• De paden op, de bergen in

    De paden op, de bergen in

    Sgòr Gaoith
    Toen ik mijn moeder af had gezet op de bus naar het vliegveld (saai), had ik er meteen zin in. Nauwelijks hersteld van de wandelroute, maar met een stralende zon op mijn gezicht, was ik van plan een munro (bergtop boven de 940 meter) te beklimmen. Het was verder rijden dan ik dacht, want de weg zigzagde zich door een prachtige groene vallei. Toen ik eenmaal was aangekomen op de parkeerplaats in de middle of nowhere, was ik dus ook verrast dat het er vol stond. Nouja, het was een kleine parkeerplaats, dus zo’n 7 auto’s ofzo.

    Het heerlijke aan mijn camperbusje is dat ik mijn huis en mijn spullen altijd bij me heb. Dus ik ging eerst even rustig koffie zetten en een second breakfast eten, en eens rustig overwegen wat ik aan zou doen. Ik ben niet zo’n fan van zonnebrandcrème; ik heb wel een natuurlijke variant maar die is niet zo sterk. De meeste bergen in Schotland zijn zo kaal als een woestijn, dus ik zou de hele dag in de felle zon lopen. Dus koos ik voor de nerd-optie: me helemaal bedekken met kleding. Ik trok mijn lange wandelbroek aan en een lang, los zittend merinoshirt. Ik vind zweten in merino helemaal niet erg, want het verdampt er lekker doorheen.

    In je rugzak
    Wat neem je mee de bergen in? Ik heb maar een gewone rugzak, dus erg veel past er niet in. Ik leerde op een cursus ‘mountain skills’ dat je altijd iets extra’s mee moet nemen bovenop wat je denkt aan te doen tijdens het wandelen. Dus je hebt wellicht al een trui mee voor op de top, waar het vaak koud en winderig is, maar dan moet je eigenlijk nóg een extra trui mee voor het geval van nood. Als je op de top je enkel breekt en je moet uren wachten op mountain rescue, heb je zo een extra laagje. Ook al was het bloedheet, nam ik toch mijn regenjas mee, want in de bergen weet je het nooit.

    Verder gaat altijd mee: een opgeladen telefoon; een waterfles, de hoeveelheid afgestemd op de hoeveelheid rivieren onderweg; een zaklamp voor het geval je niet thuis bent voor het donker (you never know); goeie snacks; een basic ehbo setje; en mijn verrekijker. En wat natuurlijk niet mag ontbreken is een papieren kaart. Ik wil beter worden in het kaartlezen, heel vaak snap ik het nog niet zo goed. Hoogtelijnen, bergkammen, valleien, ik moet er allemaal erg lang over nadenken en zie het dan nog niet helemaal voor me. Bovendien moet je altijd een kaart mee voor als je telefoon uitvalt.

    Voor deze tocht stond 6 á 7 uur en ik heb geleerd dat dat voor mij echt wel een maximale afstand is. Daarna ben ik meestal kapot en chagerijnig; ik hoop maar dat dat komt doordat we net de winter uitkomen en ik nog niet súperfit ben.

    De tocht
    Het eerste stuk liep door een mooi en koel bos. Ik was helemaal in mijn element met de kaart en wilde precies snappen waar ik was en wanneer ik welk pad moest nemen, dus ik nam rustig de tijd. Tot ik in een schoolklasje terecht kwam. ‘Mevrouw, gaat u naar de top?!’ vroeg een jongen van een jaar of 12. Zij gingen ook zeiden ze en hij riep naar de rest: ‘Volg haar!’. Ik liet hem wel even weten dat dat niet zo’n verstandige beslissing zou zijn. Ik wilde eigenlijk van deze troep af zijn zodat ik lekker rustig mijn gang kon gaan, dus ik stapte flink door. De hoogtemeters liepen al op en ik ging veel te snel voor mijn kunnen. Ik had dorst, had mijn gezicht nog niet ingesmeerd, wilde nog even goed op de kaart kijken. Maar ik had even geen kracht voor de hele tijd net voor een groep uitlopen, dus ik beukte door.

    Na een tijdje leek ik ze van me afgeschud te hebben. Ik vleidde me neer op een grote steen, maar had alleen nog maar een restje thee in de fles. Ik had op de kaart gezien dat er een grote beek parallel aan het pad liep, dus ik was er vanuit gegaan dat ik de fles gewoon constant zou kunnen vullen. Daar was meteen mijn eerste les in het kaartlezen. De rivier liep namelijk meters verder onder mij, onbereikbaar, en ik had die hoogtemeters op de kaart nou juist precies over het hoofd gezien.

    Tussen de beek en het pad (blauwe markering) zie je de oranje hoogtelijnen lopen. Hoe dichter op elkaar ze staan, hoe steiler.

    Snel pakte ik de kaart erbij, hopend dat ik niet helemaal terug naar de parkeerplaats hoefde. Gelukkig liepen er wat zijbeekjes uit de bergen richting die rivier, dwars over het pad. Het was alleen maar de vraag hoe groot die zouden zijn en of er wel water in zou zitten met dit droge weer.

    Ik moest echt wat langzamer lopen, anders zou ik al snel oververhit en uitgeput zijn. Ik probeerde heel bewust een rustig tempo aan te houden, maar versnelde toch weer even toen ik de geul zag waar het beekje zou moeten lopen. En, gelukkig: helder, snelstromend, bergwater. Genot!

    Naar de top toe liep eigenlijk continu een vrij duidelijk pad, dus de kaart hoefde ik niet echt te lezen. Maar het was wel fijn om steeds te bepalen waar ik was op het pad, en wat ik om me heen zag. Welke bergtop welke was, welk meer dat daar in de verte was, waar de rivieren liepen, ik hield het allemaal in de gaten.

    De klim omhoog viel me zwaar en elke paar meter hield ik even halt en keek om me heen. Uiteindelijk behaalde ik de waanzinnige top. Onder me liep een klif verticaal naar beneden, naar een groot bergmeer. Tegenover me liepen even steile kliffen die leidden naar andere, nog besneeuwde bergtoppen. Het was een prachtig, indrukwekkend gezicht.

    De weg omlaag was geen pad. Ik moest over een soort bergkam naar beneden en probeerde echt op de kaart te lopen met logica van het landschap, dus zonder kompas of iets dergelijks. Het werd me wel makkelijk gemaakt, want in de verte liepen twee vriendinnen dezelfde route. Maar ik wist ook niet hoe kundig die waren, dus ik probeerde ook mijn eigen beslissingen te maken. Ik voelde me niet lekker, die zon deed me geen goed. Geef mij maar grauwe wolkjes. Maar de ring moest in het vuur, ohnee, dat was ‘ie al, maar ik moest weer naar huis. Het ging een paar keer mis en ik banjerde dwars door de zompige heide, maar op een gegeven moment zag ik ver onder me het pad waar ik op uit zou moeten komen, dus het kon niet meer misgaan.

    Weer bij de auto, waar het ook bloedheet was, parkeerde ik in de schaduw en genoot even hard van het leven. Ik had nog yoghurt en banaan en ik zette een heerlijk kopje thee. Ik trok een mooie zomerjurk aan en haalde wat vers water uit de rivier. Daarna ruimde ik mijn auto nog op, want die ochtend moesten mijn moeder en ik de tent inpakken en vroeg weg, dus had ik alles er maar ingesmeten. Uiteindelijk vertrok ik terug naar huis, naar het huis van Ted en zijn ouders, waar een heerlijk bedje op me stond te wachten.

    Ben Tee
    Ted werkt ergens in de Schotse Hooglanden in de bosbouw, drie dagen per week. Hij kampeert dan vlakbij het terrein waar hij werkt, anders zou hij elke dag vier uur in de auto moeten zitten en dat is een beetje overdreven. Het leek mij leuk en gezellig om hem te vergezellen, dus op maandagochtend stond de wekker om half zes voor de lange rit die ons te wachten stond.

    Ik wilde graag een minivan om mee naar Schotland te nemen, maar een reden om het niet te doen was dat ik dan links zou moeten rijden. Op zich is het helemaal niet zo moeilijk, maar het enge is dat je wellicht een keer onbewust een fout maakt. En dat kan slecht aflopen. Ik hoor hier heel vaak hoe er ongelukken met toeristen zijn, en dan vooral op de rustige wegen omdat ze dan geen voorbeeld kunnen nemen aan andere auto’s. Het enge is gewoon dat je geen controle hebt over je onderbewustzijn. Maar ik vond het ook saai om het daarom niét te doen en het nou typisch zo’n angst die je gewoon moet overwinnen. Tuurlijk, ik zou dood kunnen gaan, maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd, haha.

    Kamperen op Ted’s werk

    Maar eigenlijk gaat het rijden gewoon heel goed. Ik heb natuurlijk een half jaar met mijn fiets hier deelgenomen aan het verkeer en ook vele uren als passagier doorgebracht naast Ted. Dus ik denk dat het links rijden ook al flink in mijn onderbewuste zit! Soms ben ik nog wel panisch, vooral als het heel automatisch gaat. Opeens word ik dan ‘wakker’ en denk: shit, rijd ik eigenlijk wel links?! Veel mensen zeggen ook dat je dan beter in een Britse auto kan rijden, maar ik vind het juist fijn in mijne omdat ik deze auto goed ken en niet meer hoef na te denken over het rijden zelf. Dus kan ik gewoon focussen op de weg.

    Ik had nog geen plannen voor de dag, maar moest Ted afzetten op een prachtig parkeerplaatsje in het bos. Daarna liep ik weer mijn koffieroutine door, deed een afwasje in de rivier, en maakte een nieuwe hoestdrank van de verse sparrentoppen die ik overal zag hangen. Er liepen drie wandelingen door het gebied die ik allemaal deed en ik kwam door mágisch bos met prachtige watervallen. Daarna deed ik nog een dutje in mijn auto en toen was Ted er alweer. Wat een leven, zo’n busje.

    De volgende dag had ik zin in een wat groter avontuur. Er was een bergkam in de buurt, en als ik die zou doen zou ik zo zeven munro’s aftikken. Maar dat was wel een flinke dag en dan zou ik pas laat weer ‘thuis’ zijn. Ik weet gewoon: ik hou van beweging, uitdaging, en buitenlucht, maar maak het heel heftig en ik vind het niet zo leuk meer.

    Dus ik ging voor een wat lagere berg die me zo’n 4 of 5 uur zou kosten. De dag begon met pleurisweer, dus toen ik op de parkeerplaats van de wandeltocht aankwam spendeerde ik eerst nog een paar uur in mijn auto. Ik doe weer wat online werk voor mijn zus, dus daar kon ik de ochtend mooi mee vullen. In de regen op bergen lopen heb ik al wel eens gedaan, en het is gewoon geen fuck aan, haha. Als het zo bleef ging ik gewoon niet.

    Maar het klaarde op, dus de wandelbroek moest weer aan. Dit keer had ik wel gezien dat er hoogtemeters tussen de beek en het pad liepen, maar ik liep direct langs de beek dus er ging wat mis. Dus liep ik dwars tegen de hoogtelijnen in de berg op, om uiteindelijk het pad te vinden. De eerste helft genoot ik van de enorme uitzichten op Loch Ness en Loch Lochy en de bomen, de koekoek die koekoekte, de roodborsttapuit en de schapen. Maar de tweede helft viel me wederom zwaar en ik was chagerijnig. Maar ik ging toch, want dit is gewoon type 2 fun. Afzien, en daarna trots op jezelf zijn.

    De zon kwam zelfs door en ik beukte door, ik wilde er vanaf zijn! Door de chagerijn heen voelde ik ook HOEVEEL honderdduizend keer liever ik dit deed dan een full-time baan en naar de sportschool gaan. Ik vind naar beneden gaan altijd juist wel fijn (barefootschoenen zijn daarin ook mijn redding, niet zo’n marteling voor je tenen) en dat ging heel soepel. Bergaf ouwehoer ik ook altijd in mijn telefoon tegen vriendinnen, dus dan gaat de tijd ook snel. Eenmaal beneden was ik écht moe en ook heel chagerijnig. Bij de tent kookte Ted en ik een maaltje maar ik bleef ontzettend humeurig. Misschien was dit dus toch iets te heftig geweest en moet ik mijn fitheid nog opbouwen. Of ik moet gewoon accepteren dat ik daarna kapot ben en de volgende dag ook nog moe. Boeie.

    Nou goed, gelukkig ben ik kort van stof. Volgende week ga ik, als Ted gaat werken, een paar dagen weer naar een heel ander gebied in de Hooglanden en ik kijk er erg naar uit! Lekker rommelen in mijn autootje, koffie drinken in cafeetjes, en prachtige wandelingen maken. Ik word echt een vanlifer and I love it.

  • WHW 9 & 10: het zwaard van Damocles

    WHW 9 & 10: het zwaard van Damocles

    Eindelijk even lang in bed liggen, hoewel we om zes uur alweer wakker waren. Dat is het lastige met ons: mijn moeder is een ontzettend ochtendmens en ik ben dat ontzettend niét. Ik blijf het liefst tot laat op en word ’s ochtends heel chagerijnig als ik in actie moet komen. Maar ik ben ook een lichte slaper en word wakker als iemand anders dat ook is, dus afgelopen week waren we steeds om zes uur op en vaak rond half negen al op pad, ik vaak met een donkere wolk boven mijn hoofd. Maar vandaag mag rustig aan, want: we zijn er!

    Dag 9

    Vanaf het bunkhouse waar ik een verschrikkelijke nacht had gehad omdat de vader zo snurkte (mijn moeder was er gelukkig lekker doorheen geslapen) begonnen we de ochtend met een fors ontbijt. Een man die we al een paar keer tegen waren gekomen onderweg zagen we ook in het restaurant zitten en we probeerden hem te ontwijken door heel druk tegen elkaar te praten, maar helaas: hij kwam even bij ons tafeltje staan voor een praatje. Vaak houdt dat in dat hij een of andere zogenaamd grappige ervaring vertelt en wij knikken, maar volgens mij voelde hij al aan dat we er geen zin in hadden en hield hij het kort. Elke keer als we hem denken te zien onderweg is het een ‘neeeeeee hè’. Niet dat we zo anti-mens zijn, maar deze had een beetje een dominante vibe, brr.

    De zon stond weer stralend aan de hemel en we wisten dat er een pittige klim aan zat te komen: the devils stairs. Al snel gingen onze laagjes uit, want het was bloedheet! We zagen steeds mensen die we al eerder waren tegengekomen, want de laatste drie etappes van de route kan je eigenlijk niet echt meer opsplitsen. Dus iedereen doet dezelfde dagen. Een verlegen jongen met een groot fototoestel die elke keer weer heel beleef gedag zegde; twee Nederlandse vrouwen die ons steeds weer inhaalden en wij hen; een Nederlands koppel van in de 60 die alles kamperend deed; en een Britse moeder en dochter. Althans, ik dacht dat ze moeder en dochter waren, mijn moeder dacht vriendinnen. Ze leken op elkaar en bij de balie van het hotel was de dochter heel geïrriteerd aan het doen tegen de moeder over dat ze zo sloom was en dat er nog niet betaald was. ‘Zo doe je niet tegen vriendinnen, alleen tegen je moeder’ beargumenteerde ik. Dat gaf m’n moeder toe, uit haar ervaringen van de afgelopen week.

    Het pad erna was erg gemoedelijk en we keken hier en daar weer naar de schaarse vogel (Roodborsttapuit; Graspieper) of namen een chocolade-pauze. Door mijn brakke nacht had ik een hoofdpijn die steeds erger werd. Toen we in onze b&b aankwamen kakte ik dan ook helemaal in, ik voelde me echt verrot! De felle zon had daar zeker niet aan bijgedragen, ik ben echt een grijze-wolken-mens haha. Gelukkig sliep ik heerlijk en werd vol frisse moed wakker. De accommodatie was ontzettend lief ingericht door een stel, met veel aandacht voor detail. Ze kookten een ontbijt met ei en zalm en porridge én yoghurt. Dus helemaal propvol begonnen we aan de dag.

    Dag 10

    De láátste dag. De LANGSTE dag! De dag die de hele trip al als het zwaard van Damocles boven ons hoofd hing. Van een vriendin hoorde ik al dat, na al een week gelopen te hebben, die dag echt terror is. Veel gruis (pijnlijke voor je voeten), en een lange weg voordat je de heuvels over bent. En als je dan eenmaal in het dal bent beland, moet je nog een pokke-eind tot de stad, terwijl je er dan eigenlijk wel klaar mee bent. 25 kilometer, het valt op zich mee, en onze voeten waren nog blarenvrij, dus we begonnen vol goede moed. Het was meteen om half negen al heet (waar zijn we, Spanje in juni?) en we moesten een pittige klim maken. Maar daarna was het best ontspannen lopen, wel lang, dat wel! De omgeving was kaal en we waren omringd door andere wandelaars. Plassen was moeilijk, waar doe je dat in zo’n open veld waar voor je en achter je mensen lopen?

    Op een gegeven moment zagen we een bordje aan een hek ‘Dit bos wordt beheerd door organisatie x’. Bos?! We zagen letterlijk alleen maar heidestruikjes en gras. Even verderop zagen we wel steeds meer kleine denneboompjes en het gebied waar we door liepen was helemaal omringd door een hek. We begrepen: dit is een bos to be. Dag 8 was ook al zo kaal en ik heb me door Ted laten vertellen dat het vroeger (lang geleden) allemaal bos was. Door een combinatie van factoren is dat allemaal weg. Ontbossing door de mens, oorlogen, overbegrazing door schapen, en de jacht waarvoor stukken land open worden gehouden (voor fazanten) en de voortplanting van herten wordt aangemoedigd (wat resulteert in overbegrazing door herten). Een nieuw bos móet dus omheind worden, anders heeft het geen kans bij herten en schapen.

    Het dennebos

    We waren blij wat boompjes te zien, het geeft hoop! Later zagen we zelfs iets dat echt op bos leek. Het bestaat hier dan vaak vooral uit Sitka spar en Lariks, en volgens mij zijn beide niet erg gewenst (invasief en wordt vooral geplant voor de houtkap). Maar hé, voor ons is een boom een boom en we hoorden ook weer meer vogels. Nou, vooral heel veel meer Fitisen, haha. Opeens zagen we Ben Nevis opdoemen, wauw! En naarmate de tocht konden we beter zien hoe het pad naar deze hoogste berg van de UK liep. We hadden overwogen om deze vandaag, op onze rustdag, nog te doen. Maar ik heb hem al eens beklommen en mijn moeder zag watvoor kale bende het was. Dus we ontzien onze benen even en genieten gewoon van het aangezicht van de berg.

    Hoewel we de Koekoek al een paar dagen hoorden en eerder deze week ook in de verte in een boom hadden zien zitten, kregen we haar nu maar steeds niet te zien. Opeens vloog er een grijze vogel voor onze neus langs. We volgden haar route en warempel: ze landde naast een andere koekoek in het veld naast ons. Ze bleven ook koekoeken dus we konden ze goed koekeloeren. Echt bijzonder, zo’n maf beest.

    Ben Nevis!

    We keken op tegen de afdaling. Afdalen is altijd erger dan klimmen, en mijn moeder vindt het specifiek ook niet zo jofel. Maar de goden waren haar goed gezind: het ging allemaal heel geleidelijk en door een lekker koel bos. Ik slik de pil vanwege menstruatiepijn, maar had nu opeens ook pijn en bloed door de pil heen, wat ook niet zo’n pretje was. Maar vooruit, de laatste dag, wat kan het ook schelen. Eindelijk kwamen we bij het eindpunt aan waar ook een lekkere pizzeria/brouwerij zit en we beseften: we hebben deze tocht zonder brokken te maken overleefd! Woooohoo!

    Nog een laatste stijle klim naar het bunkhouse en toen: pitten. Om half negen ging het licht uit. Vandaag hangen we een dagje un Fort William en de komende dagen gaan we naar het Oosten waar Ted woont en daar nog wat leuke dingen doen. Donderdag vliegt moeders weer naar huis en blijf ik nog een paar maanden.

    Leuk dat je meelas ❤️ Het was weer een avontuur!!

  • WHW 8: kuddedieren

    WHW 8: kuddedieren

    We zaten al een uur in spanning met wie we onze 4-persoons slaapzaal zouden delen. Ik had in mijn hoofd dat het een vrouwenslaapzaal was (‘ik weet het gewoon zeker!’), maar we vonden het wel raar dat we dan in de gang met de mannenwc’s zaten. Afin, de deur ging open, het moment van de waarheid. Een jongen van in de 20 en zijn vader, beiden uit Glasgow. Ze doen de tocht in zes dagen en hebben erg zere voeten, maar ze zijn chill en dat is alles wat telt voor ons. Oké en niet snurken wellicht, maar die hoop heb ik opgegeven voor slaapzalen, haha. Pa begint meteen te ouwehoeren, dus dat is ook gezellig. De kids slapen in de bovenste bedden, het gezinnetje is compleet 🤣

    Vandaag was goed te doen. Hoewel het pad vol met hobbelige keien lag en een aardig stuk steeg, was er geen wolkje aan de lucht te zien. Maar, er was daarbij ook geen boompje aan de grond te zien. We liepen door uitgestrekte moerasvelden, met hoge bergen opdoemend aan de horizon. Ik werd helemaal geïnspireerd om binnenkort weer lekker een paar bergen te gaan beklimmen! Maar het gaf ook een wat desolaat gevoel waar ik niet zo gek op ben. Al helemaal in de felle zon, alhoewel ik er ook niet aan moet denken dit in pleurisweer te doen. Maar op de een of andere manier klopt dit weer niet met het landschap. Woeste, oeroude bergen, daar hoort ten minste een grijs wolkje bij, toch? Nee, grapje, het is heerlijk en ik krijg zo hopelijk ook nog wat kleur op mijn gezicht, want ik ben altijd zo bleek in de winter. Daar heeft mijn moeder dan weer geen last van, want die gaat in weer en wind op de fiets overal naartoe en is daardoor altijd poepiebruin.

    Ons bunkhouse ligt rechts bij die paar denneboompjes in de verte

    We moesten vroeg op om de trein te halen naar het punt waar we gister onze wandeling hadden geëindigd (en de trein terug naar het hostel genomen hadden). Al snel liepen er voor en achter ons ook veel mensen. Op den duur liepen we gewoon bijna in een stoet. Dan laat je mensen voorgaan zodat je weer space hebt, maar staan zij 100 meter verderop weer stil voor een foto en haal je ze weer in. Gedoe.

    Het was niet ontzettend storend, maar gaf me wel een beetje een massatoerisme gevoel. Dat is iets wat ik zelf altijd een beetje probeer te ontwijken. Juist door wandelend door een landschap trekken beleef je de omgeving veel intenser, maak je contact met locals en moet je ook wat moeite doen voor de mooiste uitkijkpunten. Maar omdat dit zó’n toeristische tocht is, is het misschien wel iets minder authentiek. Elk dorpje is ingericht op toerisme en middenin de verlaten hooglanden vind je toch nog cafés. We geven ook een hoop geld uit, gemiddeld zo’n 80 euro per dag per persoon inclusief accommodatie. Maargoed, geld is maar cijfertjes, en op een gegeven moment raken die op nul en moet je weer cijfertjes verzamelen. Geeft me ten minste nog een reden om te gaan werken ;)

    We moesten 20 kilometer, maar waren er al om twee uur ’s middags. Dus vooruit, toch maar weer een frisje in het café dat in de winter een skiresort is. En nogmaals: het landschap is zó anders dan eerst! Nauwelijks groen te bekennen, maar in de schaarse lariks bosjes komen we gelukkig nog af en toe een vogeltje tegen. Er zitten veel Graspiepers in de heide én we horen af en toe de Koekoek! Mijn moeder dan, en dan pas hoor ik haar ook. Laatst zagen we haar zitten in de top van een boom. Toen ze wegvloog, vlogen haar twee kleine ouders er achteraan. Want, zoals je misschien weet, legt een Koekoek haar eieren in het nest van andere vogeltjes (die noem je dan de waardvogel). In de moederlijn is bepaald op wiens eieren haar eieren lijken en zo wordt dus van moeder op dochter doorgegeven in welk nest het ei wordt gelegd. Vaak van kleine vogelsoorten! De moeder verwijdert soms al enkele eieren uit het nest, de rest wordt door het pas uitgekomen Koekoeksjong het nest uitgewerkt. En de ouders voeden het beestje op als was het hun eigen (ze pikken het niet altijd trouwens!). Bron: Wikipedia. Haha.

    Na ons frisje (appelsap met prik, love it, vergeet in NL altijd dat je natuurlijk gewoon appelsap en bruiswater kunt bestellen) liepen we naar onze accomodatie. Het is ongeveer de enige in een grote verlaten vallei waar alleen nog een grote weg doorheen loopt. Opeens waren alle andere wandelaars verdwenen. De meeste móeten wel in hetzelfde hotel slapen, dat een apart bunkhouse met slaapzalen ernaast heeft staan. Inchecken kon nog lang niet. Of hadden mensen de bus genomen? Op het terrein kwamen we erachter dat je aan de achterkant ook op een rustig plekje mag kamperen. Dus wellicht komt iedereen hier toch samen, en zijn we allemaal in een stoet die om 9 uur begon tegelijk aangekomen. Het leek ons daarom dat als je wat later op de dag vertrekt je misschien wat rustiger loopt, omdat veel mensen zo tussen 7 en 9 uur beginnen? Misschien eens uitproberen.

    We zagen ook nog een paar zowat tamme herten en aten weer veel lekkere snacks tijdens pauzes in de zon. Na ons zelf-meegebrachte avondmaal misten we toch iets… een toetje. Dus nu zitten we alsnog in het hotel decadente chocoladefondant te eten. We zijn ook onverbeterlijk. Nu ga ik nog even douchen, en in bed een beetje doelloos scrollen. Daar is wel veel van op de vrije dagen! Ik ben al zes keer een nieuw breiwerk gestart, maar het wil niet lukken. Ik heb ook een e-reader mee, maar er staan alleen allemaal zware boeken op en ik ben meer van de jeugdboeken enzo haha. Anders word ik er zelf vaak helemaal naar van. Dus beetje scrollen dan maar en andere leuke avonturen plannen!

    Morgen beklimmen we the Devils Staircase. Een hele pittige klim, dus we maken onze borsten nat 😆 We horen wel van veel mensen dat ze het achteraf rustiger aan hadden willen doen. Het pad is niet extreem zwaar, maar meerdere dagen achter elkaar 20+ kilometer op dit terrein vraagt héél veel van je voeten! Die van ons zijn nog goed (knock on wood).

    Liefs!

  • WHW 6 & 7: terug bij af

    WHW 6 & 7: terug bij af

    We weten eigenlijk niet meer precies waaróm we het zo hadden gepland; twee dagen in hetzelfde hostel en dan de tweede dag terug met de trein na het wandelen. Daardoor hadden we twee korte wandeldagen, en vanwege het makkelijke pad gingen we er vlot doorheen. Dag 6 waren we al om één uur op de bestemming en vandaag al om twaalf uur bij het treintje terug. Nou, echt zwaar hebben we het dus niet!

    We hebben alles in november al geboekt, want ik was panisch dat alles volgeboekt zou zijn en alleen de duurste opties over zouden blijven. We horen van wat mensen dat ze het pas een maand geleden hebben geboekt, dat had dus blijkbaar ook gekund, maar ik durfde niet te vragen tegen welke prijs. Uiteindelijk is wat dat betreft je tentje natuurlijk ultiem, want je kunt er zo langzaam of snel over doen als je wilt!

    Na deze dagen hebben we een dag van 20, dan 15 en dan 25 kilometer. Best flinke stukken. Als we deze twee etappes ook in één keer hadden gedaan hadden we (met dag 5 erbij) drie dagen lange afstanden gehad. We wisten niet zo goed hoe zwaar we de tocht zouden vinden, dus kozen we voor de zekerheid er maar voor dag 6 en 7 dus kort te houden. Aan het eind van dag 7 zagen we online alleen een duur hotel, maar we horen nu allerlei mensen die daar in een hostel slapen, of nog een paar kilometer doorlopen naar een ander leuk hotelletje. De trein terug (en morgen weer heen) is niet zo erg hoor, maar wat was onze redenering precies geweest of waren we gewoon blind??

    Hier zit ook nog een klein winkeltje, terwijl we die tot het einde niet meer tegen zullen komen. Misschien overwogen we daarom om twee nachten hier door te brengen, zodat we qua eetvoorzieningen wat veiliger zaten. Maar we hoeven echt niet van de honger om te komen, overal doemen spontane winkeltjes of cafés op en ik elk hotel verkopen ze wel snickers. De eigenaar van dit hostel vertelde ons vandaag dat er zo’n 50.000 wandelaars per jaar op dit pad lopen, dus dan begrijp je wel dat er opeens overal verkooppunten zijn ontstaan! En terecht, als lokale inwoner moet je er toch ook wat positiefs uit halen terwijl je die hordes mensen door je leefgebied heen ziet struinen.

    Volgens mij had ik ook in mijn hoofd dat, stel dat we een rustdag willen, we die optie zouden hebben. Als we echt kapót waren geweest na gister, hadden we vandaag eventueel kunnen overslaan. Maar eigenlijk was dat zelfs dan nauwelijks nodig geweest, want vandaag liep zonder hoogtemeters over een heel breed pad, met de zon en wind in onze rug én met waanzinnig uitzicht. We hoefden ook geen tassen op, dus we hebben zelfs een stukje gehuppeld! Wat een chill leven!

    We komen allemaal superleuke mensen tegen. De een is alle bergtoppen van Schotland aan het beklimmen en een ander doet de West Highland Way in zes dagen (zo’n 25km per dag). We kwamen zelfs een oude schoolvriend van Ted tegen, hoe toevallig! Inmiddels horen we ook overal om ons heen Nederlands, en we hoorden van een paar Amerikanen dat een Nederlandse vrouw haar arm op drie plekken had gebroken op de eerste dag (uitgegleden), maar alsnog doorloopt. Poi!

    Vanavond maakten we nog een avondwandelingetje en de avondzon verlichtte het landschap. We zagen nog een Tapuit, een prachtig vogeltje en nummer 47 op onze lijst met vogelsoorten die we al hebben gezien of gehoord deze trip. Ik hoop nog de Waterspreeuw tegen te komen, die heb ik al regelmatig gezien in Schotland!

    Het landschap is overgegaan van bos en water naar flinke bergen om ons heen. Heerlijk. Ik krijg al helemaal zin in de bergtoppen beklimmen de komende maanden.

    Eigenlijk dus niet zoveel boeiends te melden, maar wel wat fijne fotootjes haha.

    Liefs!

    Uitzicht tijdens een mini-avondwandeling. Hoe dan?!
  • WHW 5: vreemde vogels

    WHW 5: vreemde vogels

    Het landschap veranderde, dus de vogels veranderden ook. Hoewel we veel kilometers moesten maken en dus niet zoveel tijd hadden om rustig aan te doen, moest elke vreemde vogel toch even nauwkeurig geobserveerd worden en elk vreemd geluid geïdentificeerd met de app Merlin. We hoorden een Boompieper, zagen een Grote Gele Kwikstaart en Graspieper en zagen én hoorden de Roodborsttapuit. Allemaal primeurs voor deze trip.

    In de ochtend deelden we het ontbijtbuffet met onder andere twee Nederlandse dames: ook een moeder en dochter! De enige landgenoten die we tot nu toe tegen zijn gekomen, de enige moeder en dochter, de enigen die tot dan toe dezelfde etappes deden als wij (de rest deed allemaal langere dagen) én de enigen die ook om 17 uur al aan de dinertafel zaten de avond ervoor 🤣 Zou het allemaal met dezelfde culturele grondslag te maken hebben? Nederlanders zijn.. traag, matriarchaal, vroege eters?

    Onze heilige drie-eenheid: water – stenen – mos

    De etappe zou de zwaarste tot nu toe zijn, maar we wisten nog niet precies waarom. Het bleek vanwege steeds stijgende en dalende smalle paadjes vol met grote keien waar je je voeten nauwkeurig op moest balanceren. Mijn barefootschoenen bleken hier bij uitstek geschikt voor: door de buigzame zool kun je met je tenen en hele voeten jezelf ook vast ‘grijpen’. Als je in bergschoenen je tenen samenknijpt, gebeurt er met je schoen vrij weinig. Je hebt dan dus veel minder grip en glijdt makkelijker uit. Ik kon ook makkelijker op alleen mijn tenen landen en dus kleinere steentjes kiezen. Maar, aan het einde van de dag waren mijn voeten wel compleet overprikkeld.

    De zon straalde van harte, maar elke keer als wij pauzeerden kwam er een bui op onze kop. Niet te geloven. Maar het was zo fantastisch lekker verder, we konden ons niet voorstellen hoe intens het zou zijn als het continu zou hebben geregend. Het uitzicht was steeds ook WAANZINNIG! Ondanks de zon waren onze voeten wel zeik-en-zeiknat. Elke twintig meter moesten we wel weer óf door een modderbad waar we tot onze enkels in zakten, óf door een rivier die het pad overstak. Maar we klaagden niet want het regende niet (grapje we klaagden wel, waar moet je het anders over hebben?).

    Na een heerlijke pauze aan een kabbelend stroompje waar de Oeverzwaluwen over ons heen vlogen, waren de laatste vijf kilometer wel even afzien. Onze voeten waren kapot en ik begin al lichte blaartjes te ontwikkelen. Strompelend meldden we ons bij de receptie van het hotel, waar we te horen kregen dat we een upgrade van de kamer hadden gehad! Genot, een grote twin room met mega badkamer. Wat een leven.

    Hoewel onze tassen leger beginnen te worden zeulen we alsnog dit mee: een boek én e-reader, een zelfgebreide trui, een doosje met 4 zeepjes, 3 spelletjes die we nog niet gespeeld hebben, wandelstokken die we maar de helft van de tijd gebruiken, een borduurwerk terwijl we alleen maar een boek lezen en een extra paar schoenen ‘just in case’. Ohnee, wacht, dit heeft alleen mijn moeder allemaal al aan extra’s mee! Haha. Maar ze klaagt niet en vliegt over de paden. Als ze 80 is gaan we hem weer doen, is het plan. Gewoon als doel om fit te blijven.

    Maar als er iéts is dat geen overbodige bagage is gebleken, zijn het onze droogmaaltijden wel. Telden we gister even 75 euro neer voor een dinertje in het restaurant, zitten we nu in onze poepchique bedjes uit een zakje te kanen. Deze tocht is geen goedkope, vanwege alle hotelletjes en restaurants. Maar we proberen toch hier en daar wat te besparen door ons eigen eten te eten en.. en dat was het haha. We zagen vandaag ook drie mannen lopen die hadden gekampeerd bij onze accomodatie, maar zonder bagage het pad liepen. Bagagevervoer is denk ik een veel goedkopere optie dan hotels, en dan kan je lekker wel wat extra warm spul inpakken en in je tentje slapen. De goedkoopste optie is natuurlijk wildkamperen, maar ik moet zeggen dat ik niet jaloers was op de brakke gezichten op de camping vanochtend na een koude nacht.

    Ach, als je het eenmaal doet is dat wat je doet en pas je je er ook weer op aan. Maar dit voelt wel veel rustiger voor mijn lijf, net als de kortere wandeldagen. Ik geniet er daardoor wel meer van dan ik doorgaans heb gedaan en ik mijn wandelpartner afsnauwde omdat ik gewoon chagerijnig werd van het discomfort. Dus ik ga wel weer even denken over hoe ik dat voortaan ga doen. Misschien toch wat meer lichtgewicht spullen verzamelen? Kortere tochten plannen, dan is even afzien juist vet? Vaker uit eten onderweg voor het moraal? Of gewoon niet zeiken en doorgaan als altijd? Ik zie het wel!

    Verder wil ik nog even delen dat de stenen hier echt prachtig zijn en mijn nieuwe voornemen is om meer over geologie te leren! Tips zijn welkom 🙂

    Morgen maar 11 kilometer, woop woop.

  • WHW 4: over druïdepaden

    WHW 4: over druïdepaden

    Onder de douche flitsten beelden van de bemoste stenen en watervallen aan me voorbij. Maar liefst 70 watervallen hadden we gezien, variërend van mini tot enorm en bulderend. Mijn moeder heeft ze geteld. Met gemiddeld een flinke waterval waar je ook een behoorlijke douche onder zou kunnen nemen. De sfeer was druïdisch en ik voelde me helemaal thuis. Hierom hou ik van Schotland, waar ik in Nederland het geluid van klaterende beekjes mis.

    De dag liep gemoedelijk over bossige paadjes, nog steeds langs het meer. Het regende dan weer wel en dan weer niet, en we haalden steeds weer dezelfde mensen in en zij ons. We probeerden weer wat afval te rapen tot ons kleine zakje vol is, en beseften al dat dat het voordeel is van een dag met weinig kilometers (vandaag weer 12). Morgen wordt volgens het boekje de zwaarste dag en meteen ook nog 20 kilometer, dan laat ik het afval wellicht even links (en rechts) liggen. Toch bevestigt het mij in dat traag the way to go is. En om nog meer redenen: we zijn steeds vroeg in de accomodatie dus ons lichaam heeft meer tijd voor herstel. We hebben tijd voor infoborden en pauzes op mooie uitzichtpunten. En we doen uiteindelijk vier dagen over een tocht waar 2,5 voor stond, dus zijn veel langer in dezelfde soort omgeving. En ze is prachtig, ik ga helemaal op in het mooie bos! Dat koester ik even, want na morgen wordt het denk ik veel kale hooglanden.

    Tot onze verrassing doemde uit het niets een partytent op waar een vrouw koffietjes stond te maken en chocola en broodjes verkocht. Dat mochten we niet missen (mijn vader zou zeggen ‘je moet toch de lokale economie stimuleren!’ dus dat gebruikten we als excuus) en namen wat lekkers. Ergens vlakbij het eetplekje, dat wat verder van de partytent stond, deden we na de koffie een plasje in de bosjes. Er lag alleen maar dode varen (bracken) en bramenstruiken, maar ze kwam naar ons toe en gaf ons op onze kop. ‘Dit is mijn tuin en dit is niet de bedoeling!’. Ik voelde me ontzettend gesnapt en zat er nog een uur mee in mijn maag. Ik snapte haar wel, maar anderszijds was het een enorm stuk land, nauwelijks een tuin te noemen, en serveerde ze er ook drinken. Ik kon me ergere dingen bedenken, al helemaal met dit druilerige weer. Ik zou heus niet hier gaan zitten kakken! Ze was pas net twee weken open als experiment, dus wellicht zet dit haar aan het denken voor óf een oplossing óf een bordje ‘verboden te plassen’, hahaha.

    Bij het eetplekje zat ook een vrouw waar we mee aan de praat raakte, ik gok van in de 60. Een potig type. Ze deed de West Highland Way al voor de zevende (!) keer! Elke keer maakte ze er weer wat leuks van, soms beklom ze wat munro’s (bergtoppen van boven de 940m), ze deed hem eens in de sneeuw, en ze nam eens iemand mee in een rolstoel die zij moest duwen (hoe dan). Ze had al gehoord dat het bunkhouse waar wij vannacht zouden slapen lekker eten serveerden, en daar keken we wel naar uit. Lekker eten is de helft van het feestje dat hiken heet. Bij elke honesty box, zo’n kastje met chocola en frisdrank waar je muntjes in een bakje gooit, of winkeltje overwegen we chocola te kopen en vaak doen we het ook. Je eet nou eenmaal veel als je loopt, en het geeft je iets leuks om naar uit te kijken onderweg!

    Het bunkhouse is weer een klein paradijsje en we kijken vanuit de kamer uit op een stromende rivier met prachtige, nog kale, bomen. Hoewel in het vorige hostel het uitzicht óók genieten was, zijn we toch wel weer blij met een eigen kamer. Door snurkende vrouwen en vrouwen die nóg vroeger op waren dan mijn moeder (hoe is het mogelijk) hebben we behoefte aan lekker bijslapen. Het restaurant is in een voormalige kerk en we aten inderdaad goddelijk eten. Een man in het restaurant vroeg of we vanaf hier de boot namen in plaats van verder te lopen. Huh? Wat een rare suggestie? Niets mis mee om dat te doen, maar echt weer een staaltje vrouwen onderschatten omdat ze niet knap én capabel kunnen zijn 😝😝😝.

  • WHW 3: lekker ruzie maken

    WHW 3: lekker ruzie maken

    Dit keer was ik degene met koppijn, en de koffie in een heerlijk cafeetje ’s ochtends hielp helaas niet. We waren weer vroeg wakker geworden, en daarna was ik weer ingedommeld en dat had me geen goed gedaan. We hadden wel enorm lekker geslapen in een knusse kamer, en als we het raam open deden hoorden we een luide zanglijster in de boom voor ons raam. En zodra we ’s avonds het licht uit hadden gedaan, klonk de bosuil. Er waren veel andere gasten, maar we hoorden er niks van. Perfectie!

    Elke ochtend beginnen we met een instant havermoutje, dus de tassen worden met de dag lichter. Natuurlijk kunnen we daar niet langer dan een uur op teren, dus aten we nog een chocoladecroissantje bij de koffie, in het café in het dorp waar we sliepen. We kregen meteen al ruzie, want ik wilde eerst een tafeltje uitkiezen en mijn moeder eerst koffie bestellen aan de balie, maar ik won. Daarna kregen we ruzie omdat ik dacht dat mijn moeder al weg liep terwijl ik nog mijn trui aan het aantrekken was, terwijl ze alleen even naar een bordje liep. Verder hebben we nog ruzie gehad over een sauna die ik benoemde en zij vijf minuten later ook omdat ze me niet had gehoord. We hopen dat de meeste mensen die voorbij lopen geen Nederlanders zijn, maar ze begrijpen sowieso wel dat we aan het kibbelen zijn.

    We zijn wel superblij dat we de route in tien dagen doen, en niet in de zes, zeven, of acht die ervoor uitgestippeld zijn in het boekje. Als je haast hebt, kun je het zelfs in vijf dagen doen. Met gemiddeld zo’n 30 kilometer per dag, joejoe. In het hostel waar we vandaag zijn aangekomen zijn twee meiden die los van elkaar een dag van 24 kilometer hebben gedaan en helemaal naar de tyfus zijn en morgen wellicht een taxi nemen of toch hun bagage laten vervoeren. Dus wij voelen ons daardoor natuurlijk weer heel goed en slim.

    Afin, vandaag was sowieso gemoedelijk voor ons en werd vooral beter nadat ik paracetamol genomen had. De tocht van 12 kilometer liep af en toe wat pittige heuveltjes over, en continu langs Loch Lomond, een groot meer. Als je op de kaart kijkt heb je daar een bepaald beeld bij, maar in het echt is het zo anders en indrukwekkender! We kregen een paar kleine buitjes over ons heen, maar verder hadden we het vaker te warm dan te koud en liet ook de zon zich weer zien. We liepen door bos vol met mos en prachtige plantjes. We ontdekten dat de plant waarvan ik altijd dacht dat het de bekende bluebells waren en dan uitgebloeid, de saaie Veldbies (Woodrush) was die er altijd zo uitziet en hele bossen overwoekert. Ik at wat Valeriaanblaadjes, Paardenbloemen, Sleutelbloemen en Berkenblad (expres met hoofdletter want dat verdienen ze). Mijn moeder maakte mooie foto’s van alle Varens die nog zo mooi opgekruld zijn. Als je niet weet wat ik bedoel: snel je vandaag nog naar het bos om het te bekijken!

    Een man wees ons weer de weg, terwijl we prima wisten waar we heen moesten. Hij wilde gewoon even laten zien dat hij het óók wist. De Amerikanen zagen we niet meer, dus mijn kans om besties met ze te worden is verkeken. Maar aan mensen niet tekort: tijdens de pauzes komt er elke paar minuten wel weer iemand of een gezelschap langs lopen! Dat geeft wat te loeren en vinden we dus ook niet zo erg, want we lopen meestal in ieder geval alleen.

    Als één van de eersten kwamen we aan in het hostel, dat op een verschrikkelijk mooie plek ligt aan het meer. Er omheen is alleen maar natuur te zien. Langzaam stroomde het vol met andere wandelaars, en (bijna) alle type wandelaar is hier te zien. Degenen die bagage laten vervoeren, degenen die dat niet doen, degenen die alles tillen én kamperen in de tuin, degenen die lange dagen maken en degenen die korte dagen maken. Alleen de wildkampeerders zie je hier niet, maar ook daarin heb je weer de 30km-per-dag types en de zwervers. Ik was bang op deze tocht dat mensen streberig zouden doen, maar iedereen is heel relaxt en open voor de diversiteit. Er is zelfs een stel met baby die de tocht loopt. De moeder doet de dagen helemaal, en de vader doet steeds halve dagen met OV en de rest meelopen en dan tillen ze de baby om en om. Wat een bazen.

    Terwijl we door een met mos begroeid berkenbos liepen, zag ik een leuk vogeltje op een tak. Ik loerde door mijn verrekijker, maar herkende het beestje eigenlijk nauwelijks. De algemene vogels ken ik eigenlijk allemaal wel, dus ik snapte het al niet. Als hij wegvloog leek het een beetje op een vink, als hij zat een beetje op een zwart-witte koolmees. Met een heel opvallend wit vlekje boven zijn snavel met verder een zwarte kop. Ik zocht het op en weet eigenlijk bijna zeker dat het een Bonte Vliegenvanger mannetje was (alleen die heeft een wit vlekje). Hoe leuk om eens een prachtig vogeltje te zien waarvan je nauwelijks wist dat het bestond?! We zagen ook nog Grote Zaagbekken en allerlei klein grut. Heerlijk, zo de hele dag een beetje turen naar de lucht en de grond en genieten.

    Morgen weer 12 kilometer, terwijl het grootste deel van de gasten een etappe van 20 gaat doen. En dan krijgen we ook weer behoorlijk te eten na twee dagen droogmaaltijden (haha zo zielig zijn wij, echt heel zielig).

    Tot morgen (denk ik)!! Hopelijk zijn jullie de dagelijkse blogs nog niet zat, het is een leuke manier voor mij om erop terug te kijken en het maakt het wat behappelijker. Dus zet je schrap voor nog 7 dagen feest ❤️

  • WHW 2: positieve impact

    WHW 2: positieve impact

    De hele nacht lag ik te woelen met een knoflooksmaak in mijn mond. Ik had kip met honingsaus gehad in de inn, geen knoflook gezien. Mijn moeder lachte me uit in de ochtend: “dat heb je zelf gedaan hoor!”, verwijzend naar alle Daslookblaadjes die ik onderweg rauw had zitten kanen. Dat was vroeg op de dag geweest, hield ik haar voor, en dat moest ze me nageven. Later bedacht ik me dat ik aan het einde van die dag nog heel wat Look-zonder-look had geplukt, maar dat vertelde ik haar niet, want ik wilde slachtoffer zijn in dit verhaal en graag haar empathie.

    Slaapproblemen

    In de andere kamer van de inn sliepen twee mannen, en we deelden de badkamer met ze. Ze lieten de bril steeds omhoog staan (oké, we zijn allang blij dat ze die bril überhaupt omhoog doen), en er zat pis op de randen. Maar ze gingen ’s nachts vooral heel luidruchtig naar de wc. Ook zo om vijf uur, en aangezien dat voor mijn moeders Nederlandse biologische klok zes uur was, was ze daarna gewoon wakker (ik ben al een week in de UK en een uitslaper, dus andere koek). Ze wilde eigenlijk al thee, maar hield zich nog een uur koest zodat ik nog kon slapen, wat niet lukte omdat ik het zielig vond dat ze nog geen thee kon drinken terwijl ze dorst had.

    Zanglijster, wat een beauty

    Vorige week moest ik weer helemaal acclimatiseren op het samen slapen met Ted, nadat we elkaar alweer een paar maanden niet hadden gezien. Ik lag drie nachten lang wakker, me helemaal op te vreten. Maar toen zette ik een knop om. Op aanbevelen van het internet schreef ik om vier uur ’s nachts al mijn beperkende overtuigingen op en dacht ze om. Overtuigingen als: als ik slaaptekort heb word ik ziek; we kunnen nooit een normale relatie hebben als samen slapen niet lukt; mijn hele dag is morgen verpest als ik moe ben; ik kan nooit met iemand op vakantie omdat ik alleen móet slapen, et cetera. Het omdenken zag eruit als: een menselijk lichaam kan een hoop slaaptekort aan; als ik morgen chagerijnig ben dan doe ik het gewoon rustiger aan en vraag ik Ted om begrip; het alleen slapen is geen voorwaarde, me ontspannen voelen is dat; ook als je niet samen slaapt kun je een goede relatie hebben; dan word ik maar ziek, ik word ook wel weer beter.

    Ik voelde me daarna helemaal rustig, ook al sliep ik die ochtend alleen heel licht nog twee uurtjes. De volgende dag was ik wel heel moe, maar niet chagerijnig, want ik was gewoon positief. Wat een verschil! En guess wat: sinds die dag heb ik prima geslapen naast Ted en nu ook naast mijn moeder. Dus toen ik vanochtend me even knorrig voelde vanwege een korte nacht besefte ik: boeie, ik ben vandaag de hele dag buiten. Het knorrig zijn is dan meer vanuit het gevoel dat slaap ‘me ontnomen’ is, dan dat het echt van de moeheid is. Dus dat is de waardevolle les over slecht slapen van de afgelopen tijd! We kunnen veel meer aan dan we denken, zie ik ook als ik naar mijn vriendinnen met kinderen kijk (bewondering voor jullie, geniale vrouwen).

    Het koffieverhaal

    We hadden natuurlijk besloten toch niet af te kicken van koffie, en daar had de inn rekening mee gehouden door een voorraadje oploskoffie klaar te leggen. Dus we begonnen de dag met een bakkie nostalgie, omdat de geur van oploskoffie ons deed denken aan fietsvakanties. Net toen we weg wilden begon het helaas te hozen, en gingen we dus in vol regenornaat op pad.

    Mijn moeder wist waar we heen moesten, maar het onvermijdelijke gebeurde: twee (andere) mannen op straat gingen zich ermee bemoeien. We moesten die andere straat in en dan daar links en zus rechts en dan kwamen we op de West Highland Way uit. Wij dachten, het zal wel, ze zullen het wel weten. Maar na een paar honderd meter ging mijn moeders intuïtie aan haar knagen en keken we tóch even op de kaart. En jahoor, dat pad zou ons uitéindelijk wel naar de route brengen, maar dan zouden we een heel stuk overslaan. Dat wilden we helemaal niet! Dus keerden we ons weer om en liepen vol zelfvertrouwen het eerste weggetje weer in, hopend dat die mannen zouden zien dat we lekker zelluf doen waar we zelluf zin in hebben.

    Plantjespraat

    We liepen door een open bos en ik was helemaal blij met alle leuke plantjes om ons heen. Heel veel klein hoefblad, opkomend heermoes, weegbree en braam. Ik heb een paar vervelende aftes in mijn mond van onrijp fruit, en volgens het kruidenboek op mijn e-reader helpen kruiden met samentrekkende eigenschappen daarbij (vaak beetje wrange smaak), waaronder eikenblaadjes, wilgenroosje en braamblad. Die laatste ging dus in de thermoskan voor een theetje, maar ik heb de aften nog steeds (haha, grapje, kruiden zijn natuurlijk geen quick fix, dus elke dag bramentheetjes de komende dagen). Dit zijn trouwens de Engelstalige boeken van Julie Bruton-Seal en Matthew Seal, echt fantastisch!

    Bij een pauzeplekje zagen we een enorme hoop afval liggen op een plekje die zo te zien als wildkampeerplek wordt gebruikt. Dat hadden we tot dan toe eigenlijk nog niet gezien, maar het lag wel in een goot tussen de – nu kale – bramenstruiken. Dus wellicht als het er eenmaal in raakt, moeilijk eruit te krijgen? Goed opgevoed als wij zijn namen we het mee, twee zakjes vol! Er was ook nog een heel pannensetje, die lieten we even achter voor de volgende moraalridder. Maar ik deel dit ook om te laten weten dat a) je als toerist niet alleen maar hoeft te nemen, maar ook een positieve impact kunt maken en b) je niet altijd alles hoeft mee te nemen, zo nu en dan wat is al fijn!!

    Afval rapen doe je in stijl

    Voedselprioriteiten

    We hoefden maar 12 kilometer, maar vonden dat zat voor een tweede dag. Na de regen die ochtend hadden we eigenlijk nauwelijks meer druppels gehad en wel zon, wat een geluk!  We gingen een toeristische heuvel over met prachtig uitzicht, en het afdalen was weer even wennen voor onze voetjes. Toen we op ons eindpunt aankwamen vonden we dan ook dat we heel veel suiker hadden verdiend en namen een warme choco met marshmellows in een heerlijk Schotse inn. We zaten al continu te bediscussiëren wat we verder nog aan boodschappen nodig hadden, want na vandaag hebben we een paar dagen geen winkel. Ik ben heel erg team: opeten wat je mee hebt, want vaak neem je uit angst teveel eten mee en eet je de helft niet op omdat het minder smakelijk is. Ik heb bijvoorbeeld een tube vegapaté in mijn tas die we nog niet aangeraakt hebben en een blok kaas die op moet. Uiteindelijk ging mijn moeder akkoord, alhoewel zij wel zin had in iets extra’s. Maar uiteindelijk was ik het die de dorpswinkel verliet met een zak snoep. Typisch.

    Ons gasthuis lag wat verderop, maar dat was alle moeite waard. We werden ontvangen door de eigenaar en alles is zó leuk aangekleed. Zelfs haar kapsel: ze heeft roze highlights omdat ze laatst ging trouwen met haar Duitse liefde. Nu wil ik ook roze highlights (ik wil eigenlijk roze haar, maar vind dat ook een beetje too much en haarverf te chemisch, dus dit lijkt me echt top). We liggen op bed en komen er voorlopig niet meer vanaf behalve om thee te zetten (doet mijn moeder, chill).

    OHJA WE ZAGEN OOK NOG EEN VISAREND MET EEN VIS IN ZIJN KLAUWEN OVERVLIEGEN en de Fitis was ook weer van de partij. Neem altijd een verrekijker mee mensen!

    Doeeeehoeeeeei.

  • WHW 1: de Fitisweg

    WHW 1: de Fitisweg

    Overal zijn vogels. Dat is op zichzelf een goed teken, en iets waar je je misschien pas bewust van wordt als je into vogelen bent. De afgelopen weken had ik me weer even ondergedompeld in het leren herkennen van geluiden. En als je erin zit, dan hoor je opeens elk vogelgeluidje heel bewust, waar je ook bent. Buiten tijdens het wandelen, maar ook ’s ochtends als je nog niet wakker wilt worden maar de eerste houtduif al determineert. Als je de geluiden herkent is het leuk, als dat niet zo is, heel frustrerend. Of als je ze dénkt te herkennen, maar opeens een nieuwe vogel hebt geleerd en aan al je bestaande kennis gaat twijfelen.

    Dus na de eerste dag op de West Highland Way was ik al helemaal vogelprikkeld. En mijn moeder ook, omdat ik elk gesprek onderbrak met: WOW, wéér een Fitis, hoor je d’r? IS DAT EEN GEELGORS? Wat zie ik daar op het hek? Heggenmus. Weer een heggenmus. Hee dat klinkt net als een kikker, wat is dat nou weer? (Het was een vink). En ga zo maar door. Heerlijk.

    Als je van natuur houdt en erover leert kan een wandelingetje sowieso best overprikkelend zijn, met name in de lente. Overal komen plantjes op, eetbare plantjes. Er zijn diersporen te vinden en bomen waarvan de knoppen nét uitkomen, een moeilijke tussenfase tussen knop en blad om ze in te herkennen (vind ik). In de UK komt het allemaal net wat later op, dus beleef ik de beginnende lente weer opnieuw. Lekker knabbelen aan de meidoornblaadjes, de topjes van look-zonder-look oppeuzelen, jong zevenblad in m’n mond proppen en wat daslookblad als snack. Naast dat het soms een beetje veel is en ik het waarnemen van alles niet uit kan zetten, maakt het het wandelen ontzettend leuk en vermakelijk! Want soms verveelt mijn hoofd zich een beetje als ik de hele dag loop.

    We hoorden dus overal Fitissen, die ik verwarde met vinken, en m’n moeder zei, ‘nou het lijkt wel de Fitisweg’. Willow Warbler in het Engels en eerlijk, overal waar ik haar hoorde was er inderdaad wilg, te herkennen aan alle pluizige geel-witte katjes in bloei.

    Verrassing voor mams

    Oké, even terug naar waar het begon. Mijn lieve moeder en ik zijn al jaren van plan een keer een lange-afstandswandeling in Engeland of Schotland te doen. Maar we houden allebei niet van ver vooruit plannen, en zo kwam het dat we steeds niet gelijktijdig ruimte hadden om het te doen. In november was mijn moeder jarig en omdat ik nadat het uitging met Ted (het is weer aan trouwens, hihi) leuke dingen wilde plannen om in Schotland te doen, vatte ik het plan om haar te verrassen voor haar verjaardag met een tocht. Ik boekte de vlucht (pa dokte) en het eerste hotel, dan konden we de rest samen plannen en de voorpret delen. Ik koos de West Highland Way in Schotland, die net boven Glasgow begint en dan 154 kilometer naar het Noorden later eindigt in Fort William. Het is een toegankelijke wandeling en mijn moeder wilde een beetje een instapniveau vanwege de zware tas. Op deze route is veel accomodatie én ik vond dat ik hem een keer gedaan moest hebben. Het is namelijk ook het bekenste pad van Schotland!

    Voordat de tocht eindelijk zou beginnen – we keken er al de hele winter naar uit – hadden we eerst allebei nog een reisdag naar Glasgow waar we in een hostel sliepen. Het voelde alsof het al begon, maar het begon nog niet, dus dat was een anticlimax. De volgende dag begon het wel écht, maar we moesten éérst nog met de trein naar het beginpunt. Nou, toen begon het ECHT, maar, mijn moeder had hoofdpijn dus we moesten koffie drinken. Die hadden we niet meegenomen, want de hike leek ons het ultieme moment om af te kicken, maar hoofdpijn is kut dus doken we toch een café in.

    Nou, toen begon het echt.

    Grammenjagers

    Voordat mijn moeder in Glasgow arriveerde, deed ik boodschapjes bij een biologische winkel. Een vrouw begon over mijn tas en ik vertelde haar over mijn wandelplannen. Ze drukte de pret vast door aan te kondigen dat het de komende vijf dagen slecht weer zou worden. Maar mijn moeders app zei dat het droog zou zijn tot het middaguur en dat was zo. Ik liep zelfs een stukje in mijn t-shirtje, want ‘be bold start cold’, oftewel: het een beetje koud hebben als je begint te wandelen is goed, want je warmt sowieso nog een stuk op tijdens het lopen.

    We deelden het pad met een hoop andere wandelaars, want tsja, dat krijg je als je het bekendste pad van Schotland loopt! Ik was me mentaal al aan het voorbereiden op commentaar op mijn grote en zware tas, want iedereen liep met een super compact backpackje. Maargoed, ik had dan ook twee zakken chips, een doosje eieren, mijn crocs en een voorraadje droogmaaltijden erin zitten, dus mAg HeT eFfE? Haha ik ga mezelf nu al verdedigen, maar eigenlijk is de conclusie: judge mensen niet als je hiket. Iedereen heeft zo z’n dingen en manieren. Lichtgewicht lopen is helemaal hot (oke en best wel chill), maar kan ook in de prijzen oplopen. Mien ma en ik doen tien dagen over de hike terwijl er zeven voor staan, dus voor de kortere dagen willen we ook vermaak mee in de vorm van een boek, breiwerk en schriftje. Ik hou van goeie snacks dus die til ik dan graag, wat ook weer prima kan als je kortere afstanden loopt. Pelgrim Zora en ik liepen vorig jaar de Pennine Way in Engeland en hadden enorme rugzakken, maar verbaasden ons ook over de volle tassen van de b&b hikers (oftewel, degenen die geen tent en dergelijke meezeulden). Maar nu snap ik dat een tas zó vol zit.

    Afin, ik bedacht me dat als mensen er iets over zouden zeggen ik zou antwoorden: “Ahhh, thanks!”, alsof het iets is om trots op te zijn (wat het ook is, want je bent wel capabel als je een zware tas meezeult haha).

    Ik ben blij dat het niet regent

    Het halve pad zeulden we door de modder, maar we klaagden niet want het regende niet, en toen het wel ging regenen dook er weer een café op. We wilden natuurlijk niet dat mijn moeder weer hoofdpijn zou krijgen, dus namen we voor de zekerheid maar nog een kopje koffie. De barman zei dat ik de Schotse ontgroening zou volbrengen als ik een gefrituurde marsreep zou eten, dus dat deed ik. Het was wel lekker, maar ik hou eigenlijk niet van gefrituurde dingen, dus het was ook een beetje vies.

    We kwamen na twintig kilometer helemaal stijf aan in onze inn voor de nacht. Wat een genot om dan lekker op bed te ploffen en heerlijk warm te douchen. En wat een verschil met kamperen tijdens een wandeltocht. Kan ik hierna ooit nog terug? Ik moet wel, want na deze tocht ben ik blut.

    Lieeeefs!

  • Het wildplukken is begonnen!

    Het wildplukken is begonnen!

    Het wildplukseizoen is begonnen! En zit meteen in haar hoogtepunt, want het stikt van de wilde blaadjes overal. En juist nu zijn ze mals; als de plant eenmaal gaat bloeien worden veel blaadjes te taai en niet meer eetbaar. Als je juist weer van de geneeskrachtige werking van een plant gebruik wilt maken, schijn je juist vlak voor de bloei de blaadjes te moeten plukken (uit boek: Heilzame Thee van Michaela Girsch). Maar ik leerde van Marry ook niet te panikeren als het om plukmoment gaat, want ‘half goed is óók goed’. Alleen taaie groenten zit je waarschijnlijk niet op te wachten, en bij sommige planten zoals speenkruid is het ook slecht voor je om ze te eten na de bloei!

    Wilde ui en knoflook

    Het vroege voorjaar is hét seizoen voor daslook: een groen blad dat ontzettend lekker naar ui meets knoflook smaakt. In het VK overvloedig, letterlijk overal waar je gaat zie of ruik je daslook. Er is geen ontkomen aan! In Nederland is ze moeilijker te vinden, en heeft zij zelfs een tijd op de rode lijst gestaan (= verboden te plukken vanwege schaarste). Inmiddels niet meer, maar ik had nog nooit daslook in de buurt gevonden.

    Kraailook, daarentegen, zie ik overal. Ik laat twee keer per week een hondje uit in de polder als bijbaantje en tot mijn verrassing zag ik haar daar opeens! Ik ken de plant eigenlijk niet zo goed en toch wist ik het meteen. Het lijkt op bieslook en groeit tussen gras, dus je moet het net even weten. Maar de tint groen is nét wat blauwer dan gewoon gras, die wat meer geelgroener is. En daarom valt ze op. Lange holle sprieten, ruikt naar ui. Er zijn ook wel wat narcisachtige plantjes die erop lijken, dus check je business. Ruikt de plant echt naar ui of heb je al aan een andere plant geroken en ruiken je vingers ernaar?

    Ik plukte een flinke bos en legde het te drogen boven mijn bed. Want, drogen moet in een donkere en droge ruimte en ik heb maar een klein kamertje waar het hoekje met mijn bed de enige geschikte ruimte is. Gevolg: ’s nachts lekker genieten van een uienlucht, hahaha. Alleen, toen de plantjes droog waren rook het totaal niet meer naar ui, maar gewoon naar hooi. In boeken lees ik wel dat het een prima plant is om te drogen. Wellicht te traag gegaan en daardoor een en ander aan smaak verloren?

    Kraailook in de polder

    Ondertussen liep ik op een dag een rondje met mijn zus’ half jaar oude baby in de draagzaak door de wijk van mijn ouders. Het was zonnig de afgelopen weken en ik wilde hem juist een beetje uit de zon houden, dus koos voor schaduwrijke paadjes. Een paadje langs een sloot, waar ik al eeuwen niet had gelopen, bleek daar ideaal voor. En wat zie ik daar? Daslook, en véél! De dag erop ben ik met mijn peuternichtje gaan plukken. Waarschijnlijk lopen hier heel wat hondjes te piesen, maar een beetje water en azijn en het probleem is verholpen. Sowieso moeten we dat gevaar maar ‘relativeren’. Als je wel eens niet-biologische groenten koopt zit het waarschijnlijk vol met pesticiden en zo niet lopen daar ook dieren rond. Of wordt het met koeienpoep bemest. Dus ik maak me niet zoveel zorgen over hondenkak. Vorig jaar reed ik met mijn moeder naar Groningen en zagen we onderweg enorme aardappelvelden langs de snelweg. Nou, ik denk dat ik nog 10x liever een aardappel met hondenpies eet dan die langs een snelweg groeit, haha.

    Maar, hoe kun je nou optimaal gebruik maken van het relatief korte seizoen dat we gezegend zijn met daslook? Op insta kreeg ik leuke tips doorgestuurd. In een video van Foraged.by.Fern laat ze zien hoe je daslook inmaakt (beetje mengen met zout, even laten staan, kneden, en dan in eigen vocht in een potje met een gewichtje erop, 2 weken later ongeveer klaar). Of ze deed fijngesneden daslook in een ijsblokjesmal en goot daar gesmolten boter bij en vroor het dan in: ready to go knoflookboter om je groentes – of wat dan ook – in te bakken! Omdat ik even niet bij mijn ouders in de buurt was en wel weer kraailook tegen was gekomen, probeerde ik beide experimenten uit met kraailook. Het resultaat moet zich nog laten zien!

    Look-zonder-look is overigens ook een erg lekker knoflookachtig plantje, maar iets milder. Lekker in een salade of op mozzarella-tomaat-spiesjes, wat ik vandaag maakte!

    Daslook. Als het ergens groeit, groeit er meestal een heeeeleboel

    Kruidenzout

    Vorig jaar ben ik voor het eerst begonnen met planten drogen. Ik heb geen idee hoe het moest en vond het zó interessant! Uiteindelijk sloot ik het seizoen af met potjes brandnetel, frambozenblad, duizendblad, moerasspirea, klein hoefblad bloem, heermoes, bijvoet, en nog meer. Het plan: er theetjes van zetten in de winter, als er weinig te wildplukken valt. Ik heb veel thee gezet, maar de voorraad bleek te groot voor mij alleen. Toen hoorde ik in een podcast over iemand die kruidenzout maakte als gemakkelijke verwerking van wildpluk en ook om het wat meer aan je dagelijkse voeding toe te voegen. Toevallig had ik nog een grote zak keltisch zeezout staan en dus flikkerde ik daar van alles bij: heermoes, brandnetelzaad, bijvoet, en de gedroogde kraailook ook al rook hij nu naar hooi, haha! Ik heb een enorme hoeveelheid, dus het plan is om het weg te geven. Maar ik vind dat nog een beetje eng. Ik vertrouw mezelf wel als het om plukken gaat, maar wat als ik tóch per ongeluk een foutje heb gemaakt?! Die verantwoordelijkheid naar anderen toe vind ik doodeng.

    Daarentegen pluk ik wel continu plantjes met mijn nichtje en neefjes. Ze vinden het razend interessant. Ik probeer ze ook goed te wijzen op de giftige soorten, maar het is allemaal nog wat abstract voor ze. ‘Men’ zegt dat kinderen beter luisteren dan je denkt en ik was ook apetrots toen mijn broer me vertelde dat mijn neefje van 4 keihard op de remmen van zijn fiets was gaan staan toen ze kraailook tegenkwamen onderweg: ‘wist je dat dat plantje naar ui smaakt?!’.

    Het is nog wel spannend, want ze stoppen nu ook steeds van alles in hun mond. Het schijnt wel dat de smaak van kinderen vrij goed aangeeft als het giftig is en ze het dan vaak zullen uitspugen. In de wildplukwereld lijkt men er vrij relaxed over en educatie over planten kan je er ook niet vroeg genoeg in gieten, toch?!

    Zevenblad

    Als je iéts nu moet plukken, is het zevenblad. De meeste mensen haten het, maar het is een bijzondere bladgroente. Weet wel: aan wilde smaken moet je vaak wennen. Het is niet doorgeselecteerd of gemodificeerd op beste smaak, maar soms juist erg bitter of wrang. Ik vind dat nu juist lekker en associeer het echt met voedzaamheid, avontuur, wildernis. Maar geef jezelf een paar kansen en knap niet meteen af op de eerste keer dat je een plantje eet. Bouw het ook op: ga geen salade eten van puur zevenblad, maar mix het met een frisse sla en komkommer en een zoete dressing bijvoorbeeld.

    Zevenblad heeft nu super fris groen blad, probeer eens verschillende stadia uit om te knabbelen, dan merk je het verschil. De mini blaadjes die nog niet helemaal uitgevouwen zijn, zijn het ‘makkelijkst’ qua smaak. Mijn nichtje van 2 riep op de fiets ‘mag ik nog een zevenblad?!’.

    Een man waar ik schoonmaak vertelde me dat hij de moestuin er weer van ging ontdoen, dus elke keer dat ik daar kom pak in mijn kans en pluk hondenplasvrij zevenblad. Wat de katten ermee hebben gedaan weet ik alleen niet, haha! Zevenblad is ook lekker om op te bakken. Of door de stamppot te roeren, samen met het bittere paardenbloemblad (geeft beetje hetzelfde effect als andijvie). Knip of snij hem dan wel wat fijner, want hij wordt wat taaier bij warm maken!

    Wilde zaden

    Ik ben zo superblij met de podcast van Lieve Galle, over wildplukken en kruidengeneeskunde. Echt ontzettend inspirerend en perfect vermaak tijdens mijn schoonmaakwerk. Ondertussen word ik er wel arm van, want van elke gast wil ik het boek wel hebben. Zo heb ik nu twee boeken van Laurette van Slobbe gekocht, en ze zijn zo fantastisch! Die over wilde bladgroentes kan ik echt aanraden, uniek in zijn soort. Deze gaat dieper in op allerlei wilde bladeren en hoe ze te verwerken.

    In de bieb vond ik een boek over zaden telen, want dat is ook iets helemaal nieuws voor mij. Vorig jaar oogste ik voor het eerst zaden van de gewone berenklauw (ontiegelijk lekkere sinaasappelsmaak) maar had geen idee wanneer ze te oogsten. Als ze groen zijn? Bruin? Of is dat dan te laat? In dit boek las ik over hoe je zo laat mogelijk zaden wilt oogsten om opnieuw te planten, omdat ze dan zo lang mogelijk voedingstoffen op hebben kunnen nemen uit de plant. Ik trok daaruit zelf de conclusie dat als je ze wilt eten, je dus het beste langer kunt wachten om dezelfde reden. Maar, hé, nogmaals, half goed is ook goed ;)

    Wilde-bladgroentemix. Welke herken je? Het zijn er 5.

    Het is echt mijn droom om zaden te telen van wilde planten. Vorig jaar heb ik wat lupine, look-zonder-look en duizendblad geoogst, maar ik wist niet precies wat ik deed. Ik heb ze bewaard op mijn kamer, maar uit het boek bleek dat koele omstandigheden beter zijn omdat ze dan minder reservestoffen verbruiken. Waardoor ze weer meer kiemkracht behouden. Ik ga binnenkort ook weer voor een paar maanden weg, dus ik weet niet of ik ze gewoon uit zal strooien of dat het dan verloren zaak is.. Ik zal het dan in ieder geval nooit weten.

    In dezelfde podcastserie is ook een aflevering met Veerle de Vos, die in België wilde zaden teelt en ook een open tuin heeft. Ik zou daar zoooo graag eens naar toe en van haar leren!

    Geneeskrachtige planten

    Ik word zo achterlijk blij van plantjes. En ik wil nog veel meer over ze leren en over hun bruikbaarheid. Mijn specifieke interesse heeft ook de geneeskrachtige werking. Want: hoezo proberen we eerst allerlei synthetische middelen en grijpen we pas naar kruiden als we het écht niet meer weten? Lieve Galle zegt in haar podcasts ook terecht: het zou andersom moeten zijn. Veel mensen stappen ook niet meteen naar de dokter met klachten en juist dat is de periode waarin milde geneesmiddelen al een rol kunnen spelen. Planten zijn geen wondermiddelen, maar hebben wel degelijk invloed. Koffie, die invloed voel je toch ook? En als je dood kan gaan van planten, kan je er toch ook heus wel van genezen? Planten doen iets met je lijf, dat is duidelijk.

    Paardenbloemblad. Boven ook wat vogelmuur en rechtsonder veldkers.

    Het is een ontzettend complex vakgebied en ik weet eigenlijk niet waar te beginnen, maar ik neem gewoon kleine stapjes. Zoals ik ook altijd met wildplukken heb gedaan. Toen ik begon, in 2019 ofzo, wist ik echt bar weinig. En ik heb gewoon heel natuurlijk en op een rustig tempo mijn kennis uitgebreid en weet nu behoorlijk wat. Eerst wat boeken, dan zelf proberen, dan eens een cursus. Zo gaat dat. Wat ik al wel boeiend vond om te horen is dat medicijnen vaak ook gewoon als voedsel ingenomen kunnen worden. Brandnetelsoep kan ook medicinaal zijn, natuurlijk. Of als interventie worden gebruikt bij een ijzertekort, of iets dergelijks (geen idee hoor). Het hoeven niet alleen maar tincturen, zalven of theetjes te zijn. En dat vind ik ook een razend interessante gedachte.

    Voor de beginners

    Wat ik een hele mooie tip vind die ik laatst hoorde, voor beginnende wildplukkers, is: verdiep je relatie met de planten die je al kent. Brandnetel is hartstikke makkelijk te identificeren en veel mensen kennen ook de paardenbloem wel. Er is recentelijk een heel boek over de paardenbloem uitgebracht, kun je nagaan! Deze twee plantjes vind je overal en zijn zo voedzaam en divers! Al zou je de rest van je leven alleen die twee wildplukken, heb je al een prachtige toevoeging aan je dagelijkse kost. Brandnetelsoep, brandnetelthee, paardenbloemsiroop, paardenbloemblad-salade, koffie van paardenbloemwortel, brandnetelzaad door brooddeeg, en ga zo maar door. Van beide planten kun je zelfs touw maken, en is helemaal niet zo moeilijk.

    Lang leve planten. Mijn besties 🌱

    P.s. Aan de plantjes die ik niet genoemd heb, sorry. Vogelmuur, kleefkruid, veldkers, dovenetel, look-zonder-look, en vast nog een hoop. Allemaal nu te plukken en te eten.