiltedag lijkt me daar de ultieme manier voor, en op die manier voelt het echt even alsof ik een beetje pauze neem in de diepste donkerte van de winter.
Hoe ga ik dat aanpakken? Ik pak een doordeweekse dag vóór en na de vakantie, zodat het in het bos lekker rustig is. De volgende dingen staan op mijn planning:
- Opstaan, nadenken over 3 dingen waar ik dankbaar voor ben + waarom (dat versterkt je gevoel van dankbaarheid en daarmee focus je op waar je behoeftes liggen)
- Thee zetten + makkelijk maar superlekker ontbijtje maken. Intentie voor de dag/maand opschrijven.
- Wandeling maken in het bos met twee stopmomenten van een half uur: thee drinken & ontbijten en verder niets. Het bos observeren. Stil zijn. Zintuigelijk waarnemen. Mediteren. Afhankelijk van de kou bepaal ik de duur.
- Terug: kampvuur maken en schrijven n.a.v. wandeling, lunchen. Creatieve activiteit bij het vuur (schilderen, haken, muziek maken).
- In de avond een soep opwarmen, tentkachel aan. Eten in de tent. Muziekmeditatie (half uur lang naar muziek luisteren, verder niks). Boek lezen. Schrijven, slapen.
Ik zit er overna te denken om in deze periode ook over te stappen op een kleine telefoon (dus geen smartphone). Ik weet nog niet of ik dit alleen tijdens de stiltedagen wil doen (sowieso doe ik mijn telefoon dan uit) of echt de hele maand januari. Lijkt me eigenlijk best lekker, en misschien ook makkelijk omdat het een gedefinieerde periode is. Daarmee zorg ik voor minder prikkels en ontwikkel ik alternatieven voor de momenten dat ik normaal gesproken geneigd ben alle apps te reloaden. Dan moet ik waarschijnlijk even door een gevoel van ongemak heen om er vervolgens achter te komen waar ik echt behoefte aan heb. Ik hoop alle 86 duizend boeken die ik wil lezen dan een beetje door te komen zonder afleiding :) Als je parallel mee wilt doen met de stiltedagen, stuur me gerust een berichtje!
Nou, lang genoeg gekletst. Mijn eten roept. Ik vind het trouwens leuk als je hieronder een reactie achterlaat! De meesten van jullie reageren op insta, maar hier vind ik ook tof :)
Liefs!!

-
Je hoeft niet mee te doen
Er is een heel grote kans dat je ergens op een thema in je leven behoeftes hebt die niet passen bij de norm van de maatschappij. Bijvoorbeeld: je hebt veel tijd nodig voor overgangen en daarom ben je altijd te laat, omdat de maatschappij strakke tijden inricht. Of: je houdt veel meer van wandelen in de natuur dan van werken op vaste tijden, maar de huur van je appartement is nou eenmaal duur en je hebt niet voor niets gestudeerd. Of: je wilt eigenlijk tijd hebben voor vrienden en leuke dingen, maar je hoort nou eenmaal productief te zijn. Of: je houdt ervan dingen vanuit nieuwsgierigheid te leren die ontstaat in de praktijk, maar je moet nou eenmaal bepaalde vakken volgen op school en de hele dag stilzitten. Of: je voelt je elke dag weer anders en en wilt daardoor spontaan beslissen hoe je je dag inricht, maar we werken nou eenmaal met continue agenda’s en vaste afspraken. Of: je bent best wel blij met je leven, maar denkt steeds dat het je aan iets ontbreekt omdat je een partner hoort te hebben.
Al die dingen zijn op mij van toepassing, maar jij hebt vast nog vele aanvullingen op dit lijstje. En misschien ben je wel geneigd jezelf dan te blamen voor je ‘afwijking’. Waarom ben ik altijd te laat? Waarom ben ik incapabel? Waarom ben ik niet beter in X? Waarom ben ik altijd moe? Waarom kan ik niet een normale werkweek aan zoals iedereen? Waarom heb ik niet wat meer discipline? Waarom faal ik zo?

Die gedachtes zijn vaak door mijn hoofd gegaan, maar ik ben ook dwars. En dat houdt in dat ik probeer te kijken naar hoeverre ik echt faal, of dat het me aangepraat word dat ik faal. En ik kom steeds tot de conclusie dat ik niet kan geloven dat als ik gewoon mezelf ben en doe waar ik blij van word, ik slecht ben. En zo is langzaam het balletje gaan rollen en ben ik gaan kijken: waar komt die norm vandaan? En ben ik het met die norm eens? Wat is mijn offer om daaraan te voldoen, en heb ik het er voor over om af te wijken?
Zoals te laat komen. Ik kom gewoon altijd te laat. Dan kan ik mezelf elke keer dom vinden en boos zijn op mezelf en tegen mezelf zeggen dat ik een mislukkeling ben en iedereen teleurstel. Of ik kan luisteren naar wat ik nodig had op dat moment. Misschien wilde ik niet haasten, omdat ik behoefte had aan rust. Misschien wilde ik niet opstaan, omdat ik eigenlijk meer slaap nodig had. Misschien voelde ik me wel niet zo fit en kon ik minder hard fietsen. Misschien keek ik op tegen de afspraak en vertraagde die weerstand me. Misschien ben ik niet zo goed in tijdsinschattingen maken en heb ik vaak meer tijd nodig dan ik incalculeer. Misschien vind ik het moeilijk dat mijn schema van de dag al vaststaat en probeerde ik nog wat vrijheid te creëren.
Dit betekent niet dat ik zomaar overal te laat kan komen, maar wel dat ik kijk wat ik écht kan doen om te voorkomen dat ik anderen op deze manier steeds teleurstel. Misschien toch een uur later afspreken in de ochtend. Minder afspraken plannen op een dag. Rekening houden met waar ik zit in mijn menstruatiecyclus als ik iets plan. Vragen of ik later kan beginnen. Bij iemand thuis afspreken zodat diegene minder wacht. Durven te zeggen dat ik later ben. En als het dan toch een keertje mis gaat relativeren en mezelf vertellen dat ik de tijd mag nemen. Want de tijd nemen is een groot goed in deze wereld en ik ben dan toch al te laat.

Dit proces geldt voor mij in meerdere dingen, zoals bijvoorbeeld de norm dat je een fatsoenlijke baan hebt. Dat je iets ‘bent’, een werkrol hebt. Hoi ik ben Flip en ik ben dokter. Ik ben Soes en ik ben bloemist. Etc. Ik heb echter altijd weerstand gevoeld tegen werken. En wat definieert ‘werken’ dan? Een tijdsrovende verplichting aangaan in ruil voor geld. Dat is mijn definitie. Tuurlijk zijn er leuke banen, maar zodra het niet echt je favoriete bezigheid is en je liever iets anders aan het doen was ben je het puur aan het doen vanwege enerzijds een belofte en anderzijds geld. Niet werken geeft ons vaak een improductief, nutteloos en daarmee waardeloos gevoel. Gedachtes die ik daarbij kon hebben: ik stel niets voor. Ik draag niks bij aan de maatschappij. Ik verspil mijn leven. Ik ben egoïstisch. Ik ben lui. Mensen hebben altijd hard gewerkt, dus ik moet het ook kunnen. Ik faal, iedereen kan het behalve ik. Etc.
Maar steeds meer ben ik in gaan zien dat ík niet het probleem was, maar overtuigingen die heersen in de maatschappij. Het idee dat we van nature slecht en egoïstisch zijn en dat we onszelf moeten disciplineren om nog een beetje van waarde te zijn in dit leven. Het idee dat dwang en regelmaat nodig is om een succesvol leven te leiden. Dat het leven nou eenmaal niet draait om leuke dingen, maar de plicht roept. De plicht om jezelf nuttig te maken, voor anderen, en vooral: voor economische groei.

Ik kwam erachter dat ik me veel beter voelde als ik praktische uitdagingen had, met name in de natuur. Hier kwam ik niet achter door een zoveelste banentest te doen of in bed te piekeren wat ik moest doen met mijn leven. Ik kwam erachter doordat ik ging doen wat ik leuk vond en luisterde naar waar ik behoefte aan had. Ik wilde minder werken, en meer thuis zijn. En toen ik meer thuis was wilde ik meer naar buiten. Maar ik leerde wel dat er geen doel achter het ‘niet-werken’ hoefde te zitten. Ik nam geen pauze om uit te zoeken wat ik moest gaan doen. Ik leerde de situatie gewoon te accepteren, ik leerde te omarmen dat ik mezelf nergens toe hoefde te dwingen. Ik leerde dat productief zijn niet het doel was, en rust oké is. En dat in die rust complete acceptatie van mijn nutteloosheid nodig was. Ik moest accepteren dat ik bij wijze van misschien wel nooit meer iets nuttigs zou doen, en ik dan alsnog oké en waardevol was. Ik ben goed genoeg als ik rust. (Dat was een heel proces opzich hoor, mezelf waardevol leren vinden als ik niks doe).
En pas na die acceptatie kwam ik tot mijn kern. Wie ben ik, wat wil ik, wat is mijn missie. Want heus, iedereen wil zich productief en nuttig voelen op een moment. Maar zonder dwang, vanuit een natuurlijke behoefte om iets bij te dragen aan iets waar je hart sneller van gaat kloppen. Ik kwam erachter dat ik niet 80% van mij dagen wil besteden aan de financiële doelen van iemand anders. Ik wil buiten zijn, boeken lezen, leven in het moment en leven náár het moment. Dat betekent dat een vaste baan al afvalt, en daarmee geldzekerheid. Prima, dan maar simpeler leven want dan heb ik minder geld nodig en ben ik ook meer buiten. En zo, in kleine stapjes, kwam ik de tent terecht waar ik nu met koude vingers zit te typen, en heb ik een prima inkomen met een zzp-baan.
Ik ben bereid heel veel luxe op te geven in ruil voor vrijheid. En hoe minder luxe, hoe vrijer ik me voel. Ik geloof steeds minder in wat me aangepraat word, en krijg er welzijn en genot voor terug. Ik weet steeds beter dat voldoening voor mij zit in eenvoud en in het opbouwen van weerbaarheid. In stilte. In natuur. In het nu. En hoe kun je beter het nu ervaren dan in contact met de elementen? Onze wereld is ingericht op toekomstdenken, doelen behalen, agenda’s volplannen. Maar je hoeft niet mee te doen. Als je wilt leven in het nu heb je weinig nodig. Durf het eens, durf te zien wie je bent en wat je nodig hebt. Durf jezelf lief te hebben in al je behoeftes, hoe afwijkend ze ook lijken. Er zijn er meer zoals jij.

-
Leren omgaan met kou

Na tien dagen in hotelbedjes slapen, tot middernacht Netflixen en continu warmte om me heen hebben is het wel weer wennen in de tent. Ik was op vakantie in Schotland en nu sta ik weer in de Nederlandse bossen. Nacht twee, pas, en ik kan niet slapen. De volle maan verlicht mijn tent van binnen, mijn voeten zijn eindelijk warm geworden nu ik fleecedekens onderin mijn slaapzak heb gepropt, en ik heb een pijnlijke keel. Of dat laatste door de slechte vliegtuig airco komt of de wissel van warme naar koude nachten weet ik niet.

Ik ben een stuk chagerijniger merk ik. Voordat ik op reis ging had ik bijna vier weken in een tent geslapen. Het begon met zeer warme herfstnachten en koelde langzaam af. Een fijne overgang en ik kon goed wennen. Mijn routines pasten zich aan op de veranderende weersomstandigheden. Nu is het vrij abrupt: van complete luxe naar complete soberheid. En de dingen lopen nog niet lekker (duhh, na één nacht). En dat kost energie en denkvermogen, iets wat je niet hebt met ijskoude vingers en een afspraak vroeg op de ochtend.
Gewoon weer wennen aan kou, dat moet ik. Een Google sessie verder doe ik weer wat inzichten op. Je lichaam went zeker aan kou, maar een groot deel is ook je geest. Als je altijd warmte gewend bent zijn koudere temperaturen onaangenaam: het wijkt af van je routines en gewone situatie waardoor het opvalt en onprettig voelt. Het vraagt je aandacht, je hoofd wilt weer dat de dingen zijn zoals je gewend bent. Als je echter vaak in koude omgevingen bent valt die kou minder op, het is de status quo. Zolang je niet richting onderkoeling gaat is kou helemaal niet erg, je lichaam kan veel hebben. Wel is geleidelijk wennen een goed idee, zodat je lichaam zich ook aan kan passen en op nieuwe manieren warmte aanmaakt.

Sommige mensen nemen ijsbaden of koude douches om aan kou te wennen en te profiteren van de positieve effecten van je lichaam blootstellen aan kou. Ik kon mezelf daar nooit toe zetten, omdat het een soort van ‘voor de lol jezelf laten lijden is’. Om dezelfde reden doe ik niet aan sport: niet omdat ik niet wil bewegen, maar omdat ik niet wil bewegen om het bewegen. Het afzien-aspect ervan wordt heel zwaar als het geen noodzakelijk aspect heeft.
Er moet dus een praktisch nut zijn. Ik wil heel graag weerbaarder zijn en zelfvoorzienend, en wennen aan kou hoort daarbij. Daarmee word ik minder afhankelijk van gasprijzen of energiebedrijven en heb ik weinig nodig om me goed te voelen (weinig geld, weinig bezit, weinig faciliteiten). Maar ik wen pas aan kou als het móet. Ik ga het ongemak pas aan als ik geen keuze heb. Bewust kiezen voor ongemak kan ik niet en hoef ik niet te kunnen, waarom zou ik? Ik wil juist een situatie creëren waarin ik geen keuze heb. Zo ik wil bewegen omdat ik van A naar B moet en geen auto heb, zo wil ik met kou leren omgaan omdat het koud is.
Zoals ik het laatst met regen ervaarde werkt het ook met kou: het oordeel erover of het wensen dat het anders was brengt meer lijden dan de situatie zelf. Zolang het ongevaarlijk koud is, zou er dus niet zoveel aan de hand moeten zijn. Dus een tip van internet is relativeren, accepteren, omarmen. Het is koud: OK. En dan daarna jezelf afvragen: hoe koud heb ik het echt? Wat voel ik eigenlijk? Hoe voelen mijn ledematen, hoe voelt mijn romp? Doet het pijn, of is het wel oké? En daarna analyseren wat je gedachtes zijn bij de kou: ‘iedereen heeft het warm behalve ik’, ‘ik ben zo zielig’, ‘het leven is zwaar’, ‘zo kan ik nooit slapen’, ‘ik wou dat het zomer was’, ‘had ik het maar warmer’, en ga zo maar door. Al die oordelen halen je uit het nu.

Omgaan met kou is dus eigenlijk een meditatieve aangelegenheid: het nu accepteren en aanwezig zijn in het nu. Doorademen, jezelf vertellen dat je oké bent, jezelf moed inpraten. Dat wordt mijn oefening de komende tijd. Kou is echt zo erg niet, en deze Hollandse nepkou al helemaal niet. Maar er blijft een belangrijk aspect wat ik niet vaak genoeg kan benadrukken: gun jezelf comfort. Ik ga niet expres weinig kleren aandoen omdat ik moet leren met kou om te gaan. Ik mag de kachel aandoen, ik mag een sjaal om in bed, ik mag warme thee zetten voor mezelf. Wennen aan kou is een bijkomstigheid, geen doel op zich. Me goed voelen is het doel.
Dus dan komen hier nog eens de praktische en mentale tips voor het omgaan met kou, mocht je er geïnteresseerd in zijn (ook handig voor de niet-kampeerders!).
- Cotton Cools. Draag geen katoen. Dit houdt vocht (je zweet, regen, of wat dan ook) vast en koelt je enorm af. Een natte plak op je huid wilt niemand. Ban katoen in de winter (waarom wist ik dit niet eerder?!). Ik gebruik dus ook geen katoenen dekens of kussens in de tent.
- Draag wollen (of polyester, is goedkoper maar gaat sneller stinken en is minder effectief) thermo-ondergoed. Dat extra laagje onder je kleren is echt goud. De meeste shirts zien er ook gewoon leuk uit dus als het binnen te warm is kun je gewoon je trui uit doen. Ik draag vaak nog een wijde broek over mijn thermolegging en dan nog een rok, die extra broek kan ik dan uitdoen als ik binnen ben.
- Focus op je ademhaling als je het koud hebt of als je de kou in moet. Tel bijvoorbeeld mee met een paar diepe ademhalingen, of probeer je ademstroom te volgen je lichaam in en uit.
- Ga warm je bed in en creëer een klein, afgesloten holletje dat snel op kan warmen. Vul de lucht onder je deken met kleding of kussens zodat er minder ruimte is die opgewarmd hoeft te worden. De fleecedekens die ik net in mijn slaapzak deed werkten top, warme voeten binnen no-time.
- Koude voeten? Ga een stukje op klompen lopen. Daarin moet je de schoen vasthouden met je tenen, die je dus samenspant en daardoor opwarmen. Twee paar sokken en dekens eromheen werkt vaak ook, gun het tijd want het opwarmen duurt altijd even.
- Leid je gedachtes af, dat helpt ook om niet teveel te focussen op de kou.
- Houd je hoofd/oren, nek, en polsen warm. Ik draag polswarmers en vind het heerlijk.
- Douche koud af. Ik vind dit altijd heerlijk, ben ik tot op het bot warm geworden en dan lekker afkoelen met lauw water. Als ik uit de douche stap is het daardoor nooit vervelend, en je poriën sluiten zich waardoor je daarna minder warmte verliest (warm water opent je poriën omdat je lichaam juist warmte kwijt wilt).
- Denk aan de zomer en hoe hard je toen verlangde naar een koud neusje en dikke truien aan (ik althans).
- Beweeg. Vijftig jumping jacks of een blokje om rennen: van intensieve inspanning word je gewoon warm, dat is een feit. Het moet wel echt bikkelen zijn, je bent buiten adem. Daar word je ècht warm van. Ik ontmoette ooit een pelgrim die ’s avonds opdrukte in zijn slaapzak om warm te worden haha.
- Denk aan extreme voorbeelden van mensen die kou doorstonden: Rose in Titanic, Leonardo in The Revenant, daklozen/ongedocumenteerde mensen in Amsterdam, mensen in de oer-tijd, de twaalf overlevenden van Nova Zembla. Jij kan dit dus ook aan.
- Eet en drink warm, en drink geen alcohol want wijde bloedvaten etc etc.
- Men zegt dat je weinig kleren in bed moet dragen, maar in mijn ervaring werkt dat niet. Ik draag twee laagjes in bed en dat heb ook echt nodig!
Dit was weer mijn avontuur van 1 nacht en 1 dag tentleven, hopelijk word het ieder dagje weer wat voorspoediger. Ik hoorde in ieder geval net twee bosuilen en zag er één wegvliegen, en ik lig warm in bed. Nu maar eens slapen! X

-
De wilde natuur trekt mij
De wilde natuur trekt mij, omdat ik soms wil ontkennen hoe het moderne leven eruit ziet. Ik wil doen alsof ik terug in de tijd gereisd ben, waar de mens de bomen aanbad; de natuur vereerde omdat het haar voedingsbron was; de dagelijkse uitdagingen praktisch van aard waren. Ik wil een omgeving die niet getuigt van industrialisering, die laat zien dat er meer bos is dan stad. Een plek waar niet de mens steeds de geschiedenis bepaalt, maar de omgeving. Ik wil daar zijn waar je mond openvalt van verwondering, en niet van afschuw door verwaarloosde woningen en mensen. Daar waar het lelijk is, is leed, dat denk ik. Esthetiek doet meer met ons dan we denken.

Uit mijn kleine vliegtuigraampje op weg naar Glasgow zag ik de zee. Beelden van hordes zilvere vissen, kronkelige felgroene planten, grote gevaarlijke onderwaterreuzen en diepliggende grotformaties drongen zich in mijn hoofd op. Ik vind de oceanen één van de grootste mysteriën van het leven op aarde. En toen verscheen daar plots een ongelofelijk groot oppervlak van windmolens onder mij, in de zee. Tot zover het oog reikte. Hoe hebben ze die daar ooit gekregen? Ik stel me voor hoe groot windmolens zijn – ik ken ze van de Flevopolder – en realiseer me met verbazing dat die daar allemaal op een manier neergezet moeten zijn. Het maken van die dingen, het plaatsen, hoeveel zal dat kapotgemaakt hebben? Wat doet de aanwezigheid van die dingen met het onderwaterleven?Ff zeiken
Vol irritatie kijk ik naar de oudere vrouw naast mij in het vliegtuig, die een pizzabroodje en KitKat bestelt. Ja mevrouw, denk ik, door onze afhankelijkheid van dit soort consumptiegedrag staan dat soort palen er. Doordat we allemaal in grote huizen willen wonen, zakken vol sint-/kerstcadeautjes willen kopen en krijgen, eten naar binnen stouwen dat nauwelijks voedsel te noemen is, en het altijd maar warm willen hebben zonder er teveel moeite voor te hoeven doen (waarom loopt iedereen in de winter nog op sneakertjes?) gaat deze aarde naar de gedver. En daarmee vooral wij, want wie wordt van al die zaken nou echt gelukkig? Is het niet allemaal schijngeluk? Een aanplakbiljet op de vliegtuigstoel voor mij quote: ‘Kijk in onze flyer, en verwen jezelf’. Verwen jezelf? Verwen jullie, dacht ik. Wie wordt er nou écht blij van een nieuwe parfum? Wat is dat voor iets compleet onzinnigs? Jullie eindigen hier met het geld, en de consument met schijngeluk.
Het ironische is natuurlijk wel dat ik zojuist zelf een KitKat op heb, en me in een vliegtuig bevond toen al deze gedachtes door mijn hoofd spookten. Ik wil natuur, frisse lucht, vrijheid, ruimte. En ik ben heel erg bereid daar dingen voor op te geven, maar ben er nog lang niet: doing my best. Consumeren is echt een vastgeroeste cultuur geworden en dat verandert niet zo makkelijk. Het is me alleen wel duidelijk dat we met de ruimte die we innemen de wereld gewoon écht een stukje lelijker maken. Voor al die luxes zijn windmolens nodig in de zee, velden vol zonnepanelen, grote industriële gebieden, en torenhoge flats zodat iedereen een dak boven zijn hoofd heeft. En ik heb honderd keer liever nooit meer chocola, dan een oceaan vol metaal. Het doet me weer inzien dat ik minimalistisch wil leven, simpel (maar het ook nog moeilijk vind bepaalde dingen op te geven).

Ga terug naar je eigen landTerug naar Schotland, waar ik met het vliegtuig heen vloog om het gevoel te hebben dat ik in de wilde natuur zit – cringe. Door het landschap kan mijn verbeelding weer de vrije loop krijgen, en daar word ik blij van. Ik kan dóen alsof de aarde nog een ruige plaats is waar de natuur de meeste ruimte inneemt. Ik zie voor me dat ik op mijn paard, als Grijze Jager, als Outlanderkrijger, als Hobbit, of als Koning Arthur me door dit ruige landschap verplaats. Ik droom over de uitdagingen die ik tegen zou kunnen komen, de heldenrol die ik zou kunnen spelen. Maar vooral over het buiten zijn de hele dag in dit ruige, regenachtige landschap. Het slapen in het bos, het vuurtjes maken om warm te blijven (deed je dat niet in Nederland ook al, Simone?), het dieren doden om iets voedzaams te kunnen eten. Ik weet heus wel dat het leven vroeger hard was en dat ik het keihard romantiseer, maar ik waan me ermee in een droomwereld waar ik wel in zou willen leven en kan even vergeten dat de aarde best wel lelijk is geworden door de eeuwen heen.
Schotland is enorm in populariteit gestegen sinds de serie Outlander op Netflix kwam en ik denk dat dat komt door het stoere en ruige imago wat Schotland – en daarmee kilts, doedelzakken, en tartan patroontjes – erdoor gekregen heeft. Op mijn 16e deed ik een prachtige treinreis door de hooglanden met mijn moeder, en toen interesseerde het me allemaal niets. Maar nu doen al die rotsformaties, watervallen en met mos begroeide oude eiken me denken aan een fantasiewereld waarin de natuur een grote rol speelt en waar het goede altijd overwint 😉.

Uiteindelijk zou ik mijn geluk thuis willen beproeven, daar waar mijn wortels liggen, mijn vrienden en familie zijn. Het voelt niet goed om een leven in de natuur te willen leiden en daarvoor heel ver weg te gaan. Uiteindelijk wil ik niet vluchten, maar me juist verbinden met wat er wél is. Juist dat is ook minimalisme: dat wat er is leren waarderen, en niet steeds iets anders of méér willen. Reizen geeft me nu nog fijne, avontuurlijke prikkels, net als KitKat en Instagram ook nog steeds waardevol voor me voelen. Kan ik ooit zonder? Kan ik ooit het avontuur, het genot, de verwondering, de uitdaging thuis vinden?Ik kan natuurlijk niet wensen dat de wereld opeens verandert en de hele modernisering ongedaan gemaakt wordt – ook al wil ik het wel. Dat zou egoïstisch zijn, want als antropoloog realiseer ik me ook regelmatig dat wat ik denk dat de wereld nodig heeft, voor een ander heel onwaar kan zijn. Ik kan wel zelf kiezen voor een leven waarin weinig kapitalistische/modernistische dingen aanwezig zijn, en daarmee ben ik natuurlijk aardig goed bezig.
Tegelijkertijd kwam vandaag in me op dat het mooi zou zijn om mijn verbeelding te beïnvloeden wat Nederland betreft. Als Schotland van een saai imago kan veranderen door een serie, dan kan Nederland dat toch ook? Misschien kan ik een mooi, mythologisch verhaal verzinnen, zodat het drukbevolkte, niet-zo-leuke Nederland zoals ik het soms zie, mijn ideale, vrije plek kan worden. Een verhaal waarin ik de mooie dingen kan benadrukken, de charmes van het leven in deze tijd. En daardoor kan zien: wat is er wel?

-
Alles went
Vanochtend zat ik hardop scheldend op de fiets. De avond ervoor was ik compleet zeiknat geworden, en niets van mijn regenkleding was over de nacht opgedroogd. Mijn regenbroek deed ik aan, maar op de fiets werd ik woedend toen ik merkte dat hij ook boven deze schoenen eindigde en het water zo mijn sokken inliep. “Welke aartsmongool heeft deze kútregenbroeken zo kort ontworpen!?”. Ik voelde nogal veel frustratie, maarja, ik moest gewoon naar het station fietsen en had ook niet veel keus. Nat zou ik toch wel worden. Ik herinnerde me de wijze woorden van vriendin Renske die veel meditatieve retraites deed en doet in India. Iets in de trant van: de pijn is vaak het probleem niet, maar vooral het oordeel erover. Als je dingen gewoon kunt opmerken en aanvaarden brengen ze veel minder lijden dan als er allerlei vervolggedachtes bij komen kijken.
Daar dacht ik weer aan toen ik in de motregen over de heide fietste. En ook dat ik gek was om mijn energie te verspillen aan boos zijn over iets dat ik op dat moment niet kan veranderen, terwijl ik wakker was geworden in een bos en fietste door een prachtig stuk natuur! En hoe erg is nat regenen nou eigenlijk? Straks zou ik de hele dag in een warm kantoor doorbrengen. En het wordt áltijd weer een keer droog. Altijd (zelfs bij Noach). Dus eigenlijk was er ook niet echt een probleem. Bovendien, dacht ik, leer ik hier weer van voor situaties waarin het misschien het verschil maakt tussen onderkoeling en warm blijven. De les: je regenbroek moet óver je schoenen reiken.
Maar ook de les dat als het regent, je altijd nat wordt. Geen één jas of poncho of wat dan ook houdt continue regen voor een lange tijd tegen. Dus ik besefte dat het ook niet erg was dat de trui onder mijn regenjas nat werd, want daaronder droeg ik nog een trui en die zou me alsnog warm houden. Regen tegenhouden is een kwestie van laagjes, ieder laagje beschermt weer een beetje extra. Fleece werkt daarin best goed tot nu toe, maar ik weet dat wol bijvoorbeeld ook best een tijd regen tegen kan houden. En je moet zorgen dat er op een gegeven moment altijd een plek en moment is dat je je spullen kunt drogen.
Ik ben ook een beetje verwend. Want door dit transformerende fietstochtje wist ik dat een volgend fietstochtje in de regen alweer minder erg zou zijn. Juist doordat ik de weerstand opzoek met dit tentleven, creëer ik eigenlijk meer comfort in minimale omstandigheden. Ik wen aan minder luxe situaties. Natregenen op de fiets? Ach ik droog wel weer een keer. Met -7 in de tent? Ach, in de stacaravan had ik het ook zo vaak koud. Spinnen in bed? Tsja, die zitten overal. Ik merk dat hoe vaker ik die situaties meemaak, hoe minder erg ze eigenlijk worden. Je grens van comfort gaat steeds lager liggen, je hebt steeds minder nodig om je goed te voelen. En situaties die eerder walgelijk leken en waar je je kut door voelde, zijn nu dagelijkse kost. Oftewel, ik word minder afhankelijk, heb minder nodig om me goed te voelen. Minder spullen, minder geld, minder dingen waarvoor ik anderen met mogelijk slechte intenties (lees: economische grootmachten) nodig heb. En dat voelt zo goed!
Vandaag op de terugweg naar huis regende het weer. Ik was terug op het station en haalde mijn fiets op om naar het bos te gaan. Het was al donker, en de stad voelde zo knus. Veel licht, veel mensen, gezellige huizen. Ik wilde er eigenlijk nog even blijven, maar kon niet echt een goed excuus vinden dus fietste toch maar naar mijn tent. Zo werkt dat dus, als je eenmaal in de stad bent is het verleidelijk in die energie te blijven. De energie van drukte, veel doen, menselijk contact, pieken ervaren. In een natuurlijke omgeving is er niet zoveel en gaan na een tijdje je gedachtes minder dwalen en ben je meer in het hier en nu. Vanuit het stadse perspectief kan dat ook saai voelen. Bebouwde omgeving is eigenlijk meer verbonden aan het ratio, en een natuurlijke omgeving is meer verbonden aan het zijn. Dat laatste is ook wat dieren meer ervaren, denk ik. Ze ‘zijn’ gewoon, reageren op intuïtie en onderbewuste. Als we lange tijd in de natuur zijn worden we ook een beetje dier. En, dat is wel zo gezond, maar, tegelijkertijd maakt het ratio het menselijk leven ook zo mooi en rijk. Bij dat besef kan ik het stedelijk leven ook wel echt weer waarderen.
Ik sta nog een beetje met elk been in beide scenario’s, maar ik hang nog redelijk sterk naar de ratiokant. Ik merk dat ik veel droom, chaosdromen, en dat ik me regelmatig hyper en verveeld voel. Ik zoek dan prikkels, ga veel op mijn telefoon, ben dan erg naar buiten gericht. In het boek van Miriam Lancewood (een Nederlandse vrouw die in de wildernis van Nieuw-Zeeland leeft) vertelt zij ook hoe ze in de natuur compleet moest ontwennen aan de continue actie die we kennen in het leven. Het honderd dingen tegelijk doen, het productief willen zijn, waarbij ons brein op volle toeren draait. Maar dat na een tijdje ze steeds meer tot rust kwam en ook minder verlangde naar die prikkels, dat haar hoofd leger was. (Thanks Zora, voor de verwijzing naar dit boek!).
Dat zou ik wel willen ervaren. Ik verlang daar ook naar en weet ook dat het goed is: gewoon tevreden zijn met wat er is en niet zoveel nastreven. Maar stiekem voel ik nog een ‘fear of missing out’ en verlang ik naar succes, bevestiging, uniek zijn, er bovenuit stijgen. Zij het op mijn eigen manier (“kijk mij leven in de natuur”) en niet op de klassieke manier (veel geld, hoge functie). En dat is ook logisch, dat dat nog helemaal in mijn systeem zit. Ik leid nog een heel stads bestaan, ben veel online, zoek nog steeds de pieken op. De eerste stappen zijn gezet naar meer rust vinden, en vanuit daar zal ik ook steeds minder gaan verlangen naar succes. Gek is dat, enerzijds ben ik bang niet alles uit het leven te halen en anderszijds heb ik vertrouwen dat ik op een dag die angst niet meer zal hebben. Dat voelt nog gek, maar ook bevrijdend. En ook dat went.
Nu zit ik onder mijn tarp, de temperatuur is aangenaam. Ik heb net een heerlijk pastaatje gegeten, met knoflook. Ooit snapte ik niet dat mensen zoveel moeite deden om zo’n teentje pielerig in stukjes snijden, maar de afgelopen weken heb ik ontdekt hoeveel verschil het maakt. Eten zonder kruiden versus eten met kruiden en knoflook. Soms wordt er niet gekookt, maar de paar maaltjes die ik in een week bereid worden steeds lekkerder. Hier zit ik dan, in het donker met een hoofdlampje op een houten stronkje in het bos. Te koken op een benzinebrander met één pannetje. Het kost moeite, het is niet altijd iets om naar uit te kijken, maar het houdt me zo heerlijk bezig. In het bos, in het hier en nu, amen.
-
Menstruatie en andere ongemakken
Het voelt eigenlijk helemaal niet zo bijzonder. Als een lange kampeervakantie misschien, dat heb ik wel vaker gedaan met lage temperaturen. Het voelt zelfs als een enorme luxe dat ik nu gewoon een houtkacheltje aan kan doen – bijna té comfortabel eigenlijk. Het klinkt misschien gek, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat mensen het heel absurd vinden dat ik in een tent woon. Maar daarvoor is het weer misschien ook nog te mild geweest en is de periode nog te vergelijkbaar met een lange vakantie.
Overdag kom ik veel in de bewoonde wereld om met mijn laptopje om aan de werkplichten van een ‘digital nomad’ te voldoen. Ik vind het heel leuk hoor, en een enorme luxe. Een paar uurtjes per dag houd ik administratie bij, leuk ik de website op, en doe ik klantenservice, waar en wanneer ik maar wil. En dat doe ik voor het leukste bedrijf van Nederland, namelijk Vraag de Vroedvrouw – gerund door mijn coole zus Margot!
Nu zie ik in de stad veel mensen en veel huizen, en ook in mijn instagramscrollsessies krijg ik een sneak peak van hoe vele mensen leven. En eigenlijk begint het mij steeds meer te verbazen hoe ánderen leven (haha komt ie weer hoor, de simpel-leven-pleidooi van gekkie Simone). Misschien versterk ik daarmee teveel mijn wij-zij gevoel, maar ik voel me altijd een stuk gelukkiger als ik die huizen vol overbodige spullen en volgepropte kledingkasten zie. Ik ben in het bos, daar waar ik hoor! (Helaas heb ik ook nog ergens een beste spullenvoorraad waar ik ooit nog vanaf wil, haha).
Het is niet altijd hemels en godinnelijk. Na een paar weken is het koken op een benzinebrandertje wel een beetje simpel geworden. Echt lekkere maaltijden doe ik niet echt mijn best voor dus het worden een beetje gore prutjes met de belangrijkste voedingsmiddelen. De couscous met feta en groentesoep met ballen beginnen mijn keel nu al uit te komen, maar ik weet dat juist daardoor vernieuwing bij mij in gang wordt gezet. Ik heb niet alles uitgedacht van tevoren, ik doe gewoon wat en merk dan vanzelf wat wel of niet werkt. Soep werkt eigenlijk altijd goed dus misschien moet ik daar wat variatie in gaan zoeken. Overdag warm eten is ook fijn, want ’s avonds in het donker en in de kou onder een tarp lopen klooien voelt ook een beetje ongezellig. Ik wil dan gewoon een kop thee drinken en een boek lezen, en vroeg in mijn slaapzak kruipen.
Daarnaast zit ik met nog een dilemma: ik heb blokfluiten ontdekt. En ik vind het heel leuk! Ik speel al altviool, maar die ga je niet een winter lang in een tipi van 3 meter doorsnee bewaren. Viool speel je ook niet zo snel bij een kampvuurtje. Maar muziek maken vind ik wel heerlijk, en ik vond een leuk blokfluitexemplaar bij de kringloop. Mijn moeder had nog beginnersboekjes uit haar jeugd en mijn zus is een pro – die wil me binnenkort wel een lesje geven. Maar hoe oefen je in ’s hemelsnaam op een kampeerterrein midden in een wandelgebied zonder als complete gekkie te worden gezien (of anderen gek te maken met het nu nog helse geluid)?! Ik wil dolgraag elk avond oefenen, maar zojuist zag ik al een zaklamp in de verte seinen en nam ik dat als teken aan dat ik m’n fluit moest houden. Gelukkig staat er een medefluiter op het terrein die er een verzameling op na houdt en die ook al twee fluiten voor mij op de kop heeft getikt. Dat worden vrolijke kampvuursessies de komende tijd!
Die kampvuursessies zijn wel echt goud aan het verblijven in een tent. Vooral in de weekenden zijn er wat meer mensen, dus ik ontmoet dagelijks nieuwe leuke buitenmensen waarmee ik theetjes drink bij de warmte van vuur. Dat vind ik zo tof! Ik ben dan wel niet op reis, maar dat voelt dan wel een beetje zo. Doordeweeks ben ik helaas nog veel weg en ik merk dat dat begint te schuren met het trage leven hier in het bos. Ik wil hier zijn, niet van hot naar her sjezen om al mijn activiteiten gaande te houden. Ik vind het nog lastig om afscheid te nemen van bepaalde dingen, dus ik ben benieuwd hoe dat vorm gaat krijgen de komende tijd. Er móet iets af, maar wat?
Warm heb ik het tot nu toe gelukkig wel. ’s Avonds nog even een boekje lezen gaat wel gepaard met koude tenen, maar dat neem ik voor lief. Als ik zin heb maak ik zelfs nog een kruik voor mezelf – bijvoorbeeld als het te warm is voor de kachel maar te koud voor een comfortabel bedje. Het enige is die verdomde menstruatie (wat ook fokking magisch is, hoe bizar is de menstruatiecyclus) die me met buikpijnen opzadelt en bloed in het eten gooit (niet écht, maar ipv roet, je snapt ‘m). Van mijn acupuncturist moet ik mezelf warm houden voor een betere doorstroming, maar kou hoort wel echt een beetje bij dit leven. Ik ben sterk van mening dat ik mezelf warmte mag gunnen, maar een beetje kou mag ik best aan wennen. Ervan genieten doe ik ook, want die zomer heeft veel te lang geduurt! Dus ik prop mezelf nog even vol met naproxennatrium, paracetamol, chocola en hete thee en negeer het feit dat mijn lichaam mogelijk andere dingen nodig heeft. Mijn geest heeft dit nodig: het echt leven, het buitenleven, het trage leven, het bosleven.
Liefs!!
-
Lekker vochtig: over condens

Rillerig word ik wakker. Onder me voelt alles warm – donzen slaapzak, schapenvacht, wollen deken, slaapmatje, isolatiemat, tentkuip, grondzeil. Ik heb merino thermokleding aan, een wollen truitje, sokken, een muts op en lig in een dikke donzen slaapzak. Daaroverheen een soort dikke polyester deken waarvan ik op de tast voel of die me nog helemaal bedekt. Dat is zo, maar hij voelt zeiknat aan, net als het bovenste stukje van mijn slaapzak. Daar komt de kou dus vandaan.
Veel winterkampeerders slapen in mummieslaapzakken omdat deze je hoofd bedekt en taps toeloopt bij je benen, zo neemt de slaapzak minder ruimte in als je op trektocht bent. Door dat tapse en die muts voel ik me juist altijd erg opgesloten en voelt het bij mijn benen vaak kouder, ik til dan liever een wat zwaardere maar comfortabele slaapzak. Dat was niet altijd mijn instelling: ik heb jaren met een flutmummieslaapzak gedaan en dacht dat het koud hebben ’s nachts – zelfs in de zomer – erbij hoorde, tot mijn moeder een paar dagen met mij meewandelde op een lange afstandstocht. We hadden een uitwisselingsovereenkomst: zij mocht op mijn dikke matje maar in mijn dunne slaapzak, en ik sliep in haar donzen slaapzak maar op haar platte matje. En toen wist ik: je kunt dus ook gewoon lekker slapen als je kampeert!?

Donzen slaapzakken zijn reteduur (veel goedkoper dan €300 krijg je ze niet), maar aangezien mijn vader bijna nooit meer kampeert mag ik deze winter in zijn donzen slaapzak. Ik slaap daar echt heerlijk in, maar dat natte laagje over je deken, daar doe je weinig tegen. Dat natte laagje heet condens. Toen het de eerste week in mijn tent een keer hard regende voelde het tentdoek ’s ochtends nat van binnen. Hoewel ik eerst dacht dat mijn tent toch niet zo regenbestendig was, kwam ik er in de droge dagen erna achter dat het ’s ochtends precies zo nat was. Gelukkig komt de regen dus niet door mijn tent heen, maar is het ‘gewoon’ condens.
Condens
Vanochtend ben ik gaan zoeken naar wat je kan doen tegen condens. Dus hier komt een technisch verhaal, als je je altijd al afvraagt hoe dat nou zit met luchtvochtigheid en condens.Hoe warmer de lucht, hoe meer waterdamp de lucht kan opnemen. Hypothetisch voorbeeldje. Je hebt 10 gram waterdamp. Als het tien graden buiten is, kan de lucht maar 10 gram waterdamp opnemen. Als het twintig graden buiten is, is er nog plek voor 7 extra gram waterdamp. Als het dertig graden buiten is, kan de lucht zelfs 20 gram extra waterdamp hebben. Echter, als het nul graden is, kan de lucht maar 5 gram waterdamp aan. Als het op een vochtige dag dus overdag een keer lekker tien graden is en die 10 gram waterdamp voelt zich goed, maar ’s nachts koelt het af tot nul graden, dan moet die 5 gram overtollige waterdamp ergens heen. Het dauwpunt van de lucht is dan bereikt: de temperatuur waarop de lucht zijn overtollige waterdamp kwijt moet. Als er met tien graden 10 gram vocht in de lucht zit (per m3), dan is de lucht dus verzadigd met vocht, er kan niet meer bij. De relatieve luchtvochtigheid is dan 100%: de lucht heeft zoveel waterdamp in zich als hij maximaal kan opnemen.

Bevroren condens op de heide Absolute luchtvochtigheid – De aantal grammen waterdamp die op een plek aanwezig is.
Relatieve luchtvochtigheid – Percentage waterdamp in de lucht ten opzichte van hoeveel waterdamp de lucht maximaal kan hebben. Stel dat er de hele week een constante luchtvochtigheid was van 10 gram per m3, maar de temperatuur verschilde steeds. Bijvoorbeeld, het bleef ’s nachts tien graden, dus er was geen overtollig waterdamp wat ergens heen moest. Dan ontstaat er dus ook geen condens. Dus het kan ook gewoon aan de nachtelijke temperaturen liggen hoeveel condens er ’s ochtends op mijn tent was.
Luchtverzadiging – Er zit zoveel waterdamp in de lucht als de lucht van die temperatuur maximaal kan opnemen. De lucht is verzadigd met waterdamp: er kan niets meer bij.
Dauwpunt – Dauwpunt is het punt waarop de lucht verzadigd is geraakt met waterdamp en daardoor al het extra waterdamp dat erbij wil kwijt moet.
Condens – Objecten die een lagere temperatuur hebben dan de dauwpunttemperatuur, zijn slachtoffer van condens. Op die plek is de lucht namelijk verzadigd met vocht en wil zijn vocht kwijt, wat zich in vloeibare vorm afzet tegen het object. Als het je lukt om bepaalde oppervlaktes qua temperatuur hoger te houden dan het dauwpunt, dan zet zich geen vocht af. Condens die zich niet tegen objecten afzet maar gewoon condenseert door temperatuurdaling van de lucht is mist!
Ventilatie – Er wordt op internet vooral veel gezegd over luchtvochtigheid in huis en dat je condens kunt voorkomen door goede ventilatie. Ik weet niet exact hoe dit zit, maar ik heb er twee theorieën over. Enerzijds verdeel je de waterdamp over een grotere hoeveelheid lucht: die van binnen en die van buiten. Lucht van tien graden kan 10 gram waterdamp per m3 hebben, maar dus 30 gram waterdamp bij 3m3! Daarnaast mengt de lucht van buiten die nog niet verzadigd is met vocht, zich met de lucht van binnen die wél verzadigd is met vocht en dan delen ze de last. De waterdamp hoeft zich dan niet in druppels af te zetten, maar verplaatst zich naar de lucht waar nog plek voor ‘m is ;).
Kamperen – Objecten raken hun warmte kwijt doordat ze hun warmte uitstralen naar het heelal. Zo is het op een heldere nacht een stuk kouder dan op een bewolkte nacht: de warmte wordt dan teruggekaatst door de wolken. Maar niet alleen wolken kunnen zo’n barrière vormen. Als je onder een boom staat met je tent, kan de warmte van je tent ook deels teruggekaatst worden. En ik denk dat het ook zo werkt als je een tarp boven je tent hangt. Daarnaast daalt koude lucht dus zet condens zich vaak bij de grond af (daar is het dauwpunt dan bereikt omdat de lucht kouder is). Als je op een hoger punt gaat staan heb je dus – zegt men – minder last van condens.
Omdat je ook veel uitademt en -zweet, blaas je zelf ook veel waterdamp de tent in. Als er geen nieuwe lucht bijkomt, wordt datzelfde stukje lucht steeds meer verzadigd met vocht. Als je goed ventileert kan de lucht lekker mengen met verse, nog niet-verzadigde lucht van buiten en dan is de kans op condens ook weer kleiner.

Misty mornings Fun facts
- Ik snap nu waarom op een vochtige, hete dag, de warmte veel heftiger is. We verliezen namelijk warmte door zweet dat verdampt. Verdamping kost energie (water naar gasvorm omzetten heeft energie nodig) en die energie is de warmte die we kwijt willen. Echter, als er een hoge luchtvochtigheid is wil de lucht helemaal geen waterdamp meer en kan het zweet zich niet goed omvormen tot gas! Leip. Dingen leren is leuk.
- Bovendien geleidt water warmte, dus schijnt het ook heter aan te voelen bij een hoge luchtvochtigheid. Die snap ik alleen nog niet helemaal.
- Ademwolkjes ontstaan omdat je adem warm is en daardoor veel meer vocht kan bevatten. Als je uitademt in lucht die een temperatuur heeft onder het dauwpunt van je adem, condenseert je adem in de lucht. Dus je ziet de vloeibare vorm van water dan!
- In de loop van het jaar stijgt de absolute luchtvochtigheid, omdat door warmte in de zomer meer water (o.a. uit zeeën die opwarmen) verdampt. In de koude maanden is echter de relatieve luchtvochtigheid vaak hoger, omdat koude lucht veel minder vocht kan bevatten en dus sneller verzadigd is.
- Hoe vervolgens regen ontstaat is weet een verhaal apart maar hier natuurlijk wel aan gerelateerd :)
Belangrijkste bronnen:
https://hikingadvisor.be/hiking-tips/condens-je-tent
https://www.duurzaammbo.nl/dzb-materialen/bouwfysica/condensatie
https://www.weer.nl/nieuws/2021/zomer-2021-de-hoge-luchtvochtigheid-is-de-crux
Vuurtje stoken
Los van dat ik onder een boom moet gaan staan en de tent open moet zetten ’s nachts, gaat de temperatuur de komende maanden natuurlijk dalen. Daardoor zal ik steeds meer last krijgen van condens, omdat de lucht veel sneller verzadigd is met vocht. De lucht kan minder vocht hebben, vocht dat er wel is (in de buitenlucht en wat ik uitadem) en dat dan in druppelvorm in mijn tent gaat chillen. Vanochtend realiseerde ik me dat ik nu wel eens wat hout moet gaan inslaan en iets moet vinden op het stoken van mijn kacheltje. Hoewel dat nu als veel gedoe voelt (ga ik die dan om 4:00 ’s nachts aanzetten om condens te voorkomen?) gaat dat wel een heerlijke luxe zijn.Jullie horen me er vast binnenkort over :)
-
Waarom woon jij in een tent?
Of liever: waarom verblijf jij in een tent? Want wonen klinkt zo permanent en de plek waar ik zit is helemaal niet permanent. En ik wil ook niet dat mensen denken dat mijn intentie is om er permanent te verblijven, maar dat ik gewoon lekker recreatief de winter in een tentje doorbreng. Hoewel ik geen idee heb wat de volgende stap gaat zijn – en dat maakt ook niet zoveel uit want ik pak mijn tent zo in en kan overal staan – is het toch meer een tijdelijk iets dan iets waar ik mijn toekomstplannen op baseer. Toekomstplannen heb ik sowieso niet zoveel, dus dat scheelt. Wonen of verblijven, een beetje hetzelfde dus wat mij betreft.
Ik had afgelopen weekend een feestje en iemand vroeg mij ‘waarom woon jij in een tent?’ met een ietwat afkeurende toon. Ik vroeg hem terug ‘waarom woon jij in een stenen huis?’. Hij kon lekker douchen zei hij, en woonde bovendien in het bos, oftewel: best of both worlds. Ik vond het een best goed argument en had niet meteen een weerwoord, maar later ging ik nadenken. Een huis kost geld. Heel veel geld tegenwoordig. Geld krijg je alleen als je werkt, veel werkt. Veel werken betekent minder vrijheid om spontaan te doen waar je zin in hebt en vaak betekent veel werken ook weinig buiten zijn (ligt natuurlijk een beetje aan je baan). En dat precies beknelt mij. Ik voel een behoefte aan onafhankelijkheid, en dure bezittingen zijn de grootste slavendrijvers die je maar kunt hebben. Je wordt een slaaf van je spullen en zo wordt je hele leven voor je bepaald, omdat je steeds maar geld moet blijven verdienen om een bepaalde levensstandaard in stand te houden.

Het leven Net liep ik langs een schoenenwinkel en zag vet mooie schoenen en toen besefte ik eventjes dat ik dat niet eens kan betalen, of eigenlijk, niet wíl betalen. In een flits was ik jaloers op alle goed-uitziende mensen die ik toen zag en toen besefte ik me weer dat al deze mensen zich waarschijnlijk de knetter werken om die dure schoenen te kopen, wat in principe niet écht nodig is. In onze cultuur is het een bepaalde standaard om je te kunnen kleden op een bepaalde manier en bepaalde spullen te kunnen bezitten, en het voelt al snel als tekortkomen als je die standaard niet bij kunt houden. Maar die standaard vereist ook een offer. En dat klinkt allemaal heel abstract, maar als ik denk aan dat ik bijvoorbeeld nu weer een huisje zou moeten zoeken word ik gewoon misselijk van het idee wat voor financiële- en daarmee vrijheidsgevolgen dat zou hebben. Dat zou betekenen dat ik MOET werken, waarschijnlijk minimaal 24 uur per week, en dat naast dat werken ik ook nog eens heel veel huishouden te doen heb, haha. Ik wil het gewoon niet meer. Ik wil geld gebruiken om te léven en werken omdat ik iets nuttigs wil doen. Niet werken omdat het niet anders kan.
En dat is niet het voornaamste waarom ik in een tent verblijf. Ik voel me beter dan ooit, zo dicht bij de grond, het stille bos om me heen. ’s Nachts steeds weer de bosuil horen, de volle maan het heideveld zien belichten. Wakker worden zonder bladblazers, zonder auto’s, zonder stenen om me heen maar gewoon meteen in contact met de buitenlucht. Dat is wat ík verlang en waar ik intens gelukkig van word, maar dat vind jij als lezer misschien niet per se. Dus voor mij is werken ook een barricade om verbonden te kunnen zijn met datgene waar ik gelukkig van word. En datgene waar ik gelukkig van word vereist ook dat ik minder hoef te werken dus dat heb ik wel goed geregeld ;) Sommige mensen vinden werken gewoon prima en kunnen daarmee een levensstijl onderhouden waar zij gelukkig van worden, dus dat is ook gewoon helemaal oké.



Dan nu terug naar de huidige stand van zaken. Het regende deze week wat, maar het was ook veel droog (optimist ben ik hè?!). Ik was bang dat mijn tent weg zou drijven omdat ik in een kuiltje sta, maar mijn spullen & ik bleven superdroog! Ik had een drukke week en was veel weg, en kwam dan in het donker thuis aan. Ik lag steeds al om 20/21:00 op bed en sliep ook vrij snel, en had de wekker om 6:00 staan zodat ik met het opkomende licht mijn koffietje aan het zetten was. Ik drink trouwens gewoon van die oploscappuccino’s, want dat is gewoon lekker en makkelijk. En ik kook op een benzinebrander wat fijn is want het gaat langer mee, is overal verkrijgbaar en kan ook tegen koude temperaturen. Ik ben ook een paar keer in de regen thuisgekomen, en dan hing ik mijn kleren gewoon op onder de tarp en dook ik mijn warme donzen slaapzak in en sliep ik heerlijk in met kletterende regen boven mijn hoofd. ’s Avonds, als ik nog niet slaap, app ik met vrienden, lees ik een boek, oefen ik op mijn blokfluit, of schrijf ik in mijn dagboek. Kortom: ik leef de droom.Met de regen leek het eerst een crime om vanuit iemands warme huisje weer terug te gaan naar het natte, donkere bos. Maar eenmaal daar aangekomen voelde ik me juist veel meer op mijn gemak. Als het in het bos regent is het nog steeds mooi. Als het in de stad regent is het een depressieve bende (vind ik). Dus ik liep gewoon ultiem happy (en brak) door een regenachtig, schemerig bos en voelde me zó thuis! Ik kan me echt niet meer voorstellen dat ik ooit niet meer in een bos woon, want dan word ik denk ik meteen vreselijk ongelukkig. Bos is alles voor mij. De regen is ook nog praktisch: want door een pannetje onder het laagste punt van mijn tarp neer te zetten heb ik drie dagen mijn eigen watervoorziening geregeld! Wel kreeg ik op Instagram de opmerking dat regen verontreiniging uit de lucht opneemt en je dit dus beter niet moet drinken. Ik kookte er een lekker groentesoepje van en zette er mijn bakkie mee, maar ik zal er maar niet al te veel van innemen. Misschien kan ik er de afwas of de was mee doen, of mezelf eens een keer wassen want dat mag ook wel wat vaker ;) (koud!!).

Watervoorraadje Ik ben wel benieuwd naar de koudere dagen! Ik heb mijn kacheltje nog niet gestookt, want het is nog best warm. Maar het is wel lekker dat binnenkort een keer te doen om de tent even droog te stoken, dan wil ik meteen alle wollen kleedjes en schapenvachtjes buiten luchten. Maar wat ga ik doen als het erg koud en vochtig is? Blijf ik dan wel warm in mijn slaapzak? Slaap ik dan gewoon vanaf het donker wordt tot het weer licht is? Heb ik dan wel puf om te koken – of bevroren vingers? Ga ik dan veel vluchten naar vrienden of cafés, of blijf ik dan juist ook lekker op mijn plekje? Ik heb zin in al deze uitdagingen en kijk ook uit naar volgende zomer. Volgende zomer, als ik dit allemaal achter de rug heb en gewoon wéét hoe je een winter door kan brengen in een tentje in het bos. Hoe capabel ben ik dan?!?!?!!?!?